Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas houdende regels omtrent de huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven

Inleiding

 

Het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas heeft op 9 december de beleidsregel ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’ vastgesteld. Met deze beleidsregel geeft het college van burgemeester en wethouders invulling aan de bevoegdheid om aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten voor de realisatie van tijdelijke huisvesting bij agrarische bedrijven te beoordelen.

 

De beleidsregel bindt enkel het college van burgemeester en wethouders om conform de beleidsregel te handelen. Initiatiefnemers kunnen geen rechtstreekse rechten aan deze beleidsregel ontlenen.

De gemeenteraad heeft bindend adviesrecht bij een omgevingsvergunning voor de huisvesting van arbeidsmigranten voor zover locaties niet zijn opgenomen in het omgevingsplan (raadsbesluit, 8 februari 2022). Dat betekent dat bij de toepassing van deze beleidsregel de gemeenteraad een bindend advies aan het college van burgemeester en wethouders uitbrengt.

 

Doel

 

Het doel van deze beleidsregel is om een helder en toetsbaar kader te bieden voor de beoordeling van initiatieven voor tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven binnen de gemeente Horst aan de Maas. De beleidsregel vertaalt de uitgangspunten uit de bouwsteen ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’, zoals vastgesteld door het college op 9 december 2025, naar concrete beoordelingsregels die richting geven aan de beoordeling van omgevingsvergunningaanvragen. Daarmee wordt beoogd een evenwichtige afweging te maken tussen de belangen van arbeidsmigranten, werkgevers, omwonenden en de leefomgeving. Deze beleidsregel draagt bij aan een veilige en gezonde leefomgeving, een goede ruimtelijke kwaliteit en een transparante besluitvorming.

Artikel 1 Definities

1.1 AAB

Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen.

1.2 Agrarisch bedrijf

Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, waaronder mede begrepen houtteelt, en/of het houden van dieren, een en ander met dien verstande dat:

  • maneges, kennels en dierenasiels niet als agrarische bedrijven worden aangemerkt;

  • mestbewerking en mestverwerking onderdeel uitmaakt van de agrarische bedrijfsvoering.

1.3 Arbeidsmigrant

Een persoon die vanwege economische motieven naar de gemeente Horst aan de Maas komt en daar tijdelijk verblijft om arbeid te verrichten en inkomen te verwerven.

1.4 Bedrijfsgebouw

Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf.

1.5 Bedrijfswoning

Een woning, in of bij een bedrijf of instelling, bestemd voor (het gezin van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk is; deze woning wordt begrepen onder de bedrijfsgebouwen.

1.6 Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.7 Bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.8 Effectgebied

Het gebied waarin de effecten van de huisvesting van arbeidsmigranten op het woon- en leefklimaat worden onderzocht.

1.9 Gebouw

Een bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.10 Gebruiksvloeroppervlakte (GBO)

De vloeroppervlakte van een ruimte of van een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen (NEN 2580).

1.11 Hergebruik van seizoenshuisvesting

De huisvesting van arbeidsmigranten voor een ander agrarisch of niet-agrarisch bedrijf, wanneer het agrarische bedrijf geen of minder eigen werknemers te huisvesten heeft vanwege een laag arbeidsintensief teeltseizoen.

1.12 Hoofdvestiging

Gebouwen en gronden van een bedrijf, die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de bedrijfsactiviteiten en gelet op die functie in functioneel opzicht de hoofdvestiging van het bedrijf vormen.

1.13 Kampeermiddel

Tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, en voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

1.14 Modulaire gebouwen

Gebouwen die in zijn geheel of in delen verplaatsbaar zijn.

1.15 Multifunctionele buitenruimte

Een multifunctionele buitenruime ingericht voor recreatieve en sociale activiteiten bestemd voor gebruik door bewoners.

1.16 Nevenvestiging

Een vestiging van een bedrijf die functioneel verbonden is met en ondergeschikt is aan een zich op een ander bouwvlak bevindende hoofdvestiging van een bedrijf.

