Regeling tot wijziging van de Nadere subsidieregels gemeente Westland en van de Subsidieregeling Digivouchers Westland

Toelichting

 

De Nadere subsidieregels gemeente Westland zijn in werking getreden op 1 januari 2024. In deze nadere regels worden per beleidsterrein de beleidsdoelstelling, de soort subsidie, de specifieke subsidiecriteria, de hoogte van de subsidie en de verdeelregels beschreven. Gebleken is dat de Nadere subsidieregels aanpassing behoeven ten aanzien van diverse onderdelen. De subsidiemogelijkheden worden uitgebreid en een aantal inhoudelijke en technische wijzigingen worden doorgevoerd. De bestaande Subsidieregeling groenblauwe schoolpleinen wordt verlengd en opgenomen in de Nadere subsidieregels. Ook worden enkele subsidieplafonds vastgesteld voor het jaar 2026. Daarnaast wordt de Subsidieregeling Digivouchers Westland aangepast met enkele inhoudelijke en technische aanpassingen.

 

Besluitvorming

 

Het college van burgemeester en wethouders van Westland,

 

gelet op de artikelen 3 en 8 van de Algemene Subsidieverordening Westland 2024,

 

besluit vast te stellen de Regeling tot wijziging van de Nadere subsidieregels gemeente Westland en van de Subsidieregeling Digivouchers Westland:

Artikel I  

De Nadere subsidieregels gemeente Westland worden als volgt gewijzigd.

 

  • A.

    In hoofdstuk 2 Ontmoeten wordt het kopje ‘Sociaal beleidskader Kernachtig Sociaal gemeente Westland 2024’ vervangen door ‘Strategisch Beleidskader Sociaal Domein gemeente Westland 2025’.

     

  • B.

    Artikel 4 van paragraaf 2.2 Cultuur, educatie en recreatie komt als volgt te luiden:

     

    Artikel 4 Stichting Westland Cultuurweb; Subsidieregeling Kleine Culturele Initiatieven (KCI)

    • 1.

      Het college kan subsidie verstrekken voor het stimuleren van Kleine Culturele Initiatieven zoals geformuleerd in paragraaf 2.10 van deze nadere subsidieregels: de Subsidieregeling Kleine Culturele Initiatieven.

    • 2.

      De subsidie wordt verstrekt aan Stichting Westland Cultuurweb die de uitvoering van de regeling verzorgt.

  • C.

    Artikel 8, eerste lid van paragraaf 2.3 Zorg en Welzijn komt als volgt te luiden:

     

    • 1.

      Het college kan jaarlijks subsidies verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen zoals opgenomen in het Strategisch Beleidskader Sociaal Domein gemeente Westland 2025.

  • D.

    Artikel 1, tweede lid van paragraaf 2.4 Accommodaties scouting en sport komt te luiden:

     

    • 2.

      Er kan subsidie worden aangevraagd voor het realiseren of renoveren van een basisvoorziening van een sportaccommodatie of scoutinggebouw in eigendom van de aanvrager voor dat deel dat noodzakelijk is om te voldoen aan de minimumvereisten van de betreffende sportbond of Scouting Nederland of van de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO).

  • E.

    Aan artikel 2 van paragraaf 2.4 Accommodaties scouting en sport wordt een nieuw lid toegevoegd, dat luidt:

     

    • 3.

      Het subsidieplafond is niet van toepassing voor projecten die financiële dekking hebben vanuit het geldende Meerjaren Investering Plan (MIP) dat door de raad is vastgesteld. De investeringssubsidie voor deze projecten kan niet hoger zijn dan het bedrag dat vastgesteld is in het MIP.

  • F.

    Aan artikel 4 van paragraaf 2.4 Accommodaties scouting en sport wordt een nieuw lid toegevoegd, dat luidt:

     

    • 7.

      In afwijking van het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid, bedraagt het subsidiebedrag voor investeringen in voorzieningen specifiek voor bewegingsonderwijs (eerste inrichting) maximaal 100% van de werkelijke investering, tot een maximum van het normbedrag dat hiervoor door de VNG wordt gehanteerd in het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan. De aanvrager toont in de aanvraag aan dat de betreffende basisvoorziening meerjarig door scholen voor bewegingsonderwijs zal worden gebruikt.

  • G.

    Aan artikel 4 van paragraaf 2.4 Accommodaties scouting en sport wordt een nieuw lid toegevoegd, dat luidt:

     

    • 8.

      Indien de aanvrager voor dezelfde duurzame verwarmingsmaatregelen gebruikt maakt van de DUMAVA-regeling en deze een lager percentage dan 50% vergoedt, wordt de gemeentelijke subsidie vastgesteld op het resterende percentage tot aan 50%, met een maximum van 25%. De aanvrager dient bij de aanvraag een afschrift van de toekenningsbeschikking van de DUMAVA-regeling te overleggen, dan wel bewijs van aanvraag en de definitieve beschikking uiterlijk bij de vaststelling in te dienen. Een duurzame verwarmingsmaatregel is een warmtevoorziening voor ruimteverwarming en/of warm tapwater die geen gebruik maakt van aardgas of andere fossiele brandstof.

  • H.

    Aan artikel 5 van paragraaf 2.4 Accommodaties scouting en sport wordt een nieuw lid toegevoegd, dat luidt:

     

    • 5.

      Voor projecten die in het MIP genoemd staan kan gedurende het gehele jaar een aanvraag voor een investeringssubsidie worden ingediend.

  • I.

    Artikel 6 van paragraaf 2.4 Accommodaties scouting en sport komt te luiden:

     

    Artikel 6 Eisen aan de aanvraag

    • 1.

      In de aanvraag wordt gemotiveerd aangegeven wat de nieuwbouw- of renovatieplannen zijn.

    • 2.

      De aanvrager toont aan dat de aard en omvang van de investering in de basisvoorziening noodzakelijk is om op sobere en doelmatige wijze te voldoen aan de minimumvereisten zoals gesteld door de sportbond of Scouting Nederland of door de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO).

    • 3.

      Wanneer een duurzame verwarmingsmaatregel wordt aangevraagd dient een energieadvies ingediend te worden. Dit advies moet worden opgesteld door een energieprestatie adviseur met niveau "EP-U/B adviseur" of een vergelijkbaar certificaat zoals te vinden in het centraal register techniek.

  • J.

    In artikel 8 van paragraaf 2.4 Accommodaties scouting en sport wordt lid 2 vernummerd tot 3 en wordt een nieuw lid ingevoegd, dat luidt:

     

    • 2.

      De termijn genoemd in het eerste lid geldt niet als het gaat om de beschikking op een aanvraag voor verlening van een investeringssubsidie sportaccommodaties en scoutinggebouwen voor projecten die in het MIP vermeld staan. In dit geval moeten de financiële middelen eerst beschikbaar worden gesteld waarna er binnen twaalf weken een beschikking voor de verlening wordt opgesteld.

  • K.

    Paragraaf 2.7 Instandhouding gemeentelijke monumenten komt als volgt te luiden:

     

    2.7 Instandhouding gemeentelijke monumenten

     

    Subsidieregeling instandhouding gemeentelijke monumenten Westland

     

    Artikel 1 Begripsbepalingen

    Deze regeling verstaat onder:

    • -

      ASV: Algemene subsidieverordening Westland 2024;

    • -

      college: college van burgemeester en wethouders;

    • -

      eigenaar: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een gemeentelijk monument;

    • -

      gemeentelijke monumenten: onroerende zaken die als gemeentelijk monument zijn aangewezen;

    • -

      historisch interieur: binnenruimte van bijzondere waarde dat zich bevindt in een gemeentelijk monument;

    • -

      kerkelijk monument: onroerende zaak, aangewezen als gemeentelijk monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, een zelfstandig onderdeel daarvan, een lichaam waarin kerkgenootschappen zijn verenigd, of van een ander genootschap op geestelijke grondslag en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor een gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging;

    • -

      overige objecten: gemeentelijke monumenten die niet onder historische interieurs, kerkelijke monumenten of woonhuizen, boerderijen en tuinderswoningen vallen;

    • -

      subsidiabele kosten: kosten als bedoeld in artikel 7 van deze regeling;

    • -

      woonhuizen, boerderijen en tuinderswoningen: monumenten die van oorsprong primair zijn opgericht voor bewoning of die oorspronkelijk een andere functie dan bewoning hadden, maar thans primair voor bewoning in gebruik zijn, inclusief kerkgebouwen, molens en gemalen.

