Gemeenteblad van Bunschoten
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bunschoten | Gemeenteblad 2025, 548840 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bunschoten | Gemeenteblad 2025, 548840 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regel Subsidie kinder- en peuteropvang 2026 gemeente Bunschoten
Burgemeester en Wethouders van Bunschoten;
de gemeente sinds 1 augustus 2020 1 ervoor dient te zorgen dat geïndiceerde doelgroeppeuters in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar een voorschools educatief aanbod van 960 uur2 over 1,5 jaar krijgen (maximaal zes uur per dag) zodat alle peuters met een goede en gelijke start – zonder achterstand – aan het basisonderwijs beginnen.
de gemeente sinds 1 augustus 2020 een aanbod (maximaal 8 uur per week) organiseert voor peuters van alleenverdieners of niet-werkende ouders (huishoudens waarbij één van de partners werkt; de kostwinners, éénoudergezinnen waarbij de ouder niet werkt of huishoudens waarbij beide partners niet werken);
de gemeente de startnotie over de harmonisatie van de peuteropvang en kinderopvang in Bunschoten3 heeft vastgesteld waarin de verschillende varianten voor subsidieverlening staan vermeld;
gelet op artikel 2, tweede lid en artikel 4, tweede lid van de Algemene subsidieverordening gemeente Bunschoten 2022
de volgende nadere regel vast te stellen:
Nadere regel Subsidie kinder- en peuteropvang 2026 gemeente Bunschoten.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze nadere regel wordt verstaan onder:
Aanbieder: een exploitant / houder van een kindercentrum die kinder- en/of peuteropvang in de gemeente Bunschoten aanbiedt en is opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en voldoet aan de kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en onderliggende regelgeving. Een subsidie-aanvraag kan enkel door een aanbieder worden ingediend.
Doelgroeppeuter 4 : een kind van tweeënhalf tot en met drie jaar die een indicatie van de Jeugdgezondheidsdienst (GGD-regio Utrecht) heeft gekregen op basis van een van de volgende twee criteria:
Een doelgroeppeuter dient een kwalitatief voorschools aanbod (voorschoolse educatie) van 960 uur verspreid over 1,55 jaar te krijgen.
Voorschoolse educatie: uitvoering van een integraal effectief voorschools educatief aanbod aan geindiceerde doelgroeppeuters op de voorschool. Hierbij wordt tenminste voldaan aan de basisvoorwaarden voor kwaliteit uit het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie waarbij kinderen op gestructureerde en samenhangende wijze worden gestimuleerd bij hun ontwikkeling (taal, rekenen, sociaal-emotioneel en motorisch). Het educatieve aanbod is bedoeld voor kinderen vanaf 2,5 jaar tot de eerste dag dat zij de basisschool bezoeken.
De bijdrage die ouders van doelgroeppeuters kunnen betalen aan de aanbieder voor kinder- en peuteropvang voor de eerste 12 uur6 van het aantal uren voorschools educatief aanbod per week is gebaseerd op:
Voor het 13e tot en met het 16e uur7 van het aantal uren voorschools aanbod per week heft de aanbieder geen eigen bijdrage voor zover er sprake is van een doelgroeppeuter met een geïndiceerd risico op taalachterstand.
De bijdrage die ouders van doelgroeppeuters betalen aan de aanbieder voor kinder- en peuteropvang voor de eerste 12 uren8 van het aantal uren voorschools educatief aanbod per week is gebaseerd op:
Voor de laatste 4 uren9 van het aantal urenvoorschools-aanbod per week heft de aanbieder geen eigen bijdrage voor zover er sprake is van een doelgroeppeuter met een geïndiceerd risico op taalachterstand waarbij ouders aanspraak maken op kinderopvangtoeslag.
Eigen bijdrage van ouders van peuters zonder (risico op een) taalachterstand (Variant 3): de bijdrage die ouders van peuters zonder een indicatie van de GGD voor een risico op een taalachterstand kunnen betalen aan de aanbieder voor kinder- en peuteropvang voor het eerste en tweede dagdeel (maximaal 8 uur per week); deze ouders 10 kunnen geen aanspraak maken op een kinderopvangtoeslag of op een tegemoetkoming in het kader van arbeidsintegratie of voorliggende voorziening.
