Subsidieregeling peutervoorziening en voorschoolse educatie gemeente Zevenaar 2026

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Zevenaar,

 

gelet op de bepalingen in

 

  • -

    de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen,

  • -

    het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie (wijziging per 1 januari 2019),

  • -

    de Wet op het Primair Onderwijs en

  • -

    het “Onderzoekskader voor het toezicht op de voorschoolse educatie en het primair onderwijs”, en

  • -

    de artikelen 3 en 5, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening gemeente Zevenaar 2020;

overwegende dat

 

  • -

    hieruit volgt dat de gemeente de verantwoordelijkheid heeft te zorgen voor compensatie van de ouderbijdrage voor de peuteropvang in het geval ouders niet in aanmerking komen voor Kinderopvangtoeslag van het Rijk,

  • -

    de gemeente de wettelijke taak heeft voorschoolse educatie te bieden voor de doelgroepkinderen,

  • -

    de regeling betrekking heeft op het stellen van voorwaarden, verplichtingen en eisen bij het subsidiëren van de peutervoorziening en het aanbieden van voorschoolse educatie aan doelgroep peuters;

  • -

    de mogelijkheid moet worden geboden aan kinderopvangaanbieders in de gemeente Zevenaar om voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 een subsidieaanvraag voor peuteropvang en/of voorschoolse educatie in te dienen,

  • -

    dat de gemeente naast de wettelijke kwaliteitseisen ook andere vereisten stelt aan de partijen die subsidie ontvangen;

b e s l u i t :

vast te stellen de

 

 

Subsidieregeling peutervoorziening en voorschoolse educatie gemeente Zevenaar 2026

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • a.

    Aanbieder: aanbieder van peuteropvang en VVE die is opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)

  • b.

    Doelgroeppeuter/VVE-peuter: peuter woonachtig in de gemeente Zevenaar die op basis van door rijk en gemeente vastgestelde doelgroepcriteria1 een VVE-indicatie heeft gekregen van de jeugdgezondheidszorg van de GGD.

  • c.

    Inkomensverklaring: de Verklaring Geregistreerd Inkomen (VGI), te verkrijgen bij de Belastingdienst.

  • d.

    LRK: Landelijk Register Kinderopvang waarin aanbieders van peuteropvang en VVE die voldoen aan de Wet Kinderopvang (Wko) zijn opgenomen.

  • e.

    Ouderbijdrage: de inkomensafhankelijke bijdrage die door de ouders betaald wordt aan de aanbieder.

  • f.

    Ouderbijdragetabel: adviestabel ouderbijdrage Peuteropvang van de VNG 2026.

  • g.

    Peutervoorziening: een aanbod van educatieve voorschoolse opvang, gericht op ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool. De peutervoorziening moet voldoen aan de eisen uit de Wet Kinderopvang.

  • h.

    Peuterplaats regulier: plek van twee dagdelen per week, van 3,5 uur per dagdeel of 4 uur per dagdeel, voor peuters vanaf 2 jaar tot het moment waarop zij uitstromen naar de basisschool, verspreid over 2 werkdagen, gedurende respectievelijk 46 of 40 weken per jaar.

  • i.

    Peuterplaats VVE: plaats van vier dagdelen per week, van 3,5 of 4 uur per dagdeel gedurende respectievelijk 46 (bij 7 uur per week VVE) of 40 weken (bij 8 uur per week VVE) per jaar, voor doelgroeppeuters vanaf 2 jaar tot het moment waarop zij uitstromen naar de basisschool (leeftijd van 4 jaar).

  • j.

    Semesterformulier: een door de gemeente verstrekt digitaal berekeningsformulier waarin aan de hand van de verwachte afname van de peutervoorziening en/of VVE de hoogte van de subsidie wordt berekend.

  • k.

    Voorschoolse educatie: uitvoering van een door het College van B&W gesubsidieerd programma voor doelgroeppeuters dat gericht is op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs (zie Wko, artikel 1.1).

  • l.

    VVE: Voor- en vroegschoolse educatie.

  • m.

    VVE-programma: een programma dat is aangemeld bij of is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut.

  • n.

    VVE-registratie: een registratie in het LRK waaruit blijkt dat de aanbieder voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor het aanbieden van VVE.

Artikel 2 Subsidie voor deelname peuters aan de peutervoorziening

  • 1.

    De aanbieder kan alleen subsidie aanvragen bij de gemeente voor de deelname van een peuter aan een peutervoorziening wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

    • a.

