Besluit van de raad van de gemeente Heumen houdende bepalingen inzake de gemeentelijke rekenkamer (Verordening rekenkamer gemeente Heumen 2026)

 

De raad van de gemeente Heumen;

 

gelezen het voorstel van de werkgroep rekenkamer Heumen;

 

gelet op de hoofdstukken IVa en XIa alsmede artikel 149 van de Gemeentewet;

 

b e s l u i t :

vast te stellen de:

Verordening rekenkamer gemeente Heumen 2026

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      gemeenteraad: raad van de gemeente Heumen;

    • b.

      gemeentesecretaris: secretaris van de gemeente Heumen als bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet;

    • c.

      griffier: de griffier van de gemeente Heumen als bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet;

    • d.

      lid: een lid van de rekenkamer;

    • e.

      rekenkamer: een rekenkamer als bedoeld in hoofdstuk IV, paragraaf 1, van de Gemeentewet;

    • f.

      voorzitter: de voorzitter van de rekenkamer;

    • g.

      werkgroep: de werkgroep rekenkamer Heumen.

 

Artikel 2. Rekenkamer en werkgroep

  • 1.

    De gemeenteraad stelt een rekenkamer in die wordt aangeduid als rekenkamer Heumen.

  • 2.

    De rekenkamer bestaat uit drie leden, waaronder een voorzitter.

  • 3.

    Als intermediair tussen gemeenteraad en rekenkamer fungeert de werkgroep.

  • 4.

    De werkgroep bestaat uit drie raadsleden en de griffier en voert tenminste eenmaal per jaar een voortgangsgesprek met de rekenkamer met als onderwerpen de werkwijze alsmede de interactie en omgang met de gemeenteraad.

  • 5.

    De rekenkamer organiseert ten minste eenmaal per jaar een overleg met (de fracties uit) de gemeenteraad om de onderzoekswensen en ambitie van de gemeenteraad voor het nieuwe kalanderjaar te bespreken.

 

Artikel 3. Benoeming leden

  • 1.

    De gemeenteraad benoemt de leden, waaronder de voorzitter, op aanbeveling van de werkgroep. Zij worden voor een periode van zes jaar benoemd en kunnen éénmaal voor maximaal dezelfde periode worden herbenoemd.

  • 2.

    De voorzitter draagt zorg voor:

    • a.

      het tijdig en periodiek bijeenroepen van de rekenkamer;

    • b.

      het leiden van de vergaderingen;

    • c.

      het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze van de rekenkamer, en

    • d.

      het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming.

  • 3.

    Voor de taken als bedoeld in het tweede lid voert de voorzitter zo vaak als nodig overleg met de door de rekenkamer ingeschakelde onderzoekers, de voorzitter van de gemeenteraad, de griffier en de gemeentesecretaris.

  • 4.

    Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het langstzittende lid in de rekenkamer op als voorzitter of, als de overige leden een gelijke periode zitting hebben gehad, het oudste lid in jaren.

 

Artikel 4. Verboden betrekkingen

  • 1.

    Ter toetsing van artikel 81f van de Gemeentewet, doen de leden van de rekenkamer jaarlijks aan de voorzitter van de gemeenteraad schriftelijke opgave van de andere functies die zij vervullen dan het lidmaatschap van de rekenkamer.

  • 2.

    De leden van de rekenkamer verrichten geen andere werkzaamheden voor een gemeente in geval een gezamenlijk onderzoek met desbetreffende gemeente wordt gedaan, die een onafhankelijke beoordeling in het onderzoek kunnen verhinderen.

 

Artikel 5. Budget

  • 1.

    De gemeenteraad stelt jaarlijks bij de begroting een budget voor de rekenkamer beschikbaar voor uitgaven ten behoeve van de instandhoudings- en onderzoekskosten van de rekenkamer.

  • 2.

    De rekenkamer is bevoegd om binnen het budget uitgaven te doen voor de uitvoering van haar taken.

  • 3.

