Besluit van de raad van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de verordening toeristenbelasting Amstelveen 2026

Zaaknummer: Z25-114534

 

De raad van de gemeente Amstelveen;

gelet op artikel 224 Gemeentewet;

besluit vast te stellen de:

Verordening toeristenbelasting Amstelveen 2026

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    al dan niet beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of hotels waarin verblijf wordt geboden tegen betaling in welke vorm dan ook:

  • b.

    camping: een accommodatie, niet zijnde een woning, waarin beroepsmatig, volgtijdelijk tegen vergoeding verblijf wordt mogelijk gemaakt en waar iemand tegen betaling kan overnachten in zelf meegebrachte mobiele kampeeronderkomen;

  • c.

    hotel: een accommodatie, niet zijnde een woning, met slaapplaatsen voor logiesverstrekking in overwegend, doch niet uitsluitend, een- en tweepersoonskamers tegen betaalde boeking per nacht of nachten, en waaronder mede worden begrepen pensions, hostels en appartementen met hoteldienstverlening;

  • d.

    kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen;

  • e.

    mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, caravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen die door de verblijver zelf zijn meegenomen;

  • f.

    vakantieonderkomens: woningen, stacaravans en andere verblijven, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens;

  • g.

    vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat is bestemd voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan;

  • h.

    volgtijdige standplaats: terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van kampeermiddelen.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbare feit

Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente tegen vergoeding, in welke vorm dan ook, in hotels, campings, appartementen, vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens, al dan niet beroepsmatig verhuurde ruimten, alsmede hiermee op één lijn te stellen ruimten en watervlakten en op vaste standplaatsen, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam toeristenbelasting een directe belasting geheven.

Artikel 3 Belastingplicht

1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2.

2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2

Artikel 4 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:

  • 1.

    van degene die verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders;

  • 2.

    van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

  • 3.

    De belasting wordt niet geheven ter zake van door of met medewerking van de overheid gecontracteerde opvang van vluchtelingen (asielzoekers, ontheemden en statushouders) en dak- en thuislozen;

  • 4.

    van degene die op de dag waarop de eerste overnachting plaatsvindt, nog niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.

  • 5.

    van studenten, ingeschreven of aantoonbaar studerend aan of bij een van overheidswege erkende onderwijsinstelling voor hoger beroeps- en universitair onderwijs in of in de directe omgeving van Amsterdam die aantoonbaar ten behoeve van hun studie verblijven in een hotel of extended stay voor de duur van tenminste één maand.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.

Artikel 6 Belastingtarief

  • 1.

    Het tarief bedraagt, overeenkomstig de maatstaf van heffing in art 5, per nacht per persoon € 4,75

  • 2.

    Het tarief per overnachting op/in een camping, zoals beschreven in artikel 1 letter h van deze verordening, bedraagt per verblijf € 1,35

Artikel 7 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Wijze van heffing

De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 1.

    De in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar kan degene die naar zijn mening vermoedelijk belastingplichtig is uitnodigen tot het doen van aangifte, door het toezenden van een daartoe strekkend aangifteformulier.

  • 2.

    De aangifte moet worden gedaan uiterlijk een maand nadat belastingplichtige daartoe is uitgenodigd.

  • 3.

    Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In dat geval geschiedt, in afwijking van de in artikel 237, tweede lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze, de aangifte langs elektronische weg door het inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden via een daartoe door de gemeente opengestelde digitale voorziening.

Artikel 9 Voorlopige aanslag

  • 1.

    Er kan een voorlopige belastingaanslag worden opgelegd.

  • 2.

    De grondslag van een voorlopige aanslag bedraagt 80% van het aantal overnachtingen dat als grondslag van een voorgaand belastingjaar is vastgesteld.

  • 3.

    Indien geen grondslag beschikbaar is van een voorgaand belastingjaar wordt, in afwijking van het gestelde in het eerste lid, de grondslag vastgesteld op 50% van het totaal aantal mogelijke overnachtingen (totale capaciteit).

  • 4.

    De totale capaciteit van een verblijfsadres wordt bepaald aan de hand van het aantal verhuurbare objecten tegen het aantal slaapplaatsen dat redelijkerwijs hierin kan verblijven.

  • 5.

    De belastingplichtige kan verzoeken om herziening van een voorlopige aanslag.

  • 6.

    Een voorlopige aanslag wordt verrekend met de (definitieve) aanslag

Artikel 10 Administratie

  • 1.

    De belastingplichtige is gehouden per belastingjaar een deugdelijke administratie bij te houden.

  • 2.

    Deze administratie bevat, met betrekking tot ieder aan wie gelegenheid tot overnachten wordt verschaft, tenminste gegevens betreffende:

    • a.

      het wel of niet woonachtig zijn in de gemeente Amstelveen;

    • b.

      aantal personen;

    • c.

      aantal overnachtingen ter zake waarvan belasting verschuldigd is;

    • d.

      het ouder of jonger zijn dan de genoemde leeftijdsgrens in geval van een verblijf als bedoeld in artikel 4 lid 4;

    • e.

      van studenten, ingeschreven of aantoonbaar studerend aan of bij een van overheidswege erkende onderwijsinstelling zoals bedoeld in artikel 4 lid 5.

  • 3.

    Een nachtverblijfregister kan worden aangemerkt als een deugdelijke administratie als bedoeld in lid 1.

  • 4.

    Indien de belastingplichtige gelegenheid tot verblijf biedt als genoemd in artikel 6 lid 1 en lid 2 dan dient dit onderscheid in de administratie te worden vastgelegd.

  • 5.

    Indien belastingplichtige meent recht te hebben op toepassing van een vrijstelling dan dient deze dit duidelijk en met mogelijke bewijstukken vast te leggen en te kunnen aantonen.

  • 6.

    Indien het onderscheid als bedoeld in lid 4 niet wordt geadministreerd, geldt voor alle overnachtingen het tarief zoals genoemd in artikel 6 lid 1.

Artikel 11 Betaaltermijnen en invordering

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn twee maanden later.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

  • 3.

    Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Overgangsbepaling

De “Verordening toeristenbelastingen Amstelveen 2025” van 13 november 2024 en eventuele nadere wijzigingen daarop worden ingetrokken met ingang van de artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening toeristenbelasting Amstelveen 2026”.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 12 november 2025.

De griffier,

Debby de Heus

De voorzitter,

Tjapko Poppens

Naar boven