Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulpregio JeugdFV

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel en Veenendaal ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft,

 

Overwegende dat:

 

  • -

    de gemeenten al samenwerken binnen een netwerksamenwerking en dit netwerk zich gedurende jaren organisch heeft ontwikkeld;

  • -

    voor het verankeren van deze samenwerking in de vorm van een bedrijfsvoeringsorganisatie de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 voor de deelnemers het vertrekpunt is geweest;

  • -

    de deelnemende gemeenten naast deze gemeenschappelijke regeling ook een integrale samenwerkingsovereenkomst kennen waarin de partners met elkaar nader de mogelijkheden omtrent het vormgeven van jeugdbeleid verkennen, en

  • -

    de deelnemende gemeenten waarde hechten aan de relationele aspecten binnen de samenwerking, waarbij onder meer de onderlinge verhoudingen, het commitment om samen te werken en het vertrouwen in elkaar centraal staan.

Gelet op de:

  • Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • Gemeentewet, en

  • Algemene wet bestuursrecht.

Besluiten:

 

aan te gaan de navolgende gemeenschappelijke regeling “Jeugdhulpregio JeugdFV” (hierna ook: JeugdFV).

 

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

Artikel 1: Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

 

a.

colleges:

de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers, als bedoeld in artikel 1, sub b, van deze regeling;

b.

deelnemers:

de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel en Veenendaal;

c.

dienstverleningsovereenkomst:

de dienstverleningsovereenkomst tussen Jeugdhulpregio JeugdFV en een deelnemer inzake de uitvoering van de taakvelden, als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de regeling;

d.

integrale samenwerking:

de samenwerking tussen de deelnemers over onder meer de beleidsinhoudelijke aspecten omtrent jeugdhulp, d.d. [….]

e.

raden:

de gemeenteraden van de deelnemers, als bedoeld in artikel 1, sub b, van deze regeling;

f.

JeugdFV:

de bedrijfsvoeringsorganisatie Jeugdhulpregio Jeugd JV, als bedoeld in artikel 2 van deze regeling;

g.

regeling:

de gemeenschappelijke regeling Jeugdhulpregio JeugdFV,

h.

wet:

de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 2: Bedrijfsvoeringsorganisatie

  • 1.

    Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie, genaamd Jeugdhulpregio JeugdFV.

  • 2.

    De JeugdFV is gevestigd te Ede.

Hoofdstuk 2: Taken en bevoegdheden

Artikel 3: Doelstelling en belang

De regeling beoogt het doeltreffend en doelmatig uitvoeren of doen uitvoeren van de door de deelnemers opgedragen taken, bedoeld in artikel 4 van de regeling, voortkomend uit of samenhangend met de taken op het gebied van jeugdhulp, die voortvloeien uit de Jeugdwet.

Artikel 4: Taken

  • 1.

    Ter behartiging van het in artikel 3 genoemde belang, draagt de JeugdFV namens de colleges zorg voor de uitvoerende, ondersteunende en adviserende werkzaamheden op het gebied van de volgende taakvelden:

    • a.

      regionale inkoop en afstemming over de bovenregionale inkoop van jeugdhulp;

    • b.

      contractmanagement en contractbeheer;

    • c.

      controle en verwerken van facturen en voorbereiden/uitvoeren van betalingsopdrachten;

    • d.

      vergaren beleidsinformatie en monitoren van (landelijke) ontwikkelingen t.b.v. gezamenlijke inkoop en beleidsontwikkeling in het kader van de Jeugdwet;

    • e.

      opstellen van managementinformatie en informatie voor de planning en control cyclus t.b.v. uitvoering, sturing en verantwoording;

    • f.

      verzorgen van informatie-uitwisseling met zorgaanbieders conform landelijke standaarden;

    • g.

      uitvoeren van doel- en rechtmatigheidscontroles, als ook de handhaving daarvan, en;

    • h.

      de organisatie van het regionale expertteam jeugd.

  • 2.

    De colleges kunnen aanvullende taken die samenhangen met de taakvelden, als bedoeld in het vorige lid, maar niet rechtstreeks daaruit voortvloeien, opdragen aan de JeugdFV. Nadere afspraken hierover worden vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst.

