Gemeenteblad van Berg en Dal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Berg en Dal | Gemeenteblad 2025, 546095 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Berg en Dal | Gemeenteblad 2025, 546095 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
"Water- en Rioleringsprogramma 2026-2030" opgenomen in Bijlage A wordt vastgesteld.
Van de terinzagelegging, de termijn voor terinzagelegging en de mogelijkheid om te reageren wordt kennis gegeven in het gemeenteblad en lokale huis-aan-huisbladen.
Aldus vastgesteld door Gemeente Berg en Dal, 16‑09‑2025
Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Berg en Dal, 12‑12‑2025
Namens deze,
Mw. K. Janssen
Teamleider Beheer Openbare Ruimte
Het voorliggend document is het beleidsmatig en financieel kader voor het uitvoeren van de taken die nodig zijn om de drie wettelijke gemeentelijke zorgtaken voor afval-, hemel- en grondwater in te vullen. Deze wettelijke zorgtaken hebben een sterke relatie met nieuwe taken die voortkomen uit klimaatverandering en vormen de basis voor het Water- en Rioleringsprogramma (WRP).
Dit WRP is de opvolger van het Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) 2021-2025. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de wettelijk verplichting om een GRP te hebben vervallen. De wettelijke zorgtaken en de verplichting tot onderhoud van kapitaalgoederen blijft bestaan. Ook de separate financiële positie voor water- en rioolbeheer in de gemeentelijke begroting blijft van toepassing. Het gebruik van voorzieningen en reserves in relatie tot de rioolheffing moet ook met de komst van de Omgevingswet onderbouwd zijn in een actueel kostendekkingsplan. Gemeente Berg en Dal kiest er daarom voor om met een programma invulling te geven aan haar verplichtingen voor de zorgtaken en gebruikt het als instrument om beleid uit de omgevingsvisie te operationaliseren.
Hoofdstuk 2 geeft een verdere uitwerking van het omgevingsvisie thema ‘Gezond Milieu, Water en Bodem’, het belangrijkste thema voor dit WRP. Ook is in hoofdstuk 2 voor de zorgtaken een visie uitgewerkt en zijn er langjarige strategische doelen opgesteld. In hoofdstuk 3 hebben we de waterregels uitgewerkt en het proces voor de weging van het waterbelang in ruimtelijke plannen uiteengezet. Hoofdstuk 4 beschrijft de huidige situatie, omvang van het areaal, de beleidsuitgangspunten, maatregelen, benodigde personele middelen, het kostendekkingsplan en de risico’s.
Berg en Dal vormen het vertrekpunt. Met het WRP wordt er gewerkt aan de doelen die horen bij het thema ‘Gezond Milieu, Water en Bodem’ uit de omgevingsvisie. Belangrijke ontwikkelingen die relevant zijn voor het WRP zijn:
Door uitslijting en klimaatverandering daalt de waterstand in de Waal en Rijn en daardoor neemt kwel af, neemt wegzijging toe en daalt het grondwater in de polders.
Bij droogte wordt steeds meer water opgepompt waardoor het grondwaterpeil daalt.
Structurele droogte leidt tot een afname van natuurwaarden, toenemende kans op natuurbranden, bodemdaling en toenemende kans op woningverzakkingen.
Piekbuien leiden met name (bij woningbouw) in de droog- en beekdalen tot bodemerosie en wateroverlast.
De kwantiteit en kwaliteit van het (drink- en zwem) water staat onder druk.
Doorboringen van leem- en kleilagen in de bodem op de stuwwal heeft negatieve gevolgen voor uittredende kwel en daarmee voor het hele watersysteem.
De toename van bestrating en betegeling leidt tot minder infiltratie van regenwater in de bodem.
Het fundament voor een gezonde omgeving is een schoon, stabiel en leefbaar milieu, voldoende schoon (drink)water en een gezonde bodem. Voor het realiseren van deze ambitie wordt er vanuit de omgevingsvisie gestuurd op drie doelen:
1. Een stabiel en flexibel watersysteem
Met de stuwwal en een grote rivier hebben we een uniek watersysteem. Dat biedt ons vele voordelen, maar het watersysteem wordt ook bedreigd door klimaatverandering. Samen met onze partners zoals de provincie, het waterschap en buurgemeenten werken we aan een stabiel en flexibel watersysteem. Een watersysteem dat op lange termijn zorgt voor een stabiele beschikbaarheid van water. Hierbij hanteren we deze principes:
De vraag naar water omlaag brengen door water besparen en gedragsverandering.
Vasthouden, bergen, afvoeren: Samen met onze partners werken we aan maatregelen om water vast te houden en te bergen voor tijden van droogte en gecontroleerd afvoeren bij overvloedige regenval.
Aanpassen aan natuurlijke stromen: Daarnaast vinden we het belangrijk dat de inrichting en het gebruik van de ruimte meer gaat aansluiten en meebewegen met het natuurlijke watersysteem en stromen.
Voor het ‘hoge’ en ‘lage’ deel van onze gemeente zijn deze ambities als volgt te vertalen:
De stuwwal als ‘blauwe motor’: Om de stuwwal ook in de toekomst als blauwe motor en drinkwatervoorziening te behouden sturen we maximaal op vasthouden en infiltreren van water in de bodem. Dat kan door een reeks van maatregelen die allemaal nodig zijn: ontstenen en vergroenen van de dorpen, hemelwater afkoppelen van het riool, het realiseren van graften (hellingknikken) op hellingen, stuwen plaatsen in beken, het voorkomen van het doorboren van leemlagen en het omvormen van naaldbos tot een (gemengder) loofbos. Belangrijk is ook om het natuurlijke reliëf van de stuwwal zo min mogelijk aan te tasten. Dit doen we door het stimuleren van (blijvend) grasland op de hellingen van de stuwwal en het stimuleren van niet-kerende grondbewerking.
De polders als ‘sponsen’: in het lage deel van onze gemeente zouden de polders moeten functioneren als sponsen. De polders ontvangen minder kwel van zowel de stuwwal als de Waal en Rijn en hebben te maken met verdroging. Het regenwater moet zoveel als mogelijk op een goede manier opgenomen worden in het gebied. Belangrijk daarbij is dat de bodem meer organische stoffen gaat bevatten. Dat verhoogt de wateropname. Maar we denken ook aan het dempen van watergangen, het plaatsen van stuwen in watergangen, afkoppelen van regenwater in de dorpen, minder verstening en waterbesparing door burgers, bedrijven en boeren.
