Gemeenteblad van Ridderkerk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ridderkerk | Gemeenteblad 2025, 543848 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ridderkerk | Gemeenteblad 2025, 543848 | beleidsregel |
Beleidsregels Gemeentelijke Schuldhulpverlening gemeente Ridderkerk
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk;
Dat nadere regels nodig zijn omtrent de belangenafweging, vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van het college, en overwegend dat met nadere regels duidelijk is wat de rechten en plichten zijn van de Ridderkerkse inwoners;
De navolgende Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Ridderkerk vast te stellen.
In deze regeling wordt verstaan onder:
Schuldhulpverlening: het integrale hulp- en ondersteuningsaanbod voor natuurlijke personen met schulden, waaronder de nazorg, indien redelijkerwijs is te voorzien dat cliënt niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat cliënt zich zorgen maakt dat op korte termijn schulden ontstaan;
Inwoners over wie het college een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur in de zin van artikel 3 van ‘Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening’ te bepalen signaal van schuldeisers heeft ontvangen over betalingsachterstanden, dat een goede indicatie vormt voor meer schulden, worden door het college benaderd met een aanbod schuldhulpverlening.
Artikel 3 Aanbod bij vroegsignalering
Het college biedt de inwoner waarover het college een signaal van betalingsachterstand als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b van de Wet, heeft ontvangen op het gebied van huur, zorgverzekering, water- en/ of energie en overige partijen die bevoegd zijn tot het afgeven van signalen een aanbod tot het indienen van een aanvraag schuldhulpverlening.
Artikel 7 Aanbod schuldhulpverlening en beschikking
De schuldhulpverlening bestaat uit een integraal aanbod van een of meerdere producten die de NVVK beschrijft in modules. Indien die producten niet toereikend zijn, kan het college andere vormen van dienstverlening inzetten als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is. De (aanvullende) producten betreffen:
Artikel 10 Rechten en plichten van de cliënt.
Alvorens te besluiten tot weigering van schuldhulpverlening, wordt verzoeker een redelijke hersteltermijn geboden om de in het voorgaande lid, sub a tot en met c, bedoelde belemmeringen weg te nemen en de gevraagde medewerking of informatie te verstrekken. Indien verzoeker binnen deze termijn aan de verplichtingen voldoet, kan alsnog toegang worden verleend tot schuldhulpverlening.
Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 4 november 2025.
De secretaris,
Mw. M. Kitselar
De burgemeester,
dhr. C.A. Oosterwijk
Dit artikel is gebaseerd op artikel 1 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Begrippen die in onderhavige regeling worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de wet. Daarom worden bepaalde begrippen niet opnieuw gedefinieerd. Waar bepaalde begrippen wel nadere definiëring behoeven zijn deze opgenomen in dit artikel.
Lid 2 onder h: nieuwe schulden. Niet alle schulden die tijdens een al lopend traject schuldhulpverlening voor het eerst in beeld komen, zijn aan te merken als nieuwe schulden. Een schuldhulpverleningstraject mag daarom niet zonder meer worden beëindigd. Er dient altijd een belangafweging te worden gemaakt. Hierbij moet in de belangenafweging naast een beoordeling van de gevolgen voor de schuldeisers en de mate van verwijtbaarheid van belanghebbende eveneens worden nagegaan of de beëindiging tot disproportionele onredelijkheid of onbillijkheid zal leiden.
Schulden bij de Belastingdienst worden niet als nieuwe schuld aangemerkt als ze zijn ontstaan door terugvordering van toeslagen die voor de aanvang van het traject schuldregeling zijn verstrekt, en de reden van de terugvordering niet is gelegen in het handelen of nalaten van de belanghebbende na de start van het traject. Ook een eindafrekening van de energiemaatschappij of waterbedrijf wordt normaliter niet aangemerkt als een nieuwe schuld omdat hiervoor geldt dat het voor een afnemer van energie of water op voorhand niet altijd duidelijk is of hij moet bijbetalen of geld terugontvangt.
Lid 1 aanhef onder a: Een voorwaarde is dat de inwoner bij de gemeente waar de inwoner zijn aanvraag indient daadwerkelijk staat ingeschreven in de Basisregistratie persoonsgegevens (Brp) van die gemeente. Dit volgt uit artikel 1 Wgs. Ook moet sprake zijn van een rechtmatig verblijf in Nederland. Dit volgt uit artikel 3 lid 4 Wgs.
Lid 1 aanhef onder c: Schuldhulpverlening is toegankelijk voor natuurlijke personen waaronder zelfstandig ondernemers. Feitelijk is de hulp niet anders, echter de aanbieder van de hulp wel. Dit heeft te maken met het specialisme van de dienstverlening.
