Gemeenteblad van Barneveld
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Barneveld | Gemeenteblad 2025, 545144 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Barneveld | Gemeenteblad 2025, 545144 | beleidsregel |
Beleidsregels evenementen gemeente Barneveld 2026-2032
De burgemeester van de gemeente Barneveld, respectievelijk het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld, elk voor zover het zijn bevoegdheden betreft;
gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht en de Algemene plaatselijke verordening gemeente Barneveld, en in het bijzonder artikel 2:24 tot en met 2:26 hiervan en de Uitvoeringsbepalingen APV;
vast te stellen de Beleidsregels evenementen gemeente Barneveld 2026-2032, reguleren van publieksevenementen
In de gemeente Barneveld worden jaarlijks rond de 250 evenementen georganiseerd. Deze variëren in grootte en omvang van de buurtbarbecue tot een meerdaags muziekfestival.
De gemeente Barneveld vindt evenementen belangrijk en streeft naar gedegen en integrale beleidsregels voor evenementen. Enerzijds leveren evenementen een welkome bijdrage aan het culturele, sportieve, economische en sociaal-maatschappelijke leven en geven ze een positieve impuls aan toerisme en recreatie. Voor het stimuleren van evenementen zijn diverse fondsen beschikbaar, zoals de Subsidietender maatschappelijke evenementen 2026 en (mogelijke integratie in) het Maatschappelijk Sport- & Cultuurfonds.
Anderzijds brengt het organiseren van een evenement, van elke aard en omvang, risico’s met zich mee. Dit kunnen risico’s zijn op het terrein van de openbare orde en -veiligheid, brandveiligheid, verkeer en vervoer en volksgezondheid. Daarnaast kunnen evenementen hinder veroorzaken in de vorm van geluidshinder of andersoortige hinder in de directe woonomgeving. Het is aan alle betrokken partijen om bij ieder te organiseren evenement de juiste balans te vinden tussen attractiviteit, hinderaspecten, openbare orde en (publieks)veiligheid.
1.2 Apv en overige regelgeving
De Algemene plaatselijke verordening gemeente Barneveld (Apv) en de Uitvoeringsbepalingen Apv geven het juridische kader voor evenementen. In de Apv heeft de gemeenteraad in de artikelen 2:24 en verder aangegeven wat onder evenementen moet worden verstaan en dat er een vergunningplicht bestaat voor alle evenementen. Daarnaast wordt in deze artikelen de bevoegdheid aan de burgemeester gegeven om beleidsregels te maken. Deze beleidsregels zijn voor een deel opgenomen in de Uitvoeringsbepalingen Apv en voor een ander deel in deze Beleidsregels evenementen gemeente Barneveld. Daarnaast zijn er bij evenementen ook andere vergunningen en toestemming betrokken. Dit betreft bijvoorbeeld een ontheffing voor geluid en een vergunning voor aankondigingsborden. Dit zijn bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders. Daarnaast is het college bevoegd wanneer het gaat om verkeersbesluiten, het in rekening brengen van kosten of de privaatrechtelijke toestemming voor het gebruik van gemeentegrond.
Met deze beleidsregels evenementen wil de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders elk voor hun eigen bevoegdheden aangeven op welke de wijze waarop zij invulling geven aan het reguleren van publieksevenementen en dit nader verduidelijken voor organisatoren, omwonenden, bezoekers en ondernemers.
De beleidsregels evenementen hebben een breed maatschappelijk belang en beïnvloeden zowel mensen als hun leefomgeving. Omdat veel mensen en organisaties hierbij betrokken zijn is er gekozen voor participatietrede 2: raadplegen. Alle partijen die betrokken zijn bij de advisering hebben hun visie kunnen geven op de actualisatie van de beleidsregels. Ook hebben organisatoren hun opmerkingen kunnen inbrengen en is met groot een aantal organisatoren een gesprek gevoerd. Ook belangenverenigingen zijn actief benaderd. Als laatste hebben alle betrokkenen op een terinzagelegging via de gemeentelijke website kunnen reageren. Ook is op de gemeentelijke pagina in de krant aandacht besteed aan de wijzigingen en de mogelijkheid te reageren. Waar mogelijk zijn de ingebrachte wensen en verbeterpunten verwerkt in de beleidsregels.
Deze beleidsregels kennen in beginsel een looptijd van 6 jaar, maar kan indien nodig ook steeds tussentijds worden geëvalueerd en aangepast. De beleidsregels zijn zo vorm gegeven dat de hoofdstukken ook apart kunnen worden gelezen, wanneer men maar een deel van de informatie zoekt. Dit is de reden dat informatie op meerdere plaatsen is opgenomen.
Wanneer organisatoren vragen of twijfels met betrekking tot openbare orde en veiligheid voor of tijdens het evenement hebben, kunnen ze contact opnemen met de vergunningverlener of als deze niet bereikbaar is het piketnummer van team VVT bellen. Via het piket telefoonnummer is 24/7 een ambtenaar openbare orde en veiligheid bereikbaar. Dit nummer is vermeld in iedere evenementenvergunning.
In artikel 2:24 van de Apv wordt de volgende definitie van een publieksevenement gehanteerd:
Van een toegestaan evenement in deze beleidsregeles is sprake wanneer wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
In deze beleidsregels worden de evenementen ingedeeld op risicoclassificatie. Er wordt dan gesproken over meldingsplichtig evenement, A- evenement (regulier evenement), B-evenement (aandachtsevenement) en C- evenement (risicovol evenement). In hoofdstuk 5 wordt dit verder uitgewerkt.
Wanneer een al dan niet besloten feest “op of aan de weg” plaatsvindt, is dit een vergunningplichtige activiteit, omdat het plaatsvindt op voor publiek toegankelijk gebied. Het feit dat het een “besloten” feest heet, doet daar niet aan af. Wanneer er publiekelijk kaarten worden verkocht of reclame wordt gemaakt is er sprake van een evenement in de zin van de Apv.
2.3 Bedrijfsmatig uitgevoerde milieubelastende activiteiten
In het algemeen is geen evenementenvergunning nodig voor de hieronder aangegeven bedrijfsmatig uitgevoerde milieubelastende activiteit als bedoeld in de Omgevingswet. Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet werd gesproken over activiteiten binnen een inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer.
Wanneer deze activiteit binnen de normale bedrijfsvoering valt waarvoor -voor zover van toepassing- publiekrechtelijke toestemming is verleend en deze is overeenkomstig met de ter plaatse geldende planologisch-juridische situatie, die blijkt uit bijvoorbeeld een omgevingsplan of een omgevings-vergunning geldt dat daarvoor -in het algemeen- geen evenementenvergunning nodig is. Dit geldt zowel voor de locatie binnen als in de buitenlucht bedrijfsmatig uitgevoerde milieubelastende activiteiten. In de Omgevingswet en de bijbehorende regelgeving zijn (algemene) regels opgenomen waaraan moet worden voldaan. Voor dit soort bedrijfsmatig uitgevoerde milieubelastende activiteit is geen evenementenvergunning vereist op grond van artikel 2 eerste lid van Bijlage C van de Uitvoeringsbepalingen APV Barneveld.
Indien aanwezig moet er worden voldaan aan de gebruiksmelding brandveiligheid (op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving) en mag het genoemde maximaal aantal toegestane bezoekers niet overschreden worden. Het toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving berust bij de OddV.
2.4 Meldingsplichtige bedrijfsmatig uitgevoerde milieubelastende activiteiten op een evenementenlocatie
In de gemeente zijn diverse evenementenlocaties zoals Veluwehal, Schaffelaartheater, Midden Nederlandhallen en studio Het Kruispunt die vanuit hun bedrijfsvoering evenementen (laten) houden en waarbij dit binnen de normale bedrijfsvoering en bestemming valt. In een klein aantal gevallen die vanwege de inhoud, omvang en/of intensiteit hiervan een risico voor de openbare veiligheid, de openbare orde en/of de volksgezondheid tot gevolg kunnen hebben, wil de gemeente een melding krijgen van de activiteit. Dit is geregeld in artikel 2 van de Uitvoeringsbepalingen Apv bijlage C.
Deze meldplicht geldt voor alle activiteiten die:
Degene die op grond van de Omgevingswet en daarop gebaseerde regelgeving verantwoordelijk is voor de betreffende activiteiten die ook aan te merken zijn als evenement, heeft een meldplicht, die inhoudt dat voor 1 november de jaarkalender met de betreffende evenementen van het daaropvolgende jaar aan de burgemeester wordt gestuurd. De gemeente bekijkt de jaarkalender, samen met de veiligheidspartners. Bij onduidelijkheden kunnen aanvullende vragen worden gesteld aan de melder. Wanneer een evenement geen doorgang zou kunnen vinden wordt contact opgenomen met de melder. Bij acceptatie van de melding kunnen voorwaarden gesteld worden.
Wanneer er gedurende het jaar nieuwe evenementen gepland worden, worden deze direct en uiterlijk 12 weken voor aanvang van het evenement aan de gemeente gemeld.
3 Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden
Dit hoofdstuk beschrijft de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de organisator en de gemeente.
Bij een evenement is de organisator als eerste verantwoordelijk en aansprakelijk voor een zorgvuldige voorbereiding, een goed en veilig verloop en een zorgvuldige nazorg van het evenement. De organisator is in eerste instantie verantwoordelijk voor het aanleveren van alle relevante bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling van de voorgenomen activiteit. De organisator en aanvrager zijn dan dezelfde (rechts)persoon.
In sommige gevallen huurt de aanvrager van de evenementenvergunning een bureau in om het evenement te organiseren. In andere gevallen vraagt de exploitant van de zaal de vergunning voor het evenement aan. De organisator hoeft in juridische zin dus niet dezelfde (rechts)persoon te zijn als de vergunningaanvrager.
Wanneer er sprake is van een aanvrager en organisator is het van belang om in de vergunningprocedure een duidelijk onderscheid te maken tussen deze twee partijen. De aanvrager van een vergunning draagt de verantwoordelijkheid voor het evenement. De aanvrager ontvangt ook de evenementenvergunning en is verplicht te zorgen voor naleving hiervan. In het spraakgebruik worden de termen aanvrager en organisator door elkaar gebruikt, omdat in de meeste gevallen sprake is van dezelfde (rechts)persoon. In deze beleidsregels wordt de term organisator gebruikt, tenzij nadrukkelijk de aanvrager van de vergunning/ontheffing wordt bedoeld.
De gemeente, de burgemeester in het bijzonder, is als het bevoegde gezag voor de evenementenvergunning in de Apv verantwoordelijk voor de beoordeling van de activiteit, het stellen van relevante randvoorwaarden in het kader van de vergunningverlening en de controle, toezicht en de handhaving bij publieksevenementen.
De verschillende werkzaamheden op uitvoeringsniveau vinden plaats op grond van de Mandaatregeling gemeente Barneveld. De behandeling van de vergunningaanvraag voor publieksevenementen wordt binnen het team Veiligheid, Vergunningen en Toezicht (VVT) op ambtelijk niveau gecoördineerd. Bij melding van een evenement wordt er binnen het team VVT een vergunningverlener aangewezen die de voorgenomen activiteit van intake tot evaluatie begeleidt, coördineert en het aangewezen aanspreekpunt voor de organisator is.
Vanuit de gemeente worden de kaders gesteld waarbinnen de evenementen kunnen worden gehouden, welke voorwaarden worden gesteld en ook op welke wijze het vergunningsproces wordt vormgegeven. Deze beleidsregels zorgen voor een adequaat verloop van het vergunningsproces en ook is het proces zo voorspelbaar en duidelijk. Daarnaast wordt beschreven hoe de gemeente toezicht houdt op de naleving. Maar daarnaast wil de gemeente dienstverlenend zijn naar de organisatoren. Zo worden formats beschikbaar gesteld, kunnen organisatoren digitaal hun oude aanvraag aanpassen naar de nieuwe editie en is het natuurlijk altijd mogelijk om vragen te stellen via mail of telefoon.
Dit hoofdstuk beschrijft de jaarkalender evenementen en wat aangeleverd moet worden bij de gemeente voor een reservering voor het evenement.
Voor de spreiding van evenementen en het voorkomen van ongewenste samenloop is het van belang om in een vroeg stadium inzichtelijk te maken wanneer in het jaar een evenement plaatsvindt, op welke locatie, data en tijdstippen. Het uitgangspunt daarbij is dat in het algemeen wordt voorkomen dat op één dag of in één week meerdere grote of middelgrote evenementen plaatsvinden.
4.1 Jaarkalender A, B en C evenementen
De gemeente vraagt daarom aan bekende organisatoren van zowel A, B en C evenementen of zij in elk geval vóór 1 november van ieder kalenderjaar de gewenste datum voor het evenement in het opvolgende jaar willen melden. Het doel van de evenementenkalender is meerledig. Het verschaft duidelijkheid aan organisatoren en andere betrokkenen (zoals bewoners en bedrijven) en zorgt ervoor dat bij ongewenste (regionale) samenloop door operationele diensten voor dit evenement een negatief advies aan de burgemeester wordt verstrekt. Ook kan bij het eerste contact tussen de ambtenaar vergunningverlening en de organisator al worden geconstateerd dat de datum van het geplande evenement door samenloop niet realiseerbaar is.
Evenementen die al langer dan 3 jaar op een vast moment of vaste datum op een vaste locatie worden gehouden gaan voor op nieuwe(re) evenementen. Het nieuwe evenement moet dan een andere datum of locatie zoeken. Wanneer er geen sprake is van een historie van meer dan 3 jaar, gaat de organisator die als eerste een evenement aanmeldt voor. Bij overige samenloop neemt gemeente contact op met organisatoren en probeert in overleg een goede oplossing te vinden. In het uiterste geval kan worden geloot.
De gemeente plaatst het evenement op de plaatselijke evenementenkalender. De plaatselijke evenementenkalender wordt jaarlijks in december door de burgemeester vastgesteld. De organisator weet dan dat zijn evenement op deze datum plaats kan vinden. Na vaststelling van de jaarkalender kan in een aantal gevallen geen vergunning meer verleend worden voor de organisatie van evenementen met een B of C classificatie. Wel zal de gemeente bij nieuwe evenementen in de B en C classificatie die na 1 november, maar wel respectievelijk 14 en 22 weken voor de gewenste evenementendatum worden aangevraagd beoordelen en waar mogelijk in behandeling nemen. Voorwaarde is wel dat een datum wordt gevraagd of gevonden die geen ongewenste (regionale) samenloop geeft.
