Gemeenteblad van Tilburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tilburg | Gemeenteblad 2025, 549430 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tilburg | Gemeenteblad 2025, 549430 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg,
gelet op de artikelen 2.5, vierde lid, 4.1, derde lid, 5.1, derde lid, 6.1, derde lid, 7.2, derde lid en 8.1 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2026 en het artikel 3:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht,
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd welke betekenis bepaalde woorden en begrippen in deze nadere regels hebben.
In deze nadere regels wordt verstaan onder:
Regio Hart van Brabant: het openbaar lichaam, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, dat ingesteld is bij de gemeenschappelijke regeling van de raden en colleges van burgemeester en wethouders tezamen van de gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk;
Hoofdstuk 2 Maatwerkvoorzieningen
Het college mag op grond van artikel 4.1, derde lid, van de verordening aanvullende regels stellen voor maatwerkvoorzieningen. Die regels staan in dit hoofdstuk en zijn aanvullend op de bepalingen van hoofdstuk 4 van de verordening. Artikel 2.13, waarin respijtzorg is geregeld, is gebaseerd op artikel 8.1 van de verordening.
De inwoner die een huisvestingsindicatie heeft en die tevens is verhuisd of daadwerkelijk zal verhuizen naar een woning waarmee een passende bijdrage aan zijn zelfredzaamheid en participatie wordt geleverd, komt in aanmerking voor een persoonsgebonden budget als bedoeld in de artikelen 5.7 en 5.8 van de verordening.
Artikel 2.4 Hulp bij het huishouden
De omvang van de maatwerkvoorziening, uitgedrukt in uren en minuten, wordt bepaald aan de hand van het meest actuele normenkader huishoudelijke ondersteuning van Bureau HHM. Alleen de daarin genoemde resultaten schoon en leefbaar huis en wasverzorging worden toegepast voor het bepalen van de omvang van de maatwerkvoorziening.
Als een onderzoek erop gericht is dat begeleiding als maatwerkvoorziening ingezet wordt, beperkt Toegang Tilburg zich tot het onderzoeken van de aspecten in artikel 2.2, eerste lid onderdelen a, b sub i en iii en c, van de verordening. Als Toegang Tilburg op basis daarvan vaststelt dat de inwoner in aanmerking komt voor begeleiding, meldt hij zijn bevindingen bij Siem.
Als een onderzoek erop gericht is dat dagopvang als maatwerkvoorziening ingezet wordt, beperkt Toegang Tilburg zich tot het onderzoeken van de aspecten in artikel 2.2, eerste lid onderdelen a, b sub i en iii en c, van de verordening. Als Toegang Tilburg op basis daarvan vaststelt dat de inwoner in aanmerking komt voor dagopvang, meldt hij zijn bevindingen bij Siem.
Als een onderzoek erop gericht is dat beschermd thuis als maatwerkvoorziening ingezet wordt, beperkt Toegang Tilburg zich tot het onderzoeken van de aspecten in artikel 2.2, eerste lid onderdelen a, b sub i en iii en c, van de verordening. Als Toegang Tilburg op basis daarvan vaststelt dat de inwoner in aanmerking komt voor beschermd thuis, meldt hij zijn bevindingen bij Siem.
Beschermd wonen kan alleen als maatwerkvoorziening worden verstrekt, als dat gericht is op de bevordering van de zelfredzaamheid, de participatie, het psychisch functioneren, het psychosociaal functioneren, de stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing, het voorkomen van maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de inwoner of anderen.
Als een onderzoek erop gericht is dat beschermd wonen als maatwerkvoorziening ingezet wordt, beperkt Toegang Tilburg zich tot het onderzoeken van de aspecten in artikel 2.2, eerste lid onderdelen a, b sub i en iii en c, van de verordening en het tweede lid. Als Toegang Tilburg op basis daarvan vaststelt dat de inwoner in aanmerking komt voor beschermd wonen, meldt hij zijn bevindingen bij Siem.
Als een onderzoek erop gericht is of waarschijnlijk ertoe leidt dat beschermd wonen in een safehouse als maatwerkvoorziening ingezet wordt, beperkt Toegang Tilburg zich tot het onderzoeken van de aspecten in artikel 2.2, eerste lid onderdelen a, b sub i en iii en c, van de verordening en het tweede lid. Als Toegang Tilburg op basis daarvan vaststelt dat de inwoner in aanmerking komt voor beschermd wonen in een safehouse, meldt hij zijn bevindingen bij Siem.