2. Bodem en water leidend bij ontwikkelingen
We merken soms dat bebouwing en functies aanwezig zijn op plekken die daar vanuit de bodem en/of het watersysteem niet geschikt voor zijn. Dat willen we in de toekomst zoveel mogelijk voorkomen. En in ieder geval aan het begin van nieuwe ontwikkelingen, of aanpassing van bestaande situaties, meer rekening houden met de kenmerken, aandachtspunten en kansen die de ondergrond biedt. Bij elke nieuwe ontwikkeling of aanpassing van bestaande situaties gaan we eerst kijken naar de bodem en het watersysteem welke risico’s en belemmeringen er zijn.
Om dit op een goede gestructureerde manier te doen gaan we in samenwerking met onze partners de provincie en het waterschap, een attentiekaart ontwikkelen. De attentiekaart is een instrument dat gebruikt kan worden door projectleiders en ontwikkelaars voor het analyseren van het bodem en watersysteem van een gebied. Hierdoor wordt duidelijk wat er wel/niet mogelijk is en onder welke voorwaarden een ontwikkeling mogelijk is. De attentiekaart geeft per type gebied de volgende aspecten weer:
Hoe het water- en bodemsysteem precies in elkaar zit.
Welke risico’s en belemmeringen er zijn.
Waar de ondergrond voor geschikt is en welke kansen er zijn.
Een voorbeeld van een risico is de aanwezigheid van ondoorlatende klei- en leemlagen in de bodem. We moeten voorkomen dat deze doorboord worden bij nieuwe ontwikkelingen omdat zij cruciaal zijn voor het vasthouden van water in de bodem. Het ondergrondse natuurlijk water en bodemsysteem willen we zo veel mogelijk in stand houden. Op deze attentiekaart willen we ook aangeven welke kansen er liggen vanuit bodem en water. Bijvoorbeeld kansen voor energiesystemen of gronden die geschikt zijn voor landbouw of natuurontwikkelingen. De attentiekaart moet gaan dienen als hulpmiddel om aan het begin van ontwikkelingen of aanpassing van bestaande situaties, goed in beeld te krijgen welke kansen en aandachtspunten er zijn. En te zorgen dat deze meegenomen worden in de afwegingen en uitwerking van plannen en niet pas te laat of achteraf naar voren komen.
3. Schoon, veilig en leefbaar milieu
De komende jaren gaan we actiever beleid maken om te sturen op een schoon, veilig en aangenaam milieu. Gemeente Berg en Dal onderscheidt daarin de volgende milieuthema’s luchtkwaliteit, omgevingsgeluid, geur, trillingen, externe veiligheid en bodem. Voorlopig houden we vast aan de landelijke normen die voor deze thema’s gelden en gaan er actiever op sturen bij ontwikkeling van onze leefomgeving. Op termijn scherpen we de normen mogelijk aan, als daar voor bepaalde thema’s of locaties goede aanleiding voor is.
Per doel is in Tabel 1 op hoofdlijnen uitgewerkt hoe vanuit het WRP wordt bijgedragen en is aangegeven waar de verdere uitwerking in dit WRP is te vinden (zie Bijlagen).
Met de volgende watervisie werken we aan de gemeentelijke zorg voor afval-, hemel-, en grondwater. Deze visie is een verdere uitwerking van de omgevingsvisie voor het beleidsveld water en riool.
Vanuit water en riool op een duurzame manier bijdragen aan de gemeentelijke opgaven en het behouden en realiseren van een gezonde, aantrekkelijke en leefbare gemeente.
Stedelijk waterbeheer richt zich primair op het beschermen van de volksgezondheid, het voorkomen van wateroverlast en een duurzame bescherming van milieu, water en bodem. De gemeentelijke zorg voor afval-, hemel-, en grondwater is een belangrijk onderdeel van het stedelijk waterbeheer. Daarnaast draagt stedelijk waterbeheer bij aan beleving en biodiversiteit in de openbare ruimte.
Het klimaat verandert en hierop moeten we onszelf voorbereiden. We sluiten aan bij de landelijke opgave vanuit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) dat is gericht op een klimaatbestendig en waterrobuust ingericht Nederland in 2050. Vanuit het WRP volgen we deze strategie en gaan we ook inzetten op het klimaatadaptief handelen door inwoners, bedrijven en andere partijen (denk bijvoorbeeld aan woningbouwcoöperaties en projectontwikkelaars). Samen zorgen we ervoor dat gemeente Berg en Dal ook in de toekomst een gebied is waar het fijn wonen, werken, ontmoeten en recreëren is.
De bijdrage aan deze opgave in de dagelijkse praktijk leveren wij vanuit onze verantwoordelijkheden voor afval-, hemel- en grondwater en klimaatadaptatie, zoals omschreven in de wetgeving en beleidskaders van hogere overheden en onze waterpartners, zie Figuur 3 en Bijlage A2 (zie Bijlagen).
Afvalwater
We hebben een goed onderhouden en goed functionerend rioolstelsel en de negatieve impact van overstortend afvalwater op de kwaliteit van het oppervlaktewater gaan we verder minimaliseren. We werken aan deze visie met de volgende strategische doelen:
Zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater.
Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater.
Verminderen van riool overstorten en hiermee een bijdragen leveren aan de waterkwaliteit van oppervlaktewater.
Hemelwater
We hebben een goed onderhouden en goed functionerend hemelwaterstelsel. De openbare ruimte is in 2050 zodanig ingericht dat schade aan gebouwen en maatschappelijke overlast, door een extreme regenbui zoveel mogelijk wordt voorkomen (zie paragraaf 4.2 voor de uitwerking van ‘hinder, overlast en schade). Hemelwater wordt zoveel mogelijk gescheiden van afvalwater ingezameld en zoveel mogelijk lokaal verwerkt. We zien het oppervlaktewater als een verlengde van het hemelwatersysteem. Daarom werken we samen met het waterschap aan een goed functionerend oppervlaktewatersysteem zodat (extreme) regenbuien verwerkt kunnen worden. We werken aan deze visie met de volgende strategische doelen:
Zorgen voor inzameling van hemelwater (voor zover dit niet door de particulier kan worden verwerkt).