  • 3.

    In de dienstverleningsovereenkomst die jaarlijks met de deelnemers wordt gesloten, wordt gespecificeerd welke taken, als bedoeld in het eerste lid, JeugdFV voor de betreffende deelnemer uitvoert en onder welke inhoudelijke en financiële voorwaarden dit plaatsvindt.

  • 4.

    De taken en bevoegdheden ten aanzien van de taakvelden, bedoeld in het eerste lid, worden uitgevoerd met inachtneming van het door de deelnemers vastgestelde beleid.

  • 5.

    De JeugdFV kan werkzaamheden uitvoeren voor andere organisaties, indien het bestuur daartoe heeft besloten. De omvang van deze werkzaamheden voor derden, mag niet meer zijn dan toelaatbaar is op basis van artikel 2.24b, eerste lid, aanhef en onder b, Aanbestedingswet 2012.

Artikel 5: Algemene bevoegdheidstoedeling

  • 1.

    De colleges dragen geen bevoegdheden over aan het bestuur van de JeugdFV.

  • 2.

    Voor de uitvoering van de taken en werkzaamheden, als bedoeld in artikel 4, lid 1 en lid 2 en artikel 8 van deze regeling, wordt bij separaat besluit door de colleges mandaat verleend aan het bestuur van de JeugdFV.

  • 3.

    Onder mandateren wordt in dit artikel tevens verstaan het verlenen van volmacht tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen namens de deelnemers en het machtigen tot het verrichten van feitelijke handelingen namens de deelnemers.

Hoofdstuk 3: Het bestuur

Artikel 6: Samenstelling

  • 1.

    Elk college wijst uit zijn midden ieder één lid van het bestuur aan.

  • 2.

    De colleges wijzen uit hun midden één vervangend lid van het bestuur aan dat het door hen benoemde lid bij verhindering of ontstentenis vervangt.

  • 3.

    Elk lid wordt benoemd voor de duur van de zittingsperiode van het college.

  • 4.

    Het lidmaatschap van het bestuur eindigt zodra men ophoudt lid te zijn van het college dat hem heeft aangewezen. Het desbetreffende college voorziet zo spoedig mogelijk in de opvulling van de vacature.

  • 5.

    Het college kan zijn lid in het bestuur ontslaan bij gebrek aan vertrouwen.

  • 6.

    De leden van het bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen.

  • 7.

    Behalve in het geval dat een lid van het bestuur onmiddellijk ontslag neemt, gaat het ontslag in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger de benoeming heeft aangenomen.

  • 8.

    In geval van het bestaan van een of meer vacatures blijft het bestuur bevoegd besluiten te nemen.

Artikel 7: Besluitvorming bestuur

  • 1.

    Ieder lid van het bestuur van de JeugdFV heeft één stem. Het bestuur neemt in zijn vergaderingen de besluiten op basis van twee-derde meerderheid van de geldig uitgebrachte voor- en tegenstemmen, tenzij in de regeling anders is bepaald.

  • 2.

    De volgende besluiten worden op basis van unanimiteit genomen:

    • a.

      toetreding van een nieuwe deelnemer tot de regeling;

    • b.

      wijziging van de regeling;

    • c.

      vaststellen en wijziging van de begroting van de regeling;

    • d.

      vaststellen van de jaarrekening van de regeling.

  • 3.

    Geldige besluiten kunnen alleen worden genomen in een vergadering waarbij tenminste meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft in het bestuur van de JeugdFV aanwezig is en zich niet van deelneming aan de stemming onthoudt.

  • 4.

    Indien bij het nemen van een besluit door geen van de leden van het bestuur stemming wordt gevraagd, wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen.

  • 5.

    Indien de stemmen ten aanzien van een specifiek onderwerp tijdens een vergadering staken, wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Blijven de stemmen staken in een opnieuw belegde vergadering, dan is het voorstel niet aangenomen.

Artikel 8: Bevoegdheden bestuur

  • 1.

