Beleidsregels bestuurlijke aanpak (illegaal) vuurwerk in panden en op erven en terreinen in de gemeente Alblasserdam 2025

Intitulé

Beleidsregels bestuurlijke aanpak (illegaal) vuurwerk in panden en op erven en terreinen in de gemeente Alblasserdam 2025

 

Het college van burgemeester en wethouders

overwegende dat

het gewenst is om beleidsregels vast te stellen omtrent de gezamenlijke bestuursrechtelijke en strafrechtelijke aanpak van aanwezigheid van (illegaal) vuurwerk in panden en op erven en terreinen binnen de gemeente Alblasserdam

omdat:

  • de aanwezigheid van (illegaal) vuurwerk in woningen, panden en lokalen of op erven, zonder benodigde veiligheidsvoorzieningen en door ondeskundig gebruik, gevaarlijk is voor de gezondheid, veiligheid en leefbaarheid van de directe leefomgeving van een locatie;

  • het integraal voorkomen van (verdere) vuurwerkoverlast en overtredingen wenselijk is;

gelet op:

de artikelen 4:81, eerste lid, 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 125 Gemeentewet en het bij of krachtens het gestelde in:

  • De Woningwet, in het bijzonder artikel 17;

  • Het Vuurwerkbesluit;

  • De Omgevingswet, in het bijzonder artikelen 1.6 en 4.3, 4.21 en 5.1;

  • Het Besluit bouwwerken leefomgeving, in het bijzonder artikelen 6.1 t/m 6.4;

  • Het Besluit activiteiten leefomgeving, in het bijzonder artikel 3.31;

  • Voorschriften van het omgevingsplan gemeente Alblasserdam.

 

besluit :

vast te stellen de volgende Beleidsregels bestuurlijke aanpak (illegaal) vuurwerk in panden en op erven en terreinen in de gemeente Alblasserdam 2025.

 

 

Artikel 1. Doelstelling

De aanwezigheid van grote hoeveelheden (illegaal) vuurwerk in panden of op erven en terreinen vormt een gevaar voor de openbare orde, veiligheid en leefbaarheid en is vanuit het oogpunt van het algemeen maatschappelijk belang volstrekt ontoelaatbaar. Dit gevaar geldt voor de overtreder zelf, voor andere gebruikers van het pand, erf of terrein zelf en/of de omliggende panden/omgeving, maar ook voor bijvoorbeeld te hulp schietende personen of hulpdiensten in het geval van calamiteiten. De gemeente Alblasserdam staat voor een krachtige aanpak hiervan. Er zijn verschillende organisaties (politie, openbaar ministerie, gemeenten), betrokken bij de aanpak en er zijn verschillende wettelijke grondslagen denkbaar om het geconstateerde probleem aan te pakken. Doel is om, naast de strafrechtelijke aanpak door politie en Openbaar Ministerie, middels een bestuursrechtelijke aanpak gevaarzetting door aanwezigheid van (illegaal) vuurwerk in panden en op erven en terreinen in de gemeente Alblasserdam tegen te gaan en herhaling daarvan te voorkomen. Hiervoor bieden deze beleidsregels een afwegingskader. Bij het aantreffen van illegaal vuurwerk op een locatie geldt dat voor het opleggen van de bestuurlijke maatregelen in beginsel wordt uitgegaan van de hierna opgenomen handhavingsmatrixen, waarbij reeds rekening is gehouden met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

 

Artikel 2. Begrippen en definities

In het kader van deze beleidsregels en bijlagen wordt onder de volgende begrippen en definities verstaan:

  • a.

    Vuurwerk: pyrotechnische artikelen voor vermaak;

  • b.

    Pyrotechnisch artikel: artikel dat explosieve stoffen of een explosief mengsel van stoffen bevat, die tot doel hebben warmte, licht, geluid, gas of rook, dan wel een combinatie van dergelijke verschijnselen te produceren door middel van een zichzelf onderhoudende exotherme chemische reacties;

  • c.

    Vuurwerkbesluit: het vigerende Vuurwerkbesluit;

  • d.

    Consumentenvuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in Categorie F1 of F2 en dat bij of krachtens het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik;

  • e.

    Professioneel vuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in Categorie F3 of F4 van het Vuurwerkbesluit, alsmede vuurwerk dat is ingedeeld in Categorie F2 van het Vuurwerkbesluit dat bij of krachtens dat besluit niet is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik, alsmede een door de Minister aangewezen stof of een preparaat, een voorwerp of een onderdeel van een voorwerp, dan wel een stof of preparaat, een voorwerp of een onderdeel van een voorwerp dat behoort tot een door de Minister bij ministeriële regeling aangewezen categorie, voor zover die stof of dat preparaat of dat voorwerp of dat onderdeel van dat voorwerp kennelijk is bestemd of wordt gebruikt om voor vermakelijkheidsdoeleinden effecten te bewerkstelligen;

  • f.

