Besluit tot tweede wijziging van de beleidsregels voor welstand (Welstandsnota 2013)

Besluit van de raad van de gemeente Renkum tot wijziging van de beleidsregels voor welstand (Welstandsnota);

 

de raad van de gemeente Renkum;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2025;

 

gelet op artikel 4.19 van de Omgevingswet;

 

besluit vast te stellen het besluit tot tweede wijziging van de beleidsregels voor welstand (Welstandsnota 2013).

Artikel I

De beleidsregels voor welstand worden als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

10.1 Gebiedsomschrijving

De woningen zijn uitgevoerd in grijze betonsteen en donkerbruin gebeitste kozijnen en houten rabatdelen.

10.1 Gebiedsomschrijving

De woningen zijn uitgevoerd in grijze betonsteen en houten kozijnen en rabatdelen in een donkerbruine, tot zwart verwerende, beits met uitzondering van de (voor)deuren; deze hebben (oorspronkelijk) een afwijkende kleur (per cluster).

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

10.4 Welstandscriteria

 

Ligging

  • a.

    De bebouwing is geplaatst in de rooilijn, de voorgevels verspringen incidenteel.

  • b.

    Wanneer een verspringing wordt toegepast, moet deze minimaal één meter zijn.

  • c.

    De relatie van bebouwing met omliggende groenstructuren op de overgang naar openbaar gebied dient in stand te worden gehouden. Dit houdt onder andere in dat:

    • Carports open gehouden moeten worden. Deze mogen alleen dichtgemaakt worden aan de zijde van de berging.

    • De voortuinen van woningen met een garage open moeten blijven. Zij mogen op geen enkele wijze bebouwd worden.

Massa

  • a.

    De hoofdvorm is helder en eenvoudig en blijft ook na aanpassingen duidelijk herkenbaar.

  • b.

    De vormgeving dient eenduidig te zijn: alleen rechthoekige ‘blok’-vormen bij uitbreiding en alleen L-vormige carport met daarin geïntegreerd een berging.

  • c.

    De hoofdmassa’s vertonen samenhang.

  • d.

    De bebouwing bestaat uit twee tot drie lagen met een platdak.

  • e.

    Uitbreiding met een verdieping op de bestaande, oorspronkelijke woning is niet toegestaan.

 

Materialen en kleuren

  • a.

    Het materiaalgebruik is eenduidig: betonsteen, houtwerk en aluminium (schuifpui, daktrim).

  • b.

    Het kleurgebruik is eenduidig: hoofdkleuren blijven lichtgrijs en zwart, met uitzondering van deuren.

 

Detaillering

  • a.

    Bij de gevelopbouw dient uitgegaan te worden van twee muren (schijven), waartussen de gevel met horizontaal houtwerk en raampartijen zich opspant.

  • b.

    De plaatsing van nieuwe gevelopeningen dient plaats te vinden in het verlengde van de bestaande raamstroken.

  • c.

    Bij nieuwe gevelopeningen geldt als uitgangspunt: liggende, langgerekte vormen of staande, korte langgerekte vormen met de bestaande maatvoering.

  • d.

    De opbouw van de gevel dient helder te blijven.

  • e.

    De variatie in openingen dient beperkt te blijven.

  • f.

    De gevelbeëindiging dient te bestaan uit een smalle, mat stalen daktrim.

 

Aanvullende criteria voor kleine bouwplannen

  • a.

    Van de bijgebouwen is de massa qua maat, schaal en kleurgebruik -afgestemd op het hoofdgebouw.

  • b.

    Bij nieuwe gevelopeningen geldt als uitgangspunt: liggende, langgerekte vormen of staande, korte langgerekte vormen met de bestaande maatvoering.

  • c.

    De opbouw van de gevel dient helder te blijven.

  • d.

    De variatie in openingen dient beperkt te blijven.

  • e.

    De gevelbeëindiging dient te bestaan uit een smalle, mat stalen daktrim.

 

 

 

10.4 Welstandscriteria

 

Ligging

  • a.

    De bebouwing is geplaatst in de rooilijn, de voorgevels verspringen incidenteel.

  • b.

    Wanneer een verspringing wordt toegepast, moet deze minimaal één meter zijn.

  • c.

    De relatie van bebouwing met omliggende groenstructuren op de overgang naar openbaar gebied dient in stand te worden gehouden. Dit houdt onder andere in dat:

    • Carports open gehouden moeten worden. Deze mogen alleen dichtgemaakt worden aan de zijde van de berging.

    • De voortuinen van woningen met een garage open moeten blijven. Zij mogen op geen enkele wijze bebouwd worden.

Massa

  • a.

    De hoofdvorm is helder en eenvoudig en blijft ook na aanpassingen duidelijk herkenbaar.

  • b.

    De vormgeving dient eenduidig te zijn: alleen rechthoekige ‘blok’-vormen bij uitbreiding en alleen L-vormige carport met daarin geïntegreerd een berging.

  • c.

    De hoofdmassa’s vertonen samenhang.

  • d.

    De bebouwing bestaat uit twee tot drie lagen met een platdak.

  • e.

    Uitbreiding met een verdieping op de bestaande, oorspronkelijke woning is niet toegestaan.

 

Materialen en kleuren

  • a.

    Het materiaalgebruik is eenduidig: betonsteen, houtwerk en aluminium (schuifpui, daktrim). Toepassing van eigentijdse materialen in gevels is mogelijk, mits de uitstraling van de gevel vergelijkbaar is met het oorspronkelijke beeld en de onderlinge samenhang voldoende behouden blijft. Vergelijkbaar zijn bijvoorbeeld Keralit sponningsdelen of Eternit Sidings / Cedral Sidings

  • b.

