Gemeenteblad van Alblasserdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Alblasserdam | Gemeenteblad 2025, 545248 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Alblasserdam | Gemeenteblad 2025, 545248 | beleidsregel |
Beleidsregels bestuurlijke aanpak (illegaal) vuurwerk in panden en op erven en terreinen in de gemeente Alblasserdam 2025
Beleidsregels bestuurlijke aanpak (illegaal) vuurwerk in panden en op erven en terreinen in de gemeente Alblasserdam 2025
Het college van burgemeester en wethouders
het gewenst is om beleidsregels vast te stellen omtrent de gezamenlijke bestuursrechtelijke en strafrechtelijke aanpak van aanwezigheid van (illegaal) vuurwerk in panden en op erven en terreinen binnen de gemeente Alblasserdam
de artikelen 4:81, eerste lid, 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 125 Gemeentewet en het bij of krachtens het gestelde in:
vast te stellen de volgende Beleidsregels bestuurlijke aanpak (illegaal) vuurwerk in panden en op erven en terreinen in de gemeente Alblasserdam 2025.
De aanwezigheid van grote hoeveelheden (illegaal) vuurwerk in panden of op erven en terreinen vormt een gevaar voor de openbare orde, veiligheid en leefbaarheid en is vanuit het oogpunt van het algemeen maatschappelijk belang volstrekt ontoelaatbaar. Dit gevaar geldt voor de overtreder zelf, voor andere gebruikers van het pand, erf of terrein zelf en/of de omliggende panden/omgeving, maar ook voor bijvoorbeeld te hulp schietende personen of hulpdiensten in het geval van calamiteiten. De gemeente Alblasserdam staat voor een krachtige aanpak hiervan. Er zijn verschillende organisaties (politie, openbaar ministerie, gemeenten), betrokken bij de aanpak en er zijn verschillende wettelijke grondslagen denkbaar om het geconstateerde probleem aan te pakken. Doel is om, naast de strafrechtelijke aanpak door politie en Openbaar Ministerie, middels een bestuursrechtelijke aanpak gevaarzetting door aanwezigheid van (illegaal) vuurwerk in panden en op erven en terreinen in de gemeente Alblasserdam tegen te gaan en herhaling daarvan te voorkomen. Hiervoor bieden deze beleidsregels een afwegingskader. Bij het aantreffen van illegaal vuurwerk op een locatie geldt dat voor het opleggen van de bestuurlijke maatregelen in beginsel wordt uitgegaan van de hierna opgenomen handhavingsmatrixen, waarbij reeds rekening is gehouden met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.
Artikel 2. Begrippen en definities
In het kader van deze beleidsregels en bijlagen wordt onder de volgende begrippen en definities verstaan:
Professioneel vuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in Categorie F3 of F4 van het Vuurwerkbesluit, alsmede vuurwerk dat is ingedeeld in Categorie F2 van het Vuurwerkbesluit dat bij of krachtens dat besluit niet is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik, alsmede een door de Minister aangewezen stof of een preparaat, een voorwerp of een onderdeel van een voorwerp, dan wel een stof of preparaat, een voorwerp of een onderdeel van een voorwerp dat behoort tot een door de Minister bij ministeriële regeling aangewezen categorie, voor zover die stof of dat preparaat of dat voorwerp of dat onderdeel van dat voorwerp kennelijk is bestemd of wordt gebruikt om voor vermakelijkheidsdoeleinden effecten te bewerkstelligen;
Illegaal vuurwerk: vuurwerk dat niet aan de daarvoor bij of krachtens het Vuurwerkbesluit gestelde eisen voldoet, daaronder begrepen het in Nederland brengen van, handel in, ter beschikking stellen van, opslag van, het vervaardigen van, het voorhanden hebben van, bewerken van en/of afsteken buiten toegestane tijden van vuurwerk;