Artikel 2.12 Ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding
Als een onderzoek erop gericht is of waarschijnlijk ertoe leidt dat ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding als maatwerkvoorziening ingezet wordt, beperkt Toegang Tilburg zich tot het onderzoeken van de aspecten in artikel 2.2, eerste lid onderdelen a, b sub i en iii en c, van de verordening.
Als Toegang Tilburg op basis van het verrichte onderzoek vaststelt dat de inwoner in aanmerking komt voor ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding, meldt hij zijn bevindingen bij KikMaat. Het onderzoek als bedoeld in artikel 2.2 van de verordening wordt vervolgens door KikMaat verricht. Het plan van aanpak dat door de inwoner en het college wordt ondertekend, vormt de beschikking.
Artikel 2.13 Maatschappelijke opvang
Als het college toepassing geeft aan het bepaalde in artikel 2.3.3 van de wet, dan is de inwoner geen bijdrage in de kosten verschuldigd gedurende de eerste crisisopvang. Deze opvang duurt, in beginsel, niet langer dan twaalf weken en wordt uitsluitend verlengd als er geen mogelijkheid tot uitstroom is.
Hoofdstuk 3 Persoonsgebonden budget
In dit hoofdstuk staan aanvullende bepalingen voor het verstrekken van een persoonsgebonden budget. Deze regels vullen de regels uit hoofdstuk 5 van de verordening aan.
Hoofdstuk 4 Kwaliteit en veiligheid
In dit hoofdstuk staan de kwaliteitseisen van de voorzieningen die de eisen uit hoofdstuk 7 van de verordening aanvullen.
Artikel 4.1 Kwaliteitseisen zorg- en dienstverleners hulp bij het huishouden
De zorg- of dienstverlener die hulp bij het huishouden verleent of zal gaan verlenen en daarvoor uit een persoonsgebonden budget van een inwoner wordt betaald, draagt er, onverminderd de kwaliteitseisen uit artikel 7.2, eerste lid, van de verordening, zorg voor dat:
hij beschikt over een meldcode, conform het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden,
zijn bedrijf van hemzelf, als hij op het moment van afgifte van de verklaring omtrent het gedrag voor rechtspersonen niet als bestuurder, vennoot, maat of beheerder van het bedrijf stond geregistreerd in het handelsregister of als zijn bedrijf een eenmanszaak betreft, over een verklaring omtrent het gedrag beschikt voor het specifiek screeningsprofiel gezondheidszorg en welzijn van mens en dier, het specifiek screeningsprofiel (gezins)voogd bij voogdijinstellingen, reclasseringswerker, raadsonderzoeker en maatschappelijk werker, of een algemeen screeningsprofiel met het functieaspect belast zijn met de zorg voor minderjarigen of het functieaspect belast zijn met de zorg voor (hulpbehoevende) personen, zoals ouderen en gehandicapten, die niet ouder is dan vier jaren,
zijn bedrijf over verklaringen omtrent het gedrag beschikt voor het specifiek screeningsprofiel gezondheidszorg en welzijn van mens en dier, het specifiek screeningsprofiel (gezins)voogd bij voogdijinstellingen, reclasseringswerker, raadsonderzoeker en maatschappelijk werker, of een algemeen screeningsprofiel met het functieaspect belast zijn met de zorg voor minderjarigen of het functieaspect belast zijn met de zorg voor (hulpbehoevende) personen, die niet ouder zijn dan vier jaren en die betrekking hebben op iedere werknemer en opdrachtnemer die de ondersteuning bij inwoners thuis verzorgt, en
Artikel 4.2 Kwaliteitseisen professionele zorg- en dienstverleners
De professionele zorg- of dienstverlener als bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, van de verordening, die ondersteuning verleent of zal gaan verlenen en daarvoor uit een persoonsgebonden budget van een inwoner wordt betaald, draagt er, onverminderd de kwaliteitseisen uit artikel 7.2, tweede lid, van de verordening, zorg voor dat:
zijn bedrijf van hemzelf, als hij op het moment van afgifte van de verklaring omtrent het gedrag voor rechtspersonen niet als bestuurder, vennoot, maat of beheerder van het bedrijf stond geregistreerd in het handelsregister of als zijn bedrijf een eenmanszaak betreft, over een verklaring omtrent het gedrag beschikt voor het specifiek screeningsprofiel gezondheidszorg en welzijn van mens en dier, het specifiek screeningsprofiel (gezins)voogd bij voogdijinstellingen, reclasseringswerker, raadsonderzoeker en maatschappelijk werker, of een algemeen screeningsprofiel met het functieaspect belast zijn met de zorg voor minderjarigen of het functieaspect belast zijn met de zorg voor (hulpbehoevende) personen, die niet ouder is dan vier jaren,
zijn bedrijf over verklaringen omtrent het gedrag beschikt voor het specifiek screeningsprofiel gezondheidszorg en welzijn van mens en dier, het specifiek screeningsprofiel (gezins)voogd bij voogdijinstellingen, reclasseringswerker, raadsonderzoeker en maatschappelijk werker, of een algemeen screeningsprofiel met het functieaspect belast zijn met de zorg voor minderjarigen of het functieaspect belast zijn met de zorg voor (hulpbehoevende) personen, die niet ouder zijn dan vier jaren en die betrekking hebben op iedere werknemer, opdrachtnemer, vrijwilliger, stagiair of ieder ander die de ondersteuning bij inwoners thuis verzorgt,
Hoofdstuk 5 Overige bepalingen en slotbepalingen
In dit afsluitend hoofdstuk staat vermeld wie de medisch adviseur is, staan regels over het gebruik van de hardheidsclausule en staan regels rondom de inwerkingtreding.