  • Artikel 2 De aanvrager

    Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door eigenaren van een gemeentelijk monument.

     

    Artikel 3 Subsidieplafond

    • 1.

      Het college stelt per kalenderjaar twee afzonderlijke subsidieplafonds vast voor instandhouding van kerkelijke monumenten en voor instandhouding van woonhuizen, boerderijen, tuinderswoningen, historische interieurs en overige objecten.

    • 2.

      In geval twee of meer volledige subsidieaanvragen met een gelijk tijdstip van ontvangst bij verstrekking gezamenlijk tot overschrijding van het subsidieplafond zouden leiden, krijgen bij de verdeling van het nog beschikbare subsidiebudget de activiteiten die het meest overeenkomen met het doel van deze subsidieregeling voorrang.

  • Artikel 4 Aanvraagprocedure

    • 1.

      Aanvragen worden ingediend via het door het college vastgestelde aanvraagformulier instandhoudingssubsidie gemeentelijke monumenten. De subsidie kan gedurende het gehele jaar worden aangevraagd.

    • 2.

      In afwijking van de artikelen 10 en 11 van de ASV voegt de aanvrager bij de aanvraag de facturen en betalingsbewijzen toe inzake de uitgevoerde werkzaamheden. Deze facturen en bewijzen mogen niet ouder zijn dan 12 weken op het moment dat het verzoek wordt ingediend.

    • 3.

      In afwijking van het tweede lid geldt bij werkzaamheden die in de periode van 2 oktober 2024 tot en met 31 december 2025 zijn uitgevoerd dat de facturen en betaalbewijzen wel ouder dan 12 weken mogen zijn. Deze aanvragen moeten uiterlijk 31 december 2026 ingediend zijn.

    • 4.

      Het college kan een door de gemeente aangestelde inspecteur in de gelegenheid stellen de uitgevoerde werkzaamheden ter plaatse te inspecteren.

    • 5.

      Als blijkt dat de werkzaamheden niet aan de gestelde eisen voldoen of niet naar behoren zijn uitgevoerd kan de subsidie worden geweigerd of kan een lager subsidiebedrag worden vastgesteld.

  • Artikel 5 Advies Commissie Omgevingskwaliteit

    • 1.

      Alvorens een beslissing te nemen op de aanvraag kan het college in voorkomende gevallen het advies inwinnen van de Commissie Omgevingskwaliteit.

    • 2.

      De Commissie Omgevingskwaliteit brengt schriftelijk advies uit binnen vier weken na ontvangst van de adviesaanvraag van het college.

  • Artikel 6 Hoogte van de subsidie

    • 1.

      De instandhoudingssubsidie voor woonhuizen, boerderijen, tuinderswoningen, historische interieurs en overige objecten bedraagt 25% van de subsidiabele kosten. De subsidie bedraagt maximaal € 10.000,- per monument over een periode van vijf kalenderjaren.

    • 2.

      De instandhoudingssubsidie voor kerkgebouwen bedraagt 25% van de subsidiabele kosten. De subsidie bedraagt maximaal € 20.000,- per kerkelijk monument over een periode van vijf kalenderjaren.

    • 3.

      De periode van vijf kalenderjaren zoals genoemd in de voorgaande leden bestaat uit het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de vier voorafgaande kalenderjaren. Het maximale bedrag per monument kan eventueel op basis van meerdere subsidieaanvragen worden verleend.

  • Artikel 7 Subsidiabele kosten

    • 1.

      Subsidiabel zijn de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen als bedoeld in de lijst subsidiabele kosten zoals opgenomen in de Leidraad instandhouding monumenten. De leidraad is opgenomen als bijlage 2 van deze Nadere Subsidieregels. Deze bijlage is limitatief en vormt een integraal onderdeel van deze subsidieregeling. De kosten zijn uitsluitend subsidiabel voor zover de werkzaamheden:

      • a.

        strekken tot instandhouding van het monument en zijn monumentale waarden;

      • b.

        sober en doelmatig zijn;

      • c.

        gericht zijn op maximaal behoud van aanwezige historische materialen en constructies.

    • 2.

      Subsidiabel zijn de kosten voor werkzaamheden die zijn gericht op het voorkomen van verval of het voorkomen van gevolgschade.

    • 3.

      Subsidiabel zijn de kosten voor werkzaamheden die zijn gericht op vervanging van materialen die hun functie niet meer kunnen vervullen.

    • 4.

      Niet subsidiabel zijn de kosten voor werkzaamheden die zijn gericht op reconstructie, tenzij deze in uitzonderlijke gevallen naar het oordeel van het college ter versterking van de monumentale waarden gewenst zijn.

    • 5.

      Niet subsidiabel zijn kosten voor werkzaamheden die:

      • a.

        voortvloeien uit veranderd gebruik, tenzij het veranderd gebruik past binnen een door het college vastgesteld besluit tot herbestemming van het monument, en

      • b.

        zijn gericht op comfortverbetering.

    • 6.

      In afwijking van de voorgaande leden kan een subsidie worden verleend voor het treffen van voorzieningen tot gedeeltelijke opheffing van bouwtechnische gebreken en de voorzieningen in het belang van de instandhouding met spoed dienen te worden getroffen.

  • Artikel 8 Voorwaarden voor subsidie

    De eigenaar is verplicht vanaf de aanvang van de werkzaamheden op zijn kosten het gemeentelijk monument te verzekeren dan wel verzekerd te houden tegen brand-, storm- en bliksemschade en na afloop van de werkzaamheden daartegen verzekerd te houden.

     

    Artikel 9 Afwijzingscriteria

    • 1.

      De subsidie wordt in ieder geval niet verstrekt:

      • a.

        voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden;

      • b.

        indien er niet is voldaan aan de voorwaarden uit de artikelen 7 en 8;

      • c.

        indien een benodigde vergunning niet is verleend;

      • d.

        indien de kosten van de voorzieningen niet in redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat;

      • e.

        voor zover de kosten op grond van een verzekering dan wel een andere subsidieregeling dan de onderhavige worden vergoed;

      • f.

        indien dezelfde instandhoudingswerkzaamheden in een aaneengesloten periode van 5 jaar als bedoeld in artikel 6 lid 3 al voor subsidie in aanmerking zijn gekomen;

      • g.

        indien het gemeentelijk monument in een aaneengesloten periode van 5 jaar als bedoeld in artikel 6 lid 3 de maximale subsidie toegekend heeft gekregen;

      • h.

        als het toe te kennen subsidiebedrag minder dan € 500 is.

    • 2.

      De aanvrager dient tijdens de uitvoering van de werkzaamheden eigenaar te zijn van het object waarvoor de subsidie is aangevraagd. Indien de aanvrager het object tijdens deze periode vervreemdt, vervalt het recht op subsidie.

  • Artikel 10 Uitbetaling van de subsidie

    • 1.

      Uitbetaling van de subsidie vindt plaats binnen vier weken na toekenning van de subsidie.

    • 2.

      De subsidie wordt meteen bij verlening vastgesteld.

  • L.

    Aan hoofdstuk 2 Ontmoeten wordt een paragraaf toegevoegd, die komt te luiden:

     

    2.10 Kleine Culturele Initiatieven

     

    Subsidieregeling Kleine Culturele Initiatieven

     

    Artikel 1 Begripsbepaling

    In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

    • -

      Kleinschalig: een eenmalige activiteit of een reeks van maximaal vier bijeenkomsten die samen één geheel vormen;

    • -

      Verbinding: een initiatief wordt als verbindend beschouwd indien het bijdraagt aan sociale cohesie door het versterken van onderlinge relaties en gemeenschapsgevoel. Participatie vormt een vast uitgangspunt: actieve betrokkenheid van bewoners of deelnemers bij de organisatie, voorbereiding en/of uitvoering.

  • Artikel 2 Doelstelling

    De regeling draagt door verbinding middels cultuur bij aan de volgende doelstelling(en):

    • a.

      Het bevorderen van contact en ontmoeting tussen inwoners, waardoor betrokkenheid en samenhang in de gemeenschap worden versterkt (bijvoorbeeld tussen verschillende generaties of culturele achtergronden);

    • b.

