Bouwsteen Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026

 

Definities en verklaringen

Agrarisch bedrijf

Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, waaronder mede begrepen houtteelt, en/of het houden van dieren, een en ander met dien verstande dat:

  • maneges, kennels en dierenasiels niet als agrarische bedrijven worden aangemerkt;

  • mestbewerking en mestverwerking onderdeel uitmaakt van de agrarische bedrijfsvoering.

Arbeidsmigrant

Een persoon die vanwege economische motieven naar de gemeente Horst aan de Maas komt en daar tijdelijk verblijft om arbeid te verrichten en inkomen te verwerven.

 

Bedrijfsgebouw

Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf.

 

Bbl

Besluit bouwwerken leefomgeving.

 

BOPA

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

 

BRP

De Basisregistratie Personen (BRP) bevat namen, adressen en andere persoonsgegevens van inwoners van Nederland (ingezetenen) en van personen die Nederland hebben verlaten (niet-ingezetenen). Personen die korter dan 4 maanden in Nederland verblijven kunnen ook als niet-ingezetenen in de BRP staan. Bijvoorbeeld als ze tijdelijk werken of studeren in Nederland.

 

Effectgebied

Het gebied waarin de effecten van de huisvesting van arbeidsmigranten op het woon- en leefklimaat worden onderzocht.

 

ETFAL

Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

 

Gebruiksvloeroppervlakte (GBO)

De vloeroppervlakte van een ruimte of van een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen (NEN 2580).

 

Hergebruik van seizoenshuisvesting

De huisvesting van arbeidsmigranten voor een ander agrarisch of niet-agrarisch bedrijf, wanneer het agrarische bedrijf geen of minder eigen werknemers te huisvesten heeft vanwege een laag arbeidsintensief teeltseizoen.

 

Hoofdvestiging

Gebouwen en gronden die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de geldende functie van een perceel en gelet op die functie in functioneel opzicht de hoofdvestiging van het bedrijf vormen.

 

Leefbaarheid

De mate waarin een woon- en leefomgeving voldoet aan basisvoorwaarden voor een prettig en gezond bestaan. Dit omvat fysieke aspecten (zoals woningkwaliteit, onderhoud en inrichting van de openbare ruimte), functionele aspecten (bereikbaarheid, voorzieningen, veiligheid) en sociale aspecten (tevredenheid, wederzijds respect en gemeenschapszin).

 

Meedoenplan

Het Meedoenplan beoogt dat initiatiefnemers voor nieuwe huisvesting van arbeidsmigranten een plan aanleveren waarin zij laten zien dat ze verantwoordelijkheid nemen voor de maatschappelijke en sociale uitdagingen die het huisvesten van arbeidsmigranten met zich meebrengt. Met 'Meedoen' bedoelen we dat arbeidsmigranten minimaal goed geïnformeerd worden over de mogelijkheden op het gebied van (taal)onderwijs, belastingdienst, regelgeving, zorg, verkeer, drank, drugs, rechten en plichten, aanmelden bij verenigingen, normen en waarden, et cetera. Ook wordt in het plan aandacht besteed aan zaken als de bereikbaarheid en het vervoer van en naar voorzieningen zoals bijvoorbeeld supermarkt, huisarts of tandarts. Daarnaast is goed contact met de buurt belangrijk. Initiatiefnemers wordt daarom gevraagd zich hiervoor in te spannen.

 

Modulaire gebouwen

Gebouwen die in zijn geheel of in delen verplaatsbaar zijn.

 

Multifunctionele buitenruimte

Een multifunctionele buitenruime ingericht voor recreatieve en sociale activiteiten bestemd voor gebruik door bewoners.

 

MYinfoNL -app

MYinfoNL is een digitale applicatie waarmee gemeenten meertalige en thematisch geordende informatie aan arbeidsmigranten kunnen verstrekken over wonen, werken en leven in Nederland.

 

Nevenvestiging

Een vestiging die functioneel verbonden is met en ondergeschikt is aan een zich op de een ander bouwvlak bevindende hoofdvestiging van een bedrijf.

 

Ongewenste cumulatie

De opeenstapeling van negatieve ruimtelijke effecten van bestaande of reeds vergunde huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten binnen een effectgebied waardoor het woon- en leefklimaat in een gebied onder druk komt te staan, terwijl deze effecten afzonderlijk mogelijk als aanvaardbaar worden beschouwd. Bij de beoordeling van ongewenste cumulatie worden in ieder geval ook de aanwezigheid van woonfuncties, het voorzieningenniveau, de ontsluiting naar kernen en/of verkeersbewegingen binnen het effect gebied betrokken.

 

OPA

Binnenplanse omgevingsplanactiviteit.

 

RNI

In de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI) staan de gegevens van mensen die niet (meer) in Nederland wonen, maar wel te maken hebben met de Nederlandse overheid. Ook de gegevens van mensen die korter dan 4 maanden in Nederland wonen staan in de RNI. De RNI is onderdeel van de Basisregistratie Personen (BRP).

 

SNF

De Stichting Normering Flexwonen beheert het register van ondernemingen die aan de norm voor huisvesting van arbeidsmigranten voldoen en onderhoudt de normen. Organisaties die huisvesting voor arbeidsmigranten aanbieden kunnen het keurmerk van de Stichting Normering Flexwonen behalen. Stichting Normering Flexwonen komt voort uit de Nationale Verklaring Tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten die op 28 maart 2012 is ondertekend door een groot aantal partijen, zoals de minister van Binnenlandse Zaken, de VNG, Aedes, ABU, NBBU, VIA, LTO Nederland, Productschap Vee en Vlees, CNV, FNV, Pools Overlegplatform in Nederland en diverse gemeenten.

 

SNF-norm

Om opgenomen te worden in het register van SNF moet een onderneming voldoen aan de norm voor huisvestiging van arbeidsmigranten. De norm kent de onderdelen bezetting, ruimte, daglicht en verwarming, sanitair, hygiëne, voorzieningen, (brand)veiligheid, onderhoud en beheer en informatievoorziening. Ieder onderdeel bestaat uit een aantal specifieke eisen waaraan de huisvesting moet voldoen.

 

Sociale samenhang

De kwaliteit van relaties en verbindingen tussen bewoners, uitgedrukt in vertrouwen, solidariteit, betrokkenheid bij de buurt en bereidheid tot samenwerking. Sociale samenhang vermindert risico’s op spanningen en bevordert integratie en gemeenschapsvorming.

 

Team arbeidsmigranten in kwetsbare positie (TAK-team)

Het TAK-team is een regionale organisatie die ondersteuning biedt aan dakloze of dreigend dakloze EU-arbeidsmigranten in Noord-Limburg door deze arbeidsmigranten bijvoorbeeld te begeleiden in terugkeer naar werk en huisvesting.

 

Uitvaller

Een arbeidsmigrant die tijdelijk geen onderdak heeft door omstandigheden zoals verlies van werk, beëindiging van een huurcontract, persoonlijke of medische problemen, of andere acute situaties die leiden tot een urgente behoefte aan tijdelijke opvang.

 

Veiligheid

De mate waarin inwoners zich beschermd weten tegen risico’s en incidenten, zowel fysiek als sociaal. Fysieke veiligheid omvat aspecten zoals brandveiligheid, bouwkwaliteit, verkeersveiligheid en handhaving van regels. Sociale veiligheid gaat over het ervaren gevoel van geborgenheid, het voorkomen van overlast, criminaliteit en misstanden, en het bevorderen van respectvol samenleven.

 

VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

 

WIN-punt

Work in NL-punten (WIN-locaties) bieden arbeidsmigranten betrouwbare informatie en advies over wonen, werken en leven in Nederland. Ook werkgevers kunnen hier terecht voor vragen met betrekking tot het werken met arbeidsmigranten.

 

Woonoppervlakte

Het totale oppervlakte aan woonruimte per persoon in de vorm van woonkamers, slaapkamers, keukens en sanitaire ruimtes, niet zijnde gangen en technische ruimtes.

Hoofdstuk 1- Inleiding

1.1 Aanleiding

De gemeente Horst aan de Maas kent een sterke economische structuur waarin sectoren zoals de land- en tuinbouw, recreatie, zorg, horeca, het midden- en kleinbedrijf en de logistieke sector een beroep doen op arbeidsmigranten. Hoewel deze sectoren allen arbeidsmigranten nodig hebben, is de vraag per sector anders en vraagt dit dan ook om een andere adressering. De nu voorliggende ‘Bouwsteen huisvesting arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven 2026’ is een onderdeel van het nog op te stellen programma Economie. Op dit moment zijn de economische keuzes nog niet dusdanig uitgewerkt dat er generieke regels opgesteld kunnen worden voor het huisvesten van arbeidsmigranten buiten de agrarische sector. Deze keuzes moeten onder andere landen in het nog op te stellen programma Economie. De bouwsteen inclusief de regels (BOPA en OPA) die nu voorliggen zijn hier slechts een onderdeel van en zien alleen op huisvesting voor arbeidsmigranten in de agrarische sector. Daarnaast staan landelijke en provinciale regels op dit moment het huisvesten van arbeidsmigranten op bijvoorbeeld bedrijventerreinen en vakantieparken ook niet toe. In de gemeente Horst aan de Maas is er behoefte om onderbouwd medewerking te verlenen aan deze sectoren. Het college zal dit situationeel moeten beoordelen. Deze ruimte wordt met de voorliggende bouwsteen nog steeds geboden.

 

Huisvesting van arbeidsmigranten kan gepaard gaan met knelpunten op het gebied van leefbaarheid, veiligheid en draagkracht in de omgeving. De gemeente Horst aan de Maas staat voor de uitdaging in haar beleid evenwicht te brengen door haar beleid en regels omtrent arbeidsmigranten te herzien. De huidige regels en beleidskaders sluiten onvoldoende aan bij de dagelijkse praktijk en bij de nieuwe omgevingsvisie en ambitie van de gemeente. Dit maakt het lastig voldoende grip te houden op vergunningsaanvragen voor de huisvesting van arbeidsmigranten en balans te vinden tussen verschillende belangen.

