Gemeenteblad van Almelo
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Almelo | Gemeenteblad 2025, 546532 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Almelo | Gemeenteblad 2025, 546532 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE ALMELO 2026
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 2. Reikwijdte verordening
De raad stelt vast dat voor de volgende beleidsterreinen subsidie kan worden
Artikel 3. Bevoegdheid college
Het college kan ter uitvoering van deze subsidieverordening nadere regels vaststellen. Deze nadere regels kunnen onder meer betrekking hebben op de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen, de verdeling van de subsidie per beleidsterrein als in artikel 2 bedoeld, de aan de subsidieontvanger te stellen kwaliteitseisen, reservevorming en risico-inventarisatie.
HOOFDSTUK 3. AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE EN BESLISTERMIJNEN
Artikel 7. Bij aanvraag in te dienen gegevens
een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat tevens een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde en toegekende subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;
HOOFDSTUK 4. WEIGERING, INTREKKING EN WIJZIGING VAN DE SUBSIDIE
HOOFDSTUK 6. VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER
Onverminderd de in het besluit tot verlening van de subsidie opgenomen voorwaarden en verplichtingen als in artikel 12 bedoeld, doet de ontvanger van subsidie zo spoedig mogelijk mededeling aan het college van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de beslissing op de aanvraag dan wel een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Bij deze mededeling worden de voor die mededeling relevante stukken overgelegd.
Artikel 15. Overige verplichtingen van de subsidieontvanger
Onverminderd de in het besluit tot verlening van de subsidie opgenomen voorwaarden en verplichtingen is de subsidieontvanger verplicht tot het verrichten van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, alsook tot het effectief en efficiënt besteden van de ontvangen subsidiegelden ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten.
HOOFDSTUK 7. VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE
Artikel 16. Verantwoording en vaststelling subsidies tot en met € 10.000,--
Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het college de aanvrager in het besluit tot verlening van de subsidie verplichten om op de door het college aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat ook is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Het college kan hierbij een termijn stellen waarbinnen een en ander moet zijn aangetoond.
Artikel 17. Verantwoording subsidies van meer dan € 10.000,-- tot en met € 125.000,--
Artikel 19. Beslistermijn vaststelling subsidie
Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling, doch in ieder geval voor het aflopen van de termijn als in lid 1 bedoeld.
Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet binnen de in artikel 17 en 18 geregelde termijn is ingediend, stelt het college de subsidieontvanger in de gelegenheid om de aanvraag tot vaststelling alsnog binnen een daarbij te bepalen termijn in te dienen. Indien de aanvraag tot vaststelling binnen deze nadere termijn nog altijd niet is ingediend, gaat het college over tot ambtshalve vaststelling.
HOOFDSTUK 8. AANVULLENDE BEPALINGEN OVER MEERJARENSUBSIDIES
Artikel 20. Meerjarensubsidies
Dit hoofdstuk is in aanvulling op de voorgaande bepalingen van toepassing op een jaarlijkse subsidie die voor meerdere jaren wordt verstrekt.
HOOFDSTUK 9. OVERIGE BEPALINGEN OVER SUBSIDIES
Artikel 23. Vergoeding aan de gemeente bij vermogensvorming
Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidie-ontvanger wordt ontvangen.
Artikel 27. Zaken waarin de verordening niet voorziet
In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.
In bijzondere gevallen kan het college één of meer artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 29. Intrekking Algemene subsidieverordening gemeente Almelo 2013
De Algemene subsidieverordening gemeente Almelo 2013 wordt ingetrokken.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 december 2025,
de griffier, de burgemeester,
drs. J.W. Scherpenzeel R.T.A Korteland
De vigerende Algemene subsidieverordening (Asv) dateert uit 2013. Nadien zijn er in de uitvoeringspraktijk ontwikkelingen geweest en is de Kadernota subsidiebeleid gemeente Almelo 2025-2030 vastgesteld. Dit alles is aanleiding geweest om de Asv te actualiseren. Op die manier wordt bereikt dat de Asv ook de komende jaren een duidelijk kader biedt waarbinnen subsidieaanvragen worden behandeld. In zijn algemeenheid geldt dat de Asv duurzaam, gebruiksvriendelijk en efficiënt is en bovenal aansluit op de praktijk in Almelo. De nieuwe Asv voldoet aan deze uitgangspunten, en ook aan de subsidieregels uit Hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht.