      Het betrekken van kwetsbare of geïsoleerde groepen (zoals ouderen);

    • c.

      Het stimuleren van cultuurparticipatie voor inwoners die niet vanzelfsprekend deelnemen aan het reguliere aanbod;

    • d.

      Het versterken van samenwerking tussen cultuur en het sociaal domein.

  • Artikel 3 Aanvrager

    Subsidie kan worden aangevraagd door:

    • a.

      organisaties/inwoners met culturele doelstelling die met hun initiatief voor verbinding zorgen;

    • b.

      organisaties/inwoners zonder culturele doelstelling die met hun initiatief cultuur als middel inzetten om verbinding te verwezenlijken.

  • Artikel 4 Subsidieplafond en verdeling

    • 1.

      Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

    • 2.

      Subsidies worden verstrekt zolang er middelen zijn binnen het subsidieplafond.

    • 3.

      Als een aanvraag wordt afgewezen wegens het bereiken van het subsidieplafond, kan in een volgende subsidieronde een aanvraag voor hetzelfde initiatief worden ingediend.

    • 4.

      Aanvragen worden in volgorde van binnenkomst behandeld. De datum waarop de aanvraag volledig is, geldt als de datum van binnenkomst.

  • Artikel 5 Subsidiabele activiteiten en hoogte subsidie

    • 1.

      Subsidie kan worden aangevraagd voor kunstzinnige en/of culturele activiteiten in één van de disciplines erfgoed, beeldende kunst, architectuur, muziek, dans, zang, theater, woordkunst en (moderne) mediakunst, of mengvormen daarvan. De activiteit dient te worden georganiseerd binnen de Gemeente Westland, bij voorkeur op wijk- of kernniveau.

    • 2.

      Het project mag niet behoren tot/is geen wervingsactie voor reguliere activiteiten van de betreffende organisatie.

    • 3.

      Het project moet een ander publiek dan wel andere deelnemers trekken dan alleen het reguliere publiek/deelnemers van de betreffende organisatie.

    • 4.

      Het toe te kennen bedrag bedraagt maximaal 1.800 euro.

    • 5.

      Westland Cultuurweb kan besluiten een lagere bijdrage dan aangevraagd toe te kennen. De directeur van Westland Cultuurweb betrekt in de argumentatie hierover het advies van de commissie, zoals genoemd in artikel 7 lid 2 van deze regeling.

  • Artikel 6 Eisen aan de subsidieaanvraag

    • 1.

      Voor het project wordt een begroting met dekkingsplan ingediend.

    • 2.

      Er kan uitsluitend een bijdrage worden gevraagd voor kosten die direct verband houden met (de organisatie van) de kunstzinnige en/of culturele activiteit. De opgevoerde kosten dienen in verhouding te zijn met de impact van het initiatief.

    • 3.

      De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van de aanvraagformulieren zoals Westland Cultuurweb deze op haar site heeft gepubliceerd.

    • 4.

      Voor het aanvragen van een financiële bijdrage gelden de volgende uiterlijke indiendata:

      • a.

        1 februari voor projecten in maart en april

      • b.

        1 april voor projecten in mei en juni

      • c.

        1 juni voor projecten in juli en augustus

      • d.

        1 augustus voor projecten in september en oktober

      • e.

        1 oktober voor projecten in november en december

      • f.

        1 december voor projecten in januari en februari van het komende jaar

    • 5.

      Een aanvrager kan twee keer per jaar een aanvraag indienen. Westland Cultuurweb en de commissie behouden de vrijheid om nieuwe aanvragers voorrang te verlenen wanneer het beschikbare budget niet toereikend is.

  • Artikel 7 Beoordelingscriteria

    • 1.

      De aanvraag dient een kleinschalige activiteit te zijn waarbinnen kunst en cultuur de hoofdrol spelen en die mensen met elkaar verbindt, zoals omschreven in artikel 1 van deze regeling. De activiteit moet eveneens voldoen aan (een van de) doelstellingen uit artikel 2 van deze regeling.

    • 2.

      Een onafhankelijke commissie van minimaal drie personen toetst de aanvragen aan de criteria uit de regeling en adviseert de directeur van Westland Cultuurweb over toekenning.

  • Artikel 8 Weigeringsgronden

    • 1.

      Subsidie kan worden geweigerd in de situaties genoemd in artikel 14 van de Algemene Subsidieverordening Westland 2024.

    • 2.

      Subsidie wordt eveneens geweigerd wanneer het subsidieplafond is bereikt.

  • Artikel 9 Beslistermijn, uitbetaling en verantwoording

    • 1.

      De directeur van Westland Cultuurweb neemt op grond van de adviezen van de commissie een besluit over toekenning van de bijdrage. De aanvrager ontvangt uiterlijk binnen twee weken na bovenstaande indiendata een reactie.

    • 2.

      Bij een toekenning wordt de bijdrage binnen twee weken na het verzenden van de toekenningsbrief door Westland Cultuurweb aan de aanvrager overgemaakt.

    • 3.

      Na afloop van het project stuurt de aanvrager binnen een maand een korte inhoudelijke en financiële verantwoording.

  • M.

    Artikel 5 van paragraaf 3.1 Sport komt als volgt te luiden:

     

    Artikel 5 Subsidies Topsport Westland

    • 1.

      Het college kan subsidies verstrekken voor:

      • a.

        deelname van Westlandse topsportverenigingen aan internationale kampioenschappen en competities;

      • b.

        de organisatie van topsportevenementen;

      • c.

        de ondersteuning van Westlandse topsporttalenten.

    • 2.

      De subsidies zoals genoemd in lid 1 onder a worden alleen verleend aan Westlandse topsportverenigingen die spelen op een toernooi dat erkend is door een internationale bond. De subsidie bedraagt maximaal € 2.500 per speelronde, met een maximum van € 10.000 per jaar/seizoen. De activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend dienen een aantoonbare bijdrage te leveren aan de sportontwikkeling naar een hoger (inter)nationaal niveau. Aan het verlenen van de subsidie wordt de voorwaarde verbonden dat een tegenprestatie wordt verleend.

    • 3.

      De subsidies zoals genoemd in lid 1 onder c worden alleen verleend aan Westlandse topsporters die in bezit zijn van een status van NOC*NSF. De subsidie bedraagt maximaal € 1.000 per jaar en wordt per topsporter ten hoogste eenmaal per jaar verleend met een maximum van drie jaar. De activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend dienen een aantoonbare bijdrage te leveren aan de sportontwikkeling naar een hoger (inter)nationaal niveau. Aan het verlenen van de subsidie wordt de voorwaarde verbonden dat een tegenprestatie wordt verleend.

    • 4.

      De subsidie mag niet kostendekkend zijn. Daarom moet er aantoonbaar sprake zijn van een bijdrage van de aanvrager zelf of derden.

    • 5.

      De subsidies zoals genoemd in het eerste lid kunnen gedurende het gehele jaar worden aangevraagd. Voor subsidies zoals genoemd in lid 1 onder a kan worden afgeweken van de indieningstermijn zoals genoemd in artikel 12 lid 2 van de ASV, als wordt aangetoond dat de voorgeschreven indieningstermijn niet kan worden gehaald.

    • 6.

      Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

    • 7.

      Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan de complete aanvragen die voldoen aan de in deze regels gestelde criteria en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het bereiken van de beleidsdoelstelling van de gemeente.

  • N.

    Aan hoofdstuk 4 Educatie en Ontwikkeling wordt een paragraaf toegevoegd, die komt te luiden:

     

    4.5 Groenblauwe schoolpleinen

     

    Subsidieregeling groenblauwe schoolpleinen

     

    Artikel 1 Begripsbepaling

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    • -

      ASV: Algemene subsidieverordening Westland 2024;

    • -

      groenblauw schoolplein: door beplanting vergroend schoolplein, met ruimte voor waterberging of infiltratie van hemelwater, waarbij het plein een educatieve speel- en beweegplek is voor kinderen van de school en buurt;

    • -

      college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland;

    • -

      schoollocatie: adres gekoppeld aan het schoolplein;

    • -

      schoolplein: plein behorend bij een schoollocatie van het schoolbestuur waar kinderen kunnen buiten spelen;

    • -

      aanvraagformulier: het aanvraagformulier subsidie groenblauwe schoolpleinen opgesteld door gemeente Westland voor het aanvragen van de subsidie;

    • -

      vaststellingsformulier: het vaststellingsformulier subsidie groenblauwe schoolpleinen opgesteld door gemeente Westland voor het vaststellen van de subsidie.

