|
6.
|
|
B. Uitgangspunt "niet-standaard" bouwwerken:
|
|
|
|
|
Voor bouwwerken die niet in bovenstaande tabel Bouwkosten zijn genoemd worden de bouwkosten (exclusief BTW) als uitgangspunt genomen. Onder bouwkosten wordt in deze gevallen verstaan de aan een derde te betalen aanneemsom als bedoeld in paragraaf 1, lid 1 van de “Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), van het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen ten behoeve van de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, exclusief omzetbelasting. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft
|
|
|
|
|
Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven
|
|
|
|
|
Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
|
|
|
|
a.
|
een conceptverzoek, waaronder ook wordt verstaan vooroverleg dat in het DSO ingediend wordt onder 'Verken uw idee', alsmede behandeling op de 'initiatieftafel';
|
|
|
|
b.
|
een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit;
|
|
|
|
c.
|
een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet;
|
|
|
|
d.
|
toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet;
|
|
|
|
e.
|
een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning;
|
|
|
|
f.
|
intrekking van een omgevingsvergunning;
|
|
|
|
g.
|
wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d;
|
|
|
|
h.
|
een besluit op grond van de Omgevingswet of een daaraan gekoppelde regeling, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g.
|
|
|
|
i.
|
een aanvraag om het toekennen van nadeelcompensatie in de zin van artikel 4:126 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 15.1 van de Omgevingswet.
|
|
|
|
|
Artikel 2.3 Bepalen tarief
|
|
|
1.
|
|
De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk.
|
|
|
2.
|
|
Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten.
|
|
|
3.
|
|
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12.
|
|
|
4.
|
|
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13.
|
|
|
5.
|
|
Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.
|
|
|
6.
|
|
In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.
|
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.2 Voorfase
|
|
|
|
|
Artikel 2.4 Conceptverzoek
|
|
|
|
|
Als de aanvraag betrekking heeft op een conceptverzoek over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedragen de kosten:
|
|
|
1.
|
|
Als de geraamde bouwkosten minder bedragen dan € 50.000,--
|
€ 263,70
|
|
2.
|
|
Als de geraamde bouwkosten € 50.000,-- of meer bedragen
|
€ 590,65
|
|
3.
|
|
Als geen sprake is van een bouwactiviteit
|
€ 263,70
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
|
|
|
|
|
Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel)
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
|
a.
|
over het deel van de bouwkosten vanaf € 0 tot € 500.000, met een minimum van €230,--:
|
0,89%
|
|
|
b.
|
over het deel van de bouwkosten vanaf € 500.000 tot € 1.000.000:
|
0,75%
|
|
|
c.
|
over het deel van de bouwkosten vanaf € 1.000.000 tot € 2.500.000:
|
0,69%
|
|
|
d.
|
over het deel van de bouwkosten vanaf € 2.500.000 tot € 5.000.000:
|
0,63%
|
|
|
e.
|
over het deel van de bouwkosten vanaf € 5.000.000:
|
0,60%
|
|
|
|
Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijk deel)
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
1.
|
|
voor een binnenplanse en buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
|
|
|
|
a.
|
Over het deel van de bouwkosten die minder dan €500.000,-- bedragen, met een minimum van €230,--
|
2,68%
|
|
|
b.
|
Over het deel van de bouwkosten van € 500.000,-- tot € 1.000.000,--
|
2,23%
|
|
|
c.
|
Over het deel van de bouwkosten van € 1.000.000,-- tot € 2.500.000,--
|
2,05%
|
|
|
d.
|
Over het deel van de bouwkosten van € 2.500.000,-- tot € 5.000.000,--
|
1,90%
|
|
|
e.
|
Over het deel van de bouwkosten van €5.000.000,-- en meer
|
1,79%
|
|
2.
|
|
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, het tarief genoemd in het eerste lid van dit artikel, vermeerderd met:
|
€ 253,85
|
|
3.
|
|
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, het tarief genoemd in het eerste lid van dit artikel, vermeerderd met:
|
€ 7.724,00
|
|
4.