    Theatervuurwerk: met het oog op de opslag daarvan door de Minister aangewezen pyrotechnische artikelen, ingedeeld in Categorie T1 of Categorie T2;

  • g.

    Categorie F1, F2, F3, F4: categorie-indeling van consumenten- en professioneel vuurwerk zoals bedoeld in artikel 1A.1.3 van het Vuurwerkbesluit;

  • h.

    Categorie F1: vuurwerk dat zeer weinig gevaar en een te verwaarlozen geluidsniveau oplevert en bestemd is voor gebruik in een besloten ruimte, inclusief vuurwerk dat bestemd is voor gebruik binnenshuis;

  • i.

    Categorie F2: vuurwerk dat weinig gevaar en een laag geluidsniveau oplevert en bestemd is voor gebruik buitenshuis in een afgebakende plaats;

  • j.

    Categorie F3: vuurwerk dat middelmatig gevaar oplevert en bestemd is voor gebruik buitenshuis in een grote open ruimte en waarvan het geluidsniveau niet schadelijk is voor de menselijke gezondheid;

  • k.

    Categorie F4: vuurwerk dat veel gevaar oplevert en uitsluitend bestemd is voor gebruik door personen met gespecialiseerde kennis en waarvan het geluidsniveau niet schadelijk is voor de menselijke gezondheid;

  • l.

    Categorie T1, T2: categorie-indeling van theatervuurwerk, zoals bedoeld in artikel 1A.1.3 van het Vuurwerkbesluit;

  • m.

    Categorie T1: pyrotechnische artikelen voor podiumgebruik met gering gevaar;

  • n.

    Categorie T2: pyrotechnische artikelen voor podiumgebruik, die uitsluitend bestemd zijn om door personen met gespecialiseerde kennis te worden gebruikt;

  • o.

    Regeling overige pyrotechnische artikelen: de vigerende Regeling overige pyrotechnische artikelen, inhoudende regels betreffende overige pyrotechnische regels;

  • p.

    Categorie P1/P2: categorie-indeling van overige pyrotechnische artikelen, zoals bedoeld in artikel 7, derde lid Regeling overige pyrotechnische artikelen;

  • q.

    Categorie P1: pyrotechnische artikelen die weinig gevaar opleveren;

  • r.

    Categorie P2: pyrotechnische artikelen die uitsluitend bedoeld zijn om door personen met gespecialiseerde kennis te worden gehanteerd of gebruikt;

  • s.

    Illegaal vuurwerk: vuurwerk dat niet aan de daarvoor bij of krachtens het Vuurwerkbesluit gestelde eisen voldoet, daaronder begrepen het in Nederland brengen van, handel in, ter beschikking stellen van, opslag van, het vervaardigen van, het voorhanden hebben van, bewerken van en/of afsteken buiten toegestane tijden van vuurwerk;

  • t.

    Handreiking bestuurlijke aanpak illegaal vuurwerk: de meest recente door het functioneel parket van de Politie en het Openbaar Ministerie opgestelde handreiking voor de gezamenlijke bestuursrechtelijke aanpak van illegaal vuurwerk;

  • u.

    Richtlijn Strafvordering voor vuurwerkdelicten: aanwijzing op grond van artikel 130 Wet RO, opgesteld door het College van procureurs-generaal, Versie 2024R011 of latere versies;

  • v.

    Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk: de vigerende Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk, regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer tot aanwijzing van consumentenvuurwerk;

  • w.

    Lijsten: indeling van soorten vuurwerk in lijsten, zoals vermeld in de Richtlijn Strafvordering voor vuurwerkdelicten, waarbij deze lijsten een indeling bevatten in de algemene gevaarzetting, die van dat vuurwerk uitgaat, onafhankelijk van de omstandigheden waaronder het vuurwerk is aangetroffen;

  • x.

    Lijst I: in Nederland toegestaan consumentenvuurwerk zoals aangegeven in de Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk (verder te noemen RAC), dat is ingedeeld in Categorie F1 en F2;

  • y.