Artikel 5.1 Medische advisering
Het college belast de artsen en adviseurs van jph consult B.V. met het adviseren inzake het nemen van beslissingen op grond van het bepaalde bij of krachtens de wet.
Artikel 5.2 Waardering mantelzorgers
Als blijk van waardering kan iedere mantelzorger die ondersteuning biedt aan een bewoner van de gemeente Tilburg, eenmaal per kalenderjaar een mantelzorgwaardebon krijgen.
Het college kan, ten gunste van een inwoner, bepalingen van deze nadere regels buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Aldus besloten op 9 december 2025,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg,
de gemeentesecretaris
de burgemeester
De begrippen die in artikel 1.1 lid 1 staan, zijn een aanvulling op de al bestaande begrippen; artikel 1.1 lid 2 vermeldt dat de begrippen uit de Wmo 2015, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de Awb en de verordening ook van toepassing zijn op deze nadere regels.
In artikel 4.1 lid 3 van de verordening staat dat het college aanvullende regels kan stellen over maatwerkvoorzieningen. De toepassing van die bevoegdheid is in dit hoofdstuk uitgewerkt. De regels voor de maatwerkvoorzieningen zijn aanvullend op de algemene regels uit hoofdstuk 4 van de verordening.
In artikel 2.1 lid 4 staat dat het aanbrengen van een woonvoorziening niet een strijdigheid met het Besluit bouwwerken leefomgeving, afgekort het Bbl, mag veroorzaken. Te denken valt aan het plaatsen van een traplift bij een trap waar geen afscheiding is geplaatst die in het Bbl verplicht is. In dat geval is de traplift niet geschikt. Deze is dan immers niet veilig te verstrekken; op grond van artikel 3.1 lid 2 aanhef en sub a Wmo 2015 kan deze dan niet verstrekt worden, tenzij de tekortkoming vooraf aan of gelijktijdig met de plaatsing van de woonvoorziening wordt verholpen. In artikel 2.4 lid 2 staat dat de omvang van de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden wordt bepaald aan de hand van het normenkader huishoudelijke ondersteuning van Bureau HHM. De CRvB heeft geoordeeld dat het HHM Normenkader 2019, voor wat betreft het resultaat van een schoon en leefbaar huis, hiervoor gebruikt mag worden, CRvB 13 december 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2470, rechtsoverweging 4.1.3. De nieuwere versies van het normenkader, verschillen niet in de berekening van de omvang. De normtijden voor de wasverzorging mogen eveneens gebaseerd worden op het normenkader; dat blijkt uit de uitspraak CRvB 9 januari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:46, rechtsoverweging 4.1.6. In lid 3 staat opgenomen wat in het HHM Normenkader onder het netwerk wordt verstaan. De inzet van het netwerk wordt volgens het HHM Normenkader namelijk meegewogen in de vaststelling of er minder inzet nodig is. Door te benoemen dat onder dit netwerk de gebruikelijke hulp, de mantelzorg en de hulp van anderen uit het sociaal netwerk wordt gerekend, is duidelijk dat het hetzelfde onderdeel uit het onderzoek betreft als in artikel 2.2 lid 1 sub b onderdeel iii van de verordening. In lid 4 en 5 staat een tweetal beleidsbeperkingen: voor het strijken van kleding wordt alleen tijd toegekend, als het om een medische reden nodig is dat de cliënt gestreken bovenkleding draagt. Het uitgangspunt is dat een cliënt geen strijkvoorziening nodig heeft, omdat hij ervoor kan kiezen om strijkvrije kleding te dragen. In lid 6 is bepaald dat hulp bij het huishouden niet meer nodig is, als de cliënt beschermd thuis, beschermd wonen of beschermd wonen in een safehouse als maatwerkvoorziening krijgt. Het schoonhouden van de eigen woonruimten maakt immers onderdeel uit van de begeleiding naar het zelfstandig voeren van het huishouden. Een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden is zodoende een contra-indicatie van beschermd thuis, beschermd wonen of beschermd wonen in een safehouse. In artikel 2.7 lid 2, artikel 2.8 lid 2, artikel 