Subsidieregeling Klimaatadaptieve maatregelen Raalte 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte;

 

gelet op het bepaalde in Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Raalte 2014,

 

besluit vast te stellen de Subsidieregeling Klimaatadaptieve maatregelen gemeente Raalte 2026:

 

Hoofdstuk 1  

Artikel 1.1 Begripsomschrijving

In deze regeling wordt verstaan onder:

 

  • a.

     

Afkoppelen: Hemelwater van een dak aangesloten op het gemengd rioolstelsel via fysieke ingrepen loskoppelen en ter plaatse vasthouden of infiltreren en wanneer dat niet mogelijk is via oppervlaktewater, het hemelwaterriool of een gemeentelijke infiltratievoorziening verwerken;

  • b.

     

Asv: Algemene subsidieverordening gemeente Raalte 2014;

  • c.

     

Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • d.

     

BAG: Basisregistraties Adressen en Gebouwen;

  • e.

     

Bijgebouw: losstaande of aansluitende gebouwen met een dak, zonder woon- of verblijfsbestemming. Hieronder vallen tuinhuisjes, schuren, garages, dierenverblijfplaatsen, fietsenhokken, etc.;

  • f.

     

collectief: minimaal drie natuurlijke personen of rechtspersonen die eigenaar of gebruiker zijn van ten minste drie verschillende panden, waarvan één als penvoerder namens dit collectief optreedt. Aan een collectief worden gelijkgesteld een Vereniging van Eigenaren (VVE) en woningbouwcorporatie;

  • g.

     

dakoppervlak: De horizontale projectie van een overdekking van een gebouw of een onderdeel daarvan (aanbouw(en), uitbouw(en) en/of bijgebouw(en)) van een pand

  • h.

     

gebruik hemelwater: Buffering en filtering van neerslag ten behoeve van (laagwaardig) gebruik ter vervanging van drinkwater, zoals toilet, wasmachine, leveren van was- en proceswater of tuindruppelinstallatie. Niet voor gebruik van consumptiedoeleinden (drinkwater);

  • i.

     

gemengde riolering: Riolering in de openbare ruimte voor de gecombineerde inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuivering;

  • j.

     

groen dak: dak bestaande uit minimaal drie lagen, zijnde: een wortelkerende laag, een substraatlaag en een vegetatielaag, hoofdzakelijk bestaand uit levende planten, zeer traag groeiend en sterk ‘zelfvoorzienend’;

  • k.

     

groene gevel: klimconstructie bevestigd aan een gevel voorzien van klimplanten in de volle grond op eigen terrein;

  • l.

     

hemelwater: Afstromend hemelwater is water dat uit de hemel valt zoals: regen, sneeuw en hagel en dauw;

  • m.

     

hemelwater riolering: riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater, doorgaans naar oppervlaktewater;

  • n.

     

inheemse soorten: Soorten zijn inheems wanneer ze van nature in een bepaald gebied voorkomen. Er is een bomenlijst beschikbaar (Bijlage 1) voor de regeling waarop is aangegeven welke soorten als inheems worden beschouwd;

  • o.

     

infiltratie: Het op eigen terrein hemelwater infiltreren van een afgekoppeld dakoppervlak of bestrating in de bodem door via het maaiveld (bodempassage) of door middel van een (boven- of ondergrondse) voorziening;

  • p.

     

infiltratiekrat/infiltratietoepassing: een geperforeerde en dus sterk waterdoorlatende box, met een interne structuur en bij voorkeur gemaakt van een natuurlijk materiaal, die in de grond wordt geplaatst om hemelwater op te vangen en geleidelijk te infiltreren in een waterdoorlatende bodem, of een daarmee te vergelijken systeem;

  • q.

     

inwonersinitiatief: minimaal drie verschillende natuurlijke personen die eigenaar of gebruiker zijn van ten minste drie verschillende panden en waarvan één als penvoerder namens dit inwonersinitiatief optreedt, of een stichting of vereniging, die samen een idee bedenken en uitvoeren om klimaatadaptatiemaatregelen zoals beschreven in artikel 1.4 in de openbare ruimte te realiseren, zonder commercieel belang;

  • r.

     

ontstenen: Verwijderen van verharding in de vorm van asfalt, beton, steen of ander slecht waterdoorlatend materiaal, in een tuin of op een terrein, als middel tegen wateroverlast en hittestress en/of om de biodiversiteit te versterken. In de regeling is het ontstenen als maatregel gekoppeld aan het vergroenen;

  • s.

