Gemeenteblad van Wassenaar
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Wassenaar | Gemeenteblad 2025, 545928 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Wassenaar | Gemeenteblad 2025, 545928 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Jeugdhulp gemeente Wassenaar 2025
De gemeenteraad van Wassenaar,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 oktober 2025;
overwegende de ambitie om een uitvoerbaar en juridisch actueel jeugdhulpbeleid uit te voeren;
gelet op artikel 147 van de Gemeentewet;
gelet op artikel 2.9 van de Jeugdwet;
gezien het advies van de Adviesraad Sociaal Domein;
De Verordening Jeugdhulp gemeente Wassenaar 2025 vast te stellen.
Hoofdstuk 1: Definities en afbakening
Algemene voorziening: Aanbod van diensten of activiteiten passend binnen de Jeugdwet dat zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers toegankelijk is.
Andere voorziening: Voorziening anders dan in het kader van de wet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen.
Budgetbeheerder: Wettelijke vertegenwoordiger of gemachtigde van de budgethouder.
Budgethouder: De persoon die een pgb ontvangt op grond van de Jeugdwet.
Cliëntondersteuning: Ondersteuning van de cliënt met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie van de jeugdige en de ouder(s) en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke, ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen.
College: College van burgemeester en wethouders van de gemeente Wassenaar.
Eigen kracht: De eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen (capaciteit), tijd en middelen van de jeugdige en/of ouder(s) om, zelf of met personen uit het sociaal netwerk, de opgroei en/of opvoedingsproblemen op te lossen
Familiegroepsplan: Hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld (in aanvulling op een ondersteuningsplan) door of met de ouder(s), samen met de familie, aanverwanten, jeugdhulpverlener of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige en de ouder(s) behoren.
Hulpvraag: Behoefte van een jeugdige of zijn ouder(s) aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.
Individuele voorziening: Een op de jeugdhulpbehoefte van de jeugdige of zijn ouder toegesneden voorziening dan wel een voorziening bedoeld voor een groep jeugdigen met specifieke kenmerken waarvoor het college een beschikking afgeeft.
Informatiestandaard Jeugdwet (iJw): Door het Zorginstituut beheerde standaarden als bedoeld in artikel 2.15 derde lid, van de Jeugdwet, bestaande uit bedrijfsregels, berichtenstandaarden en berichtspecificaties, overeenkomstig artikel 1 van de Regeling Jeugdwet.
Ondersteuning van hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jeugdigen en hun ouder(s) bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouder(s) of adoptiegerelateerde problemen.
Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt.
Het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt. De leeftijdsgrens van achttien jaar geldt niet voor jeugdhulp in het kader van jeugdstrafrecht.
Jeugdwet: De Jeugdwet is bedoeld voor jeugdigen (kinderen en jongeren) tot 18 jaar en hun ouders die ondersteuning nodig hebben bij het opgroeien of bij de opvoeding.
Lokale toegang gemeente Wassenaar: Een op gemeentelijk niveau georganiseerd multidisciplinair team van professionals die de eerste verheldering van de hulpvraag van de jeugdige en/of ouder(s) doet, waar mogelijk verwijst naar een algemene voorziening en/of de aanvraag van de jeugdige en/of zijn ouder(s) en kan eventueel worden doorgeleid naar het college voor de toegang tot individuele voorzieningen.
Ondersteuningsplan: Een plan met daarin:
Dit plan is de basis voor de in te zetten jeugdhulp. De inhoud van het plan wordt in dialoog tussen de jeugdige en/of ouder(s) door de jeugdhulpverlener ontwikkeld. Indien nodig wordt niet alleen een ondersteuningsplan gemaakt voor de jeugdige, maar voor het gehele gezin.
Ouder: Gezaghebbende ouder, adoptieouder, stiefouder, voogd, wettelijk vertegenwoordiger of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder.
Pgb: Persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1, van de Jeugdwet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouder(s), dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken.
Vaktherapie: Overkoepelende naam voor de vaktherapeutische disciplines. Hieronder wordt verstaan beeldende therapie, danstherapie, dramatherapie, muziektherapie, psychomotorische therapie, psychomotorische kindertherapie en speltherapie.
VOG: Verklaring Omtrent het Gedrag
Zorg in natura (ZIN): Een door het college verstrekte voorziening die door de gemeente rechtstreeks wordt betaald.
