Besluit van de raad van de gemeente Nissewaard, houdende regels voor de heffing en invordering van rioolheffing (Verordening rioolheffing 2026)

De raad van de gemeente Nissewaard;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 december 2025;

 

gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;

 

gezien het advies van de commissie Bestuur van 25 november 2025;

 

besluit vast te stellen:

 

de Verordening rioolheffing 2026.

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan;

  • b.

    gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;

  • c.

    onder voorziening of combinatie van voorzieningen wordt mede verstaan een open water;

  • d.

    onder gemeentelijke riolering wordt mede de in het kader van het Gemeentelijk Rioleringsplan door of vanwege de gemeente geplaatste individuele afvalwaterbehandeling (IBA) begrepen;

  • e.

    water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater.

  • f.

    recreatiewoning: een niet permanent bewoonde woning die geheel of ten dele blijvend is bestemd of opgericht dan wel wordt gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

Artikel 2 Aard van de belasting

Onder de naam ‘rioolheffing’ wordt een belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:

  • a.

    de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en

  • b.

    de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht

  • 1.

    Onder de naam ‘rioolheffing’ wordt een belasting geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering.

  • 2.

    Met betrekking tot de belasting als bedoeld in het eerste lid wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 4 Zelfstandige gedeelten

Indien gedeelten van een in artikel 2 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

De belasting als bedoeld in artikel 2 wordt geheven per perceel.

Artikel 6 Belastingtarieven

  • 1.

    Ingeval het perceel een onroerende zaak is, bedraagt de belasting als bedoeld in artikel 2:

    • a.

      Voor percelen die in hoofdzaak tot woning dienen: € 200,20

    • b.

      Voor percelen die niet in hoofdzaak tot woning dienen: € 400,40

  • 2.

    Een recreatiewoning wordt aangemerkt als een perceel als genoemd in het eerste lid, onderdeel a.

  • 3.

    Ingeval het perceel een roerende zaak is, bepaalt de verkeersopvatting welk van de in het eerste lid vermelde tarieven van toepassing is op dat perceel.

Artikel 7 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede termijn één maand later. Op deze termijnen is de Algemene termijnenwet niet van toepassing.

  • 2.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en in afwijking van het eerste lid kan de aanslag worden betaald door automatische incasso. Het bedrag moet worden betaald in gelijke termijnen. Het aantal termijnen is gelijk aan twaalf min het aantal kalendermaanden dat vooraf is gegaan aan de maand die in de dagtekening van de aanslag is vermeld, met dien verstande dat het aantal termijnen ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand die in de dagtekening van de aanslag is vermeld, en elke volgende termijn telkens een maand later.

  • 3.

    Betaling door automatische incasso is niet mogelijk als:

    • a.

      het totaalbedrag van het aanslagbiljet gemeentelijke belastingen waarop de aanslag voorkomt hoger is dan € 25.000,-;

    • b.

      de aanslag wordt opgelegd in een later jaar dan het belastingjaar waarop zij betrekking heeft.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders kunnen de deelname aan de automatische incasso weigeren, als er omstandigheden worden geconstateerd of vermoed, die het regelmatig verloop van de termijnbetalingen belemmeren of zouden kunnen belemmeren.

  • 5.

    Burgemeester en wethouders beëindigen de automatische incasso als:

    • a.

      de automatische incasso gedurende twee opeenvolgende maanden niet slaagt;

    • b.

      de belastingschuldige surseance van betaling heeft aangevraagd, in staat van faillissement is gesteld, naar het buitenland vertrekt of dreigt te vertrekken, of als er anderszins omstandigheden worden geconstateerd die een regelmatig verloop van de incasso zouden kunnen belemmeren.

