Gemeenteblad van Amstelveen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amstelveen | Gemeenteblad 2025, 548431 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amstelveen | Gemeenteblad 2025, 548431 | ander besluit van algemene strekking |
Besluit van de raad van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van het Plan voor Energietransitie, Circulaire economie en Klimaatadaptatie 7.0 (PLECK 7.0)
In de bijlage treft u het Plan voor Energietransitie, Circulaire economie en Klimaatadaptatie 7.0 (PLECK 7.0) aan, zoals het is vastgesteld door de gemeenteraad van Amstelveen. De geïllustreerde versie van PLECK 7.0 is ook aan deze publicatie toegevoegd.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 12 november 2025.
Klimaatroutekaart Amstelveen 2025-2029
Actieplan Circulair Textiel Amstelveen 2025-2026
Leidraad Duurzaam Bouwen en Gebiedsontwikkelen
PLECK 7.0 Plan voor Energietransitie, Circulaire economie en Klimaatadaptatie 7.0
Energietransitie: Naar een robuust en flexibel systeem
Circulariteit: Van ambities naar concrete resultaten
Klimaatadaptatie: Voorbereid op extremer weer
Duurzaam bouwen: Circulaire ambities in de praktijk
Internationale context en lokale actie
Rekenkameronderzoek en doorontwikkeling PLECK
Klimaatroutekaart als strategisch instrument
Hoofdstuk 2 Wat gebeurt er om ons heen?
Hoofdstuk 4 Waar staat de gemeente nu?
Energietransitie - 8 werksporen uitgevoerd
Ondersteunende programma’s en activiteiten
Hoofdstuk 5 De effecten van het beleid
5.2 Energietransitie hele gemeente
Hoofdstuk 6 Vooruit naar 2026 en verder
Accentverschuivingen voor 2025-2026 32 Energietransitie (met acht werksporen)
Actieplan klimaatadaptatie 2021-2026
Hoofdstuk 7 Werkagenda’s 2025-2026
Ondersteunende programma’s (organisatie-breed)
Hoofdstuk 8 Financiën duurzaamheid
Bijlage 3: Actieplan Circulair Textiel
Bijlage 4: Leidraad Duurzaam Bouwen en Gebiedsontwikkelen
Het thema duurzaamheid blijft prominent in het nieuws, waarbij de energietransitie een centrale rol speelt. Nederland bevindt zich in 2025 in een cruciale fase van de energietransitie, met zowel vooruitgang als nieuwe uitdagingen. Er is vooruitgang waarneembaar op het gebied van opwekking van hernieuwbare energie, maar netcongestie vormt een groeiend probleem.
We hebben nog een flinke weg te gaan naar een uitstootvrije en circulaire samenleving in 2050. Daarom werkt Amstelveen hard aan de doelstellingen en monitoren we jaarlijks onze voortgang. Het meten blijkt complex: cijfers komen vaak met vertraging, vallen soms tegen ondanks veel inspanningen, of vallen juist mee. Door in te zetten op de juiste doelstellingen, in lijn met EU en Rijk, weten we dat we op de goede weg zijn. We meten wat we kunnen meten, maar erkennen dat exacte CO2-effecten van individuele maatregelen moeilijk te voorspellen zijn. De gemeente combineert beschikbare data met technische expertise om de grootste energieverbruikers te identificeren en pakt deze aan waar technisch en financieel haalbaar.
Energietransitie: Naar een robuust en flexibel systeem
De energietransitie vergt de grootste inspanning van de gemeente. Het hele systeem transformeren van een fossiel gevoed systeem naar een systeem met hernieuwbare energie richting 2040 is een grote stap. Met name het verduurzamen van de bebouwde omgeving is een omvangrijke opgave. Het Nationaal Isolatieprogrammahttps://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/nationaal-isolatieprogrammaen de lokale uitwerking daarvan geven hiervoor het kader. Dit sluit aan bij het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE), het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) en het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) die gezamenlijk richting geven aan de energietransitie.
Het Rijk speelt een centrale rol bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving door middel van wetgeving, subsidies en financiële regelingen, zoals energiebespaarleningen en hogere subsidies voor isolatiemaatregelen en warmtepompen. Het Rijk stelt ook normen en eisen, stimuleert duurzaam bouwen en verbouwen en verbetert de voorwaarden zodat meer mensen, met name kwetsbare huishoudens, hun woningen kunnen verduurzamen en deelnemen aan de energietransitie. De komende jaren wordt hiervoor het Zero Emission Building (ZEB-niveau) geïntroduceerd als norm voor het emissievrije gebouw in 2050 (dit als uitwerking van de Europese EPBD IV richtlijn). De nieuwe warmtewet (WCW) en de Wet instrumentarium gemeentelijke warmte transitie (WIGW) bieden instrumenten om ook stappen te zetten bij het toepassen van duurzame warmte. Het warmteprogramma moet hiervoor het kader gaan bieden.
De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor circa 17% van de landelijke CO2-uitstoot. Gemeenten spelen een centrale rol bij het verduurzamen hiervan door lokale aanpakken zoals de Speciale Uitkering Aanpak Isolatie (SpUk) en het verstrekken van informatie en ontzorging.
Nieuwe ontwikkelingen zoals flexibiliteitscontracten en slimme netoplossingen worden ingezet om netcongestie tegen te gaan. Netbeheerders introduceren tijdgebonden transportrechten om gebruikers te stimuleren hun energieverbruik te verschuiven naar momenten buiten de piekuren.
Circulariteit: Van ambities naar concrete resultaten
We verspillen 90% van onze grondstoffen door een lineaire economie met hoge productomloop.
Nederland wil in 2050 volledig circulair zijn, maar de Integrale Circulaire Economie Rapportage 2025 toont dat we er nog niet in slagen grondstoffen fors terug te dringen. In 2022 gebruikten we zelfs meer materiaal dan in 2020.
Het Nationaal Programma Circulaire Economie 20232030 bevat een mix van beprijzende, normerende en stimulerende maatregelen. Als gemeente pakken we aan wat we kunnen: grondstoffen, inkoop, aanbesteding, grondbank en bouwen. We werken samen met de MRA waar dat oplossingen biedt. Nederlandse recyclingbedrijven worstelen omdat nieuw plastic goedkoper is dan gerecycled plastic. De circulaire economie kampt met opstartproblemen: banken financieren onbewezen bedrijfsmodellen niet graag.
Klimaatadaptatie: Voorbereid op extremer weer
Door klimaatverandering hebben we te maken met extremer weer. Het nationaal Hitteplan wordt bijna jaarlijks geactiveerd. De KNMI ‘23-klimaatscenario’s tonen dat klimaatverandering sneller gaat dan gedacht: de kans op extreme buien verdubbelt richting 2050.
De Deltacommissie benadrukt dat we anders moeten omgaan met te veel en te weinig water. Oplossingen liggen niet alleen in waterbeheer, maar ook in omgevingsinrichting en grondgebruik. In 2025 start een nieuwe ronde stresstesten binnen het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, deze resultaten worden eind 2026 gepubliceerd.
Duurzaam bouwen: Circulaire ambities in de praktijk
Duurzaam bouwen is door de gemeenteraad in 2021 als ambitie vastgelegd in de Leidraad Duurzaam bouwen en gebiedsontwikkelen. De leidraad wordt toegepast op nieuwbouw van gemeentelijke gebouwen en in overleg met ontwikkelaars zo veel mogelijk toegepast in projecten door derden en gebiedsontwikkelingen. Hoewel de gemeente circulair bouwen niet juridisch kan afdwingen, stimuleert zij dit via convenanten en eigen projecten. De ambities passen binnen het in 2024 getekende geactualiseerde convenant Toekomstbestendig Bouwen en het in 2023 getekende Manifest circulair bouwen ‘Het Nieuwe Normaal’
Internationale context en lokale actie
De terugtrekking van de VS uit het Klimaatakkoord van Parijs in januari 2025 vindt plaats in een periode waarin verschillende landen hun klimaatbeleid heroverwegen. In Europa is discussie ontstaan over de kosten en het tempo van de energietransitie.
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft aangegeven dat het behalen van de Nederlandse 2030-doelstelling van 55% CO2-reductie onwaarschijnlijk is geworden door tegenvallers in de uitvoering, het schrappen van beleidsmaatregelen en gewijzigde politieke prioriteiten. Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor de gemeentelijke uitvoering van klimaatbeleid.
Rekenkameronderzoek en doorontwikkeling PLECK
De Rekenkamercommissie Amstelveen concludeert dat PLECK goed aansluit bij landelijke en Europese kaders, maar dat meer inzicht in voortgang en samenhang tussen de drie transities nodig is. De beoogde tijdslijnen voor het behalen van ambities behoeven aanpassing mede door externe factoren zoals vertraagde wetgeving, netcongestie en de lange termijn financiële onzekerheden. Daarom wordt in PLECK gekozen voor een realistische, gefaseerde aanpak waarbij de ambities overeind blijven maar het tijdpad op onderdelen wordt bijgesteld.
De Rekenkamer beveelt aan de realiteitswaarde van doelen te herijken en een betere verbinding tussen doelen, inspanningen en resultaten te leggen. Deze aanbevelingen sluiten aan bij de reeds ingezette doorontwikkeling van PLECK van statusrapport naar strategisch sturingsinstrument. PLECK 7.0 bouwt voort op deze transformatie met concrete werkagenda’s voor 2025-2026, transparante monitoring inclusief nieuwe indicatoren en expliciete benoeming van externe belemmeringen met handelingsperspectieven. Het document biedt de raad al meer concrete handvatten voor kaderstelling en bijsturing, waar eerdere versies vooral rapporteerden over uitgevoerde activiteiten.
In hoofdstuk 5 wordt een uitsplitsing gemaakt van CO2-uitstoot in de gemeente per type gebruiksvorm (elektriciteit, warmte, brandstoffen) en naar type sector (gebouwde omgeving, verkeer en vervoer, bedrijven/ energie/afval, landbouw). Voor effectievere sturing is meer gedetailleerd inzicht wenselijk, zoals CO2-uitstoot op wijkniveau. Het is de ambitie om parallel aan het Warmteprogramma in 2026 te werken aan een uitgebreidere CO2-rapportage, waarbij wordt onderzocht welke data op wijkniveau beschikbaar is via bronnen zoals Emissieregistratie.
Klimaatroutekaart als strategisch instrument
De bijgevoegde klimaatroutekaart, die tegemoetkomt aan de aanbevelingen van de Rekenkamer, vormt een gedeeltelijke beantwoording van de raadsmotie over een routekaart CO2-reductie. De routekaart presenteert gefaseerde mijlpalen van 2025 tot 2050 en toont de samenhang tussen de drie transities - energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie.
Als startpunt van een groeimodel zal de routekaart in toekomstige versies van PLECK verder worden doorontwikkeld en verfijnd. Vervolgversies kunnen meer gedetailleerde reductiepaden bevatten, aanvullende tussentijdse meetpunten en een betere koppeling tussen maatregelen en meetbare effecten. Door deze iteratieve aanpak kan de routekaart uitgroeien tot een beter strategisch instrument dat de motie over CO2-reductie verder beantwoordt en daarmee de sturingsfunctie van PLECK versterkt.
Deze uitwerking biedt een basis voor doorontwikkeling waarbij de routekaart kan bijdragen aan de koersbepaling naar klimaatneutraliteit in 2050. De klimaatroutekaart koppelt de dagelijkse uitvoering aan de langetermijnvisie en geeft inwoners, bedrijven en stakeholders perspectief op de timing en samenhang van de drie transities.
Dit document beschrijft de voortgang sinds PLECK 6.0 (november 2024) en schetst de aanpak voor verduurzaming van de stad in 2026 en verder. Het Plan voor Energietransitie, Circulaire economie en Klimaatadaptatie 7.0 is als volgt opgebouwd:
Hoofdstuk 1 - Inleiding Schetst de actuele ontwikkelingen rond energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie. Beschrijft hoe PLECK zich steeds meer ontwikkelt naar een strategisch sturingsinstrument en hoe aanbevelingen van de Rekenkamercommissie waar mogelijk zijn verwerkt.
Hoofdstuk 2 - Wat gebeurt er om ons heen? Biedt een overzicht van de context waarbinnen Amstelveen opereert: Europese wetgeving, landelijk beleid en regionale samenwerkingen. Deze ontwikkelingen vormen mede het kader voor het gemeentelijk beleid.
Hoofdstuk 3 - Doelstellingen Presenteert de Amstelveense ambities die mede voortvloeien uit de geschetste context. Bevat doelen voor 2030, 2040 en 2050 op het gebied van CO2-reductie, energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie.
Hoofdstuk 4 - Waar staat de gemeente nu? Geeft inzicht in lopende projecten en activiteiten per transitie. Beschrijft de aanpak via werksporen voor energie, werklijnen voor circulariteit en klimaatadaptatiemaatregelen.
Hoofdstuk 5 - De effecten van het beleid Toont (waar mogelijk meetbare) resultaten op basis van beschikbare monitoring en data. Presenteert de voortgang op verschillende indicatoren met trends en ontwikkelingen sinds 2016.
Hoofdstuk 6 - Vooruit naar 2026 en verder Schetst een mogelijk tijdpad met beoogde mijlpalen tot 2050. Beschrijft voorgestelde accentverschuivingen voor 2025-2026 en verkent per transitie welke ontwikkelingen en projecten kunnen worden opgepakt.
Hoofdstuk 7 - Werkagenda’s Bevat voorstellen voor concrete acties voor 2025-2026 per transitie. Een praktische uitwerking van mogelijke activiteiten, afhankelijk van beschikbare middelen en capaciteit.
Hoofdstuk 8 - Financiën duurzaamheid Geeft een overzicht van beschikbare financiële middelen: structurele budgetten, verwachte CDOKE-middelen en de reserve duurzaamheid.
Klimaatroutekaart - Visualiseert de drie transities met concrete mijlpalen van 2025 tot 2050 en vormt een gedeeltelijke beantwoording van de motie over een routekaart CO2-reductie.
Hoofdstuk 2 Wat gebeurt er om ons heen?
In dit hoofdstuk schetsen we een beeld van de ontwikkelingen in de EU en op Rijksniveau. Het is geen uitputtende opsomming, maar beschrijft enkele ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op gemeentelijk beleid of projecten. Deze context bepaalt de richting waarin wij kijken en voor een groot deel de gemeentelijke inzet.
De Europese Green Deal heeft in 2024 geleid tot versnelde implementatie van nieuwe wetgeving met directe gevolgen voor Nederlandse gemeenten. De belangrijkste ontwikkelingen zijn de EPBD IV, nieuwe circulaire economie verplichtingen en verscherpte klimaatdoelen.
EPBD IV (Energy Performance Building Directive)
In 2024 is de EPBD IV door de EU vastgesteld. In de kamerbrief van 14 juli 2025 wordt aangegeven hoe deze richtlijn de komende jaren in Nederland geïmplementeerd gaat worden.
De EPBD IV-richtlijn, vastgesteld in 2024, introduceert gefaseerde doelstellingen voor de verduurzaming van de Europese gebouwenvoorraad (zie hoofdstuk 3 voor de concrete verplichtingen). Het Nederlandse implementatietraject, beschreven in de Kamerbrief van 14 juli 2025, vertaalt deze Europese ambities naar nationale maatregelen met expliciet aandacht voor energiearmoede en kwetsbare huishoudens.
Amstelveen is aangesloten bij een Nederlands netwerk rondom de EU-missie Climate-Neutral and Smart Cities en was één van de 70 Europese Craft-cities voor kennisuitwisseling op klimaatneutraliteit. Het Craft-project liep tot 2025 en werd afgesloten met een evenement in maart. Naast financiering is een belangrijke doelstelling van Europese projecten om kennis en expertise voor Amstelveense projecten in te zetten.
Corporate Sustainability Reporting Directieve (CSRD)
Sinds 2024 moeten grote bedrijven rapporteren over duurzaamheidsprestaties. De in februari 2025 aangekondigde versoepeling vermindert de rapportagelast voor het lokale MKB.
Voor Amstelveen betekent de CSRD dat we bij aanbestedingen boven de Europese drempels (€215.000) duurzaamheidsdata van leveranciers meewegen. Dit ondersteunt onze doelstelling van 50% circulair inkopen: we kunnen objectief vergelijken op CO2-uitstoot, circulariteit en ketenverantwoordelijkheid. De CSRD wordt zo een instrument om via gemeentelijke inkoop de markt te verduurzamen.
Nieuwe EU-wetgeving circulaire economie
In 2024 heeft de Europese Unie de Verordening Ecologisch ontwerp voor duurzame producten (EU) 2024/1781 en de Richtlijn recht op reparatie (EU) 2024/1799 aangenomen die de circulaire economie verder vormgeven. Deze nieuwe regelgeving biedt gemeenten zoals Amstelveen concrete instrumenten om de circulaire transitie te versnellen en sluit naadloos aan bij onze huidige ambities.
De nieuwe EU-wetgeving versterkt wat we in Amstelveen al doen: van circulair inkopen en stimuleren van reparatie tot het voorkomen van verspilling. Voor onze doelstelling om in 2025 50% circulair in te kopen, bieden de nieuwe Europese regels concrete handvatten. Ook ons plan voor een circulair ambachtscentrum op Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) krijgt extra ondersteuning door het nieuwe Europese recht op reparatie.
Het Recht op Reparatie verplicht producenten tot reparatie wanneer technisch mogelijk, geeft consumenten 12 maanden extra garantie bij reparatiekeuze, en biedt toegang tot een Europees onlineplatform voor reparatiediensten. Implementatie in Nederlandse wetgeving moet plaatsvinden voor juli 2026.
De Verordening Ecologisch Ontwerp Duurzame Producten introduceert digitale productpaspoorten voor betere traceerbaarheid, stelt strengere eisen aan productontwerp, voert verplichte criteria in voor groene overheidsopdrachten, en verbiedt het vernietigen van onverkochte consumptiegoederen.