  • Artikel 2 Doelstelling activiteiten

    Deze regeling is gericht op het stimuleren van vergroening van het schoolplein, met als gevolg het samenkomen van buiten bewegen en educatie.

     

    Artikel 3 Doelgroep

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een school, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs binnen de Westlandse gemeentegrenzen.

     

    Artikel 4 Subsidiabele kosten en activiteiten

    De subsidie bedraagt ten hoogste € 50.000 per school, waarbij geldt dat:

    • 1.

      ten hoogste € 40.000 bedoeld is als bijdrage aan het herinrichten van het schoolplein;

    • 2.

      ten hoogste € 5.000 bedoeld is als bijdrage in de gemaakte kosten voor het door een professionele partij laten opstellen van een op uitvoeringsniveau uitgewerkt ontwerp voor de herinrichting van een groenblauw schoolplein en een planning van de uitvoering, begroting en financieel dekkings- en onderhoudsplan voor de komende 5 jaar;

    • 3.

      ten hoogste €5.000 bedoeld is als tegemoetkoming voor beheer en onderhoud van het nieuw ingerichte plein, wat bijdraagt aan de vergroening van het schoolplein, met uitzondering van:

      • a.

        kosten voor werkzaamheden die niet bijdragen aan de in artikel 2 van deze regeling genoemde doelstelling;

      • b.

        kosten voor werkzaamheden die van overheidswege zijn opgelegd.

    • 4.

      indien de aanvraag lager uitvalt zullen de bedragen in de afbakening per onderwerp naar verhouding afnemen.

  • Artikel 5 Subsidieplafond en verdeling

    • 1.

      Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

    • 2.

      Het subsidieplafond wordt over complete aanvragen verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst.

  • Artikel 6 Eisen aan het ontwerp

    Het ontwerp van het schoolplein moet voldoen aan de eisen zoals geformuleerd in bijlage 3 van deze Nadere Subsidieregels.

     

    Artikel 7 Bepaling kosten als grondslag voor de subsidie

    Voor de toepassing van het bepaalde in artikel 4 van deze regeling worden bij de bepaling alle kosten betrokken die naar het oordeel van het College redelijkerwijs verband houden met het project, met uitzondering van:

    • a.

      kosten – gederfde inkomsten daaronder begrepen – die verband houden met de eigen inzet of de inzet van eigen personeel van de aanvrager;

    • b.

      kosten voor het opstellen en indienen van een aanvraag om de subsidie groenblauwe schoolpleinen aan te vragen

  • Artikel 8 Aanvraag subsidie en aanvraagperiode

    • 1.

      De subsidie kan worden aangevraagd door schoolbesturen, met uitzondering van overheidspartijen. Overheidspartijen kunnen wel voor een derde partij - zijnde een niet-overheidspartij - als intermediair optreden en voor deze derde partij een subsidie aanvragen.

    • 2.

      De aanvrager dient de aanvraag uiterlijk 30 juni van het lopende kalenderjaar in met een aanvraagformulier dat juist en volledig ingevuld en ondertekend is inclusief bijbehorende bijlagen.

    • 3.

      In aanvulling op de aanvraageisen voor een subsidie van meer dan € 10.000 van de ASV, gaat de aanvraag voor een subsidie vergezeld van een realistische en sluitende projectbegroting met onderbouwing en offertes voor de te maken kosten.

    • 4.

      Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Het moment van binnenkomst is het moment waarop de subsidieaanvraag volledig is ingediend inclusief bijbehorende bijlagen.

  • Artikel 9 Beoordeling van de aanvraag en verzoek om een voorschot

    De beoordeling van een aanvraag voor een subsidie gebeurt met inachtneming van de ASV. In afwijking of aanvulling daarop geldt:

    • 1.

      In aanvulling op artikel 8 van deze regeling wordt bij de subsidieaanvraag een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier Groenblauwe schoolpleinen overgelegd inclusief de gevraagde bijlagen;

    • 2.

      Per school kan voor ten hoogste één vestiging subsidie worden aangevraagd;

    • 3.

      Een aanvraag voor een subsidie wordt ingediend ten minste 12 weken voordat met de realisatie van het project wordt gestart;

    • 4.

      Het college beslist op de aanvraag binnen 12 weken na ontvangst van een complete aanvraag;

    • 5.

      Op verzoek van de aanvrager kan een voorschot worden verleend ter hoogte van maximaal 50% van het subsidiebedrag, genoemd in het besluit tot verlening van deze subsidie;

    • 6.

      Om voor een subsidie in aanmerking te komen dient het project te passen binnen de doelstelling uit artikel 2 van deze regeling als ook moet worden voldaan aan alle in deze regeling genoemde voorwaarden.

  • Artikel 10 Vaststelling subsidie

    • 1.

      De termijn voor het indienen van een aanvraag om vaststelling van een subsidie is 12 weken na realisatie van het project waarvoor deze bijdrage is verleend.

    • 2.

      De aanvrager dient de aanvraag om vaststelling van een subsidie in met een aanvraagformulier dat juist en volledig ingevuld en ondertekend is inclusief bijbehorende bijlagen. Het vaststellingsformulier gaat vergezeld van een activiteitenverslag, een financieel verslag en beeldmateriaal dat de situatie vóór en ná uitvoering van het project weergeeft.

    • 3.

      De vaststelling van de subsidie gebeurt op basis van de werkelijk gemaakte kosten. De subsidie is gemaximeerd tot het bedrag dat in het besluit tot verlening staat.

    • 4.

      In afwijking van de beslistermijn vaststelling subsidies van meer dan € 10.000 uit de ASV, besluit het college op een aanvraag om vaststelling van de subsidie binnen 12 weken na ontvangst van een complete aanvraag.

  • Artikel 11 Weigeringsgronden

    In aanvulling op de weigeringsgronden uit de ASV kan de subsidieverlening worden geweigerd indien:

    • a.

      al eerder door het college een subsidie is verstrekt voor de herinrichting van een groenblauw schoolplein op de betreffende schoollocatie;

    • b.

      het gebruik van het schoolgebouw door de aanvrager in de komende vijf jaar onzeker is;

    • c.

      de schoollocatie binnen 5 jaar nieuwbouw of grootschalige renovatie zal ondergaan volgens het huidige of toekomstige integraal huisvestingsplan van de gemeente;

    • d.

      het activiteiten betreft waarvoor reeds uit anderen hoofde subsidie wordt verstrekt;

    • e.

      op de locatie van het schoolplein vanuit bevoegd gezag een beschikking aanwezig is om nader bodemonderzoek of bodemsanering uit te voeren;

    • f.

      het niet voldoet aan de eisen zoals genoemd in bijlage 3 van deze Nadere Subsidieregels: ‘eisen ontwerp groenblauwe schoolpleinen’.

  • Artikel 12 Intrekking en wijziging niet vastgestelde subsidie; terugvordering voorschot

    • 1.

      Het college kan zo lang de subsidie niet is vastgesteld het besluit tot toekenning van een subsidie intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen, indien:

      • a.

        uiterlijk 6 maanden na verlening van de subsidie aan de realisatie van een project waarvoor de subsidie is verleend geen begin is gemaakt;

      • b.

        na verlening van de subsidie de ontvanger van de subsidie niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;

      • c.

        de ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;

      • d.

        de verlening van de subsidie anderszins onjuist was en de ontvanger ervan dit wist of behoorde te weten.

    • 2.

      Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet doorgaan en/of indien geen aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt ingediend, is het college bevoegd een betaald voorschot terug te vorderen.

  • O.

    Artikel 1, vijfde lid van paragraaf 5.1 Verduurzaming en obstakelvrije ruimte voor modernisering (VORM) komt als volgt te luiden:

     

    • 5.

      glastuinbouwdeskundige: het adviserend overleg bestaande uit vertegenwoordigers van de gemeente Westland, het Hoogheemraadschap van Delfland en Glastuinbouw Westland;

  • P.

