Gemeenteblad van Heeze-Leende
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Heeze-Leende | Gemeenteblad 2025, 549136 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Heeze-Leende | Gemeenteblad 2025, 549136 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening fysieke leefomgeving gemeente Heeze-Leende 2026
De raad van de gemeente Heeze-Leende,
gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders van 16 september 2025,
gelet op de Omgevingswet en aanverwante besluiten en de Wegenverkeerswet 1994,
besluit vast te stellen de volgende Verordening fysieke leefomgeving gemeente Heeze-Leende 2026:
Voor de toepassing van deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:
Cultureel erfgoed: uit het verleden geërfde materiele en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan tussen mens en omgeving, die mensen voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden; het omvat o.a. alle historische waarden, zoals aardkunde, archeologie, landschap, stedenbouw, bouwkunst en verhalende aspecten. De aanwezige en het te verwachten culturele erfgoed is vastgelegd in een gemeentelijke ruimtelijke presentatie (erfgoedkaart).
Cultuurhistorische waarde: aan een zelfstandige zaak toegekende waarde of waarde die in samenhang met de omgeving door de uiterlijke verschijningsvorm wezenlijk is voor de herkenbaarheid en de belevingswaarde van de historisch stedenbouwkundige of landschappelijke structuur, waarvan zij deel uitmaakt of op zichzelf representatief is voor, of verwijst naar een belangrijk aspect in de (cultuur)historische ontwikkeling van Heeze-Leende.
Cultuurhistorisch waardevol object: onroerende zaak die in samenhang met de omgeving door de uiterlijke verschijningsvorm wezenlijk is voor de herkenbaarheid en de belevingswaarde van de historisch stedenbouwkundige of landschappelijke structuur waarvan zij deel uitmaakt of op zichzelf representatief is voor of verwijst naar een belangrijk aspect in de historische ontwikkeling van het grondgebied Heeze-Leende.
Gemeentelijk dorpsgezicht: groep van onroerende zaken die van algemeen belang zijn door hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groep zich één of meer monumenten bevinden; deze stads- en dorpsgezichten zijn gedefinieerd in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet en worden als ‘gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht’ aangemerkt wanneer ze op basis van artikel 18 zijn aangewezen en opgenomen in het gemeentelijke erfgoedregister.
Gemeentelijk groenmonument: overeenkomstig deze ‘Verordening fysieke leefomgeving” als gemeentelijk groenmonument aangewezen landschappelijke elementen en structuren, die deel uitmaken van cultureel erfgoed en die in het verleden door mensen zijn aangelegd en waaraan het historisch gebruik van een locatie kan worden afgelezen, als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet.
Richtlijnen voor bouw-, cultuur- en tuinhistorisch onderzoek: richtlijnen opgesteld i.o.v. de RCE voor bouwhistorisch, cultuurhistorisch en tuinhistorisch onderzoek respectievelijk genaamd: Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek; Lezen en analyseren van cultuurhistorisch erfgoed; Cultuurhistorisch Onderzoek in de vormgeving van de Ruimtelijke Ordening; Aanwijzingen en aanbevelingen; Richtlijnen Tuinhistorisch Onderzoek. Voorwaardestellingen van groen erfgoed.
Artikel 2.1.1 Indienen aanvraag
Indien krachtens artikel 4:4 van de Algemene wet bestuursrecht of bij of krachtens enige wettelijke bepaling een formulier is vastgesteld voor het doen van een aanvraag of melding of voor het indienen van enig document of het doen van enige kennisgeving als bedoeld in deze verordening, is het gebruik van dat formulier verplicht.
Afdeling 3.1 Algemene bepalingen over standplaatsen
Artikel 3.1.3 Algemene toetsingscriteria
Een vergunning voor een standplaats op een markt, als bedoeld in artikel 3.1.2, aanhef en onder a tot en met d, kan worden verleend aan:
een rechtspersoon die voortdurend ingeschreven staat in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. De natuurlijke persoon die, al dan niet door middel van andere rechtspersonen, de rechtspersoon bestuurt, en de natuurlijke persoon die een rechtspersoon op de markt vertegenwoordigt moeten gerechtigd te zijn in Nederland arbeid te verrichten.
