Beleidsregels ontheffingen milieuzone Amsterdam 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

 

gelet op:

  • -

    artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    artikel 149 van de Wegenverkeerswet 1994; en

  • -

    de artikelen 86c, 86d en 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

overwegende,

 

dat het college bij verkeersbesluit van 18 juni 2024 per 1 januari 2025 de bestaande milieuzone voor dieselpersonen- en bedrijfsauto’s heeft aangescherpt naar emissieklasse 5 of hoger, en die voor zowel dieselbedrijfsauto´s met emissieklasse 5 of hoger en dieselvrachtauto’s met emissieklasse 6 heeft beperkt tot het gebied tussen de Ring A10 en de S100, door middel van een geslotenverklaring voor deze motorvoertuigen en daarin heeft opgenomen dat beleidsregels worden vastgesteld voor een aantal categorieën ontheffingsmogelijkheden;

 

dat de toelatingseisen en de omvang van de milieuzone voor autobussen niet gewijzigd zijn met bovengenoemd verkeersbesluit;

 

dat het college bij besluit van 18 juni 2024 het Ontheffingenbeleid milieuzone Amsterdam 2025 heeft vastgesteld en er aanleiding is om deze beleidsregels te actualiseren;

 

besluit de volgende regeling vast te stellen:

 

Beleidsregels ontheffingen milieuzone Amsterdam 2026

 

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 – Definities

In dit ontheffingenbeleid wordt verstaan onder:

  • -

    Amsterdamse museumbus: autobus met emissieklasse 3 of lager die deel heeft uitgemaakt van het openbaar stads- of streekvervoer van, naar of in de stad Amsterdam en die thans alleen museaal en niet bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd of ingezet voor commercieel vervoer;

  • -

    autobus: voertuig dat is geclassificeerd als M2 of M3 en een voertuig dat blijkens het kentekenregister een bus is;

  • -

    besloten busvervoer: personenvervoer per bus, niet zijnde openbaar vervoer;

  • -

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam;

  • -

    datum van eerste toelating (DET): datum waarop het voertuig voor het eerst in gebruik is genomen, zoals voor in Nederland geregistreerde voertuigen is vastgelegd in het kentekenregister van de RDW;

  • -

    datum tenaamstelling: datum waarop het voertuig op naam is gesteld zoals voor in Nederland geregistreerde voertuigen is vastgelegd in het kentekenregister van de RDW;

  • -

    eigenaar: natuurlijke persoon of rechtspersoon op wiens naam het kenteken bij de RDW geregistreerd staat;

  • -

    emissieloos voertuig: voertuig zonder uitlaatemissie van broeikasgassen, verontreinigende gassen en deeltjes (emissieklasse Z);

  • -

    lease: zowel operationele als financiële lease waaraan een rechtsgeldige leaseovereenkomst ten grondslag ligt;

  • -

    milieuzone: ruimtelijk begrensd gebied dat is gelegen in het binnenstedelijk gebied van de gemeente Amsterdam waar, om reden van leefbaarheid, in het bijzonder milieuhinder met betrekking tot lucht, een selectief toelatingsbeleid voor personenauto’s, bedrijfsauto’s, vrachtauto’s en autobussen wordt gehanteerd en dat is ingesteld bij verkeersbesluit met de zonaal uitgevoerde verkeersborden C22a met onderborden als bedoeld in artikel 86d, vierde lid van het RVV 1990;

  • -

    museaal legervoertuig: voertuig van dertig jaar of ouder dat voor het leger is geproduceerd of in het verleden door het leger is ingezet en thans alleen museaal en niet bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd of ingezet voor commercieel personenvervoer;

  • -

    RDW: Dienst Wegverkeer;

  • -

    toegang: recht op verblijf in de milieuzone op de datum of gedurende de periode waarvoor vrijstelling of ontheffing verleend is;

§ 1 – LANGDURIGE ONTHEFFINGEN

Artikel 2 – Ontheffing in verband met de levertijd van een vervangend voertuig

  • 1.

