Advies
- 1.
Niet relevant/ zeer kleine kans van slagen
- 2.
Relevant, maar minder doorslaggevend / matig kansrijk
- 3.
Belangrijk/ voldoende kansrijk
- 4.
Grote meerwaarde/ kansrijk
Scoring voor elk
subcriterium
1-5
- •
1 = Niet van toepassing: Het project voldoet totaal niet aan dit criterium.
- •
2 = Onvoldoende: Ernstige tekortkomingen, voldoet niet aan de basisvereisten.
- •
3 = Voldoende: Het project voldoet, maar kan sterk verbeterd worden.
- •
4 = Goed: Het project voldoet goed en toont veelbelovende kenmerken.
- •
5 = Uitstekend: Het project voldoet volledig en overtuigend, met duidelijke meerwaarde.
Wegingsfactor
- •
Laag (Factor 1): Relevant, maar minder doorslaggevend.
- •
Midden (Factor 2): Belangrijk en draagt significant bij aan IZA-doelstellingen.
- •
Hoog (Factor 3): Essentieel voor de IZA-doelstellingen en het Regioplan Noord-Holland Noord.
2026:
In communicatie en aanvraag meegeven waar op beoordeeld wordt. Evaluatie toetsingscriteria 2025, heeft geleid tot 2 kleine aanpassingen t.o.v. 2025. Vraag 1.2 bewoording aangepast, vraag 1.4 verwijderd i.v.m. dubbeling met vraag 2.1. Wegingsfactor onderdeel 5 aangepast van 2 naar 3, omdat borging en opschaling noodzakelijk zijn om initiatieven ook na de tijdelijke middelen te kunnen behouden.
|
Hoofdonderwerp
|
Bijbehorende criteria
|
Score
|
Weging
|
Totaal (max.)
|
|
1. Aansluiting bij IZA en Regionale Prioriteiten
|
Mate waarin de aanvraag een bijdrage levert aan preventie en gezondheidspromotie
|
1-5
|
|
5
|
|
|
Mate waarin de aanvraag de druk op de eerste lijn verlaagt
|
1-5
|
|
5
|
|
|
Mate waarin er sprake is van het stimuleren van digitale zorg en innovatie
|
1-5
|
|
5
|
|
|
Mate waarin de aanvraag een positieve bijdrage levert aan de arbeidsmarkt en scholing van zorg- en sociaal domeinprofessionals
|
1-5
|
|
5
|
|
|
Mate van aansluiting op de 5 ketenaanpakken
|
1-5
|
|
5
|
|
Subtotaal 1
|
|
|
Hoog (Factor 3)
|
Totaal x 4
|
|
2. Samenwerking en Domeinoverstijgende Aanpak
|
Mate waarin domeinoverstijgende samenwerking (zorg, welzijn, onderwijs, gemeenten) versterkt wordt
|
1-5
|
|
5
|
|
|
Mate waarin samenwerking met andere initiatieven gestimuleerd wordt
|
1-5
|
|
5
|
|
|
Mate waarin het project bijdraagt aan samenwerking in de zorgketen?
|
1-5
|
|
5
|
|
Subtotaal 2
|
|
1-5
|
Hoog (Factor 3)
|
Totaal x4
|
|
3. Doelgroep en Impact
|
Mate waarin de aanvraag zich richt op kwetsbare doelgroepen
|
1-5
|
|
5
|
|
|
Mate waarin de verwachte maatschappelijke impact meetbaar en onderbouwd is
|
1-5
|
|
5
|
|
Subtotaal 3
|
|
|
Midden (Factor 2)
|
Totaal x 3
|
|
4. Financiële en Organisatorische Haalbaarheid
|
Mate waarin de begroting rekening is gehouden met onverwachte kosten en risico’s en bedragen marktconform zijn.
|
1-5
|
|
5
|
|
|
Mate waarin er cofinanciering of andere financieringsbronnen worden aangewend (dekkingsplan)1-5
|
1-5
|
|
5
|
|
|
De mate waarin er een maatschappelijke business case wordt uitgewerkt.
