Gemeenteblad van Staphorst
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Staphorst | Gemeenteblad 2025, 551151 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Staphorst | Gemeenteblad 2025, 551151 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Burgemeester en wethouders van de Gemeente Staphorst, gelezen de tekstinhoud van ”Omgevingsvisie gemeente Staphorst” 2.0 en de daartoe behorende bijlagen,
Overwegende dat:
Op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking is getreden.
Op 1 januari 2027 de gemeente verplicht is om een gebiedsdekkende omgevingsvisie te hebben gepubliceerd in het omgevingsloket.
gelet op de artikelen 16.23 en 16.26 van de Omgevingswet, artikel 10.7 van het Omgevingsbesluit en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht;
besluiten;
In te stemmen met de ontwerp-"Omgevingsvisie gemeente Staphorst" 2.0, zoals weergegeven in Bijlage A en deze vrij te geven voor ter inzagelegging.
De ontwerp‑Omgevingsvisie gedurende zes weken, van 17 december 2025 tot en met 28 januari 2026 ter inzage te leggen, om eenieder in de gelegenheid te stellen om een zienswijze in te dienen.
Aldus vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de Gemeente Staphorst, 9 december 2025
Burgemeester en wethouders van Staphorst,
De secretaris, De burgemeester
De Omgevingswet verplicht elke gemeente om een omgevingsvisie te hebben. Zo’n visie bevat plannen en beleid voor het gebruik, beheer, behoud en de ontwikkeling van de leefomgeving.
Staphorst wil gericht werken aan een goede leefomgeving. Daarom maken we in deze visie duidelijk wat we willen behouden en beschermen, en welke ambities we hebben. Ook laten we zien hoe we keuzes maken bij nieuwe ontwikkelingen.
In de omgevingsvisie staan onze kernkwaliteiten en ambities voor onze leefomgeving, voor nu en richting 2050. We beschrijven de ruimtelijke kenmerken van Staphorst en onze doelen voor wonen, werken, landschap, natuur, energie, klimaat, gezondheid en verkeer. Ook geven we aan wat deze ambities betekenen voor de verschillende gebieden in de gemeente en welke ontwikkelingen we wel of niet wenselijk vinden. De omgevingsvisie helpt inwoners en bedrijven om plannen te maken en ideeën te vormen voor nieuwe initiatieven. Verder gebruikt de gemeente de visie als hulpmiddel bij het uitvoeren van haar werk.
Voor de gemeente is de omgevingsvisie het startpunt bij het uitvoeren van taken en het beoordelen van plannen. De visie staat niet op zichzelf: de ambities worden uitgewerkt in omgevingsprogramma’s en daarna vertaald in regels in het omgevingsplan (zie hoofdstuk 2). Vervolgens bekijken we elk jaar hoe we ervoor staan. Dit kan dan aanleiding zijn om delen van de visie aan te passen. De jaarlijkse aanpassing betekent niet dat we elk jaar een nieuwe visie opstellen. We passen alleen specifieke zinnen of alinea’s aan. Bijvoorbeeld omdat er ambities bij zijn gekomen of omdat ambities niet meer relevant zijn. De visie bevat veel ambities voor de leefomgeving. We willen veel, maar kunnen niet alles. In de visie bepalen we daarom zoveel mogelijk wat het belangrijkst is en hoe we aan de ambities gaan werken. In omgevingsprogramma’s stellen we maatregelen op hoe we onze ambities willen bereiken.
De omgevingsvisie is opgebouwd uit verschillende ‘ingrediënten’. We zijn gestart met de omgevingsvisie 1.0 uit 2018 als basis. Daarna hebben we al het beleid voor de fysieke leefomgeving bekeken. Dit is beleid dat de afgelopen jaren gemaakt is met inbreng van onder anderen inwoners en verdiepende onderzoeken. Ook is een ruimtelijke analyse gemaakt van de leefomgeving van Staphorst (zie 3. Bijlage leefomgevingsfoto Staphorst). Deze analyse laat zien waar de belangrijkste uitdagingen liggen. Bijna 1200 inwoners hebben vervolgens een vragenformulier ingevuld. Hierop konden zij aangeven wat zij belangrijk vinden bij de ontwikkeling van gemeente Staphorst. Alle ‘ingrediënten’ hebben we gecombineerd. Dit combineren gaf veel informatie en tekst. Dat hebben we zoveel mogelijk teruggebracht tot de essentie. Met als resultaat deze voorliggende omgevingsvisie, versie 2.0.
Vinden van de juiste balans
In 2025 is het grootste spanningsveld in de gemeente Staphorst, op het vlak van de fysieke leefomgeving, de tegenstelling tussen behoud en ontwikkeling. Willen we onze leefomgeving zoveel mogelijk behouden zoals deze nu is? En wat willen we dan specifiek behouden? Of willen we zoveel mogelijk ruimte bieden aan ontwikkeling, voor bijvoorbeeld wonen en werken? Op basis van de 1200 ingevulde vragenlijsten en de opgestelde milieueffect beoordeling hebben we gekozen om uit te gaan van balans. Dat betekent dat we dicht bij onze kernkwaliteiten blijven; (agrarisch) landschappelijke waarden, dorps karakter en ondernemersgeest en van daaruit kiezen voor passende groei.
Met de omgevingsvisie 2.0 zijn we nu van start. In 2026 gaan we kijken naar botsende ambities en belangen, de visie verder concretiseren (omgevingsvisie 2.1) en waar nodig aanvullen.
Omgevingsvisie versie 2.0 (concept)
Deze omgevingsvisie 2.0 is de eerste omgevingsvisie van de gemeente Staphorst onder de Omgevingswet. Het is de basisversie, het startpunt voor wat betreft het werken met de omgevingsbeleidscyclus in de gemeente Staphorst.
Schrijfvorm en tijdshorizon
Deze omgevingsvisie is geschreven in de ‘we’ vorm. Hiermee wordt gedoeld op de gemeente Staphorst.
In deze omgevingsvisie staan ambities geformuleerd voor nu tot in ieder geval 2050.
Hoofdstukken
Hoofdstuk 2 Uitwerking en doorwerking van de omgevingsvisie
Hoofdstuk 2 gaat in op de uitwerking en uitvoering van deze omgevingsvisie. Onder andere hoe de omgevingsvisie doorwerkt in overige ruimtelijke planinstrumenten en de omgevingsbeleidscyclus, hoe de gemeente wil samenwerken en hoe er om wordt gegaan met het kostenverhaal. We zien deze visie 2.0. als een startpunt om volgens deze manier te werken. Daarom beginnen we de visie bewust met dit hoofdstuk.
Hoofdstuk 3 Beschrijving van kernkwaliteiten
In hoofdstuk 3 staat de beschrijving van wat Staphorst nu bijzonder maakt. We benoemen welke waarden we willen behouden en beschermen. Oftewel, wil je aan de slag binnen de gemeente met een initiatief of een project, dan is dit hoofdstuk de inspiratie voor wat we met elkaar willen behouden en waar we op voort willen bouwen.
Hoofdstuk 4 Sturende principes voor ons gezamenlijke handelen
In hoofdstuk 4 staat de beschrijving van de sturende principes die de gemeente hanteert bij het maken van keuzes bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Deze principes voor de fysieke leefomgeving vormen een handelingswijze voor de gemeente. Ze dienen ook als leidraad voor wat de gemeente verwacht van initiatiefnemers en de samenleving. Dus deze principes gelden voor iedereen.
Hoofdstuk 5 Ambities voor de fysieke leefomgeving
In hoofdstuk 5 staan alle (ruimtelijke) ambities van gemeente Staphorst. De ambities geven aan waar we als gemeente naartoe willen ontwikkelen. Ook vormen deze ambities input voor nieuwe initiatieven en projecten in de gemeente.
Hoofdstuk 6 Gebiedsgerichte doorkijk en visiekaart
In hoofdstuk 6 is een gebiedsgerichte doorkijk beschreven en zijn de ambities op een visiekaart verbeeld.
Met de Omgevingswet verandert de rol van gemeenten. Ze krijgen meer taken en verantwoordelijkheden. Het gaat niet meer alleen om vergunningen of regels maken. Het gaat om een brede kijk op de leefomgeving, waarin gezondheid, duurzaamheid, economie, veiligheid en leefbaarheid samenkomen.
Een sturingsfilosofie helpt gemeenten om duidelijke keuzes te maken en steeds op dezelfde manier te handelen. Het is een kompas dat gemeenten helpt om koers te houden in een omgeving met veel belangen, en tegelijk open te blijven voor goede ideeën uit de samenleving.
De beleidscyclus kort samengevat
De omgevingsvisie is onderdeel van de Omgevingswet en maakt deel uit van een cyclisch proces: plannen, doen, controleren en bijsturen (de PDCA-cyclus). In Staphorst noemen we dit het beleidshuis. Zo stemmen we het werken aan de leefomgeving af op de planning- en controlcyclus (P&C). We werken doel,- en opgavegericht. Een vraagstuk – zoals woningbouw – loopt door de hele cyclus:
In de omgevingsvisie staat de ambities (overkoepelend en lange termijn) en doelen (concreet en specifiek).
In een omgevingsprogramma staan de doelen en maatregelen.
In het omgevingsplan worden deze juridisch vastgelegd.
Door op deze manier te werken ontstaat geen los beleid meer, maar één samenhangend geheel.
Visie en strategie
We bepalen leidende principes en ambities voor de fysieke leefomgeving. De raad neemt deze op in de omgevingsvisie.
Concretisering
Het college werkt de ambities uit in omgevingsprogramma’s met concrete doelen, acties en budgetten. Deze koppelen we aan de meerjarenplanning en begroting. Waar nodig worden regels vastgelegd in het omgevingsplan.
Uitvoering
We voeren beleid uit via projecten, vergunningverlening, beheer en realisatie in de fysieke leefomgeving. Zo brengen we de ambities stap voor stap in praktijk.
VTH, monitoring en evaluatie
In de laatste stap van onze beleidscyclus controleren en beoordelen we wat onze inspanningen opleveren voor de leefomgeving. Enerzijds doen we dit via toezicht en handhaving, zodat we weten of de regels en vergunningen bijdragen aan onze doelen. Anderzijds volgen de voortgang van maatregelen en projecten uit de omgevingsprogramma’s en leggen hierover verantwoording af in de jaarstukken (P&C-cyclus). Met de Leefomgevingsfoto bekijken we de staat van de leefomgeving en wat onze acties hebben bereikt. Op basis van de resultaten passen we zo nodig de omgevingsvisie en programma’s aan. We betrekken de afdelingen VTH en beheer vroegtijdig bij de uitwerking van omgevingsprogramma’s.
In 2032 sluiten onze omgevingsvisie, programma’s, plannen, vergunningen, toezicht, handhaving en evaluatie volledig op elkaar aan. Ook vormen het fysieke domein, sociale domein en bestuurlijke ondersteuning samen één integrale beleidscyclus.
Beleidsparticipatie hoort bij deze cyclus. We werken doelgericht, volgen de voortgang en passen onze visie en plannen aan als dat nodig is. Alles wat we doen, moet bijdragen aan onze doelen – anders doen we het niet.
Waar staan we nu?
We hebben een beleidscyclus voor het fysieke domein gemaakt. Die hadden we eerder nog niet.
We hebben een sturingsfilosofie opgesteld.
De beleidscyclus is qua planning afgestemd op de P&C-cyclus, maar nog niet helemaal geïntegreerd. Dit komt o.a. omdat de begrotingsprogramma’s nog niet hetzelfde zijn als de omgevingsprogramma’s.
We hebben een intaketafel en een beleidstafel ingericht. Daarmee koppelen we initiatieven van inwoners en bedrijven aan het bijwerken van onze visie, programma’s en plannen.

Uit de beleidsbubbel komen
In 2026 organiseren we dat uitvoering, toezicht en handhaving een vaste plek aan de beleidstafel, en bij de uitwerking van programma’s hebben. We laten beleidstoetsen uitvoeren door mensen buiten de beleidswereld, bijvoorbeeld door expertteams in te richten. Ook volgen beleidsmedewerkers trainingen.
Transitiepad
We kunnen niet in één jaar overstappen van de huidige manier van werken (met apart beleid per sector) naar het nieuwe werken volgens de Omgevingswet. Dat vraagt om een geleidelijke overgang: een transitie. Hieronder staat hoe die overgang eruitziet:
2026
Vanaf 2026 beginnen we met het maken van omgevingsprogramma’s. Dit is nieuw voor ons, dus we starten stap voor stap. We beginnen met de twee verplichte programma’s (volkshuisvesting en warme) en eventueel een paar extra. Dat betekent:
In 2026 werken we nog niet alle ambities uit in een omgevingsprogramma.