Enkele belangrijke onderdelen uit de Asv worden hieronder verder toegelicht.
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Naast een aantal algemene begrippen wordt in artikel 1 onder meer aangegeven welke subsidies worden onderscheiden:
Jaarlijkse subsidies: Een jaarlijkse subsidie is een subsidie voor één of meer kalenderjaren, bedoeld voor reguliere activiteiten. Het kan daarbij gaan om voortdurende activiteiten, die het gehele jaar door worden uitgevoerd, maar ook om kortstondige activiteiten die jaarlijks terugkeren. Het komt veel voor dat aan bepaalde rechtspersonen voor meerdere jaren achtereen subsidie wordt verleend. Dat kan in de vorm van een jaarlijks terugkerende subsidieverlening, maar dat kan ook in de vorm van een subsidieverlening die betrekking heeft op meerdere jaren. In dat laatste geval dient wel jaarlijks ter verantwoording bepaalde informatie te worden overgelegd. Dat is ook in de Asv geregeld.
Artikel 2. Reikwijdte verordening
In het eerste lid wordt aangegeven voor welke beleidsterreinen subsidies kunnen worden verstrekt. Het ligt voor de hand dat de opsomming van beleidsterreinen aansluit bij de indeling van de programmabegroting.
Er is voor gekozen om zo veel mogelijk op te nemen in deze verordening. Op die manier wordt bereikt dat zowel burger als bestuur direct en zonder zich teveel in onderliggende zaken als beleidsregels en raadsbesluiten hoeven te verdiepen om na te gaan of de betreffende activiteit voor verlening van een subsidie in aanmerking kan komen.
Door de veelheid en verscheidenheid van subsidiemogelijkheden is uiteraard niet te vermijden, dat op onderdelen nadere regels noodzakelijk zullen blijken.
Artikel 3. Bevoegdheid college
Het college besluit ingevolge het eerste lid binnen de daarvoor door de raad vastgestelde kaders, zoals neergelegd in de gemeentebegroting en deze Algemene subsidieverordening.
Met besluiten over het verstrekken van subsidies (in plaats van verlenen van subsidies) wordt beoogd de bevoegdheid te geven voor het nemen van besluiten over het gehele subsidieproces. Daaronder valt bijvoorbeeld ook bevoorschotting, lager vaststellen en terugvorderen van subsidies.
Op grond van het tweede lid kan het college voorschriften aan de subsidie verbinden. Dat is verderop in de Asv nader uitgewerkt, door explicieter te regelen welke verplichtingen en voorwaarden aan de subsidieverlening kunnen worden verbonden. Het derde lid geeft de grondslag voor het stellen van nadere regels door het college. Die nadere regels kunnen allerlei onderwerpen betreffen. Voorbeelden van die onderwerpen worden in het derde lid genoemd. Dit is geen limitatief overzicht. Nadere regels kunnen per beleidsterrein worden vastgesteld, en kunnen per beleidsterrein ook verschillen.
Artikel 4. Rechtspersoonlijkheid
Uitgangspunt is dat subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen die volledige rechtspersoonlijkheid bezitten, zoals een naamloze vennootschap, besloten vennootschap, stichting of vereniging.
Lid 2 biedt tevens de mogelijkheid om daarvan in bijzondere gevallen af te wijken, en subsidie te verlenen aan rechtspersonen zonder volledige rechtspersoonlijkheid.
De raad stelt jaarlijks subsidieplafonds vast en maakt daarbij de wijze van verdeling van de beschikbare middelen bekend. Eventueel kan het college nadere regels opstellen omtrent de wijze van verdeling van de beschikbare middelen.