 

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het van belang dat beleidsdoelen en uitvoeringsmaatregelen helder worden vastgelegd. Ook landelijke en regionale ontwikkelingen, zoals de landelijke woningbouwopgave, de spreiding van arbeidsmigranten en regionale woondeals, vragen om een samenhangend programma. Daarbij zet de gemeente de VNG-handreiking effectrapportage bij nieuwe bedrijvigheid in om vooraf sturing te geven aan de relatie tussen economische ontwikkeling en de huisvesting van werknemers. Dit instrument helpt om in een vroeg stadium afspraken te maken met agrarische bedrijven over de gevolgen van nieuwe bedrijvigheid voor de huisvestingsopgave.

 

Hoewel robotisering en automatisering in de toekomst de vraag naar arbeidsmigranten zullen verminderen, is dit op korte termijn nog niet de realiteit. Complexe implementatie en hoge kosten van robotisering zorgen ervoor dat arbeidsmigranten voorlopig onmisbaar blijven.

 

Om het vraagstuk rond arbeidsmigratie zorgvuldig te benaderen, kiest de gemeente bewust voor een evenwichtige aanpak. De adviezen van het ‘Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten’ (Commissie Roemer) zijn de basis voor ons beleid. Daar maken we één uitzondering op, namelijk het uitgangspunt 'scheiden van wonen en werken’. Volgens ons verkleint dit de afhankelijkheid tussen arbeidsmigrant en werkgever niet. Wij geloven in de verantwoordelijkheid van ondernemers én in een stevige aanpak als je die verantwoordelijkheid niet neemt. Daarom bieden wij agrarische ondernemers wel de mogelijkheid om hun eigen personeel te huisvesten, maar dan wel onder de juiste voorwaarden. Op onderdelen bieden we meer ruimte waar dit wenselijk en verantwoord is, terwijl we juist grenzen stellen wanneer de druk op leefbaarheid, veiligheid of draagvlak te groot wordt. Centraal staat dat de belangen van drie groepen zorgvuldig worden meegewogen: arbeidsmigranten, omwonenden en ondernemers.

 

Dit alles leidt tot de noodzaak om een bouwsteen vast te stellen die concreet richting geeft aan de huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven in Horst aan de Maas.

 

1.2 Doelstelling

Deze ‘Bouwsteen Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’, onderdeel van het nog op te stellen programma Economie, vormt het uitvoeringskader bij de uitgangspuntennotitie ‘Arbeidsmigratie: Toekomst in Balans’ en de omgevingsvisie. Als uitwerking van deze bouwsteen wordt het TAM-omgevingsplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’ vastgesteld. Daarnaast vindt de uitwerking deze bouwsteen plaats door het vaststellen van de beleidsregel voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit vergunningen (hierna: BOPA) die zien op de huisvesting van arbeidsmigranten.

 

Deze bouwsteen geeft richting aan de gewenste kwaliteit van huisvesting voor arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven in de gemeente Horst aan de Maas. De beleidsdoelen worden hierin vertaald naar concrete maatregelen die bijdragen aan het beheer, de bescherming en de versterking van de fysieke leefomgeving, zowel voor arbeidsmigranten als voor de lokale gemeenschap. Daarbij staat het behoud van leefbaarheid, sociale samenhang en veiligheid, en grip op kwaliteit van huisvesting centraal.

 

Deze bouwsteen zet in op het voorkomen van ongewenste woonvormen en overconcentratie van huisvesting van arbeidsmigranten. Daarnaast wordt ingezet op kleinschaligheid van nieuwe huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten. Zo wordt gewerkt aan een evenwichtige balans tussen de economische noodzaak van arbeidsmigratie en het behoud van leefbare, veilige en hechte gemeenschappen.

 

1.3 Arbeidsmigrant

Zoals uit het voorgaande blijkt, stelt de voorliggende bouwsteen doelen en maatregelen om te komen tot kwalitatief goede huisvesting voor arbeidsmigranten met een goede spreiding over de gemeente. De vraag die daarbij hoort is: wie is dan die arbeidsmigrant? Wij hanteren de volgende definitie:

 

“Een persoon die vanwege economische motieven naar de gemeente Horst aan de Maas komt en daar tijdelijk verblijft om arbeid te verrichten en inkomen te verwerven.”

 

Hieronder gaan wij verder in op een aantal componenten uit deze definitie.

 

Een persoon

Het moet gaan om een persoon die naar de gemeente Horst aan de Maas komt om hier te gaan werken, ongeacht wat zijn herkomst is. Migrant wordt in dit verband dan ook uitgelegd als een persoon van buiten de gemeente Horst aan de Maas. Omdat er vaak sprake zal zijn van laaggeschoolde arbeid en er sprake is van vrij verkeer van personen binnen de Europese Unie (hierna: EU) betreft dit wel vaak personen die afkomstig zijn vanuit een ander EU-land. Wij onderkennen echter dat er ook sprake kan zijn van personen van buiten de EU die naar Nederland zijn gekomen om arbeid te verrichten. Zij beschikken dan over een werkvergunning. Personen met een werkvergunning worden voor deze bouwsteen gelijkgesteld met een persoon van binnen de EU en worden derhalve ook aangemerkt als arbeidsmigrant.

 

Tijdelijk

Het betreft dus een persoon die tijdelijk naar Horst aan de Maas komt met de intentie om hier te werken. Voor zover zij zich permanent willen vestigen in onze gemeente geldt in ieder geval dat zij aangewezen zijn op reguliere woningen. Voor deze laatste groep geldt deze bouwsteen niet. Het moet dus gaan om personen die tijdelijk in onze gemeente verblijven. Dit kan slechts enkele maanden zijn tot enkele jaren. Ook voor de personen die langere tijd in onze gemeente verblijven zal er vaak sprake zijn van seizoenswerk en zullen deze personen ook tussendoor terugkeren naar hun vaste woonplaats, al dan niet gelegen in het buitenland.

 

Stay

Hiervoor schreven wij reeds dat het huisvesten bij agrarische bedrijven niet mogelijk is voor personen die zich permanent willen vestigen in onze gemeente. Zij zijn immers aangewezen op de reguliere woningvoorraad. Wij merken wel op dat op voorhand niet altijd duidelijk is voor de persoon dat deze zich definitief in onze gemeente wenst te vestigen. Dit kan ook ontstaan tijdens het tijdelijk verblijf omdat de arbeidsmigrant bijvoorbeeld in onze gemeente een sociaal leven opbouwt. Voor zover een arbeidsmigrant een niet-Nederlandse achtergrond heeft willen wij deze persoon wel uitdagen om tijdig mee te doen in onze maatschappij. Ook kunnen zij de keuze maken om zich op enig moment permanent in onze gemeente te vestigen. Ook hier kan sprake zijn van een weerbarstig proces. Een proces waar vele factoren op van invloed zijn. Denk hierbij niet alleen aan de situatie van de arbeidsmigrant in Nederland (werktevredenheid, kwaliteit van de huisvesting, sociale cohesie et cetera), maar ook aan externe invloeden zoals bijvoorbeeld economische situatie in het vaderland, mogelijkheden om daar een bestaan op te bouwen en de gezondheid van familieleden. Wij heten alle arbeidsmigranten die in onze gemeente verblijven welkom.

Een belangrijke vraag is daarbij op welk moment wij informatie willen aanbieden om hen hier welkom te laten voelen. Wij kiezen ervoor om de Wet basisregistratie personen hierin leidend te laten zijn. Op grond van de Wet basisregistratie personen heeft iemand ergens zijn hoofdverblijf als de persoon op een bepaalde plaats binnen zes maanden tenminste vier maanden op dezelfde plaats verblijft of als diegene daartoe de intentie heeft. Op dat moment ontstaat de wettelijke verplichting om zich in te schrijven in de Basisregistratie Personen (hierna: BRP). Op het moment van inschrijven verlaat de persoon de status van het tijdelijk verblijven (short-stay) in Nederland om te werken en registreert de persoon zich als inwoner van Nederland. Op dat moment spreken wij over stay. Dit betekent dat wij van hen ook een actievere rol in onze samenleving verwachten. Te denken valt hierbij onder andere aan het stimuleren tot het leren van de Nederlandse taal, lid worden van verenigingen en uiteindelijk bij permanent verblijf zich vestigen in reguliere woningen.

Wij merken op dat ongeacht de verblijfsduur, short-stay of stay, voor alle arbeidsmigranten goede woon- en leefomstandigheden een vereiste zijn. Wij maken daarmee geen onderscheid in short-stay of stay voorzieningen.

 

Aantal

Het aantal arbeidsmigranten dat woont en/of werkt in de gemeente Horst aan de Maas is fluïde. De gemeente Horst aan de Maas maakt gebruik van een dashboard waar af te lezen is hoeveel vergunde huisvestingslocaties er zijn en aan hoeveel arbeidsmigranten zij plek bieden. Hoewel dit een beeld geeft, beseffen wij dat dit niet een compleet beeld geeft. Illegale huisvestingslocaties zijn hier niet in meegenomen. Daarnaast biedt het ook alleen maar een overzicht van de personen die in onze gemeente gehuisvest zijn. Dit geeft geen indicatie van de personen die er ook daadwerkelijk werken. Deze bouwsteen richt zich daarom ook op het verkrijgen van steeds meer en betere informatie op dit thema.

 

1.4 Verhouding bouwsteen, omgevingsplan en beleidsregel

Deze bouwsteen ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’, onderdeel van het nog op te stellen programma Economie, vormt het beleid van de gemeente Horst aan de Maas voor de huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven.

 

Het programma is een nieuw instrument onder de Omgevingswet. Het slaat een brug tussen enerzijds de omgevingsvisie en anderzijds het omgevingsplan. In de omgevingsvisie is de strategische langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving van de gemeente opgenomen. Het geeft aan waar de gemeente in zijn geheel maar ook in deelgebieden naar wenst te ontwikkelen. Deze bouwsteen zorgt voor een verdere concretisering van de omgevingsvisie maar stelt daarnaast ook minimale kwaliteitseisen aan huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven. Dit geldt zowel voor de kwaliteit van de huisvesting zelf als de omgevingskwaliteit. Hiermee wordt gestuurd op het bereiken van een gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het programma slaat een brug tussen omgevingsvisie en omgevingsplan door de lange termijnvisie om te zetten naar doelen en maatregelen welke vertaald kunnen worden in een omgevingsplan. In het omgevingsplan staan namelijk alle regels die gelden voor de fysieke leefomgeving. Met het stellen van deze regels wordt de langetermijnvisie nagestreefd.