2.9 lid 2, artikel 2.10 lid 3 en artikel 2.11 lid 5 staat dat Toegang Tilburg voor – respectievelijk – begeleiding, dagopvang, beschermd wonen en beschermd wonen in een safehouse, enkele aspecten van het onderzoek doet. Als Toegang Tilburg constateert dat de cliënt voor een van deze maatwerkvoorzieningen in aanmerking komt, dan wordt hij doorverwezen naar Siem. De cliënt krijgt dan een brief mee waarin staat te lezen dat hij een maatwerkvoorziening nodig heeft; die brief wordt in de praktijk de DAT-brief genoemd. Siem zal vervolgens de aard en de omvang vaststellen van de maatwerkvoorziening. Het plan van aanpak van Siem, dat het ondersteuningsplan wordt genoemd, wordt door de ondertekening door de cliënt de aanvraag; dat is gebaseerd op artikel 2.3 lid 2 van de verordening. Vervolgens wordt dat ondersteuningsplan door het college ondertekend, waardoor het de beschikking wordt; dat staat in artikel 2.7 lid 3, artikel 2.8 lid 3, artikel 2.9 lid 4 en artikel 2.10 lid 6 en is gebaseerd op artikel 2.5 lid 3 van de verordening. Voor beschermd wonen in een safehouse betaalt de cliënt een bijdrage in de kosten overeenkomstig de bepaling van artikel 6.2 lid 4 van de verordening. In artikel 2.11 lid 10 staat een uitzondering: om dubbele maandlasten te voorkomen is de cliënt die al woonlasten betaalt, geen eigen bijdrage verschuldigd. Onder woonlasten wordt de maandelijkse huur of de maandelijkse aflossing van de hypotheek bedoeld. Indien de cliënt slechts een bijdrage aan een ander levert die woonlasten moet afdragen, bijvoorbeeld kostgeld aan ouders voor verblijf in de ouderlijke woning, dan is hij wel de bijdrage in de kosten verschuldigd. In artikel 2.9 lid 4, artikel 2.10 lid 6 en artikel 2.11 lid 13 staat te lezen dat de cliënt niet in aanmerking komt voor de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden, als hij beschermd thuis, beschermd wonen of beschermd wonen in een safehouse als maatwerkvoorziening krijgt. Het schoonhouden van de eigen woonruimten maakt immers onderdeel uit van de begeleiding naar het zelfstandig voeren van het huishouden. Een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden is zodoende een contra-indicatie van beschermd thuis, beschermd wonen of beschermd wonen in een safehouse. In artikel 2.12 lid 2 staat dat voor ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding Toegang Tilburg enkele aspecten van het onderzoek doet. Als Toegang Tilburg constateert dat de cliënt voor ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding in aanmerking komt, dan wordt hij doorverwezen naar KikMaat. De cliënt krijgt dan een brief mee waarin staat te lezen dat hij een maatwerkvoorziening nodig heeft; die brief wordt in de praktijk de DAT-brief genoemd. KikMaat zal vervolgens de aard en de omvang vaststellen van de maatwerkvoorziening. Het plan van aanpak van KikMaat wordt door de ondertekening door de cliënt de aanvraag; dat is gebaseerd op artikel 2.3 lid 2 van de verordening. Vervolgens wordt dat plan van aanpak door het college ondertekend, waardoor het de beschikking wordt; dat staat in artikel 2.11 lid 3 en is gebaseerd op artikel 2.5 lid 3 van de verordening. Op grond van artikel 2.14 lid 1 kan het college een tijdelijke maatwerkvoorziening aan de cliënt verstrekken als zijn mantelzorger tijdelijk niet beschikbaar zal zijn, bijvoorbeeld vanwege een vakantie. Als er nooit eerder een onderzoek als bedoeld in artikel 2.2 van de verordening is gedaan, dan moet er onderzocht worden of het mogelijk is om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of met hulp van anderen uit het sociaal netwerk de ondersteuning te geven die de mantelzorger gaf en tijdelijk niet kan geven. In lid 2 is bepaald dat het college een maatwerkvoorziening kan verstrekken als dit nodig is voor het behouden of herstellen van de balans tussen draagkracht en draaglast van de mantelzorger. Dat is gebaseerd op artikel 8.1 van de verordening.