    Het college verleent op aanvraag voor een dieselpersonenauto of dieselautobus een ontheffing op kenteken, indien dit voertuig aantoonbaar vervangen wordt door een emissieloos voertuig, en voor een dieselautobus tevens door een emissieklasse 6 voertuig, dat nog niet geleverd is. In het geval de ontheffing wordt aangevraagd voor een te vervangen leasevoertuig, dient de leaseperiode langer te zijn dan een jaar, gerekend vanaf verwachte levering van het vervangende leasevoertuig.

  • 2.

    Bij de aanvraag wordt een tenaamstellingsbewijs of bewijs van eigenaarschap overgelegd, indien de aanvrager niet de kentekenhouder is.

  • 3.

    Bij de aanvraag in verband met de vervanging van een voertuig door een aangekocht voertuig, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt ten minste een aankoopbewijs in de vorm van een opdrachtbevestiging, met de verwachte levertijd van het voertuig inclusief eventuele opbouw overgelegd.

  • 4.

    Bij de aanvraag in verband met de vervanging van een voertuig door een leasevoertuig, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt ten minste een leasecontract met de verwachte levertijd van het te leasen voertuig overgelegd.

  • 5.

    Bij de aanvraag in verband met de vervanging van een voertuig door een voertuig, zoals bedoeld in het eerste lid, waarvoor een aanbestedingsprocedure gaande is, wordt ten minste een bewijs van start van de aanbesteding met daarin de gevraagde levertijd overgelegd.

  • 6.

    Een ontheffing, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt verleend voor de duur van de levertijd zoals aangegeven op het aankoopbewijs, leasecontract of in de aanbestedingsstukken, inclusief eventuele opbouw, plus dertig dagen.

  • 7.

    Het college kan een ontheffing verlengen indien uit nieuwe informatie blijkt dat de levering, inclusief eventuele opbouw, door onvoorziene omstandigheden vertraagd is.

  • 8.

    Een verlenging is gelijk aan de duur van de nieuwe levertijd blijkend uit nieuwe informatie van de aanvrager, inclusief eventuele opbouw, plus dertig dagen.

  • 9.

    Het te vervangen voertuig komt, behoudens verlenging, niet opnieuw in aanmerking voor een ontheffing op grond van dit artikel.

Artikel 3 - Ontheffing voor personenauto’s en autobussen die vanwege een handicap zijn aangepast

  • 1.

    Het college verleent op aanvraag ontheffing op kenteken voor een dieselpersonenauto met emissieklasse 4 of lager of een dieselautobus met emissieklasse 5 of lager, indien dit voertuig aantoonbaar in verband met een handicap van de voertuigeigenaar, de bestuurder van het voertuig, van een gezinslid van de eigenaar dan wel de bestuurder of van een persoon aan wie de eigenaar of bestuurder mantelzorg verleent, is aangepast voor een bedrag van ten minste €500.

  • 2.

    De aanvrager overlegt bij de aanvraag ten minste:

    • a.

      een tenaamstellingsbewijs of bewijs van eigenaarschap, indien de aanvrager niet de kentekenhouder is;

    • b.

      een betaalbewijs van een bij de Kamer van Koophandel geregistreerd garagebedrijf waaruit de in het eerste lid bedoelde voertuigaanpassing blijkt, of;

    • c.

      een foto van het voertuig waarop de aanpassing in of aan het voertuig zichtbaar is en een foto waarop het voertuig en het kenteken zichtbaar zijn; en

    • d.

      een kopie van de gehandicaptenparkeerkaart van de voertuigeigenaar, de bestuurder van het voertuig, van een gezinslid van de eigenaar dan wel de bestuurder of van een persoon aan wie de eigenaar of bestuurder mantelzorg verleent.

  • 3.

    De ontheffing wordt verleend voor maximaal drie jaar.

     

§ 2 - DAGONTHEFFINGEN

Artikel 4 - Dagontheffing voor besloten busvervoer

  • 1.

    Voor een dieselautobus met emissieklasse 5 die wordt ingezet voor besloten busvervoer kan maximaal twaalf maal per kalenderjaar een dagontheffing worden aangevraagd.

  • 2.