Artikel 3. Afbakening Jeugdwet en Wet passend onderwijs
De afbakening tussen aanspraken op een voorziening op basis van de Jeugdwet en op basis van de Wet passend onderwijs is als volgt geregeld:
Als op basis van wettelijke bepalingen onduidelijk is of de hulpvraag valt onder de Wet passend onderwijs of onder de Jeugdwet, dan rust op het college een inspanningsverplichting om in samenwerking met het onderwijs tot een duidelijke analyse van het onderwijsgerelateerde probleem gericht op het leerproces met een daarbij passende schoolgerichte oplossing te komen voor de hulpvraag.
Artikel 4. Afbakening Jeugdwet en de Wet langdurige zorg
De afbakening tussen aanspraken op een voorziening op basis van de Jeugdwet en op basis van de Wet langdurige zorg is als volgt geregeld:
Ondersteuning valt niet onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet als een jeugdige vanwege een somatische aandoening of beperking of een verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke handicap een blijvende behoefte heeft aan zorg én als de jeugdige blijvend 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht nodig heeft:
Als jeugdige of zijn ouder(s) weigeren mee te werken aan het verkrijgen van een besluit op basis van de Wet langdurige zorg terwijl er gegronde redenen zijn die aannemelijk maken dat de jeugdige recht heeft op een dergelijk besluit, bijvoorbeeld bij de noodzaak tot meer dan 4 dagdelen dagbesteding, dan verleent het college geen voorziening op grond van de Jeugdwet.
Artikel 5. Afbakening Jeugdwet en Zorgverzekeringswet
De afbakening tussen aanspraken op een voorziening op basis van de Jeugdwet en op basis van de Zorgverzekeringswet is als volgt geregeld:
Als er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de problematiek van de jeugdige en daardoor zowel een vorm van zorg, op grond van een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van de Jeugdwet kan worden verkregen, verleent het college een voorziening.
Persoonlijke verzorging voor jeugdigen die nodig is in verband met een behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop valt niet onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet. Persoonlijke verzorging die gericht is op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij algemene dagelijkse levensverrichtingen valt wel onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet.
Jeugdhulp met verblijf valt niet onder de Jeugdwet als het een medisch noodzakelijk verblijf betreft vanwege geneeskundige zorg of als het gaat om tijdelijk, kortdurend geneeskundig verblijf buiten de thuissituatie. Jeugdhulp met verblijf valt wel onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet als het een verblijf van jeugdige buiten de thuissituatie betreft, niet zijnde een ziekenhuisverblijf.
Artikel 6. Afbakening Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
De afbakening tussen aanspraken op een voorziening op basis van de Jeugdwet en op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is als volgt geregeld:
Als naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, dan verleent het college geen voorziening op grond van de Jeugdwet, tenzij sprake is van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Het betreft dan bijvoorbeeld een maatwerkvoorziening voor opvang, indien jeugdige met (een van) de ouder(s) meekomt als een ouder de thuissituatie moet verlaten, vanwege bijvoorbeeld huiselijk geweld, mishandeling of een huisuitzetting.
Artikel 7. Afstemming met voorzieningen werk en inkomen
De afstemming tussen aanspraken op een voorziening op basis van de Jeugdwet en op basis van wet- en regelgeving inzake werk en inkomen is als volgt geregeld:
Artikel 8. Kinderopvang en buitenschoolse opvang
In uitzonderlijke situaties, als een kind extra begeleiding of specialistische begeleiding nodig heeft vanwege opgroei-, opvoedings- en psychische problemen en stoornissen, die niet door medewerkers van de opvang kan worden geboden en niet van ouder(s) kan worden verwacht, kan vanuit de Jeugdwet in het kader van de kinderopvang en buitenschoolse kortdurende opvang begeleiding worden ingezet.
Het college beoordeelt in elke individuele situatie of er specifieke omstandigheden zijn waardoor de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) onvoldoende zijn om de eigen verantwoordelijkheid voor het vervoer op zich te nemen. Van onvoldoende eigen mogelijkheden of probleemoplossend vermogen is sprake als de deskundige constateert dat de jeugdige ernstige gedragsproblemen heeft, waardoor reizen met de fiets, openbaar vervoer onder begeleiding van ouders of andere personen uit het netwerk en vervoer in de auto niet mogelijk is.
Artikel 11. Afstemming met voorliggende voorzieningen en andere vormen van hulp en ondersteuning
Het college stemt de jeugdhulp waaraan een jeugdige of een ouder behoefte heeft, ten minste af op het aanbod van activiteiten, diensten of middelen op grond van de volgende voorliggende wetten:
zodat deze zoveel mogelijk op elkaar aansluiten en ondersteunt de jeugdige en zijn ouder(s) actief bij het verkrijgen van toegang tot de andere voorziening(en) of bij behoud van de continuïteit van de zorg op grond van de benodigde zorg.
