Wijziging Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag

 

de raad van de gemeente Den Haag,

 

gezien het voorstel van het college van 11 november 2025,

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet,

 

besluit vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening

voor de gemeente Den Haag:

 

Artikel I

De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag wordt gewijzigd als volgt.

 

A Artikel 1:1 onder d komt te luiden:

 

d.

Voertuigen:

alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van:

 

1.

treinen en trams;

 

2.

kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen.

 

B Artikel 2:8 komt te luiden:

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van het college een activiteit in uitoefening van beroep of bedrijf te ondernemen waarbij voertuigen op of aan de weg worden geplaatst met het doel die voor gebruik aan te bieden aan derden tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden, met uitzondering van deelvormen waarbij een besloten groep bewoners één of meerdere voertuigen onderling deelt in een groep of coöperatie en particuliere deelvormen waarbij bewoners hun privévoertuigen delen met derden.

  • 2.

    Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan de vergunning:

    • a.

      ter voorkoming van overlast;

    • b.

      in het belang van het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte;

    • c.

      in het belang van de veiligheid van het publiek;

    • d.

      in het belang van het milieu en de volksgezondheid;

    • e.

      in het belang van de doorstroming van het verkeer; of

    • f.

      ter voorkoming van onevenredig ruimtegebruik.

  • 3.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan het college de in het eerste lid bedoelde vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren of intrekken als het ter gebruik aanbieden van de voertuigen:

    • a.

      gevaar oplevert voor de veiligheid van personen of goederen;

    • b.

      hinder veroorzaakt voor de omgeving of het woon- of leefklimaat;

    • c.

      een nadelige invloed heeft op het milieu;

    • d.

      onevenredig beslag legt op de openbare ruimte;

    • e.

      afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte;

    • f.

      nadelige gevolgen heeft voor doelmatig beheer en onderhoud van de weg, daaronder mede begrepen de bescherming van de belangen van het rij- en voetgangersverkeer en de verdeling van gebruiksmogelijkheden van de weg;

    • g.

      een door het college vastgesteld vergunningenplafond of voertuigenplafond door het verlenen van de vergunning zou worden overschreden; of

    • h.

      plaatsvindt door een aanbieder aan wie geen concessie voor het ter gebruik aanbieden van voertuigen is toegekend.

  • 4.

    Het college kan ter bescherming van de belangen in het tweede lid nadere regels vaststellen voor het verlenen van een vergunning.

  • 5.

    Het college wijst in de nadere regels voertuigcategorieën aan waarvoor een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden verleend, en kan voertuigcategorieën aanwijzen waarvoor het verbod als bedoeld in het eerste lid niet van toepassing is.

  • 6.

    Het college kan in de nadere regels beperkingen stellen met betrekking tot de duur van de vergunning, het aantal te verlenen vergunningen, het aantal op of aan de weg te plaatsen voertuigen per vergunning en het totaal aantal op of aan de weg te plaatsen voertuigen, en kan daarbij onderscheid maken tussen de verschillende voertuigcategorieën.

  • 7.

    Indien op grond van het zesde lid wordt bepaald dat een beperkt aantal vergunningen wordt verleend, bepaalt het college in de nadere regels de procedure met betrekking tot de wijze van vergunningsverdeling.

  • 8.

    Het college kan wegen of weggedeelten aanwijzen waar voertuigen als bedoeld in het eerste lid uitsluitend mogen worden geplaatst en ter gebruik mogen worden aangeboden, zogenaamde toelaatgebieden, en kan daarbij onderscheid maken tussen de verschillende voertuigcategorieën.

  • 9.

    Het college kan besluiten om per toelaatgebied een maximumaantal te parkeren en aan te bieden voertuigen te bepalen, zogenaamde stallingsplafonds, en kan daarbij onderscheid maken tussen de verschillende voertuigcategorieën.

 

C Artikel 6:1 komt te luiden:

  • 1.

    Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: artikel 2:1, 2:3, 2:6, 2:8, 2:10, 2:10B, 2:11, 2:12, 2:18, 2:25, 2:25B, 2:25C, 2:26, 2:26A, 2:26B, 2:28, 2:29, 2:30, 2:30A, 2:31, 2:32, 2:33, 2:37, 2:38, 2:38A, 2:38B, 2:41, 2:44, 2:48, 2:48A, 2:49, 2:50, 2:52, 2:67, 2:68, 2:69, 2:72, 2:73, 2:73A, 2:73B, 2:74, 2:74A, 2:74B, 2:74C, 2:75, 2:79, 2:97, zevende lid, 2:98, 3:3, 3:8, 3:10, 3:11, 3:12, 3:13, 3:14, 3:15, 3:16, 3:17, 3:18, 3:19, 3:20, 4:3, 4:4, 4:6, 4:13, 5:2, 5:3, 5:7, 5:8, 5:9, 5:10A, 5:13, 5:24, 5:33, 5:34, 5:36, 5:37, 5:39, 5:42, eerste lid, 5:42, derde lid, 5:43.

  • 2.

    Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: artikel 2:9, 2:13, 2:14, 2:15, 2:16, 2:17, 2:19, 2:20, 2:21, 2:23, 2:23A., 2:42, 2:43, 2:45, 2:46, 2:47, 2:47A., 2:51, 2:53, 2:56, 2:57, 2:58, 2:59, 2:65, 2:65A., 4:8, 4:9, 4:10, 5:4, 5:5, 5:6, 5:10, 5:11, 5:12, 5:28, 5:29, 5:30, 5:31, 5:38, 5:40, 5:41, 5:42, tweede lid.

  • 3.

    In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid, 2:11, tweede lid, [2:12, eerste lid,] en 4:11, eerste lid.

 

Artikel II

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 4 december 2025.

De griffier, Lilianne Blankwaard-Rombouts en de voorzitter, Jan van Zanen

Naar boven