Verordening op de heffing en invordering van een precariobelasting Schouwen-Duiveland 2026

 

 

De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d 18 november 2025;

gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;

besluitvast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en invordering van een precariobelasting Schouwen-Duiveland 2026

 

 

 

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. jaar: een kalenderjaar;

b. maand: een kalendermaand;

c. week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;

d. dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur of een gedeelte daarvan;

e. bouwobject: (verplaatsbaar) materiaal en/of materieel ten dienste van bouw- en

onderhoudswerkzaamheden of van de daartoe betrokken personen, zoals bijvoorbeeld (rol)steigers,

puinbakken, containers, keetcontainers, verhuisliften, hekwerken, pompinstallaties, eco-toiletten,

stenen, cement, zand en tegels.

 

Artikel 2. Belastbaar feit

Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

 

Artikel 3. Belastingplicht

1. De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven

voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat

voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond

aanwezig zijn.

2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor

het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde

gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als

degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of

boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

 

Artikel 4. Vrijstellingen

De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:

a. voorwerpen, welke ingevolge een wettelijke voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens

moeten worden gedoogd;

b. voorwerpen, waarvoor de gemeente een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a,

van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;

c. voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met

uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;

d. voorwerpen van het rijk, provincie, gemeente, waterschap, waarvan de aanwezigheid noodzakelijk

wordt geacht voor de uitoefening van de publiekrechtelijke zaak;

e. wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond, A.N.W.B. en

daarmee overeenkomende instellingen;

f. het hebben van borden, masten, palen, spandoeken, stands e.d. die in verband met de verkiezing van

publiekrechtelijke lichamen zijn aangebracht;

g. halteborden, wachthuisjes, abri’s e.d. ten dienste van openbare middelen van vervoer;

h. vlaggenstokken en vlaggestokhouders, voor zover niet gebruikt voor reclamevlaggen;

i. voorwerpen, uitsluitend gebezigd ten behoeve van charitatieve instelling of voor het zonder

winstoogmerk geven van onderwijs;

j. stoeptreden, buizen voor afvoer van hemelwater of fecaliën, draden of leidingen voor de ontvangst van

radio- en televisieprogramma’s of inritten;

k. voorwerpen bij meldingsplicht evenementen ( zie beleidsregels evenementen Schouwen-Duiveland).

l. bloembakken, erkers, zitbankjes zonder reclame;

m. bouwobjecten waarbij de duur van plaatsing maximaal een aaneengesloten periode van 30 dagen bedraagt;

n. niet commercieel evenement: de organisator is een instelling, stichting of vereniging zonder

winstoogmerk en de organisator is niet een evenementenbureau of professionele organisator

(eenmanszaak, BV, NV of V.O.F.) waarbij de organisator zich blijkens de statuten zich ten doel stellen

het uitoefenen van activiteiten van maatschappelijke, sociale of culturele aard waarbij de activiteiten in

hoofdzaak worden verricht door vrijwilligers;

o. kerstbomen welke niet zijn bestemd voor de verkoop waarbij het tijdstip van de plaatsing in de periode

6 t/m 31 december valt;

p. voorzieningen, aangebracht ten behoeve van mindervaliden, tot behoeve van de toegankelijkheid van

een eigendom;

 

Artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief

De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

 

Artikel 6. Berekening van de precariobelasting

1. Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel

genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.

2. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de

oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.

3. De oppervlakte van andere rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee

aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.

4. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de

voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de

berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt

dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat

aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is.

5. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn

opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige

wijze.

6. In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting:

a. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen,

een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week;

b. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag-of weektarief is

opgenomen een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.

7. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en

het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of maand omvat,

gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.

 

Artikel 7. Belastingtijdvak

1. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp

of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het

belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een

kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het

kalenderjaar.

2. In andere dan in het eerste lid bedoelde gevallen is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen

aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

 

Artikel 8. Wijze van heffing

1. De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven.

2. In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde precariobelasting geheven door

middel van een mondelinge kennisgeving, dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het

gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of

uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

 

Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1. In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van

het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven

precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde

belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden

overblijven.

3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing

voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat

tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog

volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan €

10,00.

4. Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.

 

Artikel 10. Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten:

a. de in artikel 8, eerste lid, bedoelde aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand

volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

b. de artikel 8, tweede lid, bedoelde kennisgevingen worden betaald binnen 30 dagen na de

dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

2. In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van

automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in

tien termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld

en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3. Indien het totaal te betalen bedrag zoals vermeld op het aanslagbiljet € 50,00 of minder bedraagt, wordt

dit bedrag in afwijking van lid 2 van dit artikel in één termijn afgeschreven één maand na dagtekening

van het aanslagbiljet.

