Gemeenteblad van Ouder-Amstel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ouder-Amstel | Gemeenteblad 2025, 548377 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ouder-Amstel | Gemeenteblad 2025, 548377 | beleidsregel |
Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Ouder-Amstel 2026
Burgemeester en wethouders van Ouder-Amstel,
Beleidsregels zijn nodig. Met deze regels kan de gemeente op een goede manier belangen afwegen, feiten vaststellen en wettelijke voorschriften uitleggen. De gemeente is bevoegd dit te doen op basis
van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Verordening maatschappelijke ondersteuning Ouder-Amstel 2020 (hierna genoemd als de Verordening) en het financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Ouder-Amstel 2026 (hierna genoemd als het financieel besluit).
In deze beleidsregels staat hoe tot een beslissing wordt gekomen als inwoners een beroep doen op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Allereerst worden de uitgangspunten beschreven, daarna wordt in afzonderlijke hoofdstukken ingegaan op de verschillende vormen van ondersteuning.
Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Ouder-Amstel 2026
Hoofdstuk 1 algemene bepalingen
Hoe de verstrekking van aanvullende maatwerkvoorzieningen wordt beoordeeld, hangt van verschillende zaken af. Gemeentelijk beleid, wetgeving en rechterlijke uitspraken spelen daarbij een rol. In deze beleidsregels leest u daar meer over.
Artikel 1.1. Algemene uitgangspunten
De gemeente wil dat inwoners actief meedoen in de samenleving.
Het is belangrijk dat inwoners zoveel mogelijk zelfredzaam zijn, kunnen participeren en zelfstandig kunnen blijven woning, d.w.z. niet in een instelling opgenomen hoeven te worden.
Inwoners die dat nodig hebben kunnen passende hulp en voorzieningen krijgen die de kwaliteit van hun leven vergroten.
Bij het Sociaal Loket Ouder-Amstel, uitgevoerd door uitvoeringsorganisatie Duo+, kunnen inwoners terecht voor informatie, advies en ondersteuning over de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet. Inwoners kunnen hun melding hier schriftelijk, mondeling, telefonisch of digitaal indienen. Een melding kan ook worden gedaan door de partner, mantelzorger, familie, buren, vertegenwoordiger of andere betrokkenen van de inwoner. De gemeente bevestigt de ontvangst van de melding schriftelijk en informeert de inwoner over de vervolgstappen. Daarnaast informeert de gemeente de inwoner over de mogelijkheid om een persoonlijk plan te schrijven. In het persoonlijk plan kan de inwoner uitleggen welke hulp of ondersteuning hij denkt nodig te hebben. Een persoonlijk plan is niet verplicht. Wil een inwoner een persoonlijk plan indienen, dan moet dat gebeuren binnen 7 dagen na de melding.
Artikel 2.2 Onafhankelijke cliëntondersteuner
De gemeente wijst de inwoner op de mogelijkheid van cliëntondersteuning. De cliëntondersteuner geeft informatie, advies en algemene ondersteuning en kan de inwoner bijstaan bij de melding en tijdens het onderzoek. Deze ondersteuning is gratis en onafhankelijk. De ondersteuning draagt bij aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner. Ook draagt deze bij aan een zo breed mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, zorg en preventieve zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen. Cliëntondersteuning werkt twee kanten op: Het helpt inwoners bij het bereiken van een zo goed mogelijke maatwerkvoorziening, én het helpt verwijzen naar de mogelijkheden van algemene voorzieningen of andere voorzieningen. De cliëntondersteuner doet zijn werk binnen de gemeentelijke regels en deze gemeentelijke beleidsregels.
Naar aanleiding van een melding wordt een onderzoek gedaan om de ondersteuningsvraag van de inwoner helder te krijgen. Duo+ voert dit onderzoek uit middels een gesprek met de inwoner, bij voorkeur thuis, maar dit kan ook telefonisch of op het gemeentehuis plaatsvinden.
Tijdens het onderzoek wordt samen met de inwoner de ondersteuningsvraag vastgesteld, zonder direct naar oplossingen te kijken. Vervolgens wordt in kaart gebracht welke beperkingen de inwoner ervaart op het gebied van zelfredzaamheid en participatie. Op basis hiervan wordt bepaald welke ondersteuning nodig is. Daarna wordt beoordeeld in hoeverre de inwoner, met gebruikelijke hulp, mantelzorg of algemene- en/of voorliggende voorzieningen, zelf in deze behoefte kan voorzien. De resterende ondersteuningsbehoefte kan worden ingevuld met een maatwerkvoorziening.
Indien nodig kan als onderdeel van het onderzoek een onafhankelijk sociaal-medisch advies of ander deskundigenadvies worden ingewonnen.
Artikel 2.4 Ondersteuningsplan
Op basis van het onderzoek wordt een ondersteuningsplan gemaakt. Hierin staat informatie over het gesprek, de ondersteuningsvraag, de gewenste resultaten en de verschillende vormen van hulp. De inwoner leest het ondersteuningsplan en bij akkoord stuurt de inwoner deze binnen 10 werkdagen terug.
Bij vragen neemt de inwoner binnen 5 dagen contact op met de klantmanager om de vragen te bespreken. Als de gemeente de aanvraag niet terugontvangt binnen 10 werkdagen, volgt er een hersteltermijn van nog twee weken. Na deze hersteltermijn wordt de melding afgesloten.
