Beleidsregels bestuurlijke aanpak (illegaal) vuurwerk gemeente Berg en Dal 2025

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Berg en Dal;

 

Gelet op:

 

  • de artikelen 1:3, 4:81 en 4:83 van de Algemene wet bestuursrecht en het bij of krachtens het gestelde in;

  • artikel 17 Woningwet;

  • de Omgevingswet, in het bijzonder artikelen 1.6, 4.21 en 18.1.4;

  • het Vuurwerkbesluit;

  • het Besluit bouwwerken leefomgeving, in het bijzonder artikelen 6.1 t/m 6.4;

  • voorschriften van het omgevingsplan gemeente Berg en Dal.

Overwegende:

 

  • Dat het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen voor de bestuursrechtelijke aanpak van de opslag/aanwezigheid van (grote hoeveelheden) (illegaal) vuurwerk in panden, lokalen, bouwwerken en/of op een open erf of terrein of anderszins besloten ruimte(n)/gebied, of terreinen binnen de gemeente Berg en Dal;

  • Dat de aanwezigheid van (grote hoeveelheden) (illegaal) vuurwerk in panden, lokalen, bouwwerken en/of op een open erf of terrein of anderszins besloten ruimte(n)/gebied, zonder benodigde veiligheidsvoorzieningen en door ondeskundig gebruik, gevaarlijk is voor de gezondheid, veiligheid en leefbaarheid van de directe leefomgeving van een locatie;

  • Dat het integraal voorkomen van (verdere) vuurwerkoverlast en -overtredingen wenselijk is;

Besluit vast te stellen de:

 

Beleidsregels bestuurlijke aanpak (illegaal) vuurwerk gemeente Berg en Dal 2025

 

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1. Begrippen en definities

De begrippen in deze beleidsregel worden, voor zover niet anders gedefinieerd, gehanteerd overeenkomstig de definities in het Vuurwerkbesluit. In het kader van deze beleidsregel wordt verstaan onder:

 

  • Vuurwerk: zoals omschreven in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit;

  • Categorie F1, F2, F3 en F4: categorie F1, F2, F3 onderscheidenlijk F4 als bedoeld in artikel 1A.1.3 van het Vuurwerkbesluit;

  • Richtlijn Strafvordering voor vuurwerkdelicten: Aanwijzing op grond van artikel 130 Wet RO, opgesteld door het College van procureurs-generaal, Versie 2024R011 of een latere versie;

  • Regeling aanwijzing consumentenvuurwerk (RAC): De Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 1 januari 2024, met nummer BWBR0027932 of een latere versie;

  • Lijsten: Indeling van soorten vuurwerk in lijsten, zoals vermeld in de Richtlijn Strafvordering voor vuurwerkdelicten, waarbij deze lijsten een indeling bevatten in de algemene gevaarzetting die van dat vuurwerk uitgaat, onafhankelijk van de omstandigheden waaronder het vuurwerk is aangetroffen;

  • Lijst I: zoals omschreven in Richtlijn Strafvordering voor vuurwerkdelicten;

  • Lijst II: zoals omschreven in Richtlijn Strafvordering voor vuurwerkdelicten;

  • Lijst III: zoals omschreven in Richtlijn Strafvordering voor vuurwerkdelicten;

  • Lijst IV: zoals omschreven in Richtlijn Strafvordering voor vuurwerkdelicten;

  • Locatie: Een pand, lokaal, bouwwerk en/of open erf of terrein of anderszins besloten ruimte(n)/gebied;

  • Lokaal: een voor het publiek toegankelijk gebouw of een niet voor het publiek toegankelijk gebouw;

  • Woning: een woning is een verblijf dat in hoofdzaak dient tot woning dan wel dienstbaar is aan het wonen met het daarbij behorende deel van de grond. Hieronder valt zowel een koopwoning als een huurwoning, maar bijvoorbeeld ook stacaravans, woonschepen, woonwagens, et cetera. Het is de plaats waar een persoon zijn private huishoudelijke leven leidt.