 

De uitgangspunten uit deze bouwsteen zijn vertaald naar algemene regels in het TAM-omgevingsplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’. Het TAM-omgevingsplan kent de mogelijkheid om onder voorwaarden door middel van een omgevingsplanactiviteit (hierna: OPA) medewerking te verlenen aan het huisvesten van maximaal 20 arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven. Als een initiatief niet voldoet aan de regels in het TAM-omgevingsplan kan er doormiddel van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA) medewerking worden verleend aan een initiatief. Een aanvraag om een BOPA voor de huisvesting van arbeidsmigranten wordt getoetst aan de beleidsregel ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’. De uitgangspunten uit deze bouwsteen zijn vertaald naar concrete beoordelingscriteria in de beleidsregel. Initiatieven die voldoen aan deze beleidsregel kunnen, naar beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, door middel van een BOPA vergund worden. Het betreft hier een bevoegdheid van het college, initiatiefnemers kunnen geen recht op een vergunning aan de beleidsregel ontlenen. De gemeenteraad heeft bindend adviesrecht bij aanvragen voor een BOPA als het gaat om huisvesting van arbeidsmigranten.

 

Het ‘Parapluplan Internationale werknemers Horst aan de Maas 2021’ komt vanwege het overgangsrecht uit de Omgevingswet niet te vervallen met de vaststelling van het TAM-omgevingsplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’. In het TAM-omgevingsplan zijn voorrangsregels opgenomen die ervoor zorgen dat de bepalingen uit het ‘Parapluplan Internationale werknemers Horst aan de Maas 2021’ niet meer gelden. Het oude beleid ‘Beleid Arbeidsmigranten 2019’ wordt pas door de gemeenteraad ingetrokken op het moment dat de gemeenteraad het TAM-omgevingsplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’ vaststellen. Het ‘Beleid arbeidsmigranten 2019’ is destijds namelijk niet door het college van burgemeester en wethouders maar door de gemeenteraad vastgesteld. Tot die tijd vormt voorliggende bouwsteen en de beleidsregel ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’ het toetsingskader voor het college van burgemeester en wethouders voor nieuwe aanvragen.

 

Het college van burgemeester en wethouders heeft op 22 april 2025 het TAM-voorbereidingsbesluit ‘voorbeschermingsregels huisvesting internationale medewerkers’ vastgesteld. Die voorbeschermingsregels gelden in ieder geval 22 oktober 2026 of totdat het TAM-omgevingsplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’ is vastgesteld. Het TAM-omgevingsplan wordt in december 2025 door het college ter inzage gelegd zodat de gemeenteraad het TAM-omgevingsplan voor het verstrijken van de voorbeschermingsregels kan vaststellen.

 

1.5 Fysiek en sociaal

In de vorige paragraaf werd duidelijk dat deze bouwsteen zich richt op de fysieke leefomgeving. Er worden doelen en maatregelen gesteld die verwerkt worden in concrete regels in het omgevingsplan en beleidsregel ten aanzien van BOPA’s. De thematiek rondom arbeidsmigranten is echter veel breder. Het vergt een goede verbinding tussen wonen, werken en welzijn. Deze bouwsteen voorziet met name in doelen en maatregelen op het gebied wonen en werken. Om een volledig beeld te geven van de thematiek worden knelpunten op sociaal maatschappelijke vlakken wel benoemd. Om een duidelijke scheiding te geven en om eventuele misverstanden te voorkomen, zijn deze punten in hoofdstuk 3 (Sociaal maatschappelijk) apart benoemd. Deze punten kunnen niet meegenomen worden in de doelen en maatregelen van deze bouwsteen omdat zij geen directe relatie hebben met de fysieke leefomgeving. Deze punten krijgen bijvoorbeeld plaats in het sociaal integratieplan.

 

1.6 Leeswijzer

Deze bouwsteen bestaat uit drie hoofdstukken. In hoofdstuk 1 wordt de aanleiding en doelstelling van de bouwsteen beschreven. Hierbij wordt ingegaan op dé arbeidsmigrant, de relatie tussen de verschillende instrumenten die wij onder de Omgevingswet hanteren en de verhouding tussen wonen, werken en welzijn in relatie tot deze bouwsteen. Hoofdstuk 2 beschrijft de doelen, uitgangspunten en maatregelen die de gemeente Horst aan de Maas hanteert bij de huisvesting van arbeidsmigranten. Daarbij komen onder meer thema’s aan bod als spreiding, leefbaarheid, veiligheid en samenwerking met partners. De sociaal-maatschappelijke aspecten worden in hoofdstuk 3 benoemd. In hoofdstuk 4 worden de financiën, communicatie, participatie en afspraken toegelicht die nodig zijn om deze uitgangspunten in de praktijk te brengen.

Hoofdstuk 2 – Doelen, uitgangspunten en maatregelen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de algemene uitgangspunten en voorwaarden die gelden voor de huisvesting van arbeidsmigranten ten behoeve van de agrarische sector. Gelet op de huidige druk op de woningmarkt kan deze groep geen woning vinden op de reguliere woningmarkt. De huisvesting bij agrarische bedrijven moet daarom wel de kwaliteit ‘wonen’ hebben. De arbeidsmigrant die zich voor langere tijd in onze gemeente wil vestigen nemen we mee in de totale woningbehoefte. Om oneerlijke concurrentie en verdringing van de lokale woningzoekende te voorkomen wordt in het volkshuisvestingsprogramma rekening gehouden met de woningbehoefte van beide groepen. Dit betekent dan ook dat voor beide groepen (de lokale woningzoekende én de arbeidsmigrant) woningvoorraad wordt toegevoegd. De komende jaren moet met de bouw van geschikte huisvesting voor iedereen in de samenleving de druk op de woningmarkt verlicht worden. Dit doen we overigens in samenspraak met omliggende gemeenten en de provincie. Hiermee wordt de regie op de volkshuisvestelijke opgave versterkt.

 

2.1 Verbinding met breder maatschappelijk kader

In deze paragraaf worden maatregelen beschreven die richting geven aan een zorgvuldig en verantwoord beleid rondom de huisvesting van arbeidsmigranten. Hierbij beseffen we dat dit niet alles in regels te vatten is, maar dat we graag ook de samenwerking zoeken met agrariërs om te komen tot goede afspraken.

2.1.1 Economisch beleid

Doel

Economische ontwikkeling en huisvesting van arbeidsmigranten worden op een evenwichtige manier met elkaar verbonden. Nieuwe bedrijvigheid mag niet automatisch leiden tot een grote toename van de vraag naar arbeidsmigranten en behoefte aan huisvesting zonder dat dit zorgvuldig wordt afgewogen.

 

Uitgangspunten

Bij de vestiging van nieuwe bedrijven is inzicht in de personeelsbehoefte, de inzet van arbeidsmigranten, en behoefte aan huisvesting noodzakelijk. Naast de mate van economische meerwaarde worden ook de maatschappelijke en ruimtelijke effecten meegewogen, zoals druk op de woningvoorraad, leefbaarheid en voorzieningen. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de sociaal-maatschappelijke gevolgen, zoals integratie, sociale cohesie en de positie van arbeidsmigranten als kwetsbare doelgroep. Deze integrale benadering voorkomt dat economische groei leidt tot ongewenste ruimtelijke neveneffecten. De gemeente maakt hiervoor gebruik van de VNG-handreiking effectrapportage bij nieuwe bedrijvigheid. Dit instrument ondersteunt gemeenten om deze effecten vroegtijdig in beeld te brengen en te vertalen naar concrete afspraken met bedrijven, zodat economische ontwikkeling en huisvesting op een evenwichtige manier kunnen worden verbonden.

 

Maatregel

  • De gemeente werkt volgens de VNG-handreiking effectrapportage bij nieuwe bedrijvigheid.

2.1.2 Sterker inzetten op gesprekken met agrarische ondernemers

Doel

Het doel is om door middel van vroegtijdige gesprekken met agrarische ondernemers te zorgen voor transparante plannen, kwalitatieve huisvesting en een evenwichtige inpassing in de leefomgeving. Door al in de wenselijkheids- en haalbaarheidsfase intensieve gesprekken te voeren met initiatiefnemers bij aanvragen voor exploitatie- en omgevingsvergunningen, kunnen risico’s tijdig worden gesignaleerd, ongewenste situaties worden voorkomen en afspraken worden gemaakt die bijdragen aan leefbaarheid, veiligheid en verantwoord werkgeverschap.

 

Uitgangspunten

Een bespreking van een informatie- of haalbaarheidsverzoek met agrarische ondernemers is essentieel om de kwaliteit van plannen te toetsen en risico’s tijdig te signaleren. In dit gesprek, dat plaatsvindt in de informatiefase van een verzoek, worden bedrijfsvoering, noodzaak, ervaringen uit het verleden, signalen uit de omgeving en handhavingshistorie meegenomen. Voor dit gesprek wordt de gespreksleidraad uit de VNG-handreiking effectrapportage bij nieuwe bedrijvigheid gebruikt, welke de gemeente in staat stelt om op constructieve wijze in gesprek te gaan met bedrijven over de huisvesting van personeel. In dit gesprek neemt de omgevingsregisseur met de agrarische ondernemer door wat er van de agrarische ondernemer verwacht wordt. Dit gaat niet alleen om welke vergunningen benodigd zijn maar ook om welke voorwaarden daaraan verbonden zijn en wat ook verwacht mag worden ten aanzien van het laten meedoen van de arbeidsmigranten in onze gemeente.