Als een inwoner in aanmerking wil komen voor een maatwerkvoorziening, moet hij daarvoor een aanvraag indienen. Een aanvraag kan op twee manieren ingediend worden:
Artikel 2.5.1 Aanvullende algemene criteria voor de aanvraag
Er wordt géén maatwerkvoorziening toegekend als:
Ingezetenen De Wmo 2015 spreekt over ingezetene (zonder begripsbepaling). Dat is breder dan hoofdverblijf. Dat kan ook iemand zijn die alleen ingeschreven is zonder zijn hoofdverblijf in die gemeente te hebben. Een ingezetene is iemand die in de basisregistratie personen (BRP, voorheen: GBA) is ingeschreven. Als er twijfel bestaat over de vraag of iemand wel het hele jaar woont op een bepaald adres, dan kan het feitelijk woonadres ergens anders zijn, in een andere gemeente. Als iemand dan een beroep doet op de gemeente waar hij is ingeschreven, kan die gemeente stellen dat het hoofdverblijf ergens anders is en dat de burger zich dan daar zou moeten inschrijven. Als het gaat om de uitvoering van de Wmo kan er in juridische zin alleen rekening gehouden worden met één hoofdverblijf.
Een algemene of maatwerkvoorziening wordt verstrekt door de gemeente waarin de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft. Als de aanvrager niet ingeschreven staat, zal de gemeente onderzoek doen naar de feitelijke omstandigheden om het feitelijk hoofdverblijf vast te stellen. Dit kan getoetst worden door bijvoorbeeld de aanwezigheid van spullen, kleding, post en het vaststellen van het aantal keren waar de cliënt in het afgelopen jaar heeft overnacht.
Noodzakelijke gegevens De aanvrager levert die gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag en laat zich (als hierom gevraagd wordt) bevragen en/of onderzoeken. Als de noodzakelijke gegevens niet worden aangeleverd of de aanvrager niet meewerkt aan een onderzoek, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat het recht op een voorziening niet kan worden vastgesteld.
Legitimatie Om de persoonsgegevens te kunnen vaststellen en controleren, vraagt de gemeente personen die een melding indienen voor voorzieningen zich te legitimeren. Dat kan door het overleggen van een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in de Wet op de identificatieplicht. Voor vreemdelingen die een aanvraag indienen is het identiteitsbewijs ook van belang voor het vaststellen van de verblijfsrechtelijke status.
Hoofstuk 3 Algemene afwegingskader
Bij elke ondersteuningsbehoefte onderzoekt de gemeente de volgende onderdelen voordat een maatwerkvoorziening kan worden verstrekt:
Als het college van oordeel is dat een aanvrager of zijn vertegenwoordiger de hulpvraag redelijkerwijs van tevoren had kunnen voorzien omdat:
tevoren schriftelijk is gewezen op voorzienbaarheid middels eerdere onderzoeksverslagen, kan het college besluiten dat de aanvrager niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid of participatie. Onderzoek naar en beoordeling van de individuele situatie is hierbij leidend.
Artikel 3.3 Langdurig noodzakelijk
Voorzieningen of diensten moeten in beginsel langdurig noodzakelijk zijn voor ondersteuning bij beperkingen. Dit betekent dat een beperking of aandoening zo ernstig is dat deze naar verwachting niet meer verbetert, waardoor de inwoner blijvend ondersteuning nodig heeft. Hierin hanteert de gemeente een drempel van 6 maanden, maar een wisselend ziektebeeld waarbij periodes van terugval voorkomen, wordt ook als langdurig beschouwd.
In alle gevallen blijft het leveren van maatwerk leidend. Wij doen een nadrukkelijk beroep op de inwoners om problemen zelf of met het eigen netwerk op te lossen, zeker als de problemen kortdurend zijn.
Artikel 3.4 Duur van de indicatie
De periode waarvoor een indicatie wordt afgegeven is afhankelijk van meerdere factoren:
De indicatieduur is maatwerk en afhankelijk van de levensfase en persoonlijke omstandigheden van de cliënt. De indicatieduur kan variëren van een korte periode tot een indicatie voor onbepaalde tijd (zonder einddatum) en alle periodes daartussen. Voor welke termijn een indicatie wordt afgegeven, is afhankelijk van de volgende factoren:
Voorwaarde voor een indicatie zonder einddatum is dat uit het onderzoek moet blijken dat er sprake is van een situatie waarin de cliënt niet meer zelfredzamer te maken is en er een onveranderde ondersteuningsvraag wordt verwacht, waardoor de cliënt blijvend is aangewezen op de noodzakelijke ondersteuning vanuit de Wmo. Dit blijvende karakter geldt ook voor de inzet van de voorzieningsintensiteit, vanwege de beperkingen en belemmeringen in de zelfredzaamheid en participatie.
De gemeente onderzoekt bij iedere ondersteuningsvraag of er vanuit eigen kracht een passende oplossing is om de zelfredzaamheid en participatie te verbeteren. Van een inwoner wordt verwacht dat hij zich op een geschikte manier voorbereidt voor (komende) veranderingen in zijn leefsituatie, waarbij de inwoner:
Ook via sociaal medisch advies kan worden bepaald of er medisch gezien - eigen kracht is, al dan niet via behandeling.
Bij het sociaal netwerk horen personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt. Tijdens het onderzoek wordt onderzocht of die personen hulp kunnen bieden.
Artikel 3.7 Gebruikelijke hulp
Gebruikelijke hulp is hulp waarvan de gemeente vindt dat die naar algemeen aanvaarde opvattingen in alle redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten die onderdeel uitmaken van dezelfde leefeenheid. Onder een leefeenheid worden alle bewoners verstaan die gezamenlijk een huishouding voeren. De gemeente onderzoekt bij elke ondersteuningsvraag of inzet van gebruikelijke hulp een passende oplossing is.