      De locatie is geregistreerd in het LRK

    • b.

      de ouders/verzorgers van de peuter komen (aantoonbaar) niet in aanmerking voor kinderopvangtoeslag van het rijk;

    • c.

      de peuter woont in de gemeente Zevenaar;

    • d.

      voorafgaand aan de start van de peuteropvang is een overeenkomst opgesteld en ondertekend door de aanbieder en de ouder(s).

  • 2.

    De peutervoorziening is toegankelijk voor kinderen van 2,5 jaar tot 4 jaar, tot het moment dat het kind naar de basisschool gaat.

  • 3.

    De subsidie per peuter bedraagt € 11,23 per uur in het jaar 2026 (conform Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang van de VNG 2026). Dit bedrag is gelijk aan de maximale uurvergoeding kinderopvangtoeslag die de belastingdienst in het betreffende subsidiejaar hanteert per geplaatste peuter.

  • 4.

    De subsidie van de gemeente is per kind maximaal 8 uur per week peuteropvang verdeeld over twee dagdelen per week gedurende 40 weken per jaar minus de ouderbijdrage. Of maximaal 7 uur per week, verdeeld over twee dagdelen per week, maximaal 46 weken per jaar, minus de ouderbijdrage.

  • 5.

    Voor de afname van subsidiabele peuteropvang betalen de ouder(s) alleen de ouderbijdrage volgens de ouderbijdragetabel peuteropvang en voorschoolse educatie (Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang van de VNG 2026). De ouders betalen deze ouderbijdrage aan de peuteropvang organisatie.

  • 6.

    Wanneer ouder(s) meer dan 7 uur (op basis van 46 weken opvang) of 8 uur (op basis van 40 weken opvang) subsidiabele peuteropvang afnemen, betalen zij deze extra uren zelf.

Artikel 3 Subsidie voor deelname peuters aan voorschoolse educatie

  • 1.

    Deze subsidie wordt alleen verstrekt voor VVE aanbod aan peuters van 2 jaar en ouder die door de VGGM (GGD Gelderland-Midden) een VVE-indicatie hebben gekregen en woonachtig zijn in de gemeente Zevenaar.

  • 2.

    De subsidie voor voorschoolse educatie is voor 2026 € 14,83 per uur (indexering volgens VNG richtlijnen). Dit bedrag is inclusief de wettelijke inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker/coach2. De uurprijs per uur voor 16 uur per week voor de vve-kinderen is € 13,80 en voor de pedagogisch beleidsmedewerker/coach 12 uur per jaar voor

  • 3.

    De subsidie is er voor 2-4 jarigen met een vve-indicatie en maximaal 4 dagdelen per week, voor maximaal 16 uur per week (bij 40 weken aanbod) of voor maximaal 4 dagdelen per week, maximaal 14 uur per week (bij 46 weken aanbod).

  • 4.

    De gemeente compenseert de ouderbijdrage voor het derde en vierde dagdeel VVE. De ouders betalen geen ouderbijdrage aan de VVE-aanbieder.

  • 5.

    Ouders van doelgroepkinderen VVE in de kinderdagopvang die aantoonbaar niet meer dan 2 dagdelen gebruik maken van de kinderdagopvang kunnen in aanmerking komen voor een door de gemeente gesubsidieerd 3e dagdeel van maximaal 6 uur per dagdeel indien zij 12 maanden voor aanvang van de voorschoolse educatie de contractuele opvangduur niet hebben verminderd.

Artikel 4 Vergoeding van de kosten voor scholing

  • 1.

    De gemeente vergoedt de kosten voor de scholing van pedagogisch medewerkers voor het registratie- en scholingssysteem KIJK en de cursus Startblokken en hercertificering (VVE-programma) en de verdiepingscursus opbrengstgericht werken. Voor de vergoeding van de kosten wordt in overleg met de betrokken partijen nog een plan gemaakt voor 2026.

Artikel 5 Kwaliteitseisen aan aanbieders

  • 1.

    Om in aanmerking te komen voor subsidie voor de peutervoorziening dienen aanbieders te voldoen aan de volgende eisen,

    • a.

      Er wordt gewerkt met een VVE-programma dat is aangemeld bij of is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut.

    • b.

      Het geregistreerd kindcentrum en de invulling van het aanbod voldoen aan de kwaliteitseisen van wetgeving en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

    • c.

      De aanbieder voldoet aan de wettelijke eisen van gekwalificeerde pedagogisch medewerkers;

    • d.