|
|
In afwijking van het derde lid van dit artikel wordt voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor activiteiten waarvoor door toepassing van artikel 4 bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat direct voor inwerkingtreding van de Omgevingswet luidde, een omgevingsvergunning verleend had kunnen worden, het tarief genoemd in het eerste lid van dit artikel, vermeerderd met:
|
€ 253,85
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
|
a.
|
voor een binnenplanse of buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
|
€ 332,60
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
|
|
|
|
|
Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, rijksmonument, voorbeschermd gemeentelijk monument, voorbeschermd provinciaal monument of voorbeschermd rijksmonument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
1.
|
|
voor een binnenplanse of buitenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel 14 van de Erfgoedverordening Gemeente Berkelland 2024 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit:
|
|
|
|
a.
|
voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:
|
€ 57,90
|
|
|
b.
|
voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:
|
€ 57,90
|
|
|
c.
|
voor een bouwactiviteit enkel om reden van de beschermde status vergunningplichtig is, worden geen leges geheven over (het gedeelte van) de bouwkosten bedoeld in artikel 2.5 van de activiteit die slechts het restauratief herstel van cultuurhistorische waarden betreft.
|
|
|
|
|
Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
|
a.
|
voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:
|
€ 57,90
|
|
|
b.
|
voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:
|
€ 57,90
|
|
|
c.
|
voor een bouwactiviteit enkel om reden van de beschermde status vergunningplichtig is, worden geen leges geheven over (het gedeelte van) de bouwkosten bedoeld in artikel 2.5 van de activiteit die slechts het restauratief herstel van cultuurhistorische waarden betref.
|
|
|
|
|
Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: activiteit in beschermd stads- of dorpsgezicht
|
|
|
1.
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
|
a.
|
voor een binnenplanse of buitenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel 20 van de Erfgoedverordening gemeente Berkelland 2024 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit:
|
€ 332,60
|
|
2.
|
|
Het eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing op een sloopactiviteit die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in het omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.
|
|
|
3.
|
|
Als een activiteit in een beschermd stads- of dorpsgezicht alleen vanwege de ligging in dat aangewezen gebied vergunningplichtig is, worden voor die activiteit geen leges geheven.
|
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten
|
|
|
|
|
Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 2.531,35
|
|
|
|
Artikel 2.12 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving)
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in de paragrafen 3.2.1, 3.2.3 tot en met 3.2.15, 3.2.17 tot en met 3.2.19 en 3.2.24 van afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
|
a.
|
voor één milieubelastende activiteit:
|
€ 2.953,25
|
|
|
b.
|
voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid:
|
€ 4.556,40
|
|
|
c.
|
voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid:
|
€ 9.112,85
|
|
|
|
Artikel 2.13 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving)
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in de paragrafen 3.4.2, 3.4.4 tot en met 3.4.9 en 3.4.11 van afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
|
a.
|
voor één milieubelastende activiteit:
|
€ 4.556,40
|
|
|
b.
|
voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid:
|
€ 6.834,65
|
|
|
c.
|
voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid:
|
€ 9.112,85
|
|
|
|
Artikel 2.14 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving)
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in de paragrafen 3.5.1, 3.5.4, 3.5.7, 3.5.8 en 3.5.11 van afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
|
a.
|
voor één milieubelastende activiteit:
|
€ 4.556,40
|
|
|
b.
|
voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid:
|
€ 6.834,65
|
|
|
c.
|
voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid:
|
€ 9.112,85
|
|
|
|
Artikel 2.15 Agrarische sector (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving)
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de agrarische sector als bedoeld in de paragrafen 3.6.1, 3.6.7 en 3.6.8 van afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
|
a.
|
voor één milieubelastende activiteit:
|
€ 2.953,25
|
|
|
b.
|
voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid:
|
€ 4.556,40
|
|
|
c.
|
voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid:
|
€ 6.075,25
|
|
|
|
Artikel 2.16 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving)
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in de paragrafen 3.7.6 en 3.7.10 van afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten. Dan per activiteit:
|
€ 2.953,25
|
|
|
|
Artikel 2.17 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit activiteiten leefomgeving)
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector transport, logistiek en ondersteuning daarvan als bedoeld in de paragrafen 3.8.2, 3.8.3, 3.8.5, 3.8.6, 3.8.8 tot en met 3.8.11 van afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
|
a.