Er zijn situaties waarbij er gemotiveerd afgeweken kan worden van de uitgangspunten met betrekking tot gebruikelijke hulp. Daarbij valt te denken aan de volgende situaties:
Bij de beoordeling van gebruikelijke hulp voor Hulp bij het huishouden wordt rekening gehouden met de volgende leeftijdsindeling van inwonende kinderen:
Mantelzorg is hulp tussen personen vanuit hun bestaande sociale relatie. Het gaat dan om hulp die langdurig en intensief gegeven wordt aan mensen die langdurig ziek zijn of chronisch beperkt.
De hulp wordt niet gegeven vanuit een hulpverlenend beroep. Het kan hierbij gaan om ondersteuning in de zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten volgens de Zorgverzekeringswet.
Artikel 3.9 Algemeen gebruikelijke voorzieningen
De gemeente onderzoekt bij iedere ondersteuningsvraag of inzet van algemeen gebruikelijke voorzieningen en diensten een geschikte oplossing is. Een voorziening of dienst wordt algemeen gebruikelijk genoemd wanneer het aannemelijk is dat de inwoner hier ook gebruik van had kunnen maken als hij de ondersteuningsvraag niet had gehad.
Bij de beoordeling van de vraag of een voorziening algemeen gebruikelijk is, moet de voorziening voldoen aan alle volgende criteria:
Artikel 3.10 Algemene voorzieningen
Een algemene voorziening is een aanbod van diensten of activiteiten dat gericht is op maatschappelijke ondersteuning. Deze is toegankelijk zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers. De gemeente onderzoekt bij elke ondersteuningsvraag of inzet van een algemene voorziening een passende oplossing is.
Een algemene voorziening is een passende oplossing als:
Voorbeelden van bestaande algemene voorzieningen binnen Ouder-Amstel zijn:
Artikel 3.11 Goedkoopst adequate voorziening
Bij een maatwerkvoorziening kiest de gemeente voor de goedkoopst adequate voorziening. Er zijn vaak meerdere geschikte oplossingen die het probleem kunnen compenseren. We kiezen voor de oplossing die compenseert en naar objectieve standaard de goedkoopste is. Als de aanvrager een duurdere compenserende voorziening wil, zal aanvrager de meerkosten daarvoor zelf moeten betalen. In de afweging of een maatwerkvoorziening ‘het goedkoopst’ is, kijkt de gemeente ook naar het gebruik voor langere termijn. Zo kan een duurdere voorziening bijvoorbeeld langer meegaan en dus uiteindelijk goedkoper zijn.
Hoofdstuk 4 Maatwerkvoorzieningen
Als de inwoner door inzet vanuit het eigen netwerk, informele zorg, algemeen gebruikelijke en algemene voorzieningen onvoldoende wordt ondersteund, kunnen (in combinatie hiermee) maatwerkvoorzieningen worden ingezet. Er wordt altijd onderzoek gedaan naar welke maatwerkvoorziening voor de inwoner het meest geschikt is en welke de goedkoopst adequate voorziening is. In dit hoofdstuk worden de criteria en de vormen van de maatwerkvoorzieningen beschreven.
Artikel 4.1 Soorten maatwerkvoorzieningen:
Binnen de Wmo 2015 zijn er onder andere de volgende maatwerkvoorzieningen:
Deze soorten maatwerkvoorzieningen worden in de hiernavolgende paragrafen verder toegelicht.
Artikel 4.1.1 Hulp bij het huishouden
Hulp bij het huishouden bestaat uit het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van het verzorgen van het huishouden. De aanvrager kan dit niet meer zelf door een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap of een psychosociaal probleem. Dit leidt of dreigt te leiden tot het niet meer kunnen doen van het huishouden. Het gaat hierbij om het huishouden van de persoon of van de leefeenheid waartoe de persoon behoort.
Om dit objectief te bekijken en zo het aantal uren/minuten te kunnen vaststellen dat nodig is om het huis schoon en leefbaar te houden, wordt gebruik gemaakt van het meest recente versie Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning van Bureau HHM. Het doel van dit Normenkader is het bieden van een duidelijk en objectief normenkader dat de rechtszekerheid van inwoners vergroot en de individuele dienstverlening verbetert. Het gaat hierbij nadrukkelijk om een kader, waarbij indien nodig alle basisactiviteiten kunnen worden geïndiceerd. Deze worden samen met inwoner in kaart gebracht in een ondersteuningsplan. Van de normen wordt afgeweken als de situatie van de inwoner hier aanleiding toe geeft. Uitgangspunt is dat de hulpvraag centraal staat, rekening houdend met onder andere de gezondheids- en leefsituatie. Het gaat te allen tijde om het leveren van maatwerk.
Bij het indiceren wordt er altijd op 5 minuten naar boven afgerond.
Soorten hulp bij het huishouden
In Ouder-Amstel bestaan er 2 typen hulp bij het huishouden:
Hulp bij het huishouden 2 (Hbh2); ondersteuning op het gebied van het verzorgen van het huishouden waarbij ook de regiefunctie moet worden overgenomen. Hbh2 wordt ingezet als de cliënt niet tot regie en planning van de werkzaamheden in het huishouden in staat is en de werkzaamheden ook niet kan uitvoeren.