Ten behoeve van de plaatselijke jaarkalender worden de volgende gegevens gevraagd:
Deze gegevens worden door de gemeente tevens op de regionale evenementen kalender geplaatst aangevuld met:
Een plek op de kalender is overigens enkel een reservering voor een evenement. De verdere behandeling van de aanvraag leidt ertoe dat al dan niet een vergunning wordt verleend en onder welke voorwaarden. Wanneer een organisator voor het eerst een evenement in Barneveld wil organiseren of van gedachten wil wisselen over de wenselijkheid en mogelijkheden, dan raden we aan om op tijd contact op te nemen met de vergunningverleners evenementen van de gemeente, tel. 140342 of via evenementen@barneveld.nl.
4.3 Jaarkalender evenementen en bedrijfsmatig uitgevoerde milieubelastende activiteiten
Wanneer een bedrijfsmatig uitgevoerde milieubelastende activiteit als bedoeld in de Omgevingswet wordt gehouden, die tevens als evenement op grond van de Apv kan worden aangemerkt, geldt voor deze categorie evenementen een speciale meldplicht, die ook is vastgelegd in de uitvoeringsregels bij de Apv. In hoofdstuk 2 staat omschreven welke bedrijfsmatig uitgevoerde milieubelastende activiteiten dit betreft. Het gaat dan om een activiteit die vanwege de inhoud, omvang en/of intensiteit hiervan een risico voor de openbare veiligheid, de openbare orde en/of de volksgezondheid tot gevolg kan hebben. Dit betreft de evenementenlocaties zoals Veluwehal, Schaffelaartheater, Midden Nederlandhallen en studio Het Kruispunt waar bijvoorbeeld een (landelijke) bijeenkomst wordt gehouden over een controversieel politiek thema waarbij weerstand uit de samenleving kan komen.
Deze activiteiten moeten worden gemeld voor 1 november van het jaar voorafgaand aan dat waarin ze worden gehouden aan de burgemeester. De gemeente plaatst de evenementen op de plaatselijke en meldt deze aan bij de veiligheidspartners, zodat ook de veiligheidspartners hun inzet kunnen afstemmen op deze evenementen. Bij ongewenste (regionale) samenloop wordt contact opgenomen met de houder.
Per te melden evenement somt de melder de volgende informatie op:
5 Risicoclassificatie en maximering
Dit hoofdstuk beschrijft de verschillende classificaties van evenementen. Afhankelijk van de risico’s, wordt een evenement in de categorie A, B of C geplaatst. Vervolgens wordt beschreven wat het maximaal aantal evenementen per risicoklasse op een locatie is.
De classificatie van vergunningplichtige evenementen is van belang voor het bepalen van de behandelaanpak. Evenementen worden geclassificeerd op basis van de risico’s en de daaraan gerelateerde mogelijke gevolgen die kunnen optreden bij een evenement. Hierbij wordt tevens gekeken naar aantal bezoekers, locatie, doelgroep en de bereikbaarheid voor hulpdiensten. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de risico’s op het gebied van openbare orde en veiligheid, de volksgezondheid, de impact op de omgeving en de eventuele gevolgen voor het verkeer.
Voor de risicoscan wordt gebruik gemaakt van het programma Live Events dat door de VGGM is ontwikkeld. De vergunningverlener vult de risicoscan in op basis van het aanvraagformulier van de organisator, eventueel aangevuld met de uit het intake-overleg verkregen informatie. De uitkomsten bepalen onder meer hoe het vergunningentraject en met name het adviestraject door de VGGM eruit zal zien. Er kan daarbij worden geadviseerd door de politie, brandweer en de GHOR. Tijdens een vergunningentraject kan overigens nog vanuit kennis, ervaring en/of informatie op- of afgeschaald worden naar een andere categorie, indien de impact groter of kleiner blijkt te zijn dan vooraf ingeschat.
5.1 Maximering aantal evenementen op jaarbasis
In de gemeente Barneveld zijn al jarenlang locaties in gebruik als evenementenlocatie. Deze locaties zijn voor de beleidsregels evenementen wederom beoordeeld en nieuwe locaties zijn toegevoegd, waarbij het aantal dagen waarop een vergunningplichtig evenement per locatie kan worden gehouden is gemaximeerd. Ook is in de tabel weergegeven hoe vaak per locatie een evenement met geluid tot 24.00 uur mag plaatsvinden. Alle overige evenementen met geluid mogen tot 23.00 uur plaatsvinden. Deze tabel is tot stand gekomen na overleg met en -waar mogelijk met- instemming van organisatoren, omwonenden en andere betrokkenen. Deze locaties zijn ook opgenomen in de omgevingsplannen. Nieuwe locaties worden bij meermaals gebruik meegenomen in de herziening van de omgevingsplannen.
Voor de meldingsplichtige activiteiten is gezien het zeer lage risicoprofiel en de afwezige of zeer beperkte invloed voor de directe omgeving geen maximum vastgesteld. Dit geldt ook voor de meeste milieubelastende activiteiten op grond van de Omgevingswet die tevens als evenement worden aangemerkt.
Categorie A: regulier evenement
Voor deze categorie evenementen is gezien het lage risicoprofiel en de beperkte invloed op de leefomgeving uitsluitend voor bepaalde terreinen een maximum gesteld.
Categorie B: aandachtsevenement
Voor deze categorie is vanwege het gemiddelde risicoprofiel en de invloed op de leefomgeving sprake van maximering in aantal.
Voor deze categorie is alleen op recreatiegebied Zeumeren in Zeumeren de mogelijkheid een C-evenement te organiseren voor 2 dagen.
Tabel maximering A, B en C evenementenlocaties per dag op jaarbasis
Daarnaast zijn er locaties die in diverse dorpen worden gebruikt:
In de vakantie wordt in veel dorpen door de kerken algemeen toegankelijk jeugd- en jongerenwerk georganiseerd de zogeheten jeugdweek. Hiervoor worden diverse gebouwen gebruikt en tenten geplaatst. De huidige locaties van de tenten zijn: Woudseweg, Hessenweg, Espeterweg en Lijsterhof in Barneveld en de Veluweweg 84 in Kootwijkerbroek.
Voor een aantal terreinen ligt de eigendom bij een particulier, bedrijf of organisatie. Voordat gebruik kan worden gemaakt van het terrein moet de eigenaar instemmen met het gebruik van het terrein voor het betreffende evenement. Hiervoor kan ook een bedrag in rekening worden gebracht. De toestemming wordt bij de aanvraag gevoegd. Bij het parkeerterrein dorpshuis Stroe kan een evenement alleen na overleg met het dorpshuis plaatsvinden, om te waarborgen dat er voldoende parkeerplaatsen overblijven voor het gebruik van het dorpshuis.
Op het recreatiegebied Zeumeren vinden vele activiteiten plaats. Een groot deel daarvan valt binnen de recreatieve functie van het terrein en zijn niet meldings- of vergunningplichtig. Wanneer een activiteit aangevraagd wordt bij de eigenaar van het terrein, Leisurelands, die wellicht meldings- of vergunningplichtig is, wordt de aanvrager erop gewezen dat zij zorg moeten dragen voor het aanvragen van een vergunning of doen van een melding bij de gemeente Barneveld.
Het recreatiegebied leent zich goed voor het organiseren van A-evenementen waar geen maximum aan verbonden is. Voor de B en C evenementen wordt wel gewerkt met een maximering, omdat er bij deze evenementen enige mate van overlast voor de omgeving te verwachten valt.
5.4 Maximering en omgevingsplan
Evenementen die een planologische relevantie hebben moeten planologisch geregeld worden. Om te bepalen of er sprake is van ruimtelijke relevantie wordt onder meer gekeken naar de activiteit (inclusief het opbouwen en afbreken) en de omvang van de activiteit waaronder het aantal deelnemers en toeschouwers en/of uitstraling. In de praktijk komt het er vaak op neer dat dit voor meerdaagse evenementen aan de orde is. Per nieuw evenement wordt beoordeeld of er een omgevingsvergunning nodig is. Dit is voor het afwijken van een omgevingsplan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).
Er kan eventueel een tijdelijke omgevingsvergunning worden verleend. Bij het permanent maken van het Omgevingsplan worden nieuwe evenemententerreinen aangeduid en geregeld.
Er zijn in de gemeente nog meer terreinen die, incidenteel, voor een A- evenement gebruikt worden. Vaak wordt voor deze evenementen ook gewisseld van locatie. Een voorbeeld hiervan zijn de jeugdweken die in de gehele gemeente gehouden worden. Hiervoor wordt per jaar per evenement vergunning verleend.
5.6 Maximaal 5 maal verplaatsen of verkorten weekmarkt Voorthuizen
Jaarlijks worden er in het centrum van Voorthuizen diverse evenementen georganiseerd. Sommige evenementen worden op het Bunckmanplein georganiseerd, waardoor de opbouw of uitvoering van het evenement tegelijkertijd plaatsvindt met de warenmarkt die op zaterdagochtend tot 13.00 uur wordt gehouden en om 15.00 uur verwijderd moet zijn. Bij een verplaatsing van de warenmarkt wordt deze ingericht op het Smidsplein en het straatje tussen Smidsplein en Bunckmanplein. Deze verplaatsing of verkorting van de weekmarkt vindt maximaal 5 keer plaats. Aan het begin van het evenementenseizoen wordt door de vergunningverleners geïnventariseerd welke evenementen op het Bunckmanplein worden georganiseerd, waarbij het nodig is dat de warenmarkt moet verplaatsen. Dit zijn op dit moment de volgende evenementen: Voorthuizen Straalt, NK Dweilorkesten i.c.m. braderie Crescendo, Voorthuizen Loopt, Floralia en de intocht van Sinterklaas. De samenloop kan ook worden opgelost door het eerder stoppen van de markt en er wordt per editie van het betreffende evenement beoordeeld of verplaatsing nodig is.
Met deze 5 evenementen is het maximaal aantal verplaatsingen/verkorten van de weekmarkt ingevuld. De vergunningverleners spannen zich in om de datum van een evenement waarbij de warenmarkt (mogelijk) moet verplaatsen of verkorten, zo snel als mogelijk te communiceren richting de marktmeesters. Zij geven dit door aan de marktkooplieden. De marktmeesters realiseren de verplaatsing en dragen onder meer zorg voor elektriciteit via aggregaten en kabels. De kosten voor de verplaatsing van € 4.000,= per keer worden door de gemeente betaald.
Het maximum van 5 keer verplaatsen over verkorten van de weekmarkt in Voorthuizen geldt voor de gehele looptijd van de beleidsregels evenementen. Wanneer er tijdens deze looptijd een evenement vervalt of niet langer samenvalt met de markt, kan een nieuw evenement deze plaats innemen.
5.7 Belastende evenementen: geen vergunning
Voor een aantal belastende evenementen wordt géén evenementenvergunning verleend, omdat de risico’s voor de volksgezondheid, openbare orde en/of openbare veiligheid te groot zijn. De burgemeester wijst de hieronder genoemde categorieën evenementen aan waarvoor geen evenementenvergunning wordt verleend. Dit zijn:
Voetbalwedstrijden tussen twee betaalde voetbalclubs op het terrein van een amateurvoetbalclub. Er kan wel een evenementenvergunning worden verleend voor oefenwedstrijden tussen twee betaalde voetbalclubs op het terrein van een amateurvoetbalclub waarbij strenge voorwaarden gelden zoals het spelen zonder toeschouwers en het niet communiceren over de oefenwedstrijd. De mogelijkheden worden per situatie door de burgemeester beoordeeld. De amateur voetbalclub dient als organisator een evenementenvergunning aan te vragen en een veiligheidsplan in te dienen. Alle betrokken veiligheidspartners wordt gevraagd advies uit te brengen zodat de risico’s vooraf goed kunnen worden gewogen.
Voor het vervoeren van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten (zoals op de zogeheten “platte kar”) kan een ontheffing worden verleend in het geval het vervoer van personen geschiedt in het kader van een evenement of optocht waarvoor een vergunning op grond van de Apv is afgegeven, zoals dit staat beschreven in artikel 61b van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Voor het vervoeren van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten wordt dus geen ontheffing verleend als met het vervoer wordt deelgenomen aan het reguliere verkeer. Voor huifkarren kan een ontheffing op grond van de Wegenverkeerswetgeving worden gevraagd.
5.8 Sportwedstrijden (EK en WK)
Voor het gezamenlijk -als evenement- bekijken van sportwedstrijden wanneer een Nederlands team in de (halve) finale speelt bij bijvoorbeeld een EK of WK kunnen de reguliere evenemententerreinen worden gebruikt. Ook kan binnen in horecagelegenheden of evenementenhallen gezamenlijk worden gekeken wanneer de speeltijden buiten de toegestane evenemententijden vallen.
Daarnaast kan de burgemeester -onder voorwaarden- toestaan dat voor dit soort wedstrijden schermen op het terras worden geplaatst. Wanneer de (halve) finalewedstrijd waar Nederland in speelt buiten de reguliere horecatijden valt, kunnen de horeca ondernemers hier ontheffing van het sluitingsuur voor aanvragen.
6 Meldingsplichtige evenementen
Dit hoofdstuk beschrijft de eisen voor meldingsplichtige evenementen.
Het is in beginsel verboden om zonder vergunning van de burgemeester een evenement te geven of te houden. De burgemeester heeft kleinschalige evenementen en bepaalde evenementen die binnen het omgevingsrechtelijke kader al toegestaan zijn aangewezen waarvoor geen vergunningplicht geldt en een voorafgaande melding volstaat op grond van artikel 2:25 lid 3 van de Apv.
6.1 Voorwaarden meldingsplichtige kleinschalige evenementen
Als meldingsplichtige evenementen als bedoeld in artikel 2:25, derde lid van de Apv worden kleinschalige evenementen aangewezen die aan de volgende voorwaarden voldoen:
de organisator meldt uiterlijk vier weken voorafgaand aan het evenement de locatie en het tijdstip aan de burgemeester. Als een kleinschalig evenement geen doorgang kan vinden of aanpassing behoeft, wordt zo spoedig mogelijk contact opgenomen met de melder. Binnen veertien dagen volgt een schriftelijke kennisgeving aan de organisator die een verbod van het kleinschalige evenement of de acceptatie inhoudt, indien nodig vergezeld van de voorwaarden waaronder het evenement kan plaatsvinden.
