Gemeenteblad van Nijmegen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nijmegen | Gemeenteblad 2025, 547210 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nijmegen | Gemeenteblad 2025, 547210 | beleidsregel |
Wijzigingsbesluit van de Beleidsregels Inkomensondersteuning Participatiewet gemeente Nijmegen 2024-C
Onderdeel A, artikel 5 bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen
Bij het derde opsommingsteken is in de aanhef de volgende tekst vermeld:
“voor energiezuinig witgoed het normbedrag verhoogt tot een maximum van € 600 per apparaat, met de verplichting om een energiezuinig apparaat aan te schaffen met een minimale levensduur van 8 jaar. Onder energiezuinig witgoed wordt verstaan:”.
Deze tekst wordt vervangen door:
“voor energiezuinig witgoed het normbedrag verhoogt tot een maximum van € 600 per apparaat, met de verplichting om een energiezuinig apparaat aan te schaffen met een minimale levensduur van 8 jaar. Onder energiezuinig witgoed wordt verstaan:”.
Onderdeel A, artikel 11 medische en medisch gerelateerde kosten
In de toelichting onder de tabel staat de volgende tekst vermeld:
“Waar vermeld staat dat geen bijzondere bijstand wordt verstrekt, of het bedrag is gemaximeerd, geldt dat men zich dient te realiseren dat het een beoordeling in het kader van bijzondere bijstand betreft. Individuele situaties kunnen altijd noodzaken tot afwijken van deze hoofdregel. Hierbij valt te denken aan situaties met een medische noodzaak”.
“Waar vermeld staat dat geen bijzondere bijstand wordt verstrekt, of het bedrag is gemaximeerd, geldt dat men zich dient te realiseren dat het een beoordeling in het kader van bijzondere bijstand betreft. Individuele situaties kunnen altijd noodzaken tot afwijken van deze hoofdregel. Hierbij valt te denken aan situaties met een medische noodzaak, waarbij het niet verlenen van bijstand leidt tot ernstige gevolgen voor de gezondheid van de inwoner. Hierbij wordt gedacht aan een extreme situatie en is niet beoogd een algemene uitzondering te bieden”.
Onderdeel A, artikel 14 eigen bijdrage rechtsbijstand en kosten bewindvoering, mentorschap
Onder het kopje eigen bijdrage rechtsbijstand is de volgende tekst vermeld:
“De gemeente Nijmegen gaat er van uit dat belanghebbenden eerst gebruik maken van de dienstverlening van het Juridisch Loket Er wordt per toevoeging dan ook slechts bijzondere bijstand verstrekt ter hoogte van de eigen bijdrage minus de korting. Bijkomende kosten voor administratie, telefoon, uittreksels, reis en verblijfskosten e.d. komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand”.
Deze tekst wordt vervangen door:
“De gemeente Nijmegen gaat er van uit dat belanghebbenden eerst gebruik maken van de dienstverlening van het Juridisch Loket. Er wordt per toevoeging dan ook slechts bijzondere bijstand verstrekt ter hoogte van de eigen bijdrage minus de korting. Bijkomende kosten voor administratie, telefoon, uittreksels, reis en verblijfskosten e.d. komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand”.
Onder het kopje vrijwillig budgetbeheer wordt in de huidige tekst het volgende vermeld:
“Als er sprake is van verslaving of herhaalde schuldenproblematiek, dan wel bij gebleken onvermogen met geld om te gaan of bij verwijzing door een hulpverleningsinstelling, bestaat er recht op bijzondere bijstand voor de kosten van budgetbeheer. Voor vrijwillig budgetbeheer wordt als maximum het standaardtarief beschermingsbewind gehanteerd”.
Deze tekst wordt vervangen door:
“Als er sprake is van verslaving of herhaalde schuldenproblematiek, dan wel bij gebleken onvermogen met geld om te gaan of bij verwijzing door een hulpverleningsinstelling, kan budgetbeheer aan de orde zijn.
Door de gemeente aangeboden budgetbeheer wordt aangemerkt als een voorliggende voorziening. Indien deze voorliggende voorziening in het concrete geval niet passend of toereikend is, is bijzondere bijstand voor de kosten van budgetbeheer mogelijk. Een bestaande vertrouwensband alleen is hiervoor niet voldoende.
Voor vrijwillig budgetbeheer wordt als maximum het landelijk gemiddelde tarief voor budgetbeheer gehanteerd. Dit gemiddelde wordt jaarlijks vastgesteld op basis van een vergelijking van meerdere (landelijke en regionale) aanbieders”.