Het subsidieplafond is het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies op een bepaald terrein of voor een bepaalde activiteit. Als het subsidieplafond is bereikt, kunnen er gedurende het lopende jaar op basis van de verordening geen subsidies meer verstrekt worden.
Door in de gemeentelijke begroting een budget te ramen voor de uitvoering van een bijzondere subsidieverordening treedt er niet automatisch een plafond in werking. Als een aanvraag voldoet aan alle vereisten die in een verordening staan terwijl het subsidiebudget inmiddels volledig is besteed en er is géén subsidieplafond vastgesteld, dan zal de aanvraag toch gehonoreerd moeten worden.
Andersom is ook waar: als een subsidieplafond lager wordt vastgesteld dan het in de begroting geraamde budget (bijvoorbeeld omdat het budget niet alleen zal worden besteed aan subsidies) én dat plafond is bereikt, dan moet een aanvraag worden afgewezen, ook als die aan alle vereisten die in een verordening staan, voldoet en ondanks het feit dat er nog wel budget op de begroting aanwezig is.
Artikel 6. Begrotingsvoorbehoud
In dit artikel is bepaald dat als de gemeentebegroting nog niet is vastgesteld en er formeel dus nog geen financiële ruimte door de raad beschikbaar is gesteld, subsidie slechts wordt verleend onder de voorwaarde dat de raad daarvoor geld beschikbaar zal stellen; het zogenoemde begrotingsvoorbehoud.
Artikel 7. Bij aanvraag in te dienen gegevens
In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie wordt gedaan op de wijze die het college heeft voorgeschreven. In de gemeente Almelo worden subsidies via het subsidieportaal ingediend. Hierbij is inloggen met e-herkenning vereist.
Het tweede lid geeft een opsomming van gegevens die bij een aanvraag moeten worden overgelegd. Voor de uitvoeringspraktijk is onderdeel e een belangrijk element. Op grond hiervan moeten documenten worden aangeleverd waaruit de financiële reserve en het vermogen van een organisatie blijkt. Het kan hier gaan om jaarstukken, bankafschriften etc.. Deze documenten zijn van belang om te beoordelen of het verlenen van subsidie wel nodig is, dan wel dat de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende middelen beschikt om de betreffende activiteiten te kunnen verrichten. Indien dat laatste zo is, kan de subsidie op grond van artikel 10, lid 1 onder e worden geweigerd.
Hier worden de termijnen genoemd, waarbinnen aanvragen voor subsidie dienen te zijn ingediend bij het college. In dit artikel wordt slechts een uiterste indiendatum genoemd voor het aanvragen van subsidies.
In artikel 9 worden de termijnen gegeven, waarbinnen het college gehouden is te beslissen op een aanvraag voor subsidie.
Voor zover een aanvraag niet compleet is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de aanvraag aan te vullen (dit vloeit voort uit artikel 4:5 Awb). De beslistermijn wordt opgeschort vanaf de dag nadat de aanvrager is uitgenodigd de aanvraag aan te vullen tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de termijn daarvoor is verstreken (artikel 4:5, eerste lid onder a Awb). Wordt de aanvraag niet of niet voldoende aangevuld, dan kan de aanvraag buiten behandeling worden gelaten. Dat besluit moet worden genomen binnen vier weken nadat de hersteltermijn ongebruikt is verlopen of de aanvraag onvoldoende is aangevuld (artikel 4:5, vierde lid Awb).
De algemeen geldende weigeringsgronden, opgenomen in artikel 4:35 Awb, worden hier met een aantal nadere, op de gemeentelijke praktijk toegesneden weigeringsgronden aangevuld. Dit betreft bijvoorbeeld de grond dat de activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente Almelo, dan wel haar ingezetenen of daaraan niet of nauwelijks ten goede komen.
Eerder in deze toelichting, bij artikel 7, werd al gewezen op de weigeringsgrond in de situatie dat niet is aangetoond dat subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd. Deze situatie kan zich voordoen als het vermogen, de reserves, eigen inkomsten etc. voldoende zijn voor het financieren van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.