 

Onder verantwoord werkgeverschap hoort ook zorgen voor goede huisvesting. Wij weten dat veel agrarische ondernemers deze handschoen oppakken en zorgen voor goede huisvesting bij het agrarisch bedrijf. Huisvesting bij het agrarisch bedrijf heeft ruimtelijke voordelen (bijv. minder vervoersbewegingen) en leidt vaak tot een betere beheersbaarheid. Maar er schaart ook het gevaar in van afhankelijkheid van de werknemer van de werkgever. Om te zorgen voor een goede balans en bescherming van de werknemer is de voorwaarde voor huisvesting bij het agrarisch bedrijf dat er geen koppeling is tussen het arbeidscontract en het huurcontract. Op dit punt wijken wij dus op een verantwoorde manier en weloverwogen af van de aanbevelingen van de Commissie Roemer (zoals beschreven in paragraaf 1.1).

 

Maatregelen

  • Een omgevingsregisseur wordt betrokken bij ruimtelijke initiatieven voor huisvesting van arbeidsmigranten. Deze betrokkenheid geldt al vanaf het moment dat een informatieverzoek voor een huisvestingslocatie binnen komt. De omgevingsregisseur betrekt ook collega’s van het sociaal domein;

  • Een vroegtijdig gesprek tussen de omgevingsregisseur en agrarische ondernemers is een onderdeel van de uniforme werkwijze bij initiatieven die zien op de huisvesting van arbeidsmigranten. Een schematische weergave van deze werkwijze vindt u in bijlage 1;

  • Tijdens dit gesprek wordt gebruik gemaakt van de gespreksleidraad uit de VNG-handreiking effectrapportage bij nieuwe bedrijvigheid. Deze gespreksleidraad wordt ook gebruikt bij bestaande bedrijven die uitbreiding wensen. Er wordt tenminste ingegaan op de volgende onderwerpen:

    • o

      Onderwerpen uit de VNG-handreiking:

      • ▪︎

        Noodzaak van (extra) arbeidsmigranten en extra locaties, met daarbij ook aandacht voor de feitelijke bezettingsgraad van reeds vergunde bedden;

      • ▪︎

        Bedrijfsvoering: in hoeverre zet de ondernemer in op verduurzaming en innovatie;

      • ▪︎

        Ervaring uit het verleden (zowel ondernemer, als signalen uit buurt/handhaving/sociaal domein/wonen/veiligheid).

    • o

      Inzicht in type arbeidsmigrant:

      • ▪︎

        Short-stay versus stay;

      • ▪︎

        Aandacht voor vervolg en integratie: sociaal integratieplan;

      • ▪︎

        Inzet op begeleiding naar regulier wonen;

      • ▪︎

        Verwachting in gebruik van voorzieningen;

    • o

      Aandacht voor seizoensgebondenheid/seizoensbehoefte;

    • o

      Aandacht voor scheiding bed-brood op contractniveau.

2.1.3 Meer verantwoordelijkheid werkgevers

Doel

Het doel is werkgevers nadrukkelijk te betrekken bij het realiseren van goede arbeidsomstandigheden én goede woon- en leefomstandigheden voor arbeidsmigranten. Daarmee wordt benadrukt dat werkgevers verantwoordelijkheid dragen voor zowel de arbeidssituatie als de kwaliteit van de huisvesting en het bredere welzijn van hun werknemers. Dit sluit aan bij de uitgangspunten van het Meedoenplan.

 

Uitgangspunten

Werkgevers dragen verantwoordelijkheid voor veilige en fatsoenlijke huisvesting, maar ook voor het welzijn en de integratie van hun werknemers. Dit omvat onder andere het faciliteren van taalonderwijs, informatievoorziening en contact met de buurt. Het Meedoenplan vormt daarbij een beleidsmatig instrument om deze verantwoordelijkheid te ondersteunen en aan te vullen. Daarmee maken we een koppeling met de exploitatievergunning. In de exploitatievergunning stellen we voorwaarden aan de manier waarop een tijdelijke woonlocatie beheerd wordt en welke sociaal-maatschappelijke ondersteuning er geboden wordt aan de arbeidsmigranten.

 

Maatregelen

  • Huisvesting van arbeidsmigranten wordt uitsluitend toegestaan als tijdelijk wonen bij het eigen agrarisch bedrijf en ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering;

  • Werkgevers nemen in het Meedoenplan onder andere maatregelen op voor sport- en recreatiemogelijkheden, taalonderwijs, informatievoorziening en buurtcontact;

  • Er vindt een jaarlijkse audit plaats om te controleren of werkgevers zich houden aan het opgestelde Meedoenplan;

  • Indien er niet wordt gehouden aan het Meedoenplan kan dit mogelijk leiden tot intrekking van de exploitatievergunning;

  • Het Meedoenplan wordt expliciet opgenomen in de wijziging van de APV in 2026;

  • De gemeente spreekt werkgevers actief aan op hun verantwoordelijkheid voor arbeids- en woonomstandigheden, welzijn en integratie.

2.2 Tijdelijk wonen

In deze paragraaf wordt beschreven welke doelen we stellen ten aanzien van de realisatie van tijdelijke huisvestingslocaties bij agrarische bedrijven.

2.2.1 Voorkeur voor passende omvang van huisvesting

Doel

Het bevorderen van een evenwichtige, leefbare en veilige inpassing van huisvestingslocaties in de gemeente door te sturen op passende omvang van huisvesting.

 

Uitgangspunten

Grotere locaties (21-99 personen) brengen vaak meer druk op de omgeving met zich mee, bijvoorbeeld door verkeersbewegingen, parkeerdruk en de impact op sociale samenhang. Tegelijkertijd is deze schaal groot genoeg om voorzieningen en professioneel beheer te waarborgen, maar klein genoeg om draagkracht, leefbaarheid, sociale inpassing en veiligheid te behouden. Kleinschaligere huisvesting (maximaal 20 personen) bevordert een betere spreiding over de gemeente, waardoor de druk niet geconcentreerd wordt op enkele plekken en de verantwoordelijkheid voor opvang breder wordt gedragen.

 

Voor alle initiatieven geldt dat huisvesting van arbeidsmigranten alleen mogelijk is voor de seizoensbehoefte van een agrarisch bedrijf, binnen de maximum aantallen op grond van de beoordelingsregels uit het TAM-omgevingsplan en de beleidsregel. Zo wordt de omvang van de huisvestingslocatie beperkt tot wat noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering van het agrarisch bedrijf. Verder kiest de gemeente Horst aan de Maas ervoor om een tweedeling te maken in de beoordelingsregels voor de huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven afhankelijk van de omvang van de huisvestingslocaties.

 

Voor agrarische bedrijven wordt de mogelijkheid geboden om binnen de bestaande bedrijfsgebouwen kleinschalige huisvesting te realiseren. Ook binnen bestaande bebouwing moet sprake zijn van kwalitatief goede voorzieningen. Zoals reeds opgemerkt dient dit altijd huisvesting te zijn met de kwaliteit ‘wonen’. Huisvesting is onder de voornoemde voorwaarden alleen mogelijk tot maximaal 20 personen. Omdat er sprake is van kleinschalige huisvesting binnen de bestaande bebouwing wordt dit mogelijk gemaakt met een omgevingsplanactiviteit (OPA) in het TAM-omgevingsplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026.’

 

Als het initiatief niet past binnen de regels uit het TAM-omgevingsplan is er de mogelijkheid om door middel van een BOPA een aanvraag te doen voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Hierbij geniet het wel de voorkeur om eerst bestaande bebouwing te gebruiken. Voor zover dat niet mogelijk is, is huisvesting toegestaan in hoogwaardige modulaire huisvesting. Modulaire huisvesting is na afloop van de vergunningstermijn makkelijk te verwijderen en in het kader van duurzaamheid op een andere locatie weer te gebruiken. Deze huisvestingslocaties mogen niet leiden tot ongewenste cumulatie van de huisvesting van arbeidsmigranten in een gebied (zie daarover paragraaf 2.2.2). Deze vorm van huisvesting wordt mogelijk gemaakt met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) waarvoor de ‘Beleidsregels Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’ gelden.

 

Maatregelen

  • De seizoensbehoefte van een agrarisch bedrijf moet worden aangetoond bij initiatieven voor de huisvesting van arbeidsmigranten. De seizoensbehoefte wordt onafhankelijk beoordeeld door de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen;

  • De huisvesting van maximaal 20 arbeidsmigranten wordt bij agrarische bedrijven binnen de gemeente toegestaan door middel van een OPA. De voorwaarden voor een OPA zijn opgenomen in het TAM-omgevingsplan ‘Huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven 2026’;

  • De huisvesting van maximaal 99 arbeidsmigranten wordt, onder aanvullende voorwaarden, bij agrarische bedrijven binnen de gemeente toegestaan door middel van een BOPA. Deze (aanvullende) voorwaarden zijn opgenomen in de beleidsregel ‘Huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven 2026’. Bij een aanvraag om een BOPA wordt altijd bindend advies gevraagd aan de gemeenteraad.

2.2.2 Spreiding van woonvoorzieningen

Doel

Het spreiden van woonvoorzieningen is gericht op het behouden en versterken van de leefbaarheid, veiligheid en de sociale draagkracht van wijken, kernen en het buitengebied. Spreiding van grotere huisvestingslocaties (21-99 personen) draagt bij aan een goede balans tussen het aantal bedden, beschikbare voorzieningen en sociale samenhang in de omgeving.

 

Uitgangspunten

In de uitgangspuntennotitie ‘Arbeidsmigratie: Toekomst in Balans’ is opgenomen dat we ongewenste cumulatie van huisvestingsplekken willen voorkomen. Bij de totstandkoming van het nieuwe beleid hebben we onderzocht of een afstandsnorm tot spreiding van woonvoorzieningen kan leiden. Dat is niet mogelijk gebleken. Het werken met een gebiedsindeling op basis van de omgevingsvisie geeft ook niet het gewenste vertrouwen op voldoende grip op de spreiding van woonvoorzieningen. De ambitie blijft om woonvoorzieningen te spreiden. Daarom nemen ongewenste cumulatie op als beoordelingsregel in de ‘Beleidsregel Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’. We blijven zoeken naar een uitvoerbare en handhaafbare werkwijze. We toetsen de ongewenste cumulatie per initiatief voor grotere huisvestingslocaties. De gemeenteraad heeft vanwege het bindend adviesrecht voor die initiatieven mede grip op de effecten voor de leefbaarheid en sociale draagkracht.