    Het kleurgebruik is eenduidig: hoofdkleuren blijven voor het betonsteen lichtgrijs en voor gevelbekleding zwart (RAL 9005, 9017, 9011 of 9004) of doch in ieder geval een vergelijkbare donkere kleurstelling, mits de uitstraling van de gevel vergelijkbaar is met het oorspronkelijke beeld en de onderlinge samenhang voldoende behouden blijft. Vergelijkbare kleurstellingen zijn zwartblauw (RAL 5004), zwartgrijs (RAL7021), donkergroen (bijv. monumentengroen) of antraciet (RAL 7016).  Voor hout is tevens de originele donkerbruine beits, die heel donker / bijna zwart opdroogt, die bij de bouw van de oorspronkelijke woningen in de jaren 70 van de vorige eeuw werd gebruikt toegestaan. Niet vergelijkbaar is in ieder geval bruin (anders dan origineel) en (bordeaux)rood.

 

Detaillering

  • a.

    Bij de gevelopbouw dient uitgegaan te worden van twee muren (schijven), waartussen de gevel met horizontaal houtwerk en raampartijen zich opspant.

  • b.

    De plaatsing van nieuwe gevelopeningen dient plaats te vinden in het verlengde van de bestaande raamstroken.

  • c.

    Bij nieuwe gevelopeningen geldt als uitgangspunt: liggende, langgerekte vormen of staande, korte langgerekte vormen met de bestaande maatvoering.

  • d.

    De opbouw van de gevel dient helder te blijven.

  • e.

    De variatie in openingen dient beperkt te blijven.

  • f.

    De gevelbeëindiging dient te bestaan uit een smalle, mat stalen daktrim.

  • g.

    Sponningdelen zijn horizontaal geplaatst en hebben een breedte van 143 mm. met een houtnerfstructuur.  

 

Aanvullende criteria voor kleine bouwplannen

  • a.

    Van de bijgebouwen is de massa qua maat, schaal en kleurgebruik -afgestemd op het hoofdgebouw.

  • b.

    Bij nieuwe gevelopeningen geldt als uitgangspunt: liggende, langgerekte vormen of staande, korte langgerekte vormen met de bestaande maatvoering.

  • c.

    De opbouw van de gevel dient helder te blijven.

  • d.

    De variatie in openingen dient beperkt te blijven.

  • e.

    De gevelbeëindiging dient te bestaan uit een smalle, mat stalen daktrim.

 

 

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Bijlage 1 Handhaving en excessenregeling

 

De gemeente zet in op het bewaken van de ruimtelijke kwaliteit. Een effectief welstandsbeleid kan niet zonder een consequente handhaving. Het team Vergunning, Toezicht en Handhaving (vth) is daarvoor de verantwoordelijke beleidsuitvoerende afdeling.

 

Repressieve welstandstoetsing

Indien het uiterlijk van een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand kunnen burgemeester en wethouders op grond van artikel 13a van de Woningwet, degene die tot het opheffen van die strijdigheid bevoegd is, aanschrijven om die strijdigheid op te heffen.

 

Een bouwwerk is in strijd met redelijke eisen van welstand indien sprake is van excessen, dat wil zeggen buitensporigheden in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen overduidelijk zijn. Vaak heeft dit betrekking op de manier waarop een bouwwerk zich – door de gekozen vormgeving – van zijn omgeving ‘afsluit’, het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden, armoedig materiaalgebruik, toepassing van felle of contrasterende kleuren, te opdringerige reclames of een grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk of gewenst is, zoals verwoord in de gebiedsgerichte welstandscriteria.

 

De excessenregeling geldt ook voor omgevingsvergunningvrije bouwwerken.

 

Bijlage 1 Handhaving en excessenregeling

 

De gemeente zet in op het bewaken van de ruimtelijke kwaliteit. Een effectief welstandsbeleid kan niet zonder een consequente handhaving. Het team Vergunning, Toezicht en Handhaving (vth) is daarvoor de verantwoordelijke beleidsuitvoerende afdeling.

 

Repressieve welstandstoetsing

Indien het uiterlijk van een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand kunnen burgemeester en wethouders op grond van artikel 13a van de Woningwet, degene die tot het opheffen van die strijdigheid bevoegd is, aanschrijven om die strijdigheid op te heffen.

 

Een bouwwerk is in strijd met redelijke eisen van welstand indien sprake is van excessen, dat wil zeggen buitensporigheden in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen overduidelijk zijn. Vaak heeft dit betrekking op de manier waarop een bouwwerk zich – door de gekozen vormgeving – van zijn omgeving ‘afsluit’, het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden, armoedig materiaalgebruik, toepassing van felle of contrasterende kleuren, te opdringerige reclames of een grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk of gewenst is, zoals verwoord in de gebiedsgerichte welstandscriteria.

 

Voor gebieden met een streng welstandsregime geldt dat kleine ingrepen al grote gevolgen kunnen hebben. In deze gebieden zal dan ook eerder al sprake zijn van een exces. Zo geldt bijvoorbeeld voor de Clusterwoningen (gebied 10) dat sprake is van een kwetsbaar gebied met een duidelijke karakteristiek, met name ook in de kleurstelling. Lichte(re) kleuren en/of afwijkende kleuren gevelbekleding die onvoldoende onderlinge samenhang hebben met het oorspronkelijke beeld worden in beginsel als exces aangemerkt. Dit geldt ook voor het ontbreken van een houtnerf-structuur of sponningdelen van een (te) afwijkende breedte. 

 

De excessenregeling geldt ook voor omgevingsvergunningvrije bouwwerken.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van: 26 november 2025

De raadsgriffier,

Dr. J. (Juul) Cornips

De voorzitter,

M.A. Fränzel

Naar boven