De leefeenheid is primair zelf verantwoordelijk
De leefeenheid is primair zelf verantwoordelijk voor het eigen huishouden. Dit betekent dat als iemand zelf zijn huishouden niet meer kan doen, dat zijn huisgenoten dit verondersteld worden over te nemen (gebruikelijke hulp). Het bevorderen en in stand houden van gezondheid, levensstijl en de wijze waarop de huishouding wordt gevoerd, horen hierbij. De woning aanpassen zodat het schoonmaken makkelijker gaat, is de verantwoordelijkheid van de leefeenheid.
De cliënt moet gebruik kunnen maken van een aantal woonruimten zoals een woonkamer, slaapkamer of een ruimte die als slaapkamer wordt gebruikt, keuken, sanitaire ruimtes (maximaal 1 badkamer en maximaal 2 toiletten) en bijbehorende hal/trap/overloop. Dit zijn de primaire leefruimten in het huis die de cliënt daadwerkelijk en regelmatig (dagelijks of in ieder geval meerdere keren per week) gebruikt.
Het betreft alleen de “binnenkant” van het huis. Onderhoud van tuin, opruimen van een schuur, de stoep vegen en ramen zemen aan de buitenkant vallen hier niet onder.
Iedere inwoner dient te kunnen beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding evenals schoon en gedroogd textiel (handdoeken en beddengoed). Bij het wassen en drogen van kleding is het normaal gebruik te maken van de beschikbare - algemeen gebruikelijke - moderne hulpmiddelen, zoals een wasmachine en een droger. Het strijken van kleding wordt alleen gedaan bij een medische noodzaak (bijvoorbeeld vanwege een papieren huid of in verband met noodzaak hygiëne bij een verstoord immuunsysteem). Hierbij wordt gekeken of er sprake is van maatwerk.
De ondersteuning bestaat uit het wassen en indien nodig strijken. Daarbij is het uitgangspunt dat zo min mogelijk kleding gestreken hoeft te worden (wat betreft het strijken van kleding worden er geen lakens, theedoeken, zakdoeken en ondergoed etc. gestreken). Wat betreft de kleding wordt uitgegaan van een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de keuze van kleding, die in principe niet hoeft te worden gestreken. Met het kopen van kleding kan hier rekening mee worden gehouden.
Bij het toekennen van wasverzorging wordt uitgegaan van de handelingstijd van de hulp en niet de doorlooptijd van de wasmachine.
In principe wordt geen maaltijdbereiding vanuit de indicatie voor hulp bij het huishouden toegekend. Als de inwoner hiervoor ondersteuning nodig heeft, kan hij gebruik maken van de aanwezige algemene voorzieningen in de gemeente. Alleen als het sociaal netwerk en algemeen en voorliggende voorzieningen geen oplossing bieden, kan worden overwogen om vanuit de indicatie voor Hulp bij het huishouden hier tijd voor te indiceren. Bij eventuele diëten worden alleen medisch noodzakelijke diëten als uitgangspunt genomen. Om te bepalen of er sprake is van geneeskundige zorg, kan samenwerking worden gezocht met de wijkverpleegkundige.
Bij de maaltijdvoorziening zijn 3 handelingen te onderscheiden:
Op grond van de indicatie kan de hulp de boodschappenlijst samenstellen. Het doen van de boodschappen valt niet onder de indicatie, als dit voorliggend opgelost kan worden.
Dagbesteding is gericht op het bevorderen, het behoud of het compenseren van de zelfredzaamheid en het tegengaan van eenzaamheid van de cliënt óf het ontlasten van de mantelzorger. Bij zelfredzaamheid gaat het om de lichamelijke, verstandelijke en psychische mogelijkheden, die de cliënt in staat stellen om binnen de persoonlijke levenssfeer te functioneren.
Er worden drie intensiteiten van dagbesteding onderscheiden: licht (stimuleren en toezicht), middel (helpen bij) en zwaar (overnemen en regie). Het in te zetten niveau van dagbesteding wordt bepaald aan de hand van de uitkomsten van de zelfredzaamheidsmatrix, zoals die in het onderzoek is gebruikt om de ondersteuningsbehoefte integraal en levensbreed in kaart te brengen.
Als er geen voorliggende oplossingen zijn (hobby’s, werk, scholing, vrijwilligerswerk) of sociaal netwerk is, komt de cliënt in aanmerking voor een indicatie vervoer naar dagbesteding. Vervoer naar dagbesteding wordt uitgevoerd door, of is de verantwoordelijkheid van, de aanbieder van dagbesteding.
Artikel 4.1.3 Individuele begeleiding
De Individuele Begeleiding is gericht op het bevorderen, het behoud van of het compenseren van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. Hierbij gaat het om de lichamelijke, verstandelijke en psychische mogelijkheden die de cliënt in staat stellen om binnen de persoonlijke levenssfeer te functioneren.
Individuele begeleiding kent veel vormen:
Er worden drie intensiteiten van individuele begeleiding onderscheiden: licht (stimuleren en toezicht), middel (helpen bij) en zwaar (overnemen en regie). Het in te zetten niveau van individuele begeleiding wordt bepaald aan de hand van de uitkomsten van de zelfredzaamheidsmatrix zoals die in het onderzoek is gebruikt om de ondersteuningsbehoefte integraal en levensbreed in kaart te brengen.
Artikel 4.1.3.1 Woonbegeleiding
Bij huishoudens die overlast veroorzaken of waarover andere signalen komen van een onaangepaste manier van wonen, kan woonbegeleiding (als onderdeel van Individuele Begeleiding) worden ingezet.