 

De spreiding van grotere huisvestingslocaties over de gemeente wordt bereikt door de ongewenste cumulatie als gevolg van initiatieven expliciet te beoordelen. Bij een nieuwe huisvestingslocatie die middels een BOPA wordt aangevraagd wordt getoetst of er geen toename van ongewenste cumulatie plaatsvindt door de toevoeging van die huisvestingslocatie. De ongewenste cumulatie wordt onderzocht binnen een cirkel van 1 km rondom de beoogde huisvestingslocatie.

 

Het is belangrijk om te benoemen dat het bij de spreiding van woonvoorzieningen specifiek gaat om BOPA’s. OPA’s worden gemeentebreed toegepast. Bij OPA’s speelt het risico op ongewenste cumulatie in veel mindere mate, omdat het gaat om kleinschalige huisvestingslocaties (maximaal 20 personen per agrarisch bedrijf) die worden vergund binnen bestaande bebouwing.

 

Ongewenste cumulatie

We willen grotere huisvestingslocaties (21-99 personen) spreiden over de gemeente om te voorkomen dat er sprake is van geconcentreerde huisvesting binnen een deel van het buitengebied waardoor de draagkracht van bepaalde wijken, kernen of delen van het buitengebied (onevenredig) aangetast wordt. Bij individuele verzoeken kijken we daarom of er sprake is van een opeenstapeling van negatieve ruimtelijke effecten ten opzichte van reeds legaal bestaande huisvestingslocaties. De optelsom van diverse negatieve ruimtelijke effecten kan resulteren in het verstoren van het evenwicht tussen wonen, werken en leven in het gebied. We kijken hierbij naar het effect binnen 1 kilometer van de locatie van het initiatief, dit noemen we het effectgebied. Hierbij kijken we naar de balans tussen huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten, de aanwezigheid van woonfuncties, de aanwezigheid van voorzieningen en de wegenstructuur. We streven naar een goede balans tussen alle functies in onze gemeente. Door het gebruik van de beleidsregel als toetsingskader bij het verlenen van BOPA’s beogen we dit evenwicht te kunnen bereiken door nieuwe huisvestingslocaties al dan niet toe te staan. Nadrukkelijk merken wij hierbij op dat het college hierin beleidsvrijheid heeft om, gewogen de uitgangspunten van de omgevingsvisie en deze bouwsteen, afwegingen te maken omtrent het al dan niet aanwezig zijn van ongewenste cumulatie. Ook de voorwaarden die in het TAM-omgevingsplan zijn gesteld dragen bij aan een spreiding van woonvoorzieningen.

 

Maatregelen

  • Voor kleinschalige initiatieven zijn beoordelingsregels opgenomen in het TAM-omgevingsplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’ (voor een OPA). Deze beoordelingsregels zijn mede gericht op het spreiden van woonvoorzieningen.

  • Indien er niet voldaan wordt aan de regels uit het TAM-omgevingsplan kan er medewerking plaatsvinden als er voldaan wordt aan de beleidsregel ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’ (voor een BOPA).

  • Bij initiatieven voor grote huisvestingslocaties beoordelen we ongewenste cumulatie binnen 1 km rondom het initiatief met als doel het evenwicht tussen de aanwezige functies te behouden of te brengen.

2.2.3 Arbeidsmigranten hebben recht op een goed woon- en leefklimaat

Doel

Zorgen voor een goed woon- en leefklimaat voor arbeidsmigranten. De kwaliteit van de huisvesting voldoet aan wet- regelgeving.

 

Uitgangspunten

Bij de huisvesting van arbeidsmigranten moet sprake zijn van kwalitatief goede huisvesting. Zoals al eerder opgemerkt betreft dit, ongeacht de verblijfsduur van de arbeidsmigrant, de kwaliteit van wonen. Daarvoor sluiten we aan bij de technische kwaliteitseisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

 

Daarnaast geldt voor de huisvesting van arbeidsmigranten hetzelfde beschermingsniveau als voor plattelandswoningen. Dit betekent dat de milieueffecten van het eigen agrarische bedrijf niet worden meegenomen in de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, tenzij er sprake is van hergebruik van seizoenshuisvesting. De arbeidsmigranten die in het geval van hergebruik worden gehuisvest hebben namelijk geen relatie met het eigen agrarische bedrijf. De effecten van naastgelegen bedrijven worden altijd meegenomen in de evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

 

Aanvragen voor OPA’s worden getoetst aan de beoordelingsregels uit het TAM-omgevingsplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’. Aanvragen voor BOPA’s worden getoetst ETFAL en de beleidsregel ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’.

 

Maatregelen

  • Huisvesting moet voldoen aan de technische eisen van het Bbl;

  • Aanvragen voor een OPA worden getoetst aan de beoordelingsregels uit het TAM-omgevingsplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’;

  • Aanvragen voor een BOPA worden getoetst aan ETFAL en de beleidsregel ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’.

2.2.4 Certificering SNF+

Doel

Het waarborgen van de kwaliteit en veiligheid van huisvesting voor arbeidsmigranten door te voldoen aan de SNF+ normen. Dit omvat onder andere privacy, ruimte voor recreatie en ontspanning, en voldoende leefruimte.

 

Uitgangspunten

Nieuwe huisvestingsinitiatieven moeten minimaal voldoen aan de SNF-norm, inclusief onderstaande aanvullingen. De gemeente maakt hierin, in tegenstelling tot de SNF-norm van juli 2025, geen onderscheid in bestemming van de locatie en geen onderscheid tussen nieuwbouw of bestaande bouw. De gemeente vindt dat ieder persoon verblijvend in een huisvestinglocatie voor arbeidsmigranten recht heeft op minimaal 15 m² gebruikersoppervlakte woningen (GBO). Als methodiek voor het bepalen van de GBO hanteren we de meest actuele Meetinstructie Gebruiksoppervlakte Woningen van de NVM, met de bepaling gebruikersoppervlakte wonen (NEN 2580). Het GBO is dus inclusief slaapkamer. Er wordt extra nadruk gelegd op leefruimte, privacy en recreatiemogelijkheden om een prettige en veilige woonomgeving te creëren.

 

Maatregelen

  • Voor alle vergunningen geldt dat voldaan wordt aan de SNF-norm.

  • Aanvullend op de SNF-norm geldt dat een slaapkamer door één persoon gebruikt mag worden, tenzij aangetoond wordt dat het door de personen gewenst is de slaapkamer te delen (maximaal twee personen per slaapkamer) wordt het volgende geëist:

    • o

      Het moet hierbij gaan om schriftelijke toestemming, waarbij de informatie in eigen taal is verleend, en het verzoek ten alle tijden teruggetrokken mag worden door de personen;

  • Als voorwaarde bij een omgevingsvergunning wordt boven op de SNF-norm het volgende geëist:

    • o

      De huisvesting heeft een minimum woonoppervlakte van 15m2 GBO per te huisvesten persoon, waarbij eenpersoonsslaapkamers een minimum oppervlakte hebben van 5,5 m2 GBO en tweepersoonsslaapkamers een minimum oppervlakte hebben van 11 m2 GBO;

    • o

      De huisvesting heeft een multifunctionele buitenruimte met een minimum oppervlakte van 5 m2 per persoon. Deze multifunctionele buitenruimte behoort niet tot de minimum oppervlakte genoemd onder het vorige punt;

    • o

      Bij aanvragen voor BOPA’s worden aanvullende sport- en recreatievoorzieningen gevraagd, volgens het Meedoenplan.

2.2.5 Fysieke veiligheid

Doel

Het doel is het waarborgen van de fysieke veiligheid van huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten en omwonenden, zodat risico’s worden beperkt en hulpdiensten adequaat kunnen optreden bij incidenten.

 

Uitgangspunten

De fysieke veiligheid is een integraal onderdeel van de besluitvorming rond huisvesting. De gemeente sluit aan bij ontwerpprincipes van de Veiligheidsregio en hanteert uitgangspunten zoals risicovermijding, snelle evacuatie en goede bereikbaarheid voor hulpdiensten. Veilig vervoer van en naar locaties wordt beschouwd als onderdeel van de veiligheid.

 

Maatregelen

  • Bij besluitvorming over nieuwe huisvestingslocaties wordt fysieke veiligheid integraal meegewogen, waarbij de ontwerpprincipes van de Veiligheidsregio als voorwaarden gelden;

  • Vergunningverlening vindt uitsluitend plaats wanneer aan de gestelde veiligheidseisen wordt voldaan;

  • De gemeente voert periodieke controles uit op naleving van veiligheidsvoorschriften.

2.2.6 Maximale termijn tijdelijke vergunningen

Doel

We stellen een termijn voor tijdelijke vergunningen van 15 jaar. Het stellen deze termijn voor tijdelijke vergunningen heeft een drieledig doel. Ten eerste is het een termijn waarmee ondernemers voldoende zekerheid hebben om te investeren in kwalitatieve huisvesting. Ten tweede biedt deze termijn voldoende tijd om binnen de reguliere woningmarkt passende woningen te realiseren voor de arbeidsmigranten die zich hier permanent willen vestigen. Ten derde sluit 15 jaar aan bij de maximale termijn voor tijdelijke bouwwerken vanuit het Bbl. De termijn van 15 jaar biedt ons ook de mogelijkheid om bij het aflopen van de vergunningen een goede maatschappelijke, economische en ruimtelijke keuze te maken omtrent de wenselijkheid en noodzakelijkheid van de huisvesting.

 

Uitgangspunten

Het creëren van huisvesting voor arbeidsmigranten waarin tijdelijk gewoond mag worden gaat gepaard met grote investeringen voor de werkgevers. Zij moeten bestaande gebouwen verbouwen voor tijdelijke bewoning of nieuwe (modulaire) huisvesting realiseren. Voor hen is het van belang dat de investering in woonruimte voor de arbeidsmigranten ‘terugverdiend’ kan worden. De termijn moet voldoende prikkelen tot het realiseren van kwalitatief goede huisvesting, waarbij de investering onder gelijkblijvende omstandigheden geen desinvestering oplevert. Zoals eerder opgemerkt wensen wij de groep arbeidsmigranten van passende woonruimte te voorzien. Dit vergt een aanpassing van de huidige woningvoorraad. Om dit te realiseren is een voldoende lange termijn benodigd.