    Ten laste van het budget worden de kosten gebracht van:

    • a.

      de vergoedingen van de leden als bedoeld in artikel 6 van deze verordening;

    • b.

      de ambtelijk secretaris als bedoeld in artikel 7 van deze verordening, inclusief de facilitaire kosten;

    • c.

      het uitbesteden van onderzoek en daarmee gepaard gaande kosten;

    • d.

      administratieve ondersteuning;

    • e.

      eventuele overige uitgaven die de rekenkamer nodig acht voor de uitoefening van haar taken.

  • 4.

    De rekenkamer is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad.

  • 5.

    Het budget wordt jaarlijks geïndexeerd met de prijsindex die in de gemeentelijke begroting wordt toegepast.

 

Artikel 6. Vergoedingen

  • 1.

    Een lid ontvangt voor zijn werkzaamheden een vaste bruto vergoeding van respectievelijk € 230,- (voorzitter) en € 200,- (lid) per maand.

  • 2.

    De vergoedingen genoemd in het eerste lid zijn inclusief reis- en verblijfkosten alsmede overige kosten.

  • 3.

    Indien leden zelf onderzoek uitvoeren ontvangen zij een aanvullende vergoeding van € 50,- per aan het onderzoek besteed uur.

  • 4.

    De in het eerste en derde lid bedoelde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd met de prijsindex die in de gemeentelijke begroting wordt toegepast.

  • 5.

    De betaling van de vergoeding wordt bij afwezigheid van langer dan twee maanden, ook bij ziekte, opgeschort. Van een afwezigheid langer dan twee maanden wordt de ambtelijk secretaris zo spoedig mogelijk in kennis gesteld.

 

Artikel 7. Ambtelijk secretaris

  • 1.

    De rekenkamer heeft een ambtelijk secretaris.

  • 2.

    De griffier wijst in samenspraak met de voorzitter de ambtelijk secretaris aan en voorziet in de vervanging.

  • 3.

    De ambtelijk secretaris is belast met het secretariaat van de rekenkamer en de werkgroep. Onder de werkzaamheden worden in ieder geval gerekend:

      • a.

        de agendaplanning;

      • b.

        het agenderen en versturen van vergaderstukken;

      • c.

        de verslaglegging;

      • d.

        de vorming van dossiers;

      • e.

        het beheer van het budget als bedoeld in artikel 5 van deze verordening, en

      • f.

        het bijstaan van de rekenkamer en de werkgroep bij de uitvoering van hun taken.

  • 4.

    De ambtelijk secretaris is verantwoording verschuldigd aan de rekenkamer over de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht.

 

Artikel 8. Jaarverslag

Het verslag van de rekenkamer, zoals bedoeld in artikel 185, derde lid, van de Gemeentewet, wordt ter kennisgeving verzonden aan de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders.

 

Artikel 9. Citeertitel, inwerkingtreding en intrekken oude verordening

  • 1.

    Deze verordening treedt op 1 januari 2026 in werking.

  • 2.

    Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening rekenkamer gemeente Heumen 2026.

  • 3.

    De Verordening gemeentelijke rekenkamer Heumen 2023 wordt ingetrokken.

 

 

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Heumen in zijn openbare vergadering van 11 december 2025.

De griffier,

drs. M.J.H.N. Collombon

De voorzitter,

mr. J.W.M.S. Minses

Toelichting

 

Algemeen

Deze verordening is een aanvulling op hetgeen dat in de Gemeentewet is opgenomen over de gemeentelijke rekenkamer. Zie de tekst van de Gemeentewet, zoals op 1 januari 2023 gewijzigd door de Wet versterking decentrale rekenkamers, hoofdstukken IVa (De rekenkamer) en XIa (De bevoegdheid van de rekenkamer).

De gemeenteraad moet op grond van artikel 81a van de Gemeentewet een onafhankelijke rekenkamer instellen.

Daarnaast moet de gemeenteraad ingevolge artikel 81k van de Gemeentewet een verordening opstellen voor de vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de rekenkamer en een tegemoetkoming in hun kosten. Voorts mag de gemeenteraad op grond van artikel 149 van de Gemeentewet aanvullende regels stellen in het belang van de gemeente en met inachtneming van de wet.

De rekenkamer moet zelf een Reglement van Orde voor haar werkzaamheden en vergaderingen vaststellen (artikel 81i van de Gemeentewet).

 

Artikelsgewijs

Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.