Woonbegeleiding biedt de cliënt ondersteuning bij (het vergroten van) zelfstandigheid. Het gaat daarbij onder andere om de volgende gebieden:
In sommige gevallen stellen woningcorporaties woonbegeleiding als voorwaarde voor huisvesting. De corporatie neemt in het huurcontract op dat de bewoner als aanvullende voorwaarde woonbegeleiding moet accepteren. In ernstige situaties kan het huurcontact ook (tijdelijk) op naam van de zorgaanbieder worden gezet en wordt daarnaast acceptatie van woonbegeleiding als aanvullende voorwaarde gesteld.
Artikel 4.1.3.2 Huishoudelijke begeleiding
Met huishoudelijke begeleiding biedt de hulp naast eenvoudige psychosociale ondersteuning ook hulp bij het schoonmaken van het huis. De hulp zoekt samen met de cliënt naar de juiste structuur binnen het gezin of de woonsituatie. Bij huishoudelijke begeleiding wordt het ontregelde deel van de huishouding overgenomen en huisgenoten worden begeleid. Dit gebeurt als duidelijk is dat het om een tijdelijke overname gaat en de cliënt kan leren de huishouding zelf te doen.
Bij logeeropvang kan een cliënt logeren in een veilige, toegankelijke en huiselijke logeeropvang. Dit gaat samen met persoonlijke verzorging, verpleging of begeleiding voor de cliënt. De zorg van de gebruikelijke helper of mantelzorger wordt tijdelijk overgenomen. Op deze manier kan de helper zijn mantelzorgtaken langer volhouden.
Bij terugkerende logeeropvang kan de cliënt gedurende 1, 2 of maximaal 3 etmalen per week logeren. Dit hangt af van wat noodzakelijk is in de specifieke situatie van de cliënt. 3 etmalen per week is het maximum omdat bij meer dan 3 etmalen in een instelling er sprake is van opname in een instelling. Hiervoor moet een indicatie op grond van de Wlz worden gesteld.
Bij eenmalige logeeropvang is stapeling mogelijk en kan de cliënt een aaneengesloten periode logeren van maximaal 2 weken, bijvoorbeeld bij vakantie van de gebruikelijke helper of mantelzorger. Deze stapeling is maximaal tweemaal per jaar (vanaf indicatiedatum) mogelijk.
Artikel 4.2 Leveringsvormen pgb en ZIN
Levering van maatwerkvoorzieningen vindt plaats in de vorm van zorg in natura (ZIN) of in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Als uit het onderzoek blijkt dat de cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, dan kan de cliënt 2 kanten op:
Meer informatie over de voorwaarden van pgb worden in hoofdstuk 9 beschreven.
Artikel 5 Mantelzorgondersteuning
Bij de afweging of mantelzorgondersteuning ingezet kan worden moet de gemeente de belangen en de draagkracht van de gebruikelijke helper of mantelzorger meewegen. Als een gebruikelijke helper of mantelzorger overbelast is, of dreigt te raken, kunnen de volgende algemene- of maatwerkvoorzieningen (tijdelijk) ingezet worden:
Artikel 6 Vervoersvoorzieningen
Een vervoersvoorziening biedt compensatie aan inwoners die zich in hun directe woon- en leefomgeving niet goed kunnen verplaatsen door een beperking. De verschillende vervoersvoorzieningen zijn het collectief vervoer, een scootmobiel, een fietsvoorziening, een gesloten buitenwagen of een auto-aanpassing.
Bij vervoersvoorzieningen geldt het primaat van het collectief vervoer. Dat betekent dat eerst wordt bekeken of de inwoner in staat is gebruik te maken van het collectief vervoer. Pas als de inwoner daarvan geen gebruik kan maken, of als collectief vervoer geen passende of volledige voorziening is, wordt een andere maatwerkvoorziening verstrekt.
Voor verstrekking van een vervoersvoorziening gelden de volgende algemene voorwaarden:
Er is sprake van een regelmatige en structurele vervoersbehoefte. De bestemming en het doel van de reis zijn daarbij ook belangrijk. Bij het bepalen van iemands vervoersbehoefte gaat het niet om hoe vaak hij een bepaalde bestemming wil bereiken. Het gaat om hoe vaak hij dat moet kunnen om deel te nemen aan het alledaagse leven en om zijn sociale contacten te onderhouden.
Artikel 6.1 Collectief vervoer
De maatwerkvoorziening collectief vervoer is bedoeld voor inwoners die hun eigen vervoer niet meer zelfstandig of met hulp van familie of vrienden kunnen organiseren. Het collectief vervoer is een vervoerssysteem met (rolstoel)busjes en taxi’s. Het biedt vervoer van deur tot deur, in een straal van 25 km vanaf het woonadres van de cliënt.
Artikel 6.1.2 Medische begeleider
Een inwoner die, volgens de gemeente, bij het vervoer met het collectief vervoer (medische) ondersteuning nodig heeft of 24 uurs zorg/toezicht heeft, is verplicht een (medische) begeleider mee te nemen. Deze begeleider kan zonder kosten meereizen. Om hier gebruik van te kunnen maken moet de gemeente een aanvullende indicatie verstrekken.
Artikel 6.2 Fietsvoorzieningen
Fietsvoorzieningen worden verstrekt voor sociaal vervoer in de directe woon- en leefomgeving. Fietsvoorzieningen zijn er in veel soorten, zoals onder andere een drie- of vierwielfiets, handbike of aankoppelfiets. Fietsen in bijzondere uitvoeringen, speciaal bestemd voor mensen met een beperking en alleen verkocht door gespecialiseerde bedrijven, worden niet als algemeen gebruikelijk gezien.
