Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tiel,

 

gelet op;

Artikel 2.21 Wet hersteloperatie toeslagen, art 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht en Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021

 

Besluit

 

vast te stellen de volgende:

 

Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen Gemeente Tiel

Artikel 1 – Definities

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

Bedreigende situatie

:

een gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water, gedwongen beëindiging van de zorgverzekering, ernstig belemmerende psychische omstandigheden of een soortgelijke acute crisissituatie

Beoordelingscommissie

:

een interne commissie bestaande uit consulenten brede ondersteuning;

College

:

het college van burgemeester en wethouders van gemeente Tiel;

Commissie werkelijke schade (CWS)

:

een onafhankelijke commissie die gevraagde ondersteuning beoordeelt die niet verzorgd wordt vanuit de brede ondersteuning of waarvan de waarde hoger is dan vanuit het UHT vergoed is.

Ex-toeslagpartner(s)

:

ex-partner van een gedupeerde ouder die door de Belastingdienst is aangemerkt als vallende onder de ex-toeslagpartnerregeling;

Gedupeerde

:

gedupeerde kind(eren), gedupeerde ouder(s) en/of ex-toeslagpartner(s)

Gedupeerde kind(eren)

:

kind(eren) van een gedupeerde ouder die door de Belastingdienst zijn aangemerkt als vallende onder de kindregeling;

Gedupeerde ouder(s)

:

ouder(s) die na de eerste toets of de integrale beoordeling door de Belastingdienst aangemerkt zijn als daadwerkelijk gedupeerd;

Gemeente

:

gemeente Tiel;

Gezin

:

gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, van de Participatiewet waarbij onder het kind ook het thuiswonende kind of pleegkind van achttien jaar of ouder valt van de persoon, bedoeld in artikel 2.21, eerste lid, van de wet of hun partner

Hulpteam Kinderopvangtoeslagaffaire en/of het hulpteam

:

het eerste contactpunt van de gemeente voor ouders en kinderen om brede ondersteuning te kunnen ontvangen;

Hulpvraag

:

formulering van de behoefte aan brede ondersteuning dat passend is om de doelstellingen, genoemd in artikel 2, tweede lid, te kunnen bereiken;

Inwoner

:

degene die als ingezetene in de basisregistratie personen van de gemeente ingeschreven is;

Kindregeling

:

herstelregeling op grond van afdeling 2.2 van de wet waarmee een tegemoetkoming en brede ondersteuning wordt geboden aan kinderen van gedupeerde ouders;

Materiële verstrekking

:

ondersteuning in de vorm van fysieke goederen bijvoorbeeld apparatuur, een bed of kleding;

Mogelijk gedupeerde ouder(s)

:

ouder(s) die zichzelf hebben aangemeld als gedupeerde bij de Belastingdienst, maar nog niet als gedupeerd zijn aangemerkt;

Reguliere ondersteuning

:

reguliere ondersteuning: andere gemeentelijke ondersteuning binnen het sociaal domein dan brede ondersteuning;

Ruimhartige ondersteuning

:

het tijdig en adequaat ondersteunen in relatie tot de specifieke situatie, gegeven het moment;

Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagenaffaire (UHT)

:

een onderdeel van de Belastingdienst. Het UHT beoordeelt of het terugvorderen van kinderopvangtoeslag terecht is geweest en verzorgt financieel herstel.

Wet

:

wet hersteloperatie toeslagen

 

Artikel 2 – Doelgroep brede ondersteuning

  • 1.

    Het college verleent toegang tot brede ondersteuning aan inwoners die onder de personenkring van artikel 2.21, eerste en tweede lid, van de wet vallen en die niet eerder met brede ondersteuning een nieuwe start hebben kunnen maken.

  • 2.

    Het college verleent ook brede ondersteuning aan het gezin van de aanvrager die op grond van het eerste lid is toegelaten tot de brede ondersteuning. De samenstelling van het gezin op het moment van de aanvraag is leidend.

  • 3.

