Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Schouwen-Duiveland 2026

 

 

De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 november 2025;

gelet op de artikelen 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Schouwen-Duiveland 2026

 

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

 

Artikel 1. Inleidende bepaling

Krachtens deze verordening worden geheven:

a. een afvalstoffenheffing;

b. reinigingsrechten.

 

Artikel 2. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. ‘gebruik maken’: in de zin van artikel 15:33 Wet milieubeheer;

b. grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en

instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.

c. Recreatieperceel: een woning die in hoofdzaak bestemd is voor en gebezigd wordt als verblijf voor

vakantie- en andere recreatieve doeleinden waarvan de eigenaar/gebruiker geen hoofdverblijf heeft in

de gemeente.

 

Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing

 

Artikel 3. Voorwerp van de belasting

1. Voorwerp van de belasting is een perceel.

2. Als perceel wordt aangemerkt:

a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende

zaken;

b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;

c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om

als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde

gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden

beoordeeld, bij elkaar behoren.

e. Het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

 

 

Artikel 4. Aard van de belasting en belastbaar feit

1. Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33

van de Wet Milieubeheer.

2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter

zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van

de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

 

Artikel 5. Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.

 

Artikel 6. Maatstaf van heffing en belastingtarief

1. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven die zijn opgenomen in de bij deze

verordening behorende tarieventabel, rekening houdend met de overige leden van dit artikel.

2. De grondslagen van de belasting zijn:

a. een vast bedrag per perceel (vastrecht);

b. een bedrag per lediging van de rolcontainer

c. een bedrag per aanbieding ondergrondse container

d. wanneer er sprake is van afvalverwijdering van meerdere percelen (niet zijnde recreatie percelen) op hetzelfde inzamelmiddel (bijv. een 1.100 lt. container) wordt het bedrag bepaald, door het bedrag per lediging te vermenigvuldigen met het, aan de hand van de grootte van het huishouden en het daarbij behorende, in deze verordening vastgestelde gemiddelde aantal ledigingen, te weten:

  • 1 persoonshuishouden 10 ledigingen

  • 2 persoonshuishouden 11 ledigingen

  • Meerpersoonshuishoudens 13 ledigingen

3. Het aantal ledigingen, wordt vastgesteld met behulp van containerherkennings- en de

registratieapparatuur op de inzamelauto. Voor de berekening van de belasting wordt uitgegaan van het

aantal malen dat een inzamelcontainer ter lediging wordt aangeboden zoals is vastgesteld met behulp

van de containerherkennings-en registratieapparatuur op de inzamelauto.

4. Het aantal aanbiedingen in de ondergrondse container, wordt vastgesteld met behulp van

registratieapparatuur in de ondergrondse container. Voor de berekening van de belasting wordt

uitgegaan van het aantal malen dat de ondergrondse container met de afvalpas is geopend, per

belastingjaar, welke openingen daarbij automatisch zijn geregistreerd door de paslezer.

 

Artikel 7. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 8. Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

 

Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1. De belasting van het vastrecht artikel 6 lid 2 a is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo

dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is het vastrecht verschuldigd voor

zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de

aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt of wijzigt, bestaat aanspraak op

ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat

jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het

bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00.

4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente

verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.

5. De belasting als bedoeld in artikel 6 lid 2 b en c zijn achteraf verschuldigd per lediging

van de container, dan wel per inworp in de ondergrondse container met gebruik van de

afvalpas.

 

Artikel 10. Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald

uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het

aanslagbiljet is vermeld.

2. In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van

automatische incasso kunnen worden afgeschreven de aanslagen worden betaald in tien termijnen. De

eerste termijn vervalt op de laatste werkdag van de maand volgend op die welke in de dagtekening van

het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens op de laatste werkdag van de

daaropvolgende maand.

3. Indien het totaal te betalen bedrag zoals vermeld op het aanslagbiljet € 50,00 of minder bedraagt, wordt

dit bedrag in afwijking van lid 2 van dit artikel in één termijn afgeschreven één maand na dagtekening

van het aanslagbiljet.

4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

 

Artikel 11. Kwijtschelding

Bij de invordering van de afvalstoffenheffing kan kwijtschelding worden verleend.