Artikel 11. Intrekking en wijziging
In artikel 11 wordt duidelijk gemaakt dat de weigeringsgronden uit artikel 10 na subsidieverlening ook aanleiding kunnen geven voor intrekking of wijziging van de verleende subsidie.
Artikel 12. Verlening subsidie
Het besluit tot verlening van de subsidie noemt de voorwaarden en verplichtingen en geeft aan hoe verantwoording dient plaats te vinden. De verplichtingen zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk 6 van de Asv, de wijze van verantwoording in hoofdstuk 7.
Artikel 13. Betaling en bevoorschotting
Voorschotten worden verstrekt volgens het in de verleningsbeschikking opgenomen bevoorschottingsritme. De subsidieaanvrager hoeft geen aanvra(a)g(en) voor bevoorschotting in te dienen. Omdat de bevoorschotting mede afhankelijk is van de aard van de te subsidiëren activiteit is ervoor gekozen om de termijnen waarop de (automatische) bevoorschotting plaatsvindt, niet in de verordening te noemen.
De subsidieontvanger is volgens artikel 14 verplicht te melden, indien er omstandigheden zijn die van invloed zijn op de hoogte van het verleende bedrag. De subsidieverstrekker kan vervolgens, indien nodig, door een wijziging van de verleningsbeschikking het bevoorschottingsritme en de hoogte van de voorschotten aanpassen. Na vaststelling van de subsidie wordt het resterende bedrag (het vastgestelde bedrag verminderd met de verleende voorschotten) uitgekeerd aan de subsidieontvanger.
Relevante omstandigheden dienen zo spoedig mogelijk te worden gemeld. Daarbij kan worden gedacht aan de situatie waarin het aannemelijk is dat de gesubsidieerde activiteit niet, niet tijdig, niet geheel of niet volgens alle daaraan verbonden verplichtingen zal worden verricht. Melding van dergelijke omstandigheden is noodzakelijk omdat dan kan worden onderzocht of er aanleiding is de subsidieverlening te wijzigen of in te trekken, dan wel om de subsidie lager vast te stellen.
Bij het niet voldoen aan deze meldingsplicht kan, indien de omstandigheden achteraf blijken, met toepassing van artikel 4:49 Awb alsnog de subsidie worden ingetrokken. Dit op de grond dat de ontvanger wist en behoorde te weten dat de subsidie onjuist was. Terugvordering van de subsidie, inclusief wettelijke rente van het hele subsidiebedrag, kan in zo'n geval proportioneel worden geacht, omdat de ontvanger dan misbruik maakte van het gegeven vertrouwen, dat ten grondslag ligt aan de onderhavige subsidieverordening.
Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de meldingsplicht niet geldt na vaststelling van de subsidie of voor zover er (op verzoek van de belanghebbende) door de subsidieverlener een ontheffing is verleend van de verplichting om een prestatie overeenkomstig de subsidietoekenning uit te voeren.
Artikel 15. Overige verplichtingen van de subsidieontvanger
In artikel 15 zijn de overige verplichtingen van de ontvanger van de subsidie opgenomen, alsook de plicht om belangrijke ontwikkelingen bij de aanvrager te melden aan het college.
Artikel 16. Verantwoording en vaststelling subsidies tot en met 10.000 euro
Kenmerkend voor subsidies tot en met 10.000 euro is dat er een bedrag wordt verleend en direct wordt vastgesteld. De subsidieontvanger hoeft achteraf niet standaard een verantwoording af te leggen en dus ook niet om subsidievaststelling te vragen. Hierdoor kunnen de lasten voor zowel de subsidieaanvrager als de subsidieverstrekker worden bespaard.
Als de activiteiten nog niet hebben plaatsgevonden, kan onderdeel a worden toegepast. Hebben de activiteiten nog niet plaatsgevonden, dan zal het college binnen 13 weken na het verrichten van de activiteiten tot vaststelling overgaan. In deze situatie kan het college op grond van het tweede lid de aanvrager opdragen om aan te tonen dat de activiteiten zijn verricht en dat aan de subsidieverplichtingen is voldaan.
