Nadere regels vergunningenplafond gemeente Haarlem

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem;

gelet op artikel 4 van de Parkeerverordening 2023 gemeente Haarlem;

besluit: vast te stellen de volgende regeling:

 

Nadere regels vergunningenplafond gemeente Haarlem

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder ‘de verordening’: de vigerende parkeerverordening van de gemeente Haarlem. De begrippen zoals omschreven in artikel 1 van de verordening zijn integraal van toepassing op deze regeling.

Artikel 2. Vergunningenplafond bewonersparkeervergunning

  • 1.

    Het college stelt, bij openbaar te maken besluit, een bewonersvergunningenplafond vast waarmee per vergunninggebied het maximum aantal uit te geven bewonersparkeervergunningen, zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub a van de verordening is bepaald.

  • 2.

    Een aanvraag om een bewonersparkeervergunning wordt aangehouden indien het krachtens deze regeling bepaalde bewonersvergunningenplafond is bereikt in het vergunninggebied van de aanvrager. Met uitzondering van aanvragen om een eerste bewonersparkeervergunning deze zijn vrijgesteld van het vergunningplafond, ook in gevallen waarin het plafond met het verstrekken van de vergunning wordt of reeds is overschreden.

Artikel 3. Vergunningenplafond bedrijven en werknemers

  • 1.

    Het college stelt, bij openbaar te maken besluit, een bedrijfsvergunningenplafond vast waarmee per vergunninggebied het maximum aantal uit te geven bedrijfsparkeervergunningen en werknemersparkeervergunningen, zoals bedoeld in artikel 3, derde en tiende lid, van de verordening, is bepaald.

  • 2.

    Een aanvraag om een bedrijfsparkeervergunning wordt aangehouden indien het krachtens deze regeling bepaalde bedrijfsvergunningenplafond is bereikt in het vergunninggebied van de aanvrager.

  • 3.

    Een aanvraag om een werknemersparkeervergunning wordt aangehouden indien het krachtens deze regeling bepaalde bedrijfsvergunningenplafond is bereikt in het vergunninggebied van de aanvrager.

Artikel 4. Wachtlijst

  • 1.

    Een aanvrager wordt voor onbepaalde tijd op de wachtlijst bewonersparkeervergunningen geplaatst, indien zijn aanvraag om een vergunning is aangehouden op grond van het feit dat het adres waarvoor de vergunning is aangevraagd is gelegen in een vergunninggebied waarvan het bewonersvergunningenplafond is bereikt. Hiervoor gelden de volgende regels:

    • a.

      de volgorde waarin een aanvraag op de wachtlijst wordt geplaatst, is de volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag.

  • 2.

    Een aanvrager wordt voor onbepaalde tijd op de wachtlijst bedrijfsparkeervergunningen geplaatst, indien zijn aanvraag voor een vergunning is aangehouden op grond van het feit dat het adres waarvoor de vergunning is aangevraagd is gelegen in een vergunninggebied waarvan het bedrijfsvergunningenplafond is bereikt.

  • 3.

    Het eerste lid, sub a en sub c, is overeenkomstig van toepassing op de wachtlijst bedrijfsparkeervergunningen.

  • 4.

    De aanvrager wordt van de wachtlijst verwijderd, indien:

    • a.

      de aanvrager daarom verzoekt;

    • b.

      de aanvrager de vergunning wordt verleend waarvoor diegene op de wachtlijst staat in het vergunninggebied;

    • c.

      blijkt dat bij de aanvraag om de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens niet tot plaatsing op de wachtlijst zou hebben geleid;

    • d.

      blijkt dat niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor de aangevraagde vergunning, gesteld in of krachtens deze regeling.

[Artikel 4 lid 3 bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: Het eerste lid, sub a, is overeenkomstig van toepassing op de wachtlijst bedrijfsparkeervergunningen.].

Artikel 5. Totstandkoming vergunningenplafond

  • 1.

    Het bewonersvergunningenplafond en het bedrijfsvergunningenplafond wordt bepaald op basis van de openbare parkeercapaciteit in het desbetreffende vergunninggebied.

  • 2.