Regeerprogramma en onzekerheid
In juni 2025 viel het kabinet, wat onduidelijkheid heeft gecreëerd over voortzetting van het klimaatbeleid. Concreet benoemd beleid waarmee wordt voortgegaan omvat: blijven investeren in verduurzaming van woningen en gebouwen, lokale aanpak voor isolatie, voortzetting van het Warmtefonds, behoud van subsidies voor isolatie en warmtepompen (in de kamerbrief van 11 juli 2025 is dit verder uitgewerkt), door de tweede kamer vastgesteld. voortzetting van het energiefonds voor huishoudens in 2025 en 2026 en bevordering van grondstoffentransitie en hergebruik.
Tegelijkertijd wordt de belasting op aardgas verlaagd, zijn hybride warmtepompen niet verplicht bij vervanging van verwarmingsketels, en wordt de salderingsregeling voor kleinverbruikers per 1 januari 2027 beëindigd.
In het Klimaatakkoord is afgesproken dat Nederland in 2050 van het aardgas af is. De wet geeft gemeenten bevoegdheden om regie te pakken in de warmtetransitie, wat nodig is omdat net als in veel andere gemeenten de verdere uitrol van het warmtenet in Amstelveen grotendeels stilligt.
Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)
Deze wet geeft gemeenten bevoegdheden om regie te pakken in de warmtetransitie. De wet is aangenomen door de Tweede Kamer op 23 april 2024 en door de Eerste Kamer op 10 december 2024. De wet treedt gefaseerd in werking: wijziging van de warmtewet per 1 januari 2025, de rest van de Wgiw naar verwachting op 1 januari 2026. Het warmteprogramma moet uiterlijk eind 2026 worden vastgesteld.
Deze wet vervangt de huidige Warmtewet en heeft tot doel de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten te vergemakkelijken. Warmtenetten moeten voor meer dan 50% publiek eigendom worden. De WCW is juni 2025 door de tweede kamer vastgesteld.Na de zomer wordt de wet in de eerste kamer besproken. De geplande inwerkingtreding is op dit moment 1 januari 2026.
Nieuwe Energiewet Deze wet wordt het wettelijke fundament van de energietransitie en vervangt de Gaswet en Elektriciteitswet 1998. De wet is vastgesteld op 10 december 2024 en treedt in werking op 1 januari 2026.
De EU verscherpt de eisen voor laadinfrastructuur richting 2030. Amstelveen ligt met 17,5 laadpunten per 1.000 inwoners ruim boven het landelijk gemiddelde (10,2) en breidt uit naar 25 per 1.000. Het succesvolle kabelgoottegelproject wordt opgeschaald en geïntegreerd in regulier beleid. In 2025 worden de voorbereidingen afgerond voor de plaatsing van een eerste solar carport boven een gemeentelijke parkeerplaats. Daarmee ligt er een business case en een juridische basis voor de aanbesteding die nog in 2025 wordt opgestart.
Vanwege de ruimtelijke ontwikkelingen in het Stadshart wordt gewerkt aan een visie duurzame mobiliteit ontwikkeld die laadinfrastructuur, fietsvoorzieningen en het STOMP-principe (S - Stappen (lopen) T - Trappen (fietsen) O - Openbaar Vervoer M - Mobiliteit als service (deelmobiliteit zoals deelauto’s, deelscooters) P - Privé vervoer) integreert. Lockerwanden voor fietsen en batterijopslag beogen om duurzaam vervoer naar het centrum verder te stimuleren, naast (plannen voor) meer fietsparkeermogelijkheden. Daarnaast wordt de haalbaarheid onderzocht van een nieuw busstation en het doortrekken van tram 5 om ook het openbaar vervoer te verbeteren.
Het Rijk stimuleert biobased bouwen, het gebruik van natuurlijke materialen en reststromen, via een breed pakket aan maatregelen. De Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) vormt hierbij de ruggengraat, waarvoor €200 miljoen is uitgetrokken. Deze aanpak ondersteunt de verwerkende industrie financieel bij het opzetten van productiefaciliteiten en verbindt ketens van boeren, verwerkers en bouwers.
Daarnaast stimuleert het Rijk via directe subsidies zoals de ISDE en SVVE, waarbij vanaf 2024 een extra bonus geldt voor biobased isolatiematerialen. Ook worden belastingvoordelen geboden via de MIA/Vamil-regelingen voor investeringen in duurzame bedrijfsmiddelen. Ten slotte werkt het Rijk via regelgeving door de aanscherping van de Milieuprestatie Gebouwen (MPG) met zwaardere sturing op CO2, waardoor de vraag naar biobased materialen toeneemt.
Biobased isolatiematerialen zoals hennep en houtvezel krijgen steeds meer aandacht als duurzaam alternatief. Deze natuurlijke isolatiematerialen dragen bij aan een gezonder binnenklimaat doordat ze vochtregulerend zijn en geen schadelijke of chemische componenten bevatten. Hierdoor worden de luchtvochtigheid en luchtcirculatie in huis beter gereguleerd, wat schimmelvorming kan voorkomen.
Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid textiel (UPV)
Deze regeling is ingegaan op 1 juli 2023 voor importeurs, fabrikanten en buitenlandse aanbieders. Vanaf 2025 gelden nieuwe plichten voor producenten die financieel en organisatorisch verantwoordelijk worden voor textielafval recycling.
Nationale circulaire plastic norm (NCPN)
De voor 2027 aangekondigde NCPN, die ondersteund werd €287 miljoen aan subsidies voor het stimuleren van circulair plastic, is voorlopig van tafel. In april 2025 werd het Pakket voor Groene Groei gepresenteerd door de minister Hermans van Klimaat en Groene Groei. Daarmee werd teven bekend dat een norm voor circulair plastic niet doorgaat.
Herziening Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie
Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie wordt in 2025 geactualiseerd op basis van de KNMI’23 klimaatscenario’s. Voor gemeenten betekent dit nieuwe stresstesten en een herijking van adaptatiestrategieën. De resultaten worden eind 2026 gepubliceerd en vormen de basis voor het nieuwe gemeentelijke klimaatadaptatieplan vanaf 2027, inclusief een Routekaart Klimaatadaptatie Amstelveen 2050. Deze routekaart bevat meetbare indicatoren en een tijdspad voor het aanpakken van geïdentificeerde knelpunten, zodat de raad kan monitoren of de stad op schema ligt voor klimaatbestendigheid in 2050.
CO2-heffing afvalverbrandingsinstallaties
Deze landelijke heffing maakt restafvalverwerking duurder. Afvalverwerkers mogen de heffing doorberekenen aan gemeenten, wat de kosten voor Amstelveen verhoogt. Dit versterkt de financiële prikkel om restafval te verminderen, hoewel de oorspronkelijke doelstelling van 100 kg per inwoner in 2026 is losgelaten ten gunste van de nieuwe focus op recyclepercentages.
Naast de klimaattransitie blijft milieukwaliteit een belangrijke opgave. Stikstofproblematiek, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit vereisen gerichte maatregelen in mobiliteit en ruimtelijke ordening. Schone lucht en een groene leefomgeving dragen direct bij aan de volksgezondheid en helpen zorgkosten te verminderen.
Voor Amstelveen betekent dit onder andere aandacht voor het beperken van emissies, een gezonde bodem, verkeersbeperkende maatregelen en functioneel vergroenen van de openbare ruimte. Bij functioneel vergroenen staat de kwaliteit van het groen centraal, met als doel klimaatadaptatie te versterken, natuurwaarden te vergroten en beweging te stimuleren.
Een gezonde leefomgeving is veilig en beschermt tegen ongezonde omgevingsinvloeden. Extreme hitte en wateroverlast kunnen leiden tot gezondheidsklachten zoals stress, luchtwegklachten en hart- en vaatziekten. In de visie Gezonde Leefomgeving heeft de gemeente zich gecommitteerd aan het beperken van deze ongezonde omgevingsinvloeden en het inrichten van een klimaatadaptieve en veerkrachtige leefomgeving.
Het G40-stedennetwerk van 41 (middel)grote steden behartigt gezamenlijk belangen bij het Rijk. Dit heeft onder andere geleid tot de CDOKE-middelen (€1,5 miljoen voor Amstelveen) en invloed op de Warmtewet en Wgiw. Via een ambtelijke en bestuurlijke themagroep Duurzaamheid delen gemeenten kennis over isolatieprogramma’s, VvE-aanpakken en warmtenetten, wat tijd en kosten bespaart bij de uitvoering.
De samenwerkende overheden in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) zetten stevig in op duurzaamheid. Of het nu gaat om toekomstbestendig bouwen, om circulaire inkoop of om duurzame mobiliteit: de ambities die zijn opgenomen in de MRA Agenda zijn groot. Op alle onderdelen wordt vooruitgang geboekt, maar er blijken ook knelpunten te zijn in de uitvoering. Een gebrek aan capaciteit binnen gemeenten is misschien wel het belangrijkste knelpunt. De MRA heeft een hulpaanbod beschikbaar. Als één van de bestuurlijke trekkers van het thema Circulaire Economie coördineert de wethouder Duurzaamheid Amstelveen regionale initiatieven op dit gebied en wijst collegebestuurders in de regio op het hulpaanbod van het MRA.
De gemeente Amstelveen draagt actief bij aan de samenwerking door onder andere de marktconsultatie te faciliteren voor niet-herdraagbaar textiel en draagt bij actief aan de ontwikkeling van het convenant ‘Het Nieuwe Normaal’ voor circulair bouwen. Deze regionale samenwerking maakt complexe projecten haalbaar die gemeenten individueel niet kunnen oppakken, zoals de Green Deal Textiel en onderzoek naar gezamenlijke grondstoffenhubs.
Op basis van de Europese en landelijke kaders die worden beschreven in hoofdstuk 2, heeft Amstelveen zowel harde als zachte doelstellingen voor duurzaamheid geformuleerd. Harde doelstellingen zijn goed meetbaar, zachte doelstellingen zijn moeilijker in cijfers uit te drukken. Voor zover mogelijk zijn onze doelstellingen meetbaar gemaakt en opgenomen in de monitor duurzaamheid.
Amstelveen heeft de volgende algemene CO2-doelen:
2040: Amstelveen stoot 95% minder CO2 uit ten opzichte van 1990
Voor de drie grote transities zijn de doelen als volgt geformuleerd:
2030: Gemeentelijk wagenpark maximaal geëlektrificeerd, 100% groene energie-inkoop
2035: Maatschappelijk vastgoed aardgasvrij voor zover technisch en financieel haalbaar.
2040: De bebouwde omgeving is onafhankelijk van fossiele brandstoffen.
Wettelijke verplichtingen uit EU-wetgeving:“Uit de EPBD IV vloeien de volgende verplichtingen voort voor Amstelveen:
2027: Alle nieuwe gemeentelijke gebouwen emissievrij
2030: Alle nieuwbouw volgens Zero Emission Building (ZEB) standaard
2050: Volledige gebouwenvoorraad emissievrij
In een circulaire economie worden grondstoffen zo lang mogelijk en steeds opnieuw gebruikt en is er (bijna) geen afval. De aanpak is verdeeld in vier werklijnen:
Bij circulair inkopen wordt gestuurd op het sluiten van grondstofkringlopen en het verminderen van milieubelasting gedurende de hele levenscyclus van producten en diensten. Dit betekent dat bij aanbestedingen wordt gekeken naar aspecten zoals het gebruik van gerecyclede of biobased materialen, de mogelijkheid tot hergebruik, de levensduur van producten en de recyclebaarheid aan het einde van de gebruiksfase. Het percentage circulair inkopen wordt bepaald aan de hand van het aantal aanbestedingen waarin circulariteit als gunningscriterium is opgenomen.
2022: 10% van de inkopen is circulair
Landelijk zijn er doelen gesteld voor hergebruik van ons afval; de “Van Afval Naar Grondstof” (VANG)doelstellingen. Vóór 2021 lag de focus op het reduceren van de hoeveelheid restafval en het bereiken van 75% afvalscheiding in 2020. Hoewel er in het hele land en ook in Amstelveen flinke stappen werden gezet, zijn de oorspronkelijke streefdoelen niet volledig behaald. De grote toename in afvalscheiding bracht ook een druk op de kwaliteit van bepaalde afvalstromen, wat een reden was voor de verschuiving naar meer hoogwaardige recycling. De landelijke ambitie werd daarom herijkt door focus op het verbeteren van de kwaliteit van ingezamelde stromen en faciliteren van hoogwaardigere recycling. Sinds mei 2025 zijn de VANG-Wegwijzers geactualiseerd met nieuwe inzichten en cijfers om gemeenten te ondersteunen bij deze herijking naar hogere recyclingpercentages en kwaliteitsverbetering. De Europese norm voor recycling is dat minstens 65% van het stedelijk afval in 2035 gerecycled moet zijn.
2030: Minimaal 60% recycling (niet scheiding)
Circulair bouwen en gebiedsontwikkelingen
Circulair bouwen houdt materialen en producten zo lang mogelijk in de kringloop, met minimale verspilling en milieubelasting. De gemeente kan dit niet juridisch afdwingen bij derden, maar stimuleert via de Leidraad Duurzaam bouwen, convenanten en eigen projecten.
De grondbank verwerkt en slaat vrijgekomen gronden, groenafval en bagger op. In 2025 zijn reparaties uitgevoerd aan vloeistofdichte ondergronden en is de opslagcapaciteit voor compostering vergroot. De grondbank draagt bij aan de circulaire economie door groene reststromen om te zetten in bruikbare compost. In 2025 wordt de locatie Krijgsman herijkt in relatie tot gebiedsontwikkeling en efficiëntere bedrijfsvoering.
Klimaatadaptatie is het proces van aanpassing aan de actuele en verwachte gevolgen van klimaatverandering, zoals extremere weersomstandigheden, om schade te beperken en waar mogelijk kansen te benutten. Voor Amstelveen betekent dit voorbereid zijn op drie hoofdrisico’s: wateroverlast door extreme neerslag, langdurige droogte met grondwaterdaling, en hittestress in stedelijk gebied.
De doelstellingen vloeien voort uit het nationale Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, dat voorschrijft dat Nederland in 2050 klimaatbestendig moet zijn ingericht. Amstelveen heeft dit vertaald naar lokale ambities die aansluiten bij de gemeentelijke situatie:
Sinds 2020: De stad wordt planmatig klimaatbestendig ingericht
2026-2028: 130 bomen per jaar extra aanplant
2030: Minimaal 30% bladerdakbedekking in alle wijken
2050: Volledige ecologische corridor stad-bos-polder functioneel
2050: Amstelveen is klimaat-robuust ingericht tegen wateroverlast, droogte en hitte
De gemeente neemt binnen haar bevoegdheden maximale verantwoordelijkheid voor de duurzaamheidstransities. We hanteren vier rollen:
Zelf doen: eigen vastgoed, wagenpark en bedrijfsvoering verduurzamen
Regisseren: binnen wettelijke kaders sturen op warmtenetten, gebiedsontwikkeling en openbare ruimte
Faciliteren: ondersteunen waar directe sturing niet mogelijk is, zoals bij particulier woningbezit
Stimuleren: subsidies, voorlichting en samenwerking om beweging te creëren
Data-gedreven prioritering: Waar exacte CO2reductie vooraf niet te kwantificeren is, baseert de gemeente keuzes op beschikbare verbruiksdata, energielabels en technische kennis. We investeren eerst waar het grootste verbruik meetbaar is.
De gemeente erkent dat veel doelstellingen alleen haalbaar zijn met actieve deelname van inwoners en bedrijven. Waar onze directe invloed beperkt is, zetten we maximaal in op indirecte instrumenten. De energietransitie vraagt daarbij de meeste capaciteit en financiële middelen.
Hoofdstuk 4 Waar staat de gemeente nu?
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de lopende activiteiten en projecten per augustus 2025. De energietransitie vraagt de grootste inzet van de organisatie en de meeste financiële middelen. Met de CDOKE-middelen voor 2023-2026 heeft het team energietransitie kunnen groeien in capaciteit en expertise.
Daarnaast werken we aan de circulaire economie en klimaatadaptatie. Deze drie transities versterken elkaar: energiebesparing vermindert CO2-uitstoot, circulair bouwen beperkt grondstoffengebruik, en vergroening draagt bij aan zowel koeling als waterberging.
Per transitie beschrijven we hierna de concrete uitvoering via de werksporen voor energie, werklijnen voor circulariteit en het actieplan voor klimaatadaptatie. Ook komen de ondersteunende programma’s aan bod zoals CO2-prestatieladder, ondernemersklimaat en natuur- en milieueducatie.
Energietransitie - 8 werksporen uitgevoerd
Om de CO2-uitstoot te verminderen werkt de gemeente via 8 werksporen aan de energietransitie:
De gemeente hanteert een pragmatische aanpak: we identificeren de grootste verbruikers op basis van bekende informatie en expertise, en pakken deze aan binnen de grenzen van budget, netcapaciteit en marktomstandigheden. Precieze CO2-effecten worden achteraf gemonitord.
Het buurtenergieteam wat in 2024 startte in Randwijck en Bankras/Kostverloren heeft de aanpak uitgebreid naar meer woningtypologieën. In 2025 zijn 8 informatieavonden georganiseerd (totaal nu 18) met focus op het winterklaar maken van woningen en nieuwe isolatietechnieken. De inloopspreekuren trokken 153 unieke bezoekers en de technisch adviseur legde circa 80 woningbezoeken af voor persoonlijk advies over energiebesparende maatregelen.
2) Woningen en inwoners ondersteuning
Energieloket en advisering: Het afgelopen jaar is de nieuwe website volledig geïmplementeerd en geoptimaliseerd, waarbij ‘Slim besparen Amstelveen’ volledig is geïntegreerd (en dus opgeheven) in de Energieloket website. Hierdoor is het voor bewoners direct duidelijk dat het gaat om het officiële energieloket van de gemeente.
Via het loket kunnen bewoners direct offertes aanvragen voor isolatie, zonnepanelen of warmtepompen bij geselecteerde leveranciers. Van augustus 2024 tot nu zijn er 18.500 bezoeken geregistreerd, een stijging ten opzichte van vorig jaar.