 

Artikel 2. Rekenkamer en werkgroep

De gemeenteraad stelt een rekenkamer in. Dit is wettelijk verplicht (artikel 81a van de Gemeentewet).

Conform artikel 81f, eerste lid, van de wet, mogen enkel externen (waaronder niet-raadsleden en niet-commissieleden) deel uitmaken van de rekenkamer.

In de voortgangsgesprekken van de werkgroep met de (voorzitter van de) rekenkamer komt in ieder geval de werkwijze alsmede de interactie en omgang met de gemeenteraad ter sprake.

Door de rekenkamer worden ten minste eenmaal per jaar onderzoeksonderwerpen en ambities bij de (fracties in de) gemeenteraad opgehaald. Het staat fracties en individuele raadsleden daarnaast vrij om gedurende het jaar onderwerpen bij de rekenkamer aan te dragen.

 

Artikel 3. Benoeming leden

De werkgroep rekenkamer Heumen is belast met de werving en selectie van de leden van de rekenkamer. De werkgroep werft en selecteert op basis van twee profielen: het voorzitters- en het ledenprofiel. De profielen worden opgesteld door de werkgroep in overleg met de griffier. De werkgroep werft eerst een voorzitter. Voorafgaand aan de voordracht van de leden van de rekenkamer overlegt de werkgroep met de voorzitter.

De benoeming voor zes jaar is conform artikel 81c, eerste lid, van de wet. Een eventuele herbenoeming ziet op maximaal dezelfde periode.

 

Artikel 4. Verboden betrekkingen

In geval dat een onderzoek met (een) andere gemeente(n) wordt gedaan, kan een lid zijn werkzaamheden voor de rekenkamer niet verrichtten als het lid werkzaam is voor (één van) deze gemeente(n). Dat geldt niet als een lid slechts verbonden is aan de rekenkamer van (één van) deze gemeente(n).

 

Artikel 5. Budget

De gemeenteraad moet de rekenkamer de nodige middelen ter beschikking stellen voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden (artikel 81j van de Gemeentewet). Dit omvat de totale kosten van de rekenkamer en alle overige kosten voor de uitvoering van de taken.

De rekenkamer is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het aan haar ter beschikking gestelde budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taken. Deze zelfstandigheid van de rekenkamer ten opzichte van de gemeenteraad is een borg voor een behoorlijke uitvoering van haar taken. Voor de besteding van het budget is de rekenkamer uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad.

Het budget wordt jaarlijks geïndexeerd.

 

Artikel 6. Vergoedingen

In dit artikel zijn de maandelijkse vergoedingen vastgelegd die de leden van de rekenkamer voor hun werkzaamheden ontvangen. Op grond van artikel 81k van de Gemeentewet stelt de gemeenteraad de vergoeding voor de werkzaamheden van de leden vast.

Behalve een vast maandbedrag regelt het artikel tevens een uurtarief op het moment dat één of meer leden van de rekenkamer zelf onderzoek uitvoeren.

De bedragen in dit artikel worden ieder jaar geïndexeerd. Betaling wordt opgeschort op het moment dat een lid langer dan twee maanden afwezig is. Dat geldt ook bij ziekte.

 

Artikel 7. Ambtelijk secretaris

De ambtenaren die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer, verrichten niet tevens werkzaamheden voor een ander orgaan van de gemeente, met uitzondering van de op de griffie werkzame ambtenaren (artikel 81j, derde lid, van de Gemeentewet). Dit betekent dat griffiemedewerkers deels voor de griffie en deels voor de rekenkamer kunnen werken. Vanwege de onafhankelijke positie van de rekenkamer zijn de ambtenaren, inclusief dus de griffiemedewerkers, voor werkzaamheden voor de rekenkamer uitsluitend verantwoording schuldig aan de rekenkamer (artikel 81j, vierde lid, van de Gemeentewet).

 

Artikel 8. Jaarverslag

Op grond van artikel 185, derde lid, van de Gemeentewet, stelt de rekenkamer elk jaar vóór 1 april een verslag op van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar. Dit jaarverslag wordt als ingekomen stuk ter kennisgeving aan de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders aangeboden.

 

Naar boven