Subsidieregeling collectieve stalling voor vervoersvoorzieningen Rijswijk 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk;

Gelet op de bepalingen in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 onder b, van de Algemene subsidieverordening Rijswijk 2020;

 

Overwegende dat:

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verantwoordelijk is voor het treffen van voorzieningen op grond van deze wet waardoor ingezetenen van de gemeente Rijswijk langer thuis kunnen blijven wonen;

  • die voorzieningen kunnen bestaan uit vervoersvoorzieningen waarvoor stallingen in of in directe nabijheid van een gebouw (gebouwencomplex) gerealiseerd dienen te worden om veilig gebruik te kunnen waarborgen;

  • het ten behoeve van dit soort voorzieningen efficiënter is om een stalling in collectief verband te realiseren;

  • het met het oog daarop wenselijk is om een subsidie beschikbaar te stellen teneinde deze collectieve stallingen te realiseren;

Besluit:

De volgende regeling vast te stellen:

 

Subsidieregeling collectieve stalling voor vervoersvoorzieningen Rijswijk 2026

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

    • a.

      Aanpassingskosten: kosten die de eigenaar van een gebouw moet maken om de collectieve stalling te realiseren.

    • b.

      ASV: Algemene subsidieverordening Rijswijk 2020 dan wel de opvolger hiervan.

    • c.

      Awb: Algemene wet bestuursrecht.

    • d.

      Collectieve stalling: stalling voor collectief gebruik door de bewoners ten behoeve van een bestaand gebouw, bestaande uit in of in directe nabijheid van het gebouw aangebrachte stallingsruimte voor vervoersvoorzieningen.

    • e.

      College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk.

    • f.

      Eigenaar van gebouw (gebouwencomplex): woningcorporaties, woningcoöperaties en particuliere eigenaren.

    • g.

      Gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet en dat bestaat uit een gemeenschappelijke ruimte met daarbinnen verschillende niet-grondgebonden woningen die hiervan onderdeel uitmaken.

    • h.

      Gebouwencomplex: meerdere gebouwen bij elkaar.

    • i.

      Stallingsplek: een aangewezen parkeerplek in de collectieve stalling voor één vervoersvoorziening.

    • j.

      Vervoersvoorziening: een scootmobiel of elektrische driewielfiets.

    • k.

      VvE: een vereniging van eigenaars.

  • 2.

    De begrippen die in deze regeling worden gebruikt en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Awb.

Artikel 2 Doelstelling en reikwijdte

  • 1.

    Met deze regeling wordt beoogd om VvE’s/eigenaren van het gebouw(gebouwencomplex) te stimuleren om in, of in directe nabijheid van het gebouw(gebouwencomplex), collectieve stallingen te realiseren waarin de bewoners van het desbetreffende gebouw(gebouwencomplex) hun vervoersvoorzieningen waarop zij ten behoeve van hun medische beperkingen zijn aangewezen, kunnen stallen.

  • 2.

    Voor subsidie op basis van deze regeling komen VvE’s/eigenaren van het gebouw(gebouwencomplex) zoals gedefinieerd in artikel 1 eerste lid en onder f en k van deze regeling in aanmerking:

Artikel 3 Toepasselijkheid ASV

Gelet op het bepaalde in artikel 3 onder d van de ASV, is de ASV van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.

Artikel 4 Subsidiabele activiteit

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het realiseren van een collectieve stalling of het transformeren van een bestaande stalling naar een collectieve stalling conform de voorwaarden als genoemd in artikel 5 van deze regeling.

Artikel 5 Subsidievoorwaarden

  • 1.

    Om voor een subsidie in het kader van deze regeling in aanmerking te komen, dient aan de navolgende vereisten te worden voldaan:

    • a.

      Het gebouw ten behoeve waarvan de collectieve stalling wordt gerealiseerd staat binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Rijswijk;

    • b.

      De voorgenomen plannen dienen te voldoen aan het geldende bouwbesluit;

    • c.

      Indien dit gelet op de geldende regelgeving is vereist, dient er een positieve en onherroepelijke omgevingsvergunning te zijn afgegeven;

    • d.

      Het aantal te realiseren stallingsplaatsen staat in een redelijke verhouding tot de behoefte binnen het betreffende gebouw of wooncomplex. De voorziening is qua omvang passend bij het aantal (potentiële) gebruikers onder de bewoners.

  • 2.

    Naast de eisen zoals genoemd in het eerste lid van dit artikel, gelden ten aanzien van de collectieve stalling en de individuele stallingsplekken aanvullend nog de navolgende eisen:

    • a.