Lokaal Isolatieprogramma: Het in april 2024 vastgestelde programma voor 2024-2026 richt zich op alle woningen, met intensieve ondersteuning voor DEFG-labels met lage WOZ-waarde. De resultaten tot juli 2025 tonen twee sporen: via ‘Vind een vakspecialist’ op het Energieloket zijn 212 offerteaanvragen ingediend waarvan 100 in uitvoering zijn, terwijl de intensieve SpUK Lokale Aanpak Isolatie heeft geleid tot 59 daadwerkelijk geïsoleerde woningen. De aanpak wordt geactualiseerd met specifiek aanbod voor VvE’s in de doelgroep, aangezien 265 VvE’s een indicatief DEFG-label hebben.
Collectieve acties en doorlopend aanbod: Na drie collectieve acties in 2024 is overgestapt op een doorlopend aanbod van energiebesparende maatregelen via het Energieloket. Tot en met juli 2025 zijn 212 offerteaanvragen ingediend, waarvan circa 100 opdrachten in behandeling of uitgevoerd zijn Subsidies verduurzaming: Het gebruik van landelijke ISDE-subsidies is in Amstelveen explosief gegroeid sinds 2021. Volgens data van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) steeg het aantal aanvragen van 337 adressen in 2021 naar 1.340 in 2024 - een verviervoudiging. Warmtepompen namen toe van 47 naar 436 stuks, het geïsoleerde oppervlak verdubbelde van 15.000 naar 38.000 m².
Waar in 2021-2022 vloerisolatie de populairste maatregel was (121 en 133 adressen), vormden warmtepompen vanaf 2023 de grootste categorie (413 in 2023, 419 in 2024). In totaal profiteerden 4.213 Amstelveense adressen van ISDE tussen 2021 en juli 2025, goed voor 137.000 m² isolatie en 1.222 apparaten.
Gemeentelijke subsidie als aanvulling
De gemeente Amstelveen biedt een eigen subsidieregeling die aanvullend is op de landelijke regelingen. In 2024 kende de gemeente 377 subsidies toe voor €564.592 (gemiddeld €1.497). In 2025 zijn er tot juli 189 aanvragen toegekend voor € 179.000.
In de subsidieregeling van de gemeente zijn er aanvullende subsidies beschikbaar voor: • €1.000 extra voor monumenteneigenaren
20% bonus voor biobased isolatiematerialen
10% extra bij gezamenlijke dakisolatie met buren
20% toeslag voor warmtepompen met natuurlijk koudemiddel
De verhouding tussen landelijke en gemeentelijke begunstigden is ongeveer 9:1 (1.340 ISDE-adressen versus 142 gemeentelijke aanvragen in 2024). Het Energieloket registreerde 18.500 websitebezoeken voor informatie over beide regelingen.
Energiearmoede: In juni 2022 is het Plan van aanpak energiearmoede vastgesteld, met een looptijd verlengd naar 2027. Het Rijk heeft €1.524.929 beschikbaar gesteld. Er wordt gewerkt langs drie sporen:
inkomensondersteuning, energiebesparing woningniveau en energiebesparing inwonersniveau. De energiefixers, stichting Belklus en energiecoaches bereiken jaarlijks honderden inwoners. Daarnaast zijn tien panden op campus Uilenstede verduurzaamd en is een succesvolle witgoedactie uitgevoerd.
VvE’s ondersteuning: De gemeente ondersteunt VvE’s via het Servicepunt Energieadvies Amstelveen, onder andere met informatieavonden, nieuwsbrieven en het beantwoorden van verduurzamingsvragen. Er zijn ruim 530 VvE’s in Amstelveen, waarvan 265 met een indicatief DEFG-energielabel. Onlangs is ook een cursus gestart voor bestuurders van VvE’s om hen verder op weg te helpen met energiebesparing en gezamenlijke maatregelen.
Huurwoningen: Ruim 700 corporatiewoningen van Eigen Haard worden aangesloten op het warmtenet vanaf Q4 2025 tot en met 2027.
De particuliere huursector (56% van alle huurwoningen) krijgt in 2025 een aparte aanpak ontwikkeld, anticiperend op de EPBD IV-verplichtingen die vanaf 2026 gaan gelden.
3) Bedrijven en utiliteitsbouw In 2022 is het Uitvoeringsplan energiebesparing bedrijven 2022–2025 vastgesteld, in samenwerking met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG). De uitvoering richt zich op de wettelijke verplichtingen voor bedrijven op het gebied van energiebesparing. Zo geldt sinds 1 januari 2023 een landelijke verplichting voor utiliteitsgebouwen, zoals kantoren, om minimaal energielabel C te hebben. Twee bedrijven in Amstelveen voldoen nog niet aan deze norm, met hen zijn afspraken gemaakt of loopt een handhavingstraject.
Daarnaast geldt voor bedrijven de Energiebesparingsplicht. Dit is een Nederlandse wettelijke verplichting voor bedrijven en instellingen die jaarlijks meer dan 50.000 kWh elektriciteit en/of 25.000 m³ aardgas verbruiken. Zij moeten alle energiebesparende maatregelen uitvoeren die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend. Dit omvat maatregelen van de Erkende Maatregelenlijsten en maatregelen die de CO2-uitstoot verminderen. Het doel is energieverbruik te verminderen en bij te dragen aan de Nederlandse klimaatdoelstellingen. Voor veel bedrijven geldt ook de informatieplicht om hierover gegevens aan te leveren bij de RVO.
De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG), een gemeenschappelijke regeling waaraan Amstelveen deelneemt, voert de handhaving op deze verplichtingen uit. De gemeente zelf richt zich op stimulering en ondersteuning aan de voorkant. Zo zijn in samenwerking met Klimaatroute gratis energiescans beschikbaar gesteld en wordt in specifieke winkelgebieden een klus & coach-aanpak uitgevoerd voor het Midden- en Kleinbedrijf (MKB). Hierbij krijgen ondernemers energieadvies op locatie én worden direct kleine energiebesparende maatregelen geïmplementeerd.
De Omgevingsdienst heeft met de 50 grootste energieverbruikers afspraken gemaakt over energiebesparing. Het doel is alle bedrijven die op 1 januari 2025 als energierelevant bekend zijn vóór eind 2026 te controleren. Op dit moment ontbreekt systematisch inzicht in het percentage bedrijven dat daadwerkelijk voldoet aan de energiebesparingsplicht, de gerealiseerde energiebesparing door handhaving en het nog onbenutte besparingspotentieel. De gemeente onderzoekt met de Omgevingsdienst hoe deze informatie structureel beschikbaar kan komen voor monitoring en rapportage aan de raad.
Zonnepanelen: Het afgelopen jaar zijn de resterende 240 panelen op de gemeentelijke gebouwen geplaatst na voltooiing van dakrenovaties. Hiermee zijn alle gemeentelijke gebouwen nu volledig voorzien van zonnepanelen waar dit technisch mogelijk is.
De oorspronkelijke doelstelling om al het gemeentelijk vastgoed in 2030 aardgasvrij te maken blijkt niet haalbaar. Een herziene routekaart met de doelstelling ‘gemeentelijk vastgoed in 2035 aardgasvrij’ wordt bij de perspectiefnota 2027 voorgelegd aan de raad.
De bijstelling is noodzakelijk om vier redenen:
1. Strategische prioritering: Het college heeft bewust gekozen voor grootschalige investeringen waar de meeste winst te behalen valt. Het nieuw te realiseren zwembad De Meerkamp wordt volledig aardgasvrij met warmtenetaansluiting met een investering van circa €50 miljoen. Voor de Orionscholen wordt bijna € 43 miljoen (tot 2030) miljoen geïnvesteerd voor een sprong van energielabel G naar A++. Deze prioritering op zwembad en scholen is logisch: zij hebben het hoogste energieverbruik binnen het gemeentelijk vastgoed (figuur 1) en bieden de grootste CO2-reductie per geïnvesteerde euro.
• Orionscholen (label G) niet in tabel: separate nieuwbouw gepland
• Prioritering aanpak: grootste verbruikers eerst (Meerkamp, scholen)
• Vier gebouwen in uitvoering 2025-2027
Bron: CO2-dashboard gemeente Amstelveen 2024
Financiële beperkingen: Door de prioritering van zwembad en scholen zijn voor de periode tot 2030 onvoldoende menskracht en financiële middelen beschikbaar voor het verduurzamen van alle overige gemeentelijke panden. De benodigde voorbereidingen en investeringen worden gefaseerd over een langere periode.
Figuur 1 CO2-uitstoot gemeentelijk vastgoed - Top 10 gebouwen (2024)
Financieel perspectief De investeringsbehoefte voor het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed wordt geschat op 80 tot 100 miljoen euro. Dergelijke bedragen moeten over meerdere jaren worden gespreid gezien de gemeentelijke investeringscapaciteit. Voor 2026 en 2027 is krediet opgenomen voor vier gebouwen. Het eerste gebouw is in Q3 2025 aardgasvrij opgeleverd. De herziene routekaart biedt daarna een realistische, gefaseerde aanpak waarbij per gebouw de technische en financiële haalbaarheid wordt beoordeeld. Tevens wordt in de herziene routekaart gekeken of beperkte investeringen of vervangingen via de meerjarenonderhoudsplanning duurzaam kunnen worden uitgevoerd.
Sportaccommodaties: De gemeente ondersteunt sportverenigingen bij verduurzaming met een bijdrage uit de reserve duurzaamheid. Dit budget is voor 20252027 verhoogd van €75.000 naar €100.000 per jaar.
In verband met wijzigingen in de landelijke Bouw en Onderhoud Sport Accomodaties (BOSA)-regeling wordt de gemeentelijke regeling herzien.
Nieuwbouw: De gemeente realiseert gemeentelijke nieuwbouw aardgasvrij, zoals de Sporthal van het HWC, het schoolcomplex aan de Landtong en de uitbreiding van zwembad de Meerkamp.
Leidraad Duurzaam bouwen: De Leidraad Duurzaam bouwen en gebiedsontwikkelen is in 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en wordt toegepast op nieuwbouw van gemeentelijke gebouwen, projecten door derden en gebiedsontwikkelingen. De leidraad is een levend document dat wordt aangepast op basis van ervaring. In een actieve rol of bij gemeentelijke vastgoedontwikkelingen is het eenvoudiger om hoog op duurzaamheid in te zetten. Bij de tender van Landtong woog duurzaamheid 60% mee naast criteria als beeldkwaliteit en kosten. Bij de selectie van een architect voor de bouw van een basisschool op Middenwaard woog duurzaam bouwen 30% mee bij selectie en nog eens 10% bij gunning.
Onderzoek houtbouw Legmeer: In 2024 is een onderzoek gestart naar houtbouw op Legmeer op initiatief van ontwikkelaar Prosper Vitea, in samenwerking met de TU Delft, verschillende architectenbureaus en Built by Nature. Het doel was te komen tot een ontwerp waarbij zoveel mogelijk hout wordt toegepast, waarbij de stappen en keuzes werden gedocumenteerd die nodig zijn voor houtbouw versus traditionele bouw. Het in 2025 opgeleverde onderzoek toont aan dat houtconstructie, vooral het volledige houtscenario, de meest veelbelovende weg biedt naar duurzame, koolstofarme woningbouw terwijl economische haalbaarheid behouden blijft. Deze bevindingen bieden concrete handvatten voor de verdere ontwikkeling van Nieuw Legmeer als voorbeeldwijk op het gebied van circulair en duurzaam bouwen.
6) Warmtebronnen en infrastructuur elektra
Elektriciteitsnetwerkuitbreiding: Ook in Amstelveen staat het elektriciteitsnetwerk onder druk. Er is netcongestie voor nieuwe aanvragen van 3x80A en groter door netcongestie in het Hoofdtransportnet van TenneT. Prognoses van Liander tonen dat het elektriciteitsnetwerk voor Midden en Laagspanning snel volloopt.
Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK): Uitbreiding van het Onderstation Amstelveen (Langs de Akker) en nieuwbouw van Onderstation Amstelveen-Zuid (ten Noorden van BTAZ) zijn opgenomen in de pMIEK. In Amstelveen zijn drie 150 kV stations in voorbereiding.
Op 2 april 2025 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan voor de locatie Langs de Akker en Amstelveen Zuid met verbindend kabeltracé vastgesteld. Voorbereidingen voor vernieuwing en uitbreiding van Onderstation Bolwerk langs de A9 zijn in gang gezet. TenneT verwacht medio 2025 het eerste resultaat van de haalbaarheidsstudie voor verbinding van het nieuwe Onderstation Bolwerk.
Energiesysteem Actieplan (ESAP): In samenwerking met Liander en regiogemeenten wordt gewerkt aan slimme programmering van elektriciteitsnetuitbreiding. Het eerste concrete resultaat is aandacht voor ‘netbewuste nieuwbouw’. Een pilot verdiepingsbijeenkomst is georganiseerd waarbij ervaringen uit andere congestiegebieden werden gedeeld.
Laag- en middenspanningsniveau: Er is samen met Liander een plan gemaakt voor programmatische uitbreidingen In de zomer van 2025 wordt gestreefd naar vaststelling van de Nadere Overeenkomst, met ondertekening in Q3.
Opwek duurzame energie: In juni 2024 is de herziening van de RES NH Zuid door de gemeenteraad vastgesteld. In 2024 is de versnellingsaanpak Zon op dak & parkeerplaatsen geëvalueerd. De opwek van duurzame energie is toegenomen van 14,7 GWh in 2020 tot 38,5 GWh in 2023, waarbij de groei op grote daken achterloopt bij kleine daken.
Solar Carports: de aanbesteding voor de eerste solar carport wordt opgestart.
Energieroute Noord-Holland: In november 2022 ondertekende het college de ‘Intentieverklaring Opwek Energie langs A9, A5, A22 & A2 en A1’. In juni 2024 stemde de raad in met het toevoegen van de locatie tegenover Krijgsman aan de provinciale uitwerking van de Energieroute.
Warmtenet Amstelveen Noord: Het warmtenet in
Amstelveen Noord is verbonden met Amsterdam (warmtebron Diemercentrale). Uitbreiding van het warmtenet wordt voorbereid in afwachting van de nieuwe Warmtewet. Amsterdam onderzoekt met Firan en EBN de oprichting van een regionaal publiek warmtebedrijf.
Eigen Haard en Eneco afspraken: 600 corporatiewoningen van Eigen Haard worden aangesloten op het warmtenet: 108 woningen in Q4 2025, circa 492 woningen gefaseerd in 2026-2027.
Geothermie: Het 3D-onderzoek in Amstelveen-Noord is in het najaar van 2025 gestart, zoals gepland.
WKO (Warmte-koude opslag): Voor collectieve warmteprojecten heeft de gemeente haar rol en werkwijze uitgewerkt, waarbij wordt gekeken naar eigenaarschap, gemeentelijke sturing en de rol van burgerinitiatieven in de warmtetransitie. De gemeente ondersteunt gesprekken tussen bewoners uit Westwijk Zuid-West/Zuid-Oost en energieleveranciers.
Legmeer WRK-leiding: Na afronding van de onderzoeksfase in 2025 is de ontwerpfase gestart. Er wordt verder uitgewerkt hoe Nieuwlegmeer en omgeving door middelen van een collectieve warmte systeem verwarmt kan worden. Om dit mogelijk te maken wordt gewerkt aan het oprichten van een publiek warmtebedrijf.
Greenport Aalsmeer: Amstelveen participeert in de Taskforce Energiesysteem Greenport Aalsmeer. Met Liander wordt onderzocht hoe geothermie en datacenterwarmte via een warmtenet kassen en woningen kunnen verwarmen, met synergie voor Nieuw Legmeer.
Uitbreiding elektriciteitsnet: De gemeente Amstelveen heeft in 2024 en 2025 actief gewerkt aan de uitbreiding van het elektriciteitsnet om te kunnen voldoen aan de groeiende stroomvraag en het waarborgen van de lokale energievoorziening door middel van de samenwerking met de netbeheerders TenneT en Liander. Amstelveen wijzigde het bestemmingsplan om de bouw van een nieuw hoogspanningsstation van Tennet mogelijk te maken in Amstelveen Zuid, door een bestaand hoogspanningsstation uit te breiden en door het faciliteren van ondergrondse kabelverbindingen. Om de energievoorziening betrouwbaar te houden, sluit de gemeente met Liander een nadere overeenkomst voor het uitbreiden van transformatorhuisjes in woonwijken.
Batterijopslag: Amstelveen stimuleert batterijopslag via een subsidie voor thuisbatterijen voor huiseigenaren, huurders en kleine verhuurders. De subsidieregeling wordt in 2026 herijkt om de focus te leggen op innovatieve duurzame opslagsystemen zoals de Nestor. De gemeente onderzoekt met de taskforce e-infra NH haar rol in projecten voor grootschalige opslag om netcongestie aan te pakken en de energietransitie te versnellen. Door netcongestie en het einde van de salderingsregeling per 2027 neemt de aandacht voor en het belang van (thermische) batterijopslag toe. Nu zwaardere elektriciteitsaansluitingen niet meer vanzelfsprekend zijn, zoeken bedrijven naar alternatieven. De ZARA in Amstelveen pakt stroomtekorten tijdens piekmomenten aan met batterijopslag, een oplossing die ook wordt onderzocht door gebiedseigenaren in transformatiegebied Kronenburg-Uilenstede.
Zonne-energie verkopen via energiemarktplaats: Amstelveen heeft sinds 2023 een energiemarktplaats voor de verkoop van zonne-energie voor ondernemers
(bedrijven en instellingen). Dit initiatief, een van de eerste in Nederland en gezamenlijk met regiogemeenten, geeft maatschappelijke en financiële voordelen. Deelnemers ontvangen een betere prijs omdat er geen afdracht is aan traditionele energieleveranciers. Na twee jaar ervaring wordt in 2026 geëvalueerd hoeveel bedrijven deelnemen en welke opbrengsten zijn gerealiseerd. Op basis van deze evaluatie wordt bepaald of uitbreiding naar andere doelgroepen of aanpassing van de voorwaarden de meerwaarde van het platform kan vergroten.