Een melding van een evenement moet uiterlijk 4 weken voorafgaand aan het evenement gedaan worden bij het team VVT, onder andere in verband met plaatsing op de evenementenkalender. De melding kan worden gedaan via het daarvoor bestemde formulier op de website (Klein evenement melden | Gemeente Barneveld). Na ontvangst van de melding ontvangt de organisator binnen 14 dagen een kennisgeving waarmee toestemming verleend wordt. Deze kennisgeving wordt ook verzonden naar politie en VGGM. In het geval er geen toestemming verleend kan worden, wordt contact opgenomen met de melder.
Bij een evenement waar een Alcholwetontheffing nodig is, moet een reguliere vergunning worden aangevraagd en kan niet worden volstaan met een melding.
6.3 Voorwaarden meldingsplichtige bedrijfsmatig uitgevoerde milieubelastende activiteiten in een evenementenlocatie
Een bedrijfsmatig uitgevoerde milieubelastende activiteit kan tevens als evenement op grond van de Apv worden aangemerkt. Dit is uitgelegd in paragraaf 2.4 en 4.3. Wanneer voor deze activiteiten ook een evenementenvergunning moet worden aangevraagd is dit een behoorlijke last voor zowel de ondernemer als de gemeente. Daarom is voor deze categorie evenementen een speciale meldplicht in de uitvoeringsregels bij de Apv vastgelegd. Deze meldplicht geldt voor alle activiteiten die:
Degene die op grond van de Omgevingswet en daarop gebaseerde regelgeving verantwoordelijk is voor de betreffende activiteiten die ook aan te merken zijn als evenement, heeft een meldplicht, die inhoudt dat voor 1 november de jaarkalender met de betreffende evenementen van het daaropvolgende jaar aan de burgemeester worden gestuurd. Wanneer er gedurende het jaar nieuwe evenementen gepland worden in de inrichting, zorgt de houder van de inrichting dat deze aanvullingen direct en uiterlijk 12 weken voor de evenementendatum naar de burgemeester worden gezonden.
Per te melden evenement somt de melder de volgende informatie op:
Als een evenement na toetsing geen doorgang kan vinden of aanpassingen behoeft, wordt zo spoedig mogelijk contact opgenomen met de melder. Binnen acht weken volgt een schriftelijke kennisgeving aan de melder die een verbod van het evenement of de acceptatie inhoudt, die indien nodig vergezeld wordt van de voorwaarden waaronder het evenement kan plaatsvinden.
7 De vergunningaanvraag A, B en C-evenementen
Dit hoofdstuk beschrijft de termijnen, de procedure, de vereisten en het proces voor de aanvraag van een evenement.
Voor het organiseren van een evenement is het van belang om al in een vroeg stadium contact op te nemen met de gemeente. De voorbereidingen voor het evenementenseizoen starten namelijk al in oktober voorafgaand aan het jaar waarin het evenement plaatsvindt, met het opstellen van de jaarlijkse evenementenkalender. Dit is beschreven in hoofdstuk 4. Voor kleinschalige evenementen en evenementen die binnen het omgevingsrechtelijke kader al toegestaan zijn als bedoeld in hoofdstuk 2, die voldoen aan de eisen die beschreven staan in hoofdstuk 6, kan volstaan worden met een melding. Voor alle overige evenementen moet een vergunningaanvraag worden gedaan.
In de onderstaande tabel wordt aangegeven welke termijn voor welke soort evenementen gelden. De termijnen in weken worden in weken teruggerekend vanaf de eerste dag van het evenement.
De gemeente streeft er naar om binnen 4 weken na aanlevering van de complete aanvraag een besluit op de aanvraag te nemen. De organisator verkrijgt daarmee uiterlijk 4 weken voor aanvang van het evenement al zekerheid over de vraag of hij een vergunning krijgt. Bij een melding kleinschalig evenement wordt binnen 14 dagen een kennisgeving verzonden. Bij een melding van een omgevingsrechtelijke al ingekaderde activiteit die tevens een evenement is, wordt binnen 8 weken een kennisgeving verzonden.
7.2 De vergunningprocedures, indieningsvereisten en ontvankelijkheids-toets
Het is de verantwoordelijkheid van de organisator/aanvrager om de melding voor de jaarkalender evenementen tijdig om te zetten in de vergunningaanvraag. Een aanvraag voor een evenement kan worden ingediend via de formulieren op de website van de gemeente, bij het digitale loket zijn de formulieren en verdere informatie te vinden.
Als de aanvraag binnenkomt, wordt eerst bekeken of de vergunning juist is aangevraagd, of alle benodigde bijlagen aanwezig zijn en of deze inhoudelijk voldoen. Alle gevraagde informatie moet naar waarheid en volledig door de aanvrager zijn ingevuld en aangeleverd. Een aanvraag moet voldoen aan de volgende eisen:
Op het aanvraagformulier staat aangegeven welke gegevens aangeleverd moeten worden bij de vergunningaanvraag, dit is mede afhankelijk van het soort evenement en de classificatie. Daarnaast moet altijd een indelingstekening van het evenemententerrein aangeleverd worden.
Deze indelingstekening van het evenemententerrein dient nauwkeurig te zijn en weergegeven in een raster of zones. Het is hierbij minimaal van belang om aan te geven:
Draaiboek (B&C) en programma (alle evenementen)
Bij de grotere B-evenementen en bij alle C-evenementen is, naast het programma, ook een draaiboek verplicht. Hierin staat duidelijk:
Bij A-evenementen kan worden volstaan met het programma van het evenement.
Afhankelijk van het type evenement moeten de volgende onderdelen uitgewerkt worden:
Vanuit de gemeente is er een handreiking geschreven voor het opstellen van een veiligheidsplan bij evenementen. Organisatoren kunnen hier gebruik van maken. De handreiking wordt gemaild en is online te vinden op: Handreiking veiligheidsplan evenementen
Eventuele knelpunten moeten teruggekoppeld worden naar team VVT. Op de indelingstekening en de plattegrond van het verkeersplan dient duidelijk aangegeven te zijn:
Als de aanvraag niet juist is ingediend of als er stukken ontbreken, dan wordt de behandeling van de aanvraag opgeschort. De aanvrager krijgt in principe twee weken de tijd om de gegevens aan te vullen (art 4:5 Awb). Bij complexe evenementen, dan wel veel ontbrekende stukken kan de gestelde termijn langer zijn, zodat de aanvrager voldoende in staat wordt gesteld alle ontbrekende gegevens aan te leveren. Zodra alle stukken zijn aangeleverd gaat de termijn weer lopen. Als de stukken niet tijdig worden aangevuld, zal de aanvraag buiten behandeling worden gesteld en kan er geen vergunning worden verleend.
Als de aanvraag te laat is ingediend, kan geen goede afweging meer worden gemaakt. Belangrijke aspecten, zoals (brand) veiligheid, kunnen over het hoofd worden gezien. Overige adviseurs hebben geen tijd om goed te adviseren. De aanvraag zal buiten behandeling worden gesteld en er kan geen vergunning worden verleend.
7.3 Advisering interne en externe diensten en veiligheidspartners
Na ontvangst van de complete aanvraag, stuurt de gemeente de aanvraag ter definitieve beoordeling en advisering door aan diverse gemeentelijke diensten, externe diensten en de veiligheidspartners. Vanaf het moment dat de vergunningaanvraag wordt ingediend, dienen deze plannen namelijk getoetst en definitief goedgekeurd te worden door de gemeente en haar adviespartners.
Multidisciplinair veiligheidsadvies bij C-evenementen
Bij C-evenementen is een multidisciplinair veiligheidsadvies noodzakelijk, waarbij het veiligheidsplan in een integraal overleg met politie en VGGM wordt beoordeeld en vastgesteld. De advisering door de interne diensten en externe adviespartners kan op onderdelen nog leiden tot het maken van nadere afspraken of het stellen dan wel aanscherpen van de in de vergunning op te nemen randvoorwaarden.
Naast de evenementenvergunning kunnen er andere besluiten of producten aan de orde zijn, bijvoorbeeld een verkeersbesluit of het huren van dranghekken. Als de activiteit in strijd is met het geldende omgevingsplan kan toestemming worden gevraagd om activiteiten in de fysieke leefomgeving uit te voeren door een omgevingsvergunning aan te vragen. Als de activiteit in strijd is met het omgevings-plan is dit een zogeheten buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) of wanneer de activiteit in het omgevingsplan is aangewezen als vergunningplichtig kan een omgevingsplanactivititeit (OPA) nodig zijn. De vergunningverlener evenementen zorgt voor afstemming tussen deze verschillende besluiten en producten of verwijst de organisator naar de juiste procedure(s).
7.4 Vergunningprocedure bekend A- evenement
Als een organisator een A- evenement wil organiseren en het is niet de eerste keer dat het evenement georganiseerd wordt, dan kan met het aanvraagformulier minimaal 8 weken voor het evenement een aanvraag voor een evenementenvergunning ingediend worden. Uitsluitend wanneer de vergunningverlener evenementen of een van de adviespartners dat wenselijk vindt, wordt de organisator uitgenodigd voor het evenementenoverleg.
7.5 Procedure A-evenement en B- en C- evenementen
De organisator ontvangt in elk geval bij een nieuw evenement of een nieuwe organisator na de eerdere reservering op de jaarkalender van de gemeente een uitnodiging voor een intakegesprek met de vergunningverlener. De vergunningverlener is het aanspreekpunt gedurende het gehele proces.
Dit intakegesprek vindt uiterlijk 14 weken voorafgaand aan het evenement plaats. Bij een C- evenement is dit uiterlijk 22 weken voorafgaand aan het evenement. Het doel van het intakegesprek is gericht op kennismaking met en informeren van de organisator over de procedure van vergunningverlening en de aan te leveren bescheiden. Het intake gesprek wordt gevoerd met de vergunningverlener die de organisator een “spoorboekje” aanreikt waarin de wederzijdse verantwoordelijkheden in het verdere proces verduidelijkt worden.
Daarnaast komen onderwerpen in dit overleg aan bod die zien op de mogelijke risico’s en hoe deze beheerst kunnen worden. Afhankelijk van het type evenement en de daarmee samenhangende risico’s kan er om een veiligheidsplan, mobiliteitsplan en/of gezondheidsplan gevraagd worden. Daarnaast kan bijvoorbeeld een wens tot representatie door het gemeentebestuur tijdens het evenement besproken worden. Ook wordt besproken hoe invulling kan worden gegeven aan thema’s als duurzaamheid of toegankelijkheid en inclusie. Wanneer een evenement al vele jaren wordt gehouden met dezelfde organisator kan het intakegesprek minder frequent worden gehouden.
Na dit intakegesprek zorgt de organisator voor het aanleveren van een complete aanvraag. Deze aanvraag moet uiterlijk 12 weken voor het evenement ontvangen zijn bij A en B evenementen. Bij C evenementen geldt een termijn van 20 weken voor het evenement.
Ontvangen aanvragen en verleende vergunningen voor een C-evenement worden altijd elektronisch bekend gemaakt. Daarnaast worden ook de aanvragen en verleende vergunningen voor evenementen die een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving elektronisch bekendgemaakt. Deze elektronische bekendmaking is te vinden in het elektronisch gemeenteblad op https://officielebekendmakingen.nl
De vergunningverlener nodigt in elk geval een nieuwe organisator en een (nieuwe) organisator van een nieuw evenement ongeveer 10 dan wel 18 weken voorafgaand aan het evenement uit voor een gesprek in het evenementen-overleg dat plaatsvindt in het gemeentehuis. In het bredere evenementenoverleg dat periodiek wordt gehouden, gaan de organisator, relevante betrokkenen vanuit de gemeente en de externe diensten (OddV) en veiligheidspartners (politie, VGGM) naar aanleiding van de vergunningaanvraag het gesprek aan over het evenement. De gemeente classificeert voorgenomen activiteiten aan de hand van de behandel-scan. De uitkomst van deze scan bepaalt mede welke externe partijen deelnemen aan het overleg.
Doel van het evenementenoverleg is ervoor te zorgen dat eventuele knelpunten vroegtijdig gesignaleerde en opgelost kunnen worden en eventuele onvolkomenheden in de aan te leveren bescheiden door de organisator kunnen worden gerepareerd. Zo verloopt de aanvraag, het beoordelen en het verlenen van de vergunning via een gestroomlijnd proces, waarbij de organisator zo goed mogelijk gefaciliteerd wordt. Het evenementenoverleg sluit af met heldere procesafspraken, waardoor zowel voor de organisator als de gemeente en externe diensten en veiligheidspartners duidelijk is wie, wanneer welke actie moet ondernemen.
Wordt een evenement al jaren georganiseerd door dezelfde organisator dan is het ook mogelijk dat het evenement besproken wordt in het evenementenoverleg zonder aanwezigheid van de organisator. Mochten er toch aandachtspunten uit het overleg naar voren komen dan worden deze door de vergunningverlener aan de organisator doorgegeven.
Uitzondering grote en zeer complexe evenementen van de B en C categorie
Bij grote en zeer complexe evenementen kan de gemeente er vanwege de specifieke omgevingsgerichte aspecten die hierbij een rol kunnen spelen voor kiezen om de procedure tot vergunningverlening te laten verlopen via de zogenaamde openbare voorbereidings-procedure als omschreven in titel 3.4 van de Awb. In deze situatie gelden andere termijnen dan hierboven aangegeven. De keuze daartoe wordt gemaakt op grond van de meldingen voor de jaarkalender evenementen. Wanneer deze situatie zich aandient, wordt de organisator/aanvrager hierover al bij de melding voor de jaarkalender geïnformeerd. Het intakegesprek met de vergunningverlener evenementen zal uiterlijk 22 weken voorafgaand aan de activiteit worden belegd. Het evenementenoverleg vindt (indien nodig) dan 18 weken voor het evenement plaats.
De vergunningverlener stelt op basis van de beoordeling van de door de organisator aangereikte gegevens, de beoordeling van de plannen en de advisering van de partners een beschikking voor de evenementenvergunning op. Deze beschikking bevat de benodigde vergunning(en) inclusief voorschriften en beperkingen. De door de organisator opgestelde en goedgekeurde plannen zijn integraal onderdeel van de vergunning. Dat betekent dat de organisator het evenement moet organiseren conform deze plannen en er ook gecontroleerd kan worden op inzet van de maatregelen die in de plannen opgenomen zijn om de risico’s te beheersen. In hoofdstuk 8.3 worden de reguliere evenementenvoorschriften en de overige vergunningen en toestemmingen besproken.
Bij complexe evenementen kan het, voor alle partijen, wenselijk zijn dat het pakket aan randvoorwaarden voor feitelijke vergunningverlening nog een keer doorgenomen wordt met de organisator van het evenement. Bij deze evenementen wordt de afspraak daartoe al bij de start van het proces gemaakt.
