Gemeenteblad van Tilburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tilburg | Gemeenteblad 2025, 553338 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tilburg | Gemeenteblad 2025, 553338 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels jeugdhulp gemeente Tilburg
Hoofdstuk 1- Algemene bepalingen
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd welke betekenis bepaalde woorden en begrippen in deze Nadere regels hebben.
Artikel 1.1 - Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
Zorginstelling: een onderneming die meerdere personeelsleden in dienst heeft, als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten, gelet op de inschrijving van het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van zorg;
Hoofdstuk 2 - Het melden van een hulpvraag, het onderzoek en het bepalen van de passende voorziening
De regels in dit hoofdstuk zijn een uitwerking van regels uit hoofdstuk 2 van de verordening. Deze uitvoeringsregels gaan over de procedurele en formele kanten van een vraag om jeugdhulp.
Artikel 2.1 – Jeugdhulp via een arts
De jeugdhulpaanbieder dient een verzoek om toewijzing van de voorgestelde jeugdhulp in bij het college. Uit dat verzoek blijkt voor wie de jeugdhulp bedoeld is en om welke jeugdhulp het gaat. Afhankelijk van het type jeugdhulp wordt er een productcode, begin- en of einddatum en/of omvang van de jeugdhulp meegestuurd.
Het college wijst de voorgestelde jeugdhulp toe die binnen de contractafspraken met de jeugdhulpaanbieder valt, en registreert de in te zetten jeugdhulp. De jeugdhulpaanbieder zorgt ervoor, dat de jeugdhulp wordt ingezet en houdt daarbij rekening met contractuele afspraken die over het verlenen van jeugdhulp met het college zijn gemaakt. De jeugdhulpaanbieder zorgt voor een correcte registratie van doorverwijzingen.
Voordat er jeugdhulp wordt ingezet kan het college controle uitvoeren naar aanleiding van de verwijzing of de door de jeugdhulpaanbieder bepaalde jeugdhulp. De controle kan gericht zijn op het volgen van professionele standaarden, het volgen van de regels over het bepalen van de noodzaak en omvang van de jeugdhulp, of naleven van contractuele afspraken die met het college zijn gemaakt. Dit kan eventueel leiden tot aanpassing van de duur, omvang of aard van de jeugdhulp.
Artikel 2.2 - Melding van de hulpvraag bij Toegang Tilburg
Nadat een jeugdige of ouder zich bij Toegang Tilburg heeft gemeld met een hulpvraag, beoordeelt Toegang Tilburg de strekking van de melding en voert een Quick Scan uit (een eerste vraagverkenning). Is er meer informatie nodig om een goed beeld van de hulpvraag te krijgen, dan neemt Toegang Tilburg contact op met degene die de melding heeft gedaan. Blijkt het om een hulpvraag te gaan die tot het taakveld van een andere organisatie behoort, dan verwijst Toegang Tilburg door naar die organisatie.
Artikel 2.3 - Inhoud en procedure van het gesprek
De jeugdige en zijn ouders identificeren zich met een geldig ID-bewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1º tot en met 3º, van de Wet op de identificatieplicht. Als de identiteit op een andere manier kan worden geverifieerd, of als deze bij Toegang Tilburg bekend is, kan van verplichte identificatie worden afgezien.
De jeugdige en zijn ouders die een familiegroepsplan willen opstellen krijgen van Toegang Tilburg informatie over het opstellen van zo’n plan. Een familiegroepsplan is vormvrij maar Toegang Tilburg heeft wel een format daarvoor beschikbaar. Toegang Tilburg stimuleert jeugdigen en ouders om met hun sociale netwerk na te denken over een oplossing voor de hulpvraag, en wijst hen op hulp van ‘meedenkers’ (cliëntondersteuners van ContourDeTwern) bij het maken van een familiegroepsplan.
Toegang Tilburg informeert de jeugdige en zijn ouders tijdens het gesprek over de rol van het plan van aanpak, en het verschil tussen het ondertekenen van het plan van aanpak 'voor akkoord' en 'voor gezien'. 'Voor gezien' betekent: de jeugdige en/of ouder heeft het plan van aanpak ontvangen, begrijpt wat er onder wordt verstaan en is het niet eens met het voorstel. 'Voor akkoord' betekent: de jeugdige en/of ouder heeft het plan van aanpak ontvangen, begrijpt wat er onder wordt verstaan en is het eens met het voorstel.