Paragraaf 2. Handhavingsmaatregelen bij aangetroffen (illegaal) vuurwerk op locatie door het college van burgemeester en wethouders

Artikel 2. Handhavingsmaatregelen

  • 1.

    Bij het aantreffen van vuurwerk op een locatie kan het college van burgemeester en wethouders, afhankelijk van de gevaarzetting, ernst en aard van de overtreding, een last onder dwangsom opleggen om herhaling van de overtreding(en) te voorkomen.

  • 2.

    Bij herhaalde overtreding van bij of krachtens Vuurwerkbesluit, Besluit bouwwerken leefomgeving en/of Omgevingswet gestelde eisen op dezelfde locatie, waarbij eerder wegens aangetroffen illegaal vuurwerk een last onder dwangsom is opgelegd, en die eerdere last onder dwangsom volledig is uitgewerkt, kan het college van burgemeester en wethouders de locatie tijdelijk sluiten op grond van artikel 17 Woningwet.

  • 3.

    Bij het aantreffen van vuurwerk op een locatie kan het college van burgemeester en wethouders, afhankelijk van de gevaarzetting, ernst en aard van de overtreding, ook een bestuurlijke boete opleggen aan de overtreder (zie artikel 7 van deze beleidsregels).

  • 4.

    Bij het opleggen van een last onder dwangsom en/of het sluiten van een locatie hanteert het college van burgemeester en wethouders de in Tabel 1 gegeven handhavingsmatrix en de daar weergegeven uitgangspunten voor hoogten van dwangsommen en lengten van sluitingstermijnen.

  • 5.

    De handhavingsmatrix is gebaseerd op de indeling in algemene gevaarzetting, zoals verwoord in Lijst I t/m Lijst IV van Richtlijn strafvordering voor vuurwerkdelicten, waarbij geldt hoe hoger het lijstnummer, hoe groter de potentiële gevaarzetting voor gezondheid, veiligheid en leefbaarheid op of in de directe nabijheid van de locatie.

  • 6.

    De in de handhavingsmatrix gebruikte criteria zijn slechts een richtlijn. Per situatie kan de opgelegde dwangsomhoogte aangepast worden, als verzwarende of verzachtende omstandigheden dit rechtvaardigen.

  • 7.

    Bij de toepassing van in Tabel 1 van deze beleidsregels genoemde sluitingstermijnen, maakt het college van burgemeester en wethouders omwille van de overzichtelijkheid en eenduidigheid geen onderscheid in lengte van de sluitingstermijn tussen te sluiten woningen en niet-woningen (lokalen) of erven. Alle termijnen zijn namelijk van tevoren afgestemd op de (doorgaans kortere) sluitingstermijn voor sluiting van een woning.

  • 8.

    Indien gedurende drie jaar na de eerste of tweede overtreding geen nieuwe constatering plaatsvindt, zal de zaak als afgedaan worden beschouwd. Een latere constatering op dezelfde locatie zal dan gelden als een eerste constatering.

     

    Tabel 1: Handhavingsmatrix gemeente Berg en Dal

     

    Lijst I: consumentenvuurwerk aangewezen in de RAC, ingedeeld in categorie F1 of deels F2, zoals bedoeld in artikel 1A.1.3 van het Vuurwerkbesluit;

    Gewicht/ hoeveelheid vuurwerk

    Maatregel 1e overtreding

    Maatregel 2e overtreding

    Maatregel 3e overtreding

    Maatregel 4e overtreding

    25,1 – 50 kg

    Opleggen last onder dwangsom van € 500 per overtreding

    Verbeuring van 1e dwangsom en opleggen herhaalde dwangsom (verdubbeling van eerste dwangsom)

    Verbeuring van 2e dwangsom en opleggen herhaalde dwangsom (verdubbeling van vorige dwangsom)

    Verbeuring van de 3e dwangsom en sluiting locatie voor 4 weken

    50,1 – 100 kg

    Opleggen last onder dwangsom van € 1.000 per overtreding

    Verbeuring van 1e dwangsom en opleggen herhaalde dwangsom (verdubbeling van eerste dwangsom)