Evenementen hebben doorgaans een grote impact op de omgeving. Ondanks alles wat in deze beleidsregels is opgenomen kan het zo zijn dat de balans van overlast die het evenement met zich meebrengt ten opzichte van de beoogde doelstelling, namelijk het vermaken van het publiek, doorslaat richting de overlast. In dergelijk geval kan worden besloten geen vergunning te verlenen voor het evenement.
Een vergunning/ontheffing of aanvaarding van een melding kan verder worden geweigerd in belang van:
Weigering/intrekking op grond van toetsing op grond van Wet Bibob
De Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) beoogt te voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert. Indien er ernstig gevaar bestaat dat een vergunning wordt gebruikt om wederrechtelijk verkregen vermogen wit te wassen of strafbare feiten te plegen, dan kan de burgemeester de evenementenvergunningaanvraag weigeren of de verleende vergunning intrekken. In de Beleidsregel Bibob Barneveld is aangegeven dat de Bibob toets in principe beperkt zal blijven tot aanvragen voor evenementen, die door of namens commerciële partijen worden georganiseerd, dan wel op een bedrijfsmatige wijze georganiseerd worden.
De toets wordt in beginsel alleen uitgevoerd als bij de aanvraag:
er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij de aanvraag sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.
Termijn beslissing op aanvraag
Op grond van artikel 4:13 Awb dient het bestuursorgaan binnen redelijke termijn op de aanvraag te beslissen. In beginsel is een termijn van acht weken redelijk. Natuurlijk kan in overleg met de organisator worden aangegeven wanneer in een specifiek geval het besluit wordt genomen waarmee de evenementenvergunning –al dan niet- verstrekt wordt.
8 Verantwoordelijkheden en voorwaarden
Dit hoofdstuk beschrijft de verantwoordelijkheden van de organisator, het veiligheidsplan en de mogelijke voorschriften en beperkingen in de vergunning. Ook de overige benodigde vergunningen en toestemmingen worden benoemd.
8.1 Verantwoordelijkheid organisator
De organisator is primair verantwoordelijk voor een goed en veilig verloop van het evenement. Dat betekent onder meer dat hij moet instaan voor de veiligheid van de bezoekers, de toe- en uitstroom van het verkeer goed moet regelen, moet zorgen voor communicatie naar bezoekers, omwonenden en andere belanghebbenden en de overlast zoveel mogelijk moet beperken. De gemeente en haar adviespartners moeten een deugdelijk oordeel kunnen vellen over de mate waarin een organisator aan zijn verantwoordelijkheden kan voldoen. De organisator is verantwoordelijk voor het aanreiken van alle voor deze beoordeling benodigde informatie.
De door de organisator opgestelde en goedgekeurde plannen (zoals hieronder uitgebreid behandeld) zijn integraal onderdeel van de vergunning.
Naast de gegevens die opgenomen zijn in het aanvraagformulier en de daarbij behorende bescheiden zoals bijvoorbeeld plattegronden, programma, tekeningen en eventuele constructieberekeningen is het door de organisator op te stellen veiligheidsplan een belangrijke bron van informatie.
De combinatie van een grote groep personen op een beperkte ruimte in een korte tijdsspanne kan leiden tot risico’s voor de openbare orde en veiligheid. Bij incidenten moet het publiek in staat zijn om te vluchten. Incidenten kunnen bijvoorbeeld veroorzaakt worden door weersomstandigheden, door aanwezigheid van specifieke doelgroepen die de orde verstoren, door brand/explosie of constructieve defecten. Een incident kan aanleiding zijn tot paniek in de menigte, wat tot een verergering van het incident leidt. En gebruik van alcohol en drugs tijdens evenementen kan als katalysator werken bij het ontstaan van verstoringen van de openbare orde.
De organisator is verantwoordelijk voor de veiligheid bij het evenement. Bij grote aandachts- en risico- evenementen (B en C) moet de organisator daarom een veiligheidsplan opstellen. Het veiligheidsplan wordt ter goedkeuring aan de gemeente en intern en externe diensten en veiligheidspartners voorgelegd. In het voorkomende geval kan ook bij een A-evenement om een (beknopt) veiligheidsplan worden gevraagd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan kleinere activiteiten waarbij sprake is van de inzet van verkeersregelaars of brandveiligheidseisen.
Het veiligheidsplan voorziet in de maatregelen die de organisator heeft getroffen ter voorkoming van incidenten en de maatregelen die genomen worden bij optredende incidenten. Bij grotere evenementen, waarbij in het kader van de uitvoering tijdens het evenement de aanwezigheid van de veiligheidspartner(s) benodigd is, is het veiligheidsplan leidend voor het bewaken van de veiligheid en de te nemen maatregelen bij incidenten.
Met het veiligheidsplan toont de organisator aan op welke wijze en met welke middelen de openbare orde, veiligheid en gezondheid bij het evenement gewaarborgd zijn.
Bij grote incidenten treden de daarvoor bestemde regionaal afgestemde plannen en procedures in werking (GRIP-procedure), waarbij de leiding in het kader van inzet, optreden en afhandeling bij de veiligheidspartners ligt. In een dergelijke situatie moet de organisator zich naar deze structuur voegen.
Personen aanwezig uit stelsel bewaken en beveiligen
Wanneer de organisator personen uitnodigt die vallen onder het stelsel bewaken en beveiligen meldt hij dit direct bij de gemeente. Ook wanneer een van deze personen op eigen initiatief het evenement bezoekt wordt dit zo snel mogelijk gemeld. De personen die vallen onder het stelsel bewaken en beveiligen vallen bij een bezoek aan de gemeente onder de verantwoordelijkheid van de lokale politie en de burgemeester. Er kunnen -waar nodig- extra voorwaarden aan de vergunning worden toegevoegd om het bezoek veilig te laten verlopen.
De gemeente Barneveld heeft een handreiking Veiligheidsplan gemaakt. Aan de hand hiervan kunnen organisatoren een eigen veiligheidsplan schrijven. De vergunningverleners zijn beschikbaar voor inhoudelijke begeleiding bij het opstellen van het plan. Bij de beoordeling van het veiligheidsplan door de gemeente en haar adviespartners is het mogelijk dat er gevraagd wordt om aanvullende aspecten toe te voegen aan het veiligheidsplan.
Het uiteindelijke geaccordeerde veiligheidsplan is integraal onderdeel van de voorwaarden waaronder vergunning wordt verleend en de voorgenomen activiteit kan plaatsvinden.
In het veiligheidsplan is in elk geval aandacht voor:
Mobiliteitsplan en gezondheidsplan
In het voorkomende geval, met name bij grote complexe evenementen, kan er gevraagd worden om in het veiligheidsplan ook een mobiliteitsplan en/of een gezondheidsplan op te nemen. Dit mobiliteitsplan en/of gezondheidsplan zal dan deel uitmaken van het veiligheidsplan.
Als het evenement geclassificeerd wordt als een A-evenement, dan gelden vaak de zogenaamde standaardvoorschriften, waar de organisator aan moet voldoen. Veel voorschriften staan in de vergunning of in één van de bijlagen die bij de vergunning horen. In een enkel geval kan er sprake zijn van aanvullende maatwerkvoorschriften. Deze maatwerkvoorschriften worden dan expliciet in de vergunning opgenomen. Hierbij kan gedacht worden aan specifieke geluidsvoorschriften, indeling van het terrein, verkeersbesluit en aanwezigheid EHBO.
Is het een B of een C evenement, dan worden er aanvullend op de altijd geldende standaardvoorschriften maatwerkvoorschriften gesteld. De aanvullende voorschriften worden vastgesteld op basis van de advisering door de in- en externe diensten en de veiligheidspartners. De gemeente vertaalt de adviezen naar voorschriften in de vergunning.
Het is op grond van het Wetboek van Strafrecht altijd verboden om de openbare orde of veiligheid te verstoren. In artikel 2:26 Apv is expliciet opgenomen dat het verboden is bij (vergunde) evenement de orde te verstoren. Ook mogen geen voorwerpen, gereedschappen of middelen worden meegenomen met het doel de orde te verstoren. Ook is het verboden om bijvoorbeeld “full color” te verschijnen als de rechter de organisatie heeft verboden of wanneer een organisatie bij bestuurlijk besluit is verboden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de OMG’s (outlaw motor gangs).
Veiligheidsmaatregelen nemen (zie ook paragraaf 8.2)
In het veiligheidsplan benoemt de organisator de veiligheidsmaatregelen op die hij heeft getroffen en gaat treffen op het gebied van safety (veiligheid) en security (beveiliging). De organisator neemt, in overleg met het team VVT, VGGM en politie, voldoende maatregelen om de veiligheid van bezoekers en deelnemers aan het evenement te kunnen waarborgen. Omdat geen evenement hetzelfde is, wordt bij de vergunningverlening per evenement beoordeeld welke van deze maatregelen als vergunningsvoorschriften worden opgenomen. In het veiligheidsplan staat onder meer welke maatregelen de organisator neemt in geval van calamiteiten, hoe de beveiliging is geregeld en welke taken zij zullen uitvoeren, welke crowdcontrol maatregelen er genomen worden, hoe het weer gemonitord wordt en hoe de medische zorg is geregeld.
De organisator is verantwoordelijk voor alles wat er op het evenemententerrein gebeurt en houdt zich aan een aantal voorschriften. Zo is het belangrijk dat het terrein duidelijk zichtbaar begrensd is en de nooduitgangen en vluchtroutes goed zijn aangegeven. Er is voldoende verlichting op en rond het evenemententerrein. Er zijn ook voorschriften die ervoor zorgen dat er geen obstakels zijn voor bezoekers of hulpdiensten, of gevaarlijke situaties kunnen ontstaan door onjuist geplaatste bouwwerken. Tijdelijke bouwsels als podia of tribunes dienen gecertificeerd te zijn. Voor ingebruikname wordt dit gecontroleerd door de OddV. De organisator dient zelf niet-gecertificeerde of afgekeurde bouwwerken alsnog te herstellen en goed te laten keuren of te (laten) verwijderen. Het bouwboek van de tent/tribune moet ter plaatse van het evenement aanwezig zijn.
Ook dient het evenemententerrein toegankelijk te zijn voor mensen met een beperking. Dit wordt zowel beoordeeld vanuit een veiligheidsperspectief als vanuit een toegankelijkheidsperspectief. Ook mensen met een beperking moeten zoveel mogelijk deel kunnen nemen aan evenementen of deze bezoeken. Per evenement zal hiervoor maatwerk nodig zijn.
De gemeente heeft de mogelijkheid tot het instellen van een waarborgsom. De organisator betaalt vooraf een ‘borg’ en krijgt deze teruggestort wanneer aan de voorwaarden op basis waarvan de waarborgsom is opgelegd is voldaan. Een waarborgsom wordt gevraagd als aannemelijk is dat voorschriften, zoals het schoon moeten achterlaten van het evenemententerrein, zullen worden overtreden, of aannemelijk is dat er materiële of immateriële kosten gemaakt zullen worden door gemeente en/of betrokken diensten. Wanneer de organisator een voorschrift in het verleden heeft overtreden, kan een waarborgsom worden opgelegd. Indien de organisator wederom verzaakt om het terrein schoon achter te laten, worden de kosten van de schoonmaak in mindering gebracht op de waarborgsom.
Alcoholhoudende dranken en horeca, terrassen en tappunten, glas en blik
Een artikel 35 Alcoholwet-ontheffing, ook wel tapontheffing, maakt het mogelijk om bij bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard (maximaal 12 aaneengesloten dagen) zwak alcoholhoudende dranken te schenken. Een evenement is zo’n bijzondere gelegenheid. Wanneer een organisatie zelf een ontheffing aanvraagt, zal diegene een natuurlijk persoon moeten zijn (en geen rechtspersoon) die voldoet aan de bepalingen van de Alcoholwet- en regelgeving. Zo moet de leidinggevende in het bezit te zijn van de verklaring Sociale Hygiëne, minimaal 21 jaar oud zijn en voldoen aan de zedelijkheidseisen zoals gesteld in de Alcoholwet en -regelgeving. Deze leidinggevende moet continu aanwezig zijn als er wordt geschonken. Barpersoneel dient vooraf geïnstrueerd te worden over nakoming van de voorschriften inzake de drankverstrekking waarbij nadrukkelijk aandacht is voor de leeftijdscontrole. Alle voorwaarden staan opgenomen in de ontheffing.
Wanneer een gevestigde horecaonderneming tijdens een evenement tapinstallaties buiten een horeca-inrichting en dus een tijdelijk terras plaatst of een tappunt op gemeentegrond, dan is daarvoor een artikel 35 Alcoholwet-ontheffing nodig.
Het is niet toegestaan onder de 18 jaar alcohol te nuttigen. De gemeente Barneveld verwacht dat de organisatie een actieve bijdrage levert aan het ontmoedigen van alcohol bij jongeren beneden de 18 jaar en er ook op toeziet dat zij geen alcohol op het evenemententerrein kunnen krijgen. Waar nodig neemt de organisatie neemt hierover contact op met de omliggende horeca om gezamenlijk afspraken te maken.
Voor buurt- of straatfeesten is het verstrekken van zwakalcoholhoudende drank toegestaan zonder ontheffing van de burgemeester als de verstrekking niet bedrijfsmatig plaatsvindt. Uiteraard is het verstrekken van zwakalcoholhoudende drank ook dan pas vanaf 18 jaar toegestaan.
Tijdens evenementen geldt als uitgangspunt een glas- en blikverbod binnen het evenemententerrein en in sommige gevallen ook in de nabije omgeving, dus ook op terrassen en binnen inrichtingen. In zeer uitzonderlijke gevallen is glaswerk toegestaan, mits alle veiligheidspartners hiermee instemmen.
Hierbij kan gedacht worden aan een kleinschalig diner in de openbare ruimte met kaartverkoop.
Dranken in blik zijn toegestaan op de volgende evenementen:
Verbod op de verkoop van alcohol
De burgemeester kan een alcoholverkoopverbod bij evenementen geven op basis van artikel 2:25a van de Apv.