    De taken en bevoegdheden die bij de regeling worden opgedragen, berusten bij het bestuur, tenzij bij wet of in de regeling anders is bepaald.

  • 2.

    Tot de taken en bevoegdheden van het bestuur behoren in elk geval:

    • a.

      het vaststellen van het organisatiebesluit;

    • b.

      het vaststellen van de begroting, dan wel wijzigen daarvan;

    • c.

      het aanwijzen van de accountant, bedoeld in artikel 19 lid 1 van deze regeling;

    • d.

      het aanwijzen van de archiefbewaarplaats, bedoeld in artikel 20 lid 4 en 5 van deze regeling;

    • e.

      het vaststellen van de jaarrekening, en

    • f.

      het oprichten van en deelnemen in een (werkgevers)vereniging ter behartiging van één of meer belangen van de JeugdFV, met inachtneming van artikel 31a van de wet.

Artikel 9: Vergaderingen bestuur

  • 1.

    Het bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast.

  • 2.

    Het bestuur vergadert jaarlijks ten minste viermaal en voorts zo dikwijls als het daartoe beslist, alsmede als de voorzitter dit nodig acht, dan wel ten minste een vijfde deel van het aantal leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoekt.

  • 3.

    Voor zover daarvan in de regeling niet is afgeweken, zijn de artikelen 16, 17, 19, 20, 26, 28, 31 en 32 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing op het houden en de orde van de vergaderingen van het bestuur.

  • 4.

    De vergadering wordt niet geopend, voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden vertegenwoordigd is.

  • 5.

    De reglementen van orde voor de vergaderingen van het bestuur regelen de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde.

Artikel 10: Informatie- en verantwoordingsplicht

  • 1.

    Het bestuur van de JeugdFV verstrekt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken, aan de raden en de colleges schriftelijk alle inlichtingen die door een of meer van hen worden gevraagd, met in acht name van het bepaalde in de Wet open overheid.

  • 2.

    Het bestuur geeft aan de raden ongevraagd alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. De inlichtingen worden zowel mondeling als schriftelijk verstrekt.

  • 3.

    Een lid van het bestuur verschaft aan het college dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door dit college of door één of meer leden daarvan worden verlangd, op de binnen die deelnemer gebruikelijke wijze.

  • 4.

    Een lid van het bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in het bestuur gevoerde beleid.

  • 5.

    Het afleggen van verantwoording kan zowel mondeling als schriftelijk plaatsvinden.

Artikel 11: Zienswijzen

  • 1.

    Voorgenomen besluiten van het bestuur, die voor de deelnemers ingrijpende gevolgen kunnen hebben, worden door het bestuur voor zienswijzen voorgelegd aan de raden van de deelnemers.

  • 2.

    Het bestuur stelt een redelijke termijn voor het geven van zienswijzen door de raden, als bedoeld in het vorige lid.

Artikel 12: Participatie

  • 1.

    Ingezetenen en belanghebbenden kunnen via de normale procedures bij de raden respectievelijk de colleges, inspreken omtrent besluiten van de JeugdFV.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan het bestuur beslissen dat bij ingrijpende besluiten een apart traject voor inspraak wordt doorlopen, waarbij zowel belanghebbenden als ingezetenen de kans krijgen inspraak te leveren.

  • 3.

    Het bestuur informeert de colleges zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak.

  • 4.

    De colleges en het bestuur maken op de gebruikelijke wijze bekend dat de mogelijkheid tot inspraak wordt geboden.

Hoofdstuk 4: Voorzitter en directeur/eindverantwoordelijke

Artikel 13: Voorzitter

  • 1.

    Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter aan voor een periode van twee jaren. Het voorzitterschap rouleert na afloop van deze twee jaren tussen de deelnemers.

  • 2.

    De voorzitter ondertekent de stukken die van het bestuur uitgaan.

  • 3.

    De voorzitter is, onverminderd de taken van de secretaris, verantwoordelijk voor de voorbereiding van de vergaderingen van het bestuur en de vergaderorde binnen het bestuur.

  • 4.

