Tijdelijke beleidsregels bijzondere bijstand voor energiekosten 2026

De directeur Maatschappelijke Ondersteuning van het cluster Maatschappelijke Ontwikkeling,

 

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 35 van de Participatiewet;

 

overwegende, dat het wenselijk is tijdelijke beleidsregels vast te stellen voor de verstrekking van bijzondere bijstand voor energiekosten die betrekking hebben op het jaar 2026;

 

besluit:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • -

    eindafrekening: periodiek overzicht dan wel jaarafrekening, afgegeven door de energieleverancier of verhuurder, over het totale verbruik en totale kosten van energie van een voorafgaande periode;

  • -

    inkomen: inkomen als bedoeld in de Beleidsregels bijzondere bijstand Rotterdam 2024;

  • -

    vermogen: vermogen als bedoeld in de Beleidsregels bijzondere bijstand Rotterdam 2024;

  • -

    wet: Participatiewet.

Artikel 2 Bijzondere bijstand voor de eindafrekening

  • 1.

    Het college kan bijzondere bijstand verlenen aan de belanghebbende voor meerkosten, zijnde het verschil tussen het totale bedrag van de eindafrekening, afgegeven na 1 januari 2026 en ten minste een maand betrekking hebbend op energiekosten in 2026, en het toepasselijke jaarbedrag in onderstaande tabel, ten behoeve van de woonruimte waar belanghebbende, al dan niet met diens gezin, hoofdverblijf houdt.

    Aantal personen in huishouden

    Flat of portiek

    Tussenwoning

    Hoekwoning

    2-onder-1 kap

    Vrijstaand

    1

    € 1.992

    € 2.316

    € 2.568

    € 2.808

    € 3.648

    2

    € 2.232

    € 2.556

    € 2.820

    € 3.060

    € 3.888

    3

    € 2.376

    € 2.700

    € 2.964

    € 3.204

    € 4.032

    4

    € 2.520

    € 2.832

    € 3.096

    € 3.336

    € 4.176

    5

    € 2.616

    € 2.940

    € 3.204

    € 3.444

    € 4.272

  • 2.

    Bij de berekening van de meerkosten geldt dat voor de eindafrekening ten hoogste het totale bedrag van de eindafrekening in onderstaande tabel wordt gehanteerd.

    Aantal personen in huishouden

    Flat of portiek

    Tussenwoning

    Hoekwoning

    2-onder-1 kap

    Vrijstaand

    1

    € 3.984

    € 4.632

    € 5.136

    € 5.616

    € 7.296

    2

    € 4.464

    € 5.112

    € 5.640

    € 6.120

    € 7.776

    3

    € 4.752

    € 5.400

    € 5.928

    € 6.408

    € 8.064

    4

    € 5.040

    € 5.664

    € 6.192

    € 6.672

    € 8.352

    5

    € 5.232

    € 5.880

    € 6.408

    € 6.888

    € 8.544

  • 3.

    Als de periode waarover de eindafrekening betrekking heeft korter of langer is dan 12 maanden, dan worden de toepasselijke bedragen uit de eindafrekening en de tabellen, bedoeld in het eerste en tweede lid, naar rato berekend.

  • 4.

    Bij de aanvraag wordt de eindafrekening overgelegd.

  • 5.

    In het geval belanghebbende energie afneemt bij meer dan één energieleverancier, worden de bedragen van de verschillende eindafrekeningen samengevoegd tot een totaalbedrag, waarbij geldt dat ten minste een van de eindafrekeningen voldoet aan artikel 3.1, derde lid, van de Beleidsregels bijzondere bijstand Rotterdam 2024.

  • 6.

    Bijzondere bijstand voor maandbedragen of bijzondere bijstand voor extra warmtekosten over dezelfde periode als waarover de eindafrekening betrekking heeft, worden in mindering gebracht op de meerkosten.

  • 7.

    Bij de beoordeling van de aanvragen voor meerkosten, op grond van dit artikel, wordt het vermogen als bedoeld in artikel 10.1, achtste lid, en artikel 10.4 van de Beleidsregels bijzondere bijstand Rotterdam 2024, niet meegenomen.

Artikel 3 Bijzondere bijstand voor de maandbedragen

  • 1.

    Het college kan bijzondere bijstand in de vorm van een forfaitair bedrag van maximaal € 85 verlenen aan de belanghebbende wiens geadviseerde maandbedrag boven het toepasselijke maandbedrag in onderstaande tabel uitkomt.

    Aantal personen in huishouden

    Flat of portiek

    Tussenwoning

    Hoekwoning

    2-onder-1 kap

    Vrijstaand

    1

    € 166

    € 193

    € 214

    € 234

    € 304

    2

    € 186

    € 213

    € 235

    € 255

    € 324

    3

    € 198

    € 225

    € 247

    € 267

    € 336

    4

    € 210

    € 236

    € 258

    € 278

    € 348

    5

    € 218

    € 245

    € 267

    € 287

    € 356

  • 2.