 

Om de overspannen woningmarkt te verlichten wordt er landelijk gewerkt met flexwoningen. Ook de gemeente Horst aan de Maas kent dergelijke woningen. De flexwoningen zijn enerzijds bedoeld om het woningtekort op dit moment te verlichten en anderzijds om tijdelijk te voorzien in een behoefte totdat er ruimte ontstaat in de woningvoorraad. Ook voor huisvesting van arbeidsmigranten gaan we uit van een situatie die tijdelijk is. We sluiten daarom aan bij het landelijke beleid van flexwonen en de daarbij behorende termijn van 15 jaar. Dit biedt voldoende ruimte om te komen tot een aanpassing van de woningvoorraad en anderzijds is dit ook een termijn die werkgevers zekerheid geeft om op te kunnen investeren.

 

Bestaande tijdelijke vergunningen kunnen niet verlengd worden naar 15 jaar. Na afloop van de vergunningtermijn van bestaande tijdelijke vergunningen dient een nieuwe vergunning te worden aangevraagd. Bij de beoordeling van de aanvraag vindt altijd een volledige nieuwe toetsing plaats aan de geldende voorwaarden.

 

Maatregelen

  • De maximale vergunningstermijn voor tijdelijke huisvesting bedraagt 15 jaar;

  • Voor bestaande locaties waarvan de vergunning afloopt, is een nieuwe vergunning vereist. Deze zal uitsluitend verleend worden als de ontwikkeling in overeenstemming is met de beoordelingsregels uit het TAM-omgevingsplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’ (voor OPA’s) of de beleidsregel ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’ (voor BOPA’s).

  • Bestaande vergunninghouders ontvangen vijf jaar voor afloop van de vergunning jaarlijks een brief met informatie over het aflopen van de tijdelijke vergunning.

2.2.7 Hergebruik van seizoenshuisvesting

Doel

Het doel is om bestaande (tijdelijke) seizoenshuisvesting zorgvuldig en tijdelijk te benutten in de overgang naar andere, duurzamere vormen van bedrijvigheid en huisvesting. Daarmee wordt leegstand voorkomen, ontstaat flexibiliteit op de arbeidsmarkt en wordt extra druk op de reguliere woningvoorraad vermeden.

 

Uitgangspunten

De gemeente stimuleert hergebruik van tijdelijk onbenutte huisvesting. Het leeg laten staan van kwalitatief goede huisvesting draagt niet bij aan het oplossen van het tekort aan huisvestingsmogelijkheden. Daarnaast is het ook vanuit ondernemersperspectief wenselijk om te komen tot een optimale bezetting. Het kunnen hergebruiken van leegstaande huisvesting maakt het aantrekkelijker om te investeren in huisvesting. Hiermee wordt beoogd ook de kwaliteit van de huisvesting te verbeteren. Als laatste, en wellicht de meest voor de hand liggende reden, draagt het kunnen hergebruiken van een bestaande locatie bij aan zuinig ruimtegebruik. Door bestaande locaties te kunnen hergebruiken wordt beoogd de verstening van het buitengebied tegen te gaan.

 

Hergebruik van seizoenshuisvesting is alleen mogelijk voor de huisvestingslocaties met 21 tot 99 bedden (vergund met een BOPA). De huisvestingslocaties die vergund zijn met OPA zijn zo kleinschalig en beperkt dat de huisvesting altijd voor het eigen bedrijf nodig zal zijn. In die gevallen is er dus geen risico op leegstand.

 

Effectief en efficiënt inzetten van de beschikbare capaciteit is mogelijk door goede samenwerking tussen ondernemers. Hiermee wordt een betere benutting van voorzieningen gerealiseerd, die bijdraagt aan het opvangen van pieken in de vraag naar huisvesting. Dit gebeurt binnen kaders die veiligheid, kwaliteit en leefbaarheid waarborgen. Bij hergebruik van seizoenshuisvesting worden personen gehuisvest die geen relatie hebben met het agrarische bedrijf waar de huisvesting plaatsvindt. Daarom is een voorwaarde voor hergebruik van seizoenshuisvesting dat ook de milieueffecten van dat bedrijf bij de aanvraag om een omgevingsvergunning beoordeeld worden.

 

Maatregelen

  • Tijdelijk onbenutte seizoenshuisvesting kan ingezet worden door andere ondernemers als wordt voldaan aan de voorwaarden uit de beleidsregel ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026;

  • Ondernemers maken gebruik van elkaars beschikbare huisvesting door middel van onderlinge afspraken;

  • Een agrarische ondernemer mag geen commerciële huisvester worden, hergebruik voor tijdelijk wonen bij een nevenvestiging is alleen toegestaan mits er ook tijdelijke bewoning bij de hoofdvestiging plaatsvindt;

  • De gemeente stimuleert samenwerkingsverbanden die leegstand beperken en capaciteit beter benutten.

2.2.8 Minder short-stay arbeidsmigranten in de kernen

Doel

Het verbeteren van de leefbaarheid in dorpskernen door (illegale) short-stay huisvesting van arbeidsmigranten terug te dringen. Voor arbeidsmigranten die de intentie hebben langer te verblijven wordt via het volkshuisvestingsprogramma ingezet op adequate passende reguliere woonvormen. Daarmee wordt een evenwichtigere verdeling van woonruimte bereikt en de leefbaarheid versterkt.

 

Uitgangspunten

Short-stay huisvesting past niet in de dorpskernen vanwege de hogere kans op overlast en scheefgroei. De aantrekkelijkheid om goedkope woningen in de kernen illegaal aan te wenden voor het kamergewijs huisvesten van arbeidsmigranten moet worden tegengegaan. Niet alleen handhavend optreden biedt een antwoord op deze illegale praktijken. Ook het beleidsmatig bieden van alternatieven voor huisvesting, zoals het huisvesten bij agrarische bedrijven, draagt bij aan het ontmoedigen van verkamering van woningen in de kernen voor het huisvesten van arbeidsmigranten.

 

Maatregelen

  • Het aanpakken van illegale huisvesting van arbeidsmigranten in woningen in de kernen heeft prioriteit in het handhavingsbeleid;

  • Beleidsmatig creëren van voldoende alternatieve mogelijkheden voor huisvesting van arbeidsmigranten;

  • Arbeidsmigranten, niet zijnde short-stay, wonen zoveel mogelijk in reguliere woonvormen.

2.2.9 Uitvallersbedden

Doel

Om acute noodsituaties op te vangen, wordt tijdelijke opvang geboden voor uitvallers die onverwachts zonder onderdak komen te zitten.

 

Uitgangspunten

De gemeente zet in op de structurele beschikbaarheid van vier tot zes uitvallersbedden. Deze uitvallersbedden worden gerealiseerd via overeenkomsten met verschillende huisvesters.

 

Maatregelen

  • De gemeente regelt de structurele beschikbaarheid van vier tot zes uitvallersbedden via overeenkomsten met huisvesters;

  • De toewijzing van uitvallersbedden wordt gecoördineerd door het TAK-team of diens opvolger.

  • De financiële afspraken tussen de gemeente Horst aan de Maas en de huisvesters voor het gebruik en de beschikbaarheid van de uitvallersbedden worden in 2026 verder uitgewerkt en geborgd.

2.2.10 Voorlichting en belang van omwonenden

Doel

Het doel is het vroegtijdig betrekken van omwonenden bij nieuwe initiatieven voor huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven. Hierdoor ontstaat transparantie in het proces, worden zorgen en wensen gehoord en wordt gewerkt aan sociale samenhang, veiligheid en draagkracht in de wijk.

 

Uitgangspunten

De gemeente Horst aan de Maas beschouwt de omgevingsdialoog als een essentieel instrument voor zorgvuldige besluitvorming. Betrokkenheid van omwonenden versterkt het vertrouwen in het proces en draagt bij aan een evenwichtige afweging van belangen. De dialoog vindt plaats in een open en respectvolle sfeer, waarbij zowel initiatiefnemers als omwonenden de gelegenheid krijgen hun standpunten in te brengen. Het voeren van een omgevingsdialoog is verplicht voor alle initiatieven die met een BOPA vergund worden. Hoewel een omgevingsdialoog bij een BOPA verplicht is, is een positieve uitkomst niet noodzakelijk om medewerking te verlenen aan het initiatief. Opmerkingen die gegeven worden door de omwonenden kunnen aanleiding zijn om een initiatief te optimaliseren voor ondernemer en omwonenden. Soms is dat niet mogelijk. Op dat moment neemt het college een besluit over het initiatief waarbij zij de uitkomsten van de omgevingsdialoog meeweegt, maar waarbij deze geen doorslaggevende betekenis hebben.

 

Maatregelen

  • De omgevingsdialoog is verplicht bij de huisvesting van arbeidsmigranten die niet past binnen de regels van het TAM-omgevingsplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’ (raadsbesluit d.d. 8 februari 2022);

  • Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van het TAM-omgevingsplan ‘Huisvesting Arbeidsmigranten bij Agrarische Bedrijven 2026’ moeten initiatiefnemers aangeven of zij een omgevingsdialoog hebben gevoerd;

  • De resultaten van de dialoog worden vastgelegd in een verslag dat onderdeel uitmaakt van de vergunningsaanvraag;

  • De gemeente toetst of voldoende is geparticipeerd en de dialoog op een zorgvuldige en transparante wijze is uitgevoerd;

  • Het college van burgemeester en wethouders kan de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit buiten behandeling laten bij het niet of niet voldoende uitvoeren van participatie.

2.3 Toezicht en Veiligheid

Toezicht en handhaving vormen het sluitstuk. We maken niet alleen vooraf afspraken met bijvoorbeeld werkgevers, huisvesters en omwonenden, maar we controleren ook of afspraken worden nagekomen. Dit toezicht doen we niet alleen. Hiervoor maken we afspraken met onze partners. In deze paragraaf benoemen we onze doelen en maatregelen op het gebied van toezicht en veiligheid.