Artikel 10 Vrijstellingen

Geen rioolheffing wordt geheven voor:

  • a.

    de op begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria aanwezige onroerende zaken met hun gebouwde aanhorigheden, met uitzondering van woningen;

  • b.

    ongebouwde eigendommen met een oppervlakte van minder dan twintig vierkante meter;

  • c.

    openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;

  • d.

    waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen;

  • e.

    rioleringswerken en onroerende zaken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instelling of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen;

  • f.

    gebouwde eigendommen, voor zover de totale oppervlakte van de verdiepingen tezamen, van buitenmuur tot buitenmuur aan de binnenzijde gemeten, in totaal niet uitgaat boven de twintig vierkante meter.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de rioolheffing wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Intrekking oude verordening

De Verordening rioolheffing 2025 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 15 genoemde datum van ingang van de heffing.

Artikel 13 Overgangsrecht

De Verordening rioolheffing 2025 blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich vóór de in artikel 15 genoemde datum van ingang van de heffing hebben voorgedaan.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

Artikel 15 Datum van ingang van de heffing

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 16 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rioolheffing 2026.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Nissewaard van 10 december 2025.

De griffier,

De voorzitter,

Toelichting Verordening rioolheffing 2026

Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht

Een gemeente kan de rioolheffing heffen:

  • van de zakelijk gerechtigde (de eigenaar of de beperkt gerechtigde) van een perceel

  • van de gebruiker van een perceel

  • van de zakelijk gerechtigde en van de gebruiker van een perceel

De gemeente Nissewaard heft rioolheffing van de zakelijk gerechtigde van een perceel. Deze wijze van heffen is relatief eenvoudig in de uitvoering. De perceptiekosten van het heffen en invorderen van de rioolheffing worden op deze manier laag gehouden. Dit heeft een drukkend effect op de 100% kostendekkende tarieven.

 

Artikel 6 Belastingtarieven

De rioolheffing is een bestemmingsbelasting. De gemeente Nissewaard hanteert tarieven die 100% kostendekkend zijn.

 

Een gemeente die rioolheffing heft van de zakelijk gerechtigde van een perceel kan bij het bepalen van het bedrag van de aanslag op verschillende manieren tarieven hanteren. Bijvoorbeeld een vast bedrag per perceel of het tarief koppelen aan de WOZ-waarde.

 

De gemeente Nissewaard hanteert:

  • een lager vast bedrag per woning

  • een hoger vast bedrag per niet-woning

Deze wijze van heffen is relatief eenvoudig in de uitvoering. De perceptiekosten van het heffen en invorderen van de rioolheffing worden op deze manier laag gehouden. Dit heeft een drukkend effect op de 100% kostendekkende tarieven.

 

De in artikel 228a van de Gemeentewet genoemde watertaken die de gemeente moet uitvoeren gaan verder dan het onderhoud en de uitbreiding van de gemeentelijke riolering. De gemeente moet in de publieke ruimte maatregelen nemen om overlast en schade te voorkomen. Omdat woningen gemiddeld kleiner zijn dan niet-woningen, is de potentiële overlast en schade voor woningen kleiner dan voor niet-woningen. Daarom hanteert de gemeente voor woningen een lager tarief dan voor niet-woningen.

 

Artikel 10 Vrijstellingen

In de tabel hieronder is opgenomen:

  • het onderdeel van artikel 10 waarin de facultatieve vrijstelling is opgenomen

  • de omschrijving van de facultatieve vrijstelling

  • de motivering van de facultatieve vrijstelling

 

Omschrijving

Motivering

a

de op begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria aanwezige onroerende zaken met hun gebouwde aanhorigheden, met uitzondering van woningen;

Ontzien van instellingen en bedrijven die essentiële en emotioneel beladen werkzaamheden uitvoeren

b

ongebouwde eigendommen met een oppervlakte van minder dan twintig vierkante meter;

Efficiency

c

openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;

Algemeen belang

d

waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen;

Algemeen belang

e

rioleringswerken en onroerende zaken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instelling of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen;

Algemeen belang

f

gebouwde eigendommen, voor zover de totale oppervlakte van de verdiepingen tezamen, van buitenmuur tot buitenmuur aan de binnenzijde gemeten, in totaal niet uitgaat boven de twintig vierkante meter.

Efficiency

Naar boven