Verordening op de heffing en de invordering van haven- en kadegelden Elburg 2026

De raad van de gemeente Elburg;

 

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2025;

 

Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

 

Besluit:

 

Vast te stellen de:

 

‘Verordening op de heffing en de invordering van haven- en kadegelden Elburg 2026’.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen;

  • b.

    meetbrief: het document als bedoeld in artikel 21 lid 1 van de Binnenvaartwet, juncto artikel 1.10, eerste lid, onderdeel f, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995;

  • c.

    passagiersschip: een vaartuig dat als middel van openbaar vervoer is of hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het bedrijfsmatig vervoer van grotere groepen personen;

  • d.

    pleziervaartuig: een vaartuig, hoofdzakelijk bestemd en gebruikt voor recreatief gebruikt, niet zijnde een passagiersschip;

  • e.

    woonschip: een vaartuig in gebruik om op te wonen;

  • f.

    gebruik van de haven of kade: het in artikel 2 bedoelde gebruik van voor de openbare dienst bestemde wateren en kaden of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen, zoals deze zijn aangegeven op de bij de verordening behorende kaart;

  • g.

    vaste ligplaats: een door het college aangewezen en gereguleerde locatie in de haven waar een vaartuig voor een langere periode, doorgaans een heel kalenderjaar, kan aanmeren en blijven liggen, tegen betaling van havengeld;

  • h.

    mindervalide box: de ligboxen in de haven met box-nummers 266, 267, 268 en 269;

  • i.

    dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren beginnende op 0:00 uur met dien verstande dat voor pleziervaartuigen het aaneengesloten tijdvak van 24 uren op 16:00 uur begint;

  • j.

    week: een kalenderweek van maandag tot en met zondag;

  • k.

    maand: een kalendermaand;

  • l.

    jaar: een kalenderjaar;

  • m.

    winterseizoen: de kalendermaanden november tot en met maart.

Artikel 2. Belastbaar feit

Onder de naam ‘haven- en kadegelden’ wordt een recht geheven ter zake van het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde wateren of kaden, in eigendom of bezit bij de gemeente, of van andere voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen, die in beheer en/of onderhoud zijn bij de gemeente, dan wel voor het op aanvraag van gemeentewege verlenen van diensten.

Artikel 3. Belastingplicht

Belastingplichtig is de schipper, de reder, de eigenaar van het vaartuig, degene die het vaartuig heeft gecharterd of degene die als vertegenwoordiger van één van dezen optreedt, degene die aangeeft de belasting op aangifte te willen voldoen, dan wel de aanvrager van de dienst.

Artikel 4. Heffingsgrondslagen

  • 1.

    De grondslagen voor de berekening van de haven- en kadegelden zijn:

    • a.

      de lengte van het vaartuig, uitgedrukt in strekkende meters over alles, indien geen gebruik wordt gemaakt van een ligbox.

      Indien beschikbaar geldt de lengte zoals vermeld op de bij het vaartuig behorende meetbrief;

    • b.

      de oppervlakte van de aangewezen ligbox, waarbij de oppervlakte wordt berekend door de lengte van de box te vermenigvuldigen met de breedte van de box, waarna rekenkundig wordt afgerond op een volle eenheid van vierkante meters;

    • c.

      in geval ten aanzien van een ligplaats geen duidelijke ligbox-afscheiding zichtbaar is, wordt met inachtneming van het hierna onder 1 tot en met 6 vermelde een fictieve ligboxmaat berekend.

      • 1.

        bij een vaartuiglengte van minder dan 6 meter wordt uitgegaan van een benodigde ligboxoppervlakte van 15 m²

      • 2.

        bij een vaartuiglengte van 6 meter of meer, maar minder dan 7 meter wordt uitgegaan van een benodigde ligboxoppervlakte van 21 m²

      • 3.

        bij een vaartuiglengte van 7 meter of meer, maar minder dan 10 meter wordt uitgegaan van een benodigde ligboxoppervlakte van 40 m²

      • 4.

        bij een vaartuiglengte van 10 meter of meer, maar minder dan 12 meter wordt uitgegaan van een benodigde ligboxoppervlakte van 54 m²

      • 5.

        bij een vaartuiglengte van 12 meter of meer, maar minder dan 15 meter wordt uitgegaan van een benodigde ligboxoppervlakte van 82 m²

      • 6.

        bij een vaartuiglengte van 15 meter of meer wordt uitgegaan van een ligbox oppervlakte van 82 m2, vermeerderd met 3 m² per strekkende meter lengte van het vaartuig boven de lengte van 15 meter

    • d.

      de lengte over alles indien sprake is van een mindervalide box;

    • e.

      de oppervlakte in vierkante meters (m2) van ingenomen ruimte op de openbare kade of wal, gelegen in de haven;

    • f.

      het aantal malen dan een dienst wordt aangevraagd.