Actieve mobiliteit: Er is extra aandacht voor actieve mobiliteit, gezond bewegen, lopen en fietsen. Vanuit de visie Gezonde Leefomgeving wordt ingezet op het STOMP-principe voor duurzame mobiliteit. Het STOMPprincipe staat voor ‘stappen, trappen, OV-vervoer, mobiliteit als service (deelmobiliteit) en privé vervoer’. Dit geeft de volgorde van prioritaire vervoerswijzen weer waarop de gemeente inzet. Het afgelopen jaar zijn veel fiets- en voetpaden verbeterd en zijn autostraten zoals de noordzijde van de Rembrandtweg omgebouwd tot fietsstraten.
Deelmobiliteit: Amstelveen heeft een divers aanbod van deelmobiliteit met deelauto’s, deelfietsen en deelscooters. Het gebruik van deelauto’s is volgens de stadspeiling licht gedaald van 9% naar 8% van de inwoners, wat aansluit bij landelijke trends van een krimpend aanbod. De pilot met deelscooters wordt geëvalueerd: één overeenkomst is afgelopen, de andere loopt af op 1 januari 2026. Ondanks klachten over foutief geparkeerde scooters maken veel Amstelveners gebruik van het aanbod.
Elektrisch laden: In 2024 telt Amstelveen 1.667 laadpunten (17,5 per duizend inwoners), hoger dan het Nederlands gemiddelde van 10,2 per duizend inwoners. De pilot kabelgoottegels met 100 deelnemers is succesvol afgerond met 93% tevredenheid. Ook buren zijn overwegend positief (91%). De pilot toont aan dat kabelgoottegels een praktische en breed gedragen oplossing zijn voor het laden van elektrische voertuigen in woonwijken.
Op basis van de evaluatie werkt de gemeente aan integratie van kabelgoottegels in de nieuwe laadvisie voor elektrisch laden. Recent onderzoek van de netbeheerder toont aan dat privé laadpalen met kabelgoottegels geen negatieve impact hoeven te hebben op netcongestie en zelfs gedragsverandering en energietransitie kunnen stimuleren. Er hebben zich al ruim 200 nieuwe inwoners aangemeld voor kabelgoottegels. De gemeente werkt aan criteria voor aanleg, verwijdering en de verhouding tussen publieke laadpalen en individuele kabelgoottegels.”
Als eerste gemeente in de MRA heeft Amstelveen snelladers met geïntegreerde batterijopslag geplaatst. Deze innovatieve oplossing vermindert netcongestie doordat de batterij energie opslaat tijdens daluren en afgeeft tijdens piekbelasting, waardoor snelladen mogelijk blijft ook bij een overbelast net.
8) Communicatie en participatie
De gemeente stimuleert en activeert inwoners en bedrijven om te verduurzamen, Er wordt samengewerkt met Energieloket Amstelveen.
Digitale kanalen: Een nieuwe website amstelveen.nl/ duurzaam is gelanceerd. Het Energieloket kreeg in juni 2025 een nieuwe website waarbij ‘Slim besparen Amstelveen’ is geïntegreerd. Inwoners kunnen nu direct offertes aanvragen en vakspecialisten regelen.
Social media: De duurzame sociale kanalen zijn het afgelopen jaar gegroeid met 300 nieuwe volgers door intensievere campagnevoering. De always-on campagne (12 posts per maand) heeft een bereik gerealiseerd van meer dan 135.000 unieke personen met ruim een miljoen advertentieweergaven, duizenden website-clicks en vele interacties.
Nieuwsbrieven: Vanaf juni geven we de nieuwsbrief ‘Duurzaam Amstelveen’ iedere maand uit (voorheen iedere 2 maanden). Deze wordt gestuurd naar 2.215 inwoners. Iedere twee maanden wordt de nieuwsbrief ‘Duurzame VvE’ naar 919 adressen gemaild.
Campagnes en publicaties 2024: Er zijn geïntegreerde inwonerscampagnes gevoerd voor energie-fixers, energiecoaches en gratis financieel advies. Er zijn tientallen persberichten, themapagina’s, artikelen en advertenties gepubliceerd via diverse kanalen.
Inwonersbijeenkomsten: In het afgelopen jaar zijn de Doe-het-duurzaam markt en het Klimaatexamen gehouden, die samen 480 inwoners bereikten.
Ondersteunende programma’s en activiteiten
CO2-uitstootvrije organisatie De CO2-prestatieladder is het duurzaamheidsinstrument waarmee de gemeente Amstelveen (inclusief Amstelveen Sport) werkt aan CO2-reductie doelstellingen. In 2025 is een nieuwe accreditatie geïntroduceerd waarbij ladderniveau’s 1-5 zijn vervangen door drie treden. Tot en met 2027 bestaan beide systemen naast elkaar.
De nieuwe treden zijn: Trede 1 (CO2-reductie eigen organisatie), Trede 2 (CO2-reductie inclusief ketens), en Trede 3 (CO2-reductie naar nul in 2050). Amstelveen heeft in 2024 de certificering op niveau 3/trede 1 behaald. De voorbereidingen voor trede 2 certificering zijn afgerond en het certificeringstraject voor 2025 loopt.
Duurzaam ondernemersklimaat De gemeente participeert sinds 2021 in deze Regionale Ontwikkelingsmaatschappij voor duurzame economie. ROM InWest heeft €14,4 miljoen geïnvesteerd in 18 ondernemers (hefboom 1:2,5 met co-financiers) en 21 begeleidingstrajecten afgerond in 2024. De deelname geeft Amstelveense bedrijven toegang tot regionaal kapitaal en expertise voor energie- en circulaire transitie.
Een circulaire economie is een economisch model waarbij grondstoffen en producten zo lang mogelijk worden gebruikt, gedeeld, hergebruikt, gerepareerd en gerecycled, met als doel het creëren van waarde en het beperken van afval en milieu-impact. Dit sluit aan bij de MRA-ambitie om grondstofkringlopen te sluiten en het primair grondstoffengebruik met 50% te reduceren in 2030.
Het werkprogramma circulaire economie van Amstelveen kent vier werklijnen die bijdragen aan de transitie naar een circulaire metropoolregio: 1. Grondstoffenplan 2022-2026
Circulair inkopen en aanbesteden
1) Grondstoffenplan 2022-2026 Het Amstelveense Grondstoffenplan 2022-2026 had op basis van landelijke VANG doelstellingen de doelstellingen 75% afvalscheiding en 100 kilo restafval per inwoner per jaar. De maatregelen uit dit plan sluiten aan bij de evaluatie van het afvalbeleid en verhogen de service voor inwoners door 61 extra bovengrondse cocons voor Groente, Fruit en Etensresten bij hoogbouwlocaties, vanaf januari 2023 elke drie weken legen van aangeboden rolcontainers voor papier en karton, en van half maart tot half oktober wekelijkse GFT/E inzameling. Zoals beschreven in hoofdstuk 3 zijn de landelijke doelstellingen inmiddels gewijzigd en richten zich meer op de kwaliteit dan de kwantiteit van scheiding en restafval.
Afvalpreventie: Per 1 juni 2024 heeft de gemeente een opt-insysteem voor ongeadresseerd reclamedrukwerk ingevoerd. Inwoners krijgen alleen reclamefolders met een Ja-sticker.
Activiteiten afvalreductie 2024-2025: In 2025 is een communicatiecampagne uitgerold waarbij huishoudens in de laagbouw en huishoudens bij hoogbouw met GFE-cocons twee gratis papieren GFE-zakjes hebben ontvangen om het gebruik te stimuleren. Andere initiatieven waren een textielrace voor basisscholen, E-waste inzameling tijdens Koningsdag, plus een aankomende pilot voor extra GFE-inzameling bij hoogbouw (start Q4 2025).
Circulair Ambachtscentrum: Op Bedrijven Terrein Amstelveen Zuid (BTAZ) lopen de voorbereidingen voor de bouw van een nieuwe gemeentewerf en afvalbrengstation. Een Circulair Ambachtscentrum wordt een belangrijk onderdeel: een plek waar afval wordt voorkomen en hergebruik wordt gestimuleerd.
Marktconsultatie niet-herdraagbaar textiel: Samen met MRA-gemeenten wordt onderzocht hoe lokale overheden de transitie naar een circulaire textielketen kunnen versterken. Technologische doorbraken in textielrecycling bieden mogelijkheden voor het benutten van niet-herdraagbaar textiel als grondstof.
Luierrecycling: Meerlanden heeft plannen voor een luierrecyclingfabriek. Het Amstelveense restafval bestaat voor ongeveer 7% uit luiers. Met de introductie van de UPV (uitgebreide producentenverantwoordelijkheid) Luiers in 2026 dragen ook producenten verantwoordelijkheid voor kosten en recycling van luiers. De ontwikkelingen van de luierrecyclingfabriek worden nauw gevolgd. Wanneer zich een sluitende businesscase aandient die kan bijdragen aan een duurzamer afvalbeleid kan het aantrekkelijk zijn voor de gemeente Amstelveen om luiers in te laten zamelen.
2) Circulair inkopen en aanbesteden De gemeente werkt aan de doelstelling van 50% circulair inkopen in 2025 door proactief te kijken naar mogelijkheden binnen reguliere inkopen en aanbestedingen. De genoemde aanbestedingen voor de levering van houtproducten, kolken en putdeksels, gebakken verhardingsmateriaal, betonnen verhardingsmateriaal, betonnen rioleringsmaterialen en speeltoestellen hebben vertraging opgelopen. Het uitgevoerde marktonderzoek heeft niet de verwachte resultaten opgeleverd. Er wordt een nieuwe aanpak opgesteld. Daarbij is het goed om te vermelden dat de huidige overeenkomsten al een sterke duurzaamheidsfactor en circulaire aspecten in de uitvraag hadden en het plan was hier een volgende stap in te zetten. De volgende meting over circulair inkopen wordt gekoppeld aan de doelstelling voor 2025.
Op basis van de motie ‘Naar een volledig CO2 uitstootvrije gemeente’ is een pilotproject binnen het Fysiek Domein geselecteerd waarbij de werkzaamheden zich richten op de inrichting van de openbare ruimte. Het project onderzoekt hoe bij reconstructies en herinrichtingen maximaal kan worden ingezet op circulariteit, zoals hergebruik van verhardingsmaterialen, toepassing van biobased materialen en het minimaliseren van transportbewegingen.
Leidraad Duurzaam bouwen: Voor circulair bouwen hanteert de gemeente de Leidraad Duurzaam bouwen (zie werkspoor 5 onder Energietransitie). De gemeentelijke leidraad is aangepast aan versie 2.0 van het convenant Toekomstbestendig Bouwen dat in oktober 2024 werd gelanceerd met verbeterde richtlijnen.
Het Nieuwe Normaal en Convenant: Het convenant dat Amstelveen eind 2023 ondertekende voor circulair bouwen is in oktober 2024 geactualiseerd naar versie 2.0. Met ruim 140 deelnemende partijen is dit een breed gedragen standaard geworden. De gemeentelijke Leidraad Duurzaam Bouwen is hierop aangepast, waarmee alle nieuwe projecten aan deze circulaire normen moeten voldoen.
Onderzoek houtbouw Legmeer: Dit project wordt ook behandeld in sectie 5) Gebiedsontwikkeling en nieuwbouw.
Wetgeving duurzaam bouwen: De geplande aanscherping van de MPG (Milieu Prestatie Gebouwen) is uitgesteld. Voor woningen blijft de eis voorlopig 0,8 in plaats van de eerder voorgenomen verlaging naar 0,5. Wel komt er per 1 juli 2025 een nieuwe rekenmethode die aansluit bij Europese standaarden. Door de eigen leidraad voort te zetten wordt voorkomen dat projecten tussentijds moeten worden aangepast.
Circulaire convenanten: In 2025 onderzoekt de gemeente deelname aan twee convenanten die bijdragen aan duurzaam bouwen en slopen:
• MRA Circulaire Deal Secundaire Bouwmaterialen: Deze deal bevat afspraken over circulaire oogstvoorschriften voor sloopprojecten en draagt bij aan het behoud van waardevolle grondstoffen in de regio. Deelname vergroot het aanbod secundaire materialen en ondersteunt de doelstelling van 50% circulair inkopen.
• Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB): Dit landelijke convenant uit 2023 richt zich op verduurzaming van bouwmaterieel voor betere luchtkwaliteit en minder stikstofuitstoot. Amstelveen overweegt toetreding op basisniveau, waarbij vanaf 2028 zero-emissie verplicht wordt voor licht materieel. Dit sluit aan bij het Schone Lucht Akkoord en geeft ervaring met emissie-eisen in aanbestedingen, waarna doorgroei naar het ambitieniveau mogelijk is.
De grondbank heeft als kerntaken het verwerken en opslaan van vrijgekomen gronden, groenafval en bagger. Het afgelopen jaar zijn reparaties en herinvesteringen uitgevoerd aan vloeistofdichte ondergronden van compostering en veegvuildepot. De opslagcapaciteit van compostering en opslagterrein voor compost is vergroot, waardoor meer groene reststromen kunnen worden omgezet in bruikbare compost.
Actieplan klimaatadaptatie 2021-2026
De doelstelling is dat Amstelveen in 2050 klimaat robuust is ingericht zodat de kans op watertekort, -overlast, en hittestress zoveel als mogelijk beperkt wordt. Er zijn diverse onderzoeken uitgevoerd waarbij twee hoofdthema’s naar voren komen: (grond)water en hittestress. De gemeente heeft beperkte mogelijkheden om het grondwater aan te vullen (infiltratie) dit vraagt om een goed waterhuishoudkundigplan en het realiseren van koele verblijfsplekken en voldoende schaduw langs langzame verkeersroutes.
Het afgelopen jaar is de campagne ‘Groen moet je doen!’ geïntensiveerd, resulterend in 150 deelnemers aan het NK-tegelwippen.
Het grondwatermeetnetwerk levert het afgelopen jaar concrete data waardoor de gemeente, indien nodig, bij reconstructies maatwerk maatregelen kan treffen. De pilot ‘kolkloze openbare ruimte’ zijn geëvalueerd na het natte voorjaar van 2025, dat als natuurlijke test fungeerde. De resultaten leiden tot aanpassingen in het technisch ontwerp voordat de aanpak breder wordt uitgerold.
Bomenplan ‘Amstelveen Bomenstad’ is in januari 2025 door de raad vastgesteld met concrete doelstellingen voor boomuitbreiding volgens de 3-30-300 bomenregel en het versterken van boomstructuren. De gemeente heeft inmiddels een inventarisatie uitgevoerd van waardevolle particuliere en gemeentelijke bomen. Ontbrekende schakels in de bomenstructuur voor verbindingen tussen stad, bos en polder worden aangeplant. Monitoring: Er wordt een bomenbalans monitoringsysteem ontwikkeld om inzicht te krijgen in de netto-ontwikkeling van het bomenbestand.
Leidraad Inrichting Openbare Ruimte 2025
De gemeente heeft de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte geactualiseerd met meer aandacht voor klimaatadaptieve maatregelen. Bij reconstructies en herinrichtingen wordt ingezet op waterberging, vergroening en het tegengaan van hittestress. De LIOR stelt eisen aan de inrichting van de openbare ruimte om de stad beter bestand te maken tegen extreme weersomstandigheden.
Natuur- en milieu-educatie Alle 21 basisscholen maken gebruik van het NMEaanbod. In totaal zijn 103 leskisten en 233 lessen en projecten afgenomen.
Nieuwe visie natuur- en milieueducatie
Het team NME heeft een belangrijke stap gezet
richting een nieuwe visie. In een wereld waarin klimaatverandering, biodiversiteit en circulair denken steeds urgenter worden, richt het team zich op het voorbereiden van kinderen op deze uitdagingen. Het doel is hen leren duurzamere keuzes te maken en bewust te worden van hun impact op de planeet. Deze ambitie is gekoppeld aan de Junior Sustainable Development Goals (SDG’s) als fundament voor een meerjarig uitvoeringsplan.
Een belangrijke ontwikkeling is de versterkte focus op het voortgezet onderwijs. Er zijn gesprekken gevoerd met diverse VO-scholen om te verkennen hoe zij beter kunnen worden ondersteund op het gebied van natuur- en duurzaamheidsonderwijs. In samenwerking met GLOBE Nederland is een innovatief project uitgevoerd waarbij leerlingen met snuffelfietsen de luchtkwaliteit in hun leefomgeving onderzochten.
Er is volop beweging geweest bij de schooltuinen. Er is onderzoek gedaan naar bodemkwaliteit met als doel overstappen op lokaal geproduceerde compost. Er is gekeken hoe de bodem ecologisch kan worden verbeterd zodat deze beter bestand is tegen extreme weersomstandigheden zoals droogte of wateroverlast.
Het afgelopen jaar zijn meerdere dagen georganiseerd waarbij vrijwilligers een handje konden helpen om snipperpaden aan te leggen. Er is geëxperimenteerd met het aanleggen van een bloemrijke slootkant om de biodiversiteit te verbeteren.
Hoofdstuk 5 De effecten van het beleid
Energietransitie - Hoofdcijfers De doelstelling voor de energietransitie is dat de hele gemeente in 2040 onafhankelijk van fossiele brandstoffen functioneert. Om de voortgang te meten worden gegevens gebruikt over gasverbruik, elektraverbruik, hernieuwbare energie, energielabels, zonnepanelen en laadpunten.
Dit hoofdstuk toont de meetbare voortgang van het duurzaamheidsbeleid op basis van de meest actuele data uit 2023-2024.
Gasverbruik woningen: Het gasverbruik in Amstelveen is sinds 2016 met 27% gedaald en staat nu op 73% van het niveau van 2016 (data tot en met 2023).
CO2-uitstoot gemeente: De CO2-uitstoot van de gemeente daalde van 285 kiloton (1990) naar 245 kiloton (meest recente data 2023).