Zorgen voor verwerking van ingezameld hemelwater.
Verminderen hoeveelheid hemelwater op het rioolsysteem door de trits: vasthouden-bergen-afvoeren.
Zoveel mogelijk de waterstromen ontvlechten door relatief schoon hemelwater apart te verwerken van stedelijk afvalwater. Hierbij gebruiken we de trits: schoonhouden-scheiden-zuiveren.
Bij de hemelwateruitlaten op oppervlaktewater werken we met het waterschap aan een robuuste watergang met voldoende berging en afvoercapaciteit.
Met structureel beheer en onderhoud van de gemeentelijke watergangen borgen we de afvoercapaciteit van hemelwater.
Grondwater
We hebben en houden inzicht in de freatische grondwaterstanden in stedelijk gebied en de relatie daarvan met structureel nadelige gevolgen voor de aan de grond gegeven bestemming. Waar nodig blijven we vanuit de bestemming van de grond werken aan verbeteringsmaatregelen. In 2050 hebben we de sponswerking van de dorpen in beeld en zoveel mogelijk geoptimaliseerd door, waar mogelijk en wenselijk, het hemelwater op te vangen, te infiltreren en in de bodem vast te houden. We werken aan deze visie met de volgende strategische doelen:
Structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk voorkomen, mits deze maatregelen doelmatig en noodzakelijk zijn.
Inzicht hebben in, en delen van actuele grondwaterstanden.
Optimaal bijdragen aan de sponswerking van de dorpen.
Klimaatadaptatie
Gemiddeld gaat de openbare ruimte eens in de 25 – 40 jaar ‘op de schop’. Als we bij elke (her)inrichting van de openbare ruimte deze water- en klimaatrobuust uitvoeren, werken we aan de doelstelling van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) om in 2050 een water- en klimaatrobuuste openbare ruimte te hebben. Hier gaan we dan ook voor! Ondertussen stimuleren we onze inwoners en ondernemers (onder meer via subsidieregelingen) om hun eigen perceel ook water- en klimaatrobuust in te richten. Alle nieuwe bouwontwikkelingen voldoen aan de in bijlage A4 opgenomen Uitvoeringsnotitie ‘Verwerken hemelwater bij nieuwbouw’. Hierdoor zullen veel particuliere gebouwen en percelen in de gemeente in 2050 water- en klimaatrobuust zijn. We werken aan deze visie met de volgende strategische doelen:
Voorkomen van wateroverlast door een veranderend klimaat en een klimaatadaptieve verwerking van hemelwater. Hierbij hanteren we de maatstaf voor hinder – overlast – schade (zie paragraaf 4.2).
Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt klimaatrobuust ingericht.
Uitbreiden en versterken van waterstructuren en realiseren van waterbergingslocaties.
Optimaal bijdragen aan het in stand houden en versterken van Groen.
Bewoners en bedrijven financieel stimuleren om klimaatadaptief te handelen.
Doelmatig watergebruik bij gemeentelijke voorzieningen.
Bestand zijn tegen droogte.
Bestand zijn tegen hitte en daarin oplossingen combineren. Bijvoorbeeld waterberging en aanleg bomen.
Samenwerking met waterpartners
We werken met onze (water)partners samen aan de visie en doelen en proberen te opereren als ‘één overheid’. Dit betekent dat onze inwoners en ondernemers ‘er geen last van hebben’ dat de taken en verantwoordelijkheden voor het stedelijke waterbeheer en klimaatadaptatie over verschillende overheidsinstanties zijn verdeeld. We werken aan deze visie met de volgende strategische doelen:
Voortzetten samenwerking met waterschap Rivierenland.
Voortzetten samenwerking met de Samenwerking Afvalwaterketen en Klimaatadaptatie regio Nijmegen (SKAN).
Voortzetten samenwerking met de Groene Metropool Regio (GMR).
In het kader van de klimaatadaptatie risicodialogen gaan we in gesprek met bewoners en ondernemers over kwetsbaarheden en kansen. Met als doel een gezamenlijke uitvoeringsagenda.
Communicatie en gedragsverandering
In het bebouwd gebied is 30-40% van het grondgebied in eigendom van de gemeente. Het overgrote deel van het grondgebied is dus in handen van bewoners, bedrijven en anderen. We hebben elkaar nodig voor het behalen van onze doelen. Met communicatie, het verstrekken van informatie en advies willen we zorgen voor gedragsverandering waar dat nodig is. Men moet zich bewust zijn van de gezamenlijke opgaven en gedeeld eigenaar worden. We werken aan deze visie met de volgende strategische doelen:
Onder de Omgevingswet heeft iedere gemeente één omgevingsplan. Het Omgevingsplan bevat de juridisch bindende regels voor burgers en bedrijven die de gemeente nodig acht om de ambities en doelen voor de fysieke leefomgeving te realiseren. De gemeente zorgt dat de regels in het Omgevingsplan samen leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2, Omgevingswet). Het Omgevingsplan vervangt de geldende bestemmingsplannen en de verordeningen uit de Wet ruimtelijke ordening.
Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, op 1 januari 2024, ontstond automatisch een tijdelijk omgevingsplan. Met de komst van deze wet vervallen een aantal regels op rijksniveau. Deze regels vallen onder de zogenaamde bruidsschat. Tijdens de overgangsfase, die duurt tot eind 2031, zet de gemeente het tijdelijke omgevingsplan om naar een volwaardig omgevingsplan. De gemeente beslist in die tijd om regels die zijn opgenomen in de bruidsschat te bestendigen, aan te passen of te laten vervallen. Ook kan de gemeente nieuwe regels opnemen in het volwaardige omgevingsplan.