2.3.1 Aanpak ondermijning, misstanden en overlast

Doel

Het doel is het tegengaan van misstanden, malafide huisvesting, overbewoning, overlast en ondermijnende criminaliteit binnen de short-stay huisvesting voor arbeidsmigranten. Arbeidsmigranten vormen een kwetsbare doelgroep. In het Integraal Veiligheidsplan is vastgelegd dat de gemeente wil voorkomen dat kwetsbare inwoners slachtoffer worden van criminaliteit of misbruik, of zelf vervallen in criminaliteit of het veroorzaken van overlast. Met deze aanpak wordt zowel de veiligheid en bescherming van arbeidsmigranten zelf als een veilige en leefbare omgeving voor omwonenden en andere inwoners bevorderd. Dit betekent ook dat onze inzet die toegelicht wordt in hoofdstuk 3 ‘Sociaal-maatschappelijk’ een bijdrage levert aan een veilige woon- en leefomgeving, voor arbeidsmigranten en voor omwonenden. Een hogere mate van sociale verbondenheid in en wijk of buurt heeft immers een directe relatie met het veiligheidsgevoel van mensen.

 

Uitgangspunten

De gemeente hanteert een strikte aanpak waarin toezicht en handhaving centraal staan. Misstanden worden niet gedoogd en samenwerking met ketenpartners versterkt de effectiviteit van de aanpak. Juridische instrumenten worden doelgericht ingezet om de kwaliteit van huisvesting te waarborgen, overlast te voorkomen, openbare orde en veiligheid te waarborgen en malafide praktijken tegen te gaan.

 

Maatregelen

  • De gemeente zet zowel actief als reactief toezicht en handhaving in op alle vormen van huisvesting voor arbeidsmigranten;

  • Toezicht en handhaving acteert op basis van de verleende vergunning, inclusief vergunningvoorschriften, en/of de beschikbare wet- en regelgeving. Hierbij wordt onder andere verwezen naar het TAM-omgevingsplan, de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), de Wet goed verhuurderschap en de Wet basisregistratie personen (Wet BRP);

  • De toezichthouder BRP voert regelmatig controles uit;

  • De gemeente past de Wet Bibob toe volgens de ‘Beleidsregel voor de Wet Bibob gemeente Horst aan de Maas 2025’;

  • De gemeente geeft invulling aan haar verantwoordelijkheden rondom de aanpak van mensenhandel;

  • De gemeente onderzoekt de invoering van een vergunningsstelsel op grond van de Wet goed verhuurderschap;

  • Er vindt structurele samenwerking plaats met interventieteams zoals ACT! om ondermijnende criminaliteit te bestrijden;

  • Overtredingen leiden tot directe inzet van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke maatregelen.

2.3.2 Samenwerking als sleutel tot effectief toezicht op arbeidsmigratie

Doel

Het vergroten van de effectiviteit in de aanpak van de negatieve aspecten van arbeidsmigratie door intensieve samenwerking tussen alle betrokken partijen en het bevorderen van het welzijn van arbeidsmigranten.

 

Uitgangspunten

De thematiek rondom arbeidsmigratie is heel breed. Dit las u al in hoofdstuk 1. Samenwerking tussen (buur)gemeenten, provincie, ondernemers, huisvesters, maatschappelijke organisaties en politie is essentieel om de negatieve aspecten van arbeidsmigratie te bestrijden. Door een integrale aanpak waarbij ook ketenpartners zoals de Arbeidsinspectie, Belastingdienst en Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (hierna: UWV) betrokken worden, ontstaat meer inzicht in misstanden. Gezamenlijke controles en informatie-uitwisseling versterken de effectiviteit. Huisvesters leveren daarnaast een bijdrage door samenwerking in regionaal verband en door het opstellen van een Meedoenplan.

 

Maatregelen.

  • De samenwerking tussen politie, gemeente, maatschappelijke organisaties, huisvesters en ondernemers is structureel ingericht. De gemeente brengt in 2026 in beeld met welke partijen zij samenwerkt, welke partijen wellicht nog ontbreken en hoe meer effectief kan worden samengewerkt. Daarbij maakt de gemeente keuzes omtrent het al dan niet intensiveren van samenwerkingen;

  • De gemeente houdt een veiligheidsoverleg met huisvesters, ondernemers, politie en het TAK-team zodat signalen vanuit de samenleving op de juiste plaats landen en te voorkomen dat deze blijven zweven;

  • Huisvesters geven bij de aanvraag om een exploitatievergunning aan hoe zij samenwerken met collega-huisvesters in de regio en leren van elkaar via het Meedoenplan;

  • De gemeente communiceert actief ‘best practices’ vanuit de Meedoenplannen.

2.3.3 Meer zicht op arbeidsmigranten door registratie

Doel

Het doel is het realiseren van een sluitende registratie van arbeidsmigranten, zodat toezicht, veiligheid en hulpverlening op een betrouwbare manier kunnen plaatsvinden.

 

Uitgangspunten

Op grond van de Wet basisregistratie personen is iedereen die tenminste vier maanden van zes aaneengesloten maanden in een pand verblijft, of de intentie daartoe heeft, verplicht zich in die gemeente in te schrijven als ingezetene. Dit betekent dat alle personen waarvoor conform deze bouwsteen langer dan vier maanden huisvesting wordt beoogd ingeschreven moeten worden in de BRP als ingezetene. Voor zover personen er korter dan vier maanden zijn schrijven zij zich in in de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI) én een nachtregister op de betreffende locatie. Hoewel inschrijving (én uitschrijving) in de BRP en de RNI een verantwoordelijkheid van de betreffende arbeidsmigrant zelf is, hebben werkgevers en huisvesters hierin ook een verantwoordelijkheid. Dit kunnen zij bijvoorbeeld doen door het verstrekken van informatie hierover. Transparantie over verblijf en verblijfplaats draagt bij aan leefbaarheid, veiligheid en goede dienstverlening.

 

Maatregelen

  • De gemeente bevordert inschrijving van arbeidsmigranten in BRP of RNI en ziet toe dat werkgevers en huisvesters dit actief stimuleren;

  • Registratie van arbeidsmigranten is een verplicht onderdeel van het Meedoenplan dat bij de vergunningsaanvraag voor de exploitatievergunning wordt ingediend;

  • De gemeente onderzoekt en faciliteert de invoering van een digitaal nachtregister. De VNG bereidt een handreiking over het digitaal nachtregister voor. De gemeente zal, wanneer deze beschikbaar is, afwegen om de handreiking te volgen.

Hoofdstuk 3- Sociaal maatschappelijk

In het vorige hoofdstuk stelden we doelen welke in hoofdzaak zagen op wonen en werken. Hierbij kiezen we er expliciet voor om huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven toe te staan. We zien dat onze ervaring met kleinschalige locaties bij agrarische bedrijven laat zien dat dit werkt en waarborgen biedt om uitbuiting te voorkomen. De wettelijke verplichting om huur- en arbeidscontracten te scheiden en de voorwaarden vanuit de Wet goed verhuurderschap dragen hieraan bij. De thematiek rondom arbeidsmigratie is echter breder. Niet alleen is een koppeling tussen wonen en werken van belang, maar ook het welzijn van de arbeidsmigrant dient een plaats te krijgen. De onderwerpen in de onderstaande paragrafen hebben geen ruimtelijke impact en kunnen daarom bijvoorbeeld niet vertaald worden naar regels in een omgevingsplan. Echter vinden wij de koppeling tussen wonen, werken en welzijn van een dergelijke importantie dat wij deze onderwerpen hieronder wel willen benoemen. We wensen (ook) hier een volledig beeld te geven. Hoewel de onderstaande onderwerpen niet ruimtelijk relevant zijn, krijgen deze wel een plaats in gemeentelijk beleid. Hiervoor wordt een sociaal integratieplan opgesteld.

 

3.1 Taalonderwijs als sleutel tot integratie

Doel

Het bevorderen van toegang tot de juiste informatie, taalonderwijs en sociale ontmoeting, zodat arbeidsmigranten actief kunnen deelnemen/meedoen aan de samenleving en bijdragen aan een sterke, leefbare woonomgeving.

 

Uitgangspunten

Taalvoorzieningen maken onderdeel uit van een leefbare woonomgeving en dragen bij aan veiligheid en participatie. Taalvoorzieningen stimuleren participatie en sociale cohesie. Toegankelijkheid en nabijheid zijn belangrijke ruimtelijke voorwaarden. Werkgevers en initiatiefnemers van huisvestingslocaties dragen primair de verantwoordelijkheid voor het mogelijk maken van taalonderwijs. De gemeente biedt hierbij ondersteuning en faciliteert waar nodig.

 

Maatregelen

  • Taalonderwijs wordt actief gestimuleerd via het Meedoenplan, dat verplicht is bij de aanvraag van een exploitatievergunning;

  • Gemeentelijke accommodaties, zoals wijk- en dorpshuizen, worden beschikbaar gesteld voor laagdrempelige taallessen en projecten met taalmaatjes.

3.2 Talentontwikkeling en loopbaanbegeleiding

Doel

Het creëren van verbinding tussen huisvesting en werkvoorzieningen, zodat arbeidsmigranten toegang hebben tot begeleiding bij hun loopbaan en mogelijkheden tot talentontwikkeling.

 

Uitgangspunten

Een goede ruimtelijke aansluiting tussen woonlocaties en het Regionaal Werkcentrum vergroot de toegankelijkheid tot scholing en begeleiding. Goede verbindingen en bereikbaarheid zijn cruciaal om doorstroom naar structurele functies te ondersteunen. Daarnaast versterkt de verbinding met Onze Loods (lokaal ontwikkelbedrijf), gericht op talentontwikkeling en loopbaanbegeleiding — bijvoorbeeld via het Jobcenter en de lokale vacaturebank — ook de kansen op duurzame participatie.

 

Maatregelen

  • Huisvesters bieden arbeidsmigranten toegang tot de juiste informatie over mogelijkheden voor zelfstudie en het ontwikkelen van beroepsvaardigheden. Deze informatie wordt opgenomen in het Meedoenplan, dat onderdeel is van de aanvraag voor een exploitatievergunning;

  • Inrichten van fysieke loketten en informatievoorziening en de verbinding met huisvesters en werkgevers (zie daarover paragraaf 3.3);

  • We maken een verbinding met Onze Loods voor talentontwikkeling en loopbaanbegeleiding.

