Gemeenteblad van Assen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Assen | Gemeenteblad 2025, 553833 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Assen | Gemeenteblad 2025, 553833 | beleidsregel |
Beleidsregels voor tijdelijke woningen op particuliere erven gemeente Assen 2026
Als gemeente streven we naar een evenwichtige, ontspannen stedelijke woonomgeving die aansluit bij de woonbehoeften van haar inwoners. Het college heeft de ambitie om minimaal 3.000 woningen te realiseren voor 2030. Om een bijdrage te leveren aan deze woningbouwopgaven kan tijdelijke bewoning op particuliere erven een uitkomst bieden. Daarbij heeft Assen een klein maar waardevol buitengebied: het beekdallandschap van Nationaal Park Drentsche Aa, omliggende Natura 2000-gebieden, het open veenkoloniale landschap en het ruilverkavelingslandschap. Daarom passen we tijdelijke woningen zorgvuldig toe. Om dit ruimtelijk mogelijk te maken is aanvullend beleid op het (tijdelijk) omgevingsplan Assen (dat onder andere bestaat uit het Facetbestemmingsplan woningsplitsing en woningomzetting en de Facetbeheersverordening Assen - woningsplitsing en woningomzetting 2020) wenselijk. De voorliggende beleidsregel biedt een helder afwegingskader op basis waarvan kan worden afgeweken van het Omgevingsplan.
Deze beleidsregel rondom tijdelijke bewoning op particuliere erven maakt duidelijk in welke gevallen en onder welke voorwaarden het college meewerkt aan dergelijke verzoeken. Daarbij is het de bedoeling om tijdelijke bewoning op particuliere erven te stimuleren. Tegelijkertijd kan tijdelijke bewoning op particuliere erven ten koste gaan van de leefbaarheid, door bijvoorbeeld toegenomen parkeerdruk of geluidsoverlast. Deze beleidsregel biedt een helder afwegingskader waardoor de juiste balans gevonden wordt tussen het toevoegen van woonruimte en het borgen van de ontspannen stedelijke leefomgeving.
Artikel 2 Algemene vereisten tijdelijke woningen op particuliere erven
Het college van burgemeester en wethouders kan een omgevingsvergunning voor tijdelijke woningen op particuliere erven verlenen indien wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, hetgeen wordt beoordeeld aan de hand van de volgende voorwaarden:
Werkingsgebied en werkingsduur
Deze beleidsregel is van toepassing op aanvragen om een tijdelijke omgevingsvergunning voor het afwijken van het Omgevingsplan ten behoeve van tijdelijke woningen op bestaande erven, binnen de gehele gemeente Assen (met uitzondering van bedrijventerreinen, militaire terreinen en de TRZ). Het werkingsgebied is te zien op een kaart in bijlage 1.
Aanvullende voorwaarden object voor percelen gelegen binnen de bebouwde kom
Aanvullende voorwaarden object voor percelen gelegen buiten de bebouwde kom
Voorwaarden ten aanzien van het proces
Met de eigenaar van het erf wordt een anterieure overeenkomst (inclusief planschadeovereenkomst) met boetebeding afgesloten dat, wanneer de vergunning voor de tijdelijke woning eindigt, de woonvoorzieningen uit het tijdelijke object (chalet of woonunit) verwijderd moet worden. Een dergelijke voorwaarde wordt ook in omgevingsvergunning opgenomen.
Artikel 3 – Algemene vereisten tijdelijk toestaan van tijdelijke bijwooneenheid in een bestaand bijbehorend bouwwerk
Het college van burgemeester en wethouders kan een omgevingsvergunning voor tijdelijke bewoning van bijbehorende bouwwerken bij hoofgebouwen verlenen indien wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, hetgeen wordt beoordeeld aan de hand van de volgende voorwaarden:
Werkingsgebied en werkingsduur
Deze beleidsregel is van toepassing op aanvragen om een tijdelijke omgevingsvergunning voor het afwijken van het Omgevingsplan ten behoeve van tijdelijke bijwooneenheid in een bestaand bijbehorend bouwwerk, binnen de gehele gemeente Assen (met uitzondering van bedrijventerreinen, militaire terreinen en de TRZ). Het werkingsgebied is te zien op een kaart in bijlage 1.
