Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting Schouwen-Duiveland 2026

 

 

De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 november 2025;

gelet op artikel 223 van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting Schouwen-Duiveland 2026

 

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning:

een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet.

 

Artikel 2. Belastbaar feit en belastingplicht

1. Onder de naam ‘forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen,

die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar

voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.

2. Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.

 

Artikel 3. Vrijstellingen

1. Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter

bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend openbaar orgaan, waarvan hij

het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van

zijn hoofdverblijf verblijft.

2. De belasting wordt niet geheven als de belastingplichtige en zijn gezin verblijf houden in de voor zich en

zijn gezin beschikbaar gehouden gemeubileerde woning en ter zake van dit verblijf ook

toeristenbelasting wordt geheven overeenkomstig de verordening toeristenbelasting.

 

Artikel 4. Maatstaf van heffing

1. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die

voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar

valt, is vastgesteld.

2. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf

voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor

het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering

onroerende zaken.

3. In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting

geheven naar de waarde.

4. De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig

de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat artikel 16, onderdeel e,

van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast.

Artikel 5. Belastingtarief

De belasting bedraagt per belastingjaar 0,3086% van de maatstaf van heffing voor de woning als bedoeld in artikel 4, met een maximum van € 2.922,00 per woning en een minimum van € 379,04.

 

Artikel 6. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 6A. Ontstaan van de belastingschuld

De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in artikel 2.

 

Artikel 7. Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

 

Artikel 8. Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald

uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het

aanslagbiljet is vermeld.

2. In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van

automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen worden betaald in tien

termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de

dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens op de laatste

werkdag van de daaropvolgende maand.

3. Indien het totaal te betalen bedrag zoals vermeld op het aanslagbiljet € 50,00 of minder bedraagt, wordt

dit bedrag in afwijking van lid 2 van dit artikel in één termijn afgeschreven één maand na dagtekening

van het aanslagbiljet.

4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

 

Artikel 9. Kwijtschelding van belasting

Bij de invordering van forensenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 10. Overgangsbepaling

De “Verordening forensenbelasting Schouwen-Duiveland 2025” van 12 december 2024, wordt tezamen met alle wijzigingsverordeningen die hierop van toepassing zijn, ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 11. Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

 

Artikel 12. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening forensenbelasting Schouwen-Duiveland 2026.

 

 

 

 

 

 

S.J.A. Bronsveld

J. Chr. van der Hoek

griffier

voorzitter

 

Vastgesteld door de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland in zijn openbare vergadering van 11 december 2025

Naar boven