3.3 Fysieke loketten en informatievoorziening voor arbeidsmigranten in Noord-Limburg

Doel

Het doel is het verbeteren van de toegankelijkheid van dienstverlening door de realisatie van fysieke informatiepunten voor arbeidsmigranten.

 

Uitgangspunten

Een fysiek loket verlaagt drempels en draagt bij aan een betere spreiding en vindbaarheid van voorzieningen. De locatiekeuze van het Work In NL-punt (hierna: WIN-punt) moet aansluiten bij belangrijke vervoersstromen en woonlocaties van arbeidsmigranten.

 

Daarnaast is goede digitale informatievoorziening onmisbaar. Via de landelijke My Info NL-app, die regionaal en lokaal is aangevuld, krijgen arbeidsmigranten toegang tot betrouwbare en actuele informatie over wonen, werken, zorg en rechten. Dit sluit aan bij de Wegwijs in omgeving-aanpak uit het Meedoenplan.

 

Maatregelen

  • Het WIN-punt wordt gevestigd op een goed bereikbare plek nabij huisvestingslocaties;

  • Het WIN-punt voorziet in toegankelijkheid voor vragen over wonen, werken, zorg en rechten;

  • Elke huisvestingslocatie geeft minimaal één contactpersoon door aan het WIN-punt;

  • De gemeente stimuleert het gebruik van de My Info NL-app en zorgt dat verwijzingen naar deze digitale voorziening standaard onderdeel zijn van het Meedoenplan.

3.4 Regionale samenwerking en afstemming

Doel

Het doel is via regionale samenwerking te komen tot afgestemde ruimtelijke keuzes voor de huisvesting van arbeidsmigranten, met oog voor gemeentegrenzen en regionale spreiding.

 

Uitgangspunten

Arbeidsmigratie is een regionaal vraagstuk dat niet ophoudt bij de gemeentegrens. Afstemming over locatiekeuze, vergunningverlening en uitvoering voorkomt concentratie en zorgt voor regionale evenwichtige spreiding van huisvestingsvoorzieningen.

 

Maatregelen

  • De gemeente stemt locatiekeuzes voor huisvesting af met buurgemeenten, met bijzondere aandacht voor grensgebieden;

  • Regionale afspraken worden gemaakt over spreiding van alle huisvestingsvoorzieningen.

3.5 Zorg voor arbeidsmigranten

Doel

Arbeidsmigranten moeten vroegtijdig geïnformeerd worden over zaken op het gebied van zorg, bijvoorbeeld huisarts en tandarts.

 

Uitgangspunten

Arbeidsmigranten moeten kunnen rekenen op toegankelijke en passende zorg. De gemeente werkt samen met huisartsen en zorgverleners om barrières weg te nemen en tijdige zorg te garanderen. Ook wordt aandacht besteed aan de positie van kinderen van arbeidsmigranten, o.a. door in contact te blijven met scholen.

 

Maatregelen

  • De huisvester zorgt voor aansluiting van arbeidsmigranten op basisinformatie op het gebied van welzijn en gezondheid middels het Meedoenplan wat ingediend dient te worden bij een exploitatievergunningaanvraag;

  • De huisvester toont aan dat een erkende huisarts ruimte heeft voor het aanbieden van huisartsenzorg aan arbeidsmigranten;

  • De huisvester zorgt, indien nodig, voor taalondersteuning bij medische zorg.

3.6 Begeleiding naar huis of werk voor dakloze arbeidsmigranten

Doel

Het doel is om dakloosheid onder arbeidsmigranten ruimtelijk en organisatorisch te voorkomen door begeleiding naar huisvesting en werk of terugkeer naar land van herkomst.

 

Uitgangspunten

Dakloosheid leidt tot ruimtelijke problematiek in de openbare ruimte en tot druk op voorzieningen. Een structurele aanpak met opvang en begeleiding zorgt voor rust in de leefomgeving en vermindert humanitaire nood.

 

Maatregelen

  • De gemeente zorgt voor voldoende uitvallersbedden (zie daarover paragraaf 2.2.9);

  • Het TAK-team begeleidt dakloze arbeidsmigranten actief naar beschikbare huisvestingslocaties of bij terugkeer naar het land van herkomst;

  • De huisvester maakt afspraken over vervoer richting land van herkomst (in geval van nood of bij wens arbeidsmigrant) middels het Meedoenplan wat ingediend dient te worden bij een exploitatievergunningaanvraag.

3.7 Zorg voor de omgeving

Doel

Het doel is om, naast aandacht voor arbeidsmigranten zelf, ook te investeren in een goede relatie met de omgeving en de versterking van sociale samenhang.

 

Uitgangspunten

Huisvesting van arbeidsmigranten heeft impact op buurten en dorpen. Voor draagvlak en leefbaarheid is het belangrijk dat omwonenden actief betrokken worden en de mogelijkheid krijgen om kennis te maken met arbeidsmigranten. Transparantie en ontmoeting dragen bij aan een onderling respect en verminderen van spanningen en overlast.

 

Maatregelen

  • Huisvesters organiseren jaarlijks een open dag of ‘verbindingsdag’ voor omwonenden, waarin kennismaking en ontmoeting centraal staan;

  • Het Meedoenplan bevat een paragraaf over goed nabuurschap en concrete activiteiten om verbinding met de buurt te stimuleren;

  • De gemeente monitort of huisvestingslocaties bijdragen aan de leefbaarheid en neemt signalen van omwonenden actief mee in de evaluatie.

Hoofdstuk 4 – Communicatie, financiën en afspraken

4.1 Communicatie en participatie

De gemeente Horst aan de Maas kiest voor een eerlijke en transparante communicatie over arbeidsmigratie. Om draagkracht te behouden en misverstanden te voorkomen, zet de gemeente in op een open en transparante communicatie met alle betrokken partijen. Initiatiefnemers moeten daar een kartrekkende rol in pakken. Dit betekent dat omwonenden door hen vroegtijdig worden geïnformeerd bij nieuwe huisvestingsinitiatieven en dat de verplichte omgevingsdialoog stevig wordt geborgd door de gemeente.

 

De gemeente stelt gebiedsmakelaars aan, die dienen als contactpersonen in de dorpskernen. Zij zijn de oren en ogen van zowel het dorp als de gemeente en vervullen een belangrijke verbindende en coördinerende rol: zij brengen de gemeente naar het dorp en het dorp naar de gemeente. Gebiedsmakelaars gaan niet over de inhoud van plannen en sluiten daarom niet standaard aan bij elk inhoudelijk overleg in het dorp. Wanneer het wenselijk is dat zij bij een overleg aanwezig zijn, kan dat uiteraard in overleg met de gebiedsmakelaar worden geregeld.

 

Daarnaast blijft de gemeente actief communiceren over het belang van arbeidsmigranten voor de lokale economie en samenleving, waarbij ook aandacht is voor successen en goede voorbeelden. Via het Work In NL-loket of MyInfoNL krijgen arbeidsmigranten duidelijke informatie over wonen, werken, zorg en rechten. Werkgevers en huisvesters zijn medeverantwoordelijk om deze informatie actief te delen en hun rol hierin te vervullen.

 

4.2 Financiële aspecten

4.2.1 Toeristenbelasting en gemeentefonds

Het kunnen blijven adresseren van alle problemen en kansen die voortkomen uit de thematiek ‘arbeidsmigratie’ brengt kosten met zich mee. Door de toeristenbelasting die voortkomt uit vergunde huisvestingslocaties in te zetten voor de kosten van huisvesting, dragen we bij aan een eerlijkere kostenverdeling. De gemeente heft al toeristenbelasting bij huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten. In 2026 wordt uitgewerkt hoe de opbrengsten hiervan gericht kunnen worden ingezet voor de kosten die hiermee samenhangen. Daarnaast onderzoekt de gemeente de verhoging van de toeristenbelasting om een eerlijkere kostenverdeling te realiseren. Zo wordt voorkomen dat de maatschappelijke lasten volledig bij de gemeenschap terechtkomen. De opbrengsten hiervan kunnen worden ingezet voor toezicht, handhaving, het verbeteren van voorzieningen en het ondersteunen van initiatieven gericht op welzijn en integratie van arbeidsmigranten.

 

Veel arbeidsmigranten zijn nu niet geregistreerd. Hoewel de gemeente veel ondersteuning biedt, krijgt zij daarvoor geen vergoeding. We zetten daarom ook in op adequate registratie in de BRP of in een nachtregister bij tijdelijk verblijf (korter dan vier maanden) in de gemeente. Door een adequate inschrijving in de BRP ontvangt de gemeente een grotere vergoeding uit het gemeentefonds.

4.2.2 Kosten voor huisvestingslocaties

De kosten die gemaakt worden op basis van de ruimtelijke procedure voor een nieuwe huisvestigingslocatie worden berekend op basis van de Nota Kostenverhaal en Financiële Bijdragen. Daarnaast geldt dat initiatiefnemers die nieuwe huisvestingslocaties ontwikkelen zelf verantwoordelijk zijn voor het bekostigen van professioneel beheer en nachtregistratie Op deze manier worden kosten eerlijk verdeeld en wordt de kwaliteit van voorzieningen geborgd.

 

4.3 Afspraken met organisaties

Een sterke samenwerking met ketenpartners is noodzakelijk om effectief beleid te voeren. Daarom worden met politie, Arbeidsinspectie, Belastingdienst, UWV en omliggende gemeenten structurele afspraken gemaakt over informatie-uitwisseling, gezamenlijke controles en regionale afstemming. Werkgevers en huisvesters worden verantwoordelijk voor de uitvoering van het Meedoenplan, zodat zij bijdragen aan taalonderwijs, integratie en leefbaarheid. Ook worden afspraken gemaakt met zorgaanbieders en welzijnsorganisaties om de toegang tot zorg en ondersteuning te verbeteren. Met regionale partners wordt bovendien gewerkt aan de realisatie van fysieke informatiepunten en het versterken van loopbaanbegeleiding, o.a. via het Regionaal Werkcentrum en lokale initiatieven.

Bijlage 1  

 

Naar boven