     

openbare ruimte: Ruimte tussen de particuliere kavels die in bezit is van de (gemeentelijke) overheid en die voor iedereen vrij toegankelijk is.

  • t.

     

oppervlaktewater: water dat zich boven de grond bevindt: het water in rivieren, sloten, kanalen, meren en dergelijke;

  • u.

     

pand: gebouw inclusief aanbouw, uitbouw en bijgebouwen, alle met bijbehorend erf, tuin, terrein en ondergrond en opgenomen in de BAG en legaal gebouwd, niet zijnde openbare ruimte;

  • v.

     

schoolplein: Een plein behorend bij een onderwijsinstelling voor primair, voortgezet of hoger onderwijs;

  • w.

     

vergroenen: aanbrengen van een vruchtbare bodem en het planten van beplanting als gras, planten, struiken of bomen;

  • x.

     

voorziening voor berging: een voorziening bestemd om hemelwater tijdelijk te bergen waarbij grond wordt verwijderd om de voorziening te plaatsen. Dit kan een wadi, infiltratiekratten of ondergrondse regenwatertank zijn;

  • y.

     

wadi: verlaging op eigen terrein waar hemelwater naartoe geleid wordt, bestemd om hemelwater tijdelijk te bergen, voorzien van waterdoorlatende, filterende bodem waardoor water langzaam in de bodem kan wegzakken. De toplaag bestaat uit beplante, verbeterde grond.

 

Artikel 1.2 Toepasselijkheid Asv

De Asv is van toepassing, tenzij daar in deze subsidieregeling van afgeweken wordt.

 

Artikel 1.3 Doel van de regeling

Het doel van de regeling is om inwoners, bedrijven, scholen, stichtingen en verenigingen, die gevestigd zijn in de gemeente Raalte, te stimuleren om zelf klimaatadaptatie- en biodiversiteitsversterkende maatregelen te treffen op/bij een pand. Het gaat om lokale maatregelen op privaat en openbaar terrein waarmee effecten van de klimaatverandering (wateroverlast, droogte en hitte) worden beperkt en de biodiversiteit wordt versterkt. De maatregelen leiden tot een afname van de risico’s op (economische) schade of ongemak en de versterking van de biodiversiteit.

 

Artikel 1.4 Subsidiabele activiteiten

Het college kan aan een aanvrager een subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten:

  • a.

    het planten van bomen - PB;

  • b.

    het ontstenen in combinatie met vergroenen - OV;

  • c.

    het aanleggen van een groen dak - GD;

  • d.

    d. het afkoppelen zonder voorziening voor berging of infiltratie - AZ;

  • e.

    het aanleggen van een voorziening voor berging en infiltratie voor afgekoppeld hemelwater - BI;

  • f.

    het plaatsen van een voorziening voor regenwateropslag - RW;

  • g.

    het aanleggen van een voorziening voor afgekoppeld hemelwater >250m2 - AH;

  • h.

    het aanleggen van een installatie voor gebruik van hemelwater - IH;

  • i.

    het aanleggen van een groene gevel - GG;

  • j.

    het aanleggen van een groene geveltuin - GT;

  • k.

    inwonersinitiatief voor openbare ruimte.

     

Artikel 1.5 Aanvrager

  • 1.

    Subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onder a tot en met k, wordt verstrekt aan een eigenaar, huurder of pachter van een pand of aan een collectief.

  • 2.

    Subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onder l, wordt uitsluitend verstrekt aan een onderwijsinstelling.

  • 3.

    Subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onder k, wordt uitsluitend verstrekt aan een inwonersinitiatief.

 

Artikel 1.6 Algemene criteria

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4 in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende algemene criteria:

  • a.

    Een subsidie als bedoeld in artikel 1.4, sub a tot en met l, wordt slechts verstrekt als de activiteit plaatsvindt:

    • i.

      op of bij het pand van de aanvrager, gesitueerd in de gemeente Raalte;

    • ii.

      bij een collectief of inwonersinitiatief: op of bij het pand van de natuurlijke of rechtspersonen namens wie de penvoerder de aanvraag doet, gesitueerd in de gemeente Raalte.