Onderdeel C, artikel 2 Incidentele inkomsten en vakantiewerk
In dit artikel wordt de volgende tekst vermeld:
“Voor het recht op een studietoeslag moet iemand niet in staat zijn om naast de studie inkomsten te verwerven. Dat betekent dat het college de studietoeslag stopt als een belanghebbende wel inkomsten heeft uit arbeid. De omvang van de werkzaamheden of de genoten inkomsten zijn daarbij niet relevant.
In afwijking van het eerste lid, verliezen studenten die in de vakantie werken tijdelijk het recht op studietoeslag. Zij moeten hun werkzaamheden en het stoppen daarvan onverwijld melden bij het college. Het recht kan daarna zonder nieuwe aanvraag weer worden opgestart, tenzij de werkzaamheden doorlopen buiten de schoolvakantie”.
Deze tekst wordt vervangen door:
“Voor het recht op een studietoeslag moet iemand structureel niet in staat zijn om naast de studie inkomsten te verwerven. Indien een belanghebbende inkomsten uit arbeid heeft, kan dit aanleiding zijn om zijn recht op studietoeslag opnieuw te beoordelen. Dit dient dan ook onverwijld bij het college te worden gemeld.
De omvang en frequentie van de werkzaamheden in combinatie met de studiebelasting in de betreffende periode zijn relevant. Inkomsten ten tijde van een periode met geen dan wel een beperkte studiebelasting, zoals bijvoorbeeld in de vakantieperiode, leiden niet tot uitsluiting van het recht op studietoeslag".
Onderdeel C, artikel 3 ingangsdatum en terugwerkende kracht
In het artikel wordt de volgende tekst vermeld:
“De ingangsdatum is de eerste van de maand volgend op de maand waarin de aanvraag is ingediend. Een belanghebbende kan verzoeken om een verstrekking met terugwerkende kracht, met dien verstande dat de terugwerkende kracht niet verder uitstrekt dan voor 1 april 2022 en niet verder kan terugwerken dan een periode van vijf jaar. De belanghebbende moet wel de hele periode aan de voorwaarden van de studietoeslag hebben voldaan”.
Deze tekst wordt vervangen door:
“De ingangsdatum is de eerste van de maand volgend op de maand waarin de aanvraag is ingediend. Een belanghebbende kan verzoeken om een verstrekking met terugwerkende kracht, met dien verstande dat de terugwerkende kracht niet verder uitstrekt dan voor 1 april 2022 en niet verder kan terugwerken dan een periode van vijf jaar. De belanghebbende moet wel de hele periode als inwoner van de gemeente Nijmegen zijn ingeschreven en aan de voorwaarden van de studietoeslag hebben voldaan”.
Onderdeel D, artikel 1 uitzicht op inkomensverbetering
In dit artikel wordt de volgende tekst vermeld:
“In deze beleidsregels wordt aangegeven wanneer sprake is van 'geen uitzicht op inkomensverbetering'. Bij de beoordeling van het criterium 'geen uitzicht op inkomensverbetering' houdt het college rekening met de omstandigheden van de persoon. Tot die omstandigheden worden in ieder geval gerekend:
Er is als uitgangspunt, maar niet uitsluitend, sprake van 'uitzicht op inkomensverbetering' als het gaat om een belanghebbende die een MBO-, HBO-, WO-opleiding of een particuliere beroepsopleiding volgt en personen die een dergelijke studie in de 36 maanden voorafgaand aan de peildatum hebben gevolgd.
Ook kan daarvan sprake zijn indien een belanghebbende parttime inkomsten heeft en in staat is om meer uren te gaan werken maar bewust besluit om dat niet te doen.
Tenslotte heeft in ieder geval geen uitzicht op inkomensverbetering de belanghebbende die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt op basis van volledige arbeidsongeschiktheid”.
Deze tekst wordt vervangen door:
“In de Verordening individuele inkomenstoeslag wordt aangegeven wanneer sprake is van 'geen uitzicht op inkomensverbetering'. Bij de beoordeling van het criterium 'geen uitzicht op inkomensverbetering' houdt het college rekening met de omstandigheden van de persoon. Tot die omstandigheden worden in ieder geval gerekend:
Onderdeel D individuele inkomenstoeslag, artikel 2 vaststelling hoogte inkomen
In het artikel wordt de volgende tekst vermeld:
“Wanneer de belanghebbende 36 maanden of langer voorafgaande aan de peildatum een bijstandsuitkering heeft ontvangen, hoeft hij geen bewijsstukken aan te leveren. Het inkomen kan worden vastgesteld op grond van de gegevens van de belanghebbende die aanwezig zijn bij de gemeente.