Op grond van artikel 5.1 lid 3 van de verordening mag een persoonsgebonden budget niet buiten Nederland worden gebruikt, behalve onder de uitzonderingen die het college daarvoor maakt. In artikel 3.1 lid 1 staat wat de criteria zijn voor de besteding in het buitenland als de cliënt buiten Nederland verblijft. De criteria sluiten aan bij de jurisprudentie waarin de eigen leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.3.5 lid 3 Wmo 2015, een ruimere betekenis heeft gekregen dan alleen de thuissituatie. Volgens de Rechtbank Den Haag stelt de Wmo 2015 immers de participatie als doel en de leefomgeving kan ook tijdelijk buiten Nederland zijn gelegen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een stage in het buitenland, Rechtbank Den Haag 15 september 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:10229, rechtsoverweging 6.2. Bovendien kan de eigen leefomgeving ook tijdelijk buiten Nederland zijn, bijvoorbeeld in geval van een vakantie of bij een vakantiebaan, aldus de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 mei 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:2836, rechtsoverweging 5. De tijdelijkheid van beide uitspraken wordt in lid 1 sub a zo uitgedrukt dat de cliënt voornemens is om na een bepaalde tijd terug te keren naar zijn hoofdverblijf. Daarmee wordt aangesloten bij de rechtsregel van de Hoge Raad wanneer een woning als hoofdverblijf wordt gekwalificeerd, te weten: waar iemand werkelijk woont met zijn gezin, waar hij den zetel zijner fortuin heeft, zijne zaken behartigt, zijne goederen en eigendommen beheert, zoodat men er niet vandaan gaat dan met een bepaald doel en voor een bepaalden tijd, en tevens met het plan om, als dat doel bereikt is, terug te keren, Hoge Raad 19 januari 1880, ECLI:NL:HR:1880:1. De situatie dat een cliënt niet in het buitenland verblijft, maar wel in het buitenland zijn persoonsgebonden budget besteedt, is niet onmogelijk; daarom is lid 2 opgenomen. De gemeente Tilburg ligt namelijk niet ver van de grens tussen Nederland en België. De Regio Hart van Brabant grenst aan België en binnen het topografisch gebied van de regio, bevinden zich Belgische enclaves. Het is daarom mogelijk dat Belgische gebieden onderdeel uitmaken van de leefomgeving van de cliënt en dus binnen de bedoeling van de Wmo 2015 vallen. In lid 3 is geregeld dat het persoonsgebonden budget ook ingezet kan worden voor de aanschaf van een hulpmiddel of een sportvoorziening als deze besteld en geleverd wordt vanuit het buitenland. Bestedingen in het buitenland moeten, zo bepaalt lid 4, vooraf schriftelijk gemeld worden aan het college.
In artikel 4.1 staan de kwaliteitseisen waar de zorg- of dienstverlener die hulp bij het huishouden verleent of zal gaan verlenen, naast het bepaalde in artikel 7.2 lid 1 van de verordening aan moet voldoen. De professionele zorg- en dienstverlener die ondersteuning verleent of zal gaan verlenen, dient te voldoen aan de bepalingen uit artikel 7.2 lid 2 van de verordening en de kwaliteitseisen uit artikel 4.2.
Artikel 5.1 vermeldt wie de medisch adviseur van het college is voor wat betreft het nemen van beslissingen op grond van de Wmo 2015. Op deze adviseur en zijn adviezen is afdeling 3.3 Awb van toepassing. In artikel 5.2 staat beschreven hoe de waardering voor mantelzorgers wordt geuit; daarmee wordt invulling gegeven aan artikel 8.2 van de verordening. In artikel 5.3 is een hardheidsclausule opgenomen. In bijzondere gevallen kan het college ten gunste van de inwoner afwijken van de bepalingen van deze nadere regeling. Afwijken kan dus nooit ten nadele van de betrokken inwoner gebeuren. Het gebruik maken van de hardheidsclausule betreft een uitzondering en geen regel. Het college moet in verband met precedentwerking dan ook duidelijk aangeven waarom in een bepaalde situatie van de verordening wordt afgeweken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-549430.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.