Zonnepanelen: In 2023 heeft 21% van de Amstelveense woningen zonnepanelen (8.912 van 42.880), een stijging van 5 procentpunt ten opzichte van 2022 (16%)
Energielabels: Van de woningen mét label steeg het aandeel A-labels van 5% (2017) naar 15% (2024) en daalde het aandeel DEFG-labels van 45% naar 35%. 40% van alle Amstelveense woningen heeft geen geldig label, waardoor de werkelijke energieprestatie van de totale woningvoorraad onvolledig in beeld is.
Elektrische laadpunten: Met 1.667 laadpunten in 2024 heeft Amstelveen 17,5 laadpunten per 1.000 inwoners, ruim boven het landelijk gemiddelde van 10,2.
Afvalscheiding: Het scheidingspercentage stagneert op 61%.
De gegevens in dit hoofdstuk zijn afkomstig uit de CO2-prestatieladder (gemeentelijke organisatie), Klimaatmonitor (hele gemeente) en eigen metingen (afval). Waar mogelijk zijn cijfers bijgewerkt tot en met juli 2025.
De gemeentelijke organisatie (inclusief Amstelveen Sport B.V.) stootte in 2024 3.164 ton CO2 uit, een daling van 150 ton ten opzichte van 2023 (3.314 ton). Ondanks deze daling blijft de organisatie ver achter op de doelstellingen: waar in 2024 een reductie van 25% beoogd was, is slechts 5% gerealiseerd (figuur 1).
De uitstoot staat nu op 95% van het referentiejaar 2021. Dit betekent dat in drie jaar tijd slechts 5% reductie is bereikt, terwijl voor 2026 een reductie van 40% noodzakelijk is. Om dit doel te halen moet in twee jaar tijd 35% extra CO2-reductie worden gerealiseerd - een tempo dat zevenmaal hoger ligt dan tot nu toe is bereikt.
Van de totale uitstoot komt 54% van de gemeentelijke organisatie (1.707 ton) en 46% van Amstelveen Sport B.V. (1.457 ton). Beide organisaties werken aan CO2-reductie binnen hun specifieke context en mogelijkheden.
Het kwantificeren van CO2-reductie per maatregel blijkt complex. De gemeente mist slimme meters in veel panden en baseert de CO2-footprint op jaarfacturen, waardoor seizoenseffecten en gedragsveranderingen niet te onderscheiden zijn van de effecten van technische maatregelen. Energieverbruik per gebouw wordt niet uitgesplitst naar functies.
Ondanks deze meetbeperkingen heeft de gemeente op basis van beschikbare verbruiksdata, technische kennis en ervaringscijfers inzicht in de grootste knelpunten. Het zwembad is veruit de grootste energieverbruiker binnen Amstelveen Sport. De Orionscholen met energielabel G behoren tot de meest energie-intensieve gebouwen in het gemeentelijk vastgoed. Daarom investeert de gemeente prioritair in deze gebouwen: voor de vervangende nieuwbouw van de Orionscholen is de planvorming vergevorderd, de nieuwbouw van de Willem Alexanderschool is in uitvoering, en het nieuwe zwembad De Meerkamp wordt volledig aardgasvrij gerealiseerd.
De gemeente weegt bij prioritering ook uitvoerbaarheid mee: beschikbare subsidies (DUMAVA €548.000), natuurlijke vervangingsmomenten, netcapaciteit en marktomstandigheden. De keuze voor zwembad en scholen is daarmee een realistische strategische afweging - grootste verbruikers eerst aanpakken waar het technisch en financieel haalbaar is. Exacte CO2reductie kan pas achteraf worden vastgesteld. De gemeente prioriteert investeringen in gebouwen met het hoogste energieverbruik binnen de beschikbare budgetten en technische mogelijkheden.
De gemeente hanteert een integrale benadering waarbij zowel de gemeentelijke organisatie als Amstelveen Sport B.V. onder het duurzaamheidsbeleid vallen. Het nieuwe zwembad De Meerkamp wordt volledig aardgasvrij gerealiseerd. Gezien het hoge aardgasverbruik van Amstelveen Sport (89% van hun CO2-footprint komt van aardgas) biedt verduurzaming van deze faciliteiten substantiële reductiemogelijkheden. Dit verklaart mede waarom de gemeente prioriteit geeft aan deze investeringen.
De gemeente erkent, in lijn met de Rekenkamercommissie, dat de oorspronkelijke doelstellingen bijstelling behoeven. Voor 20252026 wordt ingezet op haalbare maatregelen: vier gebouwen aardgasvrij maken, groen gas inkopen als transitiemaatregel, en waar mogelijk verder elektrificeren. Een realistische herijking van de langetermijndoelen wordt in 2026 voorzien en aan een nieuw gemeentebestuur gelaten.
Figuur 2: Percentage CO2-uitstoot gehele organisatie ten opzichte van 2021
Hoewel Amstelveen Sport B.V. juridisch een aparte entiteit is, valt het onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor duurzaamheid. De gemeente investeert substantieel in verduurzaming van het zwembad De Meerkamp omdat dit de grootste CO2-reductie oplevert binnen alle gemeentelijke faciliteiten. De scheiding in de CO2-rapportage tussen gemeentelijke organisatie en Amstelveen Sport B.V. is administratief van aard.
De grootste uitstootbron is het aardgasverbruik, goed voor 68% van de totale uitstoot (Figuur 2). Dit aandeel is 25% van de uitstoot. Het elektriciteitsverbruik van het gemeentelijk vastgoed is gedaald van 11% (2023) naar 5% (2024), wat de voortgaande overstap naar groene stroom weerspiegelt. Het zakelijk vervoer blijft minimaal met 1% van de totale uitstoot.
Figuur 3: Aandeel CO2-footprint 2021 - 2024 gehele organisatie wagenpark
De gemeentelijke organisatie (exclusief Sport) heeft een ander uitstootprofiel dan Amstelveen Sport. De gemeente kent twee vrijwel gelijkwaardige grote uitstootbronnen: 49% aardgas (gebouwen) en 48% brandstof (wagenpark). Deze verdeling (figuur 3) vereist
een tweeledige aanpak: verduurzaming van het vastgoed via een Routekaart en verdere Elektrificatie van het wagenpark (nu al 63% elektrisch). Elektriciteit veroorzaakt binnen de gemeentelijke organisatie geen uitstoot door gebruik van 100% groene stroom. Zakelijk vervoer draagt met 3% beperkt bij aan de CO2 footprint.
Figuur 4: CO2-footprint 2021 - 2024 Gemeentelijke organisatie Amstelveen
De footprint van Amstelveen Sport B.V. bestaat voor 89% uit aardgasverbruik en 10% uit elektriciteitsverbruik (Figuur 4). Het grootste deel van dit aardgasverbruik komt van het huidige zwembad De Meerkamp. In het Programma van Eisen voor de nieuwbouw is volledige verduurzaming opgenomen: energieneutraal ontwerp, aansluiting op het warmtenet en geen aardgas meer. Dit zal het grote aandeel aardgasverbruik in de CO2-footprint van Amstelveen Sport drastisch terugbrengen.
Figuur 5: CO2-footprint 2021 - 2024 Amstelveen Sport B.V.
Met 89% van de CO2-uitstoot van Amstelveen Sport afkomstig van aardgas, biedt verduurzaming van sportfaciliteiten zoals het zwembad De Meerkamp substantiële reductiemogelijkheden.
5.1.3 Elektrische voertuigen De gemeentelijke organisatie van Amstelveen heeft in totaal 89 voertuigen (exclusief fietsen), waarvan ruim meer dan de helft elektrisch (63%) (figuur 5, 6). Dit is een lichte stijging ten opzichte van vorig jaar toen 61% elektrisch was. Deze stijging komt vooral door een daling aan niet-elektrische voertuigen. Er zijn dit jaar niet veel nieuwe elektrische voertuigen bijgekomen. Op 1 na zijn alle personenauto’s in bezit van de gemeente elektrisch, de ene auto is een wisselauto die vanwege veiligheid 24 uur per dag inzetbaar moet zijn. Ook is 89% van de bedrijfsauto’s is elektrisch. Het percentage elektrische scooters is nu 100%, omdat alle niet-elektrische scooters weggevallen zijn. Vrachtwagens, vaartuigen, tractoren en motoren zullen uiterlijk 2030 elektrisch zijn. Deze draaien momenteel allemaal nog volledig op fossiele brandstoffen. Het elektrificeren van bedrijfsvoertuigen verloopt conform planning op natuurlijke momenten van vervanging.
Figuur 6: Aantal elektrische en niet-elektrische voertuigen in bezit van gemeente 2024
Figuur 7: Verschil percentage elektrische voortuigen 2024 en 2025 (exclusief fietsen)
5.2 Energietransitie hele gemeente
De doelstelling voor de energietransitie is dat de hele gemeente in 2040 onafhankelijk van fossiele brandstoffen functioneert. In deze paragraaf worden de parameters beschreven die deze doelstelling toetsen. Om de voortgang van de energietransitie te monitoren, worden de volgende indicatoren gebruik: 1. Gemiddeld gas- en elektraverbruik van woningen;
Figuur 8: Percentage (aard)gasverbruik woningen t.o.v. 2016
5.2.1 Gasverbruik woningen Het gasverbruik in Amstelveen is sinds 2016 met 27% gedaald en staat nu op 73% van het niveau van 2016. Deze daling volgt de landelijke trend en brengt ons dichter bij het doel om in 2040 aardgasvrij te zijn.
Figuur 9: Ontwikkeling (aard)gasverbruik per 1.000 inwoners 2010-2023
5.2.2 Elektriciteitsverbruik woningen Het elektriciteitsverbruik daalde met 15% tussen
2016 en 2023, tegelijk met het gasverbruik (-27%). Deze parallelle daling wijst op energiebesparing als belangrijkste oorzaak, versterkt door de energiecrisis in 2022-2023. De verwachte stijging door warmtepompen en elektrisch koken blijft vooralsnog uit doordat de overstap naar all-electric nog beperkt is.
Amstelveen volgt sinds 2020 het landelijke patroon (figuur 10). Er is bewust geen reductiedoel voor elektriciteit gesteld: bij versnelling van de energietransitie zal het verbruik juist moeten stijgen om het dalende gasverbruik te compenseren.
Figuur 10: Percentage elektraverbruik woningen t.o.v. 2016
In 2023 heeft 21% van de Amstelveense woningen zonnepanelen (8.912 van 42.880), een stijging van 5 procentpunt ten opzichte van 2022. Het landelijk gemiddelde ligt op 33% volgens de Klimaatmonitor.
Figuur 12 toont dat dit verschil al jaren bestaat. De belangrijkste verklaring ligt in de woningvoorraad: Amstelveen telt relatief veel meergezinswoningen waar zonnepanelen lastiger te realiseren zijn vanwege beperkt dakoppervlak per woning, complexere besluitvorming (VvE’s) en hogere kosten per woning. Vergelijkbare gemeenten met veel meergezinswoningen scoren eveneens tussen 17-21% (figuur 12).
Figuur 11: Ontwikkeling elektraverbruik per 1.000 inwoners 2010-2023 (x1.000)
Stijging in 2020 vermoedelijk door maatregelen coronavirus (thuiswerken)
Voor effectievere sturing onderzoekt de gemeente de mogelijkheden om het onbenutte dakpotentieel in kaart te brengen. Dit geeft inzicht in welk percentage van de daken technisch en constructief geschikt is voor zonnepanelen, zodat gerichter kan worden gestuurd op het wegnemen van belemmeringen.
Figuur 12: Percentage woningen met zonnepanelen 2013-2023
Figuur 13: Percentage zonnepanelen op woningen in gemeenten met vergelijkbaar aandeel meergezinswoningen
Het aandeel A-labels steeg van 5% (2017) naar 15% (2024), terwijl DEFG-labels daalden van 45% naar 35%.
Ruim 40% van de woningen heeft geen geregistreerd label.
Om dit informatietekort op te vangen gebruikt de gemeente Calcasa-labels, die op basis van woningkenmerken een inschatting geven van de energieprestatie van alle woningen. Deze methode suggereert dat de werkelijke situatie gunstiger is dan officiële labels aangeven, omdat veel verduurzaamde woningen geen nieuw label hebben aangevraagd.
De combinatie van officiële labels, Calcasa-data en subsidie-informatie biedt een realistischer beeld voor beleidsontwikkeling dan alleen de geregistreerde labels.
Figuur 14: Ontwikkeling energielabels Amstelveense woningen 2009-2024
Figuur 15: Verdeling energielabels woningen Amstelveen en Nederland, 2024
Met 1.667 laadpunten in 2024 heeft Amstelveen 17,5 laadpunten per 1.000 inwoners, aanzienlijk meer dan het Nederlandse gemiddelde van 10,2. De grafiek (figuur 15) toont dat Amstelveen al sinds 2019 een substantiële voorsprong heeft op de rest van Nederland en deze positie heeft weten te behouden.
In vijf jaar tijd laat Amstelveen een sterke groei zien: van
5,4 laadpunten per 1.000 inwoners in 2019 naar 17,5 in 2024. Dit betekent meer dan een verdrievoudiging in vijf jaar tijd, wat de commitment aan elektrische mobiliteit onderstreept.
Figuur 16: Aantal (semi)publieke laadpunten voor elektrische auto’s per 1.000 inwoners
5.3.1 Totale CO2-ontwikkeling De grafieken (16 en 17) tonen een structurele daling van de CO2-uitstoot. Nederland daalde van 173.000 kiloton (1990) naar 150.000 kiloton (2023), Amstelveen van 285 naar 250 kiloton - een reductie van respectievelijk 13% en 12% over 33 jaar.
Landelijk versnelde de daling recent: 9 procent lager in 2022 dan in 2021 en 6 procent lager in 2023 dan in 2022, vooral door de energiecrisis. De elektriciteitssector stootte 22 procent minder CO2 uit door minder kolen- en gasgebruik.
Na externe schokken (coronapandemie 2020, energiecrisis 2022-2023) bleef de uitstoot structureel lager. Dit wijst op blijvende systeemverandering. Het beleid heeft effect, maar substantiële versnelling blijft noodzakelijk om de 2040-doelstellingen te realiseren.
Figuur 17: CO2-uitstoot in KT (kiloton) Amstelveen
Figuur 18: CO2-uitstoot in KT (kiloton) Nederland
Figuur 18 illustreert dat de gebouwde omgeving
(groene lijn) veruit de grootste daling laat zien: van circa
320 kiloton (2010) naar ongeveer 150 kiloton (2023) - een halvering. Verkeer en vervoer (donkerblauwe lijn) bleef relatief stabiel rond 100 kiloton, terwijl industrie/ energie/afval (oranje lijn) licht daalde.
Figuur 19: Ontwikkeling CO2-uitstoot (in kton) hoofdsectoren Amstelveen, 2010-2023
5.3.3 CO2 gebouwde omgeving 5.3.3.1 CO2-uitstoot gebouwde omgeving per subsector
Figuur 19 toont de CO2-uitstoot van verschillende subsectoren in de gebouwde omgeving. Woningen laten de grootste daling zien: van ongeveer 150 kiloton in 2010 naar 85 kiloton in 2023. Deze halvering is voornamelijk het resultaat van verminderd gasverbruik, energiebesparende maatregelen en de milde winters van recent jaren.
Figuur 20: Ontwikkeling CO2-uitstoot
(in kton) gebouwde omgeving, 2010-2023
5.3.3.2 Per energiebron (woningen)
Figuur 20 laat de verdeling van CO2-uitstoot per energiebron in woningen zien. Aardgas (lichtgroene lijn) blijft met 74% veruit de grootste bron van CO2-uitstoot, ondanks een halvering van ongeveer 60 kiloton (2010) naar 30 kiloton (2023). De scherpe daling in 2023 - meer dan 10 kiloton in één jaar - illustreert de impact van hoge energieprijzen en bewuste energiebesparing.
Elektriciteit (donkergroene lijn) blijft stabiel rond 10-15 kiloton, maar stijgt proportioneel naar 25% van de totale uitstoot door de sterke daling van aardgas. Deze stabiliteit is opvallend: bij een energietransitie verwacht je juist stijgend elektriciteitsverbruik door warmtepompen en elektrisch koken. De verklaring ligt waarschijnlijk in:
Stadsverwarming (blauwe lijn) draagt slechts 1% bij aan de CO2-uitstoot. Dit lage percentage komt doordat warmtenetten relatief schoon zijn én een beperkte dekking hebben in Amstelveen. De grafiek onderstreept vooral dat het terugdringen van aardgasverbruik essentieel is voor CO2-reductie in de woningvoorraad.
Conclusie: Amstelveen blijft sterk afhankelijk van aardgas voor woningverwarming. De energietransitie verloopt voornamelijk via besparing, nog slechts beperkt door de overstap naar duurzame alternatieven. Versnelling van warmtenetten en warmtepompen is essentieel voor de 2030-doelstellingen.
Figuur 21: Ontwikkeling CO2-uitstoot (in kton) woningen, 2010-2023
5.4.1 Afvalscheiding Grondstoffen huishoudelijk afval
Het scheidingspercentage is in 2024 iets hoger dan in 2023 (61 t.o.v. 60%%). Het oorspronkelijke streefdoel van 75% afvalscheiding is bijgesteld. De nieuwe doelstelling richt zich op 60% recycling in 2030.
Het aantal kilo’s huishoudelijk afval per inwoner is licht gedaald ten opzichte van 2023. Figuur 22 toont de ontwikkeling over de jaren. In de afgelopen vijf jaar was 2019 het jaar met de minste hoeveelheid restafval per inwoner, terwijl in 2020 de hoeveelheid het hoogst was. Dat had te maken met de coronapandemie en het meer thuis zijn van mensen in 2020. In 2024 was de hoeveelheid huishoudelijk afval per inwoner de op één na laagste van de afgelopen vijf jaar.