  • 2.

    Een gedeelte van een dag, week of maand wordt voor een gehele dag respectievelijk een gehele week of een gehele maand gerekend.

  • 3.

    Een gedeelte van een eenheid van oppervlakte of van lengte wordt voor een volle eenheid gerekend.

Artikel 5. Tarieven

De haven- en kadegelden wordt geheven naar de maatstaven en tarieven, als opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, zulks met inachtneming van daarin gegeven aanwijzingen en van het bepaalde in artikel 6.

Artikel 6. Vrijstellingen

Het haven- en kadegeld wordt niet geheven van:

  • a.

    vaartuigen in gebruik bij de gemeente;

  • b.

    politie- en defensievaartuigen, als zodanig gebezigd;

  • c.

    botters welke gedurende het jaarlijks te houden botterweekend ligplaats in de haven kiezen, mits het gebruik van de haven de duur van 14 dagen niet te boven gaat;

  • d.

    een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van personen met een beperking, van hulpbehoevenden of van bejaarden, mits het gebruik van de haven de duur van zeven (7) dagen niet te boven gaat;

  • e.

    het gebruik van de haven met een vaartuig uitsluitend voor het uitbaggeren der haven, het op of aan een werf herstellen, het voor de eerste maal vaarklaar maken en het slopen, mits het gebruik van de haven niet langer duurt dan voor een en ander noodzakelijk is en de duur van veertien (14) dagen niet te boven gaat.

Artikel 7. Wijze van heffing

  • 1.

    Het haven- en kadegeld worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld, of bij wege van voldoening op aangifte met behulp van de betaalautomaat ter plaatse in de haven.

  • 2.

    Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het onmiddellijk na aanvang van het gebruik van de haven in werking stellen van de betaalautomaat op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid wordt het haven- en kadegeld bij gebruikmaking van de mogelijkheid van een jaarabonnement geheven bij wege van aanslag.

Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld

Het haven- en kadegeld is verschuldigd zodra het gebruik van de haven of kade begint.

Artikel 9. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar

Artikel 10. Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 dient het haven- en kadegeld dat wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving te worden voldaan op het moment waarop de gedagtekende schriftelijke kennisgeving wordt uitgereikt.

  • 2.

    Bij het gebruik maken van de mogelijkheid van een jaarabonnement dient de aanslag, in afwijking van het bepaalde in artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, te worden voldaan in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 3.

    Het totaal verschuldigde bedrag aan belasting welke wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, wordt afgerond op hele eenheden van € 0,05.

  • 4.

    Indien het haven- en kadegeld wordt voldaan bij wege van voldoening op aangifte, geldt hetgeen is opgenomen in artikel 7, lid 2.

  • 5.

    In afwijking van het tweede lid en in afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen.

    De eerste termijn vervalt dan op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen steeds een maand later.

    Afschrijving bij wege van machtiging voor automatische betalingsincasso in tien gelijke termijnen is alleen mogelijk als het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet vermelde aanslag(en) meer bedraagt dan € 100,00. Bij lagere totaalbedragen zijn de termijnen van lid 2 van toepassing.

  • 6.

    Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het vijfde lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot afschrijving door middel van automatische incasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het tweede lid.

  • 7.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 12. Jaarabonnement, heffing naar tijdsgelang en vaartuigvervanging

  • 1.

    Voor het havengeld bestaat de mogelijkheid van een jaarabonnement, waardoor het havengeld wordt geheven per jaar. Een aanvraag voor een jaarabonnement dient schriftelijk te worden gedaan en wordt bij voorkeur voor 1 januari van het belastingjaar gedaan.

  • 2.

    Van het havengeld bij gebruik van de mogelijkheid van een jaarabonnement wordt, indien het gebruik van de haven is geëindigd voor het verstrijken van het belastingjaar, op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige, ontheffing verleend voor zoveel twaalfden gedeelten van het betaalde bedrag als er in dat jaar na de beëindiging van het gebruik van de haven of kade volle maanden overblijven.

  • 3.

    Van het havengeld bij gebruik van de mogelijkheid van een jaarabonnement wordt, indien het gebruik van de haven door een schriftelijke aanvraag van de belastingplichtige begint in de loop van het belastingjaar, de aanslag opgelegd voor zoveel twaalfden gedeelten van het te betalen bedrag als er in dat jaar na het begin van het gebruik van de haven of kade volle maanden overblijven.

  • 4.