1.17 Nota parkeernormen

De parkeernormen zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen Horst aan de Maas vastgesteld op 3 juli 2019 dan wel, indien deze beleidsregels worden gewijzigd, de wijziging c.q. rechtsopvolger hiervan.

1.18 Ongewenste cumulatie

De opeenstapeling van negatieve ruimtelijke effecten van bestaande of reeds vergunde huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten binnen een effectgebied waardoor het woon- en leefklimaat in een gebied onder druk komt te staan, terwijl deze effecten afzonderlijk mogelijk als aanvaardbaar worden beschouwd. Bij de beoordeling van ongewenste cumulatie worden in ieder geval ook de aanwezigheid van woonfuncties, het voorzieningenniveau, de ontsluiting naar kernen en/of verkeersbewegingen binnen het effect gebied betrokken.

1.19 Participatiebeleid gemeente Horst aan de Maas

Het participatiebeleid zoals opgenomen in de Participatieaanpak gemeente Horst aan de Maas vastgesteld op 7 oktober 2025 dan wel, indien deze beleidsregels worden gewijzigd, de wijziging c.q. rechtsopvolger hiervan.

1.20 Plattelandswoning

Een voormalige agrarische bedrijfswoning die wordt bewoond door iemand die geen functionele binding heeft met het agrarisch bedrijf, terwijl het agrarische bedrijf nog in werking is.

1.21 Seizoensbehoefte

Het gemiddeld aantal arbeidsmigranten binnen de bedrijfsvoering van een agrarisch bedrijf tijdens het seizoen, niet zijnde de piekbehoefte.

1.22 Stacaravan

Een kampeermiddel in de vorm van een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen, dat mede gelet op de afmetingen, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen.

1.23 Voorzieningen niveau

De aanwezigheid en bereikbaarheid van dagelijkse en maatschappelijke functies, waaronder supermarkten, winkels, sportfaciliteiten en eerstelijns zorgvoorzieningen.

1.24 Woonoppervlakte

Het totale oppervlakte aan woonruimte per persoon in de vorm van woonkamers, slaapkamers, keukens en sanitaire ruimtes, niet zijnde gangen en technische ruimtes.

Artikel 2 Werkingsgebied en werkingsduur

  • 1.

    Deze beleidsregel is van toepassing op aanvragen om een tijdelijke omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven binnen de gemeente Horst aan de Maas.

  • 2.

    Deze beleidsregel is onverkort van toepassing op nieuwe aanvragen voor (bestaande) huisvestingslocaties waar de termijn van een eerder verleende tijdelijke omgevingsvergunning is verstreken.

  • 3.

    Bij het verstrijken van de werkingsduur van de omgevingsvergunning dient het gebruik van de huisvestingslocatie direct gestaakt te worden. De toegekende huisnummers zullen worden ingetrokken.

  • 4.

    Na afloop van de tijdelijke omgevingsvergunning, zonder legale voortzetting van de huisvesting van arbeidsmigranten, of bij het verplaatsen van de desbetreffende agrarische onderneming dienen binnen 2 maanden de gronden en/of bouwwerken in overeenstemming gebracht te worden met het toegestaan gebruik op grond van het omgevingsplan.

Artikel 3 Toetsingskader

3.1 Algemeen

  • 1.

    De omgevingsvergunning wordt alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

  • 2.

    Er vindt naar het oordeel van het bevoegd gezag geen toename van ongewenste cumulatie plaats binnen een straal van 1kilometer rondom de huisvestingslocatie.

  • 3.

    Er vindt geen aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

3.2 Locatie

  • 1.

    De huisvesting van arbeidsmigranten is uitsluitend toegestaan bij een agrarisch bedrijf.

  • 2.

    De huisvesting van arbeidsmigranten is uitsluitend toegestaan ter plaatse van een hoofdvestiging.

  • 3.