Figuur 22: Scheidingspercentage huishoudelijk afval
Figuur 23: Huishoudelijk restafval per inwoner in kg
Figuur 24: Ontwikkeling restafval en scheidingspercentage 2018-2024
De monitoring toont dat Amstelveen na vooruitgang tot 2019 met stagnatie kampt. Het scheidingspercentage blijft hangen rond 61%, met 148 kilogram restafval per inwoner - ruim boven de oorspronkelijke doelstelling van 100 kilogram in 2026.
De gemeente herijkt daarom haar aanpak door de focus te verschuiven van kwantiteit naar kwaliteit. De 100 kilogram-doelstelling voor 2026 wordt losgelaten. In plaats daarvan richt Amstelveen zich op recyclepercentages als nieuwe hoofdindicator, waarbij de werkelijke verwerking tot nieuwe grondstoffen centraal staat in plaats van alleen scheiding.
5.4.3 Recycledoelstelling (nieuwe indicator vanaf 2025) Het recyclepercentage vervangt het afvalscheidingspercentage als belangrijkste indicator. Dit percentage meet hoeveel van het ingezamelde afval daadwerkelijk wordt verwerkt tot nieuwe grondstoffen, wat een realistischer beeld geeft van de werkelijke circulariteit. Bijvoorbeeld: gescheiden PMD wordt voor 76% gerecycled, papier voor 99%.
Amstelveen realiseert momenteel een recyclepercentage van 48% (2024). De nieuwe doelstellingen zijn 60% recycling in 2030 (landelijk doel) en 65% in 2035 (EU-verplichting). Deze koerswijziging sluit aan bij landelijke ontwikkelingen waarbij kwaliteit en verwerkbaarheid van grondstoffen centraler staan.
Het nieuwe Grondstoffenplan 2026-2030 zal deze realistische benadering verder uitwerken met aandacht voor schone, goed recyclebare stromen en kwaliteitsverbetering van bestaande inzameling. Deze bijstelling erkent de realiteit zonder de ambitie voor een circulaire economie op te geven.
5.5.1 Hittestress Metingen tonen aan dat wijken met weinig groen, zoals delen van Westwijk (minder dan 20% bladerdakbedekking), tijdens hittegolven significant warmer worden dan groene wijken. Groene wijken blijven tot 10°C koeler (35-37°C).
Hittestresskaart Let op: De hittestresskaart toont ook hoge temperaturen in Amstelveen Zuid. Dit gebied bestaat echter grotendeels uit bedrijventerreinen en polder, waar hoge temperaturen minder impact hebben op bewoners. Voor een completer beeld van de leefbaarheid is daarom ook de bomenkaart (figuur 25) opgenomen.
Het Bomenplan ‘Amstelveen Bomenstad’ hanteert de 3-30-300 regel:
Vanaf 2026 worden jaarlijks 130 extra bomen aangeplant, vanaf 2029 nog eens 100 per jaar. De focus ligt echter op bladerdakbedekkin, niet op aantallen. Door groeiverbetering – mee ondergrondse ruimte, betere grond en watervoorziening – kunnen bestaande én nieuwe bomen hun kroonpotentieel volledig benutten. Dit is effectiever voor het bereiken van 30% bladdakbedekking per wijk dan alleen extra aanplant.
5.5.2 Groen en bladerdakbedekking
Bomenkaart De bomenkaart geeft een nauwkeuriger beeld van de groene kwaliteit in woonwijken. Deze kaart toont waar de grootste opgave ligt voor het bereiken van 30% bladerdakbedekking en waar bewoners het meest profiteren van extra aanplant.
Waterberging is cruciaal voor klimaatadaptatie om extreme neerslag op te vangen en wateroverlast door zware buien te voorkomen. Amstelveen ontwikkelt een integrale aanpak met verschillende oplossingen.
De pilot ‘kolkloze openbare ruimte’ werd in 2025 getest tijdens het natte voorjaar en geëvalueerd op effectiviteit. De resultaten leiden tot verbeteringen in het technisch ontwerp voordat de methode breder wordt toegepast.
Bij reconstructies en herinrichtingen worden volgens de geactualiseerde LIOR 2025 waterbergingsmaatregelen geïntegreerd: wadi’s voor tijdelijke opvang, waterdoorlatende verharding voor infiltratie, en groene elementen die water kunnen opnemen. Het
operationele grondwatermeetnetwerk levert lokale data waardoor per reconstructie specifieke maatregelen kunnen worden ontworpen die passen bij de bodemgesteldheid en waterhuishouding.
De monitoring laat zien dat Amstelveen vooruitgang boekt op verschillende onderdelen van de duurzaamheidstransitie.
Op enkele gebieden zijn goede resultaten geboekt. Het gasverbruik in woningen is sinds 2016 met 27% gedaald door isolatiemaatregelen, bewustwording en hogere energieprijzen. Met 17,5 elektrische laadpunten per 1.000 inwoners ligt Amstelveen ruim boven het landelijk gemiddelde van 10,2. Het gemeentelijk wagenpark is voor 63% elektrisch en alle gemeentelijke gebouwen
zijn voorzien van zonnepanelen waar technisch mogelijk - het potentieel op eigen vastgoed is volledig benut.
Er zijn ook onderdelen waar de voortgang achterblijft bij de doelstellingen. De CO2-uitstoot van de gemeentelijke organisatie daalde slechts 2% sinds 2021, die van Amstelveen Sport slechts 8% reductie behaalde, tegen een doelstelling van 25% voor 2024. Deze tegenvallende cijfers moeten in perspectief worden gezien, gezien de reeds geplande investeringen in de gebouwen met de grootste CO2 uitstoot. De gemeente heeft prioriteit gegeven aan investeringen in het zwembad De Meerkamp (volledig aardgasvrij) en de Orionscholen (van label G naar A++), waarmee de uitstoot fors zal dalen. Daarnaast spelen netcongestie en marktontwikkelingen een rol.
Het aantal woningen met zonnepanelen groeit gestaag met 5 procentpunt in één jaar naar 21% van alle woningen. Amstelveen kent relatief veel meergezinswoningen waar realisatie van zonnepanelen complexer is. Met het aflopen van de salderingsregeling in 2027 wordt gevolgd hoe de groei zich voortzet.
Het scheidingspercentage stagneert op 61% en het recyclepercentage staat op 48%, terwijl de hoeveelheid restafval met 148 kg per inwoner ver boven de oorspronkelijke doelstelling van 100 kg ligt. Deze cijfers bevestigen een landelijke trend waarbij gemeenten worstelen met stijgende verwerkingskosten en de grenzen van verdere afvalscheiding. De CO2heffing op afvalverbranding verhoogt de druk door restafvalverwerking structureel duurder te maken.
Het nieuwe Grondstoffenplan 2026-2030 zal een herijkte aanpak voorstellen waarbij de focus verschuift van scheidingspercentages naar recyclepercentages, in lijn met de landelijke beweging naar kwaliteit boven kwantiteit.
Deze resultaten onderstrepen het belang van realistische doelstellingen en de voorgestelde maatregelen in hoofdstuk 6.
Hoofdstuk 6 Vooruit naar 2026 en verder
De gemeente bestendigt de aanpak om de duurzaamheidsdoelen te bereiken. Er worden accenten aangebracht om de aanpak te verbeteren of te verstevigen. Beleid vanuit het Rijk en de EU wordt gevolgd en geïmplementeerd in de uitvoering van het Amstelveense beleid.
Accentverschuivingen voor 2025-2026
Accentverschuivingen zijn strategische keuzes die de koers bijstellen zonder het beleid fundamenteel te wijzigen. Voor 2025-2026 ligt de focus op:
Ondersteunende programma’s (organisatie-breed)
Energietransitie (met 8 werksporen)
Nieuw beleid en de gevolgen voor Amstelveen
Tussen 2025 en 2026 treden de Wgiw, Wcw, nieuwe Energiewet en EPBD IV in werking. Deze wetten geven gemeenten een centrale rol in de warmtetransitie, waaronder het opstellen van een warmteprogramma voor eind 2026.
De uitvoering wordt voorbereid binnen de huidige middelen. Voor structurele financiering na 2026 lopen gesprekken in VNG-verband.
Tussenevaluatie: In de tweede helft van 2025 wordt een tussenevaluatie van de buurtaanpak uitgevoerd. Aan de hand hiervan wordt de aanpak waar nodig aangepast en indien wenselijk uitgebreid naar andere buurten.
Aanpak per woningtypologie: In 2025 ontwikkelt het energieteam voor Randwijck en Bankras/Kostverloren voor elke woningtypologie een specifiek stappenplan met verduurzamingsmaatregelen die aansluiten op de bouwkundige kenmerken van dat woningtype.
De methodiek omvat: indeling van woningen naar typologie (jaren ‘60 rijtjeswoningen, jaren ‘70-’80 eengezinswoningen, galerijflats, drive-in woningen), bepaling van prioritaire maatregelen per typologie op basis van isolatiemogelijkheden, technische uitdagingen en kosteneffectiviteit, ondersteuning van elk stappenplan door een informatiebijeenkomst specifiek voor die woningcategorie, en het bieden van op woningtype toegesneden advies met realistische vervolgstappen.
Vervolginitiatieven omvatten het stimuleren van collectieve buurtinitiatieven binnen woningtypologieën, verdieping in specifieke technische uitdagingen, en monitoring van voortgang met vervolgbegeleiding na adviesgesprekken.
Schiphol glas: Voor de wijk Randwijck wordt een project voorbereid om het oude Schiphol glas te vervangen door nieuw geluidsisolerend en thermisch isolerend glas. Het nieuwe omgevingsfonds Schiphol heeft €30 miljoen beschikbaar voor het fysieke spoor. De gemeente dient in Q4 2025 een aanvraag in voor cofinanciering van dit project.
2)Woningen en inwonersondersteuning
Lokaal Isolatieprogramma 2024-2026:
Het programma wordt verder uitgevoerd met als doel alle koopwoningen in samenwerking met eigenaren te verduurzamen, met specifieke aandacht voor woningen met een energielabel D, E, F of G en een beneden gemiddelde WOZ-waarde.
Wegens de verlenging van de uitvoeringstermijn van de Lokale Aanpak Isolatie wordt het isolatieprogramma bijgesteld. Daarbij wordt ook gewerkt aan een actualisatie van de aanpak, zodat de inzet richting de doelgroep in lijn blijft met de verlengde looptijd en nieuwe inzichten uit de uitvoering. Onderdeel hiervan is de ontwikkeling van een gericht aanbod voor VvE’s die binnen deze doelgroep vallen, zodat ook deze eigenaren beter ondersteund worden bij het nemen van isolatiemaatregelen.
Gemeentelijke Subsidieregeling Energiebesparing: Het grote succes van de subsidieregeling - met 189 toegekende aanvragen voor €179.000 tot juli 2025 - toont de sterke behoefte bij inwoners. Het huidige subsidieplafond van €245.000 wordt naar verwachting op korte termijn bereikt. Er ligt een voorstel om het plafond met €190.000 te verhogen om aan de groeiende vraag te voldoen. De regeling wordt voortgezet in 2026 en 2027 om het momentum vast te houden en meer inwoners te ondersteunen bij verduurzaming.
Natuurinclusief isoleren: In 2024 heeft het ministerie van BZK samen met IPO en VNG een landelijke aanpak ontwikkeld. Het isoleren van spouwmuren wordt onder voorwaarden weer mogelijk door een gedragscode op korte termijn en een lange termijnaanpak gericht op een (pre-)soortenmanagementplan voor gebiedsgerichte isolatieaanpakken.
In 2025/2026 wordt gestart met compenserende maatregelen voor verblijfplaatsen van beschermde soorten. Bij beschikbare middelen wordt de Europese aanbesteding voor het soortenmanagementplan opgestart, met start onderzoek in 2026.
Verduurzamen huurwoningen: Eigen Haard verduurzaamt tussen 2025-2028 nog 955 woningen met label E, F of G naar minimaal label B. De gemeente dringt aan op aanvullende kleine energiebesparende maatregelen.
Voor de particuliere huursector wordt in 2025 een gerichte aanpak ontwikkeld. Deze sector omvat 56% van alle huurwoningen (ca. 25% van de totale woningvoorraad). Deze gefragmenteerde groep met vele kleine verhuurders is moeilijk rechtstreeks te bereiken en vereist een specifieke benadering.
De Europese richtlijn EPBD IV verplicht lidstaten slecht geïsoleerde woningen versneld aan te pakken. Deze verplichting moet uiterlijk in 2026 in nationale wetgeving worden omgezet. De gemeente ontwikkelt daarom in 2025 een lokale aanpak om particuliere verhuurders tijdig te ondersteunen bij woningverbetering.
Energiearmoede: De uitvoering van de aanpak energiearmoede is verlengd tot en met 2027. In 2025 wordt een notitie opgesteld waarin de stand van zaken, behaalde resultaten en de aanpak voor de resterende looptijd worden toegelicht.
Servicepunt energieadvies VvE’s en bewonersinitiatieven: In de tweede helft van 2024 is de werkwijze geëvalueerd. In 2025 wordt een uitvoeringsplan 2025-2027 vastgesteld. Dit omvat gerichte ondersteuning van VvE’s bij verduurzaming vanuit het landelijk isolatieprogramma, waarbij VvE’s terecht kunnen bij een nieuw platform.
Vanuit de landelijke LIA middelen wordt voor de VVE’s met een lager dan gemiddelde WOZ een subsidieregeling ontwikkeld.
3) Bedrijven en utiliteitsbouw
De uitvoering van het Energiebesparingsakkoord voor Noord-Hollandse bedrijven is verlengd tot en met 2026. De oorspronkelijke ambitie om alle energierelevante bedrijven voor eind 2025 te controleren bleek niet haalbaar, omdat bij de start van de uitvoering niet duidelijk was welke bedrijven onder de wettelijke plicht vielen.
In Amstelveen zijn momenteel 258 bedrijven als energierelevant geregistreerd, terwijl het CBS op basis van landelijke gegevens inschat dat dit er ruim 465 zijn. De verwachting is dat met de invoering van de nieuwe Energiewet (2025) dit verschil grotendeels wordt opgeheven.
Het doel is daarom aangepast: alle bedrijven die op 1 januari 2025 als energierelevant bekend zijn, moeten vóór eind 2026 gecontroleerd zijn. Tegelijkertijd werkt de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied verder aan het in kaart brengen van de overige bedrijven en aan een vervolgplan voor controle ná 2026.
De in 2025 gestarte ‘klus & coach’-aanpak voor ondernemers wordt in 2025 en 2026 uitgebreid. Binnen deze aanpak krijgen bedrijven praktisch energieadvies én worden deels van de geadviseerde maatregelen tot een bedrag van €600 uitgevoerd.
Aangepaste routekaart maatschappelijk vastgoed: De oorspronkelijke doelstelling om al het gemeentelijk vastgoed in 2030 aardgasvrij te maken blijkt niet haalbaar. Een herziene routekaart wordt bij de perspectiefnota 2027 voorgelegd aan de gemeenteraad, met als uitgangspunt het maximaal haalbare richting 2035 te realiseren.
Leidraad Duurzaam bouwen: We streven naar zo veel mogelijk energieneutrale gebieden en gebouwen. In de realisatiefase en daarna is een zo laag mogelijke energievraag belangrijk, opwek hoort vanzelfsprekend bij. Voor aanpassingen van de Leidraad zie het hoofdstuk circulair.
Nieuw Legmeer: Een specifieke leidraad stelt hogere duurzaamheidseisen dan de algemene leidraad. In nauwe samenwerking met ontwikkelaars wordt gestreefd naar een voorbeeldwijk op energieneutraliteit, circulair bouwen en klimaatadaptatie.
Energieplan Legmeer: Na een positief haalbaarheidsonderzoek naar de WRK-leiding voor warmte heeft het college besloten tot de start van de ontwerpfase. Hiermee kunnen circa 4.000 woningen en zwembad De Meerkamp mogelijk duurzaam worden verwarmd via deze warmtebron.
Platform Duurzaam Nieuw Legmeer: In 2025 is gestart met een onderzoek naar het oprichten van een platform voor bewoners en ontwikkelaars en in hoeverre dit kan bijdragen aan kennisdeling en draagvlak voor duurzame maatregelen. Dit platform moet gaan fungeren als proeftuin voor burgerbetrokkenheid bij duurzame gebiedsontwikkeling.
BTAZ: Zie hoofdstuk 4 voor het Circulair Ambachtscentrum. In aanvulling hierop worden met Liander mogelijkheden onderzocht voor een slim energiesysteem op deze locatie.
6) Warmtebronnen en infrastructuur elektra
Elektriciteitsnetwerkuitbreiding:
Energievisie 2.0 en pMiek 2.0: Provincie NoordHolland heeft begin 2025 de concept Energievisie 2.0 en het concept provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMiek) vastgesteld. Na de planMER-procedure volgt definitieve vaststelling.
Dit bevestigt dat de regio Greenport Aalsmeer een belangrijk energieknooppunt blijft, waarbij verduurzaming van glastuinbouw en logistiek grote invloed heeft op het toekomstige energiesysteem.
ESAP Amstelland: Het Energiesysteem Actieplan (ESAP) brengt Liander en regiogemeenten samen voor vroegtijdige signalering van activiteiten die het energiesysteem beïnvloeden. Door gezamenlijk te programmeren ontstaat tijdig inzicht in mogelijke knelpunten die slim kunnen worden voorkomen of opgelost.
Sinds dit jaar is er focus op netbewuste nieuwbouw (dit houdt in dat nieuwe woningen en gebouwen worden ontworpen en gebouwd met oog voor de impact op het elektriciteitsnet) door aanhoudende netcongestie. Netbewuste ontwikkeling behoudt zo lang mogelijk ruimte op het transportnet voor nieuwe projecten.
De volgende ESAP-verdieping betreft verduurzaming van logistiek. Gemeente en netbeheerder missen inzicht in verduurzamingsplannen van deze sector. De mate en wijze van elektrificeren heeft grote impact op het elektriciteitsnetwerk.