    In artikel 1 van paragraaf 5.1 Verduurzaming en obstakelvrije ruimte voor modernisering (VORM) vervalt het achtste lid en worden de leden 9 tot en met 13 vernummerd tot 8 tot en met 12.

     

  • Q.

    Artikel 3, tweede lid van paragraaf 5.1 Verduurzaming en obstakelvrije ruimte voor modernisering (VORM) komt als volgt te luiden:

     

    • 2.

      het verkopen en leveren van het gehele zo vrijkomende (woon)perceel aan een ondernemer met een volwaardig glastuinbouwbedrijf.

  • R.

    Artikel 8, derde lid van paragraaf 5.1 Verduurzaming en obstakelvrije ruimte voor modernisering (VORM) komt als volgt te luiden:

     

    • 3.

      een aanduiding van de potentieel koopgegadigde, waaruit blijkt dat dit een ondernemer met een volwaardig glastuinbouwbedrijf is; en

  • S.

    In de toelichting op paragraaf 5.1 Verduurzaming en obstakelvrije ruimte voor modernisering (VORM) wordt onder het kopje ‘Ad artikel 3: (Subsidiabele activiteiten) onder d de zinsnede ‘, of aan het Ontwikkelingsbedrijf HOT Westland’ verwijderd.

     

  • T.

    In de toelichting op paragraaf 5.1 Verduurzaming en obstakelvrije ruimte voor modernisering (VORM) wordt onder het kopje ‘Ad artikel 3: (Subsidiabele activiteiten) de alinea ‘Indien woning te koop wordt aangeboden … bij verkoop aan dit Ontwikkelingsbedrijf HOT Westland.’ verwijderd.

     

  • U.

    de toelichting op paragraaf 5.1 Verduurzaming en obstakelvrije ruimte voor modernisering (VORM) wordt onder het kopje ‘Ad artikel 10: (Aanvullende verplichtingen) de zinsnede ‘of aan het Ontwikkelingsbedrijf HOT Westland’ verwijderd.

     

  • V.

    Artikel 1, onder g van paragraaf 5.2 Transformatiefonds komt als volgt te luiden:

     

    hoofdwinkelcircuit: (ook wel kern winkelgebied) in de detailhandelsvisie Westland 2021-2026 zijn in de winkelgebieden straten aangeduid als hoofdwinkelcircuit, waar primair detailhandel gewenst is;

     

  • W.

    Artikel 2 van paragraaf 5.2 Transformatiefonds komt als volgt te luiden:

     

    Artikel 2 Doel van het transformatiefonds

    Het doel van het transformatiefonds is om transformatie in en verplaatsingen naar Westlandse kernwinkelgebieden versneld op gang te laten komen, waardoor bijgedragen wordt aan aantrekkelijke en toekomstbestendige winkelgebieden en er meer ruimte wordt gecreëerd voor woondoeleinden buiten de winkelgebieden.

     

  • X.

    Onderdeel d van artikel 3 van paragraaf 5.2 Transformatiefonds vervalt.

     

  • Y.

    Artikel 6 van paragraaf 5.2 Transformatiefonds komt als volgt te luiden:

     

    Artikel 6 Subsidiehoogte

    • 1.

      De hoogte van de subsidie ten behoeve van de tegemoetkoming in (ver)bouwkosten, zoals genoemd in artikel 3 onder a van deze subsidieregeling, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000.

    • 2.

      De hoogte van de subsidie ten behoeve van de tegemoetkoming in verhuiskosten, zoals genoemd in artikel 3 onder b van deze subsidieregeling, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000.

    • 3.

      De hoogte van de subsidie ten behoeve van de tegemoetkoming in huurkosten, zoals genoemd in artikel 3 onder c van deze subsidieregeling, bedraagt 12 keer het verschil tussen de oude en nieuwe maandhuur, met een maximum van € 5.000.

    • 4.

      Indien toepassing van lid a tot en met c van artikel 3 ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 1.000 wordt de subsidie niet verstrekt.

  • Z.

    De aanhef boven de opsomming in artikel 8, eerste lid van paragraaf 5.2 Transformatiefonds komt als volgt te luiden:

     

    • 1.

      Als een subsidieaanvraag wordt gedaan voor de subsidiabele activiteiten genoemd in artikel 3 onder a, dan bevat de aanvraag:

  • AA.

    Artikel 9, derde lid van paragraaf 5.2 Transformatiefonds vervalt.

     

  • BB.

    Artikel 10, eerste lid van paragraaf 5.2 Transformatiefonds komt als volgt te luiden:

     

    • 1.

      Voor de vaststelling van de subsidie voor activiteiten in artikel 3, onder a, dient het projectplan volledig te zijn uitgevoerd, binnen de aangegeven tijdsplanning in artikel 8, onder 1 f.

  • CC.

    In artikel 11 van paragraaf 5.2 Transformatiefonds vervalt het tweede lid en wordt lid 3 vernummerd tot 2.

     

  • DD.

    In de toelichting op artikel 2 Doel van de Subsidieregeling van paragraaf 5.2 Transformatiefonds wordt na de eerste alinea de zin ‘Daarnaast wordt het aantrekkelijker gemaakt voor starters om zich te vestigen in de kernwinkelgebieden van Westland.’ toegevoegd.

     

  • EE.

    De toelichting op artikel 3 van de Subsidieregeling van paragraaf 5.2 Transformatiefonds komt als volgt te luiden:

     

    Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

    Subsidieaanvragen kunnen worden verleend, indien de aanvragen het doel (zoals omschreven in artikel 2) dienen.

     

    In artikel 3 onder a staat vermeld dat tegemoet wordt gekomen in de bouw- en verbouwkosten die door de aanvrager worden gemaakt ten behoeve van de transformatie van een bedrijfspand of winkelpand buiten het kernwinkelgebied naar een woning. Tevens wordt er financieel ondersteund bij het verbouwen van panden in het kernwinkelgebied. Bij ruimtelijke procedures als gevolg van transformaties zijn doorgaans bepaalde onderzoeken noodzakelijk. Hierbij is inhuur van externe onderzoeksbureaus vaak nodig. Zo kan het gaan om de inhuur van een bouwtechnicus, financieel adviseur, of architect. Een deel van deze kosten wordt vanuit de regeling vergoed.

     

    In sommige gevallen is het zo dat de transformatiekosten hoger zijn dan de opbrengsten van het vastgoed, dan spreken we over zogenaamde onrendabele toppen. Dit vormt een drempel om over te gaan tot transformatie. De Subsidieregeling Transformatiefonds Westland biedt ook een tegemoetkoming voor deze onrendabele toppen, mits ze aantoonbaar zijn. Ook bouwkosten en overige kosten die met de bouw gemoeid gaan behoren tot de mogelijkheden van dit fonds.

     

    In artikel 3 onder b wordt aangegeven dat voor de verplaatsingskosten die worden gemaakt in het kader van de transformatie een eenmalige bijdrage wordt vergoed. We vinden het belangrijk dat ondernemers van centrumgerichte voorzieningen (o.a. detailhandel, horeca) die willen verplaatsen van buiten naar binnen de hoofdwinkelcircuits hierin zo goed mogelijk worden gefaciliteerd. Hierbij kan het gaan om ondernemers gelegen in de transformatiegebieden zoals benoemd in de Detailhandelsvisie Westland 2021-2026, evenals ondernemers die bijvoorbeeld vanuit verspreide bewinkeling in de woonkern willen verplaatsen naar het hoofdwinkelcircuit. Verhuiskosten kunnen hoog oplopen, met name als het gaat om zware of kwetsbare apparatuur. Met de tegemoetkoming kan een verhuisbedrijf worden ingeschakeld die de volledige inboedel zowel kan inpakken op de oude locatie, als uitpakken op de nieuwe locatie binnen het hoofdwinkelcircuit. Daarnaast vraagt een verplaatsing veelal ook om een gedeeltelijke herinrichting van het nieuw te betrekken pand, eventuele aankondigingen van de verhuizing via (sociale) media, maar ook een officiële opening. Het fonds schiet tot maximaal € 10.000 bij op dergelijke kosten.