    Verbeuring van 2e dwangsom en opleggen herhaalde dwangsom (verdubbeling van vorige dwangsom)

    Verbeuring van de 3e dwangsom en sluiting locatie voor 5 weken

    > 100 kg

    Opleggen last onder dwangsom van € 2.000 per overtreding

    Verbeuring van 1e dwangsom en opleggen herhaalde dwangsom (verdubbeling van eerste dwangsom)

    Verbeuring van 2e dwangsom en opleggen herhaalde dwangsom (verdubbeling van vorige dwangsom)

    Verbeuring van de 3e dwangsom en sluiting locatie voor 6 weken

     

    Lijst II: professioneel vuurwerk, dat is ingedeeld in categorie F2 of F3 en niet als consumentenvuurwerk is aangewezen in de RAC en daarnaast rookbommen T1/T2 en handfakkels, zoals bedoeld in artikel 1A.1.3 van het Vuurwerkbesluit;

    Gewicht/ hoeveelheid vuurwerk

    Maatregel 1e overtreding

    Maatregel 2e overtreding

    Maatregel 3e overtreding

    Maatregel 4e overtreding

    0 tot en met 100 kg of

     

    1 tot en met 100 stuks

    Opleggen last onder dwangsom van € 3.000 per overtreding

    Verbeuring van 1e dwangsom van € 3.000 en opleggen herhaalde dwangsom (verdubbeling van eerste dwangsom)

    Verbeuring van 2e dwangsom van € 6.000 en opleggen herhaalde dwangsom (verdubbeling van vorige dwangsom)

    Verbeuring van de 3e dwangsom en sluiting locatie voor 9 weken

    > 100 kg of

     

    > 100 stuks

    Opleggen last onder dwangsom van € 4.000 per overtreding

    Verbeuring van 1e dwangsom van € 4.000 en opleggen herhaalde dwangsom (verdubbeling van eerste dwangsom)

    Verbeuring van 2e dwangsom van € 8.000 en opleggen herhaalde dwangsom (verdubbeling van vorige dwangsom)

    Verbeuring van de 3e dwangsom en sluiting locatie voor 12 weken

     

    Lijst III: professioneel vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F4 of vuurwerk dat volgens opschrift niet is voorzien van een F categorie (categorie F1, F2, F3) en daarnaast vuurwerk P1/P2 met uitzondering van handfakkels, zoals bedoeld in artikel 1A.1.3 van het Vuurwerkbesluit;

    Gewicht/ hoeveelheid vuurwerk

    Maatregel 1e overtreding

    Maatregel 2e overtreding

    Maatregel 3e overtreding

    Maatregel 4e overtreding

    0 tot en met 100 kg of

     

    1 tot en met 100 stuks

    Opleggen last onder dwangsom van € 8.000 per overtreding

    Verbeuring van 1e dwangsom van € 8.000 en opleggen herhaalde dwangsom (verdubbeling van eerste dwangsom)

    Verbeuring van 2e dwangsom van € 16.000 en opleggen herhaalde dwangsom (verdubbeling van vorige dwangsom)

    Verbeuring van de 3e dwangsom en sluiting locatie voor 12 weken

    > 100 kg of

     

    > 100 stuks

    Opleggen last onder dwangsom van € 9.000 per overtreding

    Verbeuring van 1e dwangsom van € 9.000 en opleggen herhaalde dwangsom (verdubbeling van eerste dwangsom)

    Verbeuring van 2e dwangsom van € 18.000 en opleggen herhaalde dwangsom (verdubbeling van vorige dwangsom)

    Verbeuring van de 3e dwangsom en sluiting locatie voor 15 weken

     

    Lijst IV: geïmproviseerd vuurwerk (vuurwerk dat zelf is vervaardigd of is aangepast), zoals bedoeld in artikel 1A.1.3 van het Vuurwerkbesluit;

    Gewicht/ hoeveelheid vuurwerk

    Maatregel 1e overtreding

    Maatregel 2e overtreding

    Maatregel 3e overtreding

    Maatregel 4e overtreding

    0 tot en met 100 kg of

     