Toekomstbestendige Middenspannings- en Laagspanningsnetten (MS- en LSnetten): Het afgelopen jaar is met Liander verder gewerkt aan invulling van de nadere overeenkomst voor samenwerking in netuitbreidingen in buurten en wijken. Het ligt in de lijn der verwachting dat deze overeenkomst door het college is vastgesteld voor besluitvorming van de raad over PLECK 7.0.
Opwek duurzame energie: In het kader van RES 2.0 zet Amstelveen met name in op zon op dak en dubbel ruimtegebruik.
Energieopwek sportvelden: De gemeente verkent de mogelijkheden voor energieopwekking op en rond sportaccommodaties. Gedacht wordt aan verschillende vormen van dubbel ruimtegebruik, zoals zonnepanelen op overdekte voorzieningen. Dit kan sportverenigingen helpen bij verduurzaming en mogelijk leiden tot lagere energiekosten. In 2025 wordt onderzocht welke locaties kansrijk zijn voor een pilot.
Solar Carports: In 2023 zijn bij vijf parkeerterreinen haalbaarheidsstudies uitgevoerd. In 2024 is een tender procedure voor één locatie opgestart op basis van marktconsultatie. In 2025 gewerkt aan het opleveren van de eerste solar carport (mogelijk knelpunt: beschikbaarheid aansluiting elektriciteitsnetwerk).
Zon op gevel: In 2025 zou worden onderzocht waar concrete projecten kunnen worden gerealiseerd volgens de Leidraad Zon op gevel. Door het ontstaan van een vacature is dit project vertraagd en wordt uitgevoerd in 2026.
Windenergie: Kleine Windmolens zijn een hernieuwbare energiebron die in potentie kan bijdragen aan de duurzame energiemix voor de gemeente. Ook kleine windturbines hebben impact op de omgeving waarin ze worden geplaatst. In 2025 is gewerkt aan beleidskaders voor kleine windturbines in stedelijke omgeving. Indien dit opportuun geacht wordt zal het beleid in 2026 ter inzage gaan en in de besluitvorming worden gebracht.
Positive Energy District (PED): Een positieve energiewijk is een stedelijk gebied dat op jaarbasis minstens evenveel energie produceert als gebruikt. Het doel is om functioneel en flexibel deel uit te maken van het grotere energiesysteem, niet om als geïsoleerd eiland te opereren. In 2024 is de Hogeschool Amsterdam gestart met een voorstudie naar mogelijkheden voor een PED in Amstelveen. Parallel is een projectvoorstel ingediend voor het Europese Driving Urban Transition (DUT) programma. Het voorstel is gehonoreerd en €250.000 is beschikbaar gekomen voor PED-onderzoek de komende drie jaar. Het onderzoekstraject is gestart in januari 2025, met focus op het gebied rondom de A9, in eerste instantie op de wijk Groenelaan.
Publiek Warmtebedrijf: In de nieuwe Warmte Wet is het uitgangspunt opgenomen dat grote warmtenetten (meer dan 1500 aansluitingen) minimaal 51% in publieke handen moeten zijn. Inmiddels is de ontwerpfase voor het oprichten van een publiek warmte bedrijf voor collectieve warmtenet Nieuw Legmeer gestart.
Duurzame bronnen: Contact met Waternet wordt onderhouden voor inzet van RWZI en WRKleidingen ten behoeve van de warmtetransitie. Een samenwerkingsovereenkomst voor het gebruik van restwarmte uit de RWZI wordt in Q3 2025 ondertekend.
WKO: Bodemenergie is een steeds meer toegepaste techniek voor gestapelde bouw van warmte en koude. De drukte in de ondergrond neemt snel toe en beschikbaarheid voor toekomstige projecten is niet altijd vanzelfsprekend. Met het oog op de Omgevingswet en ontwikkelingen in de A9 zone en Stadshart is herziening van de huidige Verordening Bodemenergie en Interferentiegebied Stadshart wenselijk. Ervaringen vanuit het concept Bodemenergieplan Kronenburg-Uilenstede en energieplan Nieuw Legmeer vormen bouwstenen.
Mobiliteitsplan medewerkers: Het mobiliteitsonderzoek 2023 is vertaald naar concrete maatregelen: hogere fietsvergoeding (€2.100), uitbreiding e-bike vloot (23 stuks) en verdubbeling laadpalen (78 stuks).
Laadinfrastructuur: In 2025 wordt de visie elektrisch laden vastgesteld en het succesvolle kabelgoottegelproject (200+ aanmeldingen) structureel ingevoerd.
Beleid: De ontwikkeling van beleid voor deelmobiliteit is gepland voor 2025. Door beperkte capaciteit wordt dit mogelijk doorgeschoven naar 2026. Het beleid zal kaders stellen voor aanbieders, parkeerzones en maximale aantallen deelvoertuigen.
Openbaar vervoer en fietsmobiliteit: Samenwerking met vervoersregio Amsterdam voor verbetering openbaar vervoer. Voor fietsinfrastructuur ligt focus op betere bereikbaarheid Stadshart en veilige fietsroutes naar scholen en werklocaties.
Het Stadshart wordt beter bereikbaar gemaakt voor duurzame mobiliteit. Naast infrastructurele verbeteringen worden twee lockerwanden geplaatst waar bezoekers fietsbatterijen en tassen kunnen opbergen. Dit stimuleert fietsgebruik door veiliger stallen mogelijk te maken en het winkelcomfort te verhogen. Investering: €30.000 eenmalig plus jaarlijkse servicekosten, mogelijk met VRA-subsidie en bijdrage van Unibail Rodamco Westfield.
Natuur- en milieu-educatie (NME) Nieuwe visie 2025: Het team NME heeft een nieuwe visie ontwikkeld die kinderen voorbereidt op een wereld waarin klimaatverandering, biodiversiteit en circulair denken steeds belangrijker worden. Het doel is kinderen bewust te maken van hun impact op de planeet en hen te leren duurzamere keuzes te maken. Deze visie is gekoppeld aan de Junior Sustainable Development Goals en vormt de basis voor het uitvoeringsplan voor de komende vijf jaar.
Voortgezet onderwijs: In 2026 wordt de focus op het voortgezet onderwijs geïntensiveerd. Door gesprekken met VO-scholen wordt onderzocht hoe zij beter ondersteund kunnen worden bij natuur- en duurzaamheidsonderwijs.
Concrete projecten: In samenwerking met GLOBE Nederland worden dit jaar opnieuw projecten uitgevoerd waarbij leerlingen met snuffelfietsen en palmbuisjes zelf de luchtkwaliteit en fijnstof in hun omgeving meten. Dit hands-on onderzoek vergroot het bewustzijn over milieu-impact en biedt leerlingen direct handelingsperspectief.
Schooltuinen: Er wordt onderzoek gedaan naar de bodemkwaliteit om over te stappen op lokaal geproduceerde compost. Daarnaast wordt onderzocht hoe de tuinen ecologisch verbeterd kunnen worden zodat ze beter bestand zijn tegen klimaatextremen zoals droogte en wateroverlast.
Speelboerderij Elsenhove: De speelboerderij viert in 2025 haar 50-jarig bestaan. Dit jubileum wordt aangegrepen om het natuurlijk spelen uit te breiden en de educatieve functie van de locatie te versterken.
Ondersteuning leerkrachten: Het komende jaar wordt onderzocht hoe leerkrachten beter ondersteund kunnen worden bij gesprekken met leerlingen over de klimaatproblematiek. Dit is extra relevant omdat onderzoek aantoont dat jongeren minder betrokken lijken bij klimaatthema’s en soms kampen met klimaatvermoeidheid.
Inventarisatie onderwijsinstellingen: Het NMEaanbod wordt beter afgestemd op de wensen en behoeften van het onderwijs, waarbij specifiek wordt gekeken naar uitbreiding van het aanbod voor het voortgezet onderwijs.
Draagvlak: NME, de schooltuinen en speelboerderij Elsenhove blijven belangrijke instrumenten voor het creëren van draagvlak voor duurzaam gedrag bij kinderen en buurtbewoners. Ze bieden concreet handelingsperspectief en dragen bij aan de bredere duurzaamheidsdoelen van de gemeente door bewustwording en gedragsverandering op jonge leeftijd te stimuleren.
De circulaire economie staat voor het sluiten van grondstofkringlopen en het minimaliseren van afval. Voor Amstelveen betekent dit concreet: meer recycling, circulair inkopen en bouwen met herbruikbare materialen. We zetten in op vier hoofdsporen: uitvoering van het Grondstoffenplan, circulair inkopen en aanbesteden, circulair bouwen en doorontwikkeling van de grondbank. Samenwerking in MRA-verband vergroot onze impact, bijvoorbeeld bij textiel- en luierrecycling.
Textiel: Met de Green Deal Textiel zet de MRA in op een lokale circulaire textielsector. Door overheden en lokale textielbedrijven te koppelen ontstaat samenwerking tussen producenten, inzamelaars en recycleaars van textiel. Amstelveen verbindt zich aan kansrijke initiatieven.
E-waste en voedselketen: Er wordt nauwgezet gevolgd welke ontwikkelingen en kansen er zijn (Voedsel Verbindt).
Onderzoek gratis papieren GFE-zakjes: in 2025 wordt onderzocht welke methode het meest effectief is om bewoners van flats en appartementencomplexen te activeren tot het scheiden van groente-, fruit- en etensresten (GFE). Deze gescheiden ingezamelde grondstof kan worden omgezet in compost en groengas.
Circulair Ambachtscentrum BTAZ: Zie hoofdstuk 4 voor beschrijving. Via AM Match worden werknemers met afstand tot de arbeidsmarkt ingezet voor reparatiewerkzaamheden.
Lokale taken: De gemeente heeft de volgende verplichtingen en taken voor 2025-2026:
Economische kansen Amstelveen: Voor duurzaam economisch leiderschap onderzoekt de gemeente lokale ketens met circulair potentieel:
CirCollab consortium: Amstelveen is voornemens deel te nemen aan het CirCollab-consortium voor de tweede fase (2026-2030). Dit samenwerkingsverband van Hogeschool van Amsterdam, Windesheim, gemeenten zoals Amsterdam, Almere en Haarlem, en private partners richt zich op circulaire transitie in de gebouwde omgeving en consumptiegoederen.
Het consortium sluit aan bij de lokale ketenbenadering door focus op biobased bouwen, losmaakbaar ontwerpen en cityhubs voor reparatie. Via CirCollab versterkt Amstelveen haar expertise voor de doelstelling van circulair inkopen en krijgt toegang tot praktijkgericht onderzoek en een netwerk van circulaire innovators in de MRA. De deelname onderstreept de ambitie om circulariteit verder te laten groeien en versterkt de positie als MRA-portefeuillehouder.
MRA-taken en ambities: De wethouder is portefeuillehouder Circulaire Economie in het MRA-platform Ruimte. De MRA heeft de volgende doelstellingen vastgesteld:
Als coördinerend portefeuillehouder faciliteert Amstelveen:
Deze taken vereisen kennis van aanbestedingsrecht, materialenstromen, EU-wetgeving, ketenanalyse en regionale samenwerking. De combinatie van lokale uitvoering, economische ketenaanpak, regionale coördinatie en MRA-portefeuillehouderschap overstijgt de huidige formatie. Voor realisatie van zowel gemeentelijke als MRA-doelstellingen én het benutten van economische kansen is aanvullende capaciteit noodzakelijk.
Deze expertise is mogelijk binnen de eigen organisatie aanwezig en kan via interne detachering worden ingezet.
In 2025 is gestart met de ontwikkeling van een nieuw Grondstoffenplan voor de periode 2026-2030. Dit plan is essentieel om invulling te geven aan nieuwe landelijke beleidskaders en om Amstelveen op koers te brengen met realistische recycledoelstellingen. De focus verschuift van het terugdringen van restafval naar het realiseren van hogere recyclepercentages en schone afvalstromen die optimaal verwerkbaar zijn. Het plan zet in op de uitbreiding van inzamelvoorzieningen, het stimuleren van gedragsverandering via gerichte communicatiecampagnes en de ontwikkeling van een Circulair Ambachtscentrum.
Het nieuwe afvalbrengstation op BTAZ is een cruciale voorwaarde voor veel van de voorgestelde maatregelen. Zonder deze faciliteit kunnen initiatieven zoals het Circulair Ambachtscentrum, uitbreiding van gescheiden inzameling en hergebruikactiviteiten niet volledig worden gerealiseerd. De maatregelen in het plan moeten daarom worden gezien als potentiële oplossingen die gefaseerd worden ingevoerd naarmate de infrastructuur beschikbaar komt.
De gemeente werkt toe naar de MRA-doelstelling voor circulair inkopen (100% in 2030). Om deze ambitie te halen moet het tempo omhoog - de hele organisatie heeft hierin een rol en alle relevante trajecten moeten met de circulaire bril worden benaderd. Voor zes specifieke productcategorieën wordt een aparte aanpak gevolgd die 2 tot 2,5 jaar per traject duurt: houtproducten, kolken en putdeksels, gebakken verhardingsmateriaal, betonnen verhardingsmateriaal, betonnen rioleringsmaterialen en speeltoestellen.
Het circulair bouwen wordt verder doorgezet via de Leidraad Duurzaam Bouwen (zie ‘Aanpassingen Leidraad Duurzaam Bouwen 2025’ verderop in dit hoofdstuk). Bij tenders voor gemeentelijke grond worden strikte eisen gesteld aan circulariteit en duurzaamheid, waarbij minimaal 30% van de weging bij aanbestedingen naar duurzaamheid gaat. De gemeente bouwt zelf zoveel mogelijk met hout, biobased en gerecyclede materialen, tenzij daar zwaarwegende redenen tegen zijn. Gebouwen worden flexibel en losmaakbaar ontworpen om een lange levensduur mogelijk te maken en de energievraag te beperken.
In 2025 onderzoekt de gemeente of het financieel systeem kan worden aangepast door de toekomstige restwaarde van gebouwen mee te nemen in investeringsbeslissingen. Een losmaakbaar gebouw van herbruikbare materialen heeft immers waarde aan het einde van de levensduur. Leeuwarden heeft hiervoor een methode voor circulair afschrijven ontwikkeld die Amstelveen mogelijk kan overnemen.
Het onderzoek naar houtbouw op Legmeer, opgeleverd in 2025, toont aan dat houtconstructie de meest veelbelovende weg biedt naar duurzame, koolstofarme woningbouw met behoud van economische haalbaarheid. Aanvullend wordt onderzocht of een grondstoffenhub voor Legmeer kan helpen bij het hergebruiken van materialen die vrijkomen bij sloopprojecten.
Aanpassingen Leidraad Duurzaam Bouwen 2025
De Leidraad Duurzaam Bouwen is in 2025 geactualiseerd om aan te sluiten bij nieuwe wetgeving en praktijkervaringen. De belangrijkste wijzigingen:
Thema Energie De EPBD IV-richtlijn stelt nieuwe eisen die we vertalen naar lokaal beleid:
Thema Circulair bouwenIn lijn met het convenant ‘Het Nieuwe Normaal’ passen we de eisen aan:
Thema Klimaatadaptatie De eis voor ‘koele verblijfslocaties’ wordt vervangen door de concrete 3-30-300 bomenregel uit het Bomenplan 2025:
Thema Mobiliteit De overstap van EPBD III naar EPBD IV betekent strengere eisen voor laadinfrastructuur bij nieuwbouw, waarbij elk nieuw gebouw voorbereid moet zijn op het plaatsen van laadpalen.
De grondbank op locatie Krijgsman wordt in 2025 herijkt in relatie tot de gebiedsontwikkeling en efficiëntere bedrijfsvoering.
Amstelveen wordt steeds beter voorbereid op extremer weer. De focus ligt op twee hoofdthema’s: beter omgaan met (grond)water en het verminderen van hittestress. Door vergroening van schoolpleinen en ondersteuning van bewoners bij ‘ontstenen’ maken we de stad klimaatrobuuster en verkleinen we de gezondheidsrisico’s voor kwetsbare groepen. Het einddoel is een volledig klimaatrobuuste stad in 2050.
Actieplan klimaatadaptatie 2021-2026
Door intensief onderzoek van de afgelopen jaren is veel informatie verzameld over wateroverlast, droogte en hittestress. Het actieplan klimaatadaptatie 20212026 stond in het teken van onderzoek naar deze klimaatrisico’s, uitgevoerd door externe bureaus. Deze resultaten gebruiken wij nu voor nieuw beleid en maatregelen, zoals het vergroenen van schoolpleinen en het monitoren van de grondwaterstand.
Het actieplan loopt tot en met 2026. Om dit plan te actualiseren maken we gebruik van de risicoanalyse die door het Rijk wordt uitgevoerd in het kader van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Het Rijk herijkt dit plan in 2026 op basis van nieuwe klimaatscenario’s van het KNMI. Amstelveen voert in 2026 nieuwe stresstesten uit in regionaal verband. Deze resultaten vormen de basis voor actualisatie van het gemeentelijk klimaatadaptatieplan vanaf 2027.
In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie staan alle doelen benoemd die ervoor gaan zorgen dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Het bevat zeven ambities die beschrijven hoe gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk het proces van ruimtelijke adaptatie willen versnellen en intensiveren. Het Rijk is voornemens dit plan in 2026 te herijken op basis van de nieuwste klimaatscenario’s van het KNMI. In aansluiting hierop voert Amstelveen in 2026 nieuwe stresstesten voor hitte en wateroverlast uit in regionaal verband met het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en de gemeenten binnen dit waterschap. De resultaten van zowel de rijksherijking als de regionale stresstesten vormen de basis voor actualisatie van het gemeentelijk klimaatadaptatieplan vanaf 2027.
Door klimaatverandering zullen natte periodes en droge periodes elkaar opvolgen, maar de gemiddelde neerslag zal naar verwachting afnemen. Met andere woorden, droge periodes worden droger en natte periodes worden natter. Voor de kleiige bodem van Amstelveen vraagt dit om slim (grond)waterbeheer. Met het grondwatermeetnet kunnen we het meerjarig gemiddelde steeds beter voorspellen. Indien nodig kan tijdens een wijkreconstructie hier rekening mee worden gehouden. Omdat de trend laat zien dat het over het algemeen droger zal worden is de gemeente terughoudend met het toepassen van drainage. Om uitdroging in droge periodes te voorkomen kan niet te laag worden gedraineerd. Tegelijkertijd kijken wij waar het mogelijk is om waterdoorlatende verharding toe te passen.