We meten en beoordelen (monitoren en evalueren) alleen de ambities/doelen die al in een omgevingsprogramma staan.
We gaan binnen dit beleid pas met ambities/doelen aan de slag als het doel voldoende concreet is (te monitoren valt) en maatregelen beschikbaar zijn gesteld (geld en uren).
Een groot deel van het oude sectorale beleid blijft nog bestaan, omdat het nog niet is omgezet naar een omgevingsprogramma.
Als bestaand beleidskader moet worden aangepast, worden bouwstenen voor het beleid gemaakt, waarbij het strategische gedeelte van het beleid wordt opgenomen in de omgevingsvisie en de doorwerking en maatregelen als zelfstandig element in de bouwsteen worden geformuleerd.

2032
In 2032 hebben we geen sectoraal beleid meer. We werken dan met één omgevingsvisie. Alle ambities uit die visie zijn dan uitgewerkt in omgevingsprogramma’s. Doordat we regelmatig meten en evalueren – en ook kritisch zijn op onze rol -, zien we wat goed werkt en wat niet. We verwachten daarom dat we tegen 2032 minder ambities overhouden — omdat we ons dan vooral richten op wat echt haalbaar en effectief is.

Het pad om van nu naar in 2032 te komen met uitsluitend een visie en programma’s als beleidskader, werken we in komende actualisaties van de omgevingsvisie nader uit.
We sturen op drie manieren aan het werken in de fysieke leefomgeving: Op inhoud, met de instrumenten van de omgevingswet en op proces.
We hanteren leidende principes
We werken volgens de leidende principes uit hoofdstuk 4 van deze omgevingsvisie. Daarbij geldt dat bij de ontwikkeling van beleid, maar ook door een initiatiefnemer (zijn professional) bij de uitwerking van een initiatief wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met deze leidende principes. Met tenminste aandacht voor:
"Pas toe of leg uit" - vol de regels, of motiveer waarom niet;
"High trust, high penalty" - we vertrouwen elkaar, maar bij misbruik volgen gepaste maatregelen.
Bij de uitwerking van programma’s denken we bewust na over onze rol
Bij nieuwe plannen denken we bewust na over onze rol als gemeente. We stellen twee vragen:
1. Hebben wij een rol?
We geven inwoners en initiatiefnemers zoveel mogelijk vertrouwen en verantwoordelijkheid. De gemeente neemt alleen een rol waar dat echt nodig is.
2. Welke rol nemen we in?
De gemeente kan verschillende rollen hebben, afhankelijk van het onderwerp en de betrokken partijen. Deze rolkeuze leggen we vast in de omgevingsprogramma’s en volgen we bij de monitoring en evaluatie.
Hiervoor gebruiken we het onderstaande denkkader als hulpmiddel.

Per deelgebied geven we aan wat de prioriteiten zijn.
Zie hoofdstuk 5 van deze omgevingsvisie.
Het college komt elk jaar met een voorstel over de prioritering van ambities.
De gemeentelijke organisatie kan niet alles tegelijk uitvoeren. Dus moeten we keuzes maken in wat het belangrijkst is. In onderstaand impactkwadrant wordt daarin prioriteit gesteld. Het college actualiseert minimaal één keer per jaar een impactkwadrant en legt deze ter opiniërende bespreking voor aan de raad.
Het kwadrant helpt ons om te bepalen wat eerst moet gebeuren:
Belangrijk én urgent: direct uitvoeren, hoogste prioriteit. Organisatie heeft hiervoor middelen en geld
Belangrijk maar niet urgent (er gaat niets verkeerd als we er niet direct iets mee doen): goed over nadenken en plannen. Dit moet gezien worden als een schaduwlijst. Is er capaciteit beschikbaar en of kan het beleidsonderwerp meegenomen in bestaand te ontwikkelen beleid, dan komen deze thema’s daarvoor in aanmerking.
Niet belangrijk maar urgent: ontwikkelen die buiten de organisatie worden geïnitieerd, maar intern niet belangrijk worden gevonden.
Niet belangrijk en niet urgent: Voor nu op de lijst, maar straks uit de visie en komt niet meer voor in het kwadrant.

1. Leefomgevingsfoto: laat de huidige kwaliteit en kenmerken van een gebied zien en vormt de basis voor nieuw beleid.
2. Omgevingsvisie: beschrijft de (lange termijn) ambities en doelen voor de fysieke leefomgeving, zoals wonen, mobiliteit en duurzaamheid.
3. Omgevingsprogramma: werkt de visie uit in concrete doelen en maatregelen. Dit kan per thema of gebied verschillen.
4. Omgevingsplan: Eén omgevingsplan voor het gehele grondgebied van de gemeente in plaats van honderden bestemmingsplannen. Hierin staan de regels voor wat wel en niet mag binnen de fysieke leefomgeving van de gemeente.
5. Ruimtecoach: geeft met betrekking tot kleinere initiatieven uitleg over het proces (EPOS) en met welk beleid rekening dient te worden gehouden in de uitwerking. Doet geen uitspraken over de wenselijk- of haalbaarheid
6. Omgevingstafel: geeft met betrekking tot grotere initiatieven duiding over met welk beleid rekening dient te worden gehouden in de uitvoering. Deze tafel doet geen uitspraken over wenselijk- of haalbaarheid, maar benoemt de betrokken beleidsvelden.
7. Intaketafel: beoordeelt of een ruimtelijk initiatief wenselijk is.
8. Beleidstafel:
a. Verkent of een niet-wenselijk initiatief wenselijk gemaakt kan worden
b. Beoordeelt of visie en/of programma moeten worden aangepast aan trends en ontwikkelingen
c. Concretiseert de doelen die worden genoemd in de visie
9. Omgevingskamer: bekijkt of een wenselijk initiatief haalbaar is (voldoet aan bestaand (normen) kaders en gewenste kwaliteit genoemd in visie en/of programma’s (en tot 2032 sectoraal beleid).
10. Programma grond(prijs)beleid en kostenverhaal: regelt dat kosten en opbrengsten eerlijk worden verdeeld. Om een evenwichtig kostenverhaal te krijgen geeft het beleid aan welke rol de gemeente aanneemt op basis van ambitie, prioriteit, maatschappelijke waarde, financieel rendement, eigendomspositie en risico's.
11. Reflectiemomenten: collega’s bespreken dilemma’s, rollen en keuzes om van elkaar te leren.
Politiek-bestuurlijk proces
Omgevingsvisie actualiseren: De gemeenteraad besluit jaarlijks bij de kadernota op welke thema’s / opgaven / ambities de omgevingsvisie moet worden aangepast.
Omgevingsprogramma’s actualiseren: Het college past de programma’s aan als dat nodig is
Omgevingsplan actualiseren: De raad stelt juridische maatregelen vast of wijzigt deze als gevolg van doorwerking van beleid.
Monitoring en evaluatie: De manager fysieke leefomgeving laat de voortgang van de omgevingsprogramma’s twee keer per jaar beoordelen. De resultaten gaan in januari en september naar het college, waarna deze kunnen leiden tot aanpassing van de kadernota en begroting door de raad.
Initiatieven uit de samenleving
Veel plannen komen van inwoners zelf. Het Omgevingsloket toets of de plannen passen binnen het omgevingsplan (tot 2032 zijn dit ook de nog geldende bestemmingsplannen).
Initiatieven die passen binnen het omgevingsplan en initiatieven die op basis van de Beleidsnota omgevingsplanactiviteiten naar de kleine Omgevingskamer gaan worden door VVTH afgedaan.
Als een initiatief niet past binnen het omgevingsplan dan wordt deze voorgelegd aan de intaketafel.
De intaketafel toetst of het initiatief past binnen het beleid.
Als een initiatief past binnen het beleid dan wordt de haalbaarheid getoetst in de Omgevingskamer.
Past het plan niet in het beleid, dan gaat het naar de beleidstafel. Daar bekijken we of het wenselijk gemaakt kan worden. De vraag is dan: willen we dit soort plannen op meer plekken in de gemeente toestaan, en onder welke voorwaarden? Kortom, er volgt een integrale toets of het beleid aangepast moet worden in plaats van op casusniveau. Grondhouding van de beleidstafel is ja, tenzij.
Als het initiatief past binnen de omgevingsvisie, maar niet in het programma, kan het college het beleid aanpassen.
Als het niet past binnen de visie, adviseert de beleidstafel het college om de raad te vragen een aanpassing te overwegen. Bij een positief standpunt van het college wordt het opiniërend aan de raad voorgelegd. Een negatief standpunt van het college wordt via een consultatie aan de raad voorgelegd. De raad heeft dan zelf de kans het alsnog opiniërend te agenderen.
Er worden met initiatiefnemer afspraken gemaakt over voorwaarden, risico’s en haalbaarheid voordat het initiatief verder kan. Dit kan per initiatief verschillen. Enkele initiatieven kunnen wellicht al verder richting haalbaarheid (omgevingskamer) voorafgaand aan de beleidswijziging. Anderen wordt besloten dat gewacht wordt op de beleidsinhoudelijke bespreking in de gemeenteraad.
Particuliere woningbouwplannen die zich beroepen op het volkshuisvestingsprogramma of de stedenbouwkundige doorvertaling, zien we als een ‘projectinitiatief van derden’. Bij dit soort initiatieven beoordeelt de intaketafel, eventueel in overleg met de programmamanager, of dit het geval is
Als dit het geval is dan is de EPOS-route niet van toepassing. Het initiatief wordt dan vanuit het programma beoordeelt en opgepakt (ook in fasering).
Als het toch een EPOS-initiatief is, dan volgt de route hierboven via intaketafel naar de omgevingskamer dan wel de beleidstafel.
Het interne werkproces binnen de afdeling fysieke leefomgeving
Sturing en prioriteit. De visie en programma’s zijn duidelijk, zodat iedereen weet welke taken belangrijk zijn en in welke volgorde.
Feedback en leren. Monitoring en evaluatie doen we bewust om te leren en te verbeteren. We houden elk kwartaal een reflectiemoment.
Voorspelbaarheid. Het jaarlijkse werk is goed te plannen. Belangrijke momenten zijn:
Rol van beleidsmedewerkers:
Het participatieproces bij actualisatie van de omgevingsvisie
We willen inwoners, organisaties en partners bij zowel bij ‘losse’ plannen betrekken, én structureel en op vaste momenten. Zij denken mee over aanpassingen van de omgevingsvisie, programma’s en plannen, én over monitoring en evaluatie. Zo wordt participatie voorspelbaar en duidelijk voor iedereen. De participatiecyclus is er nog niet, maar we werken hier in het komende jaar aan binnen de visie op dienstverlening.
Omgevingsvisie
We passen de omgevingsvisie één keer per jaar aan. In de kadernota geven we aan welke onderwerpen we willen veranderen. Alleen bij dringende zaken maken we een uitzondering. In een versienotitie zetten we kort welke onderdelen zijn veranderd, waarom dit is gedaan en of mensen hebben kunnen meedenken. We kijken ook of de aanpassingen invloed hebben op andere beleidsstukken.
Omgevingsprogramma’s
De omgevingsprogramma’s maken de omgevingsvisie concreet. Ze zetten de doelen, maatregelen en het geld op een rij. Voor alle programma's is het betrekken van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het programma verplicht.
Omgevingsplan
Om doelen te bereiken zijn soms juridische maatregelen nodig. Deze zijn of worden opgenomen in het omgevingsplan. Wijziging in de doelen kunnen in de doorwerking leiden tot wijziging van het omgevingsplan. Elke juridische maatregel heeft zijn grondslag in het beleidskader (visie of programma)
Leefomgevingsfoto (LOF)
De LOF passen we meteen aan zodra dat nodig is. Dit doen we als er iets verandert in trends en ontwikkelingen, in het beleid van andere overheden of in de feitelijke situatie. Alle veranderingen zetten we in het versiebeheer. Bij een nieuwe visie of een nieuw programma voegen we automatisch de nieuwste versie van de LOF toe.
Milieueffectbeschouwing (MEB)
Volgens ons moet het milieubelang altijd worden meegenomen bij een ruimtelijk besluit. Als er een aanvulling op de MEB nodig is, doen we dat bij het eerstvolgende besluit over de visie of een programma. Ook deze veranderingen zetten we in een versienotitie.
Waarop monitoren en evalueren we?
De programmaleiders volgen twee keer per jaar de voortgang van de omgevingsprogramma’s. De resultaten worden in januari en september met de raad gedeeld. Zo kunnen we tijdig aanpassingen doen in de kadernota en begroting.
Hoe doen we dit?
Drie vaste onderdelen:
Maatregelen en indicatoren. Aan elke ambitie of doel koppelen we maatregelen en meetpunten. Zo volgen we de voortgang in de kadernota en begroting.