      De collectieve stalling moet:

      • I.

        voor vervoersvoorzieningen regendicht en afsluitbaar tegen diefstal en vandalisme zijn;

      • II.

        vrij zijn van hoogteverschillen van meer dan 2 cm in de ondergrond. Indien er hoogteverschillen van meer dan 2 cm overbrugd moeten worden, dient dit met een hellingbaan opgelost te worden;

      • III.

        voorzien zijn van doorgangen in de route naar de stallingsplek die minimaal 90 cm breed zijn;

      • IV.

        bereikbaar zijn via deuren die vervoersvoorziening toegankelijk en vriendelijk zijn, bijvoorbeeld door middel van automatische of elektrische deuropeners.

    • b.

      Individuele stallingsplekken moeten:

      • I.

        voorzien zijn van een wandcontactdoos om de vervoersvoorziening op te laden;

      • II.

        een voorziening hebben om de acculader te plaatsen tijdens het opladen en daarbuiten;

      • III.

        naast de geparkeerde vervoersvoorziening voldoende ruimte hebben om in- en uit te stappen (minimaal 80 cm vrije ruimte); deze ruimte mag overlap hebben met de vrije ruimte voor een andere vervoersvoorziening in dezelfde ruimte (1 ruimte voor 2 vervoersvoorzieningen).

Artikel 6 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn aan het realiseren van de activiteit zoals bedoeld in artikel 4 van deze regeling.

  • 2.

    Voorbeelden van redelijk gemaakte kosten die direct verbonden zijn aan de realisatie van een collectieve stalling, kunnen zijn:

    • Het aanleggen van de elektra;

    • Het aanpassen van de bestrating ten behoeve van de plaatsing en bereikbaarheid van de collectieve stalling;

    • De kosten die samenhangen met het beveiligen van de collectieve stalling;

    • De kosten voor bouwtekeningen bijvoorbeeld door een architect;

    • De kosten voor materiaal- en plaatsing van de collectieve stalling.

  • 3.

    De kosten voor BTW zijn enkel subsidiabel indien deze aantoonbaar niet aftrekbaar zijn.

Hoofdstuk 2. Subsidieverlening

Artikel 7 Aanvraag om subsidieverlening

  • 1.

    Het college kan op aanvraag subsidie verlenen ten behoeve van de subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 4 van deze regeling.

  • 2.

    Per kalenderjaar kan door een aanvrager maximaal één aanvraag per gebouw of gebouwencomplex worden ingediend.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 8 onder a van de ASV 2020 kunnen aanvragen om subsidieverlening gedurende de gehele looptijd van deze regeling bij het college worden ingediend voordat de activiteiten zijn aangevangen. De aanvraag kan per e-mail via (stadhuis@rijswijk.nl) worden ingediend.

  • 4.

    Bij het aanvragen van de subsidie dient door de aanvrager gebruik te worden gemaakt van een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier.

  • 5.

    In afwijking van de in de ASV in artikel 6 onder b genoemde stukken wordt de aanvraag als bedoeld in dit artikel, vergezeld van:

    • a.

      een tekening met de huidige en toekomstige situatie waarop de aanpassing duidelijk zichtbaar is;

    • b.

      een kostenbegroting met een onderbouwing;

    • c.

      Indien vergunningsplichtig, een positief en onherroepelijk besluit van de afgegeven vergunning.

Artikel 8 Besluit tot subsidieverlening

  • 1.

    Het college beslist, behoudens eventuele opschortingen conform artikel 4:15 van de Awb, binnen 8 weken na ontvangst van een aanvraag om subsidieverlening.

  • 2.

    Indien de aanvraag om subsidieverlening niet compleet is, gunt het college de aanvrager gelet op het bepaalde in artikel 4:5 van de Awb een termijn voor het aanvullen van de aanvraag.

Artikel 9 De hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt maximaal 50% van de totale subsidiabele kosten zoals vooraf begroot met een maximum van € 1.500,- per gerealiseerde stallingsplek en tot een maximaal bedrag van in totaal € 30.000,- per collectieve stalling.

Artikel 10 Subsidieplafond

Het subsidieplafond bedraagt per kalenderjaar € 60.000,–. Dit bedrag is beschikbaar vanaf 1 januari 2026 en blijft structureel beschikbaar zolang deze subsidieregeling van kracht is.

Artikel 11 Wijze van verdeling

  • 1.

    Honorering van volledige aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van binnenkomst bij het college, totdat het in artikel 10 vastgestelde subsidieplafond van deze regeling voor het desbetreffende kalenderjaar is bereikt.

  • 2.

    Als de aanvrager krachtens het bepaalde in artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid is geboden om de aanvraag aan te vullen, geldt ten aanzien van de verdeling als datum van indiening de datum waarop de aanvraag is aangevuld.