Woning: een woning is een verblijf dat in hoofdzaak dient tot woning dan wel dienstbaar is aan het wonen met het daarbij behorende deel van de grond. Hieronder valt zowel een koopwoning als een huurwoning, maar bijvoorbeeld ook stacaravans, woonschepen, woonwagens, et cetera. Het is de plaats waar een persoon zijn private huishoudelijke leven leidt;
Artikel 3. Handhavingsmaatregelen door het college van burgemeester en wethouders
Bij aangetroffen (illegaal) vuurwerk op een locatie kan het college van burgemeester en wethouders, afhankelijk van de gevaarzetting, ernst en aard van de overtreding een waarschuwing geven aan de overtreder/rechthebbende van die locatie, of bij ernstigere gevaarzetting een last onder dwangsom opleggen om herhaling van de overtreding(en) te voorkomen;
Bij herhaalde overtreding van bij of krachtens het Vuurwerkbesluit, Besluit bouwwerken leefomgeving, Besluit activiteiten leefomgeving en/of de Omgevingswet gestelde eisen op dezelfde locatie, waarbij eerder wegens aangetroffen illegaal vuurwerk een waarschuwing is afgegeven of een last onder dwangsom is opgelegd, kan het college van burgemeester en wethouders de locatie tijdelijk sluiten op grond van artikel 17 Woningwet;
Bij het afgeven van een waarschuwing, het opleggen van een last onder dwangsom en/of het sluiten van een locatie, hanteert het college van burgemeester en wethouders de in Tabel 1 t/m 4 gegeven handhavingsmatrix en de daar weergegeven uitgangspunten voor hoogten van dwangsommen en lengten van sluitingstermijnen;
De handhavingsmatrixen zijn gebaseerd op de indeling in algemene gevaarzetting, zoals verwoord in Lijst I t/m Lijst IV van Richtlijn strafvordering voor vuurwerkdelicten, waarbij geldt hoe hoger het lijstnummer, hoe groter de potentiële gevaarzetting voor gezondheid, veiligheid en leefbaarheid op of in de directe nabijheid van de locatie;
Van verzwarende omstandigheden, zoals bedoeld in lid 5, is in ieder geval sprake als de overtreder, volgens de door de politie verstrekte gegevens, voorafgaand aan de eerste ontdekking op huidige locatie, eerdere vuurwerkovertredingen of vuurwerk gerelateerde overtredingen elders heeft begaan, waardoor de kans op herhaling op de huidige locatie groter is. Alsook wanneer er sprake is van aanwezigheid in het pand van illegale wapens of munitie, vals geld of gestolen goederen. In geval van verzwarende omstandigheden kan de hoogte van de dwangsom met maximaal 50 % worden verhoogd, alsmede de sluitingstermijnen met maximaal 4 weken worden verlengd;
Van verzachtende omstandigheden, zoals bedoeld in lid 5, is in ieder geval sprake als de vuurwerk overtreding door een minderjarige is gepleegd, die ten tijde van het plegen van de overtreding jonger dan 12 jaar was. De in tabel 1 t/m 4 genoemde dwangsomhoogten worden in dat geval met maximaal 50% verminderd, alsmede de sluitingstermijnen verminderd met maximaal 4 weken;
Bij de toepassing van in tabel 1 t/m 4 van deze beleidsregels genoemde sluitingstermijnen, maakt het college van burgemeester en wethouders omwille van de overzichtelijkheid en eenduidigheid geen onderscheid in lengte van de sluitingstermijn tussen te sluiten woningen en niet-woningen (lokalen) of erven. Alle termijnen zijn namelijk van tevoren afgestemd op de (doorgaans kortere) sluitingstermijn voor sluiting van een woning.