Staat van de leefomgeving. Elk jaar bekijken we de leefomgevingsfoto om nieuwe trends en ontwikkelingen te zien. Sowieso wordt de leefomgevingsfoto direct aangepast als er een verandering optreedt in trends & ontwikkelingen, beleid van hogere overheden of feitelijke wijzigingen in de situatie.
Kwalitatief en kwantitatief. Sommige doelen meten we in cijfers, andere beoordelen we op kwaliteit.
Onvoorziene ontwikkelingen. We houden rekening met nieuw beleid, regels of trends van andere overheden. Ook dit nemen we jaarlijks mee in de evaluatie, met de leefomgevingsfoto als hulpmiddel.
De raad bepaalt de lange termijn en de kaders voor het beleid. Het college zorgt voor de uitvoering.
De raad
Stelt de omgevingsvisie en het omgevingsplan vast, of draagt deze bevoegdheid in bepaalde gevallen over aan het college.
Geeft kaders en aandachtspunten mee voor de omgevingsprogramma’s.
Bepaalt bij welke onderwerpen zij altijd betrokken wil zijn.
Gaat over het budget.
Het college
We maakten vroeger voor elk onderwerp apart beleid. In dat beleid stonden vaak zowel grote doelen (strategisch), middellange-termijndoelen (tactisch) als praktische acties (operationeel) door elkaar. Dat gaan we niet meer zo doen. De Omgevingswet werkt met één omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s en één omgevingsplan. Ons omgevingsplan is nog niet klaar. Ook lukt het niet om in 2026 al het nieuwe beleid in omgevingsprogramma’s te zetten. Maar we hebben wel al beloofd om nieuw beleid te maken, zoals voor open plekken, spelen en evenementen. Hoe doen we dat dan? Daarover spreken we het volgende af.
Bouwsteen voor het omgevingsbeleid
Een nieuw beleidsstuk noemen we geen beleidsstuk meer. Het wordt een bouwsteen voor het omgevingsbeleid over onderwerp XYZ.
In de bouwsteen geven we duidelijk aan welke tekst op welk instrument van toepassing is
We maken geen gewone beleidsstukken meer. In plaats daarvan maken we een bouwsteen voor het omgevingsbeleid over onderwerp XYZ. In deze bouwsteen staat duidelijk welke tekst bij welk onderdeel van de Omgevingswet hoort:
1. Wat willen we beschermen of ontwikkelen? Welk maatschappelijk effect willen we bereiken? Dit hoort bij de omgevingsvisie. We beschrijven het kort en helder, bij voorkeur SMART.
2. Hoe gaan we dit effect bereiken? Welke middelen zetten we in, en wanneer? Dit hoort bij een omgevingsprogramma. Het is niet de bedoeling om voor elk onderwerp een apart programma te maken. In plaats daarvan combineren we opgaven en ambities in gebiedsgerichte of sectorale programma's.
3. Welke regels zijn nodig? Welke regels moeten we aanpassen, toevoegen of schrappen om het gewenste effect te bereiken? Dit hoort in het omgevingsplan.
4. Hoe monitoren we? Wie kijkt of we het gewenste effect bereiken, en hoe gebeurt dat?
5. Wat is nodig voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH)? En wat is nodig voor de uitvoering?
Bestuurlijk proces
Vroeger legden we sectorale beleidsstukken voor aan de gemeenteraad. Onder de Omgevingswet gaat dit anders. De raad besluit over de omgevingsvisie. Het college besluit over de omgevingsprogramma’s. Als de omgevingsvisie eenmaal is vastgesteld en we werken volgens de Omgevingswet, dan krijgt de raad geen losse beleidsstukken meer.
Omdat we nu nog in een overgangsfase zitten, stellen we het volgende voor:
1. We maken geen sectorale beleidsstukken meer, maar een bouwsteen voor het omgevingsbeleid. In deze bouwsteen staat hoe we de instrumenten van de Omgevingswet gebruiken om de opgave te realiseren.
2. Het college stelt de bouwsteen in concept vast (voorgenomen besluit tot vaststelling bouwsteen).
3. Als in de bouwsteen is opgenomen dat de visie of het omgevingsplan aangepast moeten worden, dan vragen we de raad om wensen en bedenkingen mee te geven (opiniërend).
4. Het college verwerkt de wensen en bedenkingen van de raad en stelt de definitieve bouwsteen vast.
5. Vanuit het cyclische proces wordt de bouwsteen verwerkt in de omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. Als we de visie en het plan later actualiseren, komen de onderdelen over de gewenste maatschappelijke effecten (visie) en regels (plan) weer ter besluitvorming terug naar de raad.
Met ons grondbeleid ondersteunen we het behalen van onze maatschappelijke doelen en ambities, zoals bijvoorbeeld de realisatie van woningbouw, bedrijven, voorzieningen, wegen en waterberging. We maken altijd een afweging tussen de bijdrage aan de maatschappelijke opgave, prioritering, maatschappelijke waarde, financieel rendement en risico's. Per ontwikkeling kiezen we de aanpak:
Actief of proactief als het plan bijdraagt aan onze doelen en prioriteit heeft;
Passief als het plan niet bijdraagt en / of geen prioriteit heeft.
Leidend principe
Met grondbeleid willen we risico’s beheersen en duidelijk sturen. We hanteren de volgende uitgangspunten:
Ruimtelijke ontwikkelingen dragen bij aan onze ambities en doelen.
Bij de keuze voor projecten streven we naar een mix die elkaar versterkt, zodat we de gemeentelijke doelstellingen kunnen realiseren
We werken programmatisch: elk project hoort bij een opgave.
Van elke ontwikkeling maken we de maatschappelijke waarde en het financieel rendement inzichtelijk.
Kosten en opbrengsten worden evenwichtig verdeeld tussen gemeente, eigenaren en ontwikkelaars.
Subsidies zijn ondersteunend, niet leidend.
Met marktconforme grondprijzen en kostenverhaal voorkomen wij ongeoorloofde staatssteun
Grondprijsbeleid
We gebruiken marktconforme en functionele grondprijzen, ongeacht wie de koper is. We volgen de markt goed en passen jaarlijks ons grondprijsbeleid aan. Winst is niet ons doel — ons grondprijsbeleid helpt bij het realiseren van maatschappelijke doelen.
Kostenverhaal en financiële bijdragen
We houden ons aan de regels van de Omgevingswet. Kosten worden evenwichtig verhaald op initiatiefnemers. Voor projecten in het Meerjarenprogramma Woningbouw 2030 streven we naar minimale kostenneutraliteit.
Staphorst is een levendige gemeente met een ondernemende gemeenschap. De inwoners zijn nuchtere mensen die gewend zijn de handen uit de mouwen te steken. “Met nijverheid en vlijt, bouwt men boerderijen als kastelen”. Deze Staphorster aard heeft gemaakt dat Staphorst is wat het nu is. Hoewel inwoners grote waarde hechten aan functionaliteit, waarderen ze de historie en traditie van Staphorst.
De kenmerken en karaktereigenschappen van Staphorst zijn belangrijk met het oog op de toekomst. De keuzes die we vandaag en morgen maken, bepalen namelijk deels de toekomst. De aspecten die we waarderen in onze fysieke leefomgeving willen we gezamenlijk beschermen en ontwikkelen, zodat we zorgen voor een mooie toekomst voor de huidige inwoners van gemeente Staphorst en de volgende generaties. Wat de toekomst ook brengt, één ding is wel zeker: we gaan niet voorbij aan ons landschappelijke en dorpse karakter.
In deze paragraaf leggen we uit wat de belangrijkste kwaliteiten zijn van elk landschapstype. Ook beschrijven we de ruimtelijke voorwaarden waarmee we bij toekomstige ontwikkelingen rekening houden.
Wie meer informatie wil, kijkt in de landschapsdocumenten van gemeente Staphorst (link).

Landschapstypen
Op basis van de geomorfologie, de ontginningsgeschiedenis, de huidige ruimtelijke samenhang en zichtbare kenmerken zijn in de gemeente Staphorst vijf deelgebieden te onderscheiden:
De indeling van het landschap wordt bepaald door verschillende elementen. Het gaat om hoe de gebouwen bij elkaar staan, het soort beplanting, de manier waarop het land is verdeeld, het gebruik van de grond, de grootte en grenzen van de ruimte, hoogteverschillen, en het patroon van wegen en sloten. De structuur van het landschap van nu heeft nog steeds veel te maken met hoe het gebied is ontstaan.
In 2011 is een landschapsvisie voor het gehele grondgebied van de gemeente opgesteld. Deze visie gebruiken we nog steeds als leidraad bij nieuwe ontwikkelingen. Dat geldt ook voor de kaart hieronder. In de bijlagen staat een grotere versie van de kaart met goed leesbare teksten.

Houtsingellandschap De Streek (Staphorst en Rouveen)
Het houtsingelgebied bestaat uit elzensingels, sloten, graslanden, wegen met bomen en erven met beplanting. De percelen hebben vaak kenmerkende knikken in de verkaveling. Naast de singels liggen ook erven met erfbeplanting en kleine bosjes (geriefbosjes), zoals langs de Heidehoogteweg.
Kwaliteiten die we willen behouden
Bij ruimtelijke ontwikkelingen houden we rekening met de verschillen tussen beide gebieden (Rouveen en Staphorst) qua maat en schaal van het landschap, structuur van de landschapselementen en soorten.
Het streefbeeld voor het houtsingelgebied Staphorst bestaat uit drie zones:
Zone 1 (huiskavel/ 1e zandweg): behoud van de schaal en dichtheid landschapselementen (erfgrensbeplanting) grenzend aan de Streek.
Zone 2 (tot Klaas Kloosterweg): grotere maat, enkele singels met soorten els en eik, en bosjes.
Zone 3 (tot overgang naar slagenlandschap): nog grotere maat (ten opzichte van zone 2) met alleen enkele elzenrijen.
Laagveengebied en Olde Maten
Het laagveengebied herken je aan de sloten en weteringen, de geknikte verkaveling en de open ruimte met weilanden voor veeteelt en akkerbouw. In het gebied liggen ook bijzondere landschapselementen, zoals eendenkooien, kerkheuvels en grote natuurgebieden. Daarnaast leven er veel ganzen en weidevogels, die dit landschap graag gebruiken.
Kwaliteiten die we willen behouden
Behoud en versterking van het open en weidse landschap.
De Klaas Kloosterweg, de Afschuttingweg, de Rechterensweg en de Buiten Middenweg vormen de hoofdstructuren van het gebied.
De oost-west georiënteerde lijnen zoals de Stadsweg en Conradsweg vormen de secundaire structuur met eenzijdige, gefragmenteerde wegbeplanting.
De eendenkooien en pest- en geriefhoutbosjes als groenelementen.
Kwaliteiten die we willen behouden specifiek Olde Maten
In de Olde Maten zijn drie verschillende gebieden te herkennen, elk met eeneigen landschapstype. Vanuit het landschap bekeken is het belangrijk om dezeafwisseling zoveel mogelijk te behouden (zie Figuur 2-2).
Noordelijk deel (1): halfopen landschap met kamers en lange lijnen.
Middendeel (2): afwisseling tussen besloten en open met bosjes, singels en petgaten en legakkers.
Oostelijk deel (Veerslootlanden) en zuidelijk deel (omgeving veldschuur) (3): open gebied met grasland en sloten.
De karakteristiek van het slagenlandschap, de west - oost opstrekkende verkaveling.
Dekzandgebied - Jonge ontginningslandschap
Het dekzandgebied heeft een afwisselend landschap met jonge ontginningen. Er zijn een paar bijzondere deelgebieden, zoals: de randen van de kern Staphorst, de Leijen (I), de bosrand met eikenrijen bij de Beugelerveldweg (II) en het kleinschalige gebied Puntlanden / Hulstlanden (III) (zie Figuur 2-2). Het gebied bestaat uit jonge ontginningen van vroegere hoogveengebieden. Langs de wegen staat lintbebouwing met grote erven en veel groen. Door dewegbeplanting ontstaan grote, groene kamers (weilanden) in het landschap.
Kwaliteiten die we willen behouden
De kavelstructuur - de ‘waaier’ waarvan alle lijnen uitkomen in de puntlanden. Het gaat het hierbij vooral om wegbeplanting en perceelgrensbeplanting en erfbeplanting.
De verkaveling als landschappelijk kader.
De kleinschaligheid in de gebieden de Leijen en Puntlanden / Hulstlanden, door wegbeplanting, perceelgrensbeplanting en erfbeplanting.
Eikenrijen op perceelgrenzen tussen de Beugelerveldweg en de bosrand van het Staphorsterbos.
Heldere en groene overgang van het landschap naar het dorp.