      Er wordt gewerkt met een erkend kind-volgsysteem;

    • e.

      Er wordt gewerkt met het door de gemeente vastgesteld overdrachtsprotocol.

    • f.

      De aanbieder zorgt in het geval van geïndiceerde peuters (peuters voorschoolse educatie) voor een warme overdracht naar de basisschool.

    • g.

      De aanbieder neemt deel aan projecten voor ouderbetrokkenheid. Een keer per jaar maken aanbieders en gemeente hierover afspraken, zo nodig in afstemming met de basisschool binnen het Integraal Kindcentrum (IKC).

  • 2.

    Om in aanmerking te komen voor subsidie voor voorschoolse educatie dienen aanbieders aanvullend aan de kwaliteitseisen genoemd in het eerste lid te voldoen aan de volgende verplichtingen :

    • a.

      De locatie is geregistreerd in het LRK met een VVE- registratie;

    • b.

      Aanbieders bieden voorschoolse educatie zoveel mogelijk aan in gemengde groepen kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar (doelgroepkinderen en niet-doelgroepkinderen).

    • c.

      Aanbieders zijn verplicht bij plaatsing van een peuter op een beschikbaar gekomen peuterplaats doelgroeppeuters voorrang te geven.

    • d.

      De organisatie levert informatie aan voor monitoring, onder andere voor het monitoren van het bereik van voorschoolse educatie.

Artikel 6 Inzet van de HBO gekwalificeerde beleidsmedewerker/coach VVE

  • 1.

    De houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden zet een HBO gekwalificeerde pedagogisch beleidsmedewerker in ten behoeve van de verhoging van de kwaliteit van de voorschoolse educatie op de groepen.

  • 2.

    De inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker ten behoeve van de verhoging van de kwaliteit van voorschoolse educatie betreft de totstandkoming en implementatie van beleidsvoornemens met betrekking tot voorschoolse educatie en coaching van beroepskrachten voorschoolse educatie op de groep met VVE-peuters. Hierbij worden in Zevenaar naast algemene thema’s ook aandacht voor de resultaatafspraken uit de uitvoeringsagenda onderwijskansenbeleid meegenomen.

  • 3.

    De houder van het kindercentrum legt het aantal kinderen dat op 1 januari 2026 voorschoolse educatie wordt aangeboden vast voor verantwoording aan gemeente en toezichthouder.

  • 4.

    De houder beschrijft in het pedagogisch beleidsplan bedoeld in artikel 3 van het Besluit kwaliteit kinderopvang, zo concreet en toetsbaar mogelijk de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verplichting tot inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker en hoe daarmee de kwaliteit van de voorschoolse educatie wordt bevorderd.

Artikel 7 Ouderbijdrage

  • 1.

    De aanbieder int de ouderbijdrage bij de ouder(s) en is zelf verantwoordelijk voor een eventueel debiteurenverlies.

  • 2.

    De aanbieder is verantwoordelijk voor het schriftelijk toetsen en vaststellen van de hoogte van de ouderbijdrage voor peuteropvang aan de hand van onderstaande documenten:

    • a.

      de door de ouder(s) overlegde meest recente inkomensverklaring(en) bij aanmelding van de peuter;

    • b.

      de VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang 2026;

  • 3.

    Wanneer op enig moment blijkt dat de inkomenssituatie van ouder(s) dusdanig wijzigt of gewijzigd is dat één van onderstaande situaties geldt:

    • a.

      de ouder(s) komen niet meer in aanmerking voor kinderopvangtoeslag via de Belastingdienst waardoor er subsidie aangevraagd kan worden bij de gemeente;

    • b.

      de ouder(s) komen in aanmerking voor kinderopvangtoeslag via de Belastingdienst waardoor er geen subsidie meer aangevraagd kan worden bij de gemeente.

    • c.

      de ouder(s) vallen in een lagere of hogere inkomenscategorie in de adviestabel ouderbijdrage waardoor de ouderbijdrage wijzigt. De aanbieder zorgt voor zo spoedig mogelijk opnieuw toetsen van de passende ouderbijdrage.

  • 4.

    Indien de ouderbijdrage opnieuw getoetst wordt zoals bedoeld in lid 3 dan wordt deze verwerkt door de aanbieder in het semesterformulier zoals omschreven in artikel 8 van deze subsidieregeling.

Artikel 8 Subsidieaanvraag

  • 1.