Tabel 1. Overtredingen betreffende vuurwerk behorend tot Lijst I
Tabel 2. Overtredingen betreffende vuurwerk behorend tot Lijst II
Tabel 3. Overtredingen betreffende vuurwerk behorend tot Lijst III
Tabel 4. Overtredingen betreffende vuurwerk behorend tot Lijst IV
Artikel 4. Samenloop van lijsten/vuurwerksoorten
In afwijking van het lid 1 en 2 past het college van burgemeester en wethouders bij aantreffen van illegaal vuurwerk uit lijst IV (geïmproviseerd vuurwerk), gelet op de ernstige gevaarzetting van dit soort vuurwerk, in elk geval altijd lijst IV/tabel 4 toe, ongeacht eventueel aangetroffen hoeveelheden/aantallen vuurwerk uit lagere lijsten;
Artikel 5. Mogelijkheid tot tijdelijke opheffing sluiting ex artikel 17 Woningwet
Elke betrokkene (gebruiker, eigenaar, huurder of anderszins rechthebbende) van de gesloten locatie, kan het college van burgemeester en wethouders gedurende een sluitingsperiode tussentijds schriftelijk verzoeken om tijdelijk in verband met (het voorkomen van verdere) calamiteiten of noodzakelijke onderhoudsactiviteiten, de sluiting tijdelijk te schorsen/ op te heffen;
Indien het college van burgemeester en wethouders in kan stemmen met het verzoek, dan verwijdert het college tijdelijk de verzegeling gedurende de periode van de tijdelijke opheffing. Aan het einde van de activiteiten wordt de locatie opnieuw verzegeld tot aan het einde van de opgelegde sluitingstermijn;
Artikel 6. Mogelijkheid tot matiging sluiting ex artikel 17 Woningwet
Het in lid 1 genoemde verzoek is niet mogelijk bij herhaalde sluiting, waarbij de verhuurder al verhuurder was. Dit geldt in het bijzonder als bijvoorbeeld bij een eerdere sluiting op dezelfde locatie al is ingestemd met een eerder verzoek tot matiging. In dat geval heeft namelijk het eerdere geaccepteerde plan van aanpak, zoals genoemd in lid 3, nieuwe overtredingen niet kunnen voorkomen;
Ondertekening
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alblasserdam in de vergadering van 25 november 2025
Burgemeester,
J.W. Boersma
Secretaris,
M. van Hall
Deze beleidsregels zijn gericht op de jaarwisseling 2025-2026. Naar verwachting zal vanaf 2026 in Nederland een algeheel vuurwerkverbod gaan gelden. Indien dit doorgang vindt, zullen deze beleidsregels dienovereenkomstig worden aangepast.
Alle soorten vuurwerk zijn in vier “lijsten” opgedeeld. Deze indeling is nodig om onderscheid te maken in verschillende soorten vuurwerk, die elk een andere gevaarzetting hebben. De lijsten komen overeen met de richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten waar de onderverdeling ook in “lijsten” wordt aangeduid. De indeling van het vuurwerk in deze vier lijsten is gebaseerd op de algemene gevaarzetting die van dat vuurwerk uit gaat, onafhankelijk van de omstandigheden waaronder het is aangetroffen. De lijstindeling komt terug in de processen-verbaal van het onderzoek van vuurwerk van het Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk. Deze lijstindeling correspondeert niet met de categorie-indeling F1-F4, zoals doorgaans aangegeven op het vuurwerk zelf. Dit is niet nodig omdat de categorie-indeling F1-F4 ook onder de lijsten van de richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten vallen
Consumentenvuurwerk (zoals aangegeven in de RAC dat is ingedeeld in Categorie F1 en F2) is onder bepaalde omstandigheden legaal om voorhanden te hebben. De consument mag bij aangewezen verkooppunten dit vuurwerk kopen om vervolgens tijdens de jaarwisseling af te steken. Een particulier mag tot maximaal 25 KG consumentenvuurwerk in een besloten ruimte hebben opgeslagen.
Lijst 2: (lichter) professioneel vuurwerk en niet gedefinieerd vuurwerk
Professioneel vuurwerk (dat is ingedeeld in Categorie F2 en niet als consumentenvuurwerk aangewezen in de RAC en professioneel vuurwerk F3) en niet gedefinieerd vuurwerk dat niet onder lijst 3 of 4 valt. Voor wat betreft knalvuurwerk gaat het om vuurwerk met minder dan 6 gram Netto Explosieve Massa of vuurwerk zonder opschrift. Per stuk is het vuurwerk niet langer dan 55 millimeter.