Weilanden voor landbouw en veeteelt.
Oeverlanden Meppelerdiep
De oeverlanden liggen hoger dan de omgeving en het gebied is omgeven door dijken (alleen de dijk langs het Meppelerdiep heeft een waterkerende functie). Het gebied heeft een geïsoleerde ligging en wordt in het noorden doorsneden door de Hoogeveense Vaart. Daarnaast heeft er een karakteristieke oude bewoning plaatsgevonden op het rivierduin Hamingen en de huisterp Olde Staphorst.
Kwaliteiten die we willen behouden
Het (open) cultuurlijke / (besloten) natuurlijke karakter en natuurontwikkeling (meander Meppelerdiep).
De historische Stouwdijk.
Het bebouwingscluster Hamingen met de ligging op een rivierduin.
Beekdallandschap Reest
De bovenloop van de Reest wordt gekenmerkt door open heideontginningen. De middenloop bestaat vooral uit oude ontginningen met de meer verspreide erven en voornamere boerenhoeven. De benedenloop bestaat vooral uit beekdalgronden met veel bosbeplanting en landgoederen. Het beekdal is nog steeds een kleinschalig landschap met een grillig kavelpatroon.
Kenmerken die we willen behouden
Het kleinschalige en afwisselende natuur- en cultuurlandschap.
Graslanden, waardevolle essen, bosjes en perceelgrensbeplanting (oostelijke deel), solitaire bomen en erven met erfbeplanting aan de Lankhorsterweg / Heerenweg.
Het meanderen van de Reest en natuurlijke processen die daarmee samenhangen (dynamische oeverzones, unieke biodiversiteit, natte graslanden.
In deze paragraaf wordt ingegaan op de ruimtelijke kenmerken en waarden van de dorpen die we willen behouden. In de leefomgevingsfoto zijn de historische ontwikkeling en de karakteristieken van elke kern uitgelicht.
Algemene ruimtelijke kenmerken die we willen (behouden)
De volgende kenmerken willen we graag behouden:
Gevoel van een gegroeid dorp. Een dorp oogt organisch, spontaan en niet ontworpen. De bebouwing is gevarieerd en lijkt organisch gegroeid. Het is een mix van bebouwing en variërende lijnen en hoeken.
Ruimte en lucht. Een verkaveling met een lage bebouwingsdichtheid en/of open ruimten. Niet elke ruimte is volgebouwd. Er zijn nog doorzichten en soms is er nog een weide met boerderijdieren.
Verbinding met het landschap. Het omliggende landschap blijft zichtbaar en voelbaar, met open zichtlijnen en groen dat het dorp inloopt.
Groen dorpsbeeld. Groene elementen blijven zichtbaar en mogen natuurlijk en speels zijn, niet te strak gepland.
Eenvoudige, dorpse bouwstijl. Nieuwe gebouwen passen bij de omgeving en sluiten aan bij de traditionele stijl; bouwstijl, kleurstelling, detaillering of materiaalgebruik, met ruimte voor moderne invulling. Zie ook de nieuwe kwaliteiten.
Ruimtelijke kwaliteiten in woonsferen
Op basis van de ruimtelijke karakteristieken van de dorpen zijn er drie sferen bedacht. Deze sferen gelden als kader voor nieuwe grootschalige woningbouw ontwikkelingen.
De drie verschillende sferen zijn: compact dorps, wonen aan de dorpsrand en wonen in het landschap. Deze drie sferen hebben een eigen karakter, maar bieden wel ruimte aan dezelfde doelgroepen. De dichtheid en woonsfeer is verschillend, net als het samenspel tussen bebouwing en landschap.
Compact dorps
Een levendig, divers en gemeenschapsgericht gebied met een relatief hoge dichtheid met naast kleinere grondgebonden woningtypologieën ook kleine appartementencomplexen, winkels en voorzieningen. Alles in de korrel van het historische dorpshart, dus kleinschalig, gevarieerd en met historisch besef ontwikkeld. Er is volop plek voor activiteiten in de openbare ruimte waar mensen makkelijk met elkaar in contact komen en alles op loopafstand. Ideaal voor de nieuwe kleinere woningtypes en een mix van leeftijdsgroepen.
Wonen aan de dorpsrand
Een leefomgeving die een mix van landelijk- en dorpsleven combineert. De voorzieningen nog steeds op loop- of fietsafstand, maar niet direct naast de woning. Dit in combinatie met de iets lagere bebouwingsdichtheid met meer ruimte voor groen en water zorgt voor een rustige plek direct naast de landelijke omgeving. Naast grondgebonden woningtypologieën ook zeker geschikt voor appartementen met prachtig uitzicht en ruimte eromheen.
Wonen in het landschap
De unieke en kenmerkende landschappen van Staphorst bieden ook mogelijkheden voor wonen in lage dichtheid. Boerenerven of kleine enclaves binnen de bestaande landschapsstructuur bieden ruimte voor nieuwe woonvormen, bijvoorbeeld meerdere kleine woningen in een groot schuurvolume. De voorzieningen enigszins op afstand, maar midden in het landschap of de natuur. De woningtypologieën zijn agrarisch georiënteerd.
Woningtypologieën overal toepasbaar
Er zijn weinig beperkingen wat betreft inpassing van woningtypologieën, binnen alle drie de woonsferen zijn ze denkbaar. Bij elke nieuwe ontwikkeling is het de uitdaging om de juiste combinatie van woningtypes te bepalen en moet gekeken worden naar de ligging van het project, sociale en fysieke context, landschapstype, hoofdstructuren en hoe de types woningen op de juiste manier toegepast kunnen worden binnen de sfeer. Zo kunnen appartementen ingepast worden in een compact dorps gebied - mits rekening houdend met de directe omgeving.
De Streek, boerderijen en erfinrichting
De Streek, gevormd door de Oude Rijksweg en de Gemeenteweg, is de historische ruggengraat van Staphorst en Rouveen. In de volksmond ook wel De Diek genoemd, verwijst deze naam naar de oorspronkelijke functie als waterkering tegen het opgestuwde water van het Meppelerdiep, Zwarte Water en de Zuiderzee.
Sinds 1988 is De Streek aangewezen als rijksbeschermd dorpsgezicht. Langs deze lintbebouwing staan honderden karakteristieke Staphorster boerderijen, vaak gebouwd op smalle kavels die door eeuwenlange overerving steeds smaller werden. Hierdoor staan de boerderijen niet naast elkaar, maar achter elkaar en schuin, zodat de bewoners toch (deels) zicht hadden op de weg.
De boerderijen zijn ontstaan uit armoede en inventiviteit: als er geld was, werd er een stuk aangebouwd, wat leidde tot de karakteristieke “kamelenrug” in het dak. De Staphorster boerderij is een herkenbaar en markant bouwwerk. De langgerekte vorm, de positie op de kavel met de grote baanderdeuren aan de zijkant, de uit het midden geplaatste voordeur, het specifieke kleur-, nokrichting en materiaalgebruik maken van het meer voorkomende hallehuis-type een echte Staphorster boerderij. De tuinen kenmerken zich met heggen, hekwerken en boomgaarden. De boerderijen zijn sterk aan elkaar verwant, maar tegelijkertijd is er een grote variatie aan details. Bij nadere beschouwing vormen ze een hecht ensemble, waarbinnen elke boerderij wel iets unieks heeft.
Kenmerken die we willen behouden
De ‘Streek’ kent een frontbescherming waarbij het aanzicht wordt beschermd en daarachter ontwikkelingen plaatsvinden.
De ‘Streek’ van Staphorst als een uniek lintdorp met boerderijen die in rijen langs de weg zijn gebouwd, met het woonhuis vooraan, de stal daarachter en vervolgens het land of een volgende boerderij.
Het wonen en werken binnen het lint.
Het karakteristieke bebouwingspatroon van de agrarische erfindeling met een ‘voor- en achter’ (vaak in herhaling achter elkaar. Oftewel, dat een erf is ingericht, alsof het een agrarisch bedrijf met een (woon)hoofdgebouw en bijgebouwen is.
Het ritme, en de herhaling met kleine verschillen in details van de bebouwing als geheel. De variatie van bijgebouwen.
De inrichting van de (semi-)openbare ruimten en private ruimten binnen de Streek: de “diek” en de “stegen”.
De schaal van verkaveling en de opstrekkende verkaveling met bomenrijen, singels, weitjes, heggen, boomgaardjes en doorzichten.
Monumenten
Staphorst heeft een rijke cultuurhistorie en is met ongeveer 600 monumenten één van de grootste monumentengemeenten in Nederland. Het behouden en beschermen van dit culturele erfgoed is van belang om inzicht te hebben in de geschiedenis, tradities en normen en waarden van Staphorst.
Kenmerken die we willen behouden
Ondernemend
Staphorst kent een sterke ondernemersgeest en een hoog arbeidsethos. Die zijn terug te zien in de grote werkgelegenheid en lage werkloosheid in Staphorst. De ondernemers binnen onze gemeente zijn betrouwbaar (als klant wordt je altijd goed geholpen) en er heerst een no-nonsense-instelling (het wordt gewoon geregeld). In Staphorst komt het voor elkaar! We beschouwen dit als een kernkwaliteit die we moeten behouden en versterken.
Kenmerken die we willen behouden:
Ondernemersgeest en voldoende ruimte voor bedrijven;
Sterke lokale verankering: ondernemers kiezen graag voor vestiging in het eigen dorp; dit versterkt sociale cohesie, binding en leefbaarheid.
Strategische ligging
We liggen ontzettend strategisch tussen de grote steden Meppel, Zwolle en Kampen aan de A28 die de Randstad verbindt met het noorden en het Duitse achterland. Om de strategische ligging te kunnen behouden, moet het verkeersknelpunt rondom de Stovonde opgelost worden. Hiervoor moeten de op en afritten op de A28 verplaatst worden.
Kenmerken die we willen behouden:
Onze strategische ligging ten opzichte van de A28 en het spoor.
Warme, betrokken samenleving
Omzien naar elkaar is altijd vanzelfsprekend geweest in Staphorst. Er is sprake van een grote saamhorigheid en sociale cohesie. Een grote zelfstandigheid en zelfredzaamheid gaan samen met een goede opvang als dit niet gaat. Dit ‘Staphorster model’ staat onder druk door de toegenomen individualisering en de weggevallen sociale zekerheid. We willen echter ook in de toekomst die warme betrokken samenleving zijn die we altijd zijn geweest maar dan natuurlijk vertaald naar de toekomst. Dit betekent dat de huidige dynamiek van de Staphorster samenleving behouden moet blijven en dat de gezondheid meer aandacht krijgt.
Kenmerken die we willen behouden:
Kenmerken die we willen behouden:
We beschouwen de zondag als dag van rust, bezinning en ontspanning.
We werken voor de samenleving vanuit een missie. Aan die missie geven we invulling met behulp van onze sturende principes. Dat betekent dat we bij onze afwegingen, kijken naar wat we als gemeenschap belangrijk vinden.
Missie
Het is onze missie als gemeente om het volgende te waarborgen:
‘Staphorst als een fijne plek om te wonen, werken en recreëren. Met een veilige, leefbare, gezonde en herkenbare fysieke leefomgeving waarin de eigen identiteit van de gemeente Staphorst geborgd blijft en waar menselijk welzijn, natuur & milieu en economie zoveel mogelijk in balans zijn.’
Deze uitspraken zeggen wat over hoe we in samenwerking tussen samenleving en bedrijven willen handelen in onze gemeente en het betekent dus ook iets over hoe we willen omgaan met onze fysieke leefomgeving.
Bij het werken aan de fysieke leefomgeving hanteren we sturende principes. De principes gelden voor het handelen van de gemeente én vormen een leidraad bij wat we verwachten van initiatiefnemers en de samenleving. We streven ernaar om, bij nieuwe ontwikkelingen, zo optimaal mogelijk aan deze principes te voldoen.
Principe 1: Wij zijn allemaal rentmeesters van de fysieke leefomgeving
Dit betekent dat:
We zorgvuldig omgaan met landschap, cultuurhistorie en natuur zodat ook toekomstige generaties ervan kunnen genieten. Dat is een gezamenlijke taak van gemeente, inwoners en bedrijven.
We kijken naar de lange termijn en kiezen voor duurzame oplossingen. We willen problemen niet doorschuiven naar de toekomst en/of afwentelen op toekomstige generaties.
We wegen passendheid van activiteiten op locaties af aan de hand van de daar aanwezige bodem- en water- en groenstructuur samen met de maatschappelijke behoeften.
Principe 2: We geven vertrouwen, delen verantwoordelijkheid en laten los
Dit betekent dat:
We vertrouwen erop dat inwoners rekening houden met het beleid van de gemeente en daarbij het algemene belang delen.