Artikel 2 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie op grond van deze nadere regel kan worden verleend voor activiteiten van aanbieders kinder- en peuteropvang die zijn gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van peuters in de gemeente Bunschoten. Deze activiteiten voldoen aan de door de rijksoverheid gestelde eisen. We onderscheiden de volgende activiteiten:
Doelgroeppeuters die conform de doelgroepdefinitie van de gemeente Bunschoten een indicatie van de GGD hebben gekregen voor een (risico op een) taalachterstand en 960 uur verspreid over 1,5 jaar kwalitatieve voorschoolse educatie 11 krijgen aangeboden;
Artikel 4 Hoogte van de subsidie
een opslag (maximaal € 3,89 per 1 januari 2025 12 ) wanneer het een geïndiceerde doelgroeppeuter betreft vanwege het kwalitatief aanbod van voorschoolse educatie.
De jaarlijkse indexering van de subsidies conform het door de raad vastgestelde indexeringspercentage voor subsidies van de gemeentelijke begroting is op deze opslag van toepassing. Wanneer het percentage van de CAO hoger is dan dit indexeringspercentage, dan kan de opslag op basis van deze CAO worden aangepast.
Voor verplichte inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker/coach (hbo werk en/of denkniveau) wordt subsidie verleend op basis van de telling van de geindiceerde doelgroeppeuters vanaf 2,5 jaar op peildatum 1 januari x 10 uur per kalenderjaar x uurtarief (€ 50,- per uur per 1 januari 2025). De jaarlijkse indexering van de subsidies conform het door de raad vastgestelde indexeringspercentage voor subsidies van de gemeentelijke begroting is hierop van toepassing. Indien de procentuele stijging van de personeelskosten op grond van de CAO hoger is, kan het uurtarief hiermee worden aangepast.
Mocht gedurende het jaar blijken dat er wachtlijsten ontstaan voor doelgroeppeuters 13 of als er zich tussentijdse nieuwe verplichtingen/zorgelijke ontwikkelingen voordoen en dat er nog middelen beschikbaar zijn, dan kan hierover overleg plaatsvinden teneinde tot een passende maatwerkoplossing te komen.
Artikel 5 Verdeling van de subsidie
Binnen het vastgestelde subsidieplafond (Jaarprogramma subsidies) wordt het resterende bedrag deel bestemd voor subsidie die ten goede komt aan de activiteiten voor peuters als genoemd onder artikel 3 lid 1 in deze nadere regel (geïndiceerde doelgroeppeuters) of onder artikel 4 lid 4 in deze nadere regel (wachtlijsten/maatwerkoplossingen).
Van de rijksmiddelen 14 ‘Specifieke uitkering Onderwijsachterstandenbeleid’ wordt een deel ingezet dat nodig is ten behoeve van activiteiten/ondersteuning van een kwalitatief educatief aanbod voor geïndiceerde doelgroeppeuters om aan de 960-uren eis te voldoen alsmede om aan de eis te voldoen om een pedagogisch medewerker/coach in de voorschoolse educatie (10 uur per jaar per geindiceerde doelgroeppeuter op peildatum 1 januari) in te zetten;
Artikel 6 Uitzondering voor ‘vervroegd of verlengd educatief aanbod’
In individuele bijzonder schreinende situaties is het mogelijk om een uitzondering te maken voor deelname aan een kwalitatief educatief voorschools aanbod vanaf de leeftijd waarop een geïndiceerde doelgroeppeuter twee jaar is, dan wel dat een kind de leeftijd van 4 jaar heeft bereikt. Een verleend vervroegd of verlengd educatief aanbod op basis van individuele bijzondere omstandigheden, schept geen precedentwerking voor een vergelijkbare situatie in de toekomst.
Een verlengd educatief voorschools aanbod wordt geïndiceerd:
Wanneer er geen voorliggende voorziening 15 of ander passende oplossing is;
Wanneer er afzonderlijke uitkeringen of regelingen volgen voor vergelijkbare specifieke groepen (doelgroep)peuters, vallen deze eveneens onder deze Nadere regel tenzij er andere voorwaarden aan deze specifieke uitkeringen of regelingen worden verbonden. Dan gelden deze andere specifieke voorwaarden.
Aanbieders dienen hiervoor een afzonderlijke registratie bij te houden.
Artikel 8 Subsidieverplichtingen
De in dit artikel genoemde verplichtingen worden in een beschikking vastgelegd.
Aan de subsidie-ontvanger als bedoeld onder artikel 1 onder c kan het college de volgende verplichtingen opleggen. De aanbieder houdt een administratie bij van de doelgroepen waaruit het aantal benutte kindplaatsen per kalendermaand blijkt met daarbij een specificatie van:
de aanbieder verstrekt elk half jaar een overzicht van de berekening van de subsidiebijdrage per benutte kindplaats op basis van de door de aanbieder bijgehouden deugdelijke administratie.
de aanbieder werkt (pro)actief mee bij:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-548840.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.