De inwoner dient veilig en zelfstandig aan het verkeer deel te kunnen nemen met de fietsvoorziening. Factoren die daarbij onder andere een rol spelen zijn: verkeersinzicht, kennis van de regels, gezichtsvermogen, gehoor, reactievermogen. De mate van rijvaardigheid en leerbaarheid van de inwoner zal mede afhankelijk zijn van het feit of hij kort daarvoor zelf nog actief deelnam aan het verkeer.
Een scootmobiel kan geïndiceerd zijn voor die mensen, die een uiterst beperkte mobiliteit hebben.
Een scootmobiel wordt in beginsel in bruikleen verstrekt. Dit betekent dat de cliënt deze mag gebruiken, maar dat de scootmobiel geen eigendom van hem is.
Een scootmobiel verstrekt in de vorm van een persoonsgebonden budget, wordt wel eigendom van de cliënt.
Voor verstrekking van een scootmobiel gelden de volgende aanvullende voorwaarden:
De aanvrager dient veilig en zelfstandig aan het verkeer deel te kunnen nemen met de scootmobiel. Factoren die daarbij onder andere een rol spelen zijn: verkeersinzicht, kennis van de regels, gezichtsvermogen, gehoor, reactievermogen. De mate van rijvaardigheid en leerbaarheid van de cliënt zal mede afhankelijk zijn van het feit of hij kort daarvoor zelf nog actief deelnam aan het verkeer.
Als iemand door zijn beperkingen geen gebruik kan maken van het collectief vervoer, een (rolstoel)taxi of andere vervoersvoorzieningen en deze niet voldoende helpen bij zijn zelfredzaamheid en deelname aan de samenleving, dan kan een vergoeding voor aanpassingen aan de auto mogelijk zijn onder de volgende voorwaarden:
Artikel 6.5 Criteria gesloten buitenwagen
Bij een inwoner kunnen zulke medisch noodzakelijke redenen en specifieke objectief aangetoonde beperkingen zijn, dat er geen voorliggende andere vervoersvoorzieningen zijn die in deze situatie geschikt zijn. Dan kan een gesloten buitenwagen worden overwogen. Uitgangspunt van deze voorziening is dat hiermee het noodzakelijke vervoer voor het leven van alledag en de zeer essentiële vervoersbehoefte kan worden ingevuld. Het gaat om een vervoersbehoefte om sociaalmaatschappelijk te kunnen meedoen en een vervoersbehoefte die niet uit te stellen of te plannen is.
Een gesloten buitenwagen dient te voldoen aan de door de Rijksoverheid gestelde criteria voor gehandicaptenvoertuigen met motor 1 .
Artikel 6.6 Forfaitaire tegemoetkoming vervoerskosten
In uitzonderlijke gevallen kan een tegemoetkoming in de vervoerskosten worden toegekend. Hiervoor geldt dat:
Bij aantoonbare vereenzaming kunnen de tegemoetkomingen verhoogd worden met een bedrag voor vervoer buiten de regio, op voorwaarde dat de gemeente vaststelt dat bovenregionaal vervoer noodzakelijk is om vereenzaming te voorkomen. Daarbij is het voor de aanvrager niet mogelijk gebruik te maken van Wmo vervoer en Valys voor de invulling van dit bovenregionaal vervoer en het sociaal netwerk kan niet naar de inwoner reizen.
Artikel 6.6.1 Uitbetaling forfaitaire tegemoetkoming vervoerskosten
De tegemoetkoming in de (rolstoel)taxikosten is aan een maximumbedrag gebonden. Op basis van een inschatting van de hoeveelheid kilometers, wordt de hoogte van het voorschot bepaald. Het restant bedrag wordt aan de inwoner betaald op declaratiebasis. De aanvrager toont daarvoor aan hoeveel kilometers hij heeft gereden.
De tegemoetkomingen in kosten voor vervoersvoorzieningen betreffen een forfaitair (volgens een vastgestelde norm) bedrag dat niet kostendekkend is. De bedragen zijn vastgelegd in hoofdstuk 1 van het financieel besluit maatschappelijke ondersteuning. De hoogte van de bedragen is gebaseerd op 1500 tot 2000 kilometers per jaar.
Artikel 7 Criteria rolstoelvoorziening
Bij een langdurige noodzaak voor zittend verplaatsen of als er sprake is van noodzakelijke individuele aanpassingen aan een rolstoel, wordt een rolstoel verstrekt. Rolstoelen voor het zogenaamde niet structureel’ en ‘weinig voorkomend’ gebruik vallen niet onder alledaagse verplaatsingen. In deze situaties verwijst de gemeente naar de Zorgverzekeringswet. Onder rolstoelvoorzieningen vallen ook de elektrische rolstoelen, aangepaste buggy’s en duwwandelwagens. De rolstoelvoorzieningen mogen niet anti-revaliderend zijn.
Artikel 7.1 Criteria elektrische ondersteuning op een rolstoelvoorziening
Op een handbewogen rolstoel voor de zeer korte afstand kan ondersteuning worden toegekend. Deze wordt alleen toegewezen als de inwoner rolstoel gebonden is, en niet in staat is om zich zelfstandig hoepelend te verplaatsen vanwege te weinig kracht. Het is een aanpassing van de rolstoel, en geen zelfstandige vervoersvoorziening.
Artikel 7.2 Criteria sport(rolstoel)voorziening
Een inwoner die voor de beoefening van zijn sport een sport(rolstoel)voorziening nodig heeft,
komt in aanmerking voor een sport(rolstoel)voorziening als hij, door de aard van de ziekte of beperking deze langdurig nodig heeft. Een sport(rolstoel)voorziening wordt volgens het financieel besluit maatschappelijke ondersteuning uitsluitend verstrekt als gemaximeerde forfaitaire tegemoetkoming, voor een periode van 3 jaar.