    De dagontheffing wordt per kenteken verleend, telkens voor de duur van één kalenderdag, die begint om 00.00 uur en eindigt om 06:00 uur de volgende dag.

Artikel 5 - Dagontheffing Amsterdamse museumbus

  • 1.

    Voor een Amsterdamse museumbus kan maximaal twaalf maal per kalenderjaar een dagontheffing worden aangevraagd.

  • 2.

    De dagontheffing wordt per kenteken verleend, telkens voor de duur van één kalenderdag, die begint om 00:00 en eindigt om 06:00 uur de volgende dag.

Artikel 6 – Dagontheffing museaal legervoertuig

  • 1.

    Voor een museaal legervoertuig kan incidenteel een dagontheffing worden aangevraagd, ten behoeve van de aanwezigheid bij een evenement in de milieuzone als sprake is van een zekere relatie tussen de inzet van het legervoertuig en de aard van het evenement.

  • 2.

    De dagontheffing wordt per kenteken verleend, telkens voor de duur van één kalenderdag, die begint om 00:00 en eindigt om 6:00 uur de volgende dag.

Artikel 7 - Ontheffing voor kampeerwagen ten behoeve van verblijf op een camping

Voor dieselkampeerwagens met subcategorie SA en voertuigclassificatie M of N die geen toegang tot de milieuzone hebben en aantoonbaar ten behoeve van een verblijf van de kentekenhouder naar een camping in de milieuzone moeten rijden, kan het college op aanvraag op kenteken een in- en uitrijdontheffing ten behoeve van de aankomst- en vertrekdatum verlenen.

 

§ 3 – BIJZONDERE ONTHEFFINGEN

Artikel 8 – Ontheffing in verband met bedrijfseconomische omstandigheden

  • 1.

    Het college verleent op aanvraag ontheffing op kenteken voor een dieselpersonenauto of dieselautobus indien wordt aangetoond dat de bedrijfseconomische omstandigheden van het bedrijf in verband met aanschafkosten van een voertuig dat aan de toegangseisen van de zone voldoet dit noodzakelijk maken.

  • 2.

    Het college verleent de ontheffing indien de aanvrager aantoont dat:

    • a.

      voor de onderneming geen alternatieve vervoersoplossingen voorhanden zijn om de milieuzone te betreden;

    • b.

      met de dieselautobus vaker dan het maximaal aantal te verkrijgen dagontheffingen in de milieuzone wordt gereden;

    • c.

      sprake is van afhankelijkheid van de milieuzone voor zijn omzet; en

    • d.

      de onderneming in verband met de aanschafkosten van een vervangend voertuig in zodanige bedrijfseconomische omstandigheden dreigt te komen, dat een ontheffing noodzakelijk is.

  • 3.

    Bij de aanvraag worden de volgende documenten overgelegd:

    • a.

      tenaamstellingsbewijs of bewijs van eigenaarschap, indien de aanvrager niet de kentekenhouder is;

    • b.

      een door de aanvrager ingevuld financieel beoordelingsformulier;

    • c.

      jaarrekeningen van de afgelopen drie jaar;

    • d.

      btw-aangiften van het huidige jaar;

    • e.

      de kentekens van het voertuigenpark in eigendom en lease van de onderneming van de aanvrager;

    • f.

      rittenstaten en facturen waaruit de behaalde omzet in de milieuzone met het betreffende voertuig blijkt;

    • g.

      contracten waaruit blijkt dat de onderneming werkzaamheden in de milieuzone verricht;

    • h.

      voor zover aanwezig, een offerte van de leverancier van (een) voor de milieuzone geschikt(e) voertuig(en) inclusief de eventueel noodzakelijke aanpassingen; en

    • i.

      indien aanwezig, een standplaatsvergunning of marktvergunning.

  • 4.

    Een ontheffing op basis van dit artikel wordt in beginsel verleend voor telkens maximaal één jaar.

Artikel 9 – Afwijkingsbevoegdheid

  • 1.

    Het college kan overeenkomstig artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht op aanvraag op kenteken ten gunste van een aanvrager een ontheffing verlenen wegens bijzondere omstandigheden die bij het opstellen van dit beleid niet zijn voorzien of als toepassing ervan gevolgen heeft voor de aanvrager, die onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen.

