Gemeenteblad van Tilburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tilburg | Gemeenteblad 2025, 549446 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tilburg | Gemeenteblad 2025, 549446 | beleidsregel |
Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg,
gelet op artikelen 4:81 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, het artikel 2.3.6, tweede lid, aanhef en onderdelen a en c, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de artikelen 4.2, tweede lid, 4.3, vijfde lid onderdeel f, 5.1, eerste lid, 5.6, eerste lid, 7.2, tweede lid onderdelen c en d, en 7.5 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2026,
en voorts gelet op het Convenant landelijke toegankelijkheid maatschappelijke opvang, het Convenant landelijke toegankelijkheid beschermd wonen en het Convenant meeverhuizen van individuele mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen bij een verhuizing,
Onder een doelgroepengebouw als bedoeld in artikel 4.3, vijfde lid onderdeel f, van de verordening wordt een gebouw met meerdere wooneenheden verstaan:
Artikel 4 Eenmalig persoonsgebonden budget
Een persoonsgebonden budget voor een hulpmiddel, een woonvoorziening, een woningsanering, een sportvoorziening of verhuis- en inrichtingskosten wordt eenmalig uitbetaald. Het college betaalt de kosten tot het maximum van het persoonsgebonden budget aan de leverancier of aan degene die de kosten voor deze voorziening reeds heeft betaald.
Artikel 5 Vaardigheden budgethouder
Als een inwoner de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een persoonsgebonden budget, dan beoordeelt het college of de inwoner beschikt over de vaardigheden die nodig zijn om op eigen kracht of met hulp uit zijn sociale netwerk in staat is om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Daarvoor beoordeelt het college of de inwoner:
Als het persoonsgebonden budget overeenkomstig artikel 4 aan de leverancier zal worden betaald, dan beoordeelt het college of de inwoner beschikt over de vaardigheden die nodig zijn om op eigen kracht of met hulp uit zijn sociale netwerk in staat is om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren aan de hand van de onderdelen a, b en g uit het eerste lid.
Voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget als bedoeld in de artikelen 5.6, eerste lid, 5.9, eerste lid, of 5.10, eerste lid, van de verordening, beoordeelt het college of de inwoner beschikt over de vaardigheden die nodig zijn om op eigen kracht of met hulp uit zijn sociale netwerk in staat is om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren aan de hand van de onderdelen a, b, c, d en g uit het eerste lid.
Als het college vaststelt dat de inwoner niet in voldoende mate beschikt over de vaardigheden die nodig zijn de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren, dan weigert het college de verstrekking van het persoonsgebonden budget wegens het niet voldoen aan het vereiste van artikel 2.3.6, tweede lid aanhef en onderdeel a, van de wet.
Artikel 6 Noodzakelijkheid persoonsgebonden budget voor keuring, reparatie, onderhoud en verzekering
Een persoonsgebonden budget voor keuring, reparatie, onderhoud of verzekering is noodzakelijk:
Artikel 7 Deskundigheid professionele zorg- en dienstverleners
De professionele zorg- of dienstverlener, zijn werknemer of zijn opdrachtnemer beschikt aantoonbaar over passende ervaringen als bedoeld in artikel 7.2, tweede lid onderdelen c of d, van de verordening, als hij op basis van een diploma of een EVC-traject in een register van Stichting Registerplein, dat betrekking heeft op de door hem geleverde zorg of diensten, is opgenomen.
Artikel 8 Handhaving middels een verbetertraject, waarschuwing en openbaarmaking
Het college legt een verbetertraject uitsluitend op als dit na een belangenafweging, waarbij het algemeen belang en de belangen van de inwoner in ieder geval worden betrokken, een evenredige maatregel is. Met een verbetertraject wordt het herstel van de onrechtmatige of de voor verbetering vatbare situatie beoogd.
Als het college na afloop van de gegeven termijn constateert dat de tekortkomingen niet zijn verholpen, dan kan aan de zorg- of dienstverlener een schriftelijke waarschuwing worden gegeven. Daarbij krijgt hij een aanvullende termijn die hem aanspoort om zo snel mogelijk de tekortkomingen te verhelpen. Tevens wordt daarbij vermeld dat het niet in voldoende mate verhelpen van de tekortkomingen, ertoe kan leiden dat de budgethouder zijn persoonsgebonden budget niet meer bij de zorg- of dienstverlener kan besteden.