Steekproefsgewijze controle na de vaststelling is mogelijk, maar leidt alleen in bijzondere gevallen, zoals fraude, tot terugvordering.
Artikel 17. Verantwoording subsidies van meer dan 10.000 euro tot en met 125.000 euro
In dit artikel is aangegeven op welke wijze de subsidieontvanger de aan hem verleende subsidie aan het college dient te verantwoorden. Ingevolge artikel 12, eerste lid, wordt de wijze van verantwoording al bij het besluit tot verlening van de subsidie aan de ontvanger bekend gemaakt.
Bij subsidies van meer dan 10.000 euro tot en met 125.000 euro (of meer; daarop ziet artikel 18) wordt uitgegaan van afrekening van subsidies op basis van gerealiseerde activiteiten/ prestaties en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten. De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde kosten. Dit maakt dat ten behoeve van de vaststelling in ieder geval de volgende informatie moet worden verstrekt:
Artikel 18. Verantwoording subsidies van meer dan 125.000 euro
Ook bij subsidies van 125.000 euro of meer wordt uitgegaan van afrekening van subsidies op basis van gerealiseerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten. De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde kosten. Naast een activiteitenverslag en een financieel verslag (zie ook bij artikel 17) moeten ook worden overgelegd:
Een controleverklaring van de accountant. Dit is een rapport van een accountant waarin hij zijn oordeel geeft over de getrouwheid van de jaarrekening of een ander financieel overzicht van een organisatie. De accountant controleert of de subsidiegelden zijn besteed aan de activiteiten die benoemd zijn in de beschikking.
Artikel 19. Beslistermijn vaststelling subsidie
In dit artikel is geregeld binnen welke termijn het college besluit ter zake van de vaststelling van de subsidie.
Voor zover een aanvraag tot vaststelling niet compleet is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de verantwoording aan te vullen.
De beslistermijn wordt opgeschort vanaf de dag nadat de aanvrager is uitgenodigd de aanvraag aan te vullen tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld. Wordt de aanvraag niet of niet voldoende aangevuld, dan kan de subsidie ambtshalve door het college vastgesteld worden.
De artikelen 20 tot en met 22 zijn opgenomen in een hoofdstuk over meerjarensubsidies. Dat zijn jaarlijkse subsidies die voor meerdere jaren worden verleend. In geval van een dergelijke meerjarensubsidie vindt niet jaarlijks een formele vaststelling van de subsidie plaats. Die vaststelling vindt plaats na afloop van de looptijd van de subsidie, en een aanvraag daartoe dient dan voor 1 juni in het daarop volgende kalenderjaar te worden ingediend. Dat is geregeld in artikel 22.
Tussentijds dient wel verslag te worden gedaan. Daarvoor is in artikel 21 geregeld dat in de subsidieverlening wordt opgenomen dat op bepaalde momenten bepaalde gegevens aan het college dienen te worden verstrekt. Deze tussentijdse verantwoording is nodig om tussentijds te kunnen controleren of de subsidieontvanger nog altijd aan alle subsidieverplichtingen voldoet.
De regeling sluit aan bij artikel 4:67 Awb.
Artikel 23. Vergoeding aan de gemeente bij vermogensvorming
Deze bepaling is gebaseerd op artikel 4:41 van de Awb, een facultatief wetsartikel; de verordening moet een grondslag bieden om hiervan gebruik te maken.
De subsidieontvanger is onder bepaalde omstandigheden verplicht tot het betalen van een vergoeding aan de gemeente, wanneer subsidie tot vermogensvorming bij de subsidieontvanger heeft geleid.
Hierbij gaat het in het bijzonder om situaties, waarbij vermogensbestanddelen niet langer dienen voor de verwezenlijking van het doel, waarvoor subsidie is verleend.
Dit doet zich bijvoorbeeld voor wanneer een instelling zichzelf ontbindt of een vorm van samenwerking met een andere instelling aangaat en het mede door middel van subsidie in eigendom verworven instellingspand verkoopt.