Het is de bedoeling dat de aanvrager met de tegemoetkoming zelf een sportvoorziening aanschaft én zelf voor 3 jaar onderhoud en verzekering regelt. Hierbij wordt uitgegaan van amateursport. De meerkosten van speciale, duurdere voorzieningen komen voor rekening van de cliënt zelf.
Doel van de woonvoorzieningen is het ondersteunen van iemand die beperkingen ondervindt bij het normale gebruik van de woning. Deze paragraaf geeft een toelichting op verschillende soorten woonvoorzieningen en een aantal begrippen die worden gebruikt bij de beoordeling van de noodzaak van een voorziening. In aanvulling op artikel 7 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Ouder-Amstel 2024 kan een inwoner in aanmerking komen voor een woonvoorziening als:
Er zijn 2 soorten woonvoorzieningen:
Uitgangspunten voor woningaanpassingen
Algemene uitgangspunten voor woningaanpassingen zijn:
De gemeente kan bijdragen aan het bezoekbaar maken van één woning binnen de gemeente als dit noodzakelijk is voor de participatie van die burger. Het gaat hier om een buitenwettelijke voorziening, omdat de burger ofwel geen ingezetene is van de gemeente ofwel niet zijn hoofdverblijf heeft in de woning die bezoekbaar wordt gemaakt.
De volgende voorwaarden zijn van toepassing:
Het primaat verhuizen houdt in dat verhuizen naar een geschikte woonruimte voorrang heeft boven woonruimteaanpassingen, als de kosten van de aanpassingen waarschijnlijk hoger zijn dan verhuizen naar een andere adequate woonruimte. Als een cliënt is verhuisd naar een voor zijn beperkingen niet geschikte woning, wordt er geen woonvoorziening verstrekt, tenzij de gemeente daar vooraf toestemming voor heeft gegeven.
Bij de afweging van het primaat van verhuizen gelden de volgende aanvullende afwegingen:
Artikel 8.2.1 Verhuizen naar een geschikte woning (medische verhuisindicatie)
Een medische verhuisindicatie is een verklaring van de gemeente dat de huidige woning van de inwoner vanwege langdurige medische beperkingen ongeschikt is en er geen eenvoudige aanpassingen mogelijke zijn. Er moet een duidelijk verband zijn tussen de medische klachten en de ongeschiktheid van de woning.
Er kan alleen een toekenning gedaan worden voor een sociale huurwoning, waarbij voldaan moet worden aan de eisen van sociale huur.
De eisen waaraan de woning moet voldoen, worden door de klantmanagers in Woningnet geplaatst. De woningcorporatie biedt rechtstreeks aan een woningzoekende de woonruimte, zonder dat die woonruimte via het aanbodinstrument te huur is aangeboden. Bij het weigeren van een geschikte woning komt de medische verhuisindicatie te vervallen.
Artikel 8.2.2. Forfaitaire tegemoetkoming verhuis- en herinrichtingskosten
Als iemand door plotseling optredende beperkingen onverwacht moet verhuizen, dan kan hem mogelijk een forfaitaire tegemoetkoming verhuis- en herinrichtingskosten door de (vertrekkende) gemeente worden verstrekt. Deze forfaitaire tegemoetkoming verhuis- en herinrichtingskosten is altijd gekoppeld aan het besluit “primaat van verhuizen”. De hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld voor de kosten van verhuizing en herinrichting, is vastgelegd in het financieel besluit maatschappelijke ondersteuning. De tegemoetkoming heeft niet tot doel helemaal kostendekkend te zijn.
Artikel 8.2.3 Forfaitaire tegemoetkoming in de kosten van verhuizing
Een toegekende tegemoetkoming verhuis- en inrichtingskosten wordt pas uitbetaald als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Artikel 8.3 Gemeenschappelijke ruimten wooncomplexen
Aan gemeenschappelijke ruimten kunnen de volgende voorzieningen worden toegekend:
Deze lijst is beperkt. Gemeenschappelijke ruimten hoeven maar in beperkte mate te worden aangepast door de Wmo. In gebouwen die speciaal bedoeld zijn voor ouderen of mensen met een beperking kan het zijn dat bepaalde toegankelijkheidsvoorzieningen voor gemeenschappelijke ruimten algemeen gebruikelijk zijn. Dit heeft ermee te maken dat het gebouw voor een bepaalde doelgroep is bestemd.
Hoofdstuk 9 Persoonsgebonden budget (pgb)
Om in aanmerking te komen voor een pgb moet worden voldaan aan wettelijke voorwaarden. Deze zijn beschreven in de verordening en het financieel besluit maatschappelijke ondersteuning.
Artikel 9.1 Kwaliteit ondersteuning
De kwaliteit van de in te kopen of ingekochte ondersteuning is belangrijk om de doelen en resultaten die in het ondersteuningsplan zijn opgesteld, effectief in te zetten en uiteindelijk tot een goed eindresultaat te leiden.
Voor professionele aanbieders geldt daarbij ook dat:
De ondersteuner heeft een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) met screeningsprofiel ‘Gezondheidszorg en Welzijn van mens en dier’, of de opvolger daarvan. Deze is bij de start van de ondersteuning niet ouder dan 3 jaar. De gemeente betaalt de kosten van de VOG niet. Geld uit het pgb is hier ook niet voor.