Onder de nieuwe Omgevingswet zijn voor het waterbeheer met name de regels over aansluiten op de riolering en over afvalwaterlozingen in de bruidsschat relevant voor de gemeente. Dit betreft onder andere de lozing van grondwater, afstromend hemelwater en huishoudelijk afvalwater in de bodem, de riolering en het oppervlaktewater. Daarnaast zijn er specifieke lozingsregels voor bedrijfstakken opgenomen in de bruidsschat. Voorbeelden hiervan zijn het lozen bij kleinschalige voedselbereiding (zoals de vetafscheider bij de horeca), lozen bij telen en kweken van gewassen (zoals spoelwater van biologisch geteeld fruit), lozen van afvalwater bij het maken van beton, lozen van afvalwater bij het wassen van motorvoertuigen en lozen van afvalwater bij het opslaan van mest of kuilvoer.
Aansluitverordening Riolering gemeente Berg en Dal
Gemeente Berg en Dal heeft een aansluitverordening voor de inzameling en transport van afvalwater en hemelwater vanaf de perceelgrens naar het openbaar riool. De aansluiting van afvalwater en hemelwater van een perceel op het openbare rioolstelsel is in de verordening geregeld en ook de dekking van de kosten. Alleen met een aansluitvergunning mag een aansluiting van een particulier riool op het openbaar riool tot stand worden gebracht of gewijzigd. Een aansluitvergunning kan worden geweigerd als de aansluiting vanwege technische, juridische of milieu-hygiënische redenen bezwaarlijk is.
Uitvoeringsnotitie ‘Verwerken hemelwater bij nieuwbouw’
In bijlage A4 is de uitvoeringsnotitie opgenomen. De uitvoeringsnotitie is in 2019 opgesteld en geactualiseerd in lijn met dit programma. Deze uitvoeringsnotitie geeft invulling aan in wetgeving en gemeentelijk beleid verankerde voorschriften voor particulieren aangaande verwerking van hemelwater. Daarin ligt immers vast dat een particulier bij nieuwbouw zijn hemelwater op eigen terrein dient te verwerken. Belangrijkste wijzigingen met de actualisatie t.o.v. de notitie uit 2019 zijn:
Aansturen op een centrale voorziening voor verwerking van hemelwater bij nieuwbouwontwikkelingen waarbij ook openbare ruimte wordt ontwikkeld.
Vuistregels voor perceelsverharding als er nog geen overeenstemming is over exacte verharding van de uitbreiding in het stedelijke gebied.
In de bestemmingsplanfase of bij wijziging van het omgevingsplan voor een gebiedsontwikkeling moet met een waterhuishoudkundig plan met een stresstestberekening worden aangetoond dat hemelwater adequaat wordt geborgen en afgevoerd. Zowel binnen het plangebied als buiten het plangebied via de bovenwijkse afwateringsvoorzieningen. De uitgangspunten voor deze berekening worden door de gemeente en het waterschap voorafgaand aan de uitvoering vastgesteld.
In de uitvoeringsnotitie wordt het beleid en de invulling daarvan inclusief een referentiesysteem weergegeven. Het referentiesysteem dient als handreiking voor praktische uitvoering van initiatieven. Voor bouwplannen van grotere omvang verharding worden ook uitvoeringsrandvoorwaarden gesteld voor het duurzaam waterbeheer door waterschap Rivierenland. In de gemeente Berg en Dal werken we samen met het waterschap in het waterbeheer.
In 2026 zorgen we opnieuw voor een actualisatie van de notitie. Dit naar aanleiding van nieuw beleid van waterschap Rivierenland. Met de actualisatie zorgen we ook voor een verdere uitwerking van eisen/ inhoudsopgave van het waterhuishoudkundig plan en eventueel de waterparagraaf.
Het proces van de 'weging van het waterbelang' bij Waterschap Rivierenland, ook wel bekend als het 'wateradvies', bestaat uit verschillende stappen om ervoor te zorgen dat waterbelangen goed worden meegenomen in ruimtelijke plannen en besluiten. Hier zijn de belangrijkste stappen:
Initiële Verkenning: zodra de omvang van het plangebied bekend is, kan de initiatiefnemer via de website www.hetwateradvies.nl een eerste verkenning uitvoeren. Dit helpt om te bepalen welke wateraspecten relevant zijn voor het plan.
Uitwerken Waterparagraaf: als uit de initiële verkenning blijkt dat bepaalde waterbelangen relevant zijn, werkt de initiatiefnemer deze verder uit in een waterparagraaf. Dit document bevat aandachtspunten zoals waterkering, waterberging, grondwater, kwel, wegzijging, waterkwaliteit, en beheer en onderhoud van watergangen.
Overleg met Waterschap: de uitgewerkte waterparagraaf wordt ter advies voorgelegd aan de accountmanager van het waterschap. Het waterschap stemt indien nodig af met de gemeente. Bij complexere plannen kan verder overleg nodig zijn om tot een definitief advies te komen.
Advies van het Waterschap: het waterschap geeft een formeel advies op basis van de waterparagraaf en eventuele aanvullende overleggen. Dit advies wordt verwerkt in het ruimtelijke plan om ervoor te zorgen dat waterbelangen goed zijn geborgd.
Monitoring en Evaluatie: na de implementatie van het plan wordt de impact op de waterbelangen gemonitord. Eventuele afwijkingen of problemen kunnen leiden tot aanpassingen in het beleid of aanvullende maatregelen.
Dit proces zorgt ervoor dat waterbelangen structureel en zorgvuldig worden meegenomen in de ruimtelijke ordening, wat bijdraagt aan een veilige en duurzame leefomgeving.
Deze paragraaf geeft op hoofdlijnen een beeld van de huidige situatie in gemeente Berg en Dal in relatie tot het beheer van afvalwater-, hemelwater en grondwatervoorzieningen en de zorg voor het beheer van oppervlaktewater. Bijlage A3 geeft een overzicht van het water- en rioolareaal.
Rioolstelsel van gemeente Berg en Dal
Voor de inzameling en het transport van stedelijk afval- en hemelwater in de bebouwde kom maken we gebruik van 243 kilometer vrijvervalriolering. Hiervan is ongeveer de helft gemengde riolering, de andere helft is gescheiden riolering en bestaat uit vuilwater- en hemelwaterriolen.