Het geluid verschilt per locatie. Dit heeft te maken met de afmetingen van de locatie maar ook met de apparatuur die wordt gebruikt. Als door een organisatie muziek wordt geproduceerd aan de hand van technisch hoogwaardig apparatuur “line-array-systeem” dan kan bij de bron meer geluid worden geproduceerd zonder dat dit op de meetpunten hogere geluidswaarden geeft. Line-array houdt in dat het geluid gericht wordt gestraald naar de locatie waar het publiek zicht bevindt en dat er rekening wordt gehouden met de afstand van het publiek. Ook wordt er met het toegestane geluidsniveau rekening gehouden met de lage tonen in de muziek. Hiervoor hanteren we een dB(C) norm die over het algemeen zo’n 13 tot 15 dB hoger is dan de dB(A) norm op de gevel van de meest nabij gelegen woning of op een referentiepunt indien woningen te ver weg zijn gelegen.
Het toegestane algemene geluidsniveau is 70 dB(A) en 83 tot 85 dB(C) op 1,5 meter hoogte voor de eerst getroffen gevel dan wel het referentiepunt, binnen de toegestane tijden. Het geluidsniveau wordt bij iedere aanvraag weer apart getoetst en is afhankelijk van verschillende factoren, zoals (type) bebouwing, tijdstippen, soort muziek/evenement. Ook wordt er altijd gekeken naar de mate van overlast welke het evenement kan veroorzaken ten aanzien van omwonenden.
Op een aantal locaties zijn permanente geluidmeters geplaatst waardoor een continue monitoring van het geluid bij het evenement mogelijk is. Via een app en inlogcode kan zowel de toezichthouder als de organisator meekijken met het gemeten geluidsniveau. Waar nodig kan het geluid direct worden aangepast, zodat er minder overlast voor omwonenden is. Thans staat een permanente geluidmeter op het Bunckmanplein en wordt één geluidsmeter ingezet op wisselende locaties.
Voor binnen locaties gelden weer andere normen. Er zijn collectieve festiviteiten aangewezen in de Apv waarbij direct is vastgelegd hoe het geregeld is met de geluidsniveaus. Dit staat beschreven in artikel 4:2 van de Apv.
Voor evenementen is 23.00 uur de uiterste tijd waarop geluid en muziek ten gehore mag worden gebracht. Voor een gemaximeerd aantal evenementen mag tot 24.00 uur geluid en muziek ten gehore worden gebracht. Het aantal dagen voor deze evenementen is per locatie gemaximeerd en opgenomen in hoofdstuk 5. Voor de Oud en Nieuwjaarsfeesten mag tot 05.00 uur muziek ten gehore worden gebracht.
Bij het ten gehore brengen van muziek tijdens een evenement of het gebruik maken van tv-schermen, moet er rekening mee worden gehouden dat er een vergoeding verschuldigd is door de organisatie aan Buma/Stemra.
Begin- en eindtijden evenementen en op- en afbouwen
De ervaring leert dat organisatoren in een zo kort mogelijke tijd willen op- en afbouwen, omdat hier kosten aan verbonden zijn. De tijden zijn in overleg met de vergunningverlener evenementen en dienen bij de aanvraag duidelijk te worden vermeld. Wanneer evenementen elkaar snel opvolgen op dezelfde locatie of (deels) overlappen, worden hier in overleg afspraken over gemaakt.
Tussen 23.00 en 07.00 uur mogen geen lawaai makende materialen worden gebruikt.
Evenementen met geluid mogen om 09.00 uur van start gaan van maandag t/m zaterdag. Voor zon- en feestdagen geldt een begintijd van 13.00 uur voor evenementen, omdat dit openbare vermakelijkheden zijn zoals bedoeld in de Zondagswet.
Voor alle evenementen is de uiterste sluitingstijd 24.00 uur, waarbij tot 23.00 uur muziek ten gehore mag worden gebracht en tot 23.30 uur drank mag worden geschonken.
Voor een gemaximeerd aantal evenementen is de uiterste sluitingstijd 01.00 uur, waarbij tot 24.00 uur muziek ten gehore mag worden gebracht en tot 00.30 uur drank mag worden geschonken. Het aantal dagen voor deze evenementen is per locatie gemaximeerd en opgenomen in hoofdstuk 5.
Voor de Oud en Nieuwjaarsfeesten is de uiterste sluitingstijd 06.00 uur, waarbij tot 05.00 uur muziek ten gehore mag worden gebracht en tot 05.30 uur drank mag worden geschonken.
Verkeer: parkeren, wegafsluitingen, openbaar vervoer, verkeersregelaars
Evenementen kunnen grote consequenties hebben voor de bereikbaarheid van de directe omgeving. Omwille van een evenement kunnen (delen van) wegen worden afgesloten en kan verkeer worden omgeleid. Ook kunnen grote aantallen bezoekers de verkeersdoorstroming stremmen of tot parkeerdruk leiden. De organisator moet maatregelen treffen om de bereikbaarheid voor bezoekers (OV, fiets, lopend en auto) en voor hulpdiensten te waarborgen en de gevolgen voor het overige verkeer te beperken. De organisator zorgt voor voldoende parkeergelegenheid voor (pendel)bussen, auto’s en fietsen. De organisator zet zich ervoor in om gemotoriseerd en niet-gemotoriseerd verkeer nabij het evenemententerrein van elkaar te scheiden met het oog op de veiligheid en doorstroming van de fietsers. Daarnaast worden fietsenstallingen bij voorkeur op kortere afstand van de ingang naar het terrein beschikbaar gesteld dan de autoparkeerplaatsen. Het evenement moet met name de lokale bezoekers stimuleren om de fiets te pakken. Eventuele parkeeroverlast als gevolg van de activiteiten moet worden voorkomen. Ook zorgt de organisator voor de inzet van gecertificeerde verkeersregelaars en evenementenverkeersregelaars. De verkeersregelaars moeten vooraf worden aangesteld. Op basis van het verkeersplan geeft de organisator aan welke maatregelen getroffen worden, waaronder ook hekken en borden. Ook wordt aangegeven waar vrijwilligers worden ingezet om bijvoorbeeld het wegschuiven van hekken te voorkomen. Het hele verkeersplan wordt door het team Verkeer en door de politie getoetst.
Auto- en motortoertochten en tractorpulling
Bij de aanvraag voor evenementen die de auto- en motortoertochten en tractorpulling betreffen moet de organisator aangesloten te zijn bij de brancheorganisatie dan wel de overkoepelende organisatie. Hierbij moet gedacht worden aan de KNAF (auto), KNMV (motor) en NTTO (tractorpulling). De veiligheidseisen die deze organisaties opleggen worden door de gemeente overgenomen en ook wordt verplicht gesteld dat het evenement onder de auspiciën (=toezicht) van de brancheorganisatie georganiseerd wordt. Zoals aangegeven bij hoofdstuk 5 wordt voor belastende evenementen zoals snelheidswedstrijden met gemotoriseerde voertuigen op de openbare weg geen vergunning verleend.
Communicatie (informeren omwonenden)
De organisator wordt verplicht om omwonenden minimaal twee weken voorafgaand aan het evenement schriftelijk te informeren over het evenement, een kopie van deze brief mailt de organisator naar evenementen@barneveld.nl Ook communiceert de organisator een telefoonnummer waarop, omwonenden terecht kunnen met hun vragen of klachten. Dit nummer is tijdens het evenement, maar ook voorafgaand aan het evenement bereikbaar.
De gemeente gaat ervan uit dat de organisator toestemming heeft van de (grond)eigenaar. Zonder deze toestemming, kan het evenement niet doorgaan. Een kopie van de schriftelijke toestemming moet bij de aanvraag worden gevoegd of bij een overleg worden ingeleverd.
Natura 2000-activiteit (gebiedsbescherming) en/of flora- en fauna-activiteit (soortenbescherming)
Het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening beoogt met de Omgevingswet o.a. bedreigde dier- en plantensoorten die in het wild voorkomen te beschermen. Organisatoren van evenementen zijn zelf verplicht om na te gaan of er effecten op beschermde soorten of gebieden optreden en voor de benodigde natuurvergunningen te zorgen. Dit kan door het uitvoeren van ecologisch onderzoek. Negatieve effecten op beschermde gebieden en soorten kunnen met een ecologisch onderzoek (QuickScan/natuurtoets en stikstofberekening) worden bepaald. Zie voor meer informatie nummer 25 in de bijlage 1 en via link.https://www.gelderland.nl/themas/stikstof/stikstof-in-gelderland/veelgestelde-vragen/evenementen-en-wnb
Heeft een evenement negatieve effecten op beschermde soorten of gebieden dan kan een omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit of Flora- en fauna- activiteit benodigd zijn. De organisator kan deze omgevingsvergunning aanvragen bij de Provincie Gelderland via het omgevingsloket. In bepaalde gevallen is het ook mogelijk om voorafgaand in overleg te treden met de provincie (verzoek om vooroverleg). Voor meer informatie voor de procedure en indieningsvereisten voor de natuurvergunning, zie: https://www.gelderland.nl/vergunningen/vergunning-natura-2000-gebied en https://www.gelderland.nl/vergunningen/vergunning-beschermde-soorten
Wanneer een evenementenlocatie in het ‘beperkingengebied stikstofemissie’ uit de Voorbeschermingsregels beperkingengebied stikstofemissie ligt, zoals dit door Provinciale Staten op op 23 april 2025 in werking getreden kan er op grond van artikel 4a.3 van de Omgevingsverordening Gelderland een omgevingsvergunning nodig zijn in het kader van het voorbereidingsbesluit voor de uitbreiding van de activiteit. Meer informatie is te vinden op: Voorbereidingsbesluit stikstof-emissiearme zone
Gebruiksmelding, art 2.1 Besluit Brandveilig Gebruik en Basishulpverlening Overige Plaatsen (BBGBOP)
Vanaf mei 2018 zijn er in het BBGBOP regels gesteld ten aanzien van de brandveiligheid en de basishulpverlening voor activiteiten, voor zover die in de buitenlucht plaatsvinden. Bij de aanvraag evenementenvergunning moeten de gegevens voor een gebruiksmelding worden ingeleverd door de aanvrager. Dit is geregeld in artikel 2:25 lid 2 Apv. Vaak betreft dit het gebruik van een tent. Het BBGBOP stelt een melding verplicht wanneer er 10 of meer personen slapen in een tent of meer dan 150 personen tegelijk samenkomen in een tent. De gemeente heeft hiervoor een apart meldingsformulier BBGBOP. De gemeente kan voorwaarden aan het accepteren van de melding verbinden.
Aansprakelijkheid, dekking, (vrijwilligers)verzekering en verantwoordelijkheid
Verantwoordelijkheid en verzekering
De organisator is verantwoordelijk voor de veiligheid van de deelnemers en het publiek en kan ook aansprakelijk worden gesteld voor schade door ongevallen die ontstaan als gevolg van het evenement. Op het moment dat er zich tijdens een evenement iets voordoet, kunnen de kosten enorm oplopen. Het is daarom van belang dat het evenement goed verzekerd is door middel van een aansprakelijkheidsverzekering. Daarnaast kan het zinvol zijn om een ongevallenverzekering, een annuleringsverzekering en een aanvullende verzekering voor waardevolle objecten en/of extreme weersomstandigheden af te sluiten. Er bestaan evenementenverzekeringen die al deze risico’s verzekeren. Voorafgaand aan het evenement moet de organisatie afstemmen met de verzekeraar wat de aard van het evenement is.
Bij grote en/of risicovolle evenementen is er voor een verzekering voor wettelijke aansprakelijkheid met een minimale dekking van € 2.500.000,= nodig, met een maximum eigen risico van € 2.500,=. Bij grote en/of risicovolle evenementen wordt gevraagd om uiterlijk twee weken voor het evenement een kopie van de polis aan de gemeente te overleggen. De gemeente kan bij grote en/of risicovolle evenementen vragen om toezending van een uitgebreide risico-inventarisatie van het evenement en de daarvoor genomen veiligheidsmaatregelen, opgesteld door een daartoe gespecialiseerd en gecertificeerd bedrijf. Deze uitgebreide risico-inventarisatie zal in elk geval - eveneens twee weken voor het evenement - aan de gemeente overgelegd moeten worden als voor het evenement geen verzekering gesloten wordt.
De organisatie dient het evenement zodanig te organiseren dat aan alle wettelijke veiligheidsvoorschriften en aan alle verzekeringstechnische voorschriften ter bescherming van organisatie, deelnemers, publiek en derden evenals goederen van voormelde natuurlijke rechtspersonen, wordt voldaan. De vergunninghouder is verplicht schade te vergoeden, die hij door het gebruik van de vergunning toebrengt in de openbare ruimte en maatregelen te nemen om te voorkomen dat het vergunningverlenende orgaan, dan wel derden ten gevolge van het gebruik van de vergunning schade lijden. Het is aan de vergunninghouder om aan te tonen dat de door de gemeente gevorderde schade niet is veroorzaakt door het evenement waar de vergunning voor is verleend.
Gemeentelijke aansprakelijkheid
Ondanks dat de gemeente niet zelf evenementen organiseert kan de gemeente in enkele gevallen formeel aansprakelijk zijn voor schade bij ongevallen. Dit wordt getoetst door de burgerlijke rechter en slechts in zeer uitzonderlijke situaties wordt er voldaan aan alle aansprakelijkheidsvereisten uit artikel 6:162 van het Burgerlijk wetboek.
De gemeente heeft bij Centraal Beheer Achmea een vrijwilligersverzekering afgesloten met zeer ruime dekking voor alle vrijwilligers die zich binnen de gemeente inzetten voor activiteiten. Tijdens de uitoefening van het vrijwilligerswerk zijn de vrijwilligers verzekerd voor ongevallen en schade/verlies persoonlijke eigendommen, aansprakelijkheid en verkeersaansprakelijkheid Deze vrijwilligersverzekering is ondergebracht bij Welzijn Barneveld. Verdere informatie is te vinden op de website Vrijwilligersverzekering - Welzijn Barneveld. Hier is ook het schade aangifte formulier te vinden.
Op het afsteken van vuurwerk tijdens evenementen is het Vuurwerkbesluit van toepassing. Het doel van het Vuurwerkbesluit is waarborgen te scheppen voor de bescherming van mens en milieu tegen mogelijk schadelijke effecten van vuurwerk. Voor evenementen waarbij vuurwerk wordt gebruikt geldt oftewel een vergunningplicht, dan wel een meldplicht. Indien het gaat om theatervuurwerk tot 20 kg of professioneel vuurwerk tot 200 kg volstaat een melding bij de provincie. Gaat het om zwaarder vuurwerk dan moet men bij de Gedeputeerde Staten een ontbrandingstoestemming/vergunning aanvragen. Hierbij heeft de burgemeester een adviserende rol.