Artikel 2.4 - Het plan van aanpak
Toegang Tilburg levert het plan van aanpak aan bij het college, ondertekend door de jeugdige en/of ouder en voorzien van naam, Burgerservicenummer en geboortedatum van de jeugdige, en dagtekening. Het plan van aanpak wordt doorgestuurd naar Crossroads, als Toegang Tilburg de jeugdige en/of ouders doorverwijst voor hoog specialistische jeugdhulp.
Artikel 2.6 – Ingangsdatum individuele voorziening
Als er volgens het college sprake is van bijzondere omstandigheden, dan kan een individuele voorziening met terugwerkende kracht worden toegekend. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een voorziening met instemming van het college vóór de besluitdatum is ingezet vanwege een dringende noodzaak, of als een verlenging van een individuele voorziening is aangevraagd vóór de einddatum, maar pas na die datum een besluit is genomen.
Hoofdstuk 3 – Individuele voorzieningen, eigen kracht en gebruikelijke hulp, vervoer
In dit hoofdstuk staan uitvoeringsregels die de bepalingen uit hoofdstuk 3 van de verordening verder uitwerken. Het gaat om regels over individuele voorzieningen en eigen kracht van jeugdigen en ouders, en een aantal bijzondere voorschriften voor specifieke voorzieningen.
Artikel 3.1 – Doeltreffendheid individuele voorziening
Het college zet voorzieningen in die geschikt zijn om het beoogde resultaat van de jeugdhulp te bereiken. Dit is het geval als het college vaststelt dat de voorziening wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag, en de hulpverlener werkt met een effectieve interventie. Het is niet mogelijk een individuele voorziening in te zetten door middel van een bewezen niet-effectieve interventie. Om te bepalen of een interventie effectief is, kan het college gebruik maken van de Databank Effectieve jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut, de Databank Effectieve sociale interventies van MOVISIE, het Loket Gezond Leven van het RIVM, of van een andere organisatie die het college als deskundig ziet. Als een interventie niet in een van deze databanken is erkend, kan het college een deskundige vragen om een advies uit te brengen over de effectiviteit of toegevoegde waarde.
Artikel 3.2 - Eigen kracht en gebruikelijke hulp
Het college neemt als uitgangspunt dat ouders over voldoende eigen kracht beschikken wanneer de benodigde inzet voor hun kind kan worden aangemerkt als gebruikelijke hulp. Gebruikelijke hulp gaat over de verzorging, begeleiding en opvoeding van kinderen die zich op een gebruikelijke manier ontwikkelen in verschillende levensfases (kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel).
In de bijlage is weergegeven, welke hulp kinderen die zich normaal ontwikkelen in verschillende leeftijdsfases nodig hebben van hun ouders. Dit overzicht is gebaseerd op de uitgangspunten uit de Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2014 en uitgewerkt in de CIZ indicatiewijzer versie 7.1. Ze vormen het startpunt om te bepalen of er sprake is van gebruikelijke of bovengebruikelijke hulp.
Voor kinderen geldt dat er een bandbreedte is in hoe ze zich kunnen ontwikkelen. Ook tussen kinderen van dezelfde leeftijd zonder behoefte aan jeugdhulp kan de omvang van de verzorging, begeleiding en opvoeding door de tijd heen verschillen. Gebruikelijke hulp bij kinderen kan ook activiteiten omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomen.
Bij (dreigende) overbelasting of uitval van één van de ouders neemt de andere ouder zo mogelijk de gebruikelijke hulp voor de jeugdige over. Dat kan ook de ouder zijn die ergens anders woont. Van de zorgouder die werkt wordt verwacht dat die de mogelijkheden van (zorg)verlof benut, in combinatie met andere voorzieningen van de werkgever of van andere organisaties (kinderopvang, opvang op school, naschoolse opvang e.d.).