    Het college verleent de bijzondere bijstand maandelijks tot de maand waarin de eindafrekening plaatsvindt, maar maximaal tot en met december 2026.

  • 3.

    In afwijking van artikel 3.1, derde lid, onderdeel a, subonderdeel 2, van de Beleidsregels bijzondere bijstand Rotterdam 2024, geldt dat de kosten niet eerder dan 1 januari 2026 zijn gemaakt en niet later dan drie maanden voor de datum van de aanvraag zijn gemaakt of opgekomen.

  • 4.

    De aanvraag kan worden ingediend tot en met 31 december 2026.

  • 5.

    Bij de aanvraag wordt overgelegd:

    • a.

      bewijs van huidig energiecontract en bewijs van het geadviseerde maandbedrag ten tijde van de aanvraag of;

    • b.

      bewijs van de servicekosten, waaruit de maandelijkse hoogte van de energiekosten blijkt.

  • 6.

    Bij de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand wordt de aanvraag geacht te zijn ingediend op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend.

  • 7.

    Het Tijdelijk Noodfonds Energie of diens opvolger geldt als voorliggende voorziening.

  • 8.

    Het college kan het recht op eenmaal verstrekte bijzondere bijstand voor energiekosten voor de maandbedragen gedurende de toekenningsperiode herzien als daar in het individuele geval aanleiding voor is.

  • 9.

    Bij de beoordeling van de draagkracht wordt het vermogen, bedoeld in artikel 10.1, achtste lid, en artikel 10.4 van de Beleidsregels bijzondere bijstand Rotterdam 2024, niet meegenomen.

Artikel 4 Inwerkingtreding, vervalbepaling en overgangsrecht.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026 en vervalt met ingang van 1 juli 2027, met dien verstande dat dit van toepassing blijft op aanvragen eindafrekening die zijn ingediend voorafgaand aan de vervaldatum en verstrekte bijzondere bijstand voor de eindafrekening of maandbedragen.

Artikel 5 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijke beleidsregels bijzondere bijstand voor energiekosten 2026.

Aldus vastgesteld op 11 december 2025

Het college van burgemeester en wethouders,

namens deze:

Ronald van As

Directeur Maatschappelijke Ondersteuning

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl

 

Toelichting

 

Algemene toelichting

De kosten van energieverbruik worden gerekend tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan die uit de uitkeringsnorm betaald behoren te worden. Voor deze kosten kan daarom alleen onder bijzondere omstandigheden bijzondere bijstand worden verstrekt. De regering merkte in 2022 de energiecrisis aan als bijzondere omstandigheid. Voor niet alle huishoudens was het mogelijk de plotselinge stijging in energiekosten te bestrijden vanuit de bijstandsnorm. Dit maakte het mogelijk om bijzondere bijstand te verstrekken voor energiekosten.

 

Met diverse maatregelen sinds 2023 zijn de gevolgen van de energiecrisis verzacht. Desalniettemin kan het voorkomen dat de energiekosten van huishoudens bovengemiddeld hoog zijn. Het college acht het daarom wenselijk om ook in 2026 bijzondere bijstand te verstrekken voor energiekosten aan huishoudens van wie de energierekening bovengemiddeld hoog is. Ter vaststelling van de gemiddelde energiekosten per huishoudgrootte en per woning, wordt aansluiting gezocht bij gegevens van het Nibud.

 

Het doel van de bijzondere bijstand voor energiekosten is het ondersteunen van huishoudens die door hoge energieprijzen in een situatie terechtkomen waarin zij hun energierekening niet kunnen betalen. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen de maandelijkse voorschotbedragen, en de jaar- of eindafrekening.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 2 Bijzondere bijstand voor de eindafrekening

 

Eerste lid

De meerkosten bestaan uit het verschil tussen het totale bedrag dat de aanvrager verschuldigd is over de periode waarop de eindafrekening betrekking heeft en het toepasselijke jaargemiddelde voor het betreffende huishoudtype, genoemd in de tabel. Deze gemiddelden zijn gebaseerd op de verwachte energieprijzen van januari 2026 en zijn opgesteld door het Nibud.

 

Het bedrag dat de aanvrager verschuldigd is over de periode waarop de eindafrekening betrekking heeft, verwijst naar de totale kosten op de eindafrekening. Dit bedrag bestaat in ieder geval uit de leveringskosten (bestaande uit verbruikskosten en vaste leveringskosten), netbeheerkosten, belastingen en overheidsheffingen. Ook de Nibud-bedragen, genoemd in de tabel, zijn inclusief deze kosten.

 

Tweede lid

Het college stimuleert met deze maximumbedragen energiezuinig gedrag van huishoudens. Zonder maximum te koppelen aan de verstrekking van bijzondere bijstand, is er geen prikkel het energieverbruik te matigen. Het doel van de verstrekking van deze bijzondere bijstand is om te voorzien in de meest noodzakelijke energiekosten.