We geven inwoners verantwoordelijkheid bij hun plannen en helpen hen met kennis en ondersteuning.
We geven ruimte aan (nieuwe) oplossingen of (bouw)plannen, zolang deze passen bij de kernkwaliteiten en ambities, ook als hun ze anders zijn dan wat de gemeente zelf eerst had bedacht.
Bij initiatieven stellen we zoveel mogelijk onze ambities centraal en niet de techniek.
Principe 3: We behouden en beschermen onze ruimtelijke kernkwaliteiten (H2 omgevingsvisie), door vanuit deze kwaliteiten te denken, te ontwerpen en te toetsen
Dit betekent dat:
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn onder voorwaarde dat de kernkwaliteiten behouden blijven, dan wel dat er wordt bijgedragen aan de kernkwaliteiten. We bieden ruimte aan nieuwe interpretaties en nieuwe materialen, zolang dit met respect naar en met inspiratie van de historische kernkwaliteiten gebeurt.
Nieuwe woonbuurten worden ontwikkeld naar de leidraad van de drie woonmilieus (hoofdstuk 4 van deze omgevingsvisie).
Als er door nieuwe ontwikkelingen landschapselementen verdwijnen, dan moet dit zo goed mogelijk gecompenseerd worden. We volgen de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO).
In de gemeente Staphorst houden we rekening met archeologische waarden in de bodem. Het uitgangspunt is het behoud in situ (in de bodem laten) waar mogelijk, en behoud ex situ (opgraving en veilige opslag) waar behoud in situ niet mogelijk is.
We behouden en beschermen de vastgestelde beschermde dorpsgezichten, beschermde monumenten, karakteristieke panden en archeologische waarden. Nieuwe bebouwing in het beschermde dorpsgezicht moet passen in het beschermde dorpsgezicht.
Voor gemeentelijke monumenten geldt frontbescherming, binnen het casco van een bestaand pand mag men met alternatieve invullingen komen.
Het lint van de Streek mag niet dichtslibben of te veel van karakter veranderen. Het slagenlandschap moet zichtbaar en herkenbaar blijven zowel vanaf de Oude Rijksweg en de Gemeenteweg, als ook vanaf de A28.
Alle gebieden ten westen van de Oude Rijksweg/ Gemeenteweg en daarnaast de gebieden Lommert, Vledders & Leijerhooilanden en het Reestdal worden uitgesloten van grootschalige wind.
De openheid van het directe aangrenzende gebied ten westen en oosten van het dorpslint Rouveen Staphorst blijft bewaard.
Principe 4: We faciliteren de lokale behoefte in wonen en ondernemerschap en dragen bij aan specifieke regionale / landelijke opgaven
Dit betekent dat:
We maken woningbouw mogelijk voor de behoeften van onze eigen bewoners, op basis van het woonbehoefteonderzoek en de stedenbouwkundige doorvertaling. Hiertoe hanteren we het Meerjarenprogramma Wonen.
Bij woningbouw moet het voorzieningenniveau meegroeien, of er moet geïnvesteerd worden in het bestaande aanbod.
We faciliteren de lokale vraag in bedrijvigheid. We hanteren daartoe de afspraken over nieuwe werklocaties, zoals vastgelegd in de programmeringsafspraken bedrijventerreinen West Overijssel.
We ondersteunen economische groei en de bouw van nieuwe bedrijventerreinen, passend bij de schaal en het karakter van Staphorst. We dragen (aan de hand van de ruimtelijke economische bouwsteen 2040) alleen aan (boven-)regionale opgaven bij als dit ons helpt bij het realiseren van de lokale opgave.
We bieden ruimte voor toekomstbestendige sectoren: met name circulariteit, energie, innovatie en duurzame productie.
We leveren een belangrijke bijdrage aan de nationale veiligheid, met het Staphorster bod aan Defensie.
Principe 5: We kiezen woon- en werklocaties met zorg, passend bij onze kernkwaliteiten
Dit betekent dat:
We beschouwen het gebied ten zuiden van de Gorterlaan, langs de A28, als ontwikkelgebied voor nieuwe economische activiteiten. Door deze ontwikkelingen hier te clusteren, kunnen we de kwaliteiten van andere gebieden behouden.
Bij nieuwe woonlocaties kijken we naar zowel inbreiding als uitbreiding rond de kernen, volgens de stedenbouwkundige doorvertaling en ons Meerjarenprogramma Wonen.
Voor bedrijventerreinen richten we ons op uitbreiding in het gebied ten zuiden van de J.J. Gorterlaan, de Bullingerslag en de Esch 0.
Principe 6: We gaan uit de van de milieubeginselen zoals opgenomen in de Omgevingswet (artikel 3.3)
Dit betekent dat:
Bedrijven en overheden nemen maatregelen wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben voor het milieu of de gezondheid.
We voorkomen van schade aan de bevolking of het milieu.
Milieuaantastingen moeten bij voorrang aan de bron bestreden worden.
Degene die schade toebrengt aan het milieu moet de economische kosten van het herstel van die schade betalen.
Principe 7: In alle ruimtelijke vraagstukken houden we rekening met leefbaarheid en energie
Dit betekent dat:
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet gekeken worden welke maatregelen er kunnen worden genomen in de fysieke leefomgeving om (positieve)gezondheid, gemeenschapszin en klimaatadaptatie te bevorderen.
Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij er sprake is van gebruik, productie of transport van energie, houden we rekening met de effecten daarvan op het energiesysteem.
Energie opwek wordt zoveel mogelijk gekoppeld en geclusterd met energieopslag.
Voor zowel de plaatsing van nieuwe windturbines als de upgrading van de bestaande turbines geldt dat het coöperatief moet zijn, er voldoende draagvlak moet zijn en overlast beperkt moet blijven.
Principe 8: We betrekken alle ruimtevragers bij integrale afwegingen in de openbare ruimte
Dit betekent dat:
De openbare ruimte is nodig voor veel functies, zoals verkeer & vervoer, energie, groen, spel, ontmoeting en voorzieningen. We kijken naar alle ruimtevragers en bepalen per wijk wat het beste past.
Combinaties van functies hebben de voorkeur boven enkel gebruik.
Principe 9: we zoeken naar een evenwichtige balans tussen kosten en (maatschappelijke)opbrengsten
Dit betekent dat:
Bij gebiedsontwikkelingen verdelen we kosten en opbrengsten evenwichtig tussen alle partijen, zoals de gemeente, grondeigenaren en ontwikkelaars. Bij elke ontwikkeling kijken we of we actief, proactief of passief grondbeleid toepassen. We gebruiken hiervoor het omgevingsprogramma grondbeleid en kostenverhaal.
Principe 10: We koesteren onze agrarische sector
Dit betekent dat:
Het platteland en de agrarische sector ontwikkelen we samen, volgens het coöperatief plan Staphorst.
Agrarische bedrijven krijgen ruimte om te groeien, zich te specialiseren, te intensiveren, groter te worden of hun activiteiten te verbreden, zolang dit gericht is op grondgebonden landbouw en past bij het bodem- en watersysteem en milieu.
Herbestemmen van voormalige agrarische bebouwing is mogelijk mits passend bij de kernkwaliteiten, zie hoofdstuk 4 van deze visie.
Nieuwe activiteiten en nevenactiviteiten, zoals kleinschalige recreatie, zijn mogelijk. Bij voorkeur in bestaande gebouwen en zo lang activiteiten geen negatieve uitwerking hebben op bestaande landbouwbedrijven en andere activiteiten in de omgeving.
Agrarische bedrijven uit De Streek mogen zich hervestigen in het buitengebied.
Agrariërs mogen kleine windmolens plaatsen, passend binnen de daarvoor opgestelde kaders.
In dit hoofdstuk staan alle (ruimtelijke) ambities van de gemeente Staphorst. De ambities geven aan waar we als gemeente naartoe willen ontwikkelen. Ook vormen deze ambities input voor nieuwe initiatieven en projecten in de gemeente.
We bouwen voor Staphorsters
We willen dat jongeren, gezinnen en ouderen in Staphorst kunnen blijven wonen. Daarom zorgen we voor voldoende en passende woningen voor iedereen die hier woont of binding heeft met Staphorst.
33% meer woningen in de periode 2023-2040
In de periode tot en met 2030 willen we 1000 woningen toevoegen. Daaropvolgend kan tot 2040 nog eens behoefte zijn aan 1000 woningen. Tot en met 2030 wordt vooral aangesloten bij de huidige woningbouwontwikkelingen en stedelijke structuren in Staphorst, Rouveen en IJhorst/Punthorst, Schuthekkeweg en Slingenberg.
Verdeling woningsectoren (30‑40‑30)
Bij de realisatie van het volkshuisvestingprogramma streven we naar een verdeling van 30% sociale huursector, 40% middensegment (betaalbare koop) en/of betaalbare koop en maximaal 30% in het duurdere segment. Dit volgens de afspraken tussen gemeenten, provincies en het Rijk die in het geval van de gemeente Staphorst vastgelegd zijn in de Woondeal West-Overijssel.
Huisvesting arbeidsmigranten
De huisvesting van arbeidsmigranten is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van werkgevers zelf. We willen wel dat deze doelgroep op een fatsoenlijke en menswaardige manier gehuisvest wordt.
Meer variatie in woningen
We willen meer verschillende woningtypen, zodat we een divers aanbod hebben voor starters, gezinnen en senioren en doorstroming bevorderen. De focus ligt op kleine, betaalbare woningen, zoals beneden-boven-woningen, appartementen of compacte gezinswoningen. De voorkeur gaat uit naar woningtypes die geschikt zijn voor zowel jongeren als ouderen en het liefst worden deze doelgroepen zoveel mogelijk gemixt.
Ruimte voor initiatieven
Nieuwe woningen moeten passen bij de kernkwaliteiten (hoofdstuk 3). We staan open voor initiatieven van inwoners, VechtHorst, maatschappelijke organisaties en ondernemers. We zetten in op:
Stimuleren van hergebruik (transformatie) van bestaande gebouwen.
Bouwen naar behoefte bij de kernen en het buurtschap Punthorst.
Het, met behoud van doorzichten, verdichten aan o.a. de Gemeenteweg, Lankhorsterweg en J.B. Kanlaan.
Inbreiden op bestaande erven.
Kwalitatieve woon- en leefmilieus creëren
We gaan voor gebiedseigen, groene en duurzame buurten met voldoende ruimte. Nieuwe woningen moeten passen bij het karakter van de dorpen en het landschap. We sturen op kwaliteit boven kwantiteit en hanteren daarbij de drie woonsferen (zie hoofdstuk 3).
Regie, preventie, hulp en ondersteuning in een eigen thuis
We gaan uit van positieve gezondheid: kijken naar wat wél kan. We combineren wonen, welzijn en zorg zodat iedereen zoveel mogelijk zelfstandig thuis kan wonen. We gaan uit van ieders eigen verantwoordelijkheid; waar nodig biedt de gemeente ondersteuning. We zetten zoveel mogelijk in op eigen regie, preventie, hulp en ondersteuning in een eigen thuissituatie.
Zorgzame gemeenschappen
We hebben zorgzame buurten waar mensen naar elkaar omkijken en samenleven met zorg dichtbij. Wie geen netwerk heeft, kan rekenen op hulp van vrijwilligers of professionals. We zetten daartoe in op:
Geclusterde woonvormen.
Faciliteren en stimuleren van het werk van onze mantelzorgers en de vrijwillige thuiszorg en bieden ruimte aan mantelzorgers om bij hun hulpbehoevende te wonen of andersom.
Stimuleren van pleegzorg en/of hulp binnen het eigen netwerk.
Zorgen voor voldoende begeleiding aan huis voor wie dat nodig heeft. Als voorzieningen verder weg zijn, stimuleren we onderling vervoer via buren, regiotaxi of ‘Automaatje’.
Stimuleren wooninitiatieven van inwoners en organisaties, zoals meergeneratiewoningen, Ouderenhofjes of initiatieven die wonen en zorg combineren.
Meer tussenvoorzieningen
We willen het verschil tussen zelfstandig wonen en verpleeghuiszorg kleiner maken. Daarom zorgen we voor meer woonvormen die daartussen vallen. Dat zijn woningen waar zorg mogelijk is, vaak bij elkaar in één gebouw of buurt.
Levensloopbestendige woningen realiseren
We willen meer levensloopbestendige woningen bouwen, zoals woningen zonder trappen of drempels. Deze woningen willen we vooral bouwen dicht bij winkels en andere voorzieningen. Ze zijn niet alleen bedoeld voor ouderen, maar ook geschikt voor andere groepen, zoals mensen met een beperking.