    Het bestuur kan de voorzitter mandaat, volmacht dan wel machtiging verlenen om namens het bestuur te handelen.

Artikel 14: Eindverantwoordelijke

  • 1.

    Het bestuur stelt een eindverantwoordelijke van de JeugdFV aan, die optreedt als secretaris van het bestuur.

  • 2.

    Het bestuur kan de eindverantwoordelijke schorsen en ontslaan.

  • 3.

    De eindverantwoordelijke is geen lid van het bestuur van de JeugdFV, een college, een gemeenteraad, dan wel een werknemer die in dienst is van een van de deelnemers.

  • 4.

    De secretaris is het bestuur en de voorzitter behulpzaam bij de vervulling van hun taak en heeft in het bestuur een adviserende stem.

  • 5.

    Het bestuur stelt de instructie en het directiestatuut van de eindverantwoordelijke vast en wijst een vervanger aan die de eindverantwoordelijke bij diens afwezigheid kan vervangen.

  • 6.

    De eindverantwoordelijke is onder verantwoordelijkheid van het bestuur belast met de ambtelijke leiding van de JeugdFV en de zorg voor een juiste taakvervulling in de organisatie.

  • 7.

    De taken en bevoegdheden van de eindverantwoordelijke, waaronder het ondertekenen van alle stukken die van het bestuur uitgaan, worden vastgelegd in een door het bestuur vast te stellen directiestatuut.

  • 8.

    De eindverantwoordelijke verschaft minstens één keer per drie maanden informatie aan het bestuur, zodat zij het functioneren en de bedrijfsvoering van de JeugdFV kunnen beoordelen.

Hoofdstuk 5: Organisatie en personeel

Artikel 15: Organisatie

  • 1.

    JeugdFV heeft een ambtelijke organisatie, met aan het hoofd de eindverantwoordelijke.

  • 2.

    Het bestuur stelt, binnen de uitgangspunten van deze regeling, de kaders en structuur vast voor de organisatie van JeugdFV. Dit wordt vastgelegd in een organisatiebesluit, als bedoeld in artikel 8, lid 2, sub a van deze regeling.

Artikel 16: Personeel

  • 1.

    Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van een arbeidsovereenkomst, het ontslag van personeelsleden van de JeugdFV en het treffen van eventuele passende maatregelingen, met inachtneming van het vastgestelde organisatiebesluit.

  • 2.

    Op het personeel in dienst van de JeugdFV zijn de bepalingen uit de cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties en het personeelshandboek (incl. gedragscode) van de gemeente Ede van toepassing, zoals deze nu en in de toekomst zal luiden.

Hoofdstuk 6: Financiële bepalingen

Artikel 17: Financiële verantwoordelijkheid

  • 1.

    De deelnemers dragen er zorg voor dat de JeugdFV te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen, met in achtneming van terzake geldende wettelijke bepalingen en bevoegdheden van de colleges en raden.

  • 2.

    Indien een deelnemer weigert deze uitgaven op de gemeentelijke begroting te zetten, is artikel 21 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    Het bestuur stelt een bijdrageverordening vast. In de bijdrageverordening is in ieder geval geregeld op welke wijze en in welke mate de deelnemers financieel bijdragen aan de middelen voor instandhouding van de JeugdFV. In de bijdrageverordening wordt tevens geregeld hoe de deelnemers bijdragen aan de vorming van eigen vermogen in de vorm van reserves teneinde uitvoering te geven aan het eerste lid.

  • 4.

    Indien de JeugdFV in haar exploitatie positieve resultaten behaalt, worden deze resultaten verplicht toegevoegd aan de reserve, tenzij het bestuur besluit tot uitkering aan de deelnemers.

  • 5.

    Het bestuur stelt overeenkomstig artikel 35, zevende lid, van de wet een financiële verordening vast, waarmee uitvoering wordt gegeven aan artikel 212 van de Gemeentewet.

  • 6.

    Elke deelnemer draagt overeenkomstig de bijdrageverordening, bedoeld in het derde lid, de kosten voor de taken, bedoeld in artikel 4, alsmede voor aanvullende taken. De geldende afspraken over de bekostiging worden in de dienstverleningsovereenkomst genoemd.