Het college onderzoekt op basis van signalen van de jeugdige of de ouders of er sprake is van (dreigende) overbelasting of aantoonbare belemmeringen voor het verlenen van hulp bij de ouders. Het college betrekt daarbij de draagkracht en draaglast van de ouders, de jeugdige en het gezin. Als de ouder beperkingen in de belastbaarheid aanvoert vanwege medische klachten, dan wordt dit beoordeeld door of onder verantwoordelijkheid van een arts.
Voor bovengebruikelijke hulp in kortdurende situaties geldt dezelfde benadering als bij gebruikelijke hulp. In beginsel wordt daarvoor geen jeugdhulp ingezet. Onder kortdurende situaties wordt verstaan: op afzienbare termijn is er uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Uitgangspunt is dat het om een aaneengesloten eenmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar gaat. Binnen die termijn moet er perspectief op herstel zijn, zodat de ouder de zorg voor het kind weer op zich kan nemen, eventueel met behulp van het sociale netwerk en andere voorzieningen.
Bij langdurige bovengebruikelijke hulp gaat het om situaties waarbij (nog) geen uitzicht is op herstel. Daaronder vallen ook chronische situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig is of voor meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar. Ook dan geldt dat de ouders deze hulp bieden, tenzij de balans tussen draagkracht en draaglast zo verstoord is dat dat niet van de ouders kan worden gevergd. Dat kan bijvoorbeeld zo zijn, als zij niet in staat en beschikbaar (kunnen) zijn om die hulp te geven, door overbelasting, aantoonbare belemmeringen of als er door het bieden van hulp problemen ontstaan om te kunnen voorzien in voldoende inkomen, en er geen andere oplossingen mogelijk zijn.
De voorziening Beschermd wonen is bedoeld voor jeugdigen in de leeftijdscategorie 16 tot 18 jaar. Het doel van beschermd wonen is om jongeren te ondersteunen bij het ontwikkelen van zelfstandigheid, zelfredzaamheid en het vergroten van hun sociale en emotionele vaardigheden. Hierbij wordt intensieve individuele begeleiding geboden die afgestemd wordt op de behoeften van de jeugdigen, en gericht is op het opbouwen van een dagstructuur, het aanleren van praktische vaardigheden zoals koken en schoonmaken, het omgaan met emoties en het bevorderen van gezonde relaties.
Vaktherapie is een behandelvorm voor jeugdigen met een psychische aandoening of psychosociale problematiek, en is de overkoepelende naam voor beeldende therapie, dans- en bewegingstherapie, dramatherapie, muziektherapie, psychomotorische therapie, psychomotorische kindertherapie en speltherapie. Bij vaktherapie ligt de nadruk meer op het doen en ervaren en minder op het praten.
Vaktherapie wordt uitgevoerd door een professional die een erkende opleiding op HBO/master niveau voor vaktherapie heeft afgerond. Een erkende opleiding is een door de NVAO-geaccrediteerde opleiding, een door de desbetreffende beroepsverenigingen voor vaktherapeutische beroepen (aangesloten bij de Federatie Vaktherapeutische Beroepen) erkende bachelor of masteropleiding in een van de vaktherapeutische beroepen of een door de beroepsverenigingen erkende buitenlandse bachelor of masteropleiding.
Als de inzet van vervoer door de gemeente noodzakelijk is, dan wordt dat opgenomen in het plan van aanpak als onderdeel van de manier waarop het beoogde resultaat behaald wordt. Gekozen wordt voor het inzetten van de minst kostbare vervoersvoorziening, waarbij het uitgangspunt is dat groepsvervoer voorgaat op individueel vervoer, en collectief vervoer op particulier vervoer.
Als geen vervoersvoorziening van de gemeente wordt ingezet (taxi-vervoer), omdat de ouder(s) de jeugdige zelf kunnen vervoeren of begeleiden bij het vervoer, dan worden de reiskosten vergoed op basis van de goedkoopste passende manier van reizen, als de ouder(s) door de reiskosten niet langer in hun bestaanskosten kunnen voorzien.
Bij reizen met de (brom)fiets of auto, wordt aangesloten bij de betreffende belastingvrije reiskostenvergoeding per kilometer. Bij reizen met het OV wordt de goedkoopste manier van reizen vergoed. De vergoeding wordt afgestemd op de kortste reisafstand tussen de woning en de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden.