    Lijst II: professioneel vuurwerk dat is ingedeeld in Categorie F2 en niet als consumentenvuurwerk aangewezen in de RAC en professioneel vuurwerk F3. Daarnaast betreft lijst II pyrotechnische artikelen voor theatergebruik van de categorie T1/T2. Verder is deze lijst van toepassing op handfakkels;

  • z.

    Lijst III: professioneel vuurwerk dat is ingedeeld in Categorie F4 of vuurwerk dat volgens opschrift niet is voorzien van een F-categorie en daarnaast vuurwerk in categorie P1/P2 met uitzondering van handfakkels;

  • aa.

    Lijst IV: geïmproviseerd vuurwerk (vuurwerk dat zelf is vervaardigd of is aangepast);

  • bb.

    Locatie: een pand, lokaal, bouwwerk en/of open erf of terrein of anderszins besloten ruimte(n)/gebied;

  • cc.

    Woning: een woning is een verblijf dat in hoofdzaak dient tot woning dan wel dienstbaar is aan het wonen met het daarbij behorende deel van de grond. Hieronder valt zowel een koopwoning als een huurwoning, maar bijvoorbeeld ook stacaravans, woonschepen, woonwagens, et cetera. Het is de plaats waar een persoon zijn private huishoudelijke leven leidt;

  • dd.

    Lokaal: een pand, niet zijnde een woning, al dan niet toegankelijk voor het publiek, zoals een winkel, café, loods of bedrijfsruimte.

 

Artikel 3. Handhavingsmaatregelen door het college van burgemeester en wethouders

  • 1.

    Bij aangetroffen (illegaal) vuurwerk op een locatie kan het college van burgemeester en wethouders, afhankelijk van de gevaarzetting, ernst en aard van de overtreding een waarschuwing geven aan de overtreder/rechthebbende van die locatie, of bij ernstigere gevaarzetting een last onder dwangsom opleggen om herhaling van de overtreding(en) te voorkomen;

  • 2.

    Bij herhaalde overtreding van bij of krachtens het Vuurwerkbesluit, Besluit bouwwerken leefomgeving, Besluit activiteiten leefomgeving en/of de Omgevingswet gestelde eisen op dezelfde locatie, waarbij eerder wegens aangetroffen illegaal vuurwerk een waarschuwing is afgegeven of een last onder dwangsom is opgelegd, kan het college van burgemeester en wethouders de locatie tijdelijk sluiten op grond van artikel 17 Woningwet;

  • 3.

    Bij het afgeven van een waarschuwing, het opleggen van een last onder dwangsom en/of het sluiten van een locatie, hanteert het college van burgemeester en wethouders de in Tabel 1 t/m 4 gegeven handhavingsmatrix en de daar weergegeven uitgangspunten voor hoogten van dwangsommen en lengten van sluitingstermijnen;

  • 4.

    De handhavingsmatrixen zijn gebaseerd op de indeling in algemene gevaarzetting, zoals verwoord in Lijst I t/m Lijst IV van Richtlijn strafvordering voor vuurwerkdelicten, waarbij geldt hoe hoger het lijstnummer, hoe groter de potentiële gevaarzetting voor gezondheid, veiligheid en leefbaarheid op of in de directe nabijheid van de locatie;

  • 5.

    De in tabel 1 t/m 4 gebruikte criteria zijn slechts richtpunten. Per situatie kan de opgelegde dwangsomhoogte of sluitingstermijn aangepast worden, als verzwarende of verzachtende omstandigheden dit rechtvaardigen;

  • 6.

    Van verzwarende omstandigheden, zoals bedoeld in lid 5, is in ieder geval sprake als de overtreder, volgens de door de politie verstrekte gegevens, voorafgaand aan de eerste ontdekking op huidige locatie, eerdere vuurwerkovertredingen of vuurwerk gerelateerde overtredingen elders heeft begaan, waardoor de kans op herhaling op de huidige locatie groter is. Alsook wanneer er sprake is van aanwezigheid in het pand van illegale wapens of munitie, vals geld of gestolen goederen. In geval van verzwarende omstandigheden kan de hoogte van de dwangsom met maximaal 50 % worden verhoogd, alsmede de sluitingstermijnen met maximaal 4 weken worden verlengd;

  • 7.

    Van verzachtende omstandigheden, zoals bedoeld in lid 5, is in ieder geval sprake als de vuurwerk overtreding door een minderjarige is gepleegd, die ten tijde van het plegen van de overtreding jonger dan 12 jaar was. De in tabel 1 t/m 4 genoemde dwangsomhoogten worden in dat geval met maximaal 50% verminderd, alsmede de sluitingstermijnen verminderd met maximaal 4 weken;

  • 8.