    De subsidie zoals bedoeld in de artikelen 2 en 3 van deze regeling wordt door de aanbieder bij de gemeente aangevraagd middels het semesterformulier subsidie peuteropvang Gemeente Zevenaar, en door de gemeente aan de aanbieder uitgekeerd. Het gaat om de subsidie voor de peuteropvang en de subsidie voor de voorschoolse educatie.

  • 2.

    In december 2025 vraagt de aanbieder de subsidie voor het eerste semester aan, in mei 2026 vraagt de aanbieder de subsidie voor het tweede semester aan bij de gemeente.

  • 3.

    De (VVE-)aanbieder is verantwoordelijk voor de volledigheid en juistheid van de ingevulde subsidieaanvraag peuteropvang/VVE.

Artikel 9 Subsidieverlening

  • 1.

    Per semester wordt aan de hand van het semesterformulier in twee voorschotten de subsidie verleend door de gemeente.

  • 2.

    De subsidie kan pas worden verleend als het betreffende semesterformulier door de aanbieder bij de gemeente is ingeleverd.

  • 3.

    Betaling van de subsidie voor het eerste semester vindt plaats in januari en april, en betaling van subsidie voor het tweede semester in juli en oktober.

  • 4.

    De hoogte van de door de aanbieder te ontvangen subsidie wordt gebaseerd op:

    • a.

      het aantal peuters voor wie de activiteiten worden uitgevoerd;

    • b.

      het aantal uren dat peuteropvang en/of VVE afgenomen wordt;

    • c.

      het uurtarief dat door de gemeente is vastgesteld;

    • d.

      de hoogte van de te ontvangen ouderbijdrage.

Artikel 10 Subsidievaststelling

  • 1.

    De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van het werkelijke aantal bezette peuterplaatsen (daaronder wordt hier begrepen het aantal afgenomen uren peutervoorziening en voorschoolse educatie), het werkelijk gehanteerde uurtarief en de totaal in rekening gebrachte ouderbijdragen. Om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie vast te stellen wordt om de volgende gegevens gevraagd:

  • 2a.

    Bij subsidies tot € 50.000 dient de subsidieontvanger, na afloop van het subsidiejaar, een aanvraag tot vaststelling in. Deze aanvraag bevat in ieder geval een:

    • -

      Overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten, in de vorm van een financieel overzicht;

    • -

      Ingevuld formulier ‘Jaaroverzicht subsidie Peutervoorzieningen en Voorschoolse educatie gemeente Zevenaar’.

  • 2b.

    Bij subsidies boven € 50.000 dient de subsidieontvanger, na afloop van het subsidiejaar, een aanvraag tot vaststelling in. Deze aanvraag bevat in ieder geval een:

    • -

      Jaarverslag met inhoudelijke toelichting waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichting is voldaan;

    • -

      Overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten, in de vorm van een financieel verslag of jaarrekening;

    • -

      Ingevuld formulier ‘Jaaroverzicht subsidie Peutervoorzieningen en Voorschoolse educatie gemeente Zevenaar’;

    • -

      Een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant.

  • 3.

    Vaststelling heeft een terugvordering tot gevolg als de aanbieder minder bezette peuterplaatsen heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd.

  • 4.

    Jaarlijks wordt door de gemeente uiterlijk in november duidelijkheid verschaft over de gehanteerde uurtarieven van het daaropvolgende kalenderjaar.

Artikel 11 Weigeringsgrond

In aanvulling op artikel 9 van de Algemene subsidieverordening gemeente Zevenaar 2020 kan de subsidie worden geweigerd indien herhaaldelijk wordt geconstateerd dat de wettelijke basiskwaliteit van de aanbieder niet op orde is.

Artikel 12 Hardheidsclausule

Het college kan in zeer bijzondere gevallen ten gunste van een aanvrager gemotiveerd afwijken van een of meerdere bepalingen van deze regeling.

Artikel 13 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als ‘Subsidieregeling peutervoorziening en voorschoolse educatie gemeente Zevenaar 2026’.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. Vanaf 1 januari 2026 is de regeling van toepassing. De ‘Subsidieregeling peutervoorziening en voorschoolse educatie gemeente Zevenaar 2025’ wordt per 1 januari 2026 ingetrokken.

Vastgesteld bij besluit van burgemeester en wethouders van Zevenaar

d.d. 2 december 2025.

Burgemeester en wethouders van Zevenaar,

De secretaris,

Danielle Jansen

De burgemeester,

Lucien van Riswijk

Naar boven