In crisissituaties, zoals bedoeld in artikel 2.2 lid 5 van de verordening, verloopt de aanmelding voor jeugdhulp via het CIT. Het CIT neemt de aanvraag in behandeling en verzorgt ook de verwijzing en de toeleiding naar jeugdhulp. Als er sprake is van dergelijke crisishulp wordt de jeugdhulp zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen vijf dagen, ingezet.
Artikel 3.8 - Zorg in onderwijs
Jeugdigen die scholier zijn op de scholen Onderwijscentrum Leijpark in Tilburg of De Bodde in Tilburg, kunnen voor zorg in onderwijs gebruik maken van een binnen de school georganiseerde algemene voorziening. Omdat door een jeugdige gebruik gemaakt kan worden van deze voorziening, vervalt de aanspraak op een individuele voorziening jeugdhulp voor zorg in onderwijs op één van de twee genoemde scholen.
Hoofdstuk 4 – Persoonsgebonden budget (pgb)
In dit hoofdstuk staan aanvullende bepalingen over het toekennen en verstrekken van pgb’s. Deze regels vullen de regels uit hoofdstuk 4 van de verordening aan.
Artikel 4.2 – Bepalingen over het kunnen uitvoeren van de pgb-taken
Artikel 4.3 - Bepalingen over kwaliteit jeugdhulp
Werkt de jeugdhulpverlener voor een zorginstelling, dan heeft deze een klachtencommissie. Een zorginstelling met meer dan 10 personeelsleden heeft een cliëntenraad en stelt een vertrouwenspersoon in de gelegenheid zijn/haar taak uit te oefenen. Is de jeugdhulpverlener een zzp'er dan heeft deze een duidelijke klachtenprocedure voor de jeugdige en de ouder en informeert hen daarover.
De jeugdhulpverlener stelt de budgethouder en de gemeente direct op de hoogte van een onderzoek, dat ingesteld wordt, is of is geweest door organisaties zoals de Inspectie Gezondheidszorg en jeugd, de Nederlandse Zorgautoriteit, zorgverzekeraars, gemeenten of organisaties die belast zijn met toezicht.
De jeugdhulpverlener of de organisatie waarbij de jeugdhulpverlener in dienst is, voert een deugdelijke administratie, die in ieder geval inzicht geeft in de inkomsten, uitgaven en financiële verplichtingen, gestructureerde cliëntdossiers bevat en de mogelijkheid beidt voor financiële verantwoording naar bron en bestemming.
Bij controle door het college is de jeugdhulpverlener of de organisatie waarbij deze in dienst is, verplicht om kosteloos daaraan medewerking te verlenen. De controles kunnen zich onder meer richten op de inhoudelijke kwaliteit, feitelijke levering en doel- en rechtmatigheid van de gedeclareerde jeugdhulp. De jeugdhulpverlener/organisatie levert alle gevraagde gegevens en is verplicht inzage te geven in bijvoorbeeld de personele en financiële administratie. De controles en evaluaties mogen de voortgang van de dienstverlening niet verstoren. De gemeente beoordeelt dit.
In geval van een melding aan de toezichthoudende ambtenaar, verstrekt de jeugdhulpverlener de gegevens die voor het onderzoeken van de melding noodzakelijk zijn. Het kan daarbij o.a. gaan over persoonsgegevens, gegevens betreffende de gezondheid en andere bijzondere persoonsgegevens (als bedoeld in de Algemene Verordening Gegevensbescherming).
Artikel 4.4 - De hoogte van een pgb
Voor het pgb gelden de pgb-tarieven, genoemd in de Tarieven persoonsgebonden budgetten gemeente Tilburg 2026 als maximaal te verstrekken pgb. In de beschikking geeft het college het specifieke aantal uren of dagdelen van het toegekende product aan. Het maximale pgb wordt bepaald op basis van de formule: p x q (product x benodigd volume). In de beschikking wordt de maximale hoogte van het pgb in het actuele kalenderjaar vastgelegd, op basis van deze formule. Het kalenderjaar hoeft niet gelijk te zijn aan de geldigheidsduur van de beschikking.