    Bij de toepassing van in tabel 1 t/m 4 van deze beleidsregels genoemde sluitingstermijnen, maakt het college van burgemeester en wethouders omwille van de overzichtelijkheid en eenduidigheid geen onderscheid in lengte van de sluitingstermijn tussen te sluiten woningen en niet-woningen (lokalen) of erven. Alle termijnen zijn namelijk van tevoren afgestemd op de (doorgaans kortere) sluitingstermijn voor sluiting van een woning.

  • 9.

    Indien gedurende vijf jaar na de eerste of tweede overtreding geen nieuwe constatering plaatsvindt, zal een latere constatering op dezelfde locatie gelden als een eerste constatering.

 

Tabel 1. Overtredingen betreffende vuurwerk behorend tot Lijst I

Hoeveelheid

Maatregel 1e keer

Maatregel 1e herhaling

Maatregel 2e herhaling

Maatregel 3e herhaling

26-50 kg

Waarschuwing

Opleggen dwangsom van € 1.500 per overtreding met een maximum van € 3.000

Verbeuring 1e dwangsom van € 1.500.

Verbeuring 2e dwangsom van € 1.500.

51-100 kg

Opleggen dwangsom van € 2.000 per overtreding met een maximum van € 4.000

Verbeuring 1e dwangsom van € 2.000

Verbeuring 2e dwangsom van € 2.000

Opleggen last onder bestuursdwang, inhoudend een sluiting locatie voor 3 weken

> 100 kg

Opleggen dwangsom van € 2.500 per overtreding met een maximum van € 5.000

Verbeuring 1e dwangsom van € 2.500

Verbeuring 2e dwangsom van € 2.500.

Opleggen last onder bestuursdwang inhoudend een sluiting locatie voor 6 weken

 

 

Tabel 2. Overtredingen betreffende vuurwerk behorend tot Lijst II

Hoeveelheid

Maatregel 1e keer

Maatregel 1e herhaling

Maatregel 2e herhaling

Maatregel 3e herhaling

< 5 kg of

< 10 stuks

Waarschuwing

Opleggen dwangsom van € 1.500 per overtreding met een maximum van € 3.000

Verbeuring 1e dwangsom van € 1.500

Verbeuring 2e dwangsom van € 1.500

5-100 kg of

10-100 stuks

Opleggen dwangsom van € 3.000 per overtreding met een maximum van € 6.000

Verbeuring 1e dwangsom van € 3.000

Verbeuring 2e dwangsom van € 3.000.

Opleggen last onder bestuursdwang, inhoudend een sluiting locatie voor 9 weken

>100 kg of

> 100 stuks

Opleggen dwangsom van € 3.500 per overtreding met een maximum van € 7.000

Verbeuring 1e dwangsom van € 3.500

Verbeuring 2e dwangsom van € 3.500.

Opleggen last onder bestuursdwang, inhoudend een sluiting locatie voor 12 weken

 

Tabel 3. Overtredingen betreffende vuurwerk behorend tot Lijst III

Hoeveelheid

Maatregel 1e keer

Maatregel 1e herhaling

Maatregel 2e herhaling

Maatregel 3e herhaling

< 5 kg of

< 10 stuks

Waarschuwing

Opleggen dwangsom van € 1.500 per overtreding met een maximum van € 3.000

Verbeuring 1e dwangsom van € 1.500

Verbeuring 2e dwangsom van € 1.500

5-100 kg of 10-100 stuks

Opleggen dwangsom van € 4.000 per overtreding met een maximum van € 8.000

Verbeuring 1e dwangsom van € 4.000

Verbeuring 2e dwangsom van € 4.000

Opleggen last onder bestuursdwang, inhoudend een sluiting locatie voor 15 weken

> 100 kg of

> 100 stuks

Opleggen dwangsom van € 5.000 per overtreding met een maximum van € 10.000

Verbeuring 1e dwangsom van € 5.000

Verbeuring 2e dwangsom van € 5.000

Opleggen last onder bestuursdwang, inhoudend een sluiting locatie voor 18 weken

 

Tabel 4. Overtredingen betreffende vuurwerk behorend tot Lijst IV

Hoeveelheid

Maatregel 1e keer

Maatregel 1e herhaling

Maatregel 2e herhaling

Maatregel 3e herhaling

0-5 kg of

1-10 stuks

Opleggen dwangsom van € 7.500 per overtreding met een maximum van € 15.000

Verbeuring 1e dwangsom van € 7.500

Verbeuring 2e dwangsom van € 7.500

Opleggen last onder bestuursdwang, inhoudend een sluiting locatie voor 21 weken

> 5 kg of

> 10 stuks

Opleggen dwangsom voor € 9.000 per overtreding met een maximum van € 18.000

Verbeuring 1e dwangsom van € 9.000

Verbeuring 2e dwangsom van € 9.000

Opleggen last onder bestuursdwang, inhoudend een sluiting locatie voor 24 weken

 

Artikel 4. Samenloop van lijsten/vuurwerksoorten

  • 1.