|
voor één milieubelastende activiteit:
|
€ 2.953,25
|
|
|
b.
|
voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid:
|
€ 4.556,40
|
|
|
c.
|
voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid:
|
€ 6.075,25
|
|
|
|
Artikel 2.18 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving)
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector sport en recreatie als bedoeld in paragraaf 3.9.1 van afdeling 3.9 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 2.953,25
|
|
|
|
Artikel 2.19 Samenloop van milieubelastende activiteiten
|
|
|
1.
|
|
Als bij de toepassing van de artikelen 2.12 tot en met 2.18 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een artikel valt, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast.
|
|
|
2.
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt.
|
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten
|
|
|
|
|
Artikel 2.20 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 405,00
|
|
|
|
Artikel 2.21 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 405,00
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten
|
|
|
|
|
Artikel 2.22 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven
|
|
|
1.
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet bestaande uit het graven in het gebied met een archeologische verwachtingswaarde, als bedoeld in (een bestemmingsplan dat onderdeel is van) het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 332,60
|
|
2.
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven, het uitvoeren van een werk geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden als weergegeven in ruimtelijke regels als bedoeld in (een bestemmingsplan dat onderdeel is van) het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 332,60
|
|
3.
|
|
De in het eerste en tweede lid genoemde tarieven zijn van toepassing als de aanvraag een binnenplanse omgevingsplanactiviteit betreft. Deze zijn van overeenkomstige toepassing als de aanvraag een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft en worden in dat geval verhoogd met:
|
€ 7.724,00
|
|
|
|
Artikel 2.23 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen of wijzigen van een weg als op grond van het omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg, als bedoeld in artikel 22.272 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 589,05
|
|
|
|
Artikel 2.24 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 332,60
|
|
|
|
Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 183,00
|
|
|
|
Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
|
a.
|
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:
|
€ 332,60
|
|
|
b.
|
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
|
€ 7.724,00
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.8 Overige activiteiten
|
|
|
|
|
Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 3.1 van de Bomenverordening 2023 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
1.
|
|
Voor een houtopstand bestaande uit 1 boom
|
€ 26,35
|
|
2.
|
|
Voor een houtopstand bestaande uit 2 bomen
|
€ 52,75
|
|
3.
|
|
Voor een houtopstand bestaande uit 3 bomen
|
€ 79,10
|
|
4.
|
|
Voor een houtopstand bestaande uit 4 of meer bomen
|
€ 105,45
|
|
|
|
Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: reclame
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel 4:15 lid 3 van de Algemene plaatselijke verordening en de bepalingen uit Nadere regels voor reclame en uitstallingen 2023 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
|
a.
|
als de activiteit bestaat uit het op of aan een onroerende zaak maken of voeren van die handelsreclame:
|
€ 26,25
|
|
|
b.
|
als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat die handelsreclame op of aan die onroerende zaak wordt gemaakt of gevoerd:
|
€ 26,25
|
|
|
|
Artikel 2.29 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
|
a.
|
het éénmaal per week innemen van een vaste standplaats op gemeentegrond in de kernen van Borculo, Eibergen, Neede en Ruurlo per dagdeel (5 uur) voor de duur van een kalenderjaar
|
€ 657,30
|
|
|
|
en voor ieder uur extra per kalenderjaar
|
€ 128,40
|
|
|
b.
|
het éénmaal per week innemen van een vaste standplaats op gemeentegrond in de overige kernen per dagdeel (5 uur) voor de duur van een kalenderjaar
|
€ 328,65
|
|
|
|
en voor ieder uur extra per kalenderjaar
|
€ 51,80
|
|
|
c.
|
het innemen van een tijdelijke standplaats of periodieke standplaats op gemeentegrond per dagdeel (5 uur)
|
€ 12,95
|
|
|
d.
|
het innemen van een tijdelijke standplaats of periodieke standplaats op gemeentegrond voor een aaneengesloten periode van 2 of meer dagen per dag
|
€ 25,85
|
|
|
e.
|
Het tarief bedraagt voor het verlenen van een vergunning voor het innemen van een standplaats op particuliere grond voor de duur van een kalenderjaar
|
€ 26,25
|
|
|
|
Artikel 2.30 Andere activiteiten
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit:
|
|
|
|
a.