Artikel 3.1.5 Legitimatieplicht
Degene die een standplaats inneemt is op eerste verzoek van de toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is.
Artikel 3.1.7 Markt schoonhouden
Een vergunninghouder is verplicht afval, waaronder verpakkingsmateriaal, dat tijdens de door hem uitgeoefende verkoop op zijn standplaats vrijkomt zodanig te bewaren dat het marktterrein daardoor niet wordt verontreinigd en het afval niet door onbevoegden kan worden verwijderd. Hij voert het afval onmiddellijk na afloop van de markt af of laat het afvoeren.
Artikel 3.1.8 Onmiddellijke verwijdering
Het college kan een vergunninghouder of iemand die hem bijstaat of vervangt gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of aan bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden.
Afdeling 3.3 Vaste standplaatsvergunningen
Artikel 3.3.1 Wachtlijststelsel
Als er ruimte is om een nieuwe vaste standplaatsvergunning toe te kennen, komt daarvoor als eerste in aanmerking de hoogstgeplaatste kandidaat die op de wachtlijst staat en die voldoet aan de vereisten voor toekenning. Daarna komen andere aanvragers in aanmerking, in volgorde van indiening van hun aanvraag tot plaatsing op de wachtlijst. De kandidaat die in aanmerking komt voor de vergunning dient binnen 2 weken mondeling dan wel schriftelijk aan te geven akkoord te gaan.
Artikel 3.3.2 Geldingsduur vaste standplaatsvergunning
Een vergunning geldt voor onbepaalde tijd en voor de op de vergunning vermelde vaste standplaats, tenzij de vergunning anders bepaalt. Het college kan in bijzondere gevallen een andere standplaats aanwijzen.
Artikel 3.3.4 Overschrijven vaste standplaatsvergunning
Is de houder van een vaste standplaatsvergunning overleden of onder curatele gesteld, dan kan het college op aanvraag van zijn erven of zijn curator de vergunning overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of zijn kind, of op een persoon die aantoonbaar twee jaar of langer de houder heeft bijgestaan. De aanvraag tot overschrijving wordt binnen twee maanden na het overlijden of de onder curatelestelling ingediend.
Afdeling 3.4 Dagplaatsvergunningen en standwerkvergunningen
Artikel 3.4.1 Dagplaatsvergunning
Een dagplaatsvergunning kan worden verleend voor het innemen van een standplaats voor het uitoefenen van markthandel op de markt op plaatsen die niet zullen worden ingenomen door de houder van een vaste standplaatsvergunning omdat voor de plaats geen vergunning geldt, de vergunning is vervallen of omdat de vergunninghouder niet in staat is de plaats in te nemen en niet is voorzien in vervanging overeenkomstig artikel 3.3.3.
Voor een dagplaatsvergunning komen in aanmerking degenen die daarvoor die dag vóór aanvang van de markttijd bij de marktmeester een aanvraag hebben ingediend, voldoen aan een eventueel van toepassing zijnde branche- of artikelgroepvereiste en die niet zijn uitgesloten omdat zij gedurende een of meer van de voorafgaande vier marktdagen:
Afdeling 3.6 Algemene bepalingen ten aanzien van standplaatsen
De houder van een vaste standplaatsvergunning of van een dagplaatsvergunning of standwerkvergunning kan zich doen bijstaan door een of meer andere personen.
Artikel 3.6.3 Markt schoonhouden
Een vergunninghouder is verplicht afval, waaronder verpakkingsmateriaal, dat tijdens de door hem uitgeoefende verkoop op zijn standplaats vrijkomt zodanig te bewaren dat het marktterrein daardoor niet wordt verontreinigd en het afval niet door onbevoegden kan worden verwijderd. Hij voert het afval onmiddellijk na afloop van de markt af of laat het afvoeren.