 

Artikel 1.7 Algemene weigeringsgronden

In aanvulling op de weigeringsgronden van de Asv wordt subsidie geweigerd als:

  • a.

    voor de activiteit, bedoeld in artikel 1.4, al subsidie is verstrekt voor het pand;

  • b.

    voor een vergelijkbare activiteit, als bedoeld in artikel 4 van de Subsidieregeling Klimaatadaptatie gemeente Raalte, al subsidie is verstrekt.

 

Artikel 1.8 Verplichtingen

In aanvulling op de Asv wordt aan de subsidie de volgende verplichting(en) verbonden:

  • a.

    ontwerp, aanleg of installatie zijn volgens de gebruiksvoorschriften uitgevoerd;

  • b.

    de uit te voeren activiteit voldoet aan de geldende wet- en regelgeving ;

  • c.

    de aanvrager dient de uitgevoerde activiteit te onderhouden.

 

Artikel 1.9 Subsidieplafond en verdeelregels

  • 1.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond, als bedoeld in artikel 4:22 van de Awb vast.

    • a.

      Hiervoor in 2026 €60.000,- beschikbaar te stellen.

      • i.

        Hiervan geldt een subsidieplafond van €40.000,- voor de maatregelen (b, d, e, f), afkomstig uit de rioolheffing. En een subsidieplafond van €20.000,- voor de maatregelen (a en c), afkomstig uit algemeen budget klimaatadaptatie.

  • 2.

    Toekenning van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete subsidieaanvragen, waarbij de datum waarop de aanvraag volledig is geldt als datum van binnenkomst.

  • 3.

    Als de aanvrager krachtens artikel 4.5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.

  • 4.

    Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.

 

Artikel 1.10 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 1.4, onder a t/m j, komen de kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteit.

  • 2.

    Voor subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 1.4, onder k, komen de werkelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteit.

  • 3.

    Niet tot de subsidiabele kosten behoren:

  • a.

    de kosten gerelateerd aan het indienen van de subsidieaanvraag;

  • b.

    BTW welke kan worden teruggevorderd of op enigerlei wijze kan worden gecompenseerd.

  • c.

    de kosten die verband houden met de aanvraag van de benodigde vergunningen voor de uitvoering of gemoeid met de aangebrachte voorziening.

 

Artikel 1.11 Aanvraag en aanvraagtermijn

  • 1.

    De aanvraag wordt, in afwijking van artikel 7 van de Asv ingediend uiterlijk zes maanden na afronding van de activiteit.

  • 2.

    De aanvraag wordt ingediend op een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

  • 3.

    In afwijking van artikel 6, lid 2 van de Asv overlegt de aanvrager bij aanvraag:

    • a.

      een factuur of aankoopbewijs met datum, waaruit de subsidiabele activiteit blijkt. Indien er geen materialen zijn gekocht, moet de aanvrager aantonen dat de maatregel binnen zes maanden voorafgaand aan de subsidieaanvraag is gerealiseerd.

    • b.

      minimaal twee foto’s, waarbij één foto de situatie voor en één foto de situatie na het realiseren van de subsidiabele activiteit laat zien.

    • c.

      als het een aanvraag betreft voor een activiteit als bedoeld in artikel 1.4, onder e en g: een berekening van de inhoud van de voorziening;

    • d.

      als deze is vereist voor de uitvoering van de activiteit de voor de realisatie van de activiteit benodigde vergunning;

    • e.

      schriftelijke toestemming van de eigenaar als de aanvrager een huurder of pachter is of toestemming van de gemeente als het om de openbare ruimte gaat;

    • f.

      schriftelijke toestemming van de buren als er sprake is van een activiteit welke plaatsvindt op een erfscheiding;

    • g.

      Indien sprake is van een aanvraag door een collectief of een inwonersinitiatief met een penvoerder: een machtiging van de natuurlijke personen of rechtspersonen aan de penvoerder, waaruit blijkt dat de penvoerder gerechtigd is om de subsidieaanvraag te doen en alle overige correspondentie en communicatie over de aanvraag met het college te voeren.

 

Artikel 1.12 Beslissing op aanvraag

  • 1.

    Het college neemt binnen acht weken na de ontvangst van de complete aanvraag een beslissing.

  • 2.

    Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.

 

Artikel 1.13 Uitbetaling

Na vaststelling van de subsidie wordt, ingeval van een penvoerder bij een collectief of een inwonersinitiatief, de subsidie aan de penvoerder uitbetaald.