4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

 

Artikel 11. Kwijtschelding

Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 12. Overgangsbepaling

De “Verordening precariobelasting Schouwen-Duiveland 2025” van 12 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 13. Inwerkingtreding

De verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026

 

Artikel 14. Citeertitel

De verordening wordt aangehaald als: Verordening precariobelasting Schouwen-Duiveland 2026

 

 

 

Tarieventabel behorende bij de Verordening precariobelasting Schouwen-Duiveland 2026

 

Aard van de inrichting

 

 

 

Tarieven 2026

Tarieven 2025

1

Algemeen tarief (per m2):

 

1.1

per dag

€ 0,45

€ 0,44

1.2

per week

€ 2,22

€ 2,18

1.3

per maand

€ 6,65

€ 6,52

1.4

per jaar

€ 66,44

€ 65,11

2

Uitstallen (per m2)

 

 

2.1.1

Terrassen, per week

€ 1,50

€ 1,47

2.1.2

idem, per maand

€ 4,56

€ 4,47

2.1.3

idem, per jaar

€ 22,36

€ 21,91

2.2.1

Uitstallen van goederen/vitrinekasten, per week

€ 0,92

€ 0,90

2.2.2

idem, per maand

€ 4,56

€ 4,47

2.3.3

idem, per jaar

€ 40,99

€ 40,17

2.4.1

voorwerpen bij vergunningplichtige commerciële

 

 

 

evenementen als bedoeld in artikel 1, leden f en p, van

 

 

 

de Beleidsregels evenementen Schouwen-Duiveland,

 

 

 

per dag

€ 0,46

€ 0,45

2.5.1

voorwerpen bij vergunningplichtige niet-commerciële

 

 

 

evenementen als bedoeld in artikel 1, leden f en o, van

 

 

 

de Beleidsregels evenementen Schouwen-Duiveland,

 

 

 

per dag

€ 0,46

€ 0,45

3

Aankondigingen (per stuk)

 

 

3.1.1

Spandoeken, per week

€ 1,23

€ 1,21

3.1.2

idem, per maand

€ 3,68

€ 3,61

3.1.3

idem, per jaar

€ 33,11

€ 32,44

3.2

Reclame of andere aankondiging

€ 33,11

€ 32,44

3.3

Reclame met (kunst-)verlichting

€ 33,11

€ 32,44

3.4

Lichtstrengen

€ 33,11

€ 32,44

 

 

 

 

4

Diverse voorwerpen

 

 

4.1

Palen, (vlaggen)masten c.a. per stuk

€ 25,58

€ 25,07

4.2

Luifels, erkers, verbouwingen e.d. van gebouwde eigendommen (per m2)

€ 3,81

€ 3,73

4.3

Markiezen, zonneschermen zonder reclame (per m2)

€ 3,81

€ 3,73

4.4

Als 4.3 met reclame

€ 7,65

€ 7,50

5

Bouw-, sloop- en onderhoudswerken

 

 

5.1

Het bezetten, beleggen, afschutten of overdekken van grond/water (per m2)

 

 

5.1,1.

per dag

€ 0,74

€ 0,73

5.1.2

per week

€ 1,57

€ 1,54

5.1.3

per maand

€ 4,72

€ 4,63

5.1.4

per jaar

€ 42,68

€ 41,82

6.1

Het hebben van een loods, keet o.i.d. van tijdelijke aard:

 

 

6.1.1

per week

€ 1,57

€ 1,54

6.1.2

per maand

€ 4,72

€ 4,63

6.1.3

Lozen, het machinaal lozen van water uit bouwputten op de riolering van de gemeente, per lozingspunt, per dag

€ 26,70

€ 26,16

7

Overige

 

 

7.1

Afsluiten van de openbare weg (het afsluiten van een openbare land- of waterweg), per dag

€ 26,70

€ 26,16

7.2

Havens, voor het gebruik van het aan de haven gelegen havenplateau, per jaar (te vermeerderen met OB)

€ 4.007,39

€ 3.926,89

 

 

 

S.J.A. Bronsveld

J. Chr. van der Hoek

griffier

voorzitter

 

 

Vastgesteld door de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland in zijn openbare vergadering van 11 december 2025

Naar boven