Artikel 3.6.4 Informatieplicht
Degene die een vaste standplaats, dagplaats of een standwerkplaats wenst in te nemen of inneemt op de markt, is op eerste verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is.
Artikel 3.6.5 Onmiddellijke verwijdering
Het college kan een vergunninghouder of iemand die hem bijstaat of vervangt gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of aan bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden.
Voordat het college een besluit neemt, vraagt het college advies aan de gemeentelijke adviescommissie.
Wanneer het college voornemens is een aanwijzing te doen als bedoeld in artikel 5.1.1, eerste lid, is afdeling 5.3 van overeenkomstige toepassing vanaf het moment waarop het college op grond van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een belanghebbende in de gelegenheid heeft gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen, tot het moment waarop hetzij het besluit tot aanwijzing in werking is getreden, hetzij het voornemen is ingetrokken.
Artikel 5.2.4 Kennisgeving zakelijk gerechtigden
Besluiten bedoeld in artikel 5.1.1 worden bekend gemaakt aan degenen die een zakelijk recht hebben op het monument.
Artikel 5.2.5 Gemeentelijk erfgoedregister
Besluiten als bedoeld in artikel 5.1.1 worden opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister inclusief de locaties waaraan krachtens artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet in het omgevingsplan de functie erfgoed is toebedeeld.
Het college kan wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister. Indien de wijziging ziet op het schrappen uit het gemeentelijk erfgoedregister zijn de artikelen van overeenkomstige toepassing, tenzij dat de onroerende of roerende zaak is tenietgegaan.
Afdeling 5.3 Bescherming gemeentelijk monument en gemeentelijk dorpsgezicht
Artikel 5.3.1 Verboden en vergunningplicht gemeentelijk monument en gemeentelijk beschermd dorpsgezicht
Het eerste lid is niet van toepassing op:
de uitvoering van normaal onderhoud, als bedoeld in artikel 2.27, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, én voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg bij het monument niet wijzigt, of;
De aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid gaat vergezeld van de gegevens en aanvraagvereisten als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Regeling omgevingsrecht. De aanvraagvereisten van de artikelen 7.2 en 7.3 van hoofdstuk 7.2.1 van de Omgevingsregeling en artikelen 7.198 tot en met 7.205 van hoofdstuk 7.2.9 van de Omgevingsregeling zijn overeenkomstig van toepassing voorzover een aanvraag omgevingsvergunning betrekking heeft op monumenten of gebouwen (artikel 5.3.1 lid 1 en 2) in een beschermd dorpsgezicht, waarbij dan dus voor ‘rijksmonument’ moet worden gelezen ‘gemeentelijk monument’ en ‘zaak van cultuurhistorische waarde’.
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet of door het college worden ingetrokken: als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zouden hebben geleid; voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten. De omgevingsvergunning in een gemeentelijk dorpsgezicht kan in ieder geval worden geweigerd, als naar het oordeel van het college het niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk, een ander bouwwerk op een redelijke termijn kan of zal worden gebouwd.
Artikel 5.3.3 Beschermend omgevingsplan
De gemeenteraad stelt, ter bescherming van een gemeentelijk dorpsgezicht, een omgevingsplan vast als bedoeld in artikel 2.34, lid 4, van de Omgevingswet (artikel 4.35, lid 1, Invoeringswet Omgevingswet).
Artikel 5.3.4 Vangnet archeologie
Indien archeologisch (voor)onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 5.1 van de Erfgoedwet, vindt dit onderzoek plaats conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. In aanvulling hierop voldoet het onderzoek aan de gemeentelijke richtlijnen voor archeologisch onderzoek.