In andere gevallen moet het inkomen van de belanghebbende gedurende de gehele referteperiode worden vastgesteld. Dat wordt als volgt gedaan:
Hierop zijn de volgende uitzonderingen mogelijk:
Wanneer aan de belanghebbende in de voorgaande jaren een individuele inkomenstoeslag of langdurigheidstoeslag is toegekend, hoeft de belanghebbende alleen bewijsstukken van inkomsten en vermogen aan te leveren van het jaar voorafgaande aan de peildatum (voor peildatum vermogen: zie onder peildatum vermogenstoets).
De noodzaak tot het opvragen van aanvullende of andere gegevens zal per aanvraag verschillen. Als een belanghebbende gedurende de gehele referteperiode een bijstandsuitkering heeft gehad, zijn zowel de inkomens- als vermogensgegevens bekend bij de gemeente. Als de belanghebbende gedurende de referteperiode heeft gewerkt bij dezelfde werkgever, kan worden nagegaan of de aangeleverde gegevens overeenkomen met de gegevens op Suwinet. Bij iemand met wisselende inkomsten bij verschillende werkgevers of bij een zelfstandige, is dat moeilijker. Het blijft mogelijk om in individuele gevallen op een alternatieve manier de inkomsten te verifiëren. De bewijslast ligt echter bij belanghebbende. Die moet aannemelijk maken dat hij gedurende de 36 maanden voorafgaande aan de peildatum heeft geleefd van een inkomen onder de voor hem of haar geldende inkomensgrens. Kan belanghebbende dat niet, dan wordt de aanvraag afgewezen.
Ook wordt opgemerkt, dat net als bij bijzondere bijstand, inkomsten pas in aanmerking mogen worden genomen als de belanghebbende daarover beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Rekening moet worden gehouden met executoriaal beslag, WSNP en minnelijke schuldregelingen. Als een belanghebbende in een schuldregeling zit en na afloop van die regeling uitzicht heeft op een inkomen boven de grens, kan worden gesteld dat iemand concreet uitzicht op inkomensverbetering heeft”.
Deze tekst wordt vervangen door:
“Wanneer de belanghebbende tot de doelgroep van ambtshalve verstrekkingen zoals beschreven in artikel 2 van de Verordening individuele inkomenstoeslag behoort, hoeft hij geen bewijsstukken aan te leveren. Het inkomen kan worden vastgesteld op grond van de gegevens van de belanghebbende die aanwezig zijn bij de gemeente.
In andere gevallen moet het inkomen van de belanghebbende gedurende de gehele referteperiode worden vastgesteld. Dat wordt als volgt gedaan:
Wanneer de belanghebbende de hiervoor genoemde bewijsstukken niet of niet geheel kan leveren, worden bewijsstukken gevraagd die voldoende inzicht geven in het inkomen van de belanghebbende gedurende 36 maanden voorafgaande aan de peildatum.
De noodzaak tot het opvragen van aanvullende of andere gegevens zal per aanvraag verschillen. Als een belanghebbende gedurende de gehele referteperiode een bijstandsuitkering heeft gehad, zijn zowel de inkomens- als vermogensgegevens bekend bij de gemeente. Als de belanghebbende gedurende de referteperiode heeft gewerkt bij dezelfde werkgever, kan worden nagegaan of de aangeleverde gegevens overeenkomen met de gegevens op Suwinet. Bij iemand met wisselende inkomsten bij verschillende werkgevers of bij een zelfstandige, is dat moeilijker. Het blijft mogelijk om in individuele gevallen op een alternatieve manier de inkomsten te verifiëren. De bewijslast ligt echter bij belanghebbende. Die moet aannemelijk maken dat hij gedurende de 36 maanden voorafgaande aan de peildatum heeft geleefd van een inkomen onder de voor hem of haar geldende inkomensgrens. Kan belanghebbende dat niet, dan wordt de aanvraag afgewezen.
Ook wordt opgemerkt, dat net als bij bijzondere bijstand, inkomsten pas in aanmerking mogen worden genomen als de belanghebbende daarover beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Rekening moet worden gehouden met executoriaal beslag, WSNP en minnelijke schuldregelingen”.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-547210.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.