  • 2.

    Bij de aanvraag worden de volgende documenten overgelegd:

    • a.

      tenaamstellingsbewijs of bewijs van eigenaarschap, indien de aanvrager niet de kentekenhouder is; en

    • b.

      een verklaring waarom volgens aanvrager sprake is van bijzondere omstandigheden die het verlenen van een ontheffing rechtvaardigen.

  • 3.

    Bij de afweging tot het verlenen van een ontheffing op grond van dit artikel neemt het college in haar overweging in ieder geval mee:

    • a.

      de noodzaak om in de milieuzone te rijden met het betreffende voertuig en de voorhanden zijnde alternatieven;

    • b.

      de te verwachten frequentie van het aantal ritten in de milieuzone.

§ 4 - OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 10 – Algemene overige bepalingen

  • 1.

    De aanvraag van een ontheffing wordt in beginsel digitaal op het daartoe bestemde aanvraagformulier via het daartoe bestemde digitale portaal van de gemeentelijke website ingediend.

  • 2.

    Aan een ontheffing kunnen door het college voorschriften of beperkingen worden verbonden in het belang van de handhaving, de openbare veiligheid, de verkeersveiligheid of het milieu.

  • 3.

    De aanvrager van een ontheffing kan om aanvullende bewijsstukken gevraagd worden, indien dit voor de behandeling noodzakelijk is.

  • 4.

    Aan een ontheffing wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat de bestuurder van een voertuig dat zich bevindt in de milieuzone de ontheffing, of een kopie daarvan, op verzoek van de handhaver toont. Aan een kopie van de ontheffing wordt gelijkgesteld een afbeelding daarvan op een smartphone, laptop, tablet of ander mobiel device, apparaat of toestel.

Artikel 11 - Weigerings- en intrekkingsgronden langdurige ontheffing

  • 1.

    Het college:

    • a.

      kan een aanvraag afwijzen wanneer een ontheffing als bedoeld in de artikelen 2, 8 en 9 door een ondernemer of eigenaar wordt aangevraagd voor een:

      • i.

        dieselpersonenauto met emissieklasse 3 en lager die zich na 19 november 2019 in de milieuzone heeft gevestigd;

      • ii.

        dieselpersonenauto met emissieklasse 4 die zich na 31 december 2024 in de milieuzone heeft gevestigd;

      • iii.

        dieselautobus met emissieklasse 5 en lager die zich na 18 december 2020 in de milieuzone heeft gevestigd.

    • b.

      kan en aanvraag afwijzen wanneer een ontheffing als bedoeld in de artikelen 2, 8 en 9 wordt aangevraagd door een ondernemer of eigenaar voor een:

      • i.

        dieselpersonenauto met emissieklasse 3 en lager en een datum tenaamstelling na 19 november 2019;

      • ii.

        dieselpersonenauto met emissieklasse 4 en een datum tenaamstelling na 31 december 2024;

      • iii.

        voor een dieselautobus met emissieklasse 5 en lager en een datum tenaamstelling na 18 december 2020.

    • c.

      kan een aanvraag afwijzen wanneer een ontheffing als bedoeld in de artikelen 2, 8 en 9 wordt aangevraagd door een ondernemer of eigenaar die werk heeft aangenomen in de milieuzone:

      • i.

        na 19 november 2019 met een dieselpersonenauto met emissieklasse 3 en lager;

      • ii.

        na 31 december 2024 met een dieselpersonenauto met emissieklasse 4;

      • iii.

        na 18 december 2020 met een dieselautobus met emissieklasse 5 en lager.

  • 2.

    Het college trekt een verleende ontheffing in:

    • a.

      indien ter verkrijging daarvan aantoonbaar onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    • b.

      indien gewijzigd beleid dit noodzakelijk maakt;

    • c.

      veranderde wet- en regelgeving dit noodzakelijk maakt;

    • d.

      op verzoek van de ontheffinghouder;

    • e.

      als geconstateerd wordt dat niet meer wordt voldaan aan de voorschriften, voorwaarden dan wel beperkingen die aan de ontheffing zijn verbonden en waaronder de ontheffing is verleend;

    • f.

      als de tenaamstelling van een voertuig waarvoor op grond van paragraaf 1 en 3 ontheffing is verleend, is gewijzigd.