 

Artikel 12. Vrijstelling

Belastingplichtigen die blijkens een schriftelijke verklaring van huisarts of medisch specialist of beschikken over een kopie van een afleverbon/factuur/recept als gevolg van een stoma, thuisdialyse, incontinentie of chronische wondverzorging hierdoor extra medisch afvalstoffen aanbiedt, zijn vrijgesteld voor:

 

1.       aanbieding in een ondergrondse container:

1.1     alle aanbiedingen boven de 40 ledigingen in een  ondergrondse container bij een

eenpersoonshuishouden op de eerste dag van het jaar;

1.2     alle aanbiedingen boven de 44 aanbiedingen in een ondergrondse container bij een

tweepersoonshuishouden op de eerste dag van het jaar;

1.3     alle aanbieding boven de 52 aanbiedingen in een ondergrondse container bij een

meerpersoonshuishouden op de eerste dag van het jaar

2.       In afwijking van lid 1 indien geen sprake is van ondergrondse container wordt er (op verzoek) een

gratis extra grijze rolemmer van 240 liter per perceel beschikbaar gesteld. De ledigingen van deze

container zijn vrijgesteld. 

3.       De vrijstelling geldt vanaf het moment de afgiftedatum van de verklaring of kopie als bedoeld in de

aanhef en lid1 dan wel vanaf het moment van levering van de extra bak als bedoeld in het tweede

lid.

4.       De vrijstelling geldt ook indien de genoemde verklaring of kopie als bedoeld in de aanhef wordt

afgegeven voor een lid van het huishouden waarvan de belastingplichtige deel vanuit maakt.

5.       De vrijstelling geldt alleen voor het adres waar de belastingplichtige staat ingeschreven in de

basisregistratie personen.

 

 

Hoofdstuk III Reinigingsrechten

 

Artikel 13. Voorwerp van de belasting

1. Voorwerp van de belasting is een perceel.

2. Als perceel wordt aangemerkt:

a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d, en f, van de Wet waardering onroerende

zaken;

b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;

c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om

als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde

gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden

beoordeeld, bij elkaar behoren.

e. Het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in

onderdeel d bedoeld samenstel.

 

 

Artikel 14. Belastbaar feit

Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

 

Artikel 15. Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

 

Artikel 15 A. Vrijstellingen

Geen reinigingsrechten wordt geheven, indien ter zake van een in artikel 14 belastbaar feit de gemeente langs andere weg een vergoeding ontvangt.

 

Artikel 16. Maatstaf van heffing en belastingtarief

1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 2 en 3

van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid

als een volle eenheid aangemerkt.

 

Artikel 17. Belastingjaar

Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 18. Wijze van heffing

1. De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met

dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.

2. De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden geheven door middel van een

gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.

 

Artikel 19. Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten

1. De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het

belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor

zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang

van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor

zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde

van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente

verhuist.

 

Artikel 20. Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten

De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

 

Artikel 21. Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald

uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het

aanslagbiljet is vermeld.

2. In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van

automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven de aanslagen worden betaald in tien

termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste werkdag van de maand volgend op die welke in de

dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens op de laatste

werkdag van de daaropvolgende maand.

3. Indien het totaal te betalen bedrag zoals vermeld op het aanslagbiljet € 50,00 of minder bedraagt, wordt

dit bedrag in afwijking van lid 2 van dit artikel in één termijn afgeschreven één maand na dagtekening

van het aanslagbiljet

4. De reinigingsrechten bedoeld in artikel 18, tweede lid, moeten worden betaald ingeval van

kennisgeving, als volgt:

a. Indien de kennisgeving mondeling wordt gedaan, dient betaling plaats te vinden op het moment van

kennisgeving.

b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van

toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden genoemde termijnen.

 

 

Artikel 22. Kwijtschelding

Bij de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen

 

Artikel 23. Overgangsbepaling

De “Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Schouwen-Duiveland 2025” van 12 december 2024, wordt tezamen met alle wijzigingsverordeningen die hierop van toepassing zijn, ingetrokken met ingang van artikel 24, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 24. Inwerkingtreding

1. De verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari MERGEFIELD "jaar" 2026.

 

Artikel 25. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening afvalstoffen en reinigingsrechten Schouwen-Duiveland 2026.

 

Bijlage 1: Tarieventabel behorende bij de verordening afvalstoffenheffing/reinigingsrechten 2026

 

 

 

De bedragen genoemd in de tarieventabel zijn exclusief omzetbelasting indien van toepassing.