|
betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 57,90
|
|
|
b.
|
betreft een binnenplanse en buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 57,90
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften
|
|
|
|
|
Artikel 2.31 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten
|
|
|
1.
|
|
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op:
|
|
|
|
a.
|
een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief:
|
€ 1.620,05
|
|
2.
|
|
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief:
|
€ 1.620,05
|
|
|
|
Artikel 2.32 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten
|
|
|
|
|
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.31, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:
|
€ 1.620,05
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid
|
|
|
|
|
Artikel 2.33 Gelijkwaardige maatregel
|
|
|
1.
|
|
Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op:
|
|
|
|
a.
|
een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, per uur:
|
€ 0,00
|
|
|
b.
|
een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief, per uur:
|
€ 0,00
|
|
|
c.
|
een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief:
|
€ 2.531,35
|
|
|
d.
|
een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief, per uur:
|
€ 0,00
|
|
2.
|
|
Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
|
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.11 Overige tarieven
|
|
|
|
|
Artikel 2.34 Wijzigen omgevingsvergunning
|
|
|
|
|
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. Met dien verstande dat als de wijziging als gevolg van een naar omstandigheden beoordeeld geringe wijziging in het project is bedraagt het tarief:
|
€ 218,00
|
|
|
|
Artikel 2.35 Intrekken omgevingsvergunning
|
|
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.47 van toepassing is:
|
€ 0,00
|
|
|
|
Artikel 2.36 Wijzigen van het omgevingsplan
|
|
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan:
|
€ 7.727,90
|
|
|
|
Artikel 2.37 Niet genoemd besluit op aanvraag
|
|
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan:
|
€ 54,75
|
|
|
|
Artikel 2.37a Aanvraag nadeelcompensatie
|
|
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een besluit voor het toekennen van nadeelcompensatie, zoals bedoeld in artikel 4:126 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 15.1 van de Omgevingswet:
|
€ 307,80
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.12 Modaliteiten
|
|
|
|
|
Artikel 2.38 Vervallen
|
|
|
|
|
|
€ 73,85
|
|
|
|
Artikel 2.39 Beoordeling onderzoeksrapporten
|
|
|
|
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld:
|
|
|
|
a.
|
voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:
|
€ 360,40
|
|
|
b.
|
voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport:
|
€ 407,35
|
|
|
c.
|
voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport:
|
€ 57,90
|
|
|
|
Artikel 2.40 Advies
|
|
|
1.
|
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet:
|
|
|
|
a.
|
voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de “Verordening op de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Berkelland 2022” dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet:
|
|
|
|
|
Over het deel van de bouwkosten minder dan € 500.000,--
|
0,21%
|
|
|
|
Met een minimum van
|
€ 100,00
|
|
|
|
Over het deel van de bouwkosten van € 500.000,-- tot en met €1.000.000,--
|
0,13%
|
|
|
|
Over het deel van de bouwkosten van € 1.000.000,-- tot en met € 2.500.000,--
|
0,09%
|
|
|
|
Over het deel van de bouwkosten van € 2.500.000,-- tot en met € 5.000.000,--
|
0,06%
|
|
|
|
Over het deel van de bouwkosten van meer dan € 5.000.000,--
|
0,030%
|
|
|
b.
|
voor woningbouw van één en hetzelfde type welke in één complex worden uitgevoerd:
|
|
|
|
|
complexen van 1 t/m 5 gelijke woningen: tarief volgens subonderdeel 1, a;
|
|
|
|
|
complexen van 6 t/m 10 gelijke woningen: tarief volgens subonderdeel 1, a over bouwsom van 5 woningen;
|
|
|
|
|
complexen van 11 t/m 20 gelijke woningen: tarief volgens subonderdeel 1, a over bouwsom van 6 woningen;
|
|
|
|
|
complexen van 21 t/m 30 gelijke woningen: tarief volgens subonderdeel 1, a over bouwsom van 8 woningen;
|
|
|
|
|
complexen van 31 t/m 40 gelijke woningen: tarief volgens subonderdeel 1, a over bouwsom van 10 woningen;
|
|
|
|
|
complexen van 41 t/m 50 gelijke woningen: tarief volgens subonderdeel 1, a over bouwsom van 12 woningen;
|
|
|
|
|
en zo vervolgens.