Artikel 12 - Ontheffing voor vrijgestelde voertuigen

Voor voorrangsvoertuigen die op grond van het RVV 1990 of voertuigen die op grond van artikel 147 van de Wegenverkeerswet voor bord C22a zijn vrijgesteld wordt op aanmelding ontheffing verleend.

Artikel 13 – Intrekking Ontheffingenbeleid milieuzone Amsterdam 2025 en overgangsrecht

  • 1.

    Het Ontheffingenbeleid milieuzone Amsterdam 2025 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026.

  • 2.

    Ontheffingen verleend op grond van het ontheffingenbeleid bedoeld in het eerste lid van dit artikel, het Ontheffingenbeleid milieuzone Amsterdam 2020 zoals dat is gewijzigd bij het Wijzigingsbesluit ontheffingenbeleid milieuzone Amsterdam 2020, het Ontheffingenbeleid nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s Amsterdam 2025 en de Beleidsregels ontheffingen nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s gemeente Amsterdam 2026, gelden ook voor de bij verkeersbesluit van 18 juni 2024, met ingang van 1 januari 2025 gewijzigde milieuzone voor dieselpersonen- en bedrijfsauto’s en de milieuzone voor dieselvrachtauto’s en dieselautobussen, zolang de in de ontheffing opgenomen geldigheidsduur niet is verstreken.

  • 3.

    Dieselvracht- en bedrijfsauto’s die niet voldoen aan de eisen van de milieuzone Amsterdam kunnen een ontheffing aanvragen bij het Centraal Loket voor de verlening van ontheffingen voor nul-emissiezones.

Artikel 14 – Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 15 – Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels ontheffingen milieuzone Amsterdam 2026

Aldus vastgesteld in de vergadering van 9 december 2025.

De burgemeester

Femke Halsema

De gemeentesecretaris (wnd).

Thea de Vries

Toelichting  

Algemeen deel

De gemeente Amsterdam heeft per 1 januari 2025 de milieuzone voor dieselpersonen- en bedrijfsauto’s binnen de Ring A10 aangescherpt en een nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto´s binnen de Ring S100 ingevoerd. De toegangseisen en de omvang van de milieuzone voor dieselautobussen zijn niet gewijzigd per 1 januari 2025.

 

Dat betekent dat:

  • -

    binnen de gehele Ring A10 een milieuzone voor dieselautobussen (emissieklasse 6 en hoger heeft toegang) en dieselpersonenauto’s (emissieklasse 5 en hoger heeft toegang) geldt;

  • -

    tussen de Ring A10 en de S100 (met inbegrip van de S100 zelf) een milieuzone voor dieselbedrijfsauto’s (emissieklasse 5 en hoger heeft toegang) en dieselvrachtauto’s (emissieklasse 6 en hoger heeft toegang) geldt;

  • -

    in het gebied binnen de S100 een nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s geldt.

 

Het college heeft bij besluit van 18 juni 2024 het Ontheffingenbeleid milieuzone Amsterdam 2025 vastgesteld. In dit ontheffingenbeleid zijn de ontheffingsmogelijkheden voor dieselpersonenauto´s, dieselautobussen en voor het verblijf op campings die in de milieuzone liggen opgenomen. Voor ontheffingsmogelijkheden voor bedrijfs- en vrachtauto’s wordt verwezen naar de Beleidsregels ontheffingen nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s gemeente Amsterdam 2026, op grond waarvan ontheffingen zijn of worden verleend die ook gelden in de milieuzone.