 

Het maximumbedrag is opgesteld op basis van de gemiddelde kosten voor energie per woningtype en het aantal personen in het huishouden vermenigvuldigd met twee. Dit sluit aan bij de beleidsvisie om overmatig energieverbruik tegen te gaan en komt huishoudens voldoende tegemoet gelet op de verstrekkingen van voorgaande jaren.

 

Derde lid, vierde en vijfde lid

Het moment waarop de eindafrekening wordt afgegeven, is het moment dat de nota wordt afgegeven.

 

Het kan voorkomen dat een huishouden gelijktijdig energie afneemt van verschillende energieleveranciers, bijvoorbeeld een leverancier voor gas en een aparte leverancier voor stroom. In dat geval is het mogelijk dat de periode waarop de eindafrekeningen betrekking hebben, niet parallel aan elkaar lopen. Om een realistisch beeld te krijgen van de meerkosten, worden de meest recente eindafrekeningen samengevoegd tot een totaalbedrag. Hierbij is wel van belang dat minstens één eindafrekening voldoet aan artikel 3.1, derde lid, onderdeel a, subonderdeel 1 en 2, van de Beleidsregels bijzondere bijstand Rotterdam 2024.

 

Een eindafrekening doet zich doorgaans voor na een periode van 12 maanden in de vorm van een jaarnota. Het kan voorkomen dat een eindafrekening zich eerder voordoet, bijvoorbeeld door een verhuizing. In dat geval wordt het toepasselijke gemiddelde, genoemd in de tabel in lid 1 omgerekend naar de duur van de periode waarop de eindafrekening betrekking heeft.

 

Zesde lid

Indien de aanvrager, over de periode waarop de eindafrekening betrekking heeft, bijzondere bijstand voor maandelijkse energiekosten of bijzondere bijstand voor warmtekosten heeft ontvangen, dan wordt de som van de over die periode verstrekte bijzondere bijstand in mindering gebracht op de meerkosten zoals bedoeld in het eerste lid.

 

Achtste lid

Het vermogen wordt niet meegenomen in de beoordeling. Dit dient het doel, analoog aan de energietoeslag, de toegankelijkheid tot en eenvoud van deze kostensoort te vergroten.

 

Artikel 3 Bijzondere bijstand voor de maandbedragen

 

Eerste lid

Het maandbedrag verwijst naar de totale kosten op de maandelijkse energienota. Dit bedrag bestaat in ieder geval uit de leveringskosten (bestaande uit verbruikskosten en vaste leveringskosten), netbeheerkosten, belastingen en overheidsheffingen. Ook de Nibud-bedragen, genoemd in de tabel zijn inclusief deze kosten.

 

In tegenstelling tot de verstrekking van bijzondere bijstand bij de eindafrekening, wordt voor de maandbedragen gekozen voor de verstrekking van een forfaitair bedrag zodra het geadviseerde maandbedrag hoger is dan het drempelbedrag dat van toepassing is op de woonsituatie van de aanvrager.

Dit forfaitaire bedrag is tot stand gekomen op basis van de gemiddelde maandelijkse verstrekking van bijzondere bijstand in 2025. Gecorrigeerd voor de hogere energiebelasting per 1 januari 2026, is het forfaitaire bedrag van €85 per maand bepaald. Op basis van de gegevens van verstrekkingen in 2025, is dit bedrag toereikend voor ongeveer driekwart van de doelgroep. Voor huishoudens waarbij het verschil tussen het geadviseerde maandbedrag en het van toepassing zijnde drempelbedrag hoger is dan €85, bestaat nog de mogelijkheid om bij de eindafrekening een aanvullend bedrag aan bijzondere bijstand aan te vragen via artikel 2 van de regeling.

 

Derde lid

De bijzondere bijstand voor maandbedragen wordt maandelijks verleend tot de maand waarin de eindafrekening zich voordoet. Immers, bij het aangaan van een nieuw contract is het mogelijk dat het geadviseerde maandbedrag verandert, wat van invloed kan zijn op het recht op bijzondere bijstand.

 

Belanghebbenden zijn bovendien verplicht tijdens de periode van de maandelijkse verstrekking van de bijzondere bijstand tussentijdse wijzigingen van het geadviseerde maandbedrag door te geven voor zover deze wijziging ertoe leidt dat het geadviseerde maandbedrag onder het drempelbedrag van artikel 3, eerste lid uitkomt.

 

Zevende lid

Het Tijdelijks Noodfonds Energie is in 2023, 2024 en 2025 opengesteld voor huishoudens. Het Noodfonds kan de energierekening van huishoudens met een relatief hoge energierekening verlagen. Het Noodfonds, of een eventuele opvolger daarvan, wordt aangemerkt als voorliggende voorziening. Dit betekent dat geen recht bestaat op bijzondere bijstand voor energiekosten over de maanden waarin het Noodfonds als voorliggende voorziening geldt.

 

Negende lid

Het vermogen wordt niet meegenomen in de beoordeling zolang de maandbedragen betrekking hebben op de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026. Dit dient het doel, analoog aan de energietoeslag, de toegankelijkheid tot deze kostensoort te vergroten.

Naar boven