  • 7.

    De door de deelnemers verschuldigde bedragen worden door de JeugdFV periodiek gefactureerd.

  • 8.

    In geval van niet tijdige betaling van de door de deelnemers verschuldigde bedragen, wordt de wettelijke rente in rekening gebracht.

Artikel 18: Begroting

  • 1.

    Het bestuur zendt elk jaar vóór 15 januari van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden.

  • 2.

    De raden van de deelnemers worden in de gelegenheid gesteld binnen 12 weken na ontvangst van de kaderbrief bij het bestuur hun zienswijze over de kaderbrief naar voren te brengen. Het bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting.

  • 3.

    Het bestuur zendt de ontwerpbegroting jaarlijks voor 15 april en twaalf weken voordat deze wordt vastgesteld voor zienswijzen toe aan de raden. Het bestuur zendt met de ontwerpbegroting ook de voorlopige jaarrekening aan de raden.

  • 4.

    De raden kunnen bij het bestuur van de JeugdFV hun zienswijzen over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het bestuur ter vaststelling wordt aangeboden.

  • 5.

    Conform de wet stelt het bestuur de raden voorafgaand aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de ontvangen zienswijze(n), alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

  • 6.

    In de begroting wordt onder andere aangegeven welke bijdrage elke deelnemer verschuldigd is voor de uitvoering van de taken door de JeugdFV.

  • 7.

    De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling van de ontwerpbegroting wordt openbaar kennis gegeven.

  • 8.

    Het bestuur van de JeugdFV stelt de begroting vast en zendt de begroting binnen twee weken na vaststellen, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.

  • 9.

    Op wijzigingen van de begroting zijn de voorafgaande bepalingen van dit artikel -met uitzondering van de genoemde data -van overeenkomstige toepassing.

Artikel 19: Jaarrekening

  • 1.

    Het bestuur van de JeugdFV maakt elk jaar de rekening van baten en lasten (inclusief de balans) van het voorgaande jaar op. Het bestuur zendt de rekening ter controle naar de door het bestuur aanwezen accountant, met het verzoek zo spoedig mogelijk het controlerapport uit te brengen.

  • 2.

    Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.

  • 3.

    Het bestuur zendt de rekening en het verslag van bevindingen van de accountant aan de deelnemers ter kennisneming.

Hoofdstuk 7: Archief

Artikel 20: Archiefbeheer

  • 1.

    Het bestuur van de JeugdFV draagt zorg voor de archiefbescheiden van de bestuursorganen van de JeugdFV.

  • 2.

    De eindverantwoordelijke is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van de JeugdFV en van de gemandateerde taken aan de JeugdFV, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

  • 3.

    Het bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van de JeugdFV, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.

  • 4.

    Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de gemandateerde taken aan de JeugdFV wijst het bestuur de archiefbewaarplaats van één van de deelnemers aan.

  • 5.

    Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de bestuursorganen van de JeugdFV wijst het bestuur de archiefbewaarplaats van de gemeente Ede aan.

  • 6.

    Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde taken aan de JeugdFV, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris welke afkomstig is van de gemeente Ede, bedoeld in het vierde lid.

  • 7.

    Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van de JeugdFV, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van de gemeente Ede.

  • 8.

    De archivaris van de deelnemer, bedoeld in het zesde lid, brengt jaarlijks aan het bestuur van de JeugdFV verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde taken aan de JeugdFV, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

  • 9.

    De archivaris van de deelnemer, bedoeld in het zevende lid, brengt jaarlijks aan het bestuur van de JeugdFV verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van de JeugdFV, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

Hoofdstuk 8: Geschillen

Artikel 21: Geschilregeling

  • 1.

    Met betrekking tot de geschillen omtrent de toepassing, in de ruimste zin, van de regeling tussen een of meer colleges en het bestuur van de JeugdFV, is artikel 28 van de wet van toepassing.

  • 2.

    Voordat over een geschil, als bedoeld in artikel 28 van de wet, de beslissing van de gedeputeerde staten wordt ingeroepen, legt het bestuur van de JeugdFV het geschil voor aan een geschillencommissie.