In het buitengebied zamelen we afvalwater in met drukriolering bestaande uit 247 drukrioolunits en 71 km drukleiding. De 31 gemalen transporteren via 14 km persleidingen het afvalwater richting de zuivering. Ook zijn er 12 systemen voor individuele behandeling van afvalwater (IBA), vooral in Ubbergen, die zijn in beheer bij particulieren.
In de gemengde stelsels hebben we 7 bergbezinkbassins (BBB) aangelegd. Deze bergbezinkbassins bergen tijdens hevige neerslag een deel van het overstortende (afval)water, waarna het kan bezinken en na afloop van de bui weer via het gemengde stelsel naar de zuivering wordt gepompt.
Technische staat van de vrijvervalriolering
In de periode 2021-2025 hebben we 130 km vrijvervalriolering geïnspecteerd. We reinigen en inspecteren circa 33 kilometer per jaar. Op basis van de beoordeling van de inspectiebeelden zijn maatregelen bepaald en uitgevoerd en maatregelen bepaald voor de komende 5 jaar. Voor drukriolering en rioolgemalen hebben we in 2024 een beheervisie opgesteld, met een beschrijving van ons areaal en hoe we dit beheren. We volgen de uitgangspunten van deze beheervisie.
Functioneren van de voorzieningen
We hebben bergbezinkbassins en daarnaast koppelen we hemelwater af van het rioolstelsel voor verdere verbetering van het systeem. Hierdoor verkleind de kans op overstortend gemengd rioolwater op het oppervlaktewater. Op enkele locaties is nog wel verbetering noodzakelijk. Dit heeft te maken met de ecologische kwetsbaarheid van sommige beken en volksgezondheidsaspecten ter plaatse van de riooloverstorten. Verbeteringen zijn bijvoorbeeld nodig voor het vergroten van de afvoercapaciteit van gemengde stelsels.
Hemelwaterstelsel van gemeente Berg en Dal
Wij vullen onze zorgplicht rondom hemelwater in door de trits vasthouden-bergen-afvoeren in de praktijk zoveel mogelijk toe te passen. Ons hemelwatersysteem bestaat daarom ook uit meerdere voorzieningen. Naast ondergrondse hemelwaterstelsels, streven we ernaar dat water bovengronds in de leefomgeving zoveel mogelijk een plek krijgt. In het bestaand openbaar gebied is het vinden van ruimte voor waterberging soms een uitdaging. Met slimme oplossing en door multifunctioneel gebruik van de ruimte proberen we in het openbaar gebied waterberging in te passen. We volgen ook de trits schoonhouden-scheiden-zuiveren. We ontvlechten de waterstromen zoveel mogelijk door relatief schoon hemelwater apart te verwerken van stedelijk afvalwater.
We verwerken het hemelwater zoveel mogelijk op de plaats waar het valt. In gebieden met een goed doorlatende ondergrond, bijvoorbeeld de zandgronden, laten we het water zoveel mogelijk in de bodem zakken. Een aandachtspunt hierbij is dat het te infiltreren water de bodem en het grondwater niet vervuilt. Wanneer hemelwater niet kan infiltreren, zorgen we ervoor dat het geborgen kan worden op een plek waar het niet tot overlast leidt. En voeren het water gescheiden van afvalstromen af naar het oppervlaktewater of via gemengde riolering naar de zuivering. Buiten de bebouwde kom zamelen we hemelwater niet in (bij drukriolering en septic tanks), maar wordt het direct afgevoerd naar nabijgelegen oppervlaktewater of geïnfiltreerd in de bodem.
Technische staat van de objecten
We onderhouden onze voorzieningen voor een goed functionerend hemelwaterstelsel. We inspecteren onze voorzieningen volgens dezelfde methode als de vrijvervalriolering. Op basis van de beoordeling van de inspectiebeelden zijn maatregelen bepaald en uitgevoerd.
Functioneren van de voorzieningen
Per bemalingsgebied voeren we berekeningen uit die we vastleggen in een SSW (Systeemoverzicht Stedelijk Water) om het hydraulisch en milieutechnisch functioneren van het (afval)watersysteem in beeld te brengen. Onze berekeningen worden geactualiseerd als daartoe aanleiding is, bijvoorbeeld doordat er grootschalig is afgekoppeld, er veel nieuwbouw heeft plaatsgevonden en/of de structuur van de riolering sterk is gewijzigd. In de periode 2021-2025 zijn er SSW’s uitgevoerd voor Heilig Land Stichting en Beek-Ubbergen. In de planperiode 2026-2030 gaan we de SSW’s voor de overige kernen actualiseren.
Grondwater in gemeente Berg en Dal
In Millingen aan de Rijn ligt een kwelriolenstelsel. Dit stelsel zorgt ervoor dat bij hoogwater in de Rijn het kwelwater uit de kern van Millingen aan de Rijn wordt afgevoerd. We inspecteren het kwelriolenstelsel en repareren het wanneer nodig. Op een aantal plekken ligt het stelsel ongunstig, bijvoorbeeld onder particulier terrein of onder bebouwing. Daarbij is vaak de eigendomssituatie onduidelijk.
Op een aantal plekken in de gemeente ligt drainage om overtollig grondwater af te voeren. Er is 750 meter drainage aangelegd in de nieuwbouwwijk Heikant op de Horst.
Meten en monitoren
We hebben 15 locaties waar we overstorten meten en op in Beek is een regenmeter geïnstalleerd. We meten overstorten in Groesbeek, Beek, Ooij, Leuth en Kekerdom. Het gemeentelijk meetnet geeft meer inzicht in het functioneren van het stelsel als geheel en individuele objecten afzonderlijk. Hiermee wordt het mogelijk om beter te anticiperen op optredende problemen en kan het beheer worden geoptimaliseerd. Door theorie en praktijk met elkaar te vergelijken kan ook het theoretische rioleringsmodel worden geoptimaliseerd en zullen de uitkomsten beter aansluiten op de praktijk.
In onze gemeente hebben we ook een meetnet voor freatisch grondwater. Hiermee wordt op ruim 40 locaties de grondwaterstand gemeten. Het meetnet biedt de kans om het regionale grondwatersysteem en de kansen- en risicogebieden daarbinnen in kaart te brengen.
Afvalwater
Afvalwater van alle panden is aangesloten op openbare riolering. Dit betekent dat er geen ongezuiverde huishoudelijke afvalwaterlozingen meer mogen plaatsvinden naar bodem of oppervlaktewater.