     

    In artikel 3 onder c is beschreven dat we ondernemers in winkelpanden of bedrijfspanden in Westland buiten de hoofdwinkelcircuits, die wegens transformatie hun onderneming verplaatsen naar de hoofdwinkelcircuits, tegemoetkomen in de huurkosten. De huurprijs in het hoofdwinkelcircuit ligt doorgaans hoger dan daarbuiten. Dit kan een barrière vormen voor ondernemers om te verhuizen. Daar tegenover is het hoofdwinkelcircuit veelal een aantrekkelijkere locatie voor ondernemers, er is meer traffic, wat meer potentiële klanten c.q. omzet oplevert. Om de hogere huurprijs de eerste periode te dekken is een eenmalige tegemoetkoming beschikbaar gesteld. De subsidiehoogte bedraagt een maximaal bedrag van € 5.000 dat berekend wordt op basis van 12 keer het verschil tussen de kale oude huurprijs en de kale nieuwe huurprijs. Deze subsidie wordt slechts toegekend aan ondernemers van centrumgerichte functies die zich vestigen in of verplaatsen naar de hoofdwinkelcircuits van de dorpscentra in de Westlandse dorpskernen, zoals omschreven in de detailhandelsvisie van de gemeente Westland.

     

  • FF.

    De toelichting op artikel 6 van de Subsidieregeling van paragraaf 5.2 Transformatiefonds komt als volgt te luiden:

     

    Artikel 6 Subsidiehoogte

    Als een subsidieaanvraag wordt gedaan voor de subsidiabele activiteiten genoemd in artikel 3 onder a, b of c worden de subsidiabele kosten tot een maximumbedrag door de gemeente gesubsidieerd, dan al niet middels cofinanciering. Het overige deel dient de aanvrager zelf of met hulp van derden te financieren.

     

  • GG.

    De toelichting op artikel 9 van de Subsidieregeling van paragraaf 5.2 Transformatiefonds vervalt.

     

  • HH.

    Aan paragraaf 5.3 Economie wordt een artikel toegevoegd, dat komt te luiden:

     

    Artikel 2 Versterken ondernemerschap en economisch klimaat

    • 1.

      Het college kan subsidie verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan het versterken van het ondernemersklimaat en het ondersteunen van het midden- en kleinbedrijf binnen de gemeente Westland. Subsidie wordt verstrekt voor het aanbieden van een combinatie van alle onderstaande activiteiten:

      • a.

        het behartigen van de collectieve belangen van ondernemers;

      • b.

        het bevorderen van kennisdeling en samenwerking tussen ondernemers;

      • c.

        het versterken van het vestigingsklimaat door deelname aan overlegstructuren en platforms, en

      • d.

        het stimuleren van ontmoeting en samenwerking tussen ondernemers.

    • 2.

      De subsidie wordt verstrekt aan organisaties zonder winstoogmerk die aantoonbaar actief zijn in het vertegenwoordigen en ondersteunen van ondernemers binnen de gemeente Westland.

    • 3.

      Het college stelt per kalenderjaar een subsidieplafond vast.

    • 4.

      Indien het subsidieplafond overschreden dreigt te worden, geeft het college de voorkeur aan organisaties of activiteiten die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het versterken van het ondernemers- en vestigingsklimaat in de gemeente Westland.

  • II.

    Artikel 9, tweede lid van paragraaf 5.4 Agenda BIZ komt als volgt te luiden:

     

    • 2.

      De activiteiten komen enkel in aanmerking voor subsidie, als de activiteiten een bijdrage leveren aan het versterken van aantrekkelijke winkelcentra met een maximum van vier aanvragen per BIZ per jaar en tot een maximum van € 10.000 per jaar.

  • JJ.

    Bijlage 1 van de Nadere Subsidieregels vervalt en bijlage 2 vernummert tot 1.

     

  • KK.

    In de tabel in bijlage 1 (nieuw) wordt onder het kopje ‘Basisvoorzieningen ten behoeve van een aanvraag voor een Investeringssubsidie accommodaties sport en scouting’ in alfabetische volgorde de optie ‘Eerste inrichting bewegingsonderwijs primair onderwijs’ met in de vakjes daarachter ‘ja’, ‘nee’, ‘nee’ ingevoegd.

     

  • LL.

    In de tabel in bijlage 1 (nieuw) wordt onder het kopje ‘Basisvoorzieningen ten behoeve van een aanvraag voor een Investeringssubsidie accommodaties sport en scouting’ in alfabetische volgorde de optie ‘Energieadvies ten behoeve van duurzame verwarmingsmaatregelen’ met in de vakjes daarachter ‘ja’, ‘ja, ‘ja’ ingevoegd.

     

  • MM.

    In de tabel in bijlage 1 (nieuw) onder het kopje ‘Basisvoorzieningen ten behoeve van een aanvraag voor een Investeringssubsidie accommodaties sport en scouting’ komt de optie ‘Nutsvoorzieningen’ als volgt te luiden:

     

    Nutsvoorzieningen, exclusief Cv-ketels. Inclusief duurzame verwarmingsmaatregelen met bewezen noodzaak op basis van een energieadvies.

     

  • NN.

    In de tabel in bijlage 1 (nieuw) onder het kopje ‘Uitgesloten’ komt de optie ‘Duurzaamheidsmaatregelen’ als volgt te luiden:

     

    Duurzaamheidsmaatregelen (exclusief duurzame verwarmingsmaatregelen)

     

  • OO.

    Aan de Nadere Subsidieregels wordt een bijlage toegevoegd die komt te luiden:

     

    Bijlage 2: Leidraad instandhouding monumenten

     

    INLEIDING

    Deze ‘Leidraad instandhouding monumenten’ hoort bij artikel 7 van de Subsidieregeling instandhouding gemeentelijke monumenten Westland.

    Dit is een bijlage ten behoeve van de berekening van de subsidiabele kosten bij de restauratie van gemeentelijke monumenten in het Westland. In deze leidraad wordt uiteengezet welke activiteiten subsidiabel zijn.

    Voorzieningen die niet voorkomen in de leidraad worden niet vergoed. Eventuele nieuwe technieken of onvoorziene vondsten, die ten tijde van de vaststelling van deze leidraad nog niet in gebruik of bekend waren, kunnen na goedkeuring door het college alsnog in aanmerking komen voor restauratiesubsidie. De eigenaar dient hiervoor een subsidieverzoek in.

     

    Subsidiabele kosten

    Subsidiabel zijn de kosten van voorzieningen die strekken tot instandhouding van het beschermde monument en zijn monumentale waarden, sober, doelmatig en technisch noodzakelijk zijn en gericht op maximaal behoud van aanwezige historische materialen en constructies en de voorzieningen gericht zijn op vervanging van materialen die hun functie niet meer kunnen vervullen.

    Restauratie of instandhouding van een monument heeft betrekking op het casco van een gebouw: de hoofdstructuur van het gebouw bestaande uit de dragende onderdelen en het omhulsel, te weten dak-, kap- en gebintconstructie, vloeren, balklagen dragende muren, fundering, kelder en gewelven. Daarnaast valt het in stand houden of het terugbrengen van één of meer monumentale onderdelen onder de restauratiesubsidie.

     

    SUBSIDIABELE KOSTEN

     

    00 KOSTEN TEN BEHOEVE VAN DE PLANONTWIKKELING – EN UITVOERING

     

    00.01 Aannemerskosten

    • Materiaalkosten op grond van deze leidraad.

    • Loonkosten van het aannemerspersoneel en werkzaamheden van onderaannemers.

  • 00.02 Doe het zelf kosten

    • Materiaalkosten op basis van deze leidraad.

    • De afschrijving van huur van het benodigde materiaal (in de zin van gereedschappen, e.d.).

  • 00.03 Architect-/plankosten:

    • De kosten van het opstellen van een instandhoudingsplan met de daarbij behorende stukken (zoals plan, begroting, werkomschrijving en tekeningen) tot een maximum van € 1.000,-.

    • De kosten voor ontwerpwerkzaamheden.

  • 00.04 Overige kosten

    • Bouw- en kleur historisch onderzoek, mits voorgeschreven dan wel vooraf goedgekeurd door het college.

    • Specifieke onderzoeken, mits voorgeschreven of na goedkeuring door het college, zoals bouwfysisch onderzoek (naar zout- en vochtproblemen), constructie- en/of bouwtechnisch onderzoek en werktuigbouwkundig onderzoek.

    • Specialistische werkzaamheden door derden, mits geadviseerd dan wel vooraf goedgekeurd door het college.