  • 3.

    De geschillencommissie bestaat uit drie leden. Eén lid wordt aangewezen door het bestuur van de JeugdFV en één lid wordt aangewezen door het betrokken college of colleges. Deze twee leden wijzen gezamenlijk een derde lid aan dat tevens als voorzitter van de geschillencommissie optreedt.

  • 4.

    De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen.

  • 5.

    De geschillencommissie brengt advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.

Hoofdstuk 9: Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

Artikel 22: Toetreding

  • 1.

    Het college van een andere gemeente dat wenst toe te treden, richt het verzoek tot toetreding aan het bestuur van de JeugdFV.

  • 2.

    Het bestuur stuurt een afschrift van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk aan de colleges.

  • 3.

    Het bestuur kan voorwaarden verbinden aan de toetreding en zendt deze voorwaarden zo spoedig mogelijk aan het college van de gemeente dat wenst toe te treden.

  • 4.

    Toetreding vindt plaats, indien alle colleges, inclusief het college van de toetredende gemeente, hebben ingestemd, conform artikel 1 van de wet.

  • 5.

    De toetreding treedt in werking de eerste dag van de maand na het tijdstip waarop de in het vierde lid bedoelde besluiten tot stand zijn gekomen, of anders op een moment zoals in het toetredingsbesluit bepaald.

Artikel 23: Uittreding

  • 1.

    Een college van elke deelnemer kan, na vooraf verkregen instemming van de raad, besluiten dat deelneming aan deze regeling wordt opgezegd, onverminderd het bepaalde in de wet of aanverwante wetgeving. De colleges en raden van de overige deelnemers worden over dit besluit geïnformeerd.

  • 2.

    Het college zendt het besluit tot uittreding toe aan het bestuur van de JeugdFV. De procedure voor uittreding vangt aan op de dag nadat het bestuur dit besluit heeft ontvangen.

  • 3.

    De uittreding gaat in op 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar waarin het college van de uittredende deelnemer te kennen heeft gegeven uit te willen treden.

  • 4.

    Het bestuur van de JeugdFV regelt de gevolgen van de uittreding. Het bestuur legt deze vast in een concept-uittredingsplan, als bedoeld in artikel 24 van de regeling.

  • 5.

    Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding.

  • 6.

    Een uittredende deelnemer kan geen recht doen gelden op de overdracht van enig eigendom van de JeugdFV.

Artikel 24: Procedure voor vaststelling uittredingsplan

  • 1.

    Het uittredingsplan bepaalt de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding.

  • 2.

    Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom.

  • 3.

    Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het bestuur van de JeugdFV op basis van een gezamenlijke voordracht met de uittredende deelnemer een onafhankelijke externe deskundige aan die het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van deze onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer.

  • 4.

    Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, als bedoeld in het vorige lid, wijst het bestuur van de JeugdFV de onafhankelijke adviseur aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit twee leden van het bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger van de uittredende deelnemer.

  • 5.

    Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het bestuur van de JeugdFV het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek, als bedoeld in artikel 25 van de regeling, en op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar.

  • 6.

    Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het bestuur van de JeugdFV de definitieve uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek, als bedoeld in artikel 25 van de regeling, en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding.

  • 7.

    Bij de berekening van de kosten voor uittreding, als bedoeld in het zesde lid, wordt een risico-opslag van 5% op de uittreedsom toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorziene kosten.

  • 8.

    Bij de voorbereiding van het concept-uittredingsplan biedt het bestuur van de JeugdFV de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of een betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het bestuur, conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer, de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen.

Artikel 25: Te vergoeden kosten

  • 1.

    De voorlopige respectievelijk definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten.

  • 2.

    Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door de JeugdFV die het directe gevolg zijn van de beslissing tot uittreding van een deelnemer.

  • 3.

    Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door de JeugdFV, die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.

  • 4.

    De JeugdFV brengt de uittreedsom, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het bestuur van de JeugdFV de definitieve uittreedsom, bedoeld in artikel 24 lid 6 heeft vastgesteld, tenzij in het uittredingsplan anders is vastgelegd.