De eisen voor rioolaansluitingen van percelen op het openbaar riool zijn opgenomen in: aansluitverordening van gemeente Berg en Dal.
Vervanging of renovatie wordt bepaald op basis van de kwaliteit van de riolering. Voor de lange termijn investeringsplanning gaan we uit van 75% vervanging en 25% renovatie (relinen).
Bij (vervangings)projecten met (her)inrichting van de openbare ruimte is het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) leidend.
Voor het beheer en onderhoud van het areaal is het Integraal Beleid Openbare Ruimte (IBOR) leidend.
We gebruiken zo veel als mogelijk duurzaam en circulaire materiaal voor het stedelijk watersysteem. We nemen circulariteit mee in (her)inrichtingsprojecten en richten ons op:
- Het reduceren van het gebruik van primaire grondstoffen;
- Het stimuleren van hergebruik van producten en grondstoffen;
- De ontwikkeling van innovatieve materialen;
- Circulair ontwerpen.
Hemelwater
We onderscheiden twee gebieden met een eigen aanpak voor hemelwater en waarbij verschillende maatstaven van toepassing zijn:
-Hellende stuwwalgebied in het midden en zuiden met zandgronden
-Vlakke poldergebied in het noorden met overwegend kleigronden
Bij het hellende stuwwalgebied streven we naar zoveel mogelijk lokaal vasthouden en infiltreren van hemelwater. Hiermee gaan we overlast tegen in het bebouwd gebied en zorgen we voor aanvulling van grondwater.
Bij het vlakke poldergebied streven we naar inzamelen, bergen, waar mogelijk infiltreren en via het oppervlaktewatersysteem afvoeren van hemelwater.
Vanwege de verschillende gebieden hebben we geen algemene norm voor het hanteren van een bui die zonder schade moet worden verwerkt.
Voor de modelmatige toetsing en ontwerp van het stedelijke watersysteem hanteren we de uitgangspunten uit Tabel 2 (zie Bijlagen).
We vervangen gemengde rioolstelsels zoveel mogelijk door een gescheiden stelsel (afkoppelen). Bij vervanging gaan we ervanuit dat bij 90% van de projecten wordt vervangen en afgekoppeld en bij 10% van de projecten wordt het riool gerelined.
We werken met het uitgangspunt ‘Groen tenzij’. Dit betekent dat de openbare ruimte in Berg en Dal in de basis groen en niet met verharding wordt ingericht. Hierdoor verminderd de afstroming van hemelwater naar het riool.
Hemelwater bij voorkeur eerst bovengronds bergen en verwerken met bijvoorbeeld een wadi. Een wadi zorgt ervoor dat regenwater lokaal in de bodem infiltreert en heeft een zuiverende functie. Als een bovengrondse voorziening niet mogelijk is of als de capaciteit onvoldoende is dan is berging en verwerking met een ondergrondse voorziening de volgende optie.
We hebben als uitgangspunt dat ondoorlatende klei- en leemlagen in de bodem niet worden doorboord. Niet voor infiltratie van hemelwater of bijvoorbeeld voor de aanleg van geothermiesystemen. Doorboren kan negatieve effecten geven zoals ongewenste kwelstromen of zorgen voor verdroging van een gebied.
Bij (her)inrichting van voorzieningen voor het verwerken van hemelwater is het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) leidend.
Grondwater
Bij het vlakke poldergebied met kleiachtige ondergronden en bij de uitlopers van de stuwwal (Beek-noord, de kern van Horst en ten zuidoosten van de Nieuwe Drulseweg) komen relatief hoge grondwaterstanden voor. In deze gebieden wordt bij voorkeur niet gebouwd en als er wel wordt gebouwd, dan moeten er passende maatregelen worden genomen om grondwateroverlast te voorkomen.
Het voorkomen van grondwaterproblemen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van zowel particulieren, gemeente, waterschap en provincie. De gemeente heeft de wettelijke plicht voor het treffen van maatregelen in openbaar gemeentelijk gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand te voorkomen of te beperken, voor zover dat doelmatig is en niet tot de taak van een andere overheid behoort. De perceeleigenaar is wettelijk gezien primair zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn eigen grondwaterprobleem. Als maatregelen op het eigen terrein onvoldoende effect heeft, verwachten we dat de perceeleigenaar zoveel als mogelijk zelf duidelijk maakt waarom de gemeente maatregelen moet nemen. Dit gebeurt volgens het stappenplan opgenomen in Figuur 6 (zie Bijlagen).
Als richtlijn voor de ontwateringdiepte houden wij 0,7 meter beneden straatpeil aan en 1,0 meter onder het bouwpeil van bouwwerken. Bij een hogere grondwaterstand die langer dan twee aaneengesloten maanden duurt, is sprake van een structureel te hoge grondwaterstand. Pas als er sprake is van schade of gezondheidsklachten is er overlast.
Grondwatergegevens voor gemeente Berg en Dal zijn beschikbaar via: https://bergendal.blik-sensing.nl/kaart
Bij nieuwe ontwikkelingen houden we rekening met de zogenoemde grondwaterfluctuatiezone. In de omgevingsvisie van de provincie is deze zone opgenomen. Het is van belang om hiermee bij de inrichting of herinrichting van stedelijk gebied, via de watertoets, rekening te houden en zo nodig maatregelen te nemen.
Bij nieuw ontwikkelingen is het belangrijk om de grondwaterstand en fluctuatie van het gebied inzichtelijk te hebben. Nabij nieuwe ontwikkelingen zijn vaak nog geen grondwatermeetpunten geïnstalleerd. Daarom moet de ontwikkelende partij vroegtijdig een of meerdere grondwatermeetpunten installeren om de situatie inzichtelijk te krijgen.
Klimaatadaptatie
Door verandering van het klimaat komen extremen regenbuien vaker voor. Deze extreme regenbuien kunnen voor problemen zorgen. We hanteren als maatstaf voor hinder – overlast – schade het volgende:
We sluiten aan bij de DPRA-processtappen: uitvoeren van stresstesten, aangaan van risicodialogen met de omgeving en opstellen van uitvoeringsplannen.