Ter uitvoering van het tweede lid, onderzoekt het college tijdig welke andere voorziening nodig is, vanaf de achttiende verjaardag en op welke wijze en vanuit welke andere voorzieningen (Wet maatschappelijke ondersteuning, Wet langdurige zorg, of de Zorgverzekeringswet) deze ondersteuning vanaf het achttiende levensjaar wordt ingezet. Daar waar nodig betrekt het college ook het onderwijs.
Hoofdstuk 2: Vormen van jeugdhulp
Artikel 12. Vormen van jeugdhulp
Hoofdstuk 3: Toegang en onderzoek
Artikel 13. Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts
Bij een verwijzing door de huisarts, jeugdarts of een andere medisch specialist van een en/of de ouders voor hulp, overlegt de jeugdhulpaanbieder waarnaar verwezen wordt, met de lokale toegang over de toeleiding, continuïteit en bekostiging. De beoordeling over de aard en omvang berust primair bij de medisch verwijzer en de beoogde jeugdhulpaanbieder. Bij gerede twijfel kan het college onafhankelijk medisch advies inwinnen.
Bij een verwijzing door de huisarts, jeugdarts of een andere medisch specialist naar een jeugdhulpaanbieder houdt het college zich het recht voor in een beschikking vast te leggen om welke te verstrekken voorziening het gaat, de omvang daarvan, het beoogde resultaat, de ingangsdatum en duur van de verstrekking en de wijze van verstrekking.
Artikel 15. Toegang via justitieel kader
Het college is bij verwijzing van een jeugdige en/of de ouders voor hulp via de gecertificeerde instelling, de kinderrechter (via een kinderbeschermingsmaatregel of een maatregel tot jeugdreclassering), het openbaar ministerie en de directeur of de selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting alleen verantwoordelijk voor de financiering van de jeugdhulp binnen de met de jeugdhulpaanbieders gemaakte contractafspraken dan wel subsidiebepalingen.
Bij verwijzing van een jeugdige en/of de ouders voor hulp via de gecertificeerde instelling, de kinderrechter (via een kinderbeschermingsmaatregel of een maatregel tot jeugdreclassering), het openbaar ministerie en de directeur of de selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting, overlegt de gecertificeerde instelling in het kader van een door de rechter opgelegde kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering met het college.
De Raad voor de Kinderbescherming raadpleegt het college als deze een ondertoezichtstelling of gezagsbeëindigende maatregel aanvraagt, over de in te zetten gecertificeerde instelling die de maatregel gaat uitvoeren. Bij de inzet van spoedhulp via het Crisis Interventie Team (CIT), zal het college zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken na de inzet het besluit over de inzet van deze hulp vastleggen in een beschikking en/of toewijzing richting de aanbieder.
Artikel 16. Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren
Het college onderzoekt in samenspraak met de jeugdige en/of zijn ouder(s) zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag:
of sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouder(s) of adoptiegerelateerde problemen, en zo ja:
of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en de personen die tot hun sociale omgeving inclusief de school behoren toereikend zijn om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden, met inachtneming van in artikel 21 van deze verordening, en
Hoofdstuk 4: Verslag, aanvraag, criteria en inhoud beschikking
Binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag als bedoeld in artikel 14 verstrekt het college aan de jeugdige of zijn ouder(s) een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek (het verslag). Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouder(s) worden aan het verslag toegevoegd.
Als uit het verslag of de opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger blijkt dat een individuele voorziening is aangewezen of gewenst is, wordt het verslag ondertekend door de jeugdige of de jeugdige en zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger en door deze teruggestuurd.
Artikel 19. Aanvraag individuele voorziening
Jeugdigen en ouder(s) kunnen een aanvraag voor een individuele voorziening schriftelijk indienen bij het college. Als het onderzoek als bedoeld in artikel 16 leidt tot een aanvraag voor een individuele voorziening, dan stelt het college binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een ondersteuningsplan op. Bij de opstelling van het ondersteuningsplan wordt, indien aanwezig, het familiegroepsplan betrokken. In het ondersteuningsplan worden de kosten van de individuele voorziening, die voor rekening komen van de gemeente, opgenomen en deze kosten worden ook in de beschikking vermeld.
De jeugdige en/of zijn ouder(s) moeten zich binnen 6 maanden na het afgeven van de beschikking melden bij een jeugdhulpaanbieder. Of de jeugdige en/of zijn ouder(s) moeten binnen 3 maanden het pgb besteden aan het resultaat waarvoor het is verstrekt. Als de jeugdige en/of ouder(s) dit niet doen, voldoen zij niet aan de voorwaarden van de voorziening of het pgb. In dat geval kan het college op grond van artikel 32 lid 2 van deze verordening de aanvraag beëindigen, wijzigen, herzien of intrekken.