 

Hoofdstuk 2 het planten van bomen - PB

Artikel 2.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel a, gelden de volgende criteria:

  • a.

    de stamomtrek (gemeten op 1 m hoogte bij aanschaf) is minimaal 12 cm of de stam is minimaal 150 cm hoog, ten tijde van de aanvraag;

  • b.

    de boom staat in de volle grond.

     

 

Artikel 2.2 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd:

  • a.

    indien de volwassen boom binnen 2 meter van de erfgrens is geplant;

  • b.

    de aangeplante boom op de zwarte lijst met invasieve exoten staat, zoals opgenomen in bijlage 1.

 

Artikel 2.3 Hoogte subsidie

  • 1.

    De subsidie voor het planten van bomen bedraagt € 35,- per boom met een maximum van € 175.

  • 2.

    Bij een aanvraag door een collectief is de subsidie 25% hoger dan de bedragen genoemd in het eerste lid van dit artikel.

 

Hoofdstuk 3 Het ontstenen in combinatie met vergroenen - OV

Artikel 3.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel b, gelden de volgende criteria:

  • a.

    de beplanting bestaat uit grassen, planten, struiken of bomen;

  • b.

    er is sprake van minimaal 5 m2 ontstenen in combinatie met vergroenen.

 

Artikel 3.2 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd:

  • a.

    indien de volwassen boom binnen 2 meter van de erfgrens is geplant;

  • b.

    de aangeplante boom op de zwarte lijst met invasieve exoten staat, zoals opgenomen in bijlage 1.

 

Artikel 3.3 Hoogte subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt € 5,- per m2 verwijderde verharding tot een maximum van € 500.

  • 2.

    Bij een aanvraag door een collectief is de subsidie 25% hoger dan de bedragen genoemd in het eerste lid van dit artikel.

 

Hoofdstuk 4 Het aanleggen van een groen dak - GD

Artikel 4.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel c, geldt het volgende criterium:

  • a.

    in aanvulling op artikel 1.6 kan de activiteit ook uitgevoerd worden op een containerombouw van de aanvrager;

 

Artikel 4.2 Hoogte subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt € 20,- per m2 aangelegd groen dak met een maximum van € 2.000,- per adres.

  • 2.

    Bij een aanvraag door een collectief is de subsidie 25% hoger dan de bedragen genoemd in het eerste lid van dit artikel.

 

Hoofdstuk 5 Het afkoppelen zonder voorziening voor berging of infiltratie - AZ

Artikel 5.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel d, gelden de volgende criteria:

  • a.

    Er moet sprake zijn van voldoende niet afgedekte bodem op eigen terrein die geschikt is voor infiltratie van regenwater, of het afgekoppelde hemelwater moet kunnen worden geloosd op het oppervlaktewater;

  • b.

    Het pand moet aangegeven zijn als ‘subsidie mogelijk’ op de afkoppelkaart op de gemeentelijke website: Afkoppelen en subsidiemogelijkheden - Gemeente Raalte.

 

Artikel 5.2 Hoogte subsidie

  • 1.

    De subsidie voor het afkoppelen zonder voorziening voor berging of infiltratie bedraagt € 60,- per pand.

  • 2.

    Bij een aanvraag door een collectief is de subsidie 25% hoger dan de bedragen genoemd in het eerste lid van dit artikel.

 

Hoofdstuk 6 Het aanleggen van een voorziening voor berging of infiltratie voor afgekoppeld hemelwater - BI

Artikel 6.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel e, gelden de volgende criteria:

  • a.

    In het geval het een voorziening voor infiltratie betreft is de infiltratiecapaciteit van de bodem groot genoeg om het afstromende water op eigen terrein te verwerken.

  • b.

    Het pand moet aangegeven zijn als ‘subsidie mogelijk’ op de afkoppelkaart op de gemeentelijke website: Afkoppelen en subsidiemogelijkheden - Gemeente Raalte.

 

Artikel 6.2 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd indien er sprake is van een afgekoppeld dakoppervlak van meer dan 250 m2. 

 

Artikel 6.3 Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt € 200,- per m3 waterberging van de aangelegde voorziening, met een maximum van € 500.

 

Hoofdstuk 7 Het plaatsen van een voorziening voor regenwateropslag (regenton, -schutting of – zuil) - RW

Artikel 7.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel f, gelden de volgende criteria:

  • a.

    de regenwateropslag heeft een minimale capaciteit van 100 liter;

  • b.

    het regenwater moet via de regenpijp vanaf het dak in de voorziening voor regenwateropslag terechtkomen.