We gebruiken de stresstest-klimaatbuien in de op te stellen SSW’s voor het in beeld brengen van klimaatrisico’s op het stedelijk watersysteem.
Om inwoners en bedrijven mee te krijgen in het nemen van de eigen verantwoordelijkheid en creëren van eigenaarschap, hanteren we de trits stimuleren - faciliteren - afdwingen.
- We stimuleren met de afkoppelsubsidie en afkoppelcoach. Daarnaast hebben we Steenbreekprojecten zoals de Tegeltaxi, vergroenen boomspiegels en het NK-tegelwippen.
- We faciliteren door te informeren en adviseren over klimaatadaptieve maatregelen. Dit doen we bij rioolvervangingsprojecten en algemeen via platforms zoals Samen Berg en Dal.
- Met de Uitvoeringsnotitie ‘Verwerken hemelwater bij nieuwbouw’ stellen we eisen aan hemelwaterverwerking bij nieuwbouw.
In het hellende stuwwalgebied in het midden en zuiden van onze gemeente moeten de stroombanen voor waterafvoer bij (hevige) regenbuien beschikbaar blijven. Hier is dus geen ruimte voor bebouwing.
In deze paragraaf worden de geplande exploitatieprojecten voor de planperiode 2026-2030 toegelicht en in Tabel 4 zijn de kosten weergeven (zie Bijlagen). De investeringsprojecten voor riolering zijn voor de korte termijn op basis van de Meerjarig Investeringsplanning (MIP) en voor de lange termijn op basis van de theoretische vervangingsopgave. In bijlage A6 staat een overzicht van de investeringen.
SSW-studies
In de planperiode 2026-2030 gaan we de SSW’s voor een aantal kernen actualiseren. In 2026 werken we aan het SSW voor de Mies en Ambachtsweg en in 2028 volgt het SSW voor de Lage Horst en Groesbeek-Zuid.
Bodem- en watergestuurde attentiekaart
Bij elke nieuwe ontwikkeling of aanpassing van bestaande situaties willen we eerst kijken naar de bodem en het watersysteem welke mogelijkheden, belemmeringen en aandachtspunten er zijn. Daarvoor gaan we, in samenwerking met onze partners de provincie en het waterschap, een attentiekaart ontwikkelen waarop per deelgebied aangegeven staat hoe de bodem en het watersysteem in elkaar zit en wat wel en niet gewenst is. Een belangrijk aspect is bijvoorbeeld de aanwezigheid van ondoorlatende klei- en leemlagen in de bodem. We moeten voorkomen dat deze doorboord worden waar dit leidt tot problemen.
Op deze attentiekaart willen we ook aangeven welke kansen er liggen vanuit bodem en water. Bijvoorbeeld kansen voor energiesystemen of gronden die geschikt zijn voor landbouw of natuurontwikkelingen. De attentiekaart moet gaan dienen als hulpmiddel om aan het begin van ontwikkelingen of aanpassing van bestaande situaties, goed in beeld te krijgen welke kansen en aandachtspunten er zijn. En te zorgen dat deze meegenomen worden in de afwegingen en uitwerking van plannen en niet pas te laat of achteraf naar voren komen.
Onderdeel van het project is het maken van procesafspraken zodat de attentiekaart wordt gebruikt in de beginfase van ruimtelijke ontwikkeling. In eerste instantie bij het bepalen van geschikte gebieden voor ontwikkelingen en vervolgens voor het meegeven van uitgangspunten aan de ontwikkeling.
Grondwatermeetnet
Gemeente Berg en Dal heeft in de periode 2021-2025 een grondwatermeetnet met 40 peilbuizen aangelegd. In de planperiode 2026-2030 willen we het meetnet gaan gebruiken voor analyses naar grondwateroverlast en voor het treffen van maatregelen voor het voorkomen hiervan.
Onderzoek kwelriolen
In Millingen aan de Rijn liggen vijf strengen kwelriolen die als doel hebben het kwelwater af te voeren bij hoge rivierwaterstanden. Het kwelwater komt uiteindelijk in deze kwelriolen via drainageleidingen en aansluitende watergangen. Er is in 2012 een memo opgesteld over hoe te handelen met de kwelriolen in Millingen. De voornaamste aanleiding om hier iets mee te doen is omdat er geen uniformiteit is tussen de vijf kwelriolen over bescherming, eigendom, beheer en onderhoud. De komende planperiode willen we deze memo actualiseren en op basis daarvan acties uitvoeren om dit te verbeteren.
Drinkwaterbeschikbaarheid
Drinkwaterbedrijf Vitens geeft aan dat de beschikbaarheid van drinkwater in de toekomst verder onder druk komt te staan. Meewegend dat de regio een flinke woningbouwopgave (40.000 nieuwe woningen erbij in de regio, ca. 1.500 nieuwe woningen de komende 10 jaar in de gemeente) heeft is het van belang om in de planperiode 2026-2030 een strategie op te zetten. Deze strategie wordt door Vitens in regioverband opgezet. Daarnaast wil de gemeente zelf het goede voorbeeld geven en hierover communiceren. In 2026 wordt bij de verbouwing van het gemeentehuis een systeem aangelegd voor het gebruik van regenwater voor het doorspoelen van de toiletten.
Stresstest waterkwaliteit door waterschap Rivierenland
Klimaatverandering heeft veel invloed op het water in Nederland. Het zorgt voor een grotere kans op wateroverlast en droogte, en het heeft invloed op de waterkwaliteit. Waterschap Rivierenland gaat samen met gemeente Berg en Dal onderzoek doen naar de invloed van klimaatverandering op de stedelijke waterkwaliteit binnen de gemeente Berg en Dal. Met de stresstesten krijgen we duidelijk wat knelpunten en kwetsbaarheden zijn door klimaatverandering. De testen richten zich op de kwaliteit van water in het bebouwd gebied, zoals sloten en vijvers. Met deze kennis kunnen we water in het bebouwd gebied klimaatbestendiger inrichten en de waterkwaliteit verbeteren.