    Wanneer op een locatie tegelijkertijd illegaal vuurwerk wordt aangetroffen van meerdere lijsten/vuurwerksoorten, dan past het college van burgemeester en wethouders de lijst/tabel met het hoogste nummer toe;

  • 2.

    In afwijking van lid 1 kan het college van burgemeester en wethouders in genoemde situatie een lagere lijst/tabel toepassen indien:

    • a.

      de aangetroffen hoeveelheden/aantallen van een lagere lijst aanzienlijk hoger zijn/ dan de hoeveelheden/aantallen van die hogere lijst én;

    • b.

      de totale hoeveelheden/aantallen van alle aangetroffen vuurwerksoorten bij elkaar opgeteld, gelet op de gezamenlijke gevaarzetting van al deze vuurwerksoorten bij elkaar, toepassing van een lagere lijst/tabel niet verhinderen;

  • 3.

    In afwijking van het lid 1 en 2 past het college van burgemeester en wethouders bij aantreffen van illegaal vuurwerk uit lijst IV (geïmproviseerd vuurwerk), gelet op de ernstige gevaarzetting van dit soort vuurwerk, in elk geval altijd lijst IV/tabel 4 toe, ongeacht eventueel aangetroffen hoeveelheden/aantallen vuurwerk uit lagere lijsten;

  •  

Artikel 5. Mogelijkheid tot tijdelijke opheffing sluiting ex artikel 17 Woningwet

  • 1.

    Elke betrokkene (gebruiker, eigenaar, huurder of anderszins rechthebbende) van de gesloten locatie, kan het college van burgemeester en wethouders gedurende een sluitingsperiode tussentijds schriftelijk verzoeken om tijdelijk in verband met (het voorkomen van verdere) calamiteiten of noodzakelijke onderhoudsactiviteiten, de sluiting tijdelijk te schorsen/ op te heffen;

  • 2.

    Onder calamiteiten vallen in ieder geval niet:

    • a.

      Voorafgaand aan de sluiting al voorzienbare feiten en omstandigheden;

    • b.

      Het rondleiden van geïnteresseerde kopers/huurders (met uitzondering van verzekeringsmedewerkers);

  • 3.

    Het schriftelijke verzoek bevat tenminste;

    • a.

      De reden en noodzaak voor tijdelijke opheffing;

    • b.

      De gewenste aanvangsdatum en -tijdstip;

    • c.

      De einddatum en -tijdstip;

    • d.

      Een overzicht van de te verrichten activiteiten/werkzaamheden;

    • e.

      De namen van de toe te laten personen, inclusief functie en organisatie;

  • 4.

    Indien voorzienbaar na sluiting, wordt het onder lid 1 en 3 genoemde verzoek tenminste één week van tevoren schriftelijk ingediend;

  • 5.

    In de uitzonderlijke situatie dat een schriftelijk verzoek niet kan worden afgewacht vanwege spoedeisendheid, geeft de betrokkene de onder lid 3 genoemde noodzakelijke gegevens telefonisch of per e-mail door aan de gemeente;

  • 6.

    Indien het college van burgemeester en wethouders in kan stemmen met het verzoek, dan verwijdert het college tijdelijk de verzegeling gedurende de periode van de tijdelijke opheffing. Aan het einde van de activiteiten wordt de locatie opnieuw verzegeld tot aan het einde van de opgelegde sluitingstermijn;

  • 7.

    Uitzonderingen en noodzaak daartoe daargelaten, stemt het college van burgemeester en wethouders gedurende de sluitingstermijn slechts eenmalig in met een tijdelijke opheffing van de sluiting.

 

Artikel 6. Mogelijkheid tot matiging sluiting ex artikel 17 Woningwet

  • 1.

    Een niet bij de (eerdere) overtreding(en) betrokken verhuurder van een locatie kan gedurende de eerste sluiting van een pand of erf, een gemotiveerd schriftelijk verzoek tot matiging van de sluitingstermijn indienen bij het college van burgemeester en wethouders;

  • 2.

