Subsidieregeling instandhouding sociaal maatschappelijk activiteitenaanbod gemeenschapshuizen

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten;

Vaststellende dat:

  • de gemeenteraad op 22 juni 2021 het Beleidskader Gemeenschapshuizen heeft vastgesteld;

  • in dit beleidskader wordt erkend dat de diverse gemeenschapshuizen als maatschappelijke voorzieningen vanuit de sociale basis een belangrijke bijdrage leveren aan het behoud en de verbetering van de sociale samenhang, leefbaarheid en participatie in de (kleine) kernen;

  • deze gemeenschapshuizen ten tijde van het opstellen van het nieuwe beleidskader geen gemeentelijke subsidiesteun in de exploitatie ontvingen;

  • deze gemeenschapshuizen zich inmiddels niet alleen meer richten op het beschikbaar stellen van accommodatie voor bestaande maatschappelijke organisaties en bewonersinitiatieven;

  • maar hiernaast ook zelfstandig een sociaal maatschappelijk activiteitenaanbod en inloopvoorzieningen organiseren;

overwegende dat:

  • de gemeenschapshuizen hiermee hun ontmoetingsfunctie versterken en hiermee het sociaal contact, de gemeenschapszin en het leefklimaat in de directe omgeving bevorderen en daarmee bijdragen aan het verminderen of voorkomen van maatschappelijke achterstanden van kwetsbare burgers;

  • de gemeenschapshuizen bij het ontwikkelen en in stand houden van dit activiteitenaanbod vaak nog organisatorische maar vooral ook financiële moeilijkheden ervaren;

  • de gemeenteraad daarom het college opdracht heeft gegeven een nieuwe regeling uit te werken op basis waarvan de gemeenschapshuizen structureel door middel van het verstrekken van subsidie worden ondersteund bij de in stand houding van hun structureel activiteitenaanbod;

er rekening mee houdende dat:

  • er door de aard van de accommodatie, de vormgeving van het beheer en de omvang van de kern of de buurtschap bij de diverse gemeenschapshuizen een grote diversiteit bestaat in de mate en vorm waarin gemeenschapshuizen zich, naast het aanbieden van zaalruimte, richten op het ontwikkelen van een eigen vast activiteitenaanbod;

  • de vast te stellen subsidieregeling hiermee rekening houdt en maatwerk mogelijk maakt;

  • een dergelijke nieuwe subsidieregeling voor alle betrokken gemeenschapshuizen een passende en rechtvaardige uitkomst moet bieden, maar het college ook in staat moet stellen op een eenduidige en rechtmatige wijze subsidie te verlenen;

Besluit:

vast te stellen de “Subsidieregeling instandhouding sociaal maatschappelijk activiteitenaanbod gemeenschapshuizen”.

Artikel 1: Definities

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Gemeenschapshuis:

  • Een (door de gemeente als zodanig erkend) multifunctioneel gebouw dat bestemd is om zonder winstoogmerk te voorzien in de behoefte aan ruimte en faciliteiten voor ontmoeting-, vormings- en ontspanningsactiviteiten en dienstverlening op sociaal maatschappelijk, cultureel en recreatief terrein. Dit volledig ten behoeve van de lokale samenleving, als het hart van het dorp, kern of buurtschap, waar diverse faciliteiten beschikbaar worden gesteld door en voor de diverse maatschappelijke verenigingen en organisaties en (groepen) van bewoners;

  • b.

    Activiteitenaanbod:

  • Een (structureel) aanbod aan sociaal maatschappelijke activiteiten, gericht op het bevorderen van sociaal contact, versterken van de gemeenschapszin en verbeteren van het leefklimaat in de directe omgeving en het voorkomen of verminderen van maatschappelijke achterstanden van kwetsbare burgers;

  • c.

    Zelfstandig georganiseerd activiteitenaanbod:

  • Activiteitenaanbod georganiseerd door of onder verantwoordelijkheid van de beheersorganisatie van het gemeenschapshuis zelf;

  • d.

    Activiteitenaanbod van anderen:

  • Activiteitenaanbod georganiseerd door andere maatschappelijke organisaties dan de gemeenschapshuizen zelf of door bewonersinitiatieven, die hiervoor gebruik maken van de accommodatie van het gemeenschapshuis.

Artikel 2: Doel

  • a.

    Met het beschikbaar stellen van een structureel subsidie de beheerorganisaties van de gemeenschapshuizen in staat stellen een vast structureel aanbod aan sociaal maatschappelijke activiteiten te kunnen organiseren;

  • b.

    Met dit structurele activiteitenaanbod een substantiële bijdrage leveren aan het behoud en de verbetering van de sociale samenhang en leefbaarheid voor en participatie vanuit de lokale gemeenschap.

Artikel 3: Doelgroep

  • a.

    Doelgroep van deze subsidieregeling zijn de binnen het Beleidskader Gemeenschapshuizen door de gemeente erkende gemeenschapsvoorzieningen, voor zover zij (blijven) voldoen aan de daarin opgenomen definitie van een gemeenschapshuis;

  • b.

