VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN FORENSENBELASTING VLISSINGEN 2026

 

De raad van de gemeente Vlissingen;

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 oktober 2025

gelet op artikel 223 van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting Vlissingen 2026

_______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

 

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning:

een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet.

 

Artikel 2. Belastbaar feit en belastingplicht

  • 1.

    Onder de naam ‘forensenbelasting’ wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke

    personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.

  • 2.

    Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.

Artikel 3. Vrijstellingen

Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter

bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft.

 

Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting bedraagt per woning € 1.066,41

 

Artikel 5. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 6. Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

 

Artikel 6A. Ontstaan van de belastingschuld

De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in artikel 2.

 

Artikel 7. Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van

    het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van

    automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet, en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    Indien het totaal te betalen bedrag zoals vermeld op het aanslagbiljet € 50,00 of minder bedraagt, wordt dit bedrag in afwijking van lid 2 van dit artikel in één termijn afgeschreven één maand na

    dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 4.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de voorgaande leden gestelde termijnen.

     

Artikel 8. Kwijtschelding

Bij de invordering van de forensenbelasting wordt geen kwijtschelding toegepast.

 

Artikel 9. Overgangsrecht

De 'Verordening forensenbelasting 2025, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 14 november 2024, wordt tezamen met alle wijzigingsverordeningen die hierop van toepassing zijn ingetrokken met ingang

van de in artikel 10, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing. Deze verordening blijft echter van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 10. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

 

Artikel 11. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening forensenbelasting Vlissingen 2026.

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 november 2025

 

 

de griffier,

Mr. F. Vermeulen

 

 

de voorzitter,

Drs. A.R.B. van den Tillaar

 

 

 

 

Naar boven