Het is van belang dat ook evenementenorganisatoren hun verantwoordelijkheid nemen met betrekking tot het duurzaam vorm geven van het evenement. Hierbij moet gedacht worden aan verantwoorde afvalscheiding, het gebruik maken van zo min mogelijk en herbruikbare of circulair geproduceerde materialen, het verbod op oplaten van (wens)ballonnen (artikel 4:9b Apv) en het aangeven wanneer en hoe de locatie bereikbaar is met de fiets en/of het openbaar vervoer. Ook bij het gebruik van aggregaten en opruimmaterialen is het van belang om voor de meest duurzame optie te kiezen.
De organisator geeft zelf aan waar aandacht is voor duurzaamheid, daarnaast legt de gemeente de meest duurzame optie als vergunningsvoorwaarde op. De gemeente zet in op het bevorderen van energiebesparing en organisatoren kunnen voor meer informatie en advies terecht bij het gemeentelijke Energieloket (0342-495450) of www.energieloketbarneveld.nl .
Een belangrijke stap voor duurzaamheid is het verbod op het zogeheten single-use plastic. Bij open evenementen wordt voor wegwerpbekers en -bakjes betaald en moet een herbruikbaar alternatief zijn met een retoursysteem. Ook het meebrengen van eigen bakjes en beker is mogelijk. Bij gesloten evenementen is het gebruik van plastic wegwerpservies niet meer toegestaan. Een circulair systeem, waarbij het servies retour komt of hoogwaardig gerecycled wordt is daar verplicht. Meer informatie is te vinden op: Regels voor weg-werpbekers en -bakjes die plastic bevatten - Afval Circulair (www.afvalcirculair.nl/minder-wegwerpplastic). Wanneer de wetgeving op dit terrein wijzigt zal dit ook bij de gemeentelijke evenementen gaan gelden.
De Gemeente Barneveld streeft ernaar dat evenementen voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht beperkingen door een handicap of chronische ziekte. Kleine aanpassingen kunnen al een groot verschil maken. Evenementenorganisatoren kunnen door het toepassen van soms eenvoudige maatregelen hun verantwoordelijkheid nemen en het evenement voor meer mensen toegankelijk maken. Hierbij kan gedacht worden aan:
Inclusieve activiteiten: er worden activiteiten en programma's ontwikkeld die toegankelijk zijn voor mensen met diverse achtergronden en behoeften, zoals bijvoorbeeld een prikkelarm uur. Er wordt daarbij gestreefd naar een inclusieve evenementervaring waar iedereen, waar iedereen, ongeacht beperking of achtergrond kan genieten van de activiteiten en sfeer.
De organisator kan zelf aangeven waar aandacht is voor toegankelijkheid. De gemeente zet in op het bevorderen van inclusiviteit en organisatoren kunnen voor meer informatie en advies gebruik maken van de routekaart voor inclusieve festivals, te vinden op de website van de Coalitie voor Inclusie. Ook kan de gemeente de organisator in contact brengen met de Gehandicaptenraad Barneveld, die de organisator advies kunnen geven en kunnen testen of de getroffen maatregelen en inzet het juiste resultaat geeft.
Wanneer bij een evenement dieren aanwezig zijn, worden specifieke voorwaarden gesteld voor de stalling, verzorging ed. Dit geldt onder meer bij ponyrijden, optochten met dieren en levende kerststallen.
De organisator moet bij de Nederlandse Voedsel-en Warenautoriteit (NVWA) melding doen van dieren op evenementen. Omdat dieren ziekteverwekkers met zich mee kunnen dragen, is het belangrijk dat een organisator bezoekers op de hoogte stelt van de regels omtrent de aanwezige dieren.
Meer informatie en melding bij de NVWA is te vinden op de website (Tentoonstellen en verzamelen dieren | NVWA)
In het aanvraagformulier voor evenementen moet worden aangegeven of er afvalwater wordt geproduceerd en waar dat wordt geloosd. Op veel plaatsen is hiervoor op de evenemententerreinen een voorziening gerealiseerd. Wanneer dit niet het geval is kan de gemeente in de vergunning voorwaarden opleggen hoe om te gaan met afvalwater.
In de vergunningsvoorwaarden staat aangegeven hoeveel gecertificeerde EHBO-ers nodig zijn voor het evenement. Dit aantal is gebaseerd op de veldnorm evenementen van de GHOR. Deze EHBO-ers kunnen worden ingehuurd bij een bedrijf of het Rode Kruis, maar veel plaatselijke EHBO-verenigingen zijn ook bereid als vrijwilliger te helpen bij evenementen. Hier staat vaak een vergoeding voor de clubkas tegenover. De evenementen organisator draagt zorg voor het informeren en faciliteren van de EHBO-ers.
Dit hoofdstuk beschrijft het toezicht en de handhaving op het (niet) naleven van evenementen vergunning.
Bij het toezicht en de handhaving werken vele partijen samen. De gemeente voert hierbij de regie. Zij werkt daarbij samen met de betrokken interne diensten, politie, VGGM, OddV en eventuele relevante externe partijen. Op grond van de Apv zijn toezichthouders aangewezen en ook alle ambtenaren van politie zijn aangewezen als toezichthouder voor de Apv. Naast de toezichthouders op grond van de Apv zijn er ook op grond van andere wet- en regelgeving toezichthouders bevoegd. Hierbij is de randweer de belangrijkste voor de evenementen.
Toezicht en handhaving zijn er op gericht dat activiteiten conform de vergunning op veilige en verantwoorde wijze plaatsvinden. Het is zonder meer de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder de gemaakte afspraken na te komen. Het is de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag om daar op toe te zien. Tijdens evenementen is altijd een ambtenaar Openbare orde en veiligheid uit het team VVT beschikbaar voor overleg en terugkoppeling met de burgemeester.
Om een goede structuur te geven aan toezicht en handhaving wordt er op basis van de gemaakte afspraken in het evenementenoverleg afspraken gemaakt over de handhaving, de onderlinge samenwerking en wat er door wie gecontroleerd zal worden.
Reactief toezicht en handhaving
Naast het hierboven genoemde reguliere en steekproefsgewijze toezicht wordt reactief toezicht toegepast. Organisatoren die in eerdere jaren een overtreding hebben begaan zullen actief door de gemeente bevraagd worden hoe in het jaar van de aanvraag een herhaling wordt voorkomen. De gemeente verlangt hierbij in sommige gevallen een (geloofwaardig) actieplan van organisatoren om zich ervan te verzekeren dat de organisator zijn verantwoordelijkheid neemt.
Wanneer in het voorgaande jaar één of meerdere overtredingen zijn geconstateerd zal -waar mogelijk- een hercontrole plaatsvinden.
9.1 Opbouw van het evenement: schouw
Vlak voor aanvang van het evenement vindt, waar nodig, een (multidisciplinaire) schouw plaats. In principe zijn bij de multidisciplinaire schouw álle disciplines vertegenwoordigd die in het voorafgaande overleg een advies gegeven hebben over een specifieke voorwaarde of voorschrift.
Van de organisator wordt verwacht dat hij voorafgaand aan de schouw eerst zelf een controleronde op het evenemententerrein uitvoert en daarbij eerst zelf eventuele tekortkomingen ongedaan maakt.
Bij evenementen op schadegevoelige locaties, zoals parken en openbaar groen, kan naast de evenementenschouw ook sprake zijn van een aan de opbouw van het evenement voorafgaande controle waarbij de conditie van de locatie samen met de organisator wordt vastgesteld. Dit omdat de locatie na afloop van het evenement weer in dezelfde staat moet worden opgeleverd als vóór het evenement.
Indien bij een naschouw op de locatie na afloop van het evenement schade wordt geconstateerd wordt de organisator in staat gesteld deze te herstellen. De schade kan ook door de gemeente op kosten voor rekening van de organisator hersteld worden. Er kan bij een redelijk vermoeden dat schade gaat ontstaan sprake zijn van een vooraf te betalen borgsom. De voor- en naschouw worden uitgevoerd door de Team Groen.
Bij constatering van onvolkomenheden of tekortkomingen tijdens de schouw is sprake van de overtreding van een of meer vergunningvoorschriften. In deze situatie wordt de organisator op de hoogte gesteld van het euvel en krijgt in principe in eerste instantie de gelegenheid binnen een afgesproken tijdsbestek, vóór aanvang van de activiteit, alsnog te voldoen aan de gestelde voorschriften. Indien er sprake is van een dusdanige afwijking van de gemaakte afspraken of overschrijding van de vergunningsvoorwaarden, die voorafgaand aan het evenement niet meer in overeenstemming met de voorschriften gebracht kan worden, kan er in het uiterste geval ter plaatse besloten worden de verleende vergunning in te trekken, te wijzigen of te schorsen als bedoeld in artikel 1:6 van de Apv, waardoor het evenement géén doorgang kan hebben of alleen in gewijzigde vorm plaats kan vinden.
9.2 Toezicht en handhaving tijdens het evenement
Ook tijdens het evenement worden controles uitgevoerd. Dit kan bestaan uit toezicht door toezichthouders Apv op de uitvoering van het evenement en de naleving van de vergunningsvoorwaarden. Ook worden de verkeersmaatregelen gecontroleerd en kan een geluidsmeting plaatsvinden. De vergunningverlener spreekt dit vooraf door met de organisator en/of de betrokken diensten.
Indien geconstateerde overtredingen tijdens de uitvoering van de activiteit niet door de organisator ongedaan worden gemaakt zal de gemeente handhavend optreden. Indien daartoe concrete aanleiding bestaat, kan de burgemeester besluiten het evenement direct te beëindigen.
Als de organisatie zich niet aan de voorwaarden houdt of de instructies van politie, toezicht, OddV, brandweer, GHOR/GGD) of ambtenaren niet opvolgt, kan het evenement worden stil gelegd. Bij risicovolle B- en C-evenementen moet voorafgaand worden besproken en worden vastgelegd in welke gevallen een evenement kan worden stilgelegd. Omdat stil leggen een verhoogd risico met zich meebrengt voor de openbare orde en veiligheid moet dit vooraf duidelijk zijn. Dit wordt ook vastgelegd in het veiligheidsplan.
De burgemeester verleent de vergunning op basis van de Apv. De burgemeester beschikt over een scala aan bestuurlijke middelen om de openbare orde en veiligheid te beschermen. De maatregelen die zijn hierna opgenomen in de tabel “Handhavingsmaatregelen” en in het Drank- en horeca- nalevingsbeleid zijn gebaseerd op de bevoegdheden van de burgemeester. Als de feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan de burgemeester afwijken van de handhavingsmaatregelen. Hij kan bijvoorbeeld een maatregel treffen waar normaliter eerst een waarschuwing zou volgen of andersom. Wanneer hiertoe wordt overgegaan, moet dit expliciet worden gemotiveerd.
De burgemeester kan een bestuurlijke waarschuwing geven. De organisator wordt dan te kennen gegeven dat hij in overtreding is geweest. In een bestuurlijke waarschuwing wordt ook opgenomen wat de vervolgstappen zijn bij herhaling van de overtreding. De bestuurlijke waarschuwing is geen besluit in de zin van de Awb. Hiertegen kan dan ook geen bezwaar gemaakt worden.
Last onder bestuursdwang en kostenverhaal (art 5:25 Awb)
De burgemeester kan besluiten tot toepassing van bestuursdwang. Dit betekent dat de organisatie de gelegenheid krijgt om het gebrek/overtreding te herstellen. Indien de organisator dit niet zelf doet, kan door de burgemeester een einde wordt gemaakt aan de overtreding van de vergunningsvoorschriften. In dat geval kunnen eventuele kosten die gemaakt worden in verband met het toepassen van bestuursdwang op de organisator worden verhaald. In beginsel geldt dat regel dat een last onder bestuursdwang wordt toegepast als de ernst van de situatie hier om vraagt.
De bedoelde kosten bestaan onder andere uit:
Last onder dwangsom (art 5:32 Awb)
De burgemeester kan besluiten tot het opleggen van een last onder dwangsom. Bij een last onder dwangsom wordt aan de organisator een termijn gegeven om de overtreding alsnog ongedaan te maken. Indien dit niet binnen de gegeven termijn gebeurt, wordt de dwangsom verbeurd. Deze reguliere herstelsanctie kan worden ingezet ter (gehele of gedeeltelijke) ongedaan making of beëindiging van een overtreding, ter voorkoming van herhaling van een overtreding, of tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding. Wanneer dit middel wordt ingezet ter voorkoming van herhaling van de overtreding is het vereist dat er een gegronde vrees is voor herhaling.
Preventieve last onder dwangsom (art 5:7 Awb)
Naast de reguliere herstelsanctie bestaat ook een preventieve last onder dwangsom die een bestuursorgaan de mogelijkheid biedt om in situaties waarin het gevaar voor overtreding “klaarblijkelijk dreigt”, preventief handhavend op te treden. Dit is mogelijk wanneer de het (zeer) waarschijnlijk is dat de overtreding zal worden begaan en dat niet van het bestuursorgaan kan worden verlangd dat zij geduldig afwacht totdat de overtreding al is begaan. Het gaat hierbij om nieuwe, nog niet gepleegde overtredingen.
De hoogte van de dwangsom moet in redelijke verhouding staan tot de ernst van de overtreding en de beoogde werking van het opleggen van de dwangsom. In de beschikking moet het maximumbedrag worden bepaald. Als dit bedrag is bereikt, wordt geen dwangsom meer verbeurd. De hoogte van de dwangsom zal per evenement (grootte, aard) moeten worden bepaald, waarbij effectiviteit en evenredigheid in de afweging worden betrokken.
(Gedeeltelijk) intrekken, wijzigen of schorsen van de vergunning (art 1:6 Apv)
Bij het niet nakomen van de vergunningsvoorschriften waarbij er grote risico’s zijn voor de openbare orde en -veiligheid, de volksgezondheid en bescherming van het milieu, kan de burgemeester besluiten (een deel van) de vergunning al dan niet tijdelijk in te trekken en het evenement te beëindigen. Ook kunnen er aanvullende beperkende voorwaarden worden opgelegd (bv. verkleinen terrein, het maximum aantal bezoekers bijstellen). Ook kan de start van een evenement opgeschort worden of kan het schenken van alcohol (tijdelijk) worden stopgezet. Dit laatste is mogelijk op basis van artikel 21 van de Alcoholwet, die voorschrijft dat bij een vermoeden van verstoring van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid de verstrekking van alcohol stopgezet kan worden.