  • 01 TEN BEHOEVE VAN DE UITVOERING

     

    01.01 bouwplaats voorzieningen

    • Het (tijdelijk) inzetten van groot materiaal (zoals damwanden, steigers, hijskranen, e.d.) ten behoeve van de instandhoudingswerkzaamheden.

  • 01.02 saneringen, verwijderingen en stutwerk

    • Het tijdelijk verwijderen van materialen c.q. onderdelen, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de instandhoudingswerkzaamheden inclusief het daarvoor in te zetten materiaal (zoals containers).

    • Stut- en stempelwerk tijdens werkzaamheden.

    • Beschermende voorzieningen voor monumentale onderdelen (zoals het bijvoorbeeld het voor en/of tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dichtleggen van een dak, afdekken van een vloer en inpakken van het orgel en meubilair).

  • Niet subsidiabel zijn:

    • Kosten voortvloeiend uit doorbreuken ten behoeve van comfortverbetering en veranderd gebruik.

  • 02 TERREININRICHTING EN BIJBEHOREND

     

    02.01 Grondwerken en terreinverharding

    • Het schoon en op diepte houden van sloten en andere waterwerken voor zover dit aantoonbaar van belang is voor de instandhouding van het monument.

    • Het aanbrengen van nieuwe beschoeiingen en vervangen van onderdelen daarvan indien nodig voor de instandhouding van de historische oeverlijn, voor zover deze deel uitmaakt van de redengevende omschrijving.

    • De instandhouding van bestrating voor zover deze deel uitmaakt van het monument en de instandhouding ervan bijdraagt aan de esthetische waarde van het monument, voor zover deze deel uitmaakt van de redengevende omschrijving.

    • Herstel van bestrating na herstelwerkzaamheden en onderhoudswerkzaamheden met betrekking tot het monument, voor zover deze deel uitmaakt van het monument en de instandhouding ervan bijdraagt aan de esthetische waarde van het monument.

  • 02.02 Terreininrichting

    • Instandhouding of indien noodzakelijk vervanging van bouwkundige elementen zoals hekwerken, bruggetjes, tuinornamenten en kassen voor zover omschreven in de redengevende omschrijving.

    • De instandhouding van landschappelijke elementen die bijdragen aan het historische erf- of tuininrichting en voor zover deze bijdragen aan het behoud van het karakter van het monument en voor zover omschreven in de redengevende omschrijving.

    • Onder maatregelen om een bij een monument behorende monumentale boom duurzaam in stand te houden, zijn in elk geval begrepen:

      • Structurele groeiplaatsverbetering.

      • Bescherming van de groeiplaats.

      • Kroonsnoei (herstel- en stabilisatie-snoei).

      • Kroonverankering.

      • Onderzoek dat leidt tot de onder 05 genoemde maatregelen (verbetering en bescherming van de groeiplaats, kroonsnoei en kroonverankering).

  • 03 CASCO GEBOUWD ERFGOED

     

    03.01 Funderingen en damwanden

    • De instandhouding van funderingsconstructies en/of damwanden (hout, beton, metselwerk of staal).

    • De vervanging dan wel het aanbrengen van funderingsconstructies en/of damwanden (hout, beton, metselwerk of staal).

  • 03.02 Beton

    • Herstelwerkzaamheden aan betonwerken, zowel geveldetailleringen als constructies.

    • Behandelen van betonwerk als gevolg van roestende bewapening, vocht en water voor zover drainage geen oplossing biedt. Dit laatste mits door het college goedgekeurd.

  • 03.03 Metselwerk en bijbehorend

    • De instandhouding van dragend metselwerk zoals gevels, wanden, gewelven, kolommen, molenrompen, fabrieksschoorstenen, tuinmuren en dergelijke.

    • Herstellen van scheuren en het vervangen van kapotte stenen (inboeten).

    • Het herstellen van voegwerk indien aantoonbaar dat de waterkerende werking van de gevel niet meer voldoet en de instandhouding van het monument wordt bedreigd. De voegen dienen conform de bestaande situatie te worden vervangen met een gelijk materiaal.

    • Voor het maken van dilatatievoegen bij scheurend metselwerk.

    • Het met water reinigen (onder lagedruk zonder toevoegingen van chemicaliën of zand) van gevels voor de verwijdering van algen, mos en dergelijke, mits noodzakelijk voor het in stand houden van het monument.

    • Het om bouwfysische redenen behandelen van metselwerk.

  • Niet subsidiabel zijn:

    • (zand)stralen en hydrofoberen van metselwerk

  • 03.04 Houtconstructies

    • Het in stand houden en vervangen van draag-, gewelf-, kap- en vakwerkconstructies zoals onder andere balken, gootconstructies, gordingen, hijsbalken, kapspanten, muurstijlen, windveren, dakmakelaars, dakbeschot, vloerdelen, gewelfbeschot, tengels, roeflatten, sporen en bijbehorende betimmeringen. Om zowel materiaal- als bouwtechnische redenen.

    • Het vervangen van houten elementen/onderdelen aan het casco voor zover deze van belang zijn voor de instandhouding van het monument en de karakteristieke waarden van het monument.

    • Behandelingen tegen houtaantasters als insecten, kevers, schimmels en zwammen.

    • Bescherming tegen vocht.

  • 03.05 Metaalconstructies

    • Het vervangen van gietijzeren, smeedijzeren en/of stalen constructies.

    • Roestwerende behandelingen van elementen die van belang zijn voor de instandhouding van het monument, dan wel van belang zijn voor het monumentale karakter.

  • 03.06 Rookkanalen

    • Het vervangen of in stand houden van schoorstenen en bijbehorende rookkanalen en sierelementen (roosters, kappen e.d.).

  • 03.07 Kozijnen, ramen en deuren

    • Het vervangen van kozijnen, ramen en deuren voor zover materiaal technisch dan wel constructief noodzakelijk en mits vervangen door een overeenkomstig exemplaar.

    • Het vervangen van dakkoepels, lichtstraten, galmborden, dakluiken en dergelijke voor zover materiaal technisch dan wel constructief noodzakelijk en mits vervangen door een overeenkomstig exemplaar.

    • Het in stand houden van historisch hang- en sluitwerk.

  • Niet subsidiabel:

    • Het inbraak werend maken van ramen en deuren door bijvoorbeeld dievenklauwen.

  • 03.08 Dakbedekking

    • Het vervangen van dakbedekking (zoals onder andere riet, pannen, leien, lood, zink en bitumineuze dakbedekking).

    • Het in stand houden en plaatselijk vervangen van rietdaken.

    • Het vervangen van bedekkingen (zoals koper, lood, zink, leien en natuursteen) van onder andere gevels, zijwangen van dakkapellen, ornamenten, dakranden, daklijsten, balkons, luifels, galerijen, veranda’s en dergelijke.

  • 03.09 Schilderwerk

    • schilderwerk buiten,

    • schilderwerk binnen voor zover het de binnenzijde van kozijnen, ramen en deuren in de buitengevel betreft,

    • de instandhouding van bijzonder schilderwerk binnen en/of geschilderde decoraties (zoals muur-, wand-, plafond- en vloerschilderingen).

  • 04 INVULLING VAN HET CASCO

     

    04.01 Beglazing

    • Het in stand houden of vervangen van glas-in-loodramen, al dan niet gebrandschilderd.

    • Het in stand houden van enkele beglazing.

    • Het om materiaal technische of andere noodzakelijke redenen vervangen van de beglazing, mits geschied op een bijpassende wijze en een bij de stijl passende glassoort.

    • Het aanbrengen van achter- of voorzetramen ten behoeve van de bescherming van glas-in-lood en gebrandschilderde ramen.

  • 04.02 Natuursteen en kunststeen

    • Het in stand houden en vervangen van natuursteen en kunststeen gevelonderdelen en ornamenten voor zover deze van belang zijn voor de karakteristieken van het monument.

    • Het in stand houden en vervangen van natuursteen en kunststeen beeldhouwwerken aan of bij een monument voor zover deze van belang zijn voor de karakteristieken van een monument en voor zover omschreven in de redengevende omschrijving.

    • Het behandelen van poreuze natuursteen of kunststeen ten behoeve van behoud van het betreffende element, mits toestemming van het college.

  • 04.03 Stucwerken

    • Het in stand houden of geheel vervangen, indien noodzakelijk om constructieve dan wel materiaal technische redenen, van stucwerk buiten.