    Het in lid 1 genoemde verzoek is niet mogelijk bij herhaalde sluiting, waarbij de verhuurder al verhuurder was. Dit geldt in het bijzonder als bijvoorbeeld bij een eerdere sluiting op dezelfde locatie al is ingestemd met een eerder verzoek tot matiging. In dat geval heeft namelijk het eerdere geaccepteerde plan van aanpak, zoals genoemd in lid 3, nieuwe overtredingen niet kunnen voorkomen;

  • 3.

    Het verzoek moet bestaan uit een plan van aanpak en motivering hoe de verhuurder zal voorkomen dat er opnieuw sprake is van illegaal vuurwerk op deze locatie;

  • 4.

    Een gevonden nieuwe gebruiker/huurder alleen is op voorhand onvoldoende reden om de sluiting te matigen;

  • 5.

    Indien het college van burgemeester en wethouders in kan stemmen met het verzoek, dan wordt de sluitingstermijn verminderd tot maximaal 1/3 van de opgelegde termijn

  •  

Artikel 7. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.

  • 2.

    Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels bestuurlijke aanpak (illegaal) vuurwerk in panden en op erven en terreinen in de gemeente Alblasserdam 2025.

 

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alblasserdam in de vergadering van 25 november 2025

Burgemeester,

J.W. Boersma

Secretaris,

M. van Hall

Toelichting

1.1 Algemeen

Deze beleidsregels zijn gericht op de jaarwisseling 2025-2026. Naar verwachting zal vanaf 2026 in Nederland een algeheel vuurwerkverbod gaan gelden. Indien dit doorgang vindt, zullen deze beleidsregels dienovereenkomstig worden aangepast.

 

1.2 Vuurwerksoorten

Alle soorten vuurwerk zijn in vier “lijsten” opgedeeld. Deze indeling is nodig om onderscheid te maken in verschillende soorten vuurwerk, die elk een andere gevaarzetting hebben. De lijsten komen overeen met de richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten waar de onderverdeling ook in “lijsten” wordt aangeduid. De indeling van het vuurwerk in deze vier lijsten is gebaseerd op de algemene gevaarzetting die van dat vuurwerk uit gaat, onafhankelijk van de omstandigheden waaronder het is aangetroffen. De lijstindeling komt terug in de processen-verbaal van het onderzoek van vuurwerk van het Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk. Deze lijstindeling correspondeert niet met de categorie-indeling F1-F4, zoals doorgaans aangegeven op het vuurwerk zelf. Dit is niet nodig omdat de categorie-indeling F1-F4 ook onder de lijsten van de richtlijn voor strafvordering vuurwerkdelicten vallen

Lijst 1: Consumentenvuurwerk

Consumentenvuurwerk (zoals aangegeven in de RAC dat is ingedeeld in Categorie F1 en F2) is onder bepaalde omstandigheden legaal om voorhanden te hebben. De consument mag bij aangewezen verkooppunten dit vuurwerk kopen om vervolgens tijdens de jaarwisseling af te steken. Een particulier mag tot maximaal 25 KG consumentenvuurwerk in een besloten ruimte hebben opgeslagen.

Lijst 2: (lichter) professioneel vuurwerk en niet gedefinieerd vuurwerk

Professioneel vuurwerk (dat is ingedeeld in Categorie F2 en niet als consumentenvuurwerk aangewezen in de RAC en professioneel vuurwerk F3) en niet gedefinieerd vuurwerk dat niet onder lijst 3 of 4 valt. Voor wat betreft knalvuurwerk gaat het om vuurwerk met minder dan 6 gram Netto Explosieve Massa of vuurwerk zonder opschrift. Per stuk is het vuurwerk niet langer dan 55 millimeter.

Lijst 2 is sinds 1 oktober 2020 opgedeeld in A en B. Dit heeft te maken met de categorie-indeling F2 en F3. Beide categorieën zijn verboden, maar verschillen iets in gevaarzetting. Aangezien beide categorieën illegaal zijn en het verschil in gevaarzetting gering is, wordt er in de maatregelmatrix geen onderscheid gemaakt tussen A en B.

Lijst 3: Specifieke soorten professioneel vuurwerk en niet gedefinieerd vuurwerk die levensgevaarlijk zijn

Deze lijst bevat de vuurwerksoorten die door particulier gebruik levensgevaarlijk kan zijn. Knalvuurwerk met meer dan 6 gram Netto Explosieve Massa of wat langer is dan 55 millimeter. Te denken valt aan professioneel siervuurwerk, Lawinepijlen, Bangers, Shells (mortierbommen), Flowerbeds en Romeinse kaarsen. Vuurwerk dat geen opschrift heeft of onder categorie F4 valt behoren ook tot deze lijst.