Afdeling 5.4 Cultuurhistorische waardevolle objecten
Artikel 5.4.1 Aanwijzing als, instandhouding van en omgevingsvergunning cultuurhistorisch waardevol object
Artikel 5.4.2 Cultuurhistorische waardenkaart
Bij iedere procedure tot wijziging van het omgevingsplan of voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarbij zaken zijn betrokken die op de waardenkaart historisch landschap en de waardenkaart historische stedenbouw en gebouwd erfgoed zijn aangegeven, wordt de A2-adviescommissie Omgevingskwaliteit om advies gevraagd.
Aan ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor een wijziging van het omgevingsplan of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig is en die betrekking hebben op gemeentelijke monumenten dan wel zaken, die op de cultuurhistorische waardenkaart zijn aangegeven, verlenen de raad of het college slechts medewerking indien de initiatiefnemer aantoont dat de voorgenomen ontwikkeling met het belang van het gemeentelijk monument dan wel met de waarden die op de cultuurhistorische waardenkaart zijn aangegeven, in overeenstemming is.
Artikel 5.4.3 Bouwregels en omgevingsvergunning (cultuur)historisch landschap:
Voor het bouwen van bouwwerken in gebieden en elementen met waarderingscategorie zeer hoog die op de waardenkaart als zeer hoog waardevol historisch landschap zijn aangegeven gelden de volgende regels:
het bouwen van bouwwerken is mogelijk krachtens de onderliggende andere bestemming(en), met dien verstande dat:
als blijkt dat het bouwen van het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheden leiden tot onevenredige verstoring van die cultuurhistorische waarden en kenmerken, aan de omgevingsvergunning de verplichting kan worden verbonden tot het treffen van maatregelen waardoor cultuurhistorische waardevolle en kenmerkende elementen kunnen worden behouden. Het college kan met het oog op het belang van het behoud van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden en kenmerkende elementen, nadere eisen stellen aan het materiaalgebruik voor bouwwerken, alsmede aan de situering ervan.
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden op of in de gronden met waarderingscategorie “zeer hoog” die op de waardenkaart historisch landschap zijn aangegeven de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
Als blijkt dat het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheden leiden tot onevenredige verstoring van die cultuurhistorische waarden en kenmerkende elementen, kan aan de omgevingsvergunning de verplichting worden verbonden tot het treffen van maatregelen waardoor de cultuurhistorische waarden en kenmerkende elementen van het gebied kunnen worden behouden.
Artikel 5.4.4 Strijdigheid met het omgevingsplan
Als het omgevingsplan regels bevat ten aanzien van cultuurhistorische waardevolle objecten en/of het historische landschap die in strijd zijn met deze verordening, gaan de regels uit afdeling 5.4 voor, tenzij de regels in het omgevingsplan na inwerkingtreding van deze verordening zijn vastgesteld.
Afdeling 6.1 Vellen van houtopstanden
Onverminderd het bepaalde in artikel 2.2.3, wordt de vergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 6.1.1, tweede lid, geweigerd indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van de volgende waarden:
Artikel 7.1.1 Aanwijzing collectieve festiviteiten
De voorwaarden voor de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 22.239 van het Omgevingsplan gemeente Heeze-Leende gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
Het A-, en C-gewogen equivalente geluidsniveau LA/C,eq,T veroorzaakt door de activiteit, bedraagt tijdens collectieve festiviteiten niet meer dan 75 dB(A) en 89 dB(C), gemeten op de gevel van geluidgevoelige objecten op twee derde van de hoogte van de bouwlaag en 2 meter voor de gevel van het geluidgevoelige object gemiddeld over minimaal 3 minuten.
De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is bepaald volgens de methoden die zijn omschreven in Bijlage IVh. meet- en rekenmethode geluid industrie in de Omgevingsregeling. De geluidswaarde heeft betrekking op invallend geluid en is inclusief onversterkte muziek. Indien op een referentiepunt gemeten wordt waarbij geen gevelreflectie aanwezig is, wordt de gevelcorrectieterm (Cg) niet toegepast. Op de gemeten geluidniveaus wordt geen correctie voor muziekgeluid (K3), de zogenaamde “muziektoeslag”, bedrijfsduur- (Cb) of meteocorrectie (Cm) toegepast.
Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 22.45, 22.63 en 22.67 van het Omgevingsplan gemeente Heeze-Leende uiterlijk op maandag tot en met vrijdag om 23.30 uur en op zaterdag en zondag om 00.30 uur (van de daarop volgende dag) te worden beëindigd.
Artikel 7.1.2 Kennisgeving incidentele festiviteiten
De geluidswaarden bedoeld in de artikelen 22.45, 22.63 en 22.67 van het Omgevingsplan gemeente Heeze-Leende zijn niet van toepassing tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar per individuele locatie, mits ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis is gesteld.
Het is toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar per individuele locatie de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij de voorwaarden voor de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht, als bedoeld in artikel 22.239 van het Omgevingsplan gemeente Heeze-Leende niet van toepassing is, mits ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis is gesteld.
Het A-, en C-gewogen equivalente geluidsniveau LA/C,eq,T veroorzaakt door de activiteit, bedraagt tijdens incidentele festiviteiten niet meer dan 75 dB(A) en 89 dB(C), gemeten op de gevel van geluidgevoelige objecten op twee derde van de hoogte van de bouwlaag en 2 meter voor de gevel van het geluidgevoelige object gemiddeld over minimaal 3 minuten.
De geluidswaarde als bedoeld in het vijfde lid is bepaald volgens de methoden die zijn omschreven in Bijlage IVh. meet- en rekenmethode geluid industrie in de Omgevingsregeling. De geluidswaarde heeft betrekking op invallend geluid en is inclusief onversterkte muziek. Indien op een referentiepunt gemeten wordt waarbij geen gevelreflectie aanwezig is, wordt de gevelcorrectieterm (Cg) niet toegepast. Op de gemeten geluidniveaus wordt geen correctie voor muziekgeluid (K3), de zogenaamde “muziektoeslag”, bedrijfsduur- (Cb) of meteocorrectie (Cm) toegepast.
Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 22.45, 22.63 en 22.67 van het Omgevingsplan gemeente Heeze-Leende - uiterlijk op maandag tot en met vrijdag om 23.30 uur en op zaterdag en zondag om 00.30 uur (van de daarop volgende dag) te worden beëindigd.
Artikel 7.1.3 Gehoorschadepreventie
Het langtijdgemiddelde geluidniveau (LAeq,3m) op 10 meter voor het midden van het podium, op 2 meter hoogte, gemiddeld over 3 minuten, mag niet hoger zijn dan 100 dB(A). Het geluidsniveau bij festiviteiten gericht op kinderen mag nergens hoger zijn dan 85 dB(A) (LAeq, zoals hierboven beschreven), gedurende 3 minuten.
Afdeling 7.3 Maatregelen tegen ter ontsiering en stankoverlast
Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
Artikel 7.3.3 Overlast van fiets of bromfiets
Het is verboden fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimte of plaatsen te laten staan als dit schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente, als hierdoor overlast wordt veroorzaakt, of als hierdoor schade aan de openbare gezondheid ontstaat of kan ontstaan.
Artikel 7.3.8 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, , in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:
Hoofdstuk 8 Wegen, parkeren en water
Artikel 8.1.1 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg
Het verbod is reeds niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 8.1.4 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Artikel 8.2.1 Te koop aanbieden voertuigen
Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.
Artikel 8.2.4 Reclamevoertuigen
Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.
Artikel 8.2.6 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
Artikel 8.3.1 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.
Hoofdstuk 9 Straf-, overgangs- en slotregels
Afdeling 9.1 Strafregels, toezicht en handhaving
Artikel 9.1.1 Instandhoudingsplicht
Het is verboden een gemeentelijk monument, houtopstanden en/of een aangewezen dorpsgezicht te ontsieren, te beschadigen, te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.
Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening, met uitzondering van hoofdstuk 4, en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
Artikel 9.1.4 Binnentreden woningen
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften of voor de instandhouding (hoofdstuk 5 en art. 9.1.1), zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-549136.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.