    Bij de bepaling van het vergunningenplafond per vergunninggebied wordt rekening gehouden met het gegeven dat altijd een deel van de vergunninghouders niet gelijktijdig aanwezig is in het desbetreffende vergunninggebied, dat er bezoekers zijn en andere vergunninghouders met parkeervergunningen die niet onder het vergunningplafond vallen. Het vergunningplafond voor de bewonersparkeervergunning wordt bepaald op basis van het aantal openbare parkeerplaatsen keer 1,0.

    Het vergunningplafond voor bedrijven en werknemers wordt bepaald op basis van het aantal openbare parkeerplaatsen keer 0,3.

  • 3.

    Het college kan bij het vaststellen van een plafond voor een vergunninggebied onder motivatie een aftrek of een plus toepassen op de genoemde berekening in het tweede lid.

  • 4.

    Een vergunningplafond wordt opnieuw vastgesteld door het college indien daar aanleiding voor is, zoals een beduidende wijziging in het aantal parkeerplaatsen in een vergunninggebied.

Artikel 6. Reikwijdte vergunningenplafond

Op vergunningssoorten anders dan de bewonersparkeervergunning zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub a van de verordening, de bedrijfsparkeervergunning en werknemersparkeervergunning, zoals bedoeld in artikel 3, derde en tiende lid van de verordening, is geen vergunningenplafond van kracht.

Artikel 7. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Nadere regels vergunningenplafond gemeente Haarlem.

Artikel 8. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2026.

Aldus vastgesteld in het college van burgemeester en wethouders op 14 oktober 2025,

de secretaris,

mr. C.M. Lenstra

de burgemeester,

drs. J. Wienen

Toelichting

Artikel 1.

Dit artikel behoeft geen toelichting.

 

Artikel 2.

Het bewonersvergunningenplafond bepaalt het maximum aantal bewonersparkeervergunningen dat per vergunninggebied kan worden uitgegeven. Indien het bewonersvergunningenplafond is bereikt, wordt de eerstvolgende aanvraag voor een bewonersparkeervergunning aangehouden, met uitzondering van een eerste bewonersparkeervergunning op een adres.

 

Artikel 3.

Het bedrijfsvergunningenplafond bepaalt het maximum aantal bedrijfsparkeervergunningen en werknemersparkeervergunningen gezamenlijk dat per vergunninggebied kan worden uitgegeven. Indien het bedrijfsvergunningenplafond is bereikt, wordt de eerstvolgende aanvraag voor een bedrijfsparkeervergunning of werknemersparkeervergunning aangehouden.

 

Artikel 4.

Indien het bewonersparkeervergunningenplafond in een vergunninggebied is bereikt, dan wordt de eerstvolgende aanvrager om een bewonersparkeervergunning op de wachtlijst bewonersparkeervergunningen geplaatst. Aanvragen worden in volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag op de wachtlijst geplaatst, waarbij aanvragen om een eerste bewonersparkeervergunning geplaatst worden boven aanvragen om een tweede bewonersparkeervergunning.

 

Artikel 5.

De hoogte van het bewoners- en bedrijfsvergunningenplafond is gebaseerd op basis van het aantal openbare parkeerplaatsen dat in een vergunninggebied aanwezig is. Het aantal parkeerplaatsen in een vergunninggebied wordt periodiek, veelal eenmaal per twee jaar, door de gemeente Haarlem bepaald door de uitvoering van parkeerdrukmetingen. Een toe- of afname van de parkeercapaciteit komt tot uiting in wijzigingen in de hoogte van het vergunningenplafond.

 

Indien er beleidsambities zijn om de parkeerdruk in een gebied naar beneden te brengen of juist een hogere parkeerdruk toe te staan kan bij een vergunninggebied een aftrek of een plus op de percentage worden toegepast.

 

Het totaal aantal vergunningen dat per parkeerplaats kan worden uitgegeven is hoger dan het aantal parkeerplaatsen in een vergunninggebied. De redenatie hiervan is dat bewoners, bedrijfsvoertuigen, werknemers en andere parkeerders op verschillende momenten aanwezig zijn en er een dubbelgebruik van de parkeerplaatsen plaats vindt.

 

Artikel 6.

Alleen voor aanvragen om bewonersparkeervergunningen, bedrijfsparkeervergunningen en werknemersparkeervergunningen geldt per vergunninggebied een vergunningenplafond. Aanvragen voor overige vergunningssoorten vallen niet onder een vergunningenplafond.

 

Artikelen 7 en 8

Deze artikelen behoeven geen toelichting.

Naar boven