Voorwaarden ten aanzien van het proces
Met de eigenaar van het erf wordt een anterieure overeenkomst (inclusief planschadeovereenkomst) met boetebeding afgesloten dat, wanneer de vergunning voor de tijdelijke woning eindigt, de woonvoorzieningen uit het tijdelijke object (chalet of woonunit) verwijderd moet worden. Een dergelijke voorwaarde wordt ook in omgevingsvergunning opgenomen.
Artikel 4 - evenredige verdeling onzelfstandige woonruimten
Tijdelijke woningen en wonen in een bijbehorend bouwwerk, is alleen toegestaan binnen de contouren zoals aangegeven in bijlage 1 ‘Toepassingsbereik Beleidsregels tijdelijke woningen op particuliere erven Gemeente Assen 2026'.
Bestaande tijdelijke woningen en bijwooneenheden op particuliere erven die zijn gerealiseerd voor de inwerkingtreding van deze beleidsregel worden getoetst aan de regelgeving die geldig was ten tijde van het ontstaan van die bestaande tijdelijke woning en/of bijwooneenheid, tenzij er sprake is van duidelijke veiligheids- of gezondheidsrisico’s.
Het college van burgemeester en wethouders kan één of meer artikelen van deze beleidsregels buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te bereiken of te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Toelichting Beleidsregels voor tijdelijke woningen op particuliere erven gemeente Assen 2026
Artikel 2 - algemene vereisten tijdelijke woningen op particuliere erven
Op een erf met een bestaande woning is het toegestaan maximaal één tijdelijke wooneenheid te plaatsen, voor een periode van ten hoogste tien jaar. Indien een verlenging wordt aangevraagd, zal een volledige heroverweging van de situatie worden uitgevoerd. Het betreft een zaaksgebonden vergunning. Dit betekent dat de vergunning geldig blijft voor de zaak (de woning), ongeacht de eigenaar.
De tijdelijke wooneenheid mag uitsluitend worden gebruikt voor woondoeleinden. Het gebruik voor nevenactiviteiten of als bedrijfswoning is niet toegestaan.
De nieuwe onzelfstandige woonruimten moeten bijdragen aan een goed woon- en leefklimaat voor de buurt waarbij er sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie met inachtneming van het gemeentelijke beleid (bijv. de Doelgroepenverordening, Vereveningsfonds Sociale Woningbouw en verschillende visiedocumenten).
Bij een goed woon- en leefklimaat wordt gestreefd naar:
Naast de bovengenoemde uitgangspunten dient bij de planvorming rekening te worden gehouden met aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden. Ontwikkelingen mogen deze waarden niet onevenredig aantasten en, waar relevant, dienen beschermende maatregelen of aanvullende onderzoeken te worden toegepast om het aanwezige erfgoed op een zorgvuldige wijze te behouden.
Daarnaast geldt dat de tijdelijke woning niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit en van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden in de omgeving. Of hieraan wordt voldaan, wordt integraal beoordeeld aan de intake- en omgevingstafel. Daar toetsen de betrokken vakdisciplines gezamenlijk of het initiatief past binnen een goed woon- en leefklimaat, in lijn met het gemeentelijk beleid en relevante visiedocumenten.