De geactualiseerde Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) 2025 bevat daarom meer aandacht voor klimaatadaptieve maatregelen. Bij reconstructies en herinrichtingen wordt ingezet op waterberging, wadi’s, vergroening en het tegengaan van hittestress. De LIOR stelt eisen aan de inrichting van de openbare ruimte om de stad beter bestand te maken tegen extreme weersomstandigheden.
Wateroverlast in natte periode moet worden geaccepteerd ten behoeve van stabiele funderingen en openbare ruimte.
De aanpak van hittestress richt zich vooral op kwetsbare groepen: mensen ouder dan 75 jaar, jonge kinderen (tot 12 jaar) en mensen met een kwetsbare gezondheid. Om hitte-eilanden tegen te gaan worden schoolpleinen vergroend. Tot en met 2026 worden school- en speelpleinen klimaatadaptief ingericht, waarbij zes scholen al in uitvoering zijn: School of Understanding, Amstelland International School, IBS Elif, De Triangel, De Bloeiwijzer en De Omnibus.
Ook rond zorginstellingen wordt verkend hoe verblijfsplekken kunnen worden omgevormd tot aantrekkelijke koele plekken, waarbij bij wijkreconstructies in het Meerjarenprojectenprogramma
Buitenruimte hier extra aandacht voor is. In 2025 start een pilot met drie extra drinkwatertappunten naast de bestaande PWNpunten, waarna op basis van gebruik wordt bepaald of uitbreiding nodig is.
Het bomenbeleid vormt een essentieel onderdeel van de hittestressaanpak. Vanaf 2026 worden jaarlijks 130 bomen aangeplant volgens de 3-30300 regel: drie bomen zichtbaar vanuit elke woning, 30% bladerdakbedekking per wijk en maximaal 300 meter naar een groene verblijfsplek. Ontbrekende schakels in de bomenstructuur tussen stad, bos en polder worden aangeplant om ecologische corridors te versterken. Voor het structureel borgen van deze duurzaamheidsaanpak wordt de benodigde capaciteit momenteel in kaart gebracht.
Een gezonde leefomgeving is veilig en beschermt tegen ongezonde omgevingsinvloeden. Extreme hitte en wateroverlast kunnen leiden tot gezondheidsklachten zoals stress, luchtwegklachten en hart- en vaatziekten. In de visie Gezonde Leefomgeving heeft de gemeente zich gecommitteerd aan het beperken van deze ongezonde omgevingsinvloeden en het inrichten van een klimaatadaptieve en veerkrachtige leefomgeving. Hierin zit een grote overlap met de klimaatambities uit PLECK, het Actieplan Klimaatadaptie en het Bomenplan. Aanvullend op de genoemde doelstellingen wordt in de gezonde leefomgeving ingezet op hittebestendig bouwen en een groter aanbod van koele schaduwplekken in de buitenruimte.
Met de toenemende frequentie en intensiteit van hittegolven als gevolg van klimaatverandering, wordt het belang van hittebestendig bouwen steeds urgenter. Gebouwen die onvoldoende bescherming bieden tegen extreme hitte vormen een directe bedreiging voor de gezondheid en het welzijn van bewoners, vooral voor kwetsbare groepen zoals ouderen, jonge kinderen en mensen met chronische aandoeningen. Hittebestendige bouwprincipes – zoals goede isolatie, natuurlijke ventilatie, gebruik van reflecterende materialen en groene daken – dragen bij aan het verlagen van binnentemperaturen. Dit vermindert het risico op hittestress, uitdroging en andere gezondheidsproblemen. Bovendien bevordert een comfortabel binnenklimaat de slaapkwaliteit, productiviteit en het algemene welzijn van bewoners. Investeren in hittebestendig bouwen draagt bij aan volksgezondheid en duurzaamheid.
Hieronder staan de concrete acties voor 2025-2026, gegroepeerd per transitie en aangevuld met overkoepelende maatregelen.
Hoofdstuk 7 Werkagenda’s 2025-2026
Hieronder staat de concrete acties voor 2025-2026, gegroepeerd per transitie en aangevuld met overkoepelende maatregelen.
De energietransitie vormt de grootste opgave met een breed scala aan activiteiten:
De transitie naar een circulaire economie krijgt vorm door:
Voorbereiden op extremer weer door:
Ondersteunende programma’s (organisatie-breed)
Overkoepelende activiteiten voor alle transities:
Deze werkagenda wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van voortgang, nieuwe wetgeving en beschikbare middelen. De uitvoering vindt plaats binnen de financiële kaders uit hoofdstuk 8.
Hoofdstuk 8 Financiën duurzaamheid
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de kosten en uitgaven van de duurzaamheidsopgaven. Er zijn 3 stromen middelen die aan duurzaamheid worden besteed:
Structureel: middelen die structureel in de begroting van de gemeente staan en aan duurzaamheid worden besteed. Incidenteel: er wordt maximaal gebruik gemaakt van de beschikbare nationale en provinciale regelingen om het verduurzamen te versnellen. Zo worden middelen ingezet van SPUK CDOKE gelden, provinciale subsidies voor het Energieprogramma en het Soorten Management Plan (tabel 1).
CDOKE-middelen: geld uit het klimaatakkoord, bestemd voor uitgaven aan klimaat- en energiebeleid voor de jaren 2025 tot en met 2030. De CDOKEmiddelen zijn voorlopig berekend op € 1.567.350 per jaar voor de periode 2026-2030, maar hier is nog geen officiële bevestiging van gekomen vanuit het Rijk. Het geld moet voor minimaal 90% worden ingezet voor personeelskosten (tabel 2).
Reserve duurzaamheid: een reserve die per 1 januari 2025 € 7.179.000 bedraagt en is bestemd voor investeringen in de energietransitie en duurzaamheid. Het geld kan besteed worden aan zaken die de duurzame doelen uit PLECK dienen, te weten Energietransitie, Circulaire economie en Klimaatadaptatie (tabel 3).
Figuur 28 Meerjarenbegroting duurzaamheid
Figuur 29 CDOKE regeling incidenteel
Figuur 30 Tabel 3 Reserve duurzaamheid
In 2025 wordt volgens planning € 2.012.000 onttrokken aan de reserve Duurzaamheid. De reserve Duurzaamheid heeft per 1 januari 2026 een stand van € 5.177.000 en loopt af naar € 2.630.000 per 31 december 2029. Voor 2026 zijn substantiële onttrekkingen gepland, waaronder € 1.442.000 voor aanmeldingen uit de Perspectiefnota 2026. Deze middelen worden ingezet voor diverse duurzaamheidsprojecten zoals de subsidieregeling verduurzaming woningen, actieplan klimaatadaptatie, de subsidieregeling Groen op gebouwen en watervriendelijke tuinen. Daarnaast zijn er reserveringen opgenomen voor bewonersondersteuning, wijkaanpak ‘voorbereiding eerste wijken aardgasvrij’.
Aanvullend op de nieuwe voorstellen uit de Perspectiefnota 2026 wordt in 2026 € 55.000 uitgegeven voor extra initiatieven binnen de circulaire economie en duurzame mobiliteit. Ook deze uitgaven worden gedekt vanuit de reserve Duurzaamheid en wordt verwerkt via de eerste tijdvakrapportage 2026.
Het terugverdieneffect van zonnepanelen bedraagt € 10.000 per jaar (2026-2029). Dit was oorspronkelijk € 120.000 per jaar, maar is naar beneden bijgesteld omdat subsidies zijn vervallen en het verrekenen van lagere energielasten met huurders praktisch niet uitvoerbaar bleek. Alleen de kapitaallasten worden nu verwerkt in de kostprijsdekkende huur.
Aardwarmte/Geothermie: Gebruik van warmte uit de grond voor verwarming
BENG: Bijna Energieneutrale Gebouwen - huidige norm voor nieuwbouw
Biodiversiteit: Verscheidenheid aan leven in een bepaald gebied, omvat alle soorten planten, dieren, micro-organismen en hun interacties
CDOKE: Uitvoeringsmiddelen klimaatakkoord voor gemeenten (Uitkering Energietransitie)
Circulaire economie: Economisch systeem waarin grondstoffen steeds opnieuw gebruikt worden en er (bijna) geen afval is
CO2 Footprint: Berekening totale CO2-uitstoot door persoon, organisatie of gemeenschap
CSRD: Corporate Sustainability Reporting Directieve - EU-richtlijn verplichte duurzaamheidsrapportage grote bedrijven vanaf 2024
DUMAVA: Subsidieregeling verduurzaming maatschappelijk vastgoed
Energiearmoede: Situatie waarbij huishouden laag inkomen heeft, hoge energierekening en energieonzuinige woning
Energietransitie: Overgang van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen (wind, zon, water, aardwarmte)
EPBD IV: Energy Performance Building Directive - EUrichtlijn energieprestatie gebouwen, vastgesteld 2024
ESAP: Energiesysteem Actieplan - samenwerking gemeenten en netbeheerder voor netplanning
Fit for 55: EU-pakket om Green Deal-ambities in wetgeving om te zetten, doel 55% minder uitstoot tegen 2030
GFE: Groente, Fruit en Etensresten - organische afvalstroom
Green Deal: EU-pakket beleidsinitiatieven voor groene transitie naar klimaatneutraliteit 2050
Grondbank: Gemeente depot voor groenafval, bagger, grond en veegvuil met composteerinrichting
ISDE: Investeringssubsidie Duurzame Energie - landelijke subsidie voor warmtepompen en isolatie
Klimaatadaptatie: Voorbereiden op risico’s veranderend klimaat en omgeving hierop aanpassen Hernieuwbare energie: Energie uit natuurlijke bronnen die constant aangevuld worden (wind, water, zon, bodem, biomassa)
Hybride warmtepomp: Kleine warmtepomp ter uitbreiding cv-ketel, bespaart tot 70% gasverbruik
kV stations: Grote elektriciteitsstations waar hoogspanningsnetten met verschillende netspanningen verbonden zijn
LIA: Lokale Isolatie Aanpak - onderdeel Nationaal Isolatieprogramma
Liander: Regionale netbeheerder elektriciteit en gas
MPG: Milieu Prestatie Getal - maat voor milieu-impact materialen in bouw
MRA: Metropoolregio Amsterdam - samenwerkingsverband 32 gemeenten
Netcongestie: Overbelasting elektriciteitsnet waardoor geen nieuwe aansluitingen mogelijk zijn
NIP: Nationaal Isolatieprogramma - Rijksprogramma ondersteuning woningisolatie
Omgevingsdienst (OD): Verleent vergunningen en houdt toezicht milieu, bodem en bouw
PED: Positive Energy District - stedelijk gebied dat meer energie produceert dan gebruikt
pMIEK: Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat
PMD: Plastic, Metaal en Drankkartons - afvalstroom voor recycling
Recyclepercentage: Percentage ingezameld afval dat daadwerkelijk wordt verwerkt tot nieuwe grondstoffen
RES: Regionale Energiestrategie - regionale afspraken over duurzame opwek
ROM InWest: Regionale Ontwikkelingsmaatschappij voor duurzame economie-ontwikkeling
RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland - uitvoeringsorganisatie voor subsidies en regelingen op gebied van duurzaamheid, innovatie en ondernemerschap
RWZI: Riool Water Zuivering Installatie - zuivert afvalwater, warmte kan benut worden
Salderingsregeling: Regeling waarbij opgewekte zonnestroom verrekend wordt met verbruik
SEEH: Subsidie Energiebesparing Eigen Huis - landelijke isolatiesubsidie
TenneT: Landelijk beheerder hoogspanningsnet
Toekomstbestendige Middenspannings- en Laagspanningsnetten (MS- en LSnetten):
Middenspannings- en Laagspanningsnetten - verschillende spanningsniveaus in het elektriciteitsnetwerk. Laagspanning (230V/400V) levert stroom direct aan huishoudens en kleine bedrijven. Middenspanning (10kV/20kV) distribueert elektriciteit naar wijken en grotere bedrijven via transformatorhuisjes die de spanning omzetten naar laagspanning.
Trias Energetica: Driestappenstrategie voor energiezuinig ontwerpen:
UPV: Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid - producenten verantwoordelijk voor afval hun producten
VvE: Vereniging van Eigenaren - organisatie appartementseigenaren
Warmtenet: Ondergronds buizenstelsel met warm water voor gebouwverwarming
Wcw: Wet collectieve warmte - vervangt huidige Warmtewet per 2026
Wgiw: Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie
WKO: Warmtekoudeopslag - duurzame verwarming/ koeling via bodemenergie met warmtepomp
WOZ: Waardering Onroerende Zaken - taxatiewaarde woning voor belasting
WRK-leiding: Watertransportleiding RijnKennemerland (water Lek naar Amsterdamse
ZEB: Zero Emission Building - emissievrij gebouw, vervangt BENG-normen vanaf 2030
Bijlage 2: Klimaatroutekaart Amstelveen Ambities en resultaten
Bijlage 3: Actieplan Circulair Textiel Amstelveen 2025-2026
1. Waarom circulair textiel in Amstelveen
Textiel is wereldwijd een van de meest vervuilende industrieën. In Amstelveen zamelen we jaarlijks 347.000 kilo textiel gescheiden in, waarmee we 3,6 miljoen kilo CO2 en 231 miljoen liter water besparen. Maar er is nog veel winst te behalen: jaarlijks belandt nog 9 kilo textiel per inwoner in het restafval. Dat is ruim 800.000 kilo textiel die verbrand wordt in plaats van hergebruikt.
We bouwen voort op wat er al is Amstelveen heeft al een goede basis: textielcontainers door de hele gemeente, een actieve kringloop, repair cafés in verschillende wijken, en de succesvolle textielrace op basisscholen. Deze initiatieven werken nu vooral los van elkaar. Door ze te verbinden en uit te bouwen kunnen we veel meer impact maken.
Aansluiting bij bredere ambities Dit actieplan past binnen de duurzaamheidsambities van PLECK 7.0 en sluit aan bij regionale ontwikkelingen. De MRA streeft naar een 70% circulaire textielsector in 2030 - een ambitie waar we als gemeente aan bijdragen door lokale inzameling te verbeteren en aan te sluiten bij regionale verwerkingscapaciteit. Ook de landelijke Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV) voor textiel biedt nieuwe kansen voor samenwerking en financiering.
Klein beginnen, verbinden, leren We kiezen bewust voor een pragmatische start. In plaats van grote plannen en investeringen, beginnen we met het verbinden van wat er al is. Een Community Coördinator (0,2 fte) gaat als spin in het web fungeren tussen bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en de gemeente.
Vier samenhangende actielijnen
Onze aanpak richt zich op vier sporen die elkaar versterken:
1. Betere inzameling en verwerking We optimaliseren de bestaande textielcontainers en onderzoeken mogelijkheden voor inzamelpunten in wijkcentra. Voor de verwerking sluiten we aan bij de MRA-verwerkingsketen - we hoeven niet zelf het wiel uit te vinden.
Doel: Minder textiel in restafval
2. Reparatie en hergebruik stimulerenKleding langer gebruiken is de meest effectieve vorm van duurzaamheid. We faciliteren repair-stations in wijkcentra, ondersteunen kleding-swappoints en versterken de samenwerking met bestaande repair cafés.
Doel: Repair- en swapfaciliteiten uitbreiden
3. Bewustwording en educatieGedragsverandering begint bij bewustwording. We breiden de textielrace uit naar alle basisscholen, werven buurtambassadeurs en ontwikkelen een praktische communicatiecampagne over textielonderhoud en -recycling.
Doel: Inwoners actief betrekken, alle 22 basisscholen doen mee aan textielrace
4. Sociale impact centraalCirculair textiel biedt kansen voor ontmoeting, vaardigheden en werkgelegenheid. We versterken de kledingbank, onderzoeken re-integratietrajecten via textielwerk en zorgen dat alle voorzieningen laagdrempelig toegankelijk zijn.
Doel: Toegankelijke voorzieningen voor alle doelgroepen
Voor 2025-2026 is €25.000 beschikbaar uit de reserve duurzaamheid (€15.000 voor de coördinator, €10.000 voor activiteiten). Dit dwingt ons creatief te zijn en maximaal gebruik te maken van bestaande middelen en faciliteiten. Op basis van de resultaten bepalen we medio 2026 of en hoe we verder willen investeren.
Maximaal benutten wat er al is We maken slim gebruik van bestaande faciliteiten en budgetten:
Q2 2026 - Evalueren en vervolg
Als individuele gemeente hebben we beperkte invloed op de textielketen - de grote veranderingen gebeuren regionaal en landelijk. Daarom sluiten we aan bij de MRA voor verwerking en recycling, terwijl we lokaal focussen op waar we wél verschil maken: inzameling, bewustwording en sociale impact.
Deze opstartfase gebruiken we om te ontdekken welke rol de gemeente het beste past: verbinder, facilitator of aanjager? We starten laagdrempelig in wijken waar al energie zit en bouwen meerdere samenwerkingen tegelijk op.
De kansen zijn groot: groeiende aandacht voor duurzaamheid, nieuwe financiering via UPV-textiel, schaalvoordelen door regionale samenwerking, en inwoners die graag willen bijdragen. We hoeven hen alleen de handvatten te bieden.
We monitoren onze voortgang op:
Dit actieplan richt zich bewust op 2025-2026. We leggen nu de basis voor een beweging die kan groeien. Afhankelijk van de resultaten en beschikbare middelen kunnen we na 2026 opschalen met meer wijkcentra, een textielwerkplaats voor re-integratie, of aansluiting bij een regionaal circulair textielcentrum. Maar eerst: klein beginnen, leren wat werkt, en de beweging laten groeien.
Bijlage 4: Leidraad Duurzaam Bouwen en Gebiedsontwikkelen (PLECK 7.0) 2025
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-548431.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.