|
1-5
|
|
5
|
|
|
Mate waarin de planning rekening houdt met uitloop en andere risico’s
|
1-5
|
|
5
|
|
|
Mate waarin het helder is wat er van gemeenten en andere partijen gevraagd wordt in termen van capaciteit
|
1-5
|
|
5
|
|
Subtotaal 4
|
|
|
Midden (Factor 2)
|
Totaal x 3
|
|
5. Duurzaamheid en Borging
|
Mate waarin de effecten van het project ook na de subsidie behouden blijven
|
1-5
|
|
5
|
|
|
Mate waarin de aanvraag voorziet in borging en opschaling
|
1-5
|
|
5
|
|
Subtotaal 5
|
|
|
Midden (Factor 3)
|
Totaal x 3
|
|
6. Innovatie en Schaalbaarheid
|
Mate waarin het project een vernieuwende aanpak binnen de regio voorstelt
|
1-5
|
|
5
|
|
|
Mate waarin er sprake is van bewezen effectiviteit
|
1-5
|
|
5
|
|
|
Mate waarin het project in andere subregio’s in Noord-Holland-Noord kan worden toegepast (schaalbaarheid)
|
1-5
|
|
5
|
|
Subtotaal 6
|
|
|
Laag (Factor 1)
|
Totaal x 2
|
|
7. Monitoring van Resultaten
|
Mate waarin de activiteiten en resultaten gemonitord worden binnen het project
|
1-5
|
|
5
|
|
|
Mate waarin omschreven is hoe de inzet van de IZA-middelen worden verantwoord
|
1-5
|
|
5
|
|
|
Mate waarin de voorgestelde monitoring aansluit bij de monitoring van het regioplan
|
1-5
|
|
5
|
|
Subtotaal 7
|
|
|
Midden (Factor 1)
|
Totaal x 3
|
|
Totaal
|
Alle subtotalen opgeteld
|
|
|
|
Advies:
1.
50-99
pnt
Niet relevant/ zeer kleine kans van slagen
2.
100-149
pnt
Relevant, maar minder doorslaggevend/matig kansrijk
3.
150-199
pnt
Belangrijk/ voldoende kansrijk
4.
200-250
pnt
Grote meerwaarde/ kansrijk
|
Hoofdonderwerp
|
Min
|
Max
|
|
1. Aansluiting bij IZA en Regionale Prioriteiten
|
15
|
75
|
|
2. Samenwerking en Domeinoverstijgende Aanpak
|
9
|
45
|
|
3. Doelgroep en Impact
|
4
|
20
|
|
4. Financiële en Organisatorische Haalbaarheid
|
10
|
50
|
|
5. Duurzaamheid en Borging
|
6
|
30
|
|
6. Innovatie en Schaalbaarheid
|
3
|
15
|
|
7. Monitoring van Resultaten
|
3
|
15
|
Gewogen Totaalscore Berekening:
De gewogen totaalscore wordt berekend door de score van elk criterium te vermenigvuldigen met de weging van dat criterium en vervolgens de gewogen scores bij elkaar op te tellen.
Door deze meer kwalitatieve beoordeling en de bijbehorende uitleg kan een rijker en meer strategisch inzicht worden verkregen over elk project, wat helpt bij het nemen van gefundeerde beslissingen voor subsidieverlening.
Bijlage uitleg toetsingscriteria:
1. Aansluiting bij IZA en Regionale Prioriteiten (Hoog - Factor 3)
1.1 Mate waarin de aanvraag een bijdrage levert aan preventie en gezondheidspromotie?
- •
1 = Geen focus op preventie of gezondheidspromotie.
- •
2 = Enige aandacht voor preventie, maar niet voldoende ontwikkeld.
- •
3 = Duidelijke focus op preventie, maar kan effectiever.
- •
4 = Sterke focus op preventie met meetbare doelen.
- •
5 = Zeer sterke focus op preventie en concrete impact op gezondheid.