Om er zeker van te zijn dat de kwaliteit op peil blijft, kan de gemeente regelmatig in gesprek gaan met de budgethouder of zijn gewaarborgde hulp en/of zorgverlener. Hierbij komen onder andere de volgende zaken aan bod:
Ook tijdens de beschikkingsperiode kan de gemeente de kwaliteit van de geleverde maatschappelijke ondersteuning beoordelen.
Een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt alleen verstrekt als de cliënt uitlegt aan de hand van een opgesteld pgb-plan, waarom hij een pgb wil. Uit deze uitleg blijkt dat de cliënt de gemeentelijke mogelijkheden van verstrekking of hulp in natura heeft beoordeeld. En daarbij geeft hij aan waarom deze vormen van hulp voor hem niet voldoen.
De cliënt is de budgethouder van het Pgb. Als de budgethouder niet zelf het pgb kan beheren is het mogelijk een vertegenwoordiger aan te stellen die het budget beheert. De vertegenwoordiger kan een wettelijk vertegenwoordiger zijn of een gemachtigde.
Naar het oordeel van de gemeente moet de budgetbeheerder (cliënt of vertegenwoordiger) op eigen kracht voldoende in staat zijn om de taken die bij het pgb horen, op verantwoorde wijze uit te voeren. De budgetbeheerder wordt daarom getoetst op vaardigheden als kennis, financieel beheer, zorginhoudelijke beheer en werkgeverschap.
Of de budgetbeheerder (cliënt of vertegenwoordiger) voldoende vaardigheden bezit, wordt door de gemeente op basis van de volgende criteria beoordeeld:
De gemeente kent onverminderd artikel 2.3.6. van de wet, geen persoonsgebonden budget toe:
Hoofstuk 10 Maatschappelijke opvang en beschermd wonen
Begeleid thuis en beschermd verblijf zijn maatwerkvoorzieningen in het kader van maatschappelijke opvang en beschermd wonen.
Begeleid Thuis is bedoeld voor inwoners die te maken hebben met complexe en meervoudige problematiek, maar die met passende en intensieve begeleiding in staat zijn zelfstandig te wonen. De voorziening kan zowel plaatsvinden in de eigen woning (zonder wooncomponent) als op een tijdelijke stabiele woonplek (met wooncomponent).
Een inwoner kan in aanmerking komen voor Begeleid Thuis indien deze beperkt zelfredzaam is op meerdere door het college aangewezen leefgebieden, in staat is een hulpvraag te stellen en deze hulpvraag zodanig kan reguleren dat beschermd verblijf niet passend is, en bereid is de noodzakelijke begeleiding te accepteren.
Indien er in het huishouden minderjarige kinderen aanwezig zijn, wordt aanvullend beoordeeld of de opvoedvaardigheden van de ouder(s) toereikend zijn en of de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen voldoende gewaarborgd zijn. Daarbij wordt specifiek gekeken naar lichamelijke verzorging, sociaal-emotionele ondersteuning, scholing en opvang.
Artikel 10.3 Beschermd verblijf
Beschermd verblijf biedt een veilige en stabiele woonomgeving waar 24 uur per dag begeleiding, toezicht en ondersteuning aanwezig zijn. De begeleiding richt zich op het stabiliseren van de situatie, het vergroten van zelfredzaamheid waar mogelijk, het voorkomen van crisissituaties en het werken aan persoonlijk herstel.
Voor toekenning van beschermd verblijf geldt dat er sprake moet zijn van ernstige beperkingen in de zelfredzaamheid op meerdere leefgebieden in combinatie met zodanige problematiek dat een lichtere voorziening, zoals begeleid thuis, niet passend is. Hierbij kan het gaan om ernstige psychiatrische of psychosociale problematiek, een verstandelijke beperking, verslaving of een forensische achtergrond.
Hoofdstuk 11 Herziening, intrekking, beëindiging en terugvordering.
Voor een besluit tot terugvordering moet de gemeente eerst een besluit tot herziening en intrekking nemen. Zonder een besluit tot herziening en intrekking is er geen rechtsgeldig besluit tot terugvordering. De besluiten tot herziening, intrekking en terugvordering zijn besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat als de budgethouder het niet eens is met die besluiten, hij gebruik kan maken van de rechtsmiddelen bezwaar, beroep en hoger beroep. Terugvordering is alleen mogelijk als er aantoonbaar opzet in het spel is.
Aldus besloten op 9 december 2025.
Burgemeester en wethouders van Ouder-Amstel voornoemd,
De secretaris,
A.J.E. van der Werf-Bramer
De Burgemeester,
S.C.T. de Roy van Zuidewijn-Rive
Artikel 13.1 Begripsomschrijving
Alle begrippen, die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Verordening maatschappelijke ondersteuning Ouder-Amstel.
Artikel 13.2 Aanvullende begrippen
Eigen kracht: De eigen mogelijkheden en het probleemoplossende vermogen (capaciteit), tijd en middelen van de bewoner en/of de leefeenheid van de bewoner (gebruikelijke hulp en boven gebruikelijke hulp). Hiermee kunnen mensen zelf of met personen uit hun sociaal netwerk (mantelzorg) de beperking in zelfredzaamheid en participatie of problemen bij het zich handhaven in de samenleving, oplossen.
HHT Diensten Thuis: Met de HHT Diensten Thuis kunt u zelf extra huishoudelijke werkzaamheden inkopen. Mantelzorgers die als mantelzorger ingeschreven staan bij de mantelzorgorganisatie(s) kunnen gebruik maken van de HHT Diensten Thuis. Dit geldt ook voor de inwoners van Ouder-Amstel die een indicatie hebben voor Hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-548377.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.