    Het college verleent ook toegang tot brede ondersteuning aan een minderjarige die in aanmerking komt voor de kindregeling als deze:

    • a.

      jonger is dan zestien jaar en onder gezag van een inwoner staat;

    • b.

      jonger is dan zestien jaar en feitelijk verblijft bij een inwoner die één van de gezaghebbers is; of

    • c.

      zestien jaar of ouder is en zelf inwoner is.

  • 4.

    Het college kan ook toegang tot brede ondersteuning verlenen aan een aanvrager die valt onder de personenkring van artikel 2.21, eerste en tweede lid, van de wet, maar geen inwoner is als sprake is van een verhuizing, detentie of andere bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2.21, derde lid, van de wet. De aanvrager wordt in dat geval gelijkgesteld met een inwoner.

  • 5.

    Bij toepassing van het vierde lid vindt over de verlening van toegang tot brede ondersteuning overleg plaats met de aanvrager en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar deze aanvrager inwoner is.

Artikel 3 – Doelstelling brede ondersteuning

  • 1.

    Het college heeft als doelstelling met de inzet van brede ondersteuning dat:

    • a.

      (Mogelijk) gedupeerde ouders, kinderen en ex-partners een nieuwe start kunnen maken en aan een duurzaam herstel kunnen werken.

    • b.

      Het vertrouwen van (mogelijk) gedupeerde ouders, kinderen en ex-partners in de overheid hersteld wordt.

Artikel 4 - Uitgangspunten van de brede ondersteuning

  • 1.

    Het college maakt bij het bepalen van de inzet van de brede ondersteuning gebruik van de volgende uitgangspunten:

    • a.

      Op basis van de gesprekken bepaalt het college welke ondersteuning passend is. Zij doet dit vanuit ruimhartigheid en het leidende principe dat de ondersteuning moet leiden tot duurzaam herstel en een nieuwe start.

    • b.

      Brede ondersteuning wordt geboden op basis van de vijf leefgebieden:

      • wonen: veilige en betaalbare plek om te wonen;

      • financiën: in staat zijn om een financieel gezonde huishouding te voeren;

      • gezin: samenleven en opgroeien in een veilige omgeving waarbinnen kinderen zich kunnen ontwikkelen;

      • zorg: welzijn vanuit lichamelijke en geestelijke gezondheid;

      • werk: duurzaam kunnen participeren in een arbeidsproces en met minimaal de beschikking over een startkwalificatie.

    • c.

      Het college kan aanvullend op de ondersteuning een vergoeding van goederen verstrekken, mits dit een bijdrage levert aan de te behalen doelen en gemotiveerd is opgenomen in het plan van aanpak. Het recht op brede ondersteuning staat niet gelijk aan het recht op vergoeding.

    • d.

      Als een vergoeding voor goederen verstrekt wordt, bepaalt het college de hoogte van het bedrag op basis van de prijzengids van het Nibud. In gevallen waar de Nibudrichtprijs naar oordeel van het college niet toereikend is, dan wel goederen niet op de Nibudlijst vermeld staan, wordt uitgegaan van een gemiddelde prijs. Hiervoor wordt het gemiddelde genomen van drie vergelijkbare goederen. Voor elk goed wordt eenmalig een vergoeding verstrekt.

    • e.

      Het college kan ook overgaan tot het verstrekken van immateriële voorzieningen. Hieronder vallen vormen van hulpverlening of diensten die nodig en passend zijn voor de ontwikkeling van kennis, kunde, vaardigheden of andere competenties van de aanvrager voor het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak.

    • f.

      Het ontvangen compensatiebedrag of de tegemoetkoming van het UHT wordt niet gebruikt bij de afweging om ondersteuning in te zetten. Het compensatiebedrag is een schadevergoeding en niet bedoeld voor herstel.

    • g.