Artikel 4.5 - Samenloop pgb en zorg in natura
Een voorziening in de vorm van een pgb kan worden verstrekt in combinatie met een voorziening in natura, tenzij het om meerdere voorzieningen gaat voor hoog specialistische jeugdhulp. Dan wordt slechts zorg in natura ingezet uit een oogpunt van effectiviteit van de jeugdhulp.
Artikel 4.6 - De besteding van het pgb door budgethouder
Een eenmalige uitkering kan worden toegekend aan een professionele of informele hulpverlener die werknemer of opdrachtnemer is van de budgethouder en die onvoorzien zonder werk komt, door de beëindiging van een contract met budgethouder. Voorwaarde is wel, dat er een geldige arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht met de hulpverlener is gesloten. De eenmalige uitkering is niet bedoeld voor zorginstellingen en mag daarvoor niet worden ingezet.
Artikel 4.7 - Uitbetaling van het pgb, trekkingsrecht
Uitbetaling en verantwoording van het pgb vindt plaats via de SVB. De budgethouder laat via declaraties of facturen aan de SVB weten hoeveel uren hulp zijn geleverd. De SVB zorgt vervolgens voor de uitbetaling van de hulpverlener. De niet bestede pgb-bedragen worden door de SVB na afloop van de verantwoordingsperiode terugbetaald aan de gemeente.
In dit hoofdstuk staan enkele bepalingen over verplichtingen die jeugdigen en ouders hebben. Deze bepalingen vullen de bepalingen uit hoofdstuk 5 van de verordening aan.
Artikel 5.1 - Medewerkingsplicht
De jeugdige en zijn ouders zijn op verzoek van het college verplicht mee te werken aan de uitvoering van de wet. Die medewerking is nodig om te kunnen vaststellen of jeugdhulp ingezet moet worden, en welke vorm en inhoud die hulp moet hebben. Onder de medewerkingsplicht wordt in ieder geval verstaan, het op verzoek:
Als het college niet kan vaststellen of voldaan is aan de voorwaarden voor een individuele voorziening of een pgb, omdat de jeugdige of ouders onvoldoende medewerking geeft, dan weigert het college de voorziening of het pgb, voor zover het college door die weigering de noodzaak voor jeugdhulp niet kan vaststellen.
In dit hoofdstuk staan de slotbepalingen, die betrekking hebben op klachten, gegevensuitwisseling, hardheidsclausule en inwerkingtreding van deze regels. Deze regels vullen de bepalingen uit de hoofdstukken 8 en 9 van de verordening aan.
Artikel 6.1 - Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouders afwijken van de bepalingen uit deze nadere regels, als het college vaststelt, dat toepassing van de regels onredelijke uitkomsten heeft voor de jeugdige of de ouders.
Artikel 6.2 - Klachtenregeling
Het college en Toegang Tilburg registeren afzonderlijk alle ingediende klachten (ook mondeling ingediende en informeel afgehandelde klachten). Over elke klacht blijven gedurende minimaal één jaar de volgende gegevens beschikbaar bij het college of bij Toegang Tilburg:
Aldus besloten op 9 december 2025,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg,
de gemeentesecretaris
de burgemeester
Bijlage - Richtlijn gebruikelijke hulp
Deze bijlage behoort bij artikel 3.4 lid 4 van de Verordening en artikel 3.2 lid 2 van de Nadere regels.
Bij het bepalen van gebruikelijke hulp wordt gekeken naar de gemiddelde tijdsbesteding die bij die activiteit bij een jeugdige met een normale ontwikkeling van dezelfde leeftijd gebruikelijk is. Voor de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid van hun kind zijn ouder(s) verantwoordelijk voor:
Richtlijnen om de (omvang van de) gebruikelijke hulp te bepalen
Het is gebruikelijk dat ouders hun kind de dagelijkse zorg, hulp en ondersteuning bieden die past bij de levensfase van het kind. Hier volgen algemene richtlijnen voor gebruikelijke hulp van ouders aan jeugdigen met een normaal ontwikkelingsprofiel per leeftijdscategorie. Deze worden gebruikt om te beoordelen of jeugdhulp nodig is.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-553338.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.