Gemeenteblad van Schouwen-Duiveland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Schouwen-Duiveland | Gemeenteblad 2025, 551005 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Schouwen-Duiveland | Gemeenteblad 2025, 551005 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting Schouwen-Duiveland 2026
De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 november 2025;
gelet op artikel 223 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting Schouwen-Duiveland 2026
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning:
een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet.
Artikel 2. Belastbaar feit en belastingplicht
1. Onder de naam ‘forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen,
die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar
voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.
2. Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
1. Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter
bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend openbaar orgaan, waarvan hij
het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van
2. De belasting wordt niet geheven als de belastingplichtige en zijn gezin verblijf houden in de voor zich en
zijn gezin beschikbaar gehouden gemeubileerde woning en ter zake van dit verblijf ook
toeristenbelasting wordt geheven overeenkomstig de verordening toeristenbelasting.
Artikel 4. Maatstaf van heffing
1. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die
voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar
2. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf
voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor
het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering
3. In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting
4. De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig
de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat artikel 16, onderdeel e,
van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast.
De belasting bedraagt per belastingjaar 0,3086% van de maatstaf van heffing voor de woning als bedoeld in artikel 4, met een maximum van € 2.922,00 per woning en een minimum van € 379,04.
De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in artikel 2.
Artikel 8. Termijnen van betaling
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald
uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
2. In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van
automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen worden betaald in tien
termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de
dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens op de laatste
werkdag van de daaropvolgende maand.
3. Indien het totaal te betalen bedrag zoals vermeld op het aanslagbiljet € 50,00 of minder bedraagt, wordt
dit bedrag in afwijking van lid 2 van dit artikel in één termijn afgeschreven één maand na dagtekening
4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 9. Kwijtschelding van belasting
Bij de invordering van forensenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
De “Verordening forensenbelasting Schouwen-Duiveland 2025” van 12 december 2024, wordt tezamen met alle wijzigingsverordeningen die hierop van toepassing zijn, ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-551005.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.