Het zesde en zevende lid zijn niet van toepassing op aanbieders. Indien blijkt dat na afloop van een gegeven termijn door de aanbieder de tekortkomingen niet of in onvoldoende mate verholpen zijn, dan wordt er in het periodiek overleg als bedoeld in artikel 7.1, derde lid, van de verordening, in samenspraak gezocht naar een oplossing.
Artikel 10 Landelijke toegankelijkheid maatschappelijke opvang
Indien het college vaststelt dat de inwoner, voor het ontstaan van dakloosheid, niet woonachtig was in een van de gemeenten van de Regio Hart van Brabant, kan het college de uitvoering van het onderzoek overlaten aan de laatste woongemeente. Het college doet dit pas als met burgemeester en wethouders van de laatste woongemeente overeenstemming is gevonden.
Het college onderzoekt in welke gemeente of regio een traject in de opvang de grootste slagingskans heeft om bij te dragen aan de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner. Het college betrekt bij dit onderzoek in elk geval:
of er factoren zijn in een gemeente of regio die de kans van slagen van een traject naar verwachting vergroten, zoals een sociaal netwerk welke een positieve invloed heeft of kan hebben op de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner, bestaand werk, dagbesteding, onderwijs, of lopende hulpverleningstrajecten of ondersteuningstrajecten, en
of er factoren zijn in een gemeente of regio die de kans van slagen van een traject naar verwachting verkleinen, zoals een sociaal netwerk dat een negatieve invloed heeft of kan hebben op de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner, de actuele criminele activiteiten van de inwoner of maatregelen die aan de inwoner opgelegd zijn.
Als het college, op grond van het onderzoek als bedoeld in het vijfde lid, van oordeel is dat de kans van slagen van een traject groter is in een andere gemeente of regio, dan neemt het college, na overleg met de inwoner, contact op met die andere gemeente of regio. Als de andere gemeente of regio het oordeel van het college deelt, dan vindt de overdracht van de inwonergegevens en de inwoner onverwijld plaats. Van een onverwijlde overdracht wordt, na afstemming met de andere gemeente of regio, afgezien als een latere overdracht bijdraagt aan de kans van slagen van een traject.
Artikel 11 Landelijke toegankelijkheid beschermd wonen
Als de wenscentrumgemeente positief beslist, maar de inwoner op een wachtlijst plaatst, dan moet die gemeente beslissen of overbruggingszorg noodzakelijk is. Totdat de geschikte plek beschikbaar is, levert de instelling waar de inwoner op dat moment verblijft de eventuele overbruggingszorg. De herkomstgemeente draagt zorg voor de financiering van de overbruggingszorg. Als een inwoner in een behandelsetting, zoals een zorginstelling of een forensische penitentiaire kliniek, verblijft, vindt overleg plaats over de datum van uitstroom. Als de inwoner al gebruik maakt van een plek in een voorziening voor beschermd wonen, blijft de bestaande situatie gehandhaafd tot de geschikte plek in de wensgemeente beschikbaar is.
Als een inwoner uit een centrumgemeente tijdelijk, maar korter dan twaalf maanden, in een instelling in een andere centrumgemeente verblijft met daarbij de intentie dat de inwoner terugkeert naar een instelling in de eerdere centrumgemeente, dan financiert de eerdere centrumgemeente de plaats voor beschermd wonen in de andere centrumgemeente.
Als uit het onderzoek door burgemeester en wethouders van de centrumgemeente volgt dat het beschermd wonen het beste in een andere wenscentrumgemeente kan plaatsvinden, of als een inwoner zelf naar zijn wenscentrumgemeente gaat, dan nemen burgemeester en wethouders van de centrumgemeente contact op met de wenscentrumgemeente.
Artikel 12 Meeverhuizen van individuele mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen
Het college meldt de verhuizing bij de eigenaar van het hulpmiddel met het verzoek om de aanbieder van de nieuwe woongemeente het hulpmiddel voor overname aan te bieden. Die aanbieder regelt met burgemeester en wethouders van de nieuwe woongemeente de overname van het hulpmiddel. Binnen twee maanden na de adreswijziging wordt de administratieve verwerking bevestigd aan de inwoner. Daarbij ontvangt hij de contactgegevens die hij nodig heeft voor storingen en onderhoud.
Bij een verhuizing van de inwoner naar een intramurale setting op basis van een zorgzwaartepakket kan de inwoner zijn individueel aangepast hulpmiddel, waarop complex maatwerk van toepassing is, meenemen. Er is sprake van complex maatwerk bij een individueel aangepast hulpmiddel als het een elektronisch of handbewogen middel betreft met meerdere individuele, elektronische aanpassingen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-549446.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.