    In het kader van deze subsidieregeling wordt als doelgroep tevens beschouwd de lokale (dorps)belangenvereniging waarbij in die kern/buurtschap geen (subsidiabel) gemeenschapshuis aanwezig/actief is.

Artikel 4: Aanvraag

  • a.

    Een aanvraag voor een subsidie in een vast activiteitenaanbod kan alleen worden ingediend door het bestuur van de organisatie, die als eigenaar/exploitant van het gemeenschapshuis verantwoordelijk is voor de zelfstandige organisatie van het activiteitenaanbod dan wel het bestuur van een (dorps)belangenorganisatie, waar een dergelijk gemeenschapshuis ontbreekt;

  • b.

    De aanvraag kan jaarlijks lopende het subsidiejaar worden ingediend;

  • c.

    Afhankelijk van de datum van vaststelling en publicatie van deze subsidieregeling kan het college voor het eerste uitvoeringsjaar van deze regeling (2025) afwijken van deze verplichting tot het indienen van een formele aanvraag;

  • d.

    Wanneer het college voor deze subsidieregeling een standaard aanvraagformulier heeft vastgesteld wordt verplicht gesteld van dit formulier gebruik te maken. Hierbij moet eventueel verplicht gestelde informatie worden verstrekt. Dit formulier kan online worden ingevuld en ingediend.

Artikel 5: Subsidieplafond

  • a.

    Het door de gemeenteraad voor de uitvoering van deze subsidieregeling maximaal in de gemeentebegroting opgenomen subsidiebudget geldt als subsidieplafond. De verdeling van dit subsidieplafond vindt plaats op basis van het resultaat van het procentuele aandeel van de aan het per gemeentehuis toegekende aantal punten aan het activiteitenaanbod in het puntentotaal van alle gemeenschapshuizen gezamenlijk.

Artikel 6: Berekening subsidie

  • a.

    Op basis van een inventarisatie van het activiteitenaanbod door of vanuit hun gemeenschapshuis is nu een methode ontwikkeld waarop deze budgetverdeling over de diverse gemeenschapshuizen op een passende en eerlijke wijze kan worden doorgevoerd. Dit op basis van een puntensysteem waarbij:

    • 1.

      zelfstandige activiteiten van structurele aard (> 6 x per jaar) de hoogste punten scoren (60);

    • 2.

      gevolgd door structurele activiteiten door andere organisaties (30);

    • 3.

      gevolgd door zelfstandig georganiseerde activiteiten van incidentele aard (20);

    • 4.

      gevolgd door incidentele activiteiten van andere organisaties (10);

    • 5.

      gevolgd door structurele activiteiten georganiseerd door Figulus Welzijn (10);

    • 6.

      en tenslotte incidentele activiteiten georganiseerd door Figulus Welzijn (5).

  • b.

    De puntenscore van het individuele gemeenschapshuis wordt gedeeld door het puntentotaal van de gemeenschapshuizen gezamenlijk en vermenigvuldigt het hiervoor in de gemeentebegroting opgenomen subsidiebudget. Op de subsidiejaren 2025, 2026 en 2027 zijn de puntenscores op basis van het activiteitenaanbod van 2025 van toepassing. Daardoor is in deze subsidiejaren sprake van een vast subsidiebedrag.

Artikel 7: Beoordeling aanvraag

Het college beslist zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst over een volledige aanvraag.

Artikel 8: Verantwoording

  • a.

    Overeenkomstig artikel 16 lid 1 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Aalten 2015 (of latere versie) worden subsidies onder de € 5.000 gelijktijdig verleend en vastgesteld. De subsidieverlening is daarmee feitelijk bestedings- en verantwoordingsvrij.

  • b.

    Op grond van artikel 13 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Aalten 2015 (of latere versie) kan het college de subsidieontvanger verplichten om op de door haar aangegeven wijze achteraf aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 9: Hardheidsclausule

  • a.

    Het college kan in bijzondere gevallen in afwijking van het bepaalde in deze subsidieregeling nadere voorschriften verbinden aan de verstrekking van de subsidie, dan wel één of meer bepalingen van deze subsidieregeling niet van toepassing verklaren voor zover toepassing gelet op het belang van de subsidieaanvrager leidt tot onbillijkheid van overwegende aard;

  • b.

    In gerelateerde vraagstukken waarin deze subsidieregeling niet of onvoldoende voorziet beslist het college.

Artikel 10: Slotbepalingen

  • a.

    Deze regeling wordt aangehaald als ‘Subsidieregeling instandhouding sociaal maatschappelijk activiteitenaanbod gemeenschapshuizen’;

  • b.

    Tenzij in deze subsidieregeling expliciet anders bepaald, zijn op deze subsidieverstrekking de algemene bepalingen van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Aalten 2015 (of eventueel latere versie) van toepassing;

  • c.

    Deze subsidieregeling treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 januari 2025.

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten, gehouden op 9 december 2025.

De secretaris,

drs. A.J.M. Gildhuis,

De burgemeester,

mr. A.B. Stapelkamp,

Naar boven