Lijst 2 is sinds 1 oktober 2020 opgedeeld in A en B. Dit heeft te maken met de categorie-indeling F2 en F3. Beide categorieën zijn verboden, maar verschillen iets in gevaarzetting. Aangezien beide categorieën illegaal zijn en het verschil in gevaarzetting gering is, wordt er in de maatregelmatrix geen onderscheid gemaakt tussen A en B.
Lijst 3: Specifieke soorten professioneel vuurwerk en niet gedefinieerd vuurwerk die levensgevaarlijk zijn
Deze lijst bevat de vuurwerksoorten die door particulier gebruik levensgevaarlijk kan zijn. Knalvuurwerk met meer dan 6 gram Netto Explosieve Massa of wat langer is dan 55 millimeter. Te denken valt aan professioneel siervuurwerk, Lawinepijlen, Bangers, Shells (mortierbommen), Flowerbeds en Romeinse kaarsen. Vuurwerk dat geen opschrift heeft of onder categorie F4 valt behoren ook tot deze lijst.
Lijst 4: Geïmproviseerd vuurwerk
Hieronder vallen alle soorten zelfgemaakte explosiefgelijke voorwerpen waarvan de lading afkomstig is uit ander, veelal illegaal, vuurwerk.
1. 3 Risico’s en gevaarzetting
De hiervoor genoemde Lijsten lopen op in mate van gevaarzetting. Hoe hoger de Lijst, hoe groter de potentiële gevaarzetting voor de leefbaarheid, gezondheid en veiligheid van betrokken en de directe leefomgeving. De gevaarzetting door illegaal vuurwerk is bijna in alle gevallen terug te leiden tot de hoeveelheid en de aard van aangetroffen vuurwerk. Dit heeft met name te maken met de aard van de toegepaste springstof.
Toegestaan consumentenvuurwerk gebruikt bijvoorbeeld alleen minder zwaar zwart buskruit en bovendien lagere hoeveelheden (tot maximaal 2,5 gram).
Niet toegestaan vuurwerk bevat vaak 5 tot 50 gram aan flitspoeder. Flitspoeder heeft de nare eigenschap om massa-explosief te zijn. Dit betekent dat als 1 stuk ontbrandt, overige aanwezige stukken ongewild gelijk ook (kunnen) ontbranden, waardoor een massa-explosie kan ontstaan.
Deze zwaardere hoeveelheden en andere soorten springstof komen vooral vanaf Lijst II en verder voor.
Opgemerkt wordt tot slot dat ook grote hoeveelheden van Lijst I (consumentenvuurwerk) bij elkaar een ernstige gevaarzetting kunnen opleveren. Immers, hoewel een individueel stuk vuurwerk uit deze categorie bij normaal gebruik weinig gevaar oplevert, is dit anders als grote hoeveelheden van dit vuurwerk ondeskundig of zonder de juiste voorzieningen en veiligheidsafstanden worden opgeslagen op een locatie.
1. 4 . Samenloop van lijsten/vuurwerksoorten
Bij de opslag van, en eventueel handel in, illegaal vuurwerk, wordt regelmatig vuurwerk uit verschillende lijsten aangetroffen. In beginsel gaat het college van burgemeester en wethouders gezien de grotere mate van gevaarzetting uit van het vuurwerk uit de hoogste lijst, tenzij de aangetroffen omstandigheden concreet rechtvaardigen dat een lichtere Lijst wordt toegepast. De uiteindelijke keuze wordt in de feitelijke besluitvorming altijd nader gemotiveerd.
Afhankelijk van de gevaarzetting, ernst en aard van de overtreding maakt het college de keuze om te waarschuwen, een dwangsom op te leggen of de woning te sluiten. De handhavingsmatrix is gebaseerd op de indeling in algemene gevaarzetting, zoals verwoord in Lijst I t/m Lijst III van Richtlijn strafvordering voor vuurwerkdelicten.