 

Het ontheffingenbeleid voor de nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s in Amsterdam is per 1 januari 2026 geactualiseerd. De beleidsregels zijn opnieuw bezien, met voortschrijdende inzichten aangevuld en duidelijker geformuleerd. Om de beleidsregels voor de nul-emissiezone enerzijds en de milieuzone anderzijds niet teveel uit elkaar te laten lopen, zijn de beleidsregels voor de milieuzone voor zover mogelijk aangepast aan die van de nul-emissiezone. Dit leidt tot eenduidigheid en biedt daarnaast ook duidelijkheid aan aanvragers van ontheffingen. Daarnaast is gebleken dat de gronden voor afwijzing van een ontheffingsaanvraag op grond van artikel 11, eerste lid, van het Ontheffingenbeleid milieuzone Amsterdam 2025 per abuis ruimer waren geformuleerd ten opzichte van het daarvoor geldende ontheffingenbeleid. Dat is met deze beleidsregels hersteld. Verder is het op grond van dit ontheffingenbeleid voor een dieselautobus weer mogelijk geworden om een ontheffing lange levertijd voor een vervangend emissieklasse 6 voertuig aan te vragen.

 

Voor het in behandeling nemen van aanvragen van ontheffingen zijn leges verschuldigd.

 

Dit ontheffingenbeleid geldt zowel voor Nederlandse als buitenlandse kentekens. Ook voor buitenlandse kentekens kunnen ontheffingen worden aangevraagd.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1 Definities

In dit artikel zijn de definities opgenomen.

 

Paragraaf 1 - Langdurige ontheffingen

 

Artikel 2 - Ontheffing in verband met de levertijd van een vervangend voertuig

In afwachting van de levering van een vervangend voertuig verleent het college ontheffing onder de voorwaarden zoals genoemd in dit artikel. Aanbestedende partijen hebben vaak meer tijd nodig dan een individuele ondernemer of particulier (vijfde lid). Als een voertuig ontheffing heeft gekregen vanwege de bestelling van een vervangend voertuig, komt hetzelfde (fossiel aangedreven) voertuig niet nogmaals in aanmerking voor een langdurige ontheffing voor het voertuig met het opgegeven kenteken (negende lid). Er kan immers vanuit gegaan worden dat het vervangende voertuig is geleverd en het vervuilende voertuig vervangt in de zone.

 

Aan artikel 2 is toegevoegd dat ook dieselautobussen die vervangen worden door een emissieklasse 6 voertuig in aanmerking kunnen komen voor een ontheffing op grond van dit artikel. Emissieklasse 6 autobussen hebben nog toegang tot de milieuzone. Voor personenauto's is er voldoende aanbod aan alternatieve voertuigen beschikbaar en wordt alleen ontheffing verleend, in geval van lange levertijd, voor emissieloze auto's.

 

Daarnaast is in dit artikel voor dieselpersonenauto’s en autobussen - in lijn met het ontheffingenbeleid voor de nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s – de mogelijkheid opgenomen om een verlenging van de ontheffing aan te vragen als de levertijd toch langer is dan aanvankelijk was ingeschat. Dat dit het geval is, moet wel blijken uit nieuwe informatie. Normaliter zal dit een getekende verklaring van de leverancier zijn.

 

Artikel 3 Ontheffing voor personenauto’s en autobussen die vanwege een handicap zijn aangepast

Op basis van dit artikel wordt ontheffing verleend voor een dieselpersonenauto of dieselautobus die geen toegang heeft tot de milieuzone, indien deze is aangepast voor een bedrag van minimaal € 500,- (zegge: vijfhonderd euro). De aanpassing is gedaan vanwege de handicap van de voertuigeigenaar of bestuurder, een gezinslid van de eigenaar of bestuurder of een persoon voor wie de eigenaar of bestuurder mantelzorger is. Ter onderbouwing van de ontheffingsaanvraag dient een aantal bewijsstukken te worden overgelegd, deze zijn nader omschreven in het tweede lid van artikel 3.

 

Gebleken is dat niet alle in dit artikel bedoelde aanpassingen worden gedaan door gespecialiseerde bedrijven. Daarom is de voorwaarde dat een betaalbewijs moet worden overgelegd van een onderneming die aantoonbaar gespecialiseerd is in voertuigaanpassingen voor gehandicapten, vervangen door een betaalbewijs van een bij de Kamer van Koophandel geregistreerd garagebedrijf.