1.2 Mate waarin de aanvraag de druk op de eerste lijn verlaagt
- •
1 = Geen bijdrage aan de eerstelijnszorg.
- •
2 = Beperkte bijdrage aan eerstelijnszorg, nauwelijks impact.
- •
3 = Redelijke bijdrage aan eerstelijnszorg, maar mist substantie.
- •
4 = Duidelijke bijdrage en versterking van de eerstelijnszorg.
- •
5 = Zeer grote bijdrage, met structurele versterking van de eerstelijnszorg.
1.3 Mate waarin er sprake is van het stimuleren van digitale zorg en innovatie
- •
1 = Geen gebruik van digitale zorg of innovatie.
- •
2 = Beperkt gebruik van digitale zorg, weinig innovatie.
- •
3 = Digitale zorg wordt toegepast, maar mist schaal of effectiviteit.
- •
4 = Goede toepassing van digitale zorg, gericht op verbetering van de zorg.
- •
5 = Innovatief gebruik van digitale zorg met brede toepasbaarheid en bewezen effect.
1.4 Mate waarin de aanvraag een positieve bijdrage levert aan de arbeidsmarkt en scholing van zorg- en sociaal domeinprofessionals
- •
1 = Geen focus op de (zorg)arbeidsmarkt of scholing.
- •
2 = Beperkte aandacht voor scholing of arbeidsmarktinitiatieven.
- •
3 = Aandacht voor scholing, maar onvoldoende aanpak voor het arbeidsmarktvraagstuk.
- •
4 = Duidelijke initiatieven voor arbeidsmarktversterking en scholing.
- •
5 = Zeer uitgebreide en innovatieve aanpak gericht op arbeidsmarkt en scholing.
1.6 Mate van aansluiting op de 5 ketenaanpakken
- •
Geen aansluiten met 1 van de 5 ketenaanpakken
- •
Enige aansluiting met 1 van de 5 ketenaanpakken
- •
Aanzienlijke aansluiting met 1 van de 5 ketenaanpakken of enige aansluiting met meerdere ketenaanpakken
- •
Zeer sterke aansluiting met 1 van de 5 ketenaanpakken of aanzienlijke aansluiting met meerdere ketenaanpakken
- •
Zeer sterkte aansluiting met 1 of meerdere ketenaanpakken.
Weging: Score x 3
Min 15 – max 75 punten
2. Samenwerking en
Domeinoverstijgende
Aanpak (Hoog - Factor 3)
2.1 Mate waarin er sprake is van domeinoverstijgende samenwerking (zorg, welzijn, onderwijs, gemeenten)
- •
1 = Geen samenwerkingsverband.
- •
2 = Matig samenwerkingsverband, ontbreekt cohesie.
- •
3 = Samenwerkingsverband is aanwezig, maar onvoldoende breed of intensief.
- •
4 = Duidelijk samenwerkingsverband, met een breed draagvlak.
- •
5 = Zeer sterk samenwerkingsverband, optimaal afgestemd met alle partners.
2.2 Mate waarin samenwerking met andere initiatieven gestimuleerd wordt
- •
1 = Geen stimulans voor samenwerking met andere initiatieven.
- •
2 = Beperkte stimulans voor samenwerking met andere initiatieven.
- •
3 = Aanzienlijke stimulans voor samenwerking, maar kan beter gecoördineerd.
- •
4 = Actieve stimulering van samenwerking met andere initiatieven.
- •
5 = Zeer sterke stimulans en integratie met andere succesvolle initiatieven.
2.3 Mate waarin het project bijdraagt aan samenwerking in de zorgketen?
- •
1 = Geen bijdrage aan de zorgketen.
- •
2 = Beperkte bijdrage aan de zorgketen, onvoldoende integratie.
- •
3 = Goede bijdrage aan de zorgketen, maar met ruimte voor verbetering.
- •
4 = Duidelijke bijdrage aan een goed functionerende zorgketen.
- •
5 = Essentiële bijdrage die de zorgketen significant versterkt.