Zorgen voor spreiding en goed aarden in de wijk
We willen meer diversiteit in de woningvoorraad realiseren ten behoeve van spreiding van doelgroepen. Voor senioren is in sommige gevallen enige clustering van de doelgroep gewenst terwijl in andere gevallen behoefte is aan samenleven met verschillende leeftijden en doelgroepen.
Iedere kern eigen voorzieningen
Elke kern in Staphorst heeft eigen voorzieningen of kan die makkelijk in een andere kern bereiken. Niet elke kern hoeft hetzelfde aanbod te hebben, we denken in cirkels van bereikbaarheid. In de kern Staphorst blijft het volledige voorzieningencentrum met genoeg gratis parkeerruimte.
Maatschappelijke voorzieningen laten meegroeien
Bij groei van inwoners en bedrijven groeit ook de vraag naar voorzieningen. We zorgen dat nieuwe woningen samengaan met meer school-, zorg-, sport- en overige maatschappelijke voorzieningen.
Elke kern een huiskamer
We streven er naar dat elke kern minstens één ‘huiskamer’ heeft: een multifunctionele voorziening voor ontmoeting en maatschappelijke voorzieningen en -activiteiten. We stimuleren multifunctionele gebouwen voor zorg, onderwijs, sport en welzijn, in samenwerking met provincie, kerken, organisaties, ondernemers en bewoners.
Toegankelijkheid voorzieningen en openbare ruimtes
Voorzieningen en openbare ruimtes moeten toegankelijk zijn voor iedereen, ook voor mensen met een beperking.
Een hechte gemeenschap
In Staphorst zorgen we voor elkaar. Die verbondenheid willen we behouden en versterken. Daarom organiseren we voorzieningen dichtbij en laagdrempelig, zodat mensen elkaar kunnen ontmoeten en helpen. We sluiten aan bij bestaande netwerken en voorzieningen, en nodigen inwoners uit om mee te doen aan initiatieven die de leefbaarheid vergroten.
Sociale cohesie kerngericht behouden en versterken
We willen de grote saamhorigheid en sociale cohesie die in de diverse kernen aanwezig is behouden en zo lokaal mogelijk organiseren. We sluiten aan bij de initiatieven en kracht die in de diverse kernen aanwezig is.
Meedoen en ondersteuning op maat
Iedereen moet kunnen meedoen naar eigen kracht. We bieden toegankelijke voorzieningen en hulp op maat, ook voor mensen met een beperking. Wie extra steun nodig heeft, krijgt persoonlijke begeleiding.
Ruimte voor ontmoeting
We willen buurten waar bewoners elkaar kennen, helpen en samen sterk staan. Zo gaan we ook eenzaamheid tegen. We zetten in op goede ontmoetingsplekken in bestaande en nieuwe buurten en op een goede ontmoetingsfunctie van het centrum van Staphorst.
Een beweegvriendelijke leefomgeving creëren
We willen een leefomgeving die beweegvriendelijk en sociaal veilig is, in bestaande en nieuwe wijken én op bedrijventerreinen. Wij zetten in op:
Een zodanige inrichting van de openbare ruimte dat lopen / bewegen wordt gestimuleerd.
Het huidige beweegaanbod te verbeteren en uit te breiden.
Stimuleren bewegen door de (bestaande en nieuwe) omgeving in te richten met ommetjes, speelplaatsen, trapveldjes en sportgelegenheid. De ommetjes verbinden we ook zoveel mogelijk met routes.
Een beweegvriendelijke omgeving voor jong en oud en met speciale aandacht voor inwoners met een (fysieke) beperking, zowel in de buitenruimte als in gebouwen.
Sociale veiligheid
We willen dat iedereen zich veilig en welkom voelt in de openbare ruimte en we willen ongewenst gedrag zoveel mogelijk voorkomen. We zorgen voor goede verlichting, overzichtelijke straten en veilige ontmoetingsplekken.
Directe woonomgeving vergroenen
We willen een gemeente die groen en biodivers is, met meer diverse inheemse soorten bomen en planten. Groen moet duurzaam, herkenbaar en functioneel zijn en ruimte bieden voor waterberging, klimaat en natuur. We sluiten daarbij aan bij de lokale identiteit van de landschappen en kernen, zoals heggen, singels en boomgaarden. We stimuleren en faciliteren waar mogelijk initiatieven uit de samenleving, zoals het initiatief ‘prachtlint Staphorst’.
Gezond en kansrijk opgroeien
Staphorst is een jonge gemeente. We willen dat kinderen veilig, gezond en met kansen kunnen opgroeien. We investeren in preventie, speelplekken, beweging en voorlichting over gezonde leefstijl. We zetten in op een divers en uitdagend speellandschap. In iedere kern willen we voor een brede leeftijdsgroep een passend speelaanbod dat voldoende uitdaging biedt. Het speelaanbod verbinden we met veilige loop- en fietsroutes. Voor jongeren willen we goede, uitdagende en veilige plekken om elkaar te ontmoeten en of om samen te bewegen.
Cultuur
We willen de zichtbaarheid van onze cultuur, de culturele voorzieningen en -initiatieven in onze gemeente vergroten. We vinden cultuureducatie op scholen belangrijk en behouden de bibliotheek als laagdrempelige, sociaal-maatschappelijke en culturele ontmoetingsplek. We stimuleren een breed en inclusief cultuuraanbod voor alle leeftijden en achtergronden en verbinden culturele initiatieven met de samenleving.
Evenementen
Evenementen dragen bij aan de leefbaarheid en sociale cohesie. Daarom zetten wij actief op in op stimuleren, faciliteren en verbinden. Iedereen is gebaat bij een goede balans tussen levendigheid en leefbaarheid, tussen rust en reuring, tussen traditie en vernieuwing. We borgen de leefbaarheid van de omgeving en voorkomen overlast zoveel mogelijk. We bewaken de veiligheid op en rondom evenementen en beschermen de gezondheid.
Sport - functionele, veilige en duurzame beweeg- en sportinfrastructuur
Iedere inwoner moet veilig en met plezier kunnen sporten en we willen dat kinderen van jongs af aan meer bewegen en dit blijven doen. We behouden en verduurzamen sportaccommodaties en stimuleren samenwerking tussen sport, zorg en onderwijs.
Milieu en omgevingsveiligheid
We voldoen aan de normen voor geluid, brandveiligheid, omgevingsveiligheid, luchtkwaliteit en geurhinder. We willen dat het niveau van geluidhinder in de gemeente minimaal gelijk blijft en waar mogelijk verbetert. Geurhinder brengen we in balans met de leefomgeving, met ruimte voor de agrarische sector. We behouden de brandweer- en ambulanceposten.
Ruimte bieden aan ontwikkeling van Defensie
We dragen bij aan de landelijke opgave Ruimte voor Defensie door uitbreiding van het munitiedepot, mits het Staphorster bod voor Defensie wordt gerealiseerd.
Coöperatief toekomstperspectief
We willen dat agrarische familiebedrijven, zonder enige druk van schaalvergroting, een gezond rendement kunnen behalen en een goed economisch en sociaal toekomstperspectief blijven behouden. We denken, faciliteren en stimuleren waar mogelijk ondernemerschap, innovatie en nieuwe initiatieven van onderop. Wij vragen van hogere overheden dat er voldoende grond voor een omslag naar extensievere landbouw,- en voldoende middelen komen ter compensatie van verlies aan inkomsten door deze omslag.
Rentmeesterschap agrariër bevorderen
We willen agrarische bedrijfsvoering bevorderen die bijdraagt aan natuurwaarden en landschappelijke kwaliteiten. We faciliteren en stimuleren in agrarisch natuur- en landschapsbeheer en zetten in op samenwerking tussen het agrarisch natuurbeheer en de terreinbeherende organisaties (TBO’s).
Veenweidegebied
De provincie Overijssel werkt aan een regionale veenweidestrategie. Ook zien we dat bijvoorbeeld vanuit de regionale sponsstrategie van Regio Zwolle wordt nagedacht over manieren om water vast te houden, de afvoer via oppervlaktewater te vertragen en het bergend vermogen van oppervlaktewater en op maaiveld te vergroten. Daarnaast zien we dat een aantal bewoners in het gebied ten westen van Rouveen zijn gestart met het koplopersproject Buut’n gebied Rouveen. Tot slot faciliteert de provincie Overijssel in dit gebied het gemeenschappelijk feitenonderzoek (GFO). Geen van deze trajecten is afgerond. Het is echter aannemelijk dat we uitkomsten van deze trajecten op den duur verwerken in een actualisatie van de omgevingsvisie. Wij vinden dat veeteelt in het veenweidegebied behouden moet blijven. Op veel plekken is het veenpakket hier al dun, dus vinden we het niet logisch om hier verstrekkende maatregelen voor te nemen.
Waterkwaliteit verbeteren
We streven naar een ecologisch gezond watersysteem, dat voldoet aan de Kaderrichtlijn water. Daarvoor staan we samen met medeoverheden aan de lat. Daarnaast willen we dat de kwaliteit van het water zodanig goed is, dat het geen belemmering vormt voor recreatief en agrarisch medegebruik van het oppervlaktewater.
Regenwater- en afvalwaterstromen scheiden
We willen regenwater- en afvalwaterstromen zoveel mogelijk scheiden. Het regenwater wordt zo lang mogelijk vastgehouden waar het valt, overwegend oppervlakkig afgevoerd, geborgen en vervolgens vertraagd afgevoerd via het watersysteem. We stimuleren inwoners om de waterstromen te scheiden.
Omgang met ‘afval’water verbeteren en benutten
We willen energie en grondstoffen uit het ‘afval’water zoveel mogelijk benutten. Er wordt daarnaast ingezet op het vergroten van het bewustzijn om zuinig om te gaan met water in en rondom het huis en bij bedrijven.
Waterveiligheid
We borgen de basisveiligheid voor iedereen, in samenwerking met het waterschap en het samenwerkingsverband RIVUS. We gaan we uit van de zogenaamde meerlaagse veiligheid, die bestaat uit drie ‘lagen’ aan de bescherming tegen overstroming die elkaar aanvullen:
1. Overstromingen voorkomen.
2. Inrichten van de leefomgeving om schade beperken als het toch gebeurt.
3. Goede voorbereiding en voorlichting.
Cultuurhistorie en erfgoed
We beschermen de geschiedenis van ons landschap en de dorpen en zien erfgoed als kans voor ruimtelijke kwaliteit. We behouden monumenten en dorpsgezichten, maar geven ook ruimte aan toekomstbestendigheid en nieuwe ontwikkelingen die passen bij de kernkwaliteiten. We zetten in op:
Het stimuleren en faciliteren dat eigenaren kunnen verduurzamen en dat monumenten onderhouden blijven.
Het mogelijk maken van maatwerk gedacht vanuit de kernkwaliteiten van monumenten.
Het actief betrekken van eigenaren van monumenten en bewoners bij de zorg voor het erfgoed, met voorlichting en educatie.
Actualisatie open plekken beleid, welstandsnota, transformatiebeleid en erfgoednota
We werken aan de actualisatie van het open plekken beleid, welstandsnota, transformatiebeleid en erfgoednota. De uitkomsten nemen wij mee in een volgende actualisatie van de omgevingsvisie.
Energieneutraal in 2050
In 2050 willen wij een energieneutrale gemeente zijn, waarbij de CO₂-uitstoot is teruggebracht tot netto nul. Dat houdt in dat we in 2050 binnen onze gemeentegrenzen net zoveel duurzame energie opwekken als dat we verbruiken, doormiddel van wind, zon, besparing en opslag. De klimaatwet en afspraken uit het klimaatakkoord vormen hiervoor het kader.
Aardgasvrij in 2050
Alle woningen en verblijfsgebouwen zijn in 2050 aardgasvrij in overeenstemming met Klimaatakkoord. Vanaf 2030 willen we uitsluitend duurzame gassen (begroting 2025) worden ingevoerd op het netwerk en voldoen alle woningen aan de landelijke isolatie standaard. We zetten daarom in op:
Hernieuwbare gassen, hybride en volledig elektrisch.
Het faciliteren van woningeigenaren in de gemeente Staphorst in het aardgasvrij-gereed maken van hun woning.
Faciliteren van mestvergisters, in balans met de kernkwaliteiten (hoofdstuk 3).
We faciliteren en stimuleren collectieve initiatieven die vanuit de samenleving komen en staan open voor warmtenet initiatieven.
Grootschalige windenergie
Voor 2030 willen we maximaal 100 GWh aan duurzame elektriciteit opwekken met wind op land, waarvan 60 GWh al is gerealiseerd (Programmeringsafspraken). Bij nieuwe initiatieven streeft de gemeente in overleg met initiatiefnemer naar een aandeel van 100% lokaal eigendom met een minimum van 50%.