 

Artikel 7.2 Hoogte subsidie

De subsidie voor het plaatsen van een voorziening voor regenwateropslag bedraagt, met een maximum van twee voorzieningen voor regenwateropslag:

  • a.

    € 25,- per voorziening bij een opvangcapaciteit van 100 tot 200 liter.

  • b.

    € 50,- per voorziening bij een opvangcapaciteit van 200 liter of meer.

 

Hoofdstuk 8 Het aanleggen van een voorziening voor berging of infiltratie van afgekoppeld hemelwater >250m2 - AH

Artikel 8.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel g, gelden de volgende criteria:

  • a.

    de voorziening heeft een minimale berging of infiltratie van 20 liter per afgekoppelde m2 op privaat terrein;

  • b.

    Het pand moet aangegeven zijn als ‘subsidie mogelijk’ op de afkoppelkaart op de gemeentelijke website: Afkoppelen en subsidiemogelijkheden - Gemeente Raalte.

  • c.

    deze subsidie is niet stapelbaar met voorziening d en e, in artikel 1.4.

 

Artikel 8.2 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd indien er sprake is van een afgekoppelde dakoppervlak van minder dan 250 m2.

 

Artikel 8.3 Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt €6,- per m2 afgekoppeld dakoppervlak, met een maximum van € 3.000.

 

Hoofdstuk 9 Het aanleggen van een installatie voor gebruik van hemelwater - IH

Artikel 9.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel h, gelden de volgende criteria:

  • a.

    de installatie, bestaande uit filters, pomp en waterverdeling is voldoende bereikbaar voor onderhoud en inspectie;

  • b.

    de installatie heeft een minimale capaciteit van 1000 liter.

 

Artikel 9.2 Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt €100,- per 1000 liter gebufferd hemelwater, met een maximum van € 1.000.

 

Hoofdstuk 10 Het aanleggen van een groene gevel - GG

Artikel 10.1 Specifieke criteria en verplichtingen

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel i, gelden de volgende criteria:

  • a.

    de aanleg vindt plaats in de volle grond bij een pand;

  • b.

    de beplanting kan omhoog groeien via een daarvoor bestemde klimconstructie.

 

Artikel 10.2 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd als de activiteit plaats vindt in de openbare ruimte.

 

Artikel 10.3 Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt € 30,- per m2 klimconstructie, met een maximum van € 1.500.

 

Hoofdstuk 11 Het aanleggen van een groene geveltuin - GT

Artikel 11.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel j, gelden de volgende criteria:

  • a.

    de groene geveltuin wordt gerealiseerd grenzend aan een pand;

  • b.

    de geveltuin wordt gerealiseerd in de openbare ruimte;

  • c.

    toestemming van de gemeente voor aanbrengen van deze voorziening is vereist;

 

Artikel 11.2 Hoogte subsidie

De subsidie voor het aanleggen van groene geveltuin bedraagt € 50,- per pand.

 

Hoofdstuk 12 Het klimaatadaptief inrichten van schoolpleinen

Artikel 12.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel l, gelden de volgende criteria:

  • a.

    de activiteit vindt plaats bij het pand van een onderwijsinstelling;

  • b.

    de activiteit betreft een combinatie van twee of meer activiteiten als bedoeld in 1.4; onder a tot en met k.

  • c.

    de specifieke criteria en weigeringsgronden van de uitgevoerde subsidiabele activiteiten, opgenomen in Hoofdstuk 2 t/m 12 zijn van toepassing, voor zover ze niet strijdig zijn met de overige artikelleden van dit artikel.

 

Artikel 12.2 Weigeringsgrond

Subsidie wordt (deels) geweigerd als de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 1.4, onder a tot en met k, waarvoor aan aanvrager al subsidie is verleend.

 

Artikel 12.3 Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 8.000,-.

 

Hoofdstuk 13 Inwonersinitiatief voor openbare ruimte

Artikel 13.1 Specifieke criteria en verplichtingen

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel m, gelden de volgende criteria:

  • a.

    de activiteit vindt plaats in de openbare ruimte;

  • b.

    de activiteit betreft een combinatie van twee of meer activiteiten als bedoeld in 1.4; onder a tot en met k;

  • c.

    toestemming van de grondeigenaar voor aanbrengen van deze voorziening is vereist.

  • d.

    de specifieke criteria en weigeringsgronden van de uitgevoerde subsidiabele activiteiten, opgenomen in Hoofdstuk 2 t/m 12 zijn van toepassing, voor zover ze niet strijdig zijn met de overige artikelleden van dit artikel.