 

Ook is toegevoegd dat de ontheffing wordt verleend voor maximaal drie jaar. Als na afloop van deze periode de situatie onveranderd is, kan opnieuw een ontheffing op basis van dit artikel worden aangevraagd en wordt opnieuw getoetst of aan de geldende voorwaarden wordt voldaan. Als dat het geval is, wordt de ontheffing opnieuw voor maximaal drie jaar verleend.

 

Paragraaf 2 - Dagontheffingen

 

Artikel 4 - Dagontheffing voor besloten busvervoer

 

Deze ontheffingsmogelijkheid is een voortzetting van al bestaand ontheffingenbeleid. Voor autobussen die worden ingezet voor besloten busvervoer met een emissieklasse 5 waarmee slechts incidenteel in de milieuzone wordt gereden, kan door ondernemers per kenteken maximaal 12 keer per jaar een dagontheffing worden aangevraagd. Dit voorkomt dat een bedrijf voor incidentele bezoeken aan de milieuzone moet gaan investeren in een nieuw voertuig.

 

Artikel 5 – Dagontheffing Amsterdamse museumbus

 

Deze ontheffingsmogelijkheid is een voortzetting van al bestaand ontheffingenbeleid. Amsterdamse museumbussen behoren tot het mobiele erfgoed van Amsterdam en dat maakt specifiek deze groep voertuigen beschermingswaardig. Met de behoudsorganisatie voor Amsterdamse museumbussen is een lijst opgesteld met kentekens van voertuigen die aan de definitie van Amsterdamse museumbussen voldoen en in aanmerking komen voor een ontheffing. Deze kentekenlijst is zo zorgvuldig mogelijk vastgesteld, maar mogelijk niet volledig. Eenieder die van mening is dat zijn of haar autobus ook onder de in dit beleid gehanteerde definitie valt, kan zich bij de gemeente melden. Er zal dan worden beoordeeld of inderdaad sprake is van een Amsterdamse museumbus en of het voertuig aan de lijst moet worden toegevoegd. Bij iedere aanvraag dient te worden verklaard dat het voertuig alleen museaal en niet bedrijfsmatig of commercieel wordt ingezet. Mocht het vermoeden ontstaan dat het voertuig toch commercieel of bedrijfsmatig wordt ingezet, kan de ontheffing worden ingetrokken en kunnen toekomstige ontheffingsaanvragen worden geweigerd.

 

Artikel 6 – Dagontheffing museaal legervoertuig

Deze ontheffingsmogelijkheid is een voortzetting van al bestaand ontheffingenbeleid. Ontheffingen zullen uitsluitend op incidentele basis in het kader van een evenement in de milieuzone worden verstrekt, bijvoorbeeld Bevrijdingsdag. Op Bevrijdingsdag vloeit de aanwezigheid van een legervoertuig in de milieuzone immers logisch voort uit de aard van het evenement. De relatie tussen het legervoertuig en de aard van het evenement dient altijd te worden aangetoond. Ook bij deze aanvraag dient te worden verklaard dat het voertuig alleen museaal en niet bedrijfsmatig of commercieel wordt ingezet. Mocht het vermoeden ontstaan dat het voertuig toch commercieel of bedrijfsmatig wordt ingezet, kan de ontheffing worden ingetrokken en kunnen toekomstige ontheffingsaanvragen worden geweigerd. Overigens is deze ontheffingsmogelijkheid alleen nog relevant voor voertuigen tussen de dertig en veertig jaar oud. Legervoertuigen ouder dan veertig jaar zijn op grond van de Landelijke harmonisatieregeling vrijgesteld en hoeven dus geen ontheffing meer aan te vragen.

 

Artikel 7 – Ontheffing voor kampeerwagens ten behoeve van verblijf op een camping

Deze ontheffingsmogelijkheid is een voortzetting van al bestaand ontheffingenbeleid. In de milieuzone liggen de campings Vliegenbos en Zeeburg. Deze campings ontvangen jaarlijks veel bezoekers met kampeerwagens. Een belangrijk deel van deze kampeerwagens voldoet niet aan de eisen in de milieuzone. Om problemen in de bedrijfsvoering van deze campings te voorkomen is er een in- en uitrijdontheffing voor kampeerwagens in het leven geroepen.