Artikel 12 Weigeringsgronden

Het college kan een subsidie naast de in artikel 35 van de Awb en artikel 9 van de ASV genoemde weigeringsgronden, in ieder geval weigeren indien:

  • a.

    de aanvraag niet in overeenstemming is met de doelstelling en reikwijdte van deze regeling als bedoeld in artikel 2 van deze regeling;

  • b.

    niet wordt voldaan aan de subsidievoorwaarden zoals genoemd in artikel 5 van deze regeling;

  • c.

    het gebouw is gebouwd in het jaar 2012 of later;

  • d.

    het gebouw naar verwachting niet tot ten minste 2035 als zodanig zal worden gebruikt;

  • e.

    de aanvraag is ingediend ten behoeve van:

    • I.

      een gebouw met onzelfstandige woonruimten; of

    • II.

      een instelling in de zin van Wet toelating zorginstellingen;

    • III.

      een doelgroepgebouw met servicelabels conform afspraken tussen college en woningcorporaties;

  • f.

    de bouwactiviteiten voor de aanvraagdatum reeds zijn aangevangen;

  • g.

    de aanpassingskosten minder dan € 500,- bedragen;

Artikel 13 Subsidieverplichtingen

In aanvulling op de verplichtingen zoals weergegeven in artikel 12 van de ASV gelden de navolgende verplichtingen:

  • a.

    de collectieve stalling wordt gerealiseerd met inachtneming van de geldende wettelijke eisen en het geldende bouwbesluit;

  • b.

    de activiteiten, bedoeld in artikel 4 van deze regeling, zijn volledig gerealiseerd binnen 12 maanden (of 18 maanden indien het college daarvoor toestemming heeft gegeven) na het subsidieverleningsbesluit;

  • c.

    de collectieve stalling waarvoor subsidie is verleend behoudt deze functie gedurende ten minste 10 jaar vanaf datum van de vaststelling van de subsidie;

  • d.

    de collectieve stalling valt onder het onderhoud en de verzekering van de VvE/eigenaar van het gebouw (gebouwencomplex)

Artikel 14 Bevoorschotting

Het volledige subsidiebedrag wordt na de verleningsbeschikking beschikbaar gesteld in de vorm van een voorschot.

Hoofdstuk 3. Subsidievaststelling

Artikel 15 Vaststelling subsidie

  • 1.

    Het college stelt op aanvraag de subsidie vast.

  • 2.

    Een aanvraag om subsidievaststelling dient binnen 3 maanden na realisatie van de activiteiten, doch uiterlijk binnen 15 maanden na de subsidieverleningsbeschikking, te worden ingediend.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid wordt een aanvraag om subsidievaststelling in geval er toestemming in het kader van artikel 3 aanhef en onder b is verleend, uiterlijk binnen 21 maanden na de subsidieverleningsbeschikking ingediend.

  • 4.

    Bij aanvragen om subsidievaststelling dient door de aanvrager gebruik te worden gemaakt van een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier.

  • 5.

    In afwijking van de in de ASV in artikel 7 onder a genoemde bijlagen wordt de aanvraag als bedoeld in dit artikel, vergezeld van:

    • a.

      een financiële onderbouwing van de redelijk gemaakte kosten gespecificeerd per kostensoort;

    • b.

      foto’s van de gerealiseerde activiteiten.

  • 6.

    Indien voor de beoordeling van de aanvraag andere of aanvullende gegevens of bescheiden nodig zijn, kunnen deze door het college worden opgevraagd.

  • 7.

    Het college kan in bijzondere gevallen uitstel verlenen van de verplichting om voor een bepaalde datum rekening en verantwoording af te leggen.

Artikel 16 Besluit tot subsidievaststelling

  • 1.

    Het college beslist, behoudens eventuele opschortingen conform artikel 4:15 van de Awb, binnen 8 weken op een aanvraag om subsidievaststelling.

  • 2.

    Indien de aanvraag om subsidievaststelling niet compleet is, gunt het college de aanvrager gelet op het bepaalde in artikel 4:5 van de Awb een termijn voor het aanvullen van de aanvraag.

  • 3.

    De termijn als bedoeld in het eerste lid van dit artikel kan met 6 weken verdaagd worden.

  • 4.

    Indien de subsidieontvanger niet binnen de in artikel 15 genoemde termijnen een aanvraag tot subsidievaststelling indient, kan het college de subsidie ambtshalve vaststellen op grond van artikel 4:44 van de Awb.

Hoofdstuk 4. Overige bepalingen

Artikel 17 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken, als toepassing daarvan gelet op het doel van deze regeling naar het oordeel van het college leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 18 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 19 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling collectieve stalling voor vervoersvoorzieningen Rijswijk 2026.

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Rijswijk van 9 december 2025

burgemeester en wethouders van Rijswijk,

de secretaris,

P.M. Schuit

de burgemeester,

H. Sahin

Naar boven