Artikel 20. Criteria voor een individuele voorziening
Een algemene voorziening die passend en toereikend is, is voorliggend op een individuele voorziening. In elke situatie wordt eerst beoordeeld of algemene voorzieningen passend en toereikend zijn voor de gestelde hulpvraag. Als dit zo is, komen jeugdigen en de ouder(s) niet in aanmerking voor een individuele voorziening. Dit geldt als de algemene voorziening:
Een jeugdige komt in aanmerking voor een door het college verleende individuele voorziening indien het college bij de gemeentelijke toegangsroute van oordeel is dat de jeugdige of ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen, en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en gebruikmaking van een algemene voorziening deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen; óf, bij medische verwijzing (art. 13), indien de medisch verwijzer van oordeel is dat inzet van individuele jeugdhulp nodig is.
Overeenkomstig de definitie van jeugdhulp uit artikel 1 van deze verordening wordt geen individuele voorziening verstrekt voor hulp of ondersteuning aan een jeugdige die niet noodzakelijk is op grond van een psychisch probleem of stoornis, psychosociaal probleem, gedragsprobleem of beperking, maar die voortkomt uit een behoefte die past bij de normale ontwikkeling van de jeugdige van een bepaalde leeftijd. Bij de beoordeling hiervan wordt aangesloten bij de uitgangspunten voor gebruikelijke zorg uit de meest recent vastgestelde Beleidsregels indicatiestelling Wlz.
In situaties waarbij ouder(s) begeleiding, behandeling of ondersteuning ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen nodig hebben en er naar het oordeel van het college geen sprake is van een hulpvraag als bedoeld in deze verordening, komt een jeugdige of zijn ouder(s) niet in aanmerking voor een door het college te verlenen individuele voorziening als bedoeld in deze verordening.
Voor het bepalen van de soort individuele voorziening die het college inzet, wordt aangesloten bij de dienstomschrijvingen in de door of namens de gemeente gesloten overeenkomsten met, of verleende subsidiebesluiten aan jeugdhulpaanbieders voor het leveren van individuele voorzieningen, waarbij in dialoog tussen de lokale toegang, de jeugdige en de ouder(s) een gezamenlijk beeld ontwikkeld is over de hulpvraag en de meest passende aanpak alvorens een keuze gemaakt wordt voor het soort voorziening.
Artikel 21. Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen
Een individuele voorziening wordt niet verstrekt als naar het oordeel van het college uit het onderzoek blijkt dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) toereikend zijn om binnen de eigen mogelijkheden, zo nodig met inzet van het sociale netwerk, school of met ondersteuning van andere (hulpverlenende) instellingen, de hulp te bieden die passend is bij de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouder(s).
Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen, bedoeld in het eerste lid, neemt het college, gelet op het bepaalde in de artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, tot uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen, ook als sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen, allereerst bij de ouder(s) zelf ligt en dat de hulp die daarvoor nodig is in beginsel ook door hen geleverd kan worden. Uit het onderzoek kan evenwel blijken dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) tekortschiet, omdat sprake is van:
Bij de beoordeling van het vierde lid, onder c, wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de ouder(s) hebben om de overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen, waarbij redelijkerwijs verwacht mag worden dat de ouder(s) maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren om overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen. Hierbij houdt het college ook rekening met:
Artikel 22. Deskundig oordeel, advies en voorbereiding van de besluitvorming
Medewerkers van de organisatie die jeugdhulp biedt, of mogelijk gaat bieden, kunnen niet ook het advies geven over het al dan niet toekennen van jeugdhulp of het daarop betrekking hebbende besluit nemen. Het college treft daartoe voorzieningen waarmee is gewaarborgd dat het onderzoek en de voorbereiding van de besluitvorming via de gemeente op zorgvuldige wijze plaatsvindt.
Hoofdstuk 5: Bepalingen met betrekking tot pgb
Artikel 25. Aanvullende regels om in aanmerking te komen voor een pgb
Als een jeugdige of zijn ouder(s) in aanmerking komen voor een individuele voorziening, maar de jeugdhulp zelf wensen in te kopen door middel van een pgb, dienen de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger daartoe een pgb-budgetplan in volgens een door het college ter beschikking gesteld format. In het pgb-budgetplan is opgenomen:
Het college verstrekt een pgb als:
naar het oordeel van het college met inachtneming van artikel 35 is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het pgb-budgetplan opgenomen beoogde resultaat.