Weging: Score x 3
Min 9 – max 45 punten
3. Doelgroep en Impact (Midden - Factor 2)
3.1 Mate waarin de aanvraag zich richt op kwetsbare doelgroepen
- •
1 = Geen focus op kwetsbare doelgroepen.
- •
2 = Beperkte focus op kwetsbare doelgroepen, maar onvoldoende uitgewerkt.
- •
3 = Duidelijke focus op kwetsbare doelgroepen, maar met ruimte voor verbetering.
- •
4 = Sterke focus op kwetsbare doelgroepen met duidelijke aanpak.
- •
5 = Zeer duidelijke en impactvolle focus op kwetsbare doelgroepen.
3.2 Mate waarin de verwachte maatschappelijke impact meetbaar en onderbouwd is
- •
1 = Geen duidelijke impact of onderbouwing.
- •
2 = Beperkte onderbouwing van de verwachte impact.
- •
3 = Duidelijke impact, maar de onderbouwing is matig.
- •
4 = Goed onderbouwde impact met meetbare resultaten.
- •
5 = Zeer goed onderbouwde en substantiële maatschappelijke impact.
Weging: Score x 4
Min 4 – max 20 punten
4. Financiële en Organisatorische Haalbaarheid (Midden - Factor 2)
4.1 Mate waarin de begroting rekening is gehouden met onverwachte kosten en risico’s en bedragen marktconform zijn.
- •
1= Geen (realistische) begroting aanwezig.
- •
2 = Begroting aanwezig, maar zeer matig realistisch.
- •
3 = Begroting aanwezig, maar kan realistischer.
- •
4 = Goed realistische begroting aanwezig.
- •
5 = Zeer realistische begroting aanwezig.
4.2 Mate waarin er cofinanciering of andere financieringsbronnen worden aangewend (dekkingsplan)
- •
1= Geen cofinanciering of andere financieringsbronnen aanwezig.
- •
2 = Een cofinanciering of 1 andere financieringsbronnen aanwezig.
- •
3 = Enkele cofinanciering of andere financieringsbronnen aanwezig.
- •
4 = Meerdere cofinanciering of andere financieringsbronnen aanwezig.
- •
5 = Volledige dekking middels cofinanciering of andere financieringsbronnen aanwezig.
4.3 De mate waarin er een maatschappelijke business case wordt uitgewerkt.
- •
1= Geen inzicht in maatschappelijke businesscase.
- •
2 = Enig inzicht in maatschappelijke businesscase.
- •
3 = Goed inzicht in maatschappelijke businesscase, maar onderbouwing kan sterker
- •
4 = Zeer goed inzicht in maatschappelijke businesscase met sterke onderbouwing.
- •
5 = Perfect inzicht in maatschappelijke businesscase met uitstekende onderbouwing.
4.4 Mate waarin de planning rekening houdt met uitloop en andere risico’s.
- •
1= Geen (realistische) plan van aanpak aanwezig.
- •
2 = Plan van aanpak aanwezig, maar zeer matig realistisch.
- •
3 = Plan van aanpak aanwezig, maar kan realistischer.
- •
4= Goed realistische plan van aanpak aanwezig.
- •
5 = Zeer realistische plan van aanpak aanwezig.
4.5 Mate waarin het helder is wat er van gemeenten en andere partijen gevraagd wordt in termen van capaciteit
- •
1= Geen inzicht in wat er van gemeente (en andere partijen) wordt verwacht.
- •
2 = Enig inzicht in wat er van gemeente (en andere partijen) wordt verwacht.
- •
3 = Goed inzicht in wat er van gemeente (en andere partijen) wordt verwacht.
- •
4 = Zeer goed inzicht wat er van gemeente (en andere partijen) wordt verwacht.
- •
5 = Perfect inzicht in wat er van gemeente (en andere partijen) wordt verwacht.
Weging: Score x 2
Min 10 – Max 50 punten
5. Duurzaamheid en Borging (Midden - Factor 2)
5.1 Mate waarin de effecten van het project ook na de subsidie behouden blijven
- •
1= Geen inzicht in de effecten na eindigen subsidie.