 

Artikel 13.2 Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt:

  • a.

    bij een aanvraag tot en met € 1.000,-: 100% van de subsidiabele kosten van de maatregelen;

  • b.

    bij een aanvraag tussen € 1.000,- en € 10.000,-: 75% van de subsidiabele kosten van de maatregelen;

  • c.

    bij een aanvraag boven de € 10.000,-: 50% van de subsidiabele kosten van de maatregelen met een maximum van € 15.000,-.

 

Hoofdstuk 14 Weigerings- intrekkings- en terugvorderingsgronden algemeen

Artikel 14.1  

  • 1.

    De subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien:

    • a.

      er sprake is van een situatie beschreven in artikel 4:35 van de Awb of in artikel 9 van de Asv;

    • b.

      de aanvraag niet voldoet aan het gestelde in deze regeling;

    • c.

      er voor dezelfde subsidiabele activiteit voor het gehele aangevraagde bedrag vanuit een andere regeling of voorziening (ook van andere overheid instellingen) al een subsidie of budget in welke vorm dan ook aan de aanvrager beschikbaar is gesteld en toekenning van de aanvraag tot een dubbeling zou leiden. Er kan voor eenzelfde activiteit geen dubbele subsidie worden aangevraagd.

  • 2.

    De subsidie wordt in ieder geval ingetrokken, indien:

    • a.

      er sprake is van een situatie beschreven in artikel 4:49 van de Awb;

    • b.

      achteraf komt vast te staan dat zich een weigeringsgrond als omschreven in het eerste lid heeft voorgedaan.

  • 3.

    De subsidie kan worden teruggevorderd indien de subsidie is ingetrokken.

 

Hoofdstuk 15 Slotbepalingen

Artikel 15.1 Onvoorziene gevallen en hardheidsclausule

  • 1.

    In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.

  • 2.

    Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in deze regeling, met uitzondering van de artikelen 1.4, 1.5 en 1.9, indien onverkorte toepassing gelet op het doel van de regeling zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

 

Artikel 15.2 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2026 en geldt tot en met 31 december 2026.

  • 2.

    Deze regeling wordt aangehaald als “Subsidieregeling klimaatadaptieve maatregelen Raalte 2026”.

 

Aldus vastgesteld te Raalte op 9-12-2025,

 

Burgemeester en wethouders van Raalte

 

de secretaris,

Monique van Esterik

de burgemeester,

Rob Zuidema

Bijlage 1 Zwarte lijst boomsoorten

 

Latijnse naam

Nederlandse naam

Acacia saligna

Wilgacacia

Acer negundo

Vederesdoorn

Acer rufinerve

Grijze streepjesbastesdoorn

Ailanthus altissima

Hemelboom

Amelanchier lamarckii

Amerikaans krentenboompje

Amelanchier spicata

Krentenboompje

Caragana arborescens

Erwtenboompje

Cornus sericea

Canadese kornoelje

Cotoneaster ×watereri

Dwergmispel

Cotoneaster ambiguus

Dwergmispel

Cotoneaster boisianus

Dwergmispel

Cotoneaster bullatus

Grote boogcotoneaster

Cotoneaster rehderi

Rimpelige cotoneaster

Cotoneaster salicofolius

Wilgbladige cotoneaster

Elaeagnus angustifolia

Smalle olijfwilg

Elaeagnus commutata

Zilverwilg

Elaeagnus multiflora

Langstelige olijfwilg

Elaeagnus umbellata

Schermolijfwilg

Fraxinus pennsylvanica

Pennsylvaasne es

Paulownia tomentosa

Anna Paulownaboom

Pinus strobus

Weymouthden

Populus ×canadensis

Canadapopulier

Populus alba

Witte abeel

Prosopis juliflora

Mesquite

Prunus serotina

Amerikaanse vogelkers

Prunus virginiana

Kleine vogelkers

Quercus rubra

Amerikaanse eik

Rhus typhina

Azijnboom

Robinia pseudoacacia

Valse acacia

Syringa vulgaris

Sering

Tetradium daniellii

Bijenboom

Triadica sebifera

Talgboom

Tsuga heterophylla

Westelijke hemlockspar

 

Bron: https://natuurenmilieu.nl/app/uploads/Bomenonderzoek-Nederlandse-gemeenten-Natuur-Milieu.pdf 

 

Naar boven