    Indien gedurende de periode van het jaarabonnement een vaartuig wordt vervangen door een ander vaartuig, wordt de opgelegde aanslag met ingang van de eerste volle maand herzien door verhoging of verlaging al naar gelang het verschil in lengte of oppervlakte tussen het vervangen vaartuig en het vervangende vaartuig indien het havengeld wordt geheven op basis van de lengte of het oppervlakte van het vaartuig.

    De belastingplichtige dient onverwijld melding te maken van de vervanging van een vaartuig en daarbij de benodigde gegevens te verstrekken aan de heffingsambtenaar die benodigd zijn voor de vorenbedoelde herziening van de aanslag.

Artikel 13. Kwijtschelding

Bij de invordering van haven- en kadegelden wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 14. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de haven- en kadegelden.

Artikel 15. Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel

  • 1.

    De ‘Verordening op de heffing en de invordering van haven- en kadegelden 2025’ van 16 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening haven- en kadegelden Elburg 2026”.

     

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 december 2025.

De voorzitter,

ir. J.N. Rozendaal

De griffier,

mr. dr. I. de Haan

Tarieventabel behorende bij de Verordening haven- en kadegelden 2026

 

Algemeen

De bedragen genoemd in deze tarieventabel zijn, voor zover van toepassing, inclusief omzetbelasting. Voor de duidelijkheid zijn ook de bedragen exclusief omzetbelasting vermeld (als ((x/121)*100)).

 

Hoofdstuk 1. Havengelden 

Tarief inclusief B.T.W.

Tarief exclusief B.T.W.

1.1

Het havengeld bedraagt voor vaartuigen, niet zijnde passagiersschepen, 

 

 

1.1.1

per dag, per strekkende meter

€ 1,90

€ 1,57

1.1.2

bij een verblijf in de haven uitsluitend tijdens het winterseizoen, per maand, per strekkende meter

€ 12,08

€ 9,99

1.1.3

In afwijking van 1.1.1 en 1.1.2 bij gebruikmaking van de mogelijkheid van een jaarabonnement bedraagt het havengeld

 

 

1.1.3.1

 

 

per jaar, per vierkante meter van de ligbox

€ 30,55

€ 25,24

met een minimum van

€ 414,50

€ 342,56

met inbegrip van het gebruik van 400 kWh stroom op jaarbasis

 

 

1.1.3.2

 

in afwijking van 1.1.3.1 bedraagt het havengeld voor woonschepen, per jaar, per vierkante meter

€ 21,59

€ 17,85

met een minimum van

€ 1.354,88

€ 1.119,73

1.1.3.3

in afwijking van 1.1.3.1 bedraagt het havengeld, voor de mindervalide boxen, plaatselijk bekend als box-nummers 266, 267, 268 en 269, per jaar, per strekkende meter, gemeten als de lengte over alles

€ 78,55

€ 64,91

1.1.3.4

bij gebruikmaking van de mogelijkheid van een jaarabonnement, wordt voor het stroomverbruik boven de hoeveelheid van 400 kWh op jaarbasis, op basis van werkelijk verbruik bedrag van

per kWh in rekening gebracht

€ 0,29

€ 0,24

1.2

 

Het havengeld bedraagt, in afwijking van 1.1, voor passagiersschepen, per jaar, per vierkante meter

€ 17,01

€ 14,06

met een minimum van

€ 1.856,03

€ 1.533,91

1.2.1

 

voor schepen  zonder specifieke laad- en losfunctie, bij een verblijf in de haven, per dag, per vierkante meter

€ 0,73

€ 0,60

met een minimum per dag van

€ 80,39

€ 66,44

1.2.2

bij een verblijf in de haven uitsluitend tijdens het winterseizoen, per maand, per vierkante meter

€ 1,12

€ 0,92

 

 

 

 

Hoofdstuk 2. Kadegelden

Tarief inclusief BTW

Tarief exclusief BTW

2.1

Voor het op de openbare kade of wal, gelegen aan de haven, tijdelijk plaatsen en/of geplaatst houden van goederen, materialen of voorwerpen bedraagt het kadegeld per week, per vierkante meter

€ 1,17

€ 0,97

 

 

 

 

Hoofdstuk 3. Overige tarieven

Tarief inclusief BTW

Tarief exclusief BTW

3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot inschrijving als gegadigde op de wachtlijst voor een vaste ligplaats in de haven

€ 30,32

€ 25,06

 

 

Behoort bij raadsbesluit van 15 december 2025

 

De griffier,

mr. dr. I. de Haan

Bijlage 1 Kaart Haven- en kadegelden 2026

 

 

Naar boven