Weigering/intrekking evenementenvergunning bij slecht gedrag
De burgemeester heeft op basis van de Apv de bevoegdheid om een vergunning in te trekken. Bijzondere situaties, waarin hij dit doet is wanneer blijkt dat de vergunninghouder van een evenement niet (meer) dient te beschikken over de vergunning, vanwege zijn/haar gedrag. Dit gebeurt bij schijnbeheer (als blijkt dat niet de vergunninghouder feitelijk zeggenschap heeft over, en leiding geeft aan, het evenement maar een persoon die niet als zodanig op de vergunning staat vermeld), slecht levensgedrag of wanneer er onvoldoende vertrouwen is in de vergunninghouder (bijvoorbeeld door structurele overtredingen van de vergunningsvoorschriften). De burgemeester kan, afhankelijk van de omstandigheden, besluiten dat hij een laatste waarschuwing geeft en de vergunninghouder verplichten aangepaste plannen aan te leveren. Ook kan hij besluiten tot intrekking van de evenementenvergunning of weigering van een nieuwe vergunning. De burgemeester zal in zijn besluit expliciet motiveren wat maakt dat hij zijn vertrouwen heeft verloren.
Schade aan gemeentelijke eigendommen
In geval van schade aan gemeentelijke eigendommen of het niet schoonmaken van de evenementenlocatie of routes behorende bij het evenement (zoals bij een toertocht), kunnen eventuele schoonmaak- of herstelkosten die gemaakt worden op de organisator worden verhaald.
Deze kosten bestaan onder andere uit:
Dit hoofdstuk beschrijft de evaluatie van het evenement en wanneer een organisator uitgenodigd wordt.
De gemeente organiseert periodiek een evenementenoverleg waaraan alle betrokken diensten en advies- en veiligheidspartners deelnemen. Hier worden ook alle in de achterliggende periode gehouden evenementen (A, B en C) geëvalueerd. Waar nodig en nuttig worden evenementen geëvalueerd in aanwezigheid van de organisator. De organisator kan hier ook zelf om verzoeken. Bij de evaluatie wordt de effectiviteit van de getroffen maatregelen ten aanzien van de risico’s beoordeeld en worden conclusies getrokken die in het daaropvolgende jaar kunnen leiden tot een nog betere opzet. Ook het verloop van de activiteit wordt in dit licht besproken, mede naar aanleiding van toezichtrapportages. Bij het overleg zijn in ieder geval de vergunningverlener en de benodigde adviseurs betrokken.
De insteek van het evaluatieoverleg is dat de uitkomsten leiden tot concrete verbeteringen op alle fronten. Bij geconstateerde ernstige overtredingen zullen bovendien eventuele consequenties voor volgende jaren of andere evenementen worden aangegeven.
De uitkomst van deze evaluatie kan gevolgen hebben zoals;
Ook eventuele op- en aanmerkingen c.q. klachten van belanghebbenden uit de buurt worden meegenomen in de evaluatie. Op onderdelen kan er naar aanleiding van specifieke omgevingsgerichte hinderaspecten immers aanleiding zijn een activiteit te wijzigen.
Van de evaluatie wordt een verslag gemaakt, dit verslag wordt ook aan de organisator uitgereikt. De evaluatie is mede bepalend voor de afspraken die gemaakt worden bij een volgende editie van het evenement. De organisator van het betreffende evenement kan eventuele aanpassingen doorvoeren in de planvorming en de voorbereiding van de aanvraag tot vergunning bij een opvolgende editie van het evenement.
11 Leges, gebruik gemeentegrond en huur
Dit hoofdstuk beschrijft de kosten voor leges, gebruik gemeentegrond en het gebruik van gemeentematerialen.
Leges meldingsplichtige, A en B evenementen
Voor de behandeling van deze evenementenvergunningen brengt de gemeente géén leges in rekening, omdat de inzet van de organisatoren, die dit meestal als vrijwilliger op zich nemen, gewaardeerd wordt. Wel worden voor andere vergunningen zoals de Omgevingsvergunning of wijziging van het Omgevingsplan gemeente Barneveld leges in rekening gebracht. De tarieven zijn opgenomen in de legesverordening. Voor sommige omgevingsvergunningen (denk aan een BOPA) en een wijziging van het Omgevingsplan wordt (ook) een kostenoverzicht gemaakt, zoals dat in de Tarieven-tabel, behorende bij de Legesverordening, staat vermeld.
Wanneer een Alcoholwet-ontheffing nodig is, wordt door de gemeente hier leges voor in rekening gebracht. In de verstrekte ontheffing wordt aangegeven welk tarief gehanteerd wordt.
Met ingang van het jaar 2026 brengt de gemeente leges in rekening voor C-evenementen. Deze bedragen worden in de Legesverordening en de bijbehorende Tarieventabel vermeld. Voor het jaar 2026 bedraagt deze leges € 500,=. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
Organisatoren mogen per evenement aankondigingsborden plaatsen op daarvoor aangewezen locaties. Er wordt voor deze ontheffing op grond van artikel 2:10 Apv geen leges in rekening gebracht, wel kosten voor gebruik gemeentegrond.
Huur materialen kostendekkend tarief
Wanneer organisatoren een beroep doen op het gebruik van (schoonmaak) materialen van de gemeente, denk hierbij aan de veegwagen, zal hiervoor een uurtarief in rekening worden gebracht. Dit uurtarief is afhankelijk van het tijdstip van inzet.
Ook voor het gebruik van dranghekken en/of bebording worden kosten in rekening gebracht. Voor de huur van al deze materialen geldt dat het in rekening gebrachte tarief kostendekkend is.
Deze materialen kunnen op afspraak worden afgehaald of worden bezorgd. Er is een beperkt aantal dranghekken en bebording beschikbaar en huren kan zo lang de voorraad strekt.
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.
Aldus vastgesteld op 2 december 2025,
Burgemeester en wethouders voornoemd,
W. Wieringa
Secretaris
J. van der Tak,
Burgemeester
De burgemeester voornoemd,
J. van der Tak.
Bijlage 1: Wet- en regelgeving en overige bepalingen
Iedere evenementen-aanvraag moet worden getoetst op basis van Apv, de beleidsregels maar ook andere wet- en regelgeving. Op de diverse onderdelen van een evenement kunnen verschillende wetten en regels van toepassing zijn. Hieronder staat de meest voorkomende wet- en regelgeving genoemd:
Indien evenementen worden gehouden in een inrichting als bedoeld in de Alcoholwet (een horecabedrijf) vervalt in de regel de evenementenbepaling van de Apv.
Een artikel 35 Alcoholwet-ontheffing, ook wel tapontheffing, maakt het mogelijk om bij bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard (maximaal 12 aaneengesloten dagen) zwak alcoholhoudende dranken te schenken. Wanneer een organisatie zelf een ontheffing aanvraagt, zal diegene een natuurlijk persoon moeten zijn (en geen rechtspersoon) die voldoet aan de bepalingen van de Alcoholwet- en regelgeving. Zo moet hij/zij leidinggevend zijn, minimaal 21 jaar oud te zijn, te voldoen aan de zedelijkheidseisen zoals gesteld in de wet en dient ingeschreven te zijn in het Register Sociale Hygiëne. Deze leidinggevende moet continu aanwezig zijn als er wordt geschonken. Barpersoneel dient vooraf geïnstrueerd te worden over nakoming van de voorschriften inzake de drankverstrekking waarbij nadrukkelijk aandacht is voor de leeftijdscontrole.
Voor het mogen schenken van zwak-alcoholhoudende dranken tijdens evenementen buiten een horecabedrijf op of aan de openbare weg is een ontheffing nodig op grond van artikel 35 van de Alcoholwet. De burgemeester kan tijdens een bijzondere gelegenheid, zoals een evenement, ontheffing verlenen, mits alle leidinggevenden beschikken over een Verklaring Sociale Hygiëne en van goed levensgedrag zijn. De leidinggevende hoeft geen horecaondernemer te zijn.
Daarnaast wordt er in het kader van Wise aandacht gegeven aan de preventie van alcoholgebruik onder jongeren.
2. Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Barneveld (Apv)
In de Apv zijn diverse bepalingen opgenomen die gerelateerd kunnen worden aan evenementen. Allereerst zijn er de algemene bepalingen die (in aanvulling op de Awb) betrekking hebben op het aanvragen, beslissen, verbinden van voorschriften en beperkingen aan vergunningen. In de Apv heeft de gemeenteraad in de artikelen 2:24 en verder aangegeven wat onder evenementen moet worden verstaan en dat er een vergunningplicht bestaat voor alle evenementen. Daarnaast wordt in deze artikelen de bevoegdheid aan de burgemeester gegeven om beleidsregels te maken. Deze beleidsregels zijn voor een deel opgenomen in de Uitvoeringsbepalingen Apv en voor een ander deel in deze Beleidsregels evenementen gemeente Barneveld. Daarnaast zijn er bij evenementen ook andere Apv-vergunningen betrokken. Dit betreft bijvoorbeeld een ontheffing voor geluid en een vergunning voor aankondigingsborden. Dit zijn bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders
3. Algemene wet bestuursrecht (Awb)
De Algemene wet bestuursrecht kent regels voor het aanvragen, het beslissen en de voorbereiding van beslissingen en bekendmakingen die ook relevant zijn voor evenementen. Belangrijk in dit verband is vooral dat de beslissing zorgvuldig moet worden voorbereid door de nodige kennis over relevante feiten en belangen te vergaren. De belangen van omwonenden zijn daarbij een belangrijke factor.
4. Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet)
De Arbowet stelt dat werkgever en werknemers samen moeten zorgen voor het verbeteren van de arbeidsomstandigheden. De werkgever is uiteindelijk verantwoordelijk, maar ook de werknemer heeft de verplichting de eigen veiligheid en gezondheid in acht te nemen. In de Arbowet is ook een bepaling opgenomen die de organisator verplicht om de veiligheid van derden te waarborgen, conform artikel 10 van de Arbowet. Bij evenementen dient de organisator dan ook de veiligheid van de bezoekers te waarborgen. Bij overtreding van de zorgplicht om de veiligheid van derden te waarborgen, kan de arbeidsinspectie een bestuurlijke boete opleggen.
5. Besluit Brandveilig Gebruik en Basishulpverlening Overige Plaatsen (BBGBOP)
Evenementen vinden doorgaans plaats in de open lucht. In het BBGBOP zijn regels gesteld ten aanzien van de brandveiligheid en de basishulpverlening voor activiteiten, voor zover die in de buitenlucht plaatsvinden. Bij de aanvraag evenementenvergunning moeten de gegevens voor een gebruiksmelding worden ingeleverd door de aanvrager (art 2:25 lid 2 Apv).
6. Collectieve en individuele festiviteiten (Apv)
Artikel 4:1 tot en met 4:3 van de Apv geven regels voor individuele en collectieve festiviteiten in inrichtingen waarbij de geluidsniveaus hoger mogen zijn dan vastgesteld in het Activiteitenbesluit Wet Milieubeheer, zoals deze luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Koningsdag, Bevrijdingsdag en Oud op Nieuwjaar zijn aangewezen als collectieve festiviteit en dan gelden de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit niet.
Op grond van artikel 4:3 van de Apv kunnen inrichtingen, die bestemd zijn om evenementen te organiseren, maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar houden. Deze zogeheten 12-dagenregeling geldt voor de Midden Nederland Hallen, de Veluwehal en het Schaffelaartheater.
De burgemeester is op grond van artikel 172 van de Gemeentewet belast met de handhaving van de openbare orde. Op grond van artikel 174 van de Gemeentewet is de burgemeester tevens belast met het toezicht op openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. De burgemeester kan ten behoeve van het handhaven van de openbare orde of het toezicht op openbare gelegenheden bevelen geven die hij noodzakelijk acht. De burgemeester kan zich daarbij laten bijstaan door de politie. Indien zaken uit de hand lopen heeft de burgemeester op grond van de artikelen 175 en 176 van de Gemeentewet daarnaast nog de mogelijkheid tot het geven van noodbevelen of het afkondigen van een noodverordening.
8. Grondwet, artikel 7 Vrijheid van meningsuiting
Vrijheid van meningsuiting is de vrijheid van burgers om hun overtuigingen kenbaar te maken, zonder voorafgaande controle door de staat. De vrijheid van meningsuiting is niet absoluut, net als de meeste andere grondrechten. Zo zijn belediging en smaad onder bepaalde omstandigheden strafbaar.
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft een Hygiënerichtlijn voor evenementen opgesteld. Deze richtlijn is ook nadrukkelijk bedoeld voor organisatoren van evenementen. De GHOR maakt ook gebruik van deze richtlijn bij de specifieke advisering per evenement. De richtlijn bevat ook instructies en schema’s die kunnen worden gedownload en is hier te vinden: Hygiënerichtlijn voor evenementen | RIVM
Voor het verlenen van een vergunning of ontheffing wordt op grond van de legesverordening leges (belasting) geheven. Deze heffing is bedoeld om de kosten die worden gemaakt om de vergunning of ontheffing te verlenen te kunnen dekken. Voor de evenementenvergunning voor A en B evenementen wordt -op dit moment- geen leges geheven, omdat de inzet van de organisatoren, die dit meestal vrijwillig op zich nemen, gewaardeerd wordt. Voor C- evenementen en de andere vergunningen of ontheffingen worden wel leges geheven. De hoogte van de leges staat in de tarieventabel bij de verordening.
11. Omgevingsplan (licht en geluid)
Wanneer evenementen worden gehouden op bedrijfslocaties met milieubelastende activiteiten dan gelden er vanuit het omgevingsplan eisen met betrekking tot onder andere licht en geluid. Voor collectieve festiviteiten op deze locaties, of festiviteiten die ten hoogste 12 maal per jaar op een locatie worden gehouden kan het omgevingsplan bepalen dat daarvoor andere waarden of geen waarden gelden (art. 5.68 Besluit kwaliteit leefomgeving).
12. Omgevingswet (Omgevingsplan)
De Omgevingswet is in 2024 in werking getreden. Deze wet bundelt tientallen wetten en honderden regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan is een van de kerninstrumenten van de Omgevingswet. Elke gemeente stelt één omgevingsplan op waarin de regels staan voor de fysieke leefomgeving over uiteenlopende onderwerpen. Die regels zijn nodig voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In Barneveld hebben we het Omgevingsplan gemeente Barneveld.
Via het omgevingsplan regelt de gemeenteraad gebiedsgericht de mogelijke activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Dit kan onder meer door specifieke functies toe te wijzen aan gronden. De gemeente stelt dus locatieprofielen op voor evenementen samen met inwoners, organisatoren en (andere) belanghebbenden. De reikwijdte van het omgevingsplan is daarmee veel groter dan die van het vroegere bestemmingsplan.