    1 tot en met 100 stuks

    Opleggen last onder dwangsom van € 8.000 per overtreding

    Verbeuring van 1e dwangsom van € 8.000 en opleggen herhaalde dwangsom (verdubbeling van eerste dwangsom)

    Verbeuring van 2e dwangsom van € 16.000 en opleggen herhaalde dwangsom (verdubbeling van vorige dwangsom)

    Verbeuring van de 3e dwangsom en sluiting locatie voor 12 weken

    > 100 kg of

     

    > 100 stuks

    Opleggen last onder dwangsom van € 9.000 per overtreding

    Verbeuring van 1e dwangsom van € 9.000 en opleggen herhaalde dwangsom (verdubbeling van eerste dwangsom)

    Verbeuring van 2e dwangsom van € 18.000 en opleggen herhaalde dwangsom (verdubbeling van vorige dwangsom)

    Verbeuring van de 3e dwangsom en sluiting locatie voor 15 weken

Artikel 3. Samenloop van lijsten/vuurwerksoorten

  • 1.

    Wanneer op een locatie tegelijkertijd vuurwerk wordt aangetroffen van meerdere categorieën, dan past het college van burgemeester en wethouders de lijst met het hoogste (Romeinse) cijfer toe.

  • 2.

    In afwijking van lid 1 kan het college van burgemeester en wethouders in genoemde situatie een lagere lijst toepassen indien:

    • a)

      de aangetroffen hoeveelheden/aantallen van een lagere lijst aanzienlijk hoger zijn/ dan de hoeveelheden/aantallen van die hogere lijst én;

    • b)

      de totale hoeveelheden/aantallen van alle aangetroffen vuurwerksoorten bij elkaar opgeteld, gelet op de gezamenlijke gevaarzetting van al deze vuurwerksoorten bij elkaar, toepassing van een lagere lijst niet verhinderen.

  • 3.

    In afwijking van het gestelde in lid 1 en 2 past het college van burgemeester en wethouders bij aantreffen van vuurwerk uit lijst IV, gelet op de ernstige gevaarzetting van dit soort vuurwerk, in elk geval altijd lijst III van Tabel 1 toe, ongeacht eventueel aangetroffen hoeveelheden/aantallen vuurwerk uit lagere lijsten.

Artikel 4. Mogelijkheid tot tijdelijke opheffing sluiting ex artikel 17 Woningwet

  • 1.

    Elke betrokkene (gebruiker, eigenaar, huurder of anderszins rechthebbende) van de gesloten locatie, kan het college van burgemeester en wethouders tijdens een sluitingsperiode tussentijds schriftelijk verzoeken om in verband met (het voorkomen van verdere) calamiteiten of noodzakelijke onderhoudsactiviteiten, de sluiting tijdelijk te schorsen.

  • 2.

    Onder calamiteiten vallen in ieder geval niet:

    • a.

      Voorafgaand aan de sluiting al voorzienbare feiten en omstandigheden;

    • b.

      Het rondleiden van geïnteresseerde kopers/huurders (met uitzondering van verzekeringsmedewerkers),

  • 3.

    Het schriftelijke verzoek bevat tenminste:

    • a.

      De reden en noodzaak voor tijdelijke opheffing;

    • b.

      De gewenste aanvangsdatum en -tijdstip;

    • c.

      De einddatum en -tijdstip;

    • d.

      Een overzicht van de te verrichten activiteiten/werkzaamheden;

    • e.

      De namen van de toe te laten personen, inclusief functie en organisatie.

  • 4.

    Indien voorzienbaar na sluiting, wordt het onder lid 1 en 3 genoemde verzoek tenminste één week van tevoren schriftelijk ingediend.

  • 5.

    In de uitzonderlijke situatie dat een schriftelijk verzoek niet kan worden afgewacht vanwege spoedeisendheid, geeft de betrokkene de onder lid 3 genoemde noodzakelijke gegevens mondeling of per e-mail door aan de gemeente.

  • 6.