Lijst 4: Geïmproviseerd vuurwerk

Hieronder vallen alle soorten zelfgemaakte explosiefgelijke voorwerpen waarvan de lading afkomstig is uit ander, veelal illegaal, vuurwerk.

 

1. 3 Risico’s en gevaarzetting

De hiervoor genoemde Lijsten lopen op in mate van gevaarzetting. Hoe hoger de Lijst, hoe groter de potentiële gevaarzetting voor de leefbaarheid, gezondheid en veiligheid van betrokken en de directe leefomgeving. De gevaarzetting door illegaal vuurwerk is bijna in alle gevallen terug te leiden tot de hoeveelheid en de aard van aangetroffen vuurwerk. Dit heeft met name te maken met de aard van de toegepaste springstof.

Toegestaan consumentenvuurwerk gebruikt bijvoorbeeld alleen minder zwaar zwart buskruit en bovendien lagere hoeveelheden (tot maximaal 2,5 gram).

Niet toegestaan vuurwerk bevat vaak 5 tot 50 gram aan flitspoeder. Flitspoeder heeft de nare eigenschap om massa-explosief te zijn. Dit betekent dat als 1 stuk ontbrandt, overige aanwezige stukken ongewild gelijk ook (kunnen) ontbranden, waardoor een massa-explosie kan ontstaan.

Deze zwaardere hoeveelheden en andere soorten springstof komen vooral vanaf Lijst II en verder voor.

Opgemerkt wordt tot slot dat ook grote hoeveelheden van Lijst I (consumentenvuurwerk) bij elkaar een ernstige gevaarzetting kunnen opleveren. Immers, hoewel een individueel stuk vuurwerk uit deze categorie bij normaal gebruik weinig gevaar oplevert, is dit anders als grote hoeveelheden van dit vuurwerk ondeskundig of zonder de juiste voorzieningen en veiligheidsafstanden worden opgeslagen op een locatie.

 

1. 4 . Samenloop van lijsten/vuurwerksoorten

Bij de opslag van, en eventueel handel in, illegaal vuurwerk, wordt regelmatig vuurwerk uit verschillende lijsten aangetroffen. In beginsel gaat het college van burgemeester en wethouders gezien de grotere mate van gevaarzetting uit van het vuurwerk uit de hoogste lijst, tenzij de aangetroffen omstandigheden concreet rechtvaardigen dat een lichtere Lijst wordt toegepast. De uiteindelijke keuze wordt in de feitelijke besluitvorming altijd nader gemotiveerd.

 

1. 5 Handhavingsmaatregelen

Afhankelijk van de gevaarzetting, ernst en aard van de overtreding maakt het college de keuze om te waarschuwen, een dwangsom op te leggen of de woning te sluiten. De handhavingsmatrix is gebaseerd op de indeling in algemene gevaarzetting, zoals verwoord in Lijst I t/m Lijst III van Richtlijn strafvordering voor vuurwerkdelicten.

1.5.1 Bestuurlijke waarschuwing

De waarschuwing door het college is de lichtste maatregel volgens de in deze beleidsregel gehanteerde handhavingsmatrix. Een bestuurlijke waarschuwing wordt toegepast in het minst erge geval, waarbij een persoon tussen de 25 kg en 50 kg vuurwerk uit lijst I tussen de 25 kg en 50 kg vuurwerk uit lijst I of minder dan 5 kg of minder dan 10 stuks vuurwerk Lijst II of III heeft opgeslagen. Een grotere overschrijding betreft een serieuze overtreding, waarbij een herstelsanctie opgelegd dient te worden. Een waarschuwing wordt alleen bij de eerste keer gegeven. Bij een volgende overtreding volgt wel een zwaardere maatregel, afhankelijk van de zwaarte van die herhaalde overtreding.

1. 5 .2 Last onder dwangsom

Een iets zwaardere maatregel dan de waarschuwing, is de zogenaamde last onder dwangsom door het college. Het inzetten van een dwangsom heeft een preventieve werking. Dit houdt in dat de overtreder iets moet doen of nalaten binnen een bepaalde termijn. Doet hij dat niet of niet volledig, dan moet hij een geldbedrag betalen aan, in dit geval, de gemeente. Het opgelegde geldbedrag is afhankelijk van de aard, omvang en ernst en gevaarzetting van de overtreding.