Bij het plaatsen van een tijdelijke woning is van belang dat deze goed aansluit bij de bestaande omgeving. Dit betekent dat aandacht wordt besteed aan de oriëntatie, de overgang naar het erf en de structuur van de straat. Daarnaast geldt dat de uiterlijke verschijningsvorm, zoals kleurstelling en materiaalgebruik, passend moet zijn binnen de omgeving. Om te voorkomen dat tijdelijke woningen uit de toon vallen, is de excessenregeling van toepassing: wanneer sprake is van een te grote afwijking in bijvoorbeeld kleur, vorm of uitstraling, kan worden opgetreden. Zo wordt een evenwichtige inpassing in de omgeving gewaarborgd.
Oppervlakte tijdelijke woningen
Voor tijdelijke woningen is aangesloten bij de oppervlaktes die in het omgevingsplan gelden voor vergunningsvrij bouwen. Hiermee wordt een duidelijke en consistente lijn gevolgd: wat zonder vergunning kan worden gerealiseerd, geldt ook als uitgangspunt voor de maximale oppervlakte van tijdelijke woningen. Dit voorkomt afwijkingen tussen beleid en regelgeving en zorgt voor eenvoud en rechtsgelijkheid in de toepassing.
Het plaatsen van een tijdelijke woning op een perceel leidt niet tot extra bouwmogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken, zoals schuren, bergingen of overkappingen. Dit betekent dat, wanneer het perceel op basis van het geldende regels al het maximale aantal of de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken heeft bereikt, er geen aanvullende bebouwing mag worden gerealiseerd ten behoeve van de tijdelijke woning. Met deze beperking wordt voorkomen dat percelen te intensief worden bebouwd en daarmee hun ruimtelijke kwaliteit verliezen. Het uitgangspunt is dat de tijdelijke woning geen aanleiding mag zijn om de bebouwingsmogelijkheden op het perceel verder uit te breiden dan reeds toegestaan.
Het buitengebied heeft vaak een uniek en herkenbaar landschap dat wordt gekenmerkt door specifieke natuurlijke en agrarische elementen. Woningsplitsing die niet goed landschappelijk is ingepast, kan het visuele landschap verstoren en afbreuk doen aan het gebied. Daarom is een erfinrichtingsplan gewenst. Handhaving van het oorspronkelijke volume zorgt ervoor dat deze karakteristieke elementen behouden blijven. Daarnaast moet worden voorkomen dat er verrommeling ontstaat; het open, groene karakter van het buitengebied mag niet worden aangetast.
In verband met het Nationaal Park Drentsche Aa zal tevens moeten worden voldaan aan de bepalingen uit de Provinciale Omgevingsverordening (POV). De desbetreffende voorschriften zijn van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen binnen het gebied en vormen een belangrijk toetsingskader.
Artikel 3 - Algemene vereisten tijdelijk toestaan van tijdelijke bijwooneenheid in een bestaand bijgebouw
Zowel in het buitengebied als in de bebouwde kom is een bijwooneenheid toegestaan in een bestaand bijgebouw bij een bestaande woning voor een periode van maximaal 10 jaar. Indien een verlenging wordt aangevraagd, zal een volledige heroverweging van de situatie worden uitgevoerd. Het betreft een zaaksgebonden vergunning. Dit betekent dat de vergunning geldig blijft voor de zaak (de woning), ongeacht de eigenaar.
De bijwooneenheid mag uitsluitend worden gebruikt voor woondoeleinden. Het gebruik voor nevenactiviteiten of als bedrijfswoning is niet toegestaan.
In het bestaande bijgebouw mag maximaal 60m2 worden verbouwd ten behoeve van tijdelijke bewoning. De oppervlakte van maximaal 60m2 geeft aan dat het om woonruimte gaat van beperkte omvang.
Bij grotere bijgebouwen zal de oppervlakte boven de 60 m2 in gebruik moeten blijven als schuur/opslag voor de hoofdwoning en/of de bijwooneenheid. Het is niet de bedoeling om extra bijgebouwen bij te bouwen (voor opslag e.d.) omdat de bestaande schuur geheel wordt gebruikt als bijwooneenheid.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-553833.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.