Zonne-energie
Voor 2030 naar willen we naar 50 GWh aan zonne-energie op daken, verspreid over woningen, bedrijven, gemeentelijke gebouwen en scholen (RES-bod). We kiezen bewust voor zonnepanelen op bestaande daken en willen geen landbouwgrond opofferen voor zonnevelden. Voor nog eens 10 GWh is voorzien op het circulair energielandschap en bij de Uithofsweg en een zon op de waterberging aan de Puntweg.
Energie besparen
We streven ernaar dat we minder energie en warmte verbruiken, gerelateerd ten opzichte van groei van inwoners en bedrijven. We zetten in op isoleren, besparen en individuele oplossingen.
Energie- en warmtetransitie betaalbaar houden
Iedereen moet mee kunnen doen in de energie- en warmtetransitie. We willen dat duurzame (energie en warmte) alternatieven voor iedereen zoveel mogelijk haalbaar en betaalbaar zijn.
Energy hub
De vraag naar elektriciteit groeit, terwijl de ruimte op het stroomnet beperkt is. Dat merken ook de bedrijven in de gemeente Staphorst. Tegelijk heeft gemeente Staphorst in de Regionale Energie Strategie afgesproken om tot 2030 120 GWh aan energie op te wekken. We zien een Smart Energy Hub in de omgeving van de Gorterlaan als mogelijke oplossing om zowel transport als opwek van energie mogelijk te maken.
Klimaatbestendig in 2050
De gemeente Staphorst volgt het landelijke streven om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn. Dit betekent dat we in 2050 zo ver zijn, dat we wateroverlast, waterkwaliteitseffecten, hitte, droogte (watertekort) en de gevolgen van overstromingen kunnen opvangen.
Klimaatbestendige natuur, landschap en recreatie
We willen zoveel mogelijk naar klimaatbestendig groen in de wijken. We zetten in op de volgende zaken:
Het juiste geschikte groen op de juiste plek.
Het afkoppelen van schoon regenwater en het bergen hiervan in de bodem.
Op deze manier werken wij aan een klimaatbestendige en een toekomstbestendige woon-, werk- en leefomgeving.
Vitale functies klimaatbestendig
We willen dat vitale functies en infrastructuur klimaatbestendig zijn. We willen risicobeheersmaatregelen nemen om onze inwoners, vitale functies en infrastructuur voor te bereiden op effecten van extreme weersomstandigheden en zijn voorbereid te handelen bij calamiteiten.
Burgers laten participeren door werk
De gemeente Staphorst wil dat zoveel mogelijk inwoners naar eigen vermogen participeren en voorzien in hun eigen inkomen. Werk staat daarbij voorop. Wij zetten ons in om burgers te laten participeren door middel van werk en zo min mogelijk uitkeringsafhankelijk te laten zijn door (een deel van) het inkomen naar vermogen zelf te laten verdienen.
Recreatie die past bij Staphorst
We willen recreatie die past bij onze cultuur, tradities. We focussen op een aanbod voor families, gezinnen, natuur- en cultuurliefhebbers. Traditie en ambitie mogen samengaan in ons recreatief toeristisch verhaal. We zetten in op het meer laten zien van onze sterke kanten: De Streek en monumenten, het buitengebied en de landschappelijke kwaliteiten, de Zwarte Dennen, de Staphorster cultuur en de saamhorigheid. We beschouwen de zondag als dag van rust, bezinning en ontspanning.
Verrijking dagrecreatief aanbod
We willen ons dagrecreatief aanbod in de gemeente behouden en verrijken. Daarnaast hebben wij de intentie toeristen zo goed als mogelijk te begeleiden en te verspreiden (niet alleen in het centrum van de kern Staphorst). We zetten in op de volgende zaken:
Wij stimuleren ondernemers hun aanbod -door productontwikkeling- te verbreden.
We staan open voor verrijking van het bestaande aanbod.
De toeristische basis, bestaande uit bewegwijzering van fiets- en wandelpaden en andere infrastructuur brengen en houden we op orde.
We behouden weekmarkten, Staphorstdagen en evenementen en zetten in op het vergroten van de bekendheid hiervan. We concentreren grootschalige evenementen op de activiteitenterreinen.
Aanbod in het buitengebied
In het buitengebied zetten we in op fietsen in het slagenlandschap, de Olde Maten en het Reestdal en wandelen en mountainbiken in de Zwarte Dennen. We houden deze natuur toegankelijk en maken het waar nodig toegankelijker. We staan open voor voorzieningen in het buitengebied, zoals een (kleinschalige) horecagelegenheid of een vogelkijkhut, met respect voor de natuur.
Verblijfssector verder vitaliseren
We willen de kwaliteit van het huidige verblijfsrecreatie aanbod verbeteren en leggen graag de verbinding met het agrarische/landschappelijke karakter. We zijn terughoudend met het toevoegen van nieuw aanbod. Voor kleinschalig, onderscheidend aanbod blijft ruimte, onder de voorwaarde dat het imagoversterkend is voor Staphorst. Kleinschalige verblijfsrecreatie, camperplaatsen of B&B als nevenactiviteit behoren tot de mogelijkheden.
Recreatiegebieden met gastvrije entrees
We willen vier gastvrije entrees, met informatie over het gebied, parkeren, toiletten en indien passend horeca. Het gaat om de gebieden De Streek, Olde Maten, Zwarte Dennen en Reestdal. De locatie sluit bij voorkeur aan op de recreatieve fietsstructuur.
Zwarte Dennen
Bosgebied de Zwarte Dennen willen we ontwikkelen tot aantrekkelijke plek voor natuur én actieve dagrecreatie. We zetten in op natuurgerichte outdoor. Bij de zwemvijver zien we graag een kleinschalige horeca accommodatie. Hiervoor ontwikkelen we samen met Staatsbosbeheer een uitgiftekader.
IJhorst
In 2030 willen we hier een toekomstbestendig recreatiegebied, waar diverse mogelijkheden zijn om te recreëren, verblijfsaccommodaties en een netwerk tussen diverse vrijetijdsorganisaties. Permanente bewoning van recreatiewoningen willen we tegengaan. We zetten in op het verbeteren van de fiets- en wandelknooppunten met Staphorst, Meppel en Hardenberg, een netwerk van stakeholders dat zorgt voor ‘’Staphorst-marketing’ en op waardevolle dagattracties.
Recreatie en toerisme bezien in de regio
We willen een aanbod dat aansluit op de regio. We zetten in op het vergroten van de bekendheid van wat wij in Staphorst te bieden hebben en andersom het aanbod in de regio, zoals diverse slechtweervoorzieningen.
Kern Staphorst
We willen de recreatieve en toeristische aantrekkelijkheid van de kern Staphorst verbeteren. We zetten in op het toevoegen van een ‘leisure-component’. Dan gaat het om bijvoorbeeld ambachten, kunst, horeca, mode en winkels.
Nieuwe ruimte creëren
We streven ernaar om de economische vitaliteit van Staphorst te versterken, passend bij de identiteit van onze dorpen, en steeds in samenhang met maatschappelijke behoeften.Er wordt ingezet op toekomstbestendige bedrijventerreinen met kwaliteitsaspecten zoals duurzaamheid, nieuwe energie en klimaatadaptie.We willen voorzien in geschikte bedrijfsruimte en de uitbreidingsvraag van de lokale behoefte. Voor de korte termijn hanteren we de afspraken over nieuwe werklocaties, zoals vastgelegd in de programmeringsafspraken bedrijventerreinen West Overijssel.
We maken een uitwerking van de REB 2040 voor de corridor A28
De REB2040 geeft aan dat de A28 corridor tussen Zwolle en Staphorst een zoekgebied is voor “clustering van grootschalige bedrijvigheid op bovenregionale terreinen aansluitend op nationale corridors”. Gemeenten Zwolle en Staphorst hebben afgesproken dat zij deze opgave nader verkennen. De uitkomsten hiervan nemen we mee in volgende actualisatieronde van de omgevingsvisie.
Organische groei circulair energielandschap (fase 2)
In 2025 is het bestemmingsplan voor fase 1 van het circulair energielandschap vastgesteld.
Wat ons betreft is verdere groei tot maximaal 30 hectare mogelijk, als dit op een natuurlijke manier (organisch) gebeurt. De gemeente Staphorst voert hierbij geen actief grondbeleid, tenzij omwonenden daar zelf nadrukkelijk om vragen.
Als er op initiatief van de grondeigenaren organische groei plaatsvindt, dan gelden de volgende uitgangspunten:
Er moet worden gezorgd voor een goede landschappelijke inpassing volgens een daarvoor opgestelde bouwsteen.
De activiteiten of bedrijven moeten bijdragen aan een slim en efficiënt energiesysteem, dat werkt met lokaal opgewekte en eventueel opgeslagen duurzame energie.
De activiteiten of bedrijven moeten helpen bij de overgang van een lineaire naar een circulaire economie.
Voor een verdere organische groei van het circulair energielandschap is het nodig dat er een goede verkeersontsluiting/ aansluiting op de N377 komt.
Energy hub op bedrijventerreinen
In de omgeving langs de A28 zien we ruimte voor een Smart Energy Hub. Achtergrond is dat hier veel ontwikkelingen samenkomen, waaronder de nieuwe op en afritten op de A28, opwek van duurzame energie, netcongestie.
Compleet en toekomstbestendig winkelaanbod en overige publieksvoorzieningen
We zetten in op het behoud van het aanwezige voorzieningenaanbod in dorpskernen en waar gewenst op passende uitbreiding.
Naar gelang de groei van inwoners willen we dat de voorzieningen meegroeien. Het gaat om ruimte voor publieks- en zorgvoorzieningen, maar ook om benodigde commerciële voorzieningen.
Verbeteren van het centrum van Staphorst als winkel en voorzieningengebied
We willen het centrum van Staphorst als hoofdwinkelgebied verbeteren. We zetten in op:
Concentreren en afstemmen van het winkelaanbod, met een betere circuitvorming en het zo verminderen van losse eilandjes.
Het versterken complementariteit detailhandel, warenmarkt en overige publieksfuncties.
Voldoende gratis parkeervoorzieningen.
Het afstemmen van groenvoorzieningen, straatmeubilair, straatwerk, verlichting, bewegwijzering en seizoensgebonden sfeerelementen, terrassen en winkeluitstallingen.
Detailhandel behouden en concentreren
We willen het bestaande aanbod aan detailhandel in de kernen handhaven. Grootschalige detailhandel willen we zoveel mogelijk concentreren op bestaande perifere locaties. Nieuwe grootschalige detailhandel buiten bestaande detailhandelsstructuur willen we voorkomen, in lijn met de provinciale verordening.
Goede doorstroming
We willen dat Staphorst goed bereikbaar blijft, met vlotte verkeersdoorstroming en zo weinig mogelijk opstoppingen. We verminderen verkeer op de Oude Rijksweg en weren zwaar verkeer uit de centra, behalve voor laden en lossen.
Veilig transport Defensie bij uitbreiding munitiedepot
We willen een veilige, robuuste en rechtstreekse aansluiting van het munitiedepot en de bedrijventerreinen op het hoofdwegennet (A28) en een veilige spoorwegovergang. De omliggende wegen passen we hierop aan.
Behouden openbaar vervoer
We willen betere en snellere OV verbinding tussen Staphorst, Zwolle en Meppel. We zetten daarbij in op:
Snel dan wel direct busvervoer voor scholieren en werknemers.
Fijnmazig busvervoer of alternatieven (zoals Automaatje) voor inwoners zonder auto.
Een treinstation aan de oost- of zuidoostkant van Staphorst.
Door in te zetten op een mobiliteits HUB aan de lichtmis, dragen wij bij aan STOMP-principe: eerst lopen, fietsen, dan ov en deelmobiliteit, en pas daarna de auto.
Verkeersongevallen tot minimum beperken
Het aantal verkeersongevallen willen we tot een minimum beperken, door inrichting van de infrastructuur die voldoet aan de principes van duurzaam veilig, educatie en voorlichting.
Wandelinfrastructuur complementeren en borgen
We willen wandelen in de (directe) leefomgeving in onze gemeente stimuleren. We zetten in op het aanleggen, verbeteren en behouden van meer wandelpaden en Lange-Afstand-Wandelpaden (LAW’s), Streekpaden, regionale routenetwerken en andere recreatieve routes.
Fietsgebruik stimuleren
Het fietsgebruik in onze gemeente willen we stimuleren. We zetten in op een gecombineerd woon/werk en recreatief netwerk met verbindingen tussen de kernen en van de woonkernen naar de recreatiegebieden. Daarom zetten we in op de aanleg van veilige fietspaden conform fietspadenplan.