      De noodzaak en vorm van de ondersteuning wordt namens het college vastgesteld door een beoordelingscommissie, rekening houdend met bovenstaande uitgangspunten, de vaardigheden, draagkracht en de financiële armslag van de aanvrager. Tevens houdt de commissie rekening met de omvang van het huishouden, het netwerk en de lichamelijke en psychische gesteldheid van de gedupeerde. Deze ondersteuning is te allen tijde maatwerk, tijdelijk en kan niet met anderen vergeleken worden. Daarbij maakt de beoordelingscommissie een afweging welke ondersteuning er vanuit de brede ondersteuning verricht kan worden en voor welke ondersteuning (met name financiële ondersteuning) de gedupeerde contact moet zoeken met de commissie werkelijke schade.

    • h.

      De (mogelijk) gedupeerde kan verzocht worden om aanvullende bewijsstukken om te kunnen beoordelen of de in te zetten ondersteuning bijdraagt aan herstel en het maken van een nieuwe start en om de financiële verantwoording richting het Rijk te waarborgen.

    • i.

      Ondersteuning vanuit het hulpteam betekent niet dat de gedupeerde, na afloop van de dienstverlening recht heeft op eenzelfde ondersteuning vanuit de reguliere dienstverlening zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning of Participatiewet.

  • 2.

    Het hulpteam organiseert en faciliteert op verzoek van de gedupeerde driegesprekken tussen de ouder, het hulpteam en het UHT.

  • 3.

    Het hulpteam organiseert en faciliteert indien gewenst en bij voldoende belangstelling lotgenotencontact.

Artikel 5 – Opstarten van de brede ondersteuning

  • 1.

    Het college hanteert de volgende werkwijze bij start brede ondersteuning:

    • a.

      Het college streeft ernaar om binnen vijf werkdagen nadat de Belastingdienst gegevens heeft gedeeld met het college of wanneer een ouder zich heeft aangemeld, telefonisch contact op te nemen met (mogelijk) gedupeerde ouders en ex-toeslagpartners.

    • b.

      Het college ondersteunt uitsluitend (mogelijk) gedupeerde ouders, kinderen en ex-toeslagpartners die zelf hulp wensen.

    • c.

      De (mogelijk) gedupeerde krijgt een casusregisseur als vaste contactpersoon.

    • d.

      De hulpvraag wordt tijdens één of meerdere gesprekken geïnventariseerd. De hulpvraag wordt vastgelegd in een gezamenlijk opgesteld plan van aanpak. Het eerste gesprek voor een plan van aanpak wordt gezien als het moment van aanvraag. Het streven is binnen drie weken na het eerste contact een eerste gesprek te laten plaatsvinden.

Artikel 6 – Plan van aanpak

  • 1.

    Het college stelt samen met de aanvrager een plan van aanpak op. Dit gebeurt aan de hand van de gestelde rijks brede doelen, de vijf leefgebieden; wonen, financiën, gezin, zorg en werk. Daarbij vormt de situatie van de aanvrager op het moment van aanvraag en de hulpvraag het startpunt. Brede ondersteuning wordt uitsluitend verleend vanuit dit plan van aanpak. In dit plan van aanpak staat in ieder geval:

    • a.

      Hoe stapsgewijs en integraal naar de doelstellingen voor het maken van een nieuwe start door de aanvrager op de leefgebieden wordt toegewerkt;

    • b.

      Welke voorzieningen worden toegekend om de aanvrager op passende, adequate en duurzame wijze in staat te stellen deze doelstellingen te bereiken.

  • 2.

    Binnen acht weken na het eerste gesprek wordt de beschikking met het daarbij horende plan van aanpak schriftelijk verstrekt aan de (mogelijk) gedupeerde. Het plan van aanpak is onderdeel van de beschikking.

  • 3.

    Conform de Wet aanpassing termijnen, die vanaf 1 januari 2025 toegevoegd is aan de Wet hersteloperatie toeslagen, duurt de dienstverlening maximaal 2 jaar vanaf de vastgestelde datum eerste gesprek. Daarnaast mag er tot maximaal 6 maanden vanaf de vastgelegde datum van het eerste gesprek een besluit genomen worden over noodzakelijke verstrekkingen van materiële aard. Gedurende de dienstverlening wordt er gewerkt met 3 fases binnen het plan van aanpak. Deze fases staan beschreven in de toelichting op deze beleidsregels.

Artikel 7 – Tussentijds wijzigen plan van aanpak

  • 1.

    Elke fase als bedoeld in artikel 6 lid 3 wordt geëvalueerd en kan leiden tot een aanpassing van het plan van aanpak. Deze tussentijdse aanpassingen zijn gericht op hulpvragen rondom gezin, zorg en werk. Hiervoor sturen we een herzieningsbesluit.

  • 2.

    Een aanvrager kan, in aanvulling op artikel 7 lid 1 van deze beleidsregels bij het hulpteam een verzoek indienen om het plan van aanpak te wijzigen.

  • 3.

    Als de aanvrager het college verzoekt een aanvullende voorziening toe te kennen, toetst het college dit verzoek aan artikel 4 lid 1.

  • 4.

    Het college wijzigt de in het plan van aanpak vastgestelde doelstellingen niet, tenzij zich gedurende de uitvoering van het plan van aanpak nieuwe feiten en omstandigheden voordoen die wijziging noodzakelijk maken.

Artikel 8 – Uitzonderingen en weigering brede ondersteuning

  • 1.

    Geen onderdeel van de brede ondersteuning zijn in ieder geval

    • a.

      vormen van algemene inkomensaanvulling of inkomensondersteuning;

    • b.

      ondersteuning op andere leefgebieden dan bedoeld in artikel 5 lid 1 sub b

    • c.

      vergoeding van schade als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid van de wet;

    • d.

      vergoeding van schulden, tenzij het gaat om vergoeding van betalingsachterstanden in een bedreigende situatie en onder de voorwaarde dat er ook aanvullende voorzieningen worden ingezet om herhaling van een bedreigende situatie te voorkomen;

    • e.

      kosten voor voorzieningen die zijn gemaakt voordat een aanvraag is ingediend tenzij sprake was van een bedreigende situatie; of

    • f.

      kosten voor een advocaat bij het ontvangen van vergoeding van schade als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de wet;

    • g.

      De voorziening niet aan de voorwaarden van artikel 6 lid 1 voldoet;

    • h.

      de aanvrager niet voldoende medewerking heeft verleend waardoor het college niet kan vaststellen of de beoogde voorzieningen aan de voorwaarden voldoen.

Artikel 9 – Beëindiging brede ondersteuning en nazorg

  • 1.

    Het college nodigt de aanvrager bij de beëindiging van de brede ondersteuning uit voor een gesprek om de actuele situatie van de aanvrager op de leefgebieden te bespreken.

  • 2.

    Het college beëindigt de brede ondersteuning binnen 30 dagen indien:

    • a.

      De mogelijk gedupeerde ouder als niet erkend gedupeerd aangemerkt is na de integrale beoordeling door de Belastingdienst. Geformuleerde toezeggingen in het plan van aanpak, worden nog afgedaan in deze periode. Eventuele gewenste voortzetting van ondersteuning voor niet erkend gedupeerden vindt plaats vanuit de reguliere gemeentelijke regelingen of wettelijke bepalingen.

    • b.

      De gestelde doelen in het plan van aanpak (deels) behaald zijn.

    • c.

      De (mogelijk) gedupeerde de brede ondersteuning op eigen verzoek beëindigt.

    • d.

      De (mogelijk) gedupeerde verhuist naar een andere gemeente. Eventuele gewenste voortzetting van ondersteuning wordt overgedragen aan de nieuwe gemeente. Waar mogelijk vindt een warme overdracht plaats.

    • e.

      Niet binnen een redelijke termijn van de brede ondersteuning gebruik heeft gemaakt en niet reageert op een oproep van het college om hier alsnog gebruik van te maken

  • 3.

    Het college biedt minimaal 12 maanden nazorg wanneer:

    • a.

      Het plan van aanpak beëindigd wordt omdat de gestelde doelen in het plan van aanpak behaald zijn. Dit houdt in dat de (mogelijk) gedupeerde zolang de Wet hersteloperatie toeslagen loopt op ieder moment opnieuw contact op kan nemen en het college elk half jaar contact opneemt tot 24 maanden na beëindiging. De gedupeerde dient hiervoor wel toestemming te geven. Wanneer een mogelijk gedupeerde ouder in de tussentijd als niet gedupeerd wordt aangemerkt, wordt de nazorg binnen 30 dagen beëindigd. Waar nodig vindt een warme overdracht plaats naar de reguliere gemeentelijke regelingen.

    • b.

      De (mogelijk) gedupeerde de brede ondersteuning op eigen verzoek beëindigd heeft. Dit houdt in dat de gedupeerde zolang de Wet hersteloperatie toeslagen loopt op ieder moment opnieuw contact op kan nemen en het college elk half jaar contact opneemt tot 24 maanden na beëindiging. Wanneer een mogelijk gedupeerde ouder in de tussentijd als niet gedupeerd wordt aangemerkt, wordt de nazorg binnen 30 dagen beëindigd en vindt waar nodig een warme overdracht plaats naar de reguliere gemeentelijke regelingen.

Artikel 10 – Hardheidsclausule

  • 1.

    Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, indien strikte toepassing ervan zou leiden tot een onevenredige benadeling van een belanghebbende of tot een uitkomst die kennelijk onredelijk is

Artikel 11 – Inwerkingtreding en duur beleidsregels

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

  • 2.

    Deze beleidsregels vervallen op het moment dat de hersteloperatie eindigt.

Artikel 12 – Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen Gemeente Tiel.

Aldus vastgesteld en gepubliceerd op 9 decenber 2025

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,

de burgemeester,

Toelichting:  

 

Artikel 5

Contact

Een gedupeerde kan zich aanmelden voor brede ondersteuning bij de gemeente door te bellen naar de gemeente Tiel op het nummer 0344-637220 of door te mailen naar toeslagaffaire@tiel.nl.

 

Artikel 6 lid 1 sub b

Passende ondersteuning

De voorzieningen die nodig zijn om een nieuwe start te kunnen maken, worden getoetst aan de gestelde doelstellingen en vervolgens toegekend en gemotiveerd via het plan van aanpak. Hierbij wordt de volgende afweging gemaakt:

Is er nu acute hulp nodig om te voorkomen dat de situatie snel verslechtert?

Over welke vaardigheden en kennis dient de rechthebbende te beschikken om de doelstellingen, zoals opgenomen in het plan van aanpak, te bereiken?

Welke hulp heeft de rechthebbende nodig om deze doelstellingen te behalen?

Worden de doelen bereikt als er een bepaalde voorziening of middel niet wordt ingezet? Draagt de voorziening op een duurzame manier bij aan de gestelde doelen?

 

Artikel 6

Noodzakelijkheid voorzieningen

Bij het bepalen welke voorzieningen worden ingezet voor de betrokkene, wordt onderscheid gemaakt tussen wens en noodzaak. De inzet van voorziening(en) en/of middelen moet redelijkerwijs nodig zijn om het gestelde doel te bereiken. Wordt het doel niet bereikt als het middel of de voorziening niet wordt ingezet, dan wordt vervolgens redelijkerwijs bekeken naar de meest adequate manier om dit doel te bereiken.

 

Artikel 6 lid 3

Het plan van aanpak kent de volgende drie fases:

Fase 1: is gericht op urgente (materiële) zaken.

Fase 2: is gericht op o.a. gezinsinterventie, leefstijl, psychologische en lichamelijk ondersteuning.

Fase 3: is alleen nog gericht op psychosociaal/medisch/leefstijl gebied.

 

Artikel 9

Toeleiding naar reguliere ondersteuning

De toeleiding naar reguliere ondersteuning kan onderdeel uitmaken van het plan van aanpak, indien niet te voorzien is dat de gestelde doelen binnen afzienbare termijn via de brede ondersteuning kunnen worden behaald. In die gevallen draagt het begeleiden naar de reguliere ondersteuning van de gemeente bij aan het (duurzaam) kunnen maken van de nieuwe start.

Naar boven