Samenwerking Klimaatadaptatie en Afvalwaterketen regio Nijmegen
Berg en Dal werkt ook met de regio aan een klimaatbestendige toekomst. Met de Samenwerking Klimaatadaptatie en Afvalwaterketen regio Nijmegen (SKAN) is een regionale adaptatiestrategie met uitvoeringsprogramma voor 2025-2030 opgesteld. Aan de hand van vijf speerpunten werkt de regio aan een klimaatbestendige toekomst. De speerpunten zijn:
1. Klimaatbestendig en waterrobuust stedelijk gebied
2. Klimaatbestendig en waterrobuust landelijk gebied
3. Herstel blauwe motor stuwwal
4. Kennis
5. Communicatie
Gemeente Berg en Dal is een van de partners binnen deze samenwerking, neemt deel aan alle speerpunten en is als stuwwalgemeenten nadrukkelijk betrokken bij het speerpunt “Herstel blauwe motor in de stuwwal”. Voor het speerpunt stuwwal gelden aanvullende financiële afspraken.
Herstel blauwe motor:
Het grondwater in de stuwwal is de blauwe motor voor veel functies: watersysteem, beken, natte natuur, drinkwater en agrarische productie. De regionale stresstest toonde in 2017 aan dat de stuwwal zeer gevoelig is voor klimaatverandering en dit maakt de functies rond de stuwwal kwetsbaar. Op en om de stuwwal zijn de negatieve effecten van klimaatverandering nog groter: we zien wateroverlast, droogte en risico op bosbrand in een kwetsbaar gebied door een disbalans in het bodem- en watersysteem. Tot nog toe werd er in losse projecten geïnvesteerd, zonder gebiedsbrede regie.
Gemeente Berg en Dal, Heumen, Nijmegen, waterschap en provincie hebben de nodige maatregelen genomen. Echter om kostbare maatregelen in de toekomst te voorkomen of te beperkten is een integrale aanpak nodig voor de lange termijn (2030-2050). We werken deze uit in de verbrede provinciale préverkenning.
Doelen t/m 2030 zijn:
Een toekomstbestendige Blauwe Motor stuwwal Nijmegen in 2035 door een klimaatbestendig (grond)water- en bodemsysteem als basis voor droog en veilig wonen, duurzame land- en tuinbouw en vitaal bos, natuur en landschap. Functies als wonen, drinkwater en voedselproductie en natuur krijgen hiermee de kans om duurzaam voort te bestaan. Subdoelen zijn:
Vergroten grondwatervoorraad en efficiënter watergebruik (o.a. door herstel van de sponswerking van de bodem, regenwater beter te infiltreren en minder te onttrekken);
Passend duurzaam ruimtegebruik in 2050 op basis van het natuurlijk water- en bodemsysteem;
Verminderen schade door weersextremen zoals wateroverlast, erosie, droogte, hitte en natuurbranden;
Realiseren en behouden van schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en grondwater;
Verminderen verdroging van natuur (m.n. N2000) en beekherstel.
Kortom: ‘Elke druppel telt!’ om de stuwwal te herstellen
Klimaatfonds
Het team Klimaatbestendig Berg en Dal gaat met gerichte studies en acties de transitie naar een klimaatbestendige en waterrobuuste ingerichte gemeente Berg en Dal versnellen. We reserveren een jaarlijks budget voor klimaatfonds voor de bekostiging van acties en onderzoeken. Voor het betrekken van inwoners en bedrijven gaat het team o.a. aan de slag met bewonersparticipatie via de trits stimuleren – faciliteren – afdwingen. Ook reserveren we een jaarlijks budget voor klimaatadaptatiemaatregelen bij investeringsprojecten.
Om indicatief inzicht te krijgen in de benodigde personele middelen heeft stichting RIONED een rekentool ontwikkeld. Met behulp van deze rekentool is een analyse gemaakt van de benodigde personele inzet voor de gemeente Berg en Dal. De rekentool en analyse tonen aan dat er te weinig capaciteit aanwezig is bij de binnendienst om de geplande investeringen voor riool voor 2026-2030 uit te voeren. Vanwege de moeilijke arbeidsmarkt kiezen we ervoor om de huidige formatie niet uit te breiden maar met externe inhuur op te vangen. Deze werkwijze hanteren wij voor het uitvoeren van de watertaken tot en met 2030. Vanaf 2031 streven wij ernaar de formatie structureel uit te breiden met 2,5 fte tot en met 2033. Hierdoor geven we onszelf voldoende tijd om de formatie zorgvuldig uit te breiden. Het behaalde jaarlijkse investeringsvolume van de planperiode 2021-2025 zetten we door in de planperiode van dit WRP. De buitendienst heeft volgens de berekening voldoende FTE. Zie bijlage A5 voor het volledig resultaat van de formatiescan.
Bij het WRP hoort een kostendekkingsplan, waarmee de exploitatie- en investeringskosten in beeld worden gebracht en welke inkomsten hier tegenover moeten staan vanuit de rioolheffing. In deze paragraaf wordt het kostendekkingsplan op hoofdlijnen toegelicht. Bijlage A6 geeft een uitgebreide toelichting op het kostendekkingsplan met gehanteerde uitgangspunten, aannames en de keuzes die zijn gemaakt.
Kostendekking
Om te bepalen hoeveel kosten de gemeente heeft en welke inkomsten daar vanuit de rioolheffing tegenover moeten staan is dit kostendekkingsplan (KDP) opgesteld. Het KDP start in 2026 met als peiljaar 2025 voor de kosten. Het KDP heeft een looptijd van 50 jaar (10 planperioden) van 2026 tot en met 2075.
Tabel 5 (zie Bijlagen) geeft de ontwikkeling van de rioolheffing voor de planperiode 2026 t/m 2030. De stijging in 2026 is overgenomen uit de begroting van 2026. Met de kostendekkingsberekening is een prognose gemaakt (exclusief indexatie) voor 2027 t/m 2030.
In figuur 7 (zie Bijlagen) is de ontwikkeling van de voorziening voor de volledige looptijd van het KDP weergeven. Hieruit is af te leiden dat de voorziening voor de looptijd van 50 jaar toereikend is en in 2075 op ca. € 200.000 staat.
/join/id/regdata/gm1945/2025/1fe03f61774d4dc9993d151cc64b554f/nld@2025‑12‑11;13335808
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-546095.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.