In deze paragraaf zijn de eerste ruimtelijke afwegingen beschreven op basis van de ruimtelijke verkenning, de leidende principes en ambities. Belangrijk uitgangspunt in de ruimtelijke doorvertaling is dat we ervoor kiezen om nieuwe ontwikkelingen, zoals bedrijventerreinen en windenergie, concentreren in het gebied ten zuiden van de Gorterlaan tussen de A28 en spoorlijn. Door ontwikkelingen hier toe te staan, behouden we de waardevolle kwaliteiten van de gebieden ten westen van de snelweg en ten oosten van de spoorlijn.
Een omgevingsvisie is bedoeld om richting te geven. Het is niet de bedoeling om alles tot in detail vast te leggen. Het gaat om de hoofdlijnen: wat willen we behouden en welke nieuwe ontwikkelingen willen we mogelijk maken? Een manier om dit duidelijk te maken, is per deelgebied aan te geven welke opgaven we daar zien, en daar vervolgens prioriteiten in te onderscheiden. We onderscheiden de volgende deelgebieden.
De volgende paragrafen geven we per deelgebied weer welke opgaven we daar zien en welke prioriteit wij deze opgaven toebedeeld hebben.
Wat speelt er?
Het gebied zone Staphorst Zuid ligt tussen de A28 in het westen en het spoor in het oosten, met een kleine uitbreiding richting het munitiedepot en de bedrijven langs het spoor. In dit gebied gebeurt veel tegelijk. Zo komt hier het hoogspanningskabeltracé DON-West. Ook wordt gewerkt aan een duurzaam circulair energielandschap en aan het opwekken van 40 GWh windenergie. Daarnaast zijn er plannen om meer bedrijvigheid toe te staan, zowel vanuit de gemeente als vanuit regionale afspraken. In het oostelijke deel kijkt Defensie naar een mogelijke uitbreiding van het munitiedepot, inclusief verplaatsen van de op- en afritten op de A28 en aanleg van een spoortunnel bij de overweg J.J. Gorterlaan. In delen van het gebied is ook sprake van waardevol landschap. De provincie vindt dat de leefomgeving voor weidevogels in dit gebied in stand moet blijven. Wij vinden dat defensie, bereikbaarheid, bedrijvigheid, energieopwekking en de landbouw in dit gebied een hogere prioriteit moeten hebben dan weidevogels.
Prioritering Deelgebied zone Staphorst Zuid
Defensie: bijdrage aan nationale veiligheid / grootschalige munitieopslag
Bereikbaarheid: Verplaatsen op en afritten A28 en aanpakken infrastructuur.
Bedrijventerreinen: Ruimte voor bedrijventerreinen.
Energie: realisatie van 40 GWh windenergie en infrastructuur en Smart Energy Hub.
Landbouw: ruimte voor landbouw (en aanverwante functies).
Wat speelt er?
In de kernen komen veel ambities samen. Denk aan de bouw van nieuwe woningen, het realiseren van extra voorzieningen (zoals scholen, sportaccommodaties en zorgcentra), het behoud en uitbreiden van groenvoorzieningen, en het creëren van veilige speel- en ontmoetingsplekken voor bewoners. Ook is er behoefte aan ruimte voor evenementen, duurzame energie-oplossingen en het verbeteren van de bereikbaarheid door bijvoorbeeld betere infrastructuur.
Prioritering bestaande bebouwde omgeving (bij nog onbebouwde gronden) Deelgebied kernen
Energie: energietransitie en aanpak netcongestie (kabels en leidingen en transformatorstations).
Gezonde omgeving en klimaatbestendigheid: invulling geven aan positieve gezondheid en rekening houden met veranderend klimaat.
Voorzieningen: ruimte voor voorzieningen.
Bereikbaarheid: ruimte voor veilige infrastructuur.
Wonen en voorzieningen: woningbouw en daarbij benodigde groei van voorzieningen.
Bij nieuwe uitbreiding van de bebouwde omgeving geldt dat alle sturende principes en ambities integraal moeten worden afgewogen.
Wat speelt er?
Deelgebied de Streek is een bijzonder gebied met een rijke cultuurhistorische waarde, zichtbaar in onder andere de karakteristieke boerderijen, het kenmerkende landschap en de traditionele lintbebouwing. Tegelijkertijd staan we voor nieuwe uitdagingen, zoals de vraag naar extra woningen, ruimte voor bedrijven en het realiseren van duurzame initiatieven.
Prioritering de Streek
Cultuurhistorie en erfgoed: de karakteristieken van het stedenbouwkundige geheel, de monumenten en het landschap.
Wonen: woningbouw verdichting.
Werken: ruimte voor kleinschalige passende werkgelegenheid en agrarische bedrijven (kraamkamer).
Energie: energietransitie en duurzame initiatieven.
Wat speelt er?
Het Deelgebied platteland kenmerkt zich door landbouw en landschap. Hier komen met name ambities bij elkaar op het gebied van landbouw, woningbouw, infrastructuur, toerisme & recreatie en energie. Enkele randen nabij de kernen zijn aangewezen als locaties voor woningbouw en daar zal de komende jaren ontwikkeling plaatsvinden. Wegens groei zal ook de infrastructuur moeten worden aangepakt.
Op het platteland is landbouw de primaire functie. Boeren kunnen bijdragen aan maatschappelijke opgaven en wij willen helpen om dit mogelijk maken. Dit vormt het vertrekpunt van ons coöperatief plan Staphorst. Het coöperatief plan is voor ons leidend bij het toekomstbestendig houden van ons buitengebied.
Onlangs is de ontwerpversie van de Nota Ruimte gepubliceerd. Het ministerie van VRO schrijft daarin dat zij het laagveenlandschap in de toekomst wil behouden. “Een belangrijke economische en cultuurhistorische drager van het landschap is en blijft de landbouw. Ook in de toekomst blijft het laagveengebied een belangrijk agrarisch gebied. In de veenweidegebieden wordt, met het oog op de Europese water-, natuur- en klimaatdoelstellingen en om negatieve effecten van en afwenteling door bodemdaling tegen te gaan, toe bewegen naar hogere (grond)waterstanden. Belangrijk daarbij is om perspectief te kunnen blijven bieden aan de agrariërs in het gebied. Door gebiedsgericht verantwoord toe te bewegen naar een hoger waterpeil met een grondwaterstand van 20 tot 40 centimeter onder het maaiveld, afhankelijk van de bodemcompositie en de omstandigheden van het watersysteem, wordt bereikt dat bodemdaling wordt geminimaliseerd en de uitstoot van broeikasgassen wordt gereduceerd. Daarbij geldt nadrukkelijk dat, afhankelijk van de bodemcompositie, omstandigheden van het watersysteem en de behoeften van het gebied, kan worden gedifferentieerd. Dit betekent dat in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd naar beneden kan worden afgeweken van het uitgangspunt van 20 tot 40 centimeter onder het maaiveld. (Mede)overheden, in het bijzonder de waterschappen die verantwoordelijk zijn voor de peilbesluiten, geven hier met betrokkenheid van agrariërs en anderen invulling aan. Zij beschikken met elkaar immers over de benodigde kennis van het gebied. Met deze gebiedsgerichte aanpak wordt daarmee ook bijgedragen aan het realiseren van een reductie van één megaton CO2-equivalent in 2030 aan broeikasgasuitstoot uit veenbodems”
De provincie Overijssel heeft daarnaast het rapport Bouwstenen voor veenweidestrategie 2.0 uitgebracht. Hierin staat meer informatie over de water- en bodemgesteldheid van het Staphorster veld. Kort samengevat: er is sprake van bodemdaling. Die bodemdaling komt door veenoxidatie. Dat betekent dat het veen in de bodem langzaam afbreekt, vooral doordat het waterpeil laag staat om landbouw mogelijk te maken. Volgens het Klimaatakkoord moet de uitstoot van CO₂ uit veenweidegebieden omlaag. Daarom wil de provincie Overijssel onderzoeken welke maatregelen daarvoor nodig zijn.
Wij vinden dat de melkveehouderij in het veenweidegebied behouden moet blijven. Op veel plekken is het veenpakket hier al dun, dus vinden we het niet logisch om hier verstrekkende maatregelen voor te nemen.
Prioritering
Landbouw – ruimte voor (toekomstbestendige) landbouw (en aanverwante functies).
Wonen: woningbouw ontwikkelingen nabij de kernen.
Toerisme en recreatie: fietsen en wandelen in het buitengebied.
Energie: ruimte voor energietransitie en -energie infrastructuur.
Bereikbaarheid: Verplaatsen op en afritten A28 en aanpakken infrastructuur.
Wat speelt er?
Deze gebieden kenmerken zich door natuurgebieden (NNN + Natura 2000) en landschappelijke waarden. Het gebied is daardoor ook geliefd voor recreatie en toerisme. Daarnaast raakt de ontwikkeling van het munitiedepot van Defensie aan dit gebied.
Prioritering
Deelgebied NNN + Natura 2000
Voor wat betreft de Natura 2000 gebieden gelden provinciale instructieregels. Voor wat betreft de boswachterij en het Reestdal geldt de volgende prioritering:
Defensie: bijdrage aan nationale veiligheid / grootschalige munitieopslag;
Landschap en natuur: behouden van kernkwaliteiten;
Landbouw: beschermen van areaal;
Toerisme en recreatie: ontwikkelen van de toeristische clusters.
Wat speelt er?
Het Deelgebied centrum Staphorst wordt gekenmerkt door een divers aanbod aan winkels en voorzieningen. De inrichting van het centrum is zodanig dat het goed bereikbaar is met de auto, waarbij ruime parkeermogelijkheden aanwezig zijn. In het centrum spelen geen hele grote ruimtevragers. Het gaat met name om ambities met betrekking tot de openbare ruimte, winkels en voorzieningen en klimaatbestendigheid.
Prioritering centrum Staphorst
Detailhandel: Complementariteit detailhandel, warenmarkt en overige publieksfuncties.
Ruimtelijke kwaliteit: uitstraling en belevingswaarde.
Winkels en voorzieningen: ontmoetingsfunctie en horeca.
Toerisme en recreatie: bevorderen van dagrecreatie.
Wat speelt er?
Op de bedrijventerreinen komen tal van ambities samen uit de omgevingsvisie. Denk aan de bouw van nieuwe terreinen, energietransitie, maar ook een gezonde omgeving en klimaatbestendigheid.
Prioritering bestaande bebouwde omgeving Deelgebied bedrijventerreinen
Bedrijventerreinen: ruimte voor werken.
Energie en zelfvoorzienendheid: opwek duurzame energie en aanpak netcongestie (kabels en leidingen en transformatorstations).
Gezonde omgeving en klimaatbestendigheid: invulling geven aan positieve gezondheid en rekening houden met veranderend klimaat.
Bij nieuwe uitbreiding van de bebouwde omgeving geldt dat alle sturende principes en ambities integraal moeten worden afgewogen.
Bij een visie hoort een kaart. De kaart wijst ons de weg. In deze omgevingsvisie hebben we per pijler (waar mogelijk) onze ambities aangegeven met icoontjes. Zie hiervoor de ambities in hoofdstuk 5 en de gebiedsgerichte doorkijk in voorgaande paragraaf.
Op onderstaande kaart staat aangegeven waar zich iets bevindt en welke ontwikkelingen of plekken een belangrijke rol hebben bij het oppakken van vraagstukken uit de omgevingsvisie de komende jaren.

/join/id/regdata/gm0180/2025/78aa89d240574f39a664f372bbb149ca/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/e24f51bff4b544a58136ba254c6827e3/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/96b12f11120a4dcbbc1bcd755d040981/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/e612d6b8eb66431cb58e9e6eaaa598e5/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/43e1af69fb19478a975b036ac993c0cc/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/e5a57d234e4d4b2287a554456aea912c/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/d24b7563761845b1b276a78f60cc53d1/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/e9b1e436b10642baaecac06df02baf81/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/c450f4cc10a847cb82409c9b57d9e29b/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/d2c80b75d16247579f9fc1ed609324ba/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/04cd2a243c674637a6e4c83119a59f30/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/350b640b1ca84a7294dc9fe3ac5f6cef/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/b01acc837f7945a99153ed6190f87460/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/97a866f1e7464b11a1f7fe550b7ad02f/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/6694d4110c14470e9a30777658f12efb/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/9ccfa8c352434c598a3ee7425d904bb3/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/37b3ee1a202e4d57a0188f669588a78c/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/c51f29346c7a48058568b3287c6a45bc/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/d768fd0458e44612b61ad3696ecd62c5/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/37f9d87bfcb347dbbbf70109cc9fefc4/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/6ea0bc446f1e4883b4e281f77187b326/nld@2025‑12‑15;12240899
/join/id/regdata/gm0180/2025/0ac326e5a46645f0bd140e6d35a14f89/nld@2025‑12‑15;12240899
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-551151.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.