    Indien het college van burgemeester en wethouders in kan stemmen met het verzoek, dan verwijderen de boa’s/toezichthouders tijdelijk de verzegeling gedurende de periode van de tijdelijke opheffing. Aan het einde van de activiteiten wordt de locatie opnieuw verzegeld tot aan het einde van de opgelegde sluitingstermijn.

  • 7.

    Uitzonderingen en noodzaak daartoe daargelaten, stemt het college van burgemeester en wethouders gedurende de sluitingstermijn slechts eenmalig in met een tijdelijke opheffing van de sluiting.

Artikel 5. Mogelijkheid tot matiging sluiting ex artikel 17 Woningwet

  • 1.

    Een niet bij de (eerdere) overtreding(en) betrokken verhuurder van een locatie kan gedurende de eerste sluiting van een locatie, een gemotiveerd schriftelijk verzoek tot matiging van de sluitingstermijn indienen bij het college van burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Het in lid 1 genoemde verzoek is niet mogelijk bij herhaalde sluiting, waarbij de verhuurder al verhuurder was. Dit geldt in het bijzonder als bijvoorbeeld bij een eerdere sluiting op dezelfde locatie al is ingestemd met een eerder verzoek tot matiging. In dat geval heeft namelijk het eerdere geaccepteerde plan van aanpak, zoals genoemd in lid 3, nieuwe overtredingen niet kunnen voorkomen.

  • 3.

    Het verzoek moet bestaan uit een plan van aanpak en motivering hoe de verhuurder zal voorkomen dat er opnieuw sprake is van illegaal vuurwerk op deze locatie.

  • 4.

    Een gevonden nieuwe gebruiker/huurder alleen is op voorhand onvoldoende reden om de sluiting te matigen.

  • 5.

    Indien het college van burgemeester en wethouders in kan stemmen met het verzoek, dan wordt de sluitingstermijn verminderd tot maximaal 1/3 van de opgelegde termijn.

Artikel 6. Verzwarende omstandigheden

  • 1.

    Er kunnen zich omstandigheden voordoen die ervoor zorgen dat een situatie extra gevaarlijk of bezwaarlijk is. Door deze omstandigheden kan het zo zijn dat de omschreven maatregel uit artikel 3 van dit beleid geen recht doet aan de ernst van de situatie. In deze omstandigheden kan het college van burgemeester en wethouders direct overgaan tot het opleggen van een hogere dwangsom. Dit laat overigens de mogelijke toepassing van artikel 174a Gemeentewet in bijzondere situaties onverlet.

  • 2.

    In geval van verzwarende omstandigheden wordt de hoogte van de dwangsom met 50% verhoogd.

  • 3.

    Van verzwarende omstandigheden is in ieder geval sprake wanneer:

    • a)

      de overtreder volgens de door (onder meer) de politie of het Openbaar Ministerie verstrekte gegevens eerder strafrechtelijke vuurwerkovertredingen of vuurwerk gerelateerde overtredingen heeft begaan;

    • b)

      andere omstandigheden of strafbare feiten ervoor zorgen dat een situatie extra gevaarlijk of bezwaarlijk is.

Artikel 7. Bestuurlijke boete

  • 1.

    Naast een herstelsanctie kan door het college van burgemeester en wethouders ook een bestuurlijke boete worden opgelegd op grond van artikel 18.12. Omgevingswet.

  • 2.

    Bij de oplegging van een bestuurlijke boete wordt aansluiting gezocht bij de Richtlijn Strafvordering voor vuurwerkdelicten.

  • 3.

    Het college van burgemeester en wethouders zal op grond van artikel 5:44, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet overgaan tot oplegging van een bestuurlijke boete, als de overtreder ook wordt vervolgd door het Openbaar Ministerie vanwege de opslag van vuurwerk.

Artikel 8 Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels bestuurlijke aanpak (illegaal) vuurwerk gemeente Berg en Dal 2025”.

  • 2.

    Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in de vergadering van 2 december 2025,

De burgemeester,

Mr. M. Slinkman

De gemeentesecretaris a.i.,

P. Vaupell

Naar boven