- •
2 = Enig inzicht in de effecten na eindigen subsidie.
- •
3 = Goed inzicht in de effecten na eindigen subsidie, maar onderbouwing kan sterker.
- •
4 = Zeer goed inzicht in de effecten na eindigen subsidie, maar onderbouwing kan sterker.
- •
5 = Perfect inzicht in de effecten na eindigen subsidie, met uitstekende onderbouwing.
5.2 Mate waarin de aanvraag voorziet in borging en opschaling
- •
1= Geen (realistische) plan van borging aanwezig.
- •
2 = Plan van borging aanwezig, maar zeer matig realistisch.
- •
3 = Plan van borging aanwezig, maar kan realistischer.
- •
4 = Goed realistische plan van borging aanwezig.
- •
5 = Zeer realistische plan van borging aanwezig.
Weging: Score x 2
Min 6 – Max 30 punten
6. Innovatie en Schaalbaarheid (Laag - Factor 1)
6.1 Mate waarin het project een vernieuwende aanpak binnen de regio voorstelt
- •
- •
2 = Enige vernieuwing, maar onvoldoende onderbouwd.
- •
3 = Goede vernieuwing, maar de onderbouwing kan sterker.
- •
4 = Zeer goede vernieuwing met sterke onderbouwing.
- •
5 = Perfect gedefinieerde vernieuwing met uitstekende onderbouwing.
6.2 Mate waarin er sprake is van bewezen effectiviteit
- •
1= Geen bewezen effectiviteit.
- •
2 = Enige bewezen effectiviteit, maar onvoldoende onderbouwd.
- •
3 = Goede bewezen effectiviteit, maar de onderbouwing kan sterker.
- •
4 = Zeer goed bewezen effectiviteit met sterke onderbouwing.
- •
5 = Perfect gedefinieerde bewezen effectiviteit met uitstekende onderbouwing.
6.3 Mate waarin het project in andere subregio’s in Noord-Holland-Noord kan worden toegepast (schaalbaarheid)
- •
1= Niet toepasbaar op andere gemeenten.
- •
2 = Zeer matig/ onbekende toepasbaarheid op andere gemeenten.
- •
3 = Goede toepasbaarheid op andere gemeenten.
- •
4 = Zeer goed toepasbaarheid op andere gemeenten en regio’s.
- •
5 = Perfect toepasbaarheid op andere gemeenten en regio’s.
Weging: Score x 1
Min 3 – Max 15 punten
7. Monitoring van Resultaten (Midden - Factor 1)
Kwaliteitsbewaking &
KPI’s
7.1 Mate waarin de activiteiten en resultaten gemonitord worden binnen het project
- •
1= Geen monitoring (bekend).
- •
2 = Enige monitoring bekend, maar onvoldoende onderbouwd.
- •
3 = Goede monitoring bekend, maar de onderbouwing kan sterker.
- •
4 = Zeer goed monitoring bekend met sterke onderbouwing.
- •
5 = Perfecte monitoring bekend met uitstekende onderbouwing.
7.2 Mate waarin omschreven is hoe de inzet van de IZA-middelen worden verantwoord
- •
1= Geen inzicht in verantwoording IZA middelen.
- •
2 = Enig inzicht in verantwoording IZA middelen.
- •
3 = Goed inzicht in verantwoording IZA middelen.
- •
4 = Zeer goed inzicht in verantwoording IZA middelen.
- •
5 = Perfect inzicht in verantwoording IZA middelen.
7.3 Mate waarin de voorgestelde monitoring aansluit bij de monitoring van het regioplan
- •
1= Geen aansluiting bij de monitoring van het regioplan.
- •
2 = Enige aansluiting bij de monitoring van het regioplan.
- •
3 = Goede aansluiting bij de monitoring van het regioplan.
- •
4 = Zeer goede aansluiting bij de monitoring van het regioplan.
- •
5 = Perfecte aansluiting bij de monitoring van het regioplan.
Weging: Score x 1
Min 3 – Max 15 punten