 

Onder kampeerwagens zoals bedoeld in het eerste lid vallen kampeervoertuigen met voertuigclassificatie M (personenauto´s) en voertuigclassificatie N (bedrijfs- of vrachtauto´s).

 

Paragraaf 3 - Bijzondere ontheffingen

 

Artikel 8 – Ontheffing in verband met bedrijfseconomische omstandigheden

 

Het college verleent op aanvraag ontheffing op kenteken voor een dieselpersonenauto of dieselautobus indien wordt aangetoond dat de bedrijfseconomische omstandigheden van het bedrijf in verband met de aanschafkosten van een voertuig dat aan de toegangseisen van de zone voldoet dit noodzakelijk maken.

 

De beoordeling geschiedt overeenkomstig de beoordeling als bedoeld in de toelichting bij artikel 12 van de Beleidsregels ontheffingen nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s Amsterdam 2026 met dien verstande dat een ontheffing verleend voor de milieuzone geen landelijke werking heeft.

Hierbij wordt voor dieselpersonenauto's gekeken of er geen alternatieve vervoersmogelijkheden zijn als vervanging voor de auto. Hierbij kan gedacht worden aan schuiven in het wagenpark, huren van een voertuig met toegang tot de milieuzone, gebruik maken van deelvervoer, werk buiten de milieuzone uitvoeren of gebruik maken van een (goederen) hub.

 

De ontheffing wordt gewoonlijk verleend voor telkens maximaal één jaar, maar het college kan hier gemotiveerd van afwijken en een ontheffing voor langere periode verlenen.

 

Artikel 9 –Afwijkingsbevoegdheid

 

De afwijkingsmogelijkheid, ook wel hardheidsclausule genoemd, geeft het college de mogelijkheid voor maatwerk bij het beoordelen van bijzondere gevallen die bij het opstellen van dit beleid niet zijn voorzien, of die bij toepassing van het beleid gevolgen heeft voor de aanvrager die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

 

Paragraaf 4 - Overige bepalingen

 

Artikel 10 – Algemene overige bepalingen

Het college stelt een digitaal formulier via de gemeentelijke website ter beschikking voor het doen van een aanvraag. Dit digitale formulier is via een link op de gemeentelijke website te benaderen. Er zijn leges verschuldigd voor het in behandeling nemen van de aanvraag. Het college kan voorschriften of beperkingen verbinden aan een verleende ontheffing in het belang van de handhaving, de openbare veiligheid, de verkeersveiligheid of het milieu. Bijvoorbeeld het voorschrift dat de voertuigbestuurder die zich bevindt in de milieuzone op verzoek van de handhaver de ontheffing of een papieren- of digitale kopie daarvan laat zien.

 

Artikel 11 – Weigerings- en intrekkingsgronden langdurige ontheffing

Het is beleid dat een ontheffing niet wordt verleend als de aanvrager op de hoogte kon zijn van het bestaan van de milieuzone, of van eventuele aanscherpingen van de toegangsregels. In het Ontheffingenbeleid milieuzone Amsterdam 2025 is voor dieselpersonenauto´s en dieselautobussen aangeknoopt bij de datum inwerkingtreding van de aanscherping van de milieuzone voor dieselpersonenauto’s. Deze datum is echter voor dieselpersonenauto’s met emissieklasse 3 en lager en voor dieselautobussen met emissieklasse 5 en lager te ruim. Van deze voertuigen was al eerder bekend dat ze geen toegang meer hadden tot de betreffende milieuzone.Het ontheffingenbeleid is hierop aangepast.

 

Verder is gebleken dat artikel 11, tweede lid, onder f en het derde lid van het ontheffingenbeleid milieuzone Amsterdam 2025 overlappen. Bij verkoop of overdracht wijzigt immers per definitie de tenaamstelling van het voertuig. Daarom is het derde lid van artikel 11 in dit ontheffingenbeleid geschrapt.

 

 

Naar boven