 

 

Hoofdstuk 1:

Tarieven vast bedrag afvalstoffenheffing

Tarief

1.1

De belasting als bedoeld in artikel 6 lid 2 sub a bedraagt:

 

 

Voor huishoudens per perceel, per belastingjaar, indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht later aanvangt bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door een:

 

 

a. eenpersoonshuishouden met een rolcontainer

€ 230,12

 

b. tweepersoonshuishouden met een rolcontainer

€ 230,12

 

c. meerpersoonshuishouden met een rolcontainer

€ 292,58

 

d. eenpersoonshuishouden met aanbieding ondergrondse container

€ 230,12

 

e. tweepersoonshuishouden met aanbieding ondergrondse container

€ 230,12

 

f. meerpersoonshuishouden met aanbieding ondergrondse container

€ 292,58

 

g. een of meerpersoonshuishouden indien het perceel niet permanent mag worden bewoond of bestemd is voor de (recreatieve) verhuur of indien bij aanvang van de belastingplicht geen inschrijving in de BRP aanwezig is:

€ 292,58

Hoofdstuk 1A:

Tarieven per lediging afvalstoffenheffing

 

1.A1

De belasting als bedoeld in artikel 6 lid 2 sub b bedraagt per lediging van een rolcontainer

 

€ 7,78

1.A2

De belasting als bedoeld in artikel 6 lid 2 sub b bedraagt per lediging van een tweede en volgende rolcontainer

€ 7,78

1.A3

De belasting als bedoeld in artikel 6 lid 2 sub c bedraagt per aanbieding aan de ondergrondse container

€ 1,93

1.A4

De belasting als bedoeld in artikel 6 lid 2 sub d voor een belastingjaar:

 

 

Voor een 1 persoonshuishouden

€ 77,72

 

Voor een 2 persoonshuishouden

€ 85,49

 

Voor een meerpersoonshuishouden

€ 101,03

1.A5

De belasting als bedoeld in artikel 6 lid 2 sub e voor een belastingjaar:

 

 

Voor een recreatieperceel

€ 101,03

1.A6

 

Beschikbaar stellen van:

a. een extra grijze rolemmer van 240 liter ten behoeve van een perceel

voor het inzamelen van de zgn. restfractie.

b. een extra groene rolemmer van 240 liter ten behoeve van een perceel

voor het inzamelen van de GFT-fractie van het afval

 

 

€ 207,88

 

 

€ 102,90

 

 

 

Hoofdstuk 2:

Maatstaven en jaarlijkse tarieven reinigingsrechten

 

2.1

Het recht bedraagt per belastingjaar, op 1 januari van het belastingjaar of indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, voor het:

 

2.1.1

a. Voor een bedrijf met een rolcontainer

€ 292,59

 

b. Voor een bedrijf met aanbieding ondergrondse container

€ 292,59

B 1.

De belasting bedraagt per lediging van een rolcontainer

€ 7,78

B 2.

De belasting bedraagt per lediging van een extra rolcontainer

€ 7,78

B 3.

De belasting bedraagt per aanbieding aan de ondergronds container

€ 1,93

2.1.2

Beschikbaar stellen van:

 

 

a. een extra grijze rolemmer van 240 liter

€ 241,27

 

b. een extra groene rolemmer van 240 liter

€ 241,27

 

 

 

Hoofdstuk 3:

Overige reinigingsrechten

 

3.1

Het recht bedraagt voor het omwisselen van een rolemmer

gratis

3.2

Inzake het ophalen van grof huishoudelijk afval,

 

 

in een Big-Bag met een inhoud van 1 m3 per Big-Bag:

€ 119,40

3.2.1

Inzake het inleveren van grof huishoudelijk afval op de milieustraat is geen recht verschuldigd.

 

3.3

 

bij vermissing van de huidige afvalpas en er geen aangifte van vermissing is gedaan.

€ 19,39

3.4

Het vervangen van een rolemmer die vermist of gestolen is geraakt en er geen aangifte bij de Politie is gedaan en of de aangifte niet is overlegd aan de gemeente

€ 38,78

 

 

 

 

 

S.J.A. Bronsveld

J. Chr. van der Hoek

griffier

voorzitter

 

Vastgesteld door de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland in zijn openbare vergadering van 11 december 2025

Naar boven