Gemeenteblad van Heerenveen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Heerenveen | Gemeenteblad 2025, 553479 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Heerenveen | Gemeenteblad 2025, 553479 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelasting 2026
De raad van de gemeente Heerenveen;
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2025 met registratienummer Z.25.516170;
Gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 225 van de Gemeentewet en de parkeerverordening 2021;
Vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelasting 2026
(Verordening Parkeerbelasting 2026)
De Verordening Parkeerbelasting is gebaseerd op de modelverordening van de VNG. Daarmee bevat de verordening de noodzakelijke bepalingen om te voldoen aan de eisen die de Gemeentewet er aan stelt.
Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
houder: degene die naar omstandigheden als houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven;
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig gebruik heeft gemaakt en hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
Artikel 5 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak
De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel (bijlage 1).
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften.
Artikel 8 Termijnen van betaling
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.
Artikel 9 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen
De aanwijzing van de plaats en/of het gebied waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd, geschiedt in alle gevallen door het college bij openbaar te maken besluit.
De kosten van een naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 83,90.
De kostenberekening naheffingsaanslag staat vermeld in bijlage 2.
De “Verordening op de heffing en de invordering van een parkeerbelasting 2025” laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 19 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 december 2025.
De griffier,
Mevrouw L. Roest - Jonkers
De voorzitter,
Mevrouw M.A. Fokkens - Kelder
behorende bij de “Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelasting 2026”
Bijlage 2: Kostenberekening naheffingsaanslag
Behorende bij de “Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelasting 2026”
In de tarieven mogen de volgende kosten doorberekend worden:
Vaststelling nieuw tarief naheffingsaanslag:
Bij het vaststellen van het tarief wordt conform wettelijke bepalingen ervan uitgegaan dat de kosten die voortvloeien uit de naheffingsaanslagen zullen worden gedekt door de opbrengsten daarvan. Dit dient echter te geschieden binnen een vastgesteld maximumtarief. Voor het jaar 2026 geldt dat het maximumtarief in Heerenveen, bij een geschat aantal van 4.000 naheffingsaanslagen, € 107,34 per aanslag bedraagt. In lijn met de wettelijke beperkingen kan derhalve het tarief van € 82,00 worden gehandhaafd.
De naheffingsaanslag heeft zodoende een tarief van € 83,90 per naheffingsaanslag, bestaande uit € 82,00 plus € 1,90.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-553479.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.