  • 5.

    Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer.

  • 6.

    De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding, bedoeld in artikel 24 lid 5.

  • 7.

    De JeugdFV is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het bestuur van de JeugdFV van het besluit tot uittreding van de deelnemer.

Artikel 26: Verplichtingen uittreder

  • 1.

    De uittredende gemeente is gehouden zich in te spannen om de formatie van de JeugdFV, die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden, in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende gemeente overneemt van de JeugdFV wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.

  • 2.

    Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van de JeugdFV, die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden.

Artikel 27: Opheffen

  • 1.

    De regeling kan worden opgeheven bij daartoe gelijkluidende besluiten van de colleges.

  • 2.

    De opheffing wordt van kracht op 1 januari na de datum waarop de besluitvorming, bedoeld in het eerste lid, is afgerond. Het bestuur van de JeugdFV kan een andere datum vaststellen, mits deze niet ligt voor het tijdstip van afronding van de in het eerste lid bedoelde besluitvorming.

  • 3.

    Het bestuur regelt de gevolgen van de opheffing en stelt hiervoor een liquidatieplan vast. Alvorens dit plan vast te stellen, legt het bestuur dit voor aan de colleges en de raden die daarover hun zienswijzen kenbaar kunnen maken.

  • 4.

    Uit het plan, bedoeld in het vorige lid, volgt onder meer de verplichting voor elk college om alle rechten en plichten van de JeugdFV, op een in het plan te bepalen wijze te verdelen over de deelnemers.

  • 5.

    De JeugdFV en haar bestuur blijven na het opheffingsbesluit bestaan voor zover dit voor de uitvoering van het liquidatieplan nodig is.

Artikel 28: Wijzigen

  • 1.

    Een voorstel tot wijziging van de regeling kan worden gedaan door het bestuur van de JeugdFV of door een college. In het laatste geval wordt een zodanig voorstel ingediend bij het bestuur, die dit voorstel eventueel vergezeld van een advies, aan de colleges ter vaststelling aanbiedt.

  • 2.

    De regeling kan alleen gewijzigd worden op basis van unanimiteit.

Artikel 29: Zienswijzen en toestemming bij toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

  • 1.

    Deelnemers zenden het ontwerp van een besluit tot toetreding toe, uittreding uit, wijziging van of opheffing van de regeling toe aan hun raden, die binnen acht weken na ontvangst van het ontwerp een zienswijze over het ontwerp naar voren kunnen brengen bij hun colleges, overeenkomstig artikel 1, tweede en derde lid, van de wet.

  • 2.

    (Toetredende) deelnemers nemen niet eerder een besluit tot toetreding toe, uittreding uit, wijziging van of opheffing van de regeling, dan na verkregen toestemming van hun raden overeenkomstig artikel 1, vierde lid, van de wet.

Hoofdstuk 10: Slotbepalingen

Artikel 30: Evaluatie

  • 1.

    Het bestuur evalueert in het jaar voorafgaande aan reguliere gemeenteraadsverkiezingen het functioneren van de samenwerking. Voorafgaand aan de uitvoering van de evaluatie worden het doel, de reikwijdte en de wijze van evaluatie door het bestuur bepaald.

  • 2.

    De resultaten van de evaluatie, bedoeld in het eerste lid, worden uiterlijk in juni van het jaar voorafgaande aan de gemeenteraadsverkiezingen aangeboden aan de colleges.

Artikel 31: Inwerkingtreding

  • 1.

    De regeling treedt in werking op 1 november 2025. Echter, niet eerder dan de dag nadat de regeling bekend is gemaakt overeenkomstig het tweede lid.

  • 2.

    Het college van de gemeente Ede draagt zorg voor bekendmaking van de regeling als bedoeld in artikel 26, lid 4 van de wet.

  • 3.

    De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 32: Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulpregio JeugdFV.

Aldus vastgesteld op 28 oktober 2025.

Burgemeester en wethouders voornoemd,

W. Wieringa

Secretaris

J. van der Tak,

Burgemeester

Naar boven