    • Het in stand houden, repareren of, indien noodzakelijk om constructieve dan wel materiaal technische redenen, geheel vervangen van stucwerkornamenten buiten.

  • 04.04 Metaal- en kunststofwerken

    • Het in stand houden of, indien noodzakelijk om constructieve dan wel materiaal technische redenen, van metaalwerken (constructieve elementen).

    • Het in stand houden en zo nodig vervangen van decoratieve metalen ornamenten voor zover deze bepalend zijn voor het karakter van het monument (bol, haantjes, windvaan, wijzerplaat, e.d.).

    • Het in stand houden en zo nodig vervangen van decoratieve roosters (ontluchtings-, sneeuwroosters, e.d.).

    • Het in stand houden en zo nodig vervangen van hijswerken.

    • Het in stand houden en zo nodig vervangen van ankerwerken (gevelankers, ophangstangen, e.d.).

  • 04.05 Hemelwaterafvoer en dakgoten

    • De instandhouding en zo nodig de vervanging van historische hemelwaterafvoeren, bestaande uit de dakgoten, de vergaarbak en de regenpijp.

  • 05 RECONSTRUCTIE VAN VERLOREN ORNAMENTEN EN ONDERDELEN

     

    • Het terugbrengen van verloren onderdelen (zoals luiken, glas-in-lood, ornamenten) wordt alleen gesubsidieerd als aan de hand van historische bronnen aantoonbaar gemaakt kan worden dat deze er zijn geweest en de vorm op basis van de historische bronnen kan worden gereconstrueerd.

  • 06 RECLAME-UITINGEN

     

    • Zie de onder 05 omschreven werkzaamheden.

  • Niet-subsidiabel:

    • Reclame-uitingen op markiezen, zonweringen of windschermen.

  • PP.

    Aan de Nadere Subsidieregels wordt een bijlage toegevoegd die komt te luiden:

     

    Bijlage 3: Eisen voor verstrekking subsidie groenblauwe schoolpleinen

     

    Medio 2023 is door de gemeenteraad van gemeente Westland het Actieplan Groen Westland/ Groen=Goud vastgesteld. Met dit plan gaat gemeente Westland voortvarend aan de slag met een 5-puntenplan. Uit het 5-puntenplan zijn drie thema’s passend bij de realisatie van groenblauwe schoolpleinen. Om de pleinen te laten bijdragen aan de doelstellingen van de verschillende portefeuilles zijn hiervoor richtlijnen en eisen opgesteld.

     

    Thema 1: Meer ruimte voor Bomen

    Meer bomen in de leefomgeving zorgt voor een hogere leefkwaliteit. Dit zorgt namelijk voor meer schaduw en een betere luchtkwaliteit. In de LEA is duurzaamheid een pijler op het gebied van onderwijshuisvesting. Hierbij is onder andere een groene omgeving die ook het bewustzijn van de kinderen stimuleert van belang. Meer ruimte voor bomen voorziet in deze pijler.

     

    Eisen:

    • Op het schoolplein is meer soortenrijkdom aanwezig van bomen, struiken en planten. Deze geven een leefomgeving aan insecten, vogels en/of (grondgebonden) zoogdieren.

    • De geplante bomen krijgen op het schoolplein voldoende ruimte in de bodem om te groeien en gezond oud te worden (kwaliteit) en een grote kroon te ontwikkelen(schaduw en luchtkwaliteit).

  • Thema 4: Meer groen, minder tegels

    Op schoolpleinen is veel zinloze verharding aanwezig. We streven naar 60% waterdoorlatende oppervlakte. Denk daarbij aan bijvoorbeeld: levend groen, zand, halfverharding, houtsnippers, en meer. Ook bij dit thema komt de pijler duurzaamheid vanuit de LEA terug.

     

    Eisen:

    • Minimaal 50% van het huidige verharde oppervlakte van het schoolplein is omgezet in waterdoorlatende oppervlakte.

    • Het verminderen van hittestress bijvoorbeeld door toevoeging van bomen, waterelementen, pergola's.

  • Thema 5: Westlanders actief in het groen

    Op het schoolplein wordt aantrekkelijk verblijfsgroen voor bewegen en onderwijs gerealiseerd. Dit actiepunt ligt in de lijn van het IHP. Hierin is opgenomen dat de belevingswereld van het kind niet stopt bij het onderwijs. Beleving in de buitenlucht en de mogelijkheid om te bewegen en te sporten zijn net zo belangrijk.

     

    Eisen:

    • Het schoolplein is te gebruiken tijdens de lessen. toevoeging van beleefbaar groen voor kinderen. Kinderen kunnen planten, aarde en water aanraken en betrekken in hun spel

    • Het schoolplein bevat minimaal 5 elementen waardoor het bewegen en spelen voor kinderen wordt bevorderd. Het gaat hierbij bij om bewegingsvormen als balanceren, springen, klimmen, schommelen, duikelen, en hardlopen.

    • Het ontwerp voldoet aan alle wet- en regelgeving voor inrichting van schoolpleinen. Wij wijzen u in het bijzonder op het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen en de Omgevingswet.

Artikel II  

De Subsidieregeling Digivouchers Westland wordt als volgt gewijzigd.

 

  • A.

    Artikel 1, tweede lid van de Subsidieregeling Digivouchers Westland komt als volgt te luiden:

     

    • 2.

      Aanvrager: een Westlandse MKB ondernemer met commercieel oogmerk.

  • B.

    Artikel 4, derde lid van de Subsidieregeling Digivouchers Westland komt als volgt te luiden:

     

    • 3.

      Subsidieplafond 2026: € 70.000,-.

  • C.

    Artikel 5, derde lid van de Subsidieregeling Digivouchers Westland komt als volgt te luiden:

     

    • 3.

      meer dan 2 en minder dan 100 werknemers in dienst hebben;

  • D.

    Artikel 6 van de Subsidieregeling Digivouchers Westland komt als volgt te luiden:

     

    Artikel 6: Aanvraagprocedure

    • 1.

      Subsidieaanvragen dienen te worden ingediend via het digitale loket van de gemeente Westland.

    • 2.

      De aanvraag dient te bevatten:

      • a.

        een volledig ingevuld aanvraagformulier;

      • b.

        een offerte of begroting van de kosten van de digitale activiteiten, en

      • c.

        een motivering van de verwachte impact op de bedrijfsvoering.

      • d.

        een tijdslijn waarin beschreven wordt hoe de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd worden uitgevoerd.

    • 3.

      Subsidies worden toegekend op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen, totdat het subsidieplafond is bereikt.

  • E.

    Artikel 9 van de Subsidieregeling Digivouchers Westland komt als volgt te luiden:

     

    Artikel 9: Weigeringsgronden

    De subsidieaanvraag wordt geweigerd indien:

    • 1.

      de activiteiten niet voldoen aan het doel van de regeling, zoals genoemd in artikel 3;

    • 2.

      de aanvrager niet voldoet aan de eisen zoals genoemd in artikel 5 en daarmee niet tot de doelgroep behoort;

    • 3.

      er niet is voldaan aan één of meer subsidievoorwaarden zoals genoemd in artikel 6 en 7;

    • 4.

      het subsidieplafond is bereikt.

Artikel III  

Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2026 voor de Subsidieregeling groenblauwe schoolpleinen wordt vastgesteld op € 150.000,-.

 

Wijze van verdeling: De verdeling vindt plaats conform de in de Subsidieregeling groenblauwe schoolpleinen vastgestelde wijze van verdeling.

Artikel IV  

Voor de subsidiemogelijkheid ‘Versterken ondernemerschap en economisch klimaat’ wordt het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op € 30.000,-.

 

Wijze van verdeling: De verdeling vindt plaats conform de in de Nadere Subsidieregels Westland vastgestelde wijze van verdeling.

Artikel V  

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026, met uitzondering van de onderdelen D tot en met J.

Artikel VI  

De onderdelen D tot en met J van dit besluit treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel VII  

Dit besluit wordt aangehaald als: Wijzigingsregeling Nadere subsidieregels gemeente Westland en Subsidieregeling Digivouchers Westland.

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders d.d. 2 december 2025,

de secretaris,

M.L.M. Weerts

de burgemeester,

B.R. Arends

Naar boven