1.5.1 Bestuurlijke waarschuwing
De waarschuwing door het college is de lichtste maatregel volgens de in deze beleidsregel gehanteerde handhavingsmatrix. Een bestuurlijke waarschuwing wordt toegepast in het minst erge geval, waarbij een persoon tussen de 25 kg en 50 kg vuurwerk uit lijst I tussen de 25 kg en 50 kg vuurwerk uit lijst I of minder dan 5 kg of minder dan 10 stuks vuurwerk Lijst II of III heeft opgeslagen. Een grotere overschrijding betreft een serieuze overtreding, waarbij een herstelsanctie opgelegd dient te worden. Een waarschuwing wordt alleen bij de eerste keer gegeven. Bij een volgende overtreding volgt wel een zwaardere maatregel, afhankelijk van de zwaarte van die herhaalde overtreding.
Een iets zwaardere maatregel dan de waarschuwing, is de zogenaamde last onder dwangsom door het college. Het inzetten van een dwangsom heeft een preventieve werking. Dit houdt in dat de overtreder iets moet doen of nalaten binnen een bepaalde termijn. Doet hij dat niet of niet volledig, dan moet hij een geldbedrag betalen aan, in dit geval, de gemeente. Het opgelegde geldbedrag is afhankelijk van de aard, omvang en ernst en gevaarzetting van de overtreding.
1.5.3 Sluiting van een locatie
Voorgaande maatregelen waren vooral bedoeld om lichte vormen (van herhaling) van de gevolgen van vuurwerkovertreding te voorkomen. Het college heeft de mogelijkheid om bij daadwerkelijke herhaling nog een stap verder te gaan. Het college kan namelijk op grond van artikel 17 Woningwet besluiten bij herhaalde overtreding van de regels van het Besluit bouwwerken leefomgeving, een pand en/of erf /terrein te sluiten als er naar haar oordeel sprake is van bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de gezondheid of de veiligheid.
Gelet op de gevaarzetting, die van illegaal vuurwerk uitgaat, is de bedreiging voor de leefbaarheid of gevaar voor de gezondheid of veiligheid vrijwel altijd aantoonbaar. Desondanks moet het college dit altijd per geval aantonen.
Afhankelijk van de aard, ernst en omvang van de vuurwerkovertreding, kan het college bij herhaalde overtreding, dan besluiten om over te gaan tot tijdelijke sluiting, waar bij de aard, ernst en omvang van die overtreding gekoppeld worden aan lengte van de sluitingstermijn door middel van de gekozen handhavingsmatrix (zie tabellen).
1. 5 .3.1 Mogelijkheid tot matiging sluiting ex artikel 17 Woningwet
Dit artikel stelt eigenaren van een locatie in staat om het college van burgemeester en wethouders te verzoeken tot matiging van de sluitingsduur. Hiervoor dient de verzoeker door middel van een plan van aanpak aannemelijk te maken dat er geen kans is op recidive.
Het college van burgemeester en wethouders kan, bij een succesvol verzoek, de sluitingstijd maximaal matigen tot een derde van de oorspronkelijke sluitingsduur.
1. 5 .3.2 Tijdelijke schorsing na sluiting op grond van artikel 17 Woningwet
Is een pand of erf eenmaal voor de eerste keer op grond van artikel 17 Woningwet door het college gesloten vanwege herhaling, dan bestaat de mogelijkheid voor elke betrokkene om ná de eerste sluiting het college schriftelijk te verzoeken om de sluiting tijdelijk te schorsen. Dit kan onder de volgende voorwaarden.
Indien het college in kan stemmen met het verzoek, dan verbreekt het college de verzegeling en kan gedurende de akkoord bevonden periode het gesloten pand betreden worden om de noodzakelijke maatregelen te treffen. Na deze periode wordt het pand opnieuw verzegeld tot het einde van de sluitingstermijn.
1. 5 .3.3 Opheffing sluiting na sluiting op grond van artikel 17 Woningwet
Is een pand of erf eenmaal voor de eerste keer op grond van artikel 17 Woningwet gesloten, dan bestaat de mogelijkheid voor niet bij de (eerdere) overtreding(en) betrokken verhuurder om het college schriftelijk te verzoeken om ná de feitelijke sluiting de sluitingsperiode permanent op te heffen onder de volgende voorwaarden:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-545248.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.