De gemeenteraad heeft locaties voor evenementen aangewezen en deze zijn vervolgens vertaald naar een afwegingskader en maken onderdeel uit van het Omgevingsplan gemeente Barneveld.
Omgevingswet - Gebieds- en soortenbescherming
Het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening beoogt met de Omgevingswet o.a. bedreigde dier- en plantensoorten die in het wild voorkomen te beschermen. Organisatoren van evenementen zijn zelf verplicht om na te gaan of er effecten op beschermde soorten of gebieden optreden en te zorgen voor de benodigde natuurvergunningen. Effecten op beschermde gebieden en soorten kunnen met een ecologisch onderzoek (Quickscan/natuurtoets en stikstofberekening) worden bepaald.
Wordt een evenement georganiseerd in de buitenlucht, in een groene omgeving, dan kunnen dieren of planten hierdoor worden geschaad en is de wet van toepassing. Als er negatieve effecten aan de orde zijn kunnen soms preventieve maatregelen worden genomen om schade aan de natuur te voorkomen. Hebben de preventieve maatregelen niet het gewenste effect, dan moet de organisatie van het evenement een omgevingsvergunning aanvragen bij de provincie. De Provincie Gelderland verleent alleen een omgevingsvergunning indien er maatregelen worden genomen die de schade zoveel mogelijk beperken en de activiteit de openbare veiligheid, volksgezondheid, veiligheid van het luchtverkeer, de bescherming van gewassen, vee, bossen, visserij of wateren, de bescherming van flora- en fauna of onderzoek of onderwijs bevordert, of een andere dwingende redenen van openbaar belang (geldt niet voor vogels met een jaarrond beschermd nest). Voor evenementen is een omgevingsvergunning mogelijk wanneer het evenement een van deze gronden dient. De organisator kan deze omgevingsvergunning aanvragen bij de Provincie Gelderland via het omgevingsloket. In bepaalde gevallen is het ook mogelijk om voorafgaand in overleg te treden met de provincie (verzoek om vooroverleg).
Indien er sprake is van negatieve effecten op een Natura 2000 gebied (De Veluwe), dan is er voor het houden van het evenement wellicht ook een vergunning nodig. Ook hiervoor kunt u bij de provincie terecht via het omgevingsloket. Tot effecten op een Natura 2000 gebied behoren bijvoorbeeld de effecten van stikstof(depositie) of verstoring door geluid, licht en trillingen. Een vergunning kan alleen worden verkregen wanneer in een passende beoordeling wordt bepaald dat er geen sprake is significante effecten op Natura 2000-gebied.
Zie ook: https://www.gelderland.nl/themas/stikstof/stikstof-in-gelderland/veelgestelde-vragen/evenementen-en-wnb
De Politiewet omschrijft de taak van de politie als “de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven”. Hieronder vallen ook evenementen. De hulpverlenende taak wordt bovendien zo breed opgevat dat ook veiligheid in preventieve zin, zoals veiligheidsoverleg vooraf bij evenementen, hieronder geschaard kan worden.
Op grond van het Vuurwerkbesluit mag consumentenvuurwerk thans alleen worden afgestoken op Oudejaarsdag vanaf 18.00 uur tot Nieuwjaarsdag 02.00 uur. Vergunning of ontheffing voor andere tijden is niet mogelijk. Het afsteekverbod geldt niet voor fop- en schertsvuurwerk. Vuurwerk dat tijdens evenementen wordt afgestoken valt onder de categorie professioneel vuurwerk en mag alleen worden afgestoken door een gecertificeerd bedrijf dat beschikt over een vergunning van de provincie. Voor het afsteken moet vergunning worden aangevraagd bij het college van Gedeputeerde Staten, dat de burgemeester in de gelegenheid stelt advies uit te brengen. Brengt de burgemeester een negatief advies uit (en verklaring van geen bezwaar dus weigert), dan zal Gedeputeerde Staten de gevraagde vergunning weigeren. Voor theatervuurwerk tot 20 kg en professioneel vuurwerk tot 200 kg hoeft geen vergunning te worden verleend, maar kan worden volstaan met een melding aan de provincie.
15. Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS)
De veiligheid van speeltoestellen, bijvoorbeeld springkussens, is geregeld in het WAS. Dit besluit stelt onder andere eisen aan de veiligheid en aan het beheer van speeltoestellen in de openbare ruimte. Het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen is van toepassing op speeltoestellen in de publieke ruimte. Mocht tijdens een evenement gebruik worden gemaakt van speeltoestellen dan is deze wet hierop van toepassing. De Voedsel en Warenautoriteit heeft de taak om toezicht op de WAS te houden en de gemeente Barneveld heeft de taak om te controleren of men voldoet aan het wettelijke veiligheidsvoorschrift. De rol van de gemeente is onder andere om het NVWA-register te raadplegen om te kijken of de attracties goedgekeurd zijn. Bij het toetsen op de veiligheid van attractietoestellen kan de gemeente gebruik maken van het Register Attractie- en Speeltoestellen (RAS). Meer informatie staat op de website van de NVWA Het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS) in het kort | Attracties en speeltoestellen | NVWA
Via het omgevingsplan regelt de gemeenteraad gebiedsgericht de mogelijke activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Dit kan onder meer door specifieke functies toe te wijzen aan gronden. De gemeente stelt dus locatieprofielen op voor evenementen samen met inwoners, organisatoren en (andere) belanghebbenden. De reikwijdte van het omgevingsplan is daarmee veel groter dan die van het vroegere bestemmingsplan.
De gemeenteraad heeft locaties voor evenementen aangewezen en deze zijn vervolgens vertaald naar een afwegingskader en maken onderdeel uit van het omgevingsplan gemeente Barneveld.
Onze gemeente ligt in het gebied van het Waterschap Vallei en Veluwe. Het waterschap heeft een Waterschapsverordening Waterschap Vallei en Veluwe vastgesteld en deze is in 2024 inwerking getreden. In paragraaf 2.1.10 staan voorschriften voor evenementen wanneer deze worden gehouden in een beperkingengebied. Op grond van artikel 2.37 moet twee weken voor het evenement een melding worden gedaan. In de toelichting staat de verdere uitleg van de bepalingen.
17. Wegenverkeerswet (WVW) en Regeling verkeersregelaars
Gelet op de bepalingen in de WVW en het daarop gebaseerd Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV) en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) is het mogelijk om (gedeelten van) wegen, straten en/of pleinen, die in het beheer en/of eigendom van de gemeente of andere wegbeheerders zijn, af te sluiten ten behoeve van een evenement.
Verkeersregelaars kunnen worden ingezet om verkeersstromen bij tijdelijke wegafzettingen, zoals tijdens evenementen, in goede banen te leiden. In de Regeling verkeersregelaars 2009 worden de eisen omschreven waaraan verkeersregelaars moeten voldoen.
Er zal geen ontheffing worden verleend voor een wedstrijd op de openbare weg (zoals een autorally) op grond van artikel 10 juncto 148 Wegenverkeerswet.
De Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) beoogt te voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert. Indien er ernstig gevaar bestaat dat een vergunning wordt gebruikt om wederrechtelijk verkregen vermogen wit te wassen of strafbare feiten te plegen, dan kan de gemeente de vergunningaanvraag weigeren of de verleende vergunning intrekken. Deze wet is van toepassing op vergunning en ontheffingen op grond van de Alcoholwet en op evenementenvergunning. Hoe deze wet wordt toegepast staat in de Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob gemeente Barneveld.
De politie kan bij problemen als geweld, diefstal, misdrijven tegen openbare orde, gezag e.d. optreden op grond van het Wetboek van Strafrecht
20. Wet Luchtvaart en gebruik drones
Deze wet heeft betrekking op de veiligheid van het luchtverkeer. Indien bij evenementen gebruik wordt gemaakt van luchtvaartuigen, denk hierbij aan helikopters of luchtballonnen, dan is deze wet van belang. Op grond van de Wet Luchtvaart kan voor drie gevallen bij de provincie een TUG-ontheffing worden aangevraagd. Eén van die drie gevallen heeft betrekking op ‘incidenteel locatiegebonden ontheffing’. Voor dit soort gevallen dient de organisator een ontheffing aan te vragen bij GS van de provincie Gelderland, die een verklaring geen bezwaar aan de burgemeester vraagt. De burgemeester kan bezwaren ten aanzien van de openbare orde en veiligheid hebben en geen verklaring afgeven of voorschriften aanbevelen.
Drones kunnen beroepsmatig worden gebruikt tijdens evenementen. Gezien het commerciële karakter valt het gebruik onder de Regeling op afstand bestuurbare luchtvaartuigen. Hiervoor kan een vergunning worden verleend voor Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
De belangrijkste regels op grond van de artikelen 13, 14 en 15 zijn dat het verboden is te vliegen met een drone van meer dan 25 kg:
Drones, onder de 25 kg, die recreatief worden gebruikt door particulieren vallen onder de Regeling Modelvliegen. Ook hiervoor geldt dat ze niet boven mensenmenigten mogen vliegen.
Indien tijdens een evenement een kansspel wordt georganiseerd moet hiervoor een vergunning op grond van de Wet op de kansspelen worden aangevraagd. Voor een loterij met fysieke prijzen en geldbedragen lager dan € 4.500,= moet een vergunning bij de gemeente worden aangevraagd. Wanneer de prijzenpot hoger is moet bij de Kansspelautoriteit vergunning worden gevraagd. Voor een “klein kansspel” zoals bingo of een rad van fortuin volstaat een melding bij de gemeente.
22. Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr)
Veiligheid bij evenementen is niet alleen een verantwoordelijkheid voor gemeente, politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening, maar ook en vooral voor de organisatoren van evenementen. Afhankelijk van de aard en omvang van een evenement kan een eigen bewakings- en/of beveiligingsdienst geëist worden. Op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisatie en recherchebureaus geldt er een aantal eisen voor dergelijke diensten. De burgemeester kan bij evenementen het aantal beveiligers bepalen.
De Wpbr geeft een vergunningenstelsel voor particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. De vergunningen worden door de dienst Justis verleend namens de minister van Justitie en Veiligheid. De korpschef en de Koninklijke Marechaussee houden toezicht op deze wet.
23. Wet Veiligheidsregio’s (Wvr)
De Wet veiligheidsregio's schrijft voor dat veiligheidsregio's dienen te beschikken over een regionaal beleidsplan gebaseerd op een vastgesteld regionaal risicoprofiel. Het risicoprofiel bestaat uit een overzicht van risicovolle situaties binnen de veiligheidsregio. Binnen onze Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) zijn evenementen opgenomen in het risicoprofiel en worden beschouwd als mogelijke risicovolle situaties, waarop beleid moet worden geformuleerd. Omstandigheden kunnen immers aanleiding zijn tot het uitbreken van paniek in menigte en/of verstoring van de openbare orde. De adviestaak van hulpverleningsdiensten aan gemeenten vloeit voort uit het Regionaal Kader Evenementenveiligheid en van het Beleidsplan Crisisbeheersing Gelderland-Midden.
In beginsel zijn wapens verboden in Nederland. Hier bestaan echter enkele uitzonderingen op. De uitzonderingen zijn beschreven in deze wet en het bijbehorende besluit, de Regeling wapens en munitie en de Circulaire wapens en munitie 2019.
Personen die een wapen hebben moeten in het bezit zijn van een verlof tot het voorhanden hebben hiervan dat is afgegeven door de minister van Justitie en Veiligheid. De korpschef van de politie adviseert de Minister hierbij. Bij incidentele schietactiviteiten, zoals re-enactment of het in optocht meevoeren van wapens, worden door de burgemeester in de evenementenvergunning veiligheidsvoorschriften opgelegd en een verklaring van geen bedenkingen afgeven tegen het dragen en vervoeren van wapens en/of munitie op gemeentelijk grondgebied.
Voor alle activiteiten met wapens geldt dat vooraf een bestuurlijke toetsing moet worden uitgevoerd. Artikel 31 van de Regeling wapens en munitie, waarin een vrijstellingsregeling is opgenomen voor optochten, is mede van toepassing op re-enactment. Traditionele niet-automatische geweren, pistolen of degens vallen in bepaalde gevallen doorgaans in de categorie III of IV.
Deze vrijstellingsregeling houdt in dat voor het meevoeren van wapens uit categorie III of IV verlof wordt verleend van het meevoeren van wapens als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Op grond van artikel 4 WWM kan een ontheffing worden verleend voor het gebruik van (nep)wapens uit categorie I of II
In de Circulaire wapens en munitie 2019 is opgenomen dat wapens uit categorie III of IV kunnen worden meegevoerd bij re-enactment uitvoeringen nadat verlof is verleend en de burgemeester en de korpschef schriftelijk toestemming hebben verleend. Voor zover het gaat om optochten is slechts toestemming van de burgemeester vereist. Een ontheffing voor het gebruik van (nep)wapens uit categorie I of II moet worden aangevraagd bij de Minister van Veiligheid en Justitie.
De Winkeltijdenwet en de Verordening winkeltijden gemeente Barneveld geeft aan op welke tijden detailhandel in winkels en uitstallingen langs de weg is toegestaan.
Als op zondag, Hemelvaartsdag en 1e Kerstdag evenementen plaatsvinden in de nabijheid van kerken en dergelijke gebouwen mag er gelet op de Zondagswet geen sprake zijn van hinder voor de godsdienstuitoefening. Uitgangspunt is dat op zondag voor 13.00 uur geen openbare vermakelijkheden (evenementen) plaatsvinden. Van dit verbod kan de burgemeester ontheffing verlenen indien er geen verstoring van de zondagsviering of de zondagsrust is te verwachten (bv. evenementen zonder muziek of festiviteiten zonder geluidshinder). De gemeenteraad heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om na 13.00 uur eenzelfde verbod als voor 13.00 uur vast te stellen.
Op zondag mag ook geen gerucht worden verwekt dat verder hoorbaar is dan 200 meter van de bron (uitzondering kerkdiensten, betogingen en vergaderingen). De burgemeester kan hiervoor zondags na 13.00 uur ontheffing verlenen.
Ook Tweede Paas-, Pinkster- en Kerstdag, de Goede Vrijdag en de Nieuwjaarsdag is het verboden om in de nabijheid van kerken of andere gebouwen voor de openbare eredienst in gebruik, zonder strikte noodzaak gerucht te verwekken, waardoor de godsdienstoefening wordt gehinderd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-545144.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.