Artikel 27. Onderscheid formele en informele hulp
Van formele hulp is sprake als de jeugdhulp verleend wordt door onderstaande personen:
personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister, conform artikel 5, van de Handelsregisterwet 2007, en die beschikken over een relevant hbo- of WO-diploma in de sociale gedragswetenschappen, aangevuld met eventuele aanvullende scholing voor de SKJ registratie of
personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister conform artikel 5, van de Handelsregisterwet 2007 en beschikken over een relevant Hbo- of Wo- diploma in de sociale gedragswetenschappen, aangevuld met eventuele aanvullende scholing voor de SKJ registratie en een VOG niet ouder dan drie jaar.
De tarieven voor het pgb worden jaarlijks geïndexeerd, waarbij:
de indexering wordt berekend uit de som van het geprognosticeerde percentage voor het komende jaar (t + 1) en het verschil tussen het in het voorgaande jaar (t – 1) geprognosticeerde percentage voor het lopende jaar (t) en het definitieve percentage voor het lopende jaar (t). De percentages zijn verschillend voor loonkosten en materiële kosten; en
het college het pgb-tarief verhoogt of verlaagt voor 100% op basis van het geprognosticeerde en definitieve indexcijfer Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA) voor personele kosten van het CPB, gepubliceerd door de NZA en voor 10% op basis van het geprognosticeerde en definitieve prijsindexcijfer particuliere consumptie (PPC) voor materiële kosten van het CPB gepubliceerd door de NZA.
Hoofdstuk 6: Herziening, intrekking, terugvordering en bestrijding misbruik bij PGB en individuele voorzieningen
Artikel 30. Niet meewerken ouder(s)
Als de jeugdige en/of ouders naar het oordeel van het college niet of onvoldoende meewerkt (meewerken), kan de omvang van de benodigde jeugdhulp niet worden vastgesteld of is de jeugdhulp niet effectief en kan door het college worden besloten geen individuele voorziening te verstrekken, een lagere omvang vast te stellen of een eerder toegekende individuele voorziening in te trekken.
Artikel 31. Opschorting betaling uit het pgb
Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van de persoon aan wie het pgb is verstrekt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid, onder a, d of e, van de Jeugdwet.
Artikel 32. Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen voorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Jeugdwet
Onverminderd artikel 8.1.2 van de Jeugdwet doen de jeugdige of zijn ouder(s) aan het college op verzoek of direct uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing over een individuele voorziening of pgb.
Als het college een beslissing op grond van lid 3 van dit artikel heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb.
Artikel 33. Onderzoek naar recht- en doelmatigheid voorzieningen en pgb’s
Voor zover de toezichthoudende ambtenaar door inzage in bescheiden bij de vervulling van zijn taak dan wel door verstrekking van gegevens in het kader van een melding gegevens, daaronder begrepen bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming, heeft verkregen, ter zake waarvan de beroepskracht uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is, geldt gelijke verplichting voor de toezichthoudende ambtenaar.
Het college voert een actief fraudepreventiebeleid. Onderdeel van dit beleid is dat het college cliënten en betrokken derden informeert over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening zijn verbonden en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik daarvan.
Het college kan onderzoek doen naar de reden van de beëindiging van de aanspraak op een individuele voorziening en op basis daarvan besluiten nemen met betrekking tot de rechtmatigheid van de voorziening en de wederzijds tussen het college en de jeugdige of zijn ouder resterende verplichtingen en de afhandeling daarvan.
Het college kan een materiële controle en fraudeonderzoek doen bij jeugdhulpaanbieders die werken onder een contract van het college of met een contract welke is aangegaan door een jeugdige of zijn ouder voor de uitvoering van een pgb om te bepalen of de door de aanbieder in rekening gebrachte prestatie is geleverd.
Artikel 34. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering
Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met:
Artikel 35. Kwaliteitseisen jeugdzorg
Jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen en derden waar de jeugdige via een persoonsgebonden budget of individuele voorzieningen betrekt, zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door:
Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen en derden waar de jeugdige via een persoonsgebonden budget of individuele voorzieningen jeugdhulp betrekt, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek in overeenstemming met artikel 3 Regeling Jeugdwet en het zonodig in overleg met de jeugdige en/of ouder(s) ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.
Artikel 36. Evaluatie en monitoring
Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid met betrekking tot de uitvoering van de Jeugdwet wordt minimaal eenmaal per vier jaar geëvalueerd. Het college zendt periodiek na de inwerkingtreding van deze verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk.
Voor deze verordening geldt de gemeentelijke klachtenregeling van de gemeente Wassenaar en hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht.
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouder(s) afwijken van de bepalingen in deze verordening, of van de hieruit voortvloeiende nadere regels.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-545928.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.