|
|
|
|
|
Etage-, galerijwoningen en dergelijke worden als één bouwblok beschouwd. Het tarief wordt dan berekend naar de totale bouwsom van het bouwblok.
|
|
|
|
c.
|
integrale advisering
|
|
|
|
|
welstand + 1 extra discipline: 1,8 x het tarief genoemd in subonderdeel 1, a;
|
|
|
|
|
welstand + Rijksmonumenten: 2,0 x het tarief genoemd in subonderdeel 1, a;
|
|
|
|
|
welstand + meerdere extra disciplines: 2,2 x het tarief genoemd in subonderdeel 1, a;
|
|
|
|
d.
|
Reclameobjecten
|
€ 100,00
|
|
|
e.
|
Geschreven adviezen vooroverleg n.a.v. een commissievergadering of een mandaatbehandeling (bedrag wordt berekend bij de definitieve aanvraag)
|
|
|
|
|
Artikel 2.41 Instemming
|
|
|
1.
|
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan:
|
|
|
|
a.
|
Het bedrag dat Provinciale staten van Gelderland in rekening brengt voor het uitbrengen van het advies inzake omgevingsvergunningen zoals opgenomen in hoofdstuk 2, 3 en 4 van de Tarieventabel behorende bij de legesverordening Gelderland.
|
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.13 Vermindering
|
|
|
|
|
Artikel 2.42 Vermindering na omgevingsoverleg
|
|
|
1.
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt:
|
100%
|
|
|
|
van de voor het omgevingsoverleg geheven leges.
|
|
|
2.
|
|
Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan:
|
|
|
|
a.
|
Voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had;
|
|
|
|
b.
|
In overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en
|
|
|
|
c.
|
Binnen 6 maanden na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving.
|
|
|
3.
|
|
Bij de toepassing van het eerste lid blijft voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning in ieder geval verschuldigd:
|
€ 242,60
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.14 Teruggaaf
|
|
|
|
|
Artikel 2.43 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig
|
|
|
|
|
Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
|
75%
|
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.
|
|
|
|
|
Artikel 2.44 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten
|
|
|
|
|
Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt:
|
100%
|
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.
|
|
|
|
|
Artikel 2.45 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure
|
|
|
|
|
Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
|
|
|
|
a.
|
bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag:
|
75%
|
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;
|
|
|
|
b.
|
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een later tijdstip dan in subonderdeel 2.56 lid a na de indiening van de aanvraag:
|
50%
|
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;
|
|
|
|
c.
|
Indien de aanvraag omwille van de behandelingstermijn, wordt ingetrokken en de aanvraag binnen 3 maanden na intrekking wordt opgevolgd door een nieuwe aanvraag, wordt een teruggaaf verleend:
|
100%
|
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.
|
|
|
|
|
Artikel 2.46 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure
|
|
|
|
|
Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
|
|
|
|
a.
|
bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na de indiening van de aanvraag:
|
75%
|
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;
|
|
|
|
b.
|
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een later tijdstip dan in subonderdeel 2.57 lid a na de indiening van de aanvraag:
|
50%
|
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;
|
|
|
|
c.
|
Indien de aanvraag omwille van de behandelingstermijn, wordt ingetrokken en de aanvraag binnen 3 maanden na intrekking wordt opgevolgd door een nieuwe aanvraag, wordt een teruggaaf verleend:
|
100%
|
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.
|
|
|
|
|
Artikel 2.47 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten
|
|
|
|
|
Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw - of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 24 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:
|
50%
|
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.
|
|
|
|
|
Artikel 2.48 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten
|
|
|
|
a.
|
Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
|
50%
|
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges.
|
|
|
|
b.
|
Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.
|
|
|
|
|
Artikel 2.49 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten
|
|
|
|
|
In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12.
|
|
|
|
|
Artikel 2.50 Minimumbedrag voor teruggaaf
|
|
|
|
|
Een bedrag minder dan € 225,-- wordt niet teruggegeven.
|
|