1.5.3 Sluiting van een locatie

Voorgaande maatregelen waren vooral bedoeld om lichte vormen (van herhaling) van de gevolgen van vuurwerkovertreding te voorkomen. Het college heeft de mogelijkheid om bij daadwerkelijke herhaling nog een stap verder te gaan. Het college kan namelijk op grond van artikel 17 Woningwet besluiten bij herhaalde overtreding van de regels van het Besluit bouwwerken leefomgeving, een pand en/of erf /terrein te sluiten als er naar haar oordeel sprake is van bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de gezondheid of de veiligheid.

Gelet op de gevaarzetting, die van illegaal vuurwerk uitgaat, is de bedreiging voor de leefbaarheid of gevaar voor de gezondheid of veiligheid vrijwel altijd aantoonbaar. Desondanks moet het college dit altijd per geval aantonen.

Afhankelijk van de aard, ernst en omvang van de vuurwerkovertreding, kan het college bij herhaalde overtreding, dan besluiten om over te gaan tot tijdelijke sluiting, waar bij de aard, ernst en omvang van die overtreding gekoppeld worden aan lengte van de sluitingstermijn door middel van de gekozen handhavingsmatrix (zie tabellen).

 

1. 5 .3.1 Mogelijkheid tot matiging sluiting ex artikel 17 Woningwet

Dit artikel stelt eigenaren van een locatie in staat om het college van burgemeester en wethouders te verzoeken tot matiging van de sluitingsduur. Hiervoor dient de verzoeker door middel van een plan van aanpak aannemelijk te maken dat er geen kans is op recidive.

Het college van burgemeester en wethouders kan, bij een succesvol verzoek, de sluitingstijd maximaal matigen tot een derde van de oorspronkelijke sluitingsduur.

 

1. 5 .3.2 Tijdelijke schorsing na sluiting op grond van artikel 17 Woningwet

Is een pand of erf eenmaal voor de eerste keer op grond van artikel 17 Woningwet door het college gesloten vanwege herhaling, dan bestaat de mogelijkheid voor elke betrokkene om ná de eerste sluiting het college schriftelijk te verzoeken om de sluiting tijdelijk te schorsen. Dit kan onder de volgende voorwaarden.

  • Het moet gaan om ten tijde van de besluitvorming niet eerder door betrokkene aangegeven of onvoorzienbare feiten en omstandigheden of calamiteiten, waarmee het college per saldo dus ten tijde van de besluitvorming omtrent de sluiting zelf geen rekening mee kon houden;

  • De betrokkene geeft in zijn verzoek het volgende aan:

    • o

      Doel en noodzaak van de tijdelijke opheffing, (bijvoorbeeld voorkomen van of herstel van verdere schade, bezichtiging door schade/verzekeringsexpert. Het rondleiden van een nieuwe huurder/koper/makelaar is geen reden voor opheffing van de schorsing);

    • o

      De gewenste duur van schorsing van de sluiting;

    • o

      Welke personen en partijen tijdens de schorsing noodzakelijk in het pand of op het erf aanwezig moeten zijn;

  • Indien het college in kan stemmen met het verzoek, dan verbreekt het college de verzegeling en kan gedurende de akkoord bevonden periode het gesloten pand betreden worden om de noodzakelijke maatregelen te treffen. Na deze periode wordt het pand opnieuw verzegeld tot het einde van de sluitingstermijn.

     

1. 5 .3.3 Opheffing sluiting na sluiting op grond van artikel 17 Woningwet

Is een pand of erf eenmaal voor de eerste keer op grond van artikel 17 Woningwet gesloten, dan bestaat de mogelijkheid voor niet bij de (eerdere) overtreding(en) betrokken verhuurder om het college schriftelijk te verzoeken om ná de feitelijke sluiting de sluitingsperiode permanent op te heffen onder de volgende voorwaarden:

  • De niet bij de (eerdere) overtreding(en) betrokken verhuurder stelt een plan van aanpak op, waarin hij concreet aantoont dát en op welke wijze een nieuwe vuurwerkovertreding wordt voorkomen;

  • Een nieuwe huurder of koper, of derving van huurinkomsten door sluiting, is onvoldoende reden om de sluiting permanent op te heffen;

  • Het gesloten pand of erf blijft minimaal 1/3 van de sluitingstermijn gesloten om bijvoorbeeld de loop eruit te nemen en/of een duidelijk signaal naar de directe omgeving te blijven geven dat illegaal vuurwerk wordt aangepakt;

  • Indien het college in kan stemmen met het verzoek en plan van aanpak, dan kan de sluiting daarna worden opgeheven.

Naar boven