Deze vergoedingsverplichting is wel gekoppeld aan een verjaringstermijn van maximaal vijf jaar.
De bedoeling van dit artikel is, dat indien in geval van ontbinding van de subsidieontvanger met subsidie verkregen eigendommen aan de doelstelling zouden worden onttrokken, een evenredig deel van het vermogen dat met de subsidie is opgebouwd, terugvloeit naar de gemeente.
Het vijfde lid is bedoeld om te voorkomen dat een instelling in verband met het naleven van deze verplichting ten opzichte van de gemeente in strijd moet handelen met haar statuten.
Artikel 25. Toestemming voor specifieke activiteiten
De aanvrager behoeft toestemming van het college voor de activiteiten die zijn opgenomen in artikel 4:71, lid 1 Awb. Eén van die activiteiten (genoemd in artikel 4:71, eerste lid, onderdeel g Awb) betreft het vormen van fondsen en reserveringen. Daarvoor is dus toestemming nodig. Voorkomen moet worden dat de ontvanger subsidiegeld ongewenst oppot dan wel daarmee een vermogen opbouwt. Door de toets hierop bij het college te leggen, kan zo nodig per geval maatwerk worden toegepast.
Voor structurele subsidies aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid geldt niet de algemene verplichting een egalisatiereserve te vormen. Per instelling beoordeelt het college de noodzaak of wenselijkheid daarvan. Indien het college het vormen van een egalisatiereserve wenselijk of noodzakelijk acht, kan daartoe een verplichting worden opgelegd.
Een egalisatiereserve kan noodzakelijk zijn om eventuele tegenvallers op te vangen en mag enkel benut worden voor het afdekken van exploitatietekorten.
Artikel 27. Zaken waarin de verordening niet voorziet
De regels over subsidie in deze verordening en in de Awb zijn op zichzelf bezien compleet. Toch kan zich in de praktijk een situatie voordoen waaraan bij het opstellen van de verordening niet is gedacht en waarin de verordening niet voorziet. Voor die uitzonderlijke situaties regelt artikel 27 dat het college mag beslissen.
Als het gaat om situaties die zich vaker voordoen, dan kan er aanleiding zijn de verordening aan te passen. Ook dan heeft artikel 27 toegevoegde waarde, omdat
de tijd die gemoeid is met het aanpassen van de verordening (in verband met voorgeschreven termijnen of belangen van de gemeente en/of instellingen) te lang kan zijn.
Naast situaties waarin de verordening niet voorziet (zie hiervoor in artikel 27) kunnen zich ook bijzondere situaties voordoen waarin toepassen van de verordening leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Voor die situaties geeft de in artikel 28 opgenomen hardheidsclausule de mogelijkheid om van de verordening af te wijken. Deze hardheidsclausule dient terughoudend en met grote zorgvuldigheid te worden toegepast.
Artikel 29. Intrekking Algemene subsidieverordening gemeente Almelo 2013
Gekozen is voor een nieuwe verordening en niet voor wijziging van de Algemene subsidieverordening gemeente Almelo 2013. Dit vanwege de grote hoeveelheid wijzigingen. Met de vaststelling van de nieuwe verordening wordt de Asv 2013, laatstelijk gewijzigd op 5 juni 2021, ingetrokken.
Artikel 30. Inwerkingtreding en overgangsbepalingen
Voor de hier opgenomen overgangs- en slotbepalingen is gebruik gemaakt van de daarvoor gebruikelijke formuleringen.
Aanvragen om subsidie die zijn ingediend op of na de datum van inwerkingtreding van deze verordening, vallen onder de werking van de Asv 2026.
Dat geldt ook voor aanvragen om vaststelling van subsidies die voor inwerkingtreding van de Asv 2026 (en dus op grond van de Asv 2013) zijn verleend. De Asv 2013 blijft enkel van toepassing op aanvragen die zijn ingediend voor inwerkingtreding van de Asv 2026 en waarop ten tijde van die inwerkingtreding nog niet is beslist.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-546532.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.