    In afwijking van art. 3.2, lid 2 is de huisvesting van arbeidsmigranten toegestaan ter plaatse van een nevenvesting, mits aangetoond wordt dat huisvesting op de hoofdvestiging ruimtelijk niet mogelijk is.

  • 4.

    De huisvesting vindt plaats in bestaande bedrijfsgebouwen, niet zijnde een plattelandswoning, kampeermiddelen en/of stacaravans.

  • 5.

    In afwijking van art. 3.2, lid 4 is de huisvesting ook toegestaan binnen nieuw te bouwen modulaire bedrijfsgebouwen, mits wordt aangetoond dat de huisvesting binnen bestaande bedrijfsgebouwen vanuit bouwtechnische en/of bedrijfseconomische redenen niet mogelijk is.

3.3 Werknemers

  • 1.

    Het aantal te huisvesten arbeidsmigranten wordt onderbouwd op basis van seizoensbehoefte met een advies van de AAB;

  • 2.

    Het aantal te huisvesten arbeidsmigranten bedraagt maximaal 99 personen per huisvestingslocatie.

  • 3.

    De huisvesting is uitsluitend bestemd voor arbeidsmigranten die werkzaamheden verrichten voor het agrarische bedrijf op het perceel.

  • 4.

    In afwijking van art 3.3, lid 3 is hergebruik van seizoenshuisvesting toegestaan als wordt voldaan aan het volgende:

    • a.

      bij de beoordeling op grond van art. 3.1, lid 1 worden ook de milieueffecten van de eigen bedrijfsvoering beoordeeld;

    • b.

      hergebruik van seizoenshuisvesting vindt uitsluitend plaats gedurende een laag arbeidsintensief teeltseizoen dat wordt onderbouwd met een advies van de AAB.

3.4 Kwaliteitseisen

  • 1.

    Ter plaatse van de huisvestingslocatie is sprake van een goed woon- en leefklimaat.

  • 2.

    De huisvesting heeft een minimum woonoppervlakte van 15m2 GBO per te huisvesten werknemer, waarbij eenpersoonsslaapkamers een minimum oppervlakte hebben van 5,5 m2 GBO en tweepersoonsslaapkamers een minimum oppervlakte hebben van 11 m2 GBO.

  • 3.

    De huisvesting heeft een aaneengesloten multifunctionele buitenruimte met een minimum oppervlakte van 5 m2 per persoon, deze multifunctionele buitenruimte wordt niet tot de minimum oppervlakte genoemd onder lid 2 gerekend.

  • 4.

    In aanvulling op artikel 3.4, lid 3 wordt voorzien in voldoende sport- en recreatievoorzieningen.

  • 5.

    Als toepassing wordt gegeven aan artikel 3.2, lid 5 wordt een kwalitatief stedenbouwkundig plan overlegd.

  • 6.

    Als toepassing wordt gegeven aan artikel 3.2, lid 5 vindt een landschappelijke inpassing plaats, waarvan de aanleg en instandhouding als voorwaarde in de omgevingsvergunning wordt opgenomen.

  • 7.

    Het parkeren vindt plaats op eigen terrein en de parkeervoorzieningen voldoen qua aantal en maatvoering aan de Nota parkeernormen.

3.5 Termijn

  • 1.

    De omgevingsvergunning wordt voor ten hoogste 15 jaar verleend.

3.6 Participatie

  • 2.

    Participatie is een verplicht onderdeel van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

  • 3.

    De participatie voldoet aan de eisen gesteld in het Participatiebeleid gemeente Horst aan de Maas.

  • 4.

    Het bevoegd gezag kan de aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning buiten behandeling laten bij het niet of niet voldoende uitvoeren van participatie.

Artikel 4 Hardheidsclausule

  • 1.

    Indien vanwege omstandigheden een strikte toepassing van het bepaalde in deze beleidsregel zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde in deze beleidsregel.

Artikel 5 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na de dag van bekendmaking en wordt vanaf dat moment toegepast op alle relevante aanvragen om een omgevingsvergunning voor de huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven.

Naar boven