Besluit van de raad van de gemeente Wierden tot vaststelling van de Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting Wierden 2026.

De raad van de gemeente Wierden, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 oktober 2025 gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

 

Besluit: Conform besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Wierden d.d. .. december 2025

 

vast te stellen:

 

Verordening op de heffing en de invordering van de toeristenbelasting Wierden 2026

 

 

 

Artikel 1. Aard van de belasting en belastbaar feit

 

Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.

 

Artikel 2. Belastingplicht

  • 1.

    Belastingplichtig is degene die gelegenheid geeft tot verblijf als bedoeld in artikel 1 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen.

  • 2.

    De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.

  • 3.

    Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 verblijf houdt.

 

Artikel 3. Vrijstellingen

 

De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf door degene, die;

  • a.

    als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft; als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders.

  • b.

    verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van het verblijf in of het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting is verschuldigd.

 

Artikel 4. Belastinggrondslag

 

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar.

 

Artikel 5. Belastingtarief

 

Het tarief bedraagt per overnachting € 1,45.

 

Artikel 6. Belastingjaar

 

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 7. Wijze van heffing

 

De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

 

Artikel 8. Aanslaggrens

 

Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd.

 

Artikel 9. Termijnen van betaling

 

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de invorderingswet 1990 moeten aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2.

    Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

 

Artikel 10. Kwijtschelding

 

Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 11 Aanmeldingsplicht

 

  • 1.

    De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewet.

  • 2.

    Deze aanmeldplicht geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de toeristenbelasting betrokken is.

 

Artikel 12 Registratieplicht

 

  • 1.

    De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een nachtverblijfregister;

  • 2.

    Het nachtverblijfregister bevat met betrekking tot ieder aan wie gelegenheid tot overnachten wordt verschaft gegevens tenminste betreffende:

    • a.

      naam, adres en woonplaats

    • b.

      samenstelling van het gezin of de groep waarmee men reist;

    • c.

      datum van aankomst en datum van vertrek;

    • d.

      het aantal overnachtingen ter zake waarvan belasting verschuldigd is;

  • 3.

    De in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, bedoelde ambtenaar is bevoegd voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen van de in het eerste lid bedoelde verplichting gehele of gedeeltelijke ontheffing te verlenen, zo nodig onder door hem te stellen voorwaarden;

 

Artikel 13 Overgangsrecht

 

De ‘Verordening toeristenbelasting 2025, vastgesteld bij raadsbesluit van 10 december 2024,

Zaak 2676, documentnummer 522339, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 14 Inwerkingtreding

 

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

 

Artikel 15 Citeertitel

 

Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening toeristenbelasting 2026 gemeente

Wierden”.

 

Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Wierden d.d. 9 december 2025

 

De raad voornoemd,

de griffier, de voorzitter,

drs. W.H.J. Wienk Dhr. G.J. Kok

Naar boven