Artikel 3 Aanbod bij vroegsignalering
Het college ontvangt van de signaalpartners (i.i.g. verhuurder, zorgverzekeraar, water- en energieleveranciers) signalen van betalingsachterstanden van inwoners. Dit kunnen enkelvoudige of meervoudige (gecombineerde) signalen zijn.
Een enkelvoudige melding betreft 1 signaal van een signaalpartner. Een meervoudig signaal kan 2 maanden achterstand betreffen bij 1 signaalpartner, of 1 maand betalingsachterstand bij meerdere signaalpartners.
Het college prioriteert de meldingen en afhankelijk van de prioritering nemen we contact op met de inwoner via brief, e-mail, telefoon of huisbezoek.
Het staat de inwoner vrij om in te gaan op het aanbod. Een aanbod tot schuldhulpverlening kan mondeling of schriftelijk tot stand komen.
Artikel 4 Indienen aanvraag schuldhulpverlening
De bestuurlijke afspraken Basisdienstverlening schuldhulpverlening bepalen dat toegang tot de schuldhulpverlening zo laagdrempelig mogelijk moet zijn voor de inwoner. Daarom kan de inwoner op vele manieren zijn hulpvraag bij de gemeente neerleggen. Na inventarisatie van de hulpvraag wordt in overleg met de inwoner beoordeeld of een formele aanvraag schuldhulpverlening ingediend kan worden.
Artikel 5 Toetsingskader tot toelating schuldhulpverlening
Hieronder staat per sub bij lid 3 een concreet voorbeeld.
Sub a. Bijvoorbeeld wanneer na een berekening (van het vrij te laten bedrag) blijkt dat de inwoner de totale schuld niet in 36 maanden kan aflossen;
Sub b. Bijvoorbeeld als de stress hoog is door de financiële situatie van de inwoner, ondersteunen wij de inwoner tijdens het schuldhulpverleningstraject;
Sub c. Bijvoorbeeld als de inwoner instaat is om zelf gegevens aan te leveren, verwachten wij een proactieve houding. Wanneer dit de inwoner niet lukt, kunnen wij een andere vorm van hulp of ondersteuning inzetten;
Sub d. Bijvoorbeeld: wij gaan ervanuit dat de inwoner na uitleg begrijpt wat het schuldhulpverleningstraject inhoudt. Wanneer blijkt dat dit niet het geval is, bijvoorbeeld door een gokverslaving, zullen wij adviseren om het traject voort te zetten, maar dan wel onder schuldenbewind.
Artikel 6 Toetsingskader aanbod schuldhulpverlening bij recidive
Hieronder staat per sub bij lid 1 een concreet voorbeeld.
Sub a. Bijvoorbeeld wanneer de inwoner door eigen toedoen zijn inkomsten kwijtraakt. Dit kan zijn door detentie of het opzeggen van de baan zonder goede reden, waardoor er geen recht is op een uitkering;
Sub b. Bijvoorbeeld door het niet verstrekken van noodzakelijke gegevens voor het schuldhulpverleningstraject, door de inwoner;
Sub c. Bijvoorbeeld wanneer de inwoner agressief of intimiderend gedrag vertoont naar de schuldhulpverlener toe.
Artikel 7 Aanbod schuldhulpverlening
We werken volgens de modules van de NVVK. De modules zijn te raadplegen op https://www.nvvk.nl/ons-werkveld/gedragscodes-en-modules.
Lid 1 onder i: breed moratorium, artikel 5 van de Wet.
Een breed moratorium moet worden onderscheiden van een smal moratorium. In noodsituaties (zoals een dreigende huisuitzetting, afsluiting van gas/water/licht of de opzegging van de zorgverzekering) kan worden verzocht de incassoactiviteiten van betreffende partijen tijdelijk te laten stopzetten via de rechter.
Een breed moratorium is een ultimum remedium: een laatste middel om in te zetten als alle andere instrumenten niet voldoende zijn. Het hoofddoel van het breed moratorium is het creëren van financiële stabilisatie, dat wil zeggen: het proces van schuldhulpverlening wordt niet (meer) gehinderd door incassoactiviteiten. Het breed moratorium geeft uitstel van iedere betaling, waardoor de situatie van de schuldenaar dusdanig stabiel kan worden dat er goed zicht komt op het vervolgtraject, bij voorkeur een minnelijke (vrijwillige) regeling om de schulden op te lossen.
Vereisten om hier een beroep op te doen, zijn vastgelegd in regelgeving: Besluit breed moratorium.
Net als alle overige producten wordt nazorg vastgelegd in het Plan van Aanpak. Nazorg kan plaatsvinden door budgetbeheer bijvoorbeeld nog een half jaar na einde traject in te zetten. Uit de gesprