Participatieverordening gemeente Venray

De raad van de gemeente Venray;

 

gelezen het advies van B en W van 28 oktober 2025,

 

gelezen het advies van de commissie Werken en Besturen van 19 november 2025,

 

gelet op

 

de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit;

 

het beleidskader Inwoners- en overheidsparticipatie ‘Samen verder werken aan participeren in Venray’, dat is vastgesteld op 4 februari 2025;

 

Overwegende dat het van belang is om lokale democratie te verrijken door inwoners te laten meedoen, de samenwerking tussen gemeente en inwoners, en hun initiatieven, te versterken en helderheid te geven over hoe de participatie werkt en wat de rol van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad daarbij is;

 

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Participatieverordening gemeente Venray

 

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

 

  • a.

    Beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren;

  • b.

    Bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester;

  • c.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venray;

  • d.

    Inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;

  • e.

    Inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;

  • f.

    Inwonersinitiatief: ideeën van inwoners of maatschappelijke partijen die een bijdrage leveren aan de leefbaarheid, vitale gemeenschappen en de instandhouding van duurzame en sociale gemeenschappen in de wijken en dorpen van Venray;

  • g.

    Inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, projecten, etc. Dat kan door raadplegen, adviseren, coproductie en (mee)beslissen;

  • h.

    Maatschappelijke partijen: lokaal actieve verenigingen, stichtingen, buurtcomités, wijk- en dorpsraden, ondernemingen zonder winstoogmerk en andere organisaties die een collectief vormen en die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente;

  • i.

    Ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten;

  • j.

    Uitdaagrecht: een vorm van overheidsparticipatie die toeziet op het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.

Artikel 2 Reikwijdte van deze verordening

  • 1.

    Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid of inwonersparticipatie plaatsvindt en ten aanzien van zijn eigen taken of om toepassing van het uitdaagrecht kan worden verzocht.

  • 2.

    Het bestuursorgaan past bij participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een omgevingsprogramma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht.

  • 3.

    Er vindt geen inwonersparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht plaats als:

    • a.

      het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat;

    • b.

      het bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;

    • c.

      het gaat om spoedeisende beleidsvoornemens;

    • d.

      de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder weegt;

    • e.

      het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft zoals bij de uitvoering van hogere regelgeving;

    • f.

      het uitsluitend of hoofdzakelijk gaat om interne aangelegenheden van de gemeente;

    • g.

      het gaat om het vaststellen van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen als bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet.

Hoofdstuk 2 Inwonersparticipatie

Artikel 3 Participatieplan

  • 1.

    Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid een participatieplan op met het proces en de planning van de inwonersparticipatie en maakt dit tijdig openbaar.

  • 2.

    Aan de hand van het door de gemeenteraad vastgestelde beleidskader inwoners- en overheidsparticipatie ‘Samen verder werken aan participeren in Venray’ stelt het college een handreiking vast voor het maken van een participatieplan alsook het format daarvoor.

  • 3.

    Het participatieplan bevat in elk geval:

    • a.

      een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt, de participatievraag en de kaders;

    • b.

      informatie over de intentie en de vorm van de inwonersparticipatie alsook over het proces, de rol van de betrokkenen en de planning;

    • c.

      informatie over hoe het bestuursorgaan bij de besluitvorming omgaat met de uitkomsten van het participatieproces en hoe de besluitvorming zal plaatsvinden.

  • 4.

    Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het participatieplan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud ervan zoals benoemd in het beleidskader inwoners- en overheidsparticipatie ‘Samen verder werken aan participeren in Venray’.

Artikel 4 Zorgplicht participatieproces

  • 1.

    Het verantwoordelijk bestuursorgaan draagt bij een participatieproces zorg voor het uitdragen van de beginselen van behoorlijk participeren zoals vastgelegd in het beleidskader ‘Samen verder werken aan Inwoners- en overheidsparticipatie.

  • 2.

    Het bestuursorgaan informeert over de start van het participatieproces op een geschikte manier en zodanig dat inwoners, maatschappelijke partijen en ondernemers tijdig invloed kunnen uitoefenen.

Artikel 5 Inspraak

  • 1.

    Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonersparticipatie voor inspraak kiest of als inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt.

Artikel 6 Eindverslag inwonersparticipatie

  • 1.

    Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden stelt het bestuursorgaan een eindverslag van de inwonersparticipatie op en maakt dit openbaar.

  • 2.

    Het eindverslag bevat in elk geval:

    • a.

      een beschrijving van het proces dat is gevolgd;

    • b.

      de uitkomsten van het proces en de argumenten die naar voren zijn gebracht;

    • c.

      een onderbouwde reactie op die uitkomsten en argumenten waarbij is aangegeven hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast;

    • d.

      een evaluatie van het proces dat is gevolgd.

  • 3.

    Als het college op grond van artikel 3, derde lid het plan voor de inwonersparticipatie heeft opgesteld, stelt het college ook het eindverslag op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.

Hoofdstuk 3 Inwonersinitiatieven

Artikel 7 Ondersteuning inwonersinitiatieven

  • 1.

    Het bestuursorgaan kan een inwonersinitiatief ondersteunen als het positief bijdraagt aan de doelen van het gemeentelijk beleid voor de leefbaarheid, vitale gemeenschappen en/of de instandhouding van duurzame en sociale gemeenschappen in de dorpen en wijken van Venray.

  • 2.

    De gemeenteraad kan jaarlijks een budget beschikbaar stellen voor inwonersinitiatieven.

  • 3.

    Het bestuursorgaan kan het ondersteunen van een inwonersinitiatief weigeren als:

    • a.

      er onvoldoende steun is bij omwonenden, belanghebbenden of betrokken bewoners;

    • b.

      het financieel, juridisch of praktisch niet haalbaar is;

    • c.

      er een lopende bezwaar- of beroepsprocedure is of een rechterlijke uitspraak verwacht;

    • d.

      het vooral het privébelang van de indiener dient.

  • 4.

    Het bestuursorgaan kan ondersteuning bieden aan een inwonersinitiatief door:

    • a.

      een budget of subsidie beschikbaar te stellen;

    • b.

      ambtelijke expertise in te zetten;

    • c.

      andere vormen van ondersteuning.

Hoofdstuk 4 Uitdaagrecht

Artikel 8 Verzoek toepassing uitdaagrecht

  • 1.

    Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen.

  • 2.

    Het verzoek bevat een omschrijving van de gemeentelijke taak die de indiener wil overnemen, de reden dat de indiener het verzoek indient en het resultaat dat de indiener beoogt.

  • 3.

    De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan:

    • a.

      wat de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener met de taak is;

    • b.

      welke kosten of middelen er volgens de indiener aan de uitvoering van de taak verbonden zijn;

    • c.

      hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen op de langere termijn.

  • 4.

    De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het door het college vastgestelde formulier.

  • 5.

    Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.

Artikel 9 Ondersteuning indiener verzoek toepassing uitdaagrecht

  • 1.

    Het college zorgt voor ondersteuning van degene die een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht wil indienen of een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht heeft ingediend.

Artikel 10. Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht

  • 1.

    Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.

  • 2.

    Als de gemeenteraad op het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor.

  • 3.

    Onverminderd artikel 2, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als:

    • a.

      het verzoek ziet op een taak of bevoegdheid waarvan de aard zich tegen toepassing van het uitdaagrecht verzet;

    • b.

      het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid;

    • c.

      het verzoek niet voldoet aan de in artikel 8, derde lid gestelde eisen.

  • 4.

    Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als:

    • a.

      het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn of de maatschappelijke meerwaarde niet aanwezig is;

    • b.

      de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt.

  • 5.

    Het bestuursorgaan reageert binnen zes weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met vier weken verdagen.

  • 6.

    Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing openbaar.

Artikel 11. Uitvoering taak

  • 1.

    Als het bestuursorgaan het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht toewijst, maakt het met de indiener afspraken over:

    • a.

      het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van de taak;

    • b.

      het budget en de financieringswijze van de uitvoering van de taak;

    • c.

      het contact met het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak;

    • d.

      de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak;

    • e.

      de evaluatie van de uitvoering van de taak.

  • 2.

    De afspraken worden vastgelegd in een overeenkomst.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 12. Participatieparagraaf

  • 1.

    Het college neemt elk jaar een paragraaf in de begroting op waarin de speerpunten voor participatie in het komend jaar benoemd.

  • 2.

    Het college neemt elk jaar een paragraaf in het jaarrekening op waarin het college verslag doet van de uitvoering van deze verordening.

Artikel 13. Evaluatie en monitoring

  • 1.

    De uitvoering van deze verordening zal elke raadsperiode worden geëvalueerd. De eerste evaluatie vindt in elk geval plaats binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding. Het college stuurt een verslag van elke evaluatie naar de raad.

  • 2.

    Dit verslag beschrijft de organisatie van participatieprocessen, de rol van raad en college, resultaten en ervaringen. Het bevat ook informatie over inwonersinitiatieven en uitdaagvoorstellen.

  • 3.

    De gemeenteraad bespreekt het participatieverslag.

Artikel 14. Nadere regels college

Het college kan over inwonersparticipatie of het uitdaagrecht nadere regels vaststellen.

Artikel 15. Hardheidsclausule

Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt.

Artikel 16. Intrekking oude verordening en overgangsrecht

  • 1.

    De Inspraakverordening gemeente Venray wordt ingetrokken.

  • 2.

    De Inspraakverordening gemeente Venray blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een participatieprocedure of inspraakprocedure op grond van die verordening was gestart.

Artikel 17. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de dag van bekendmaking.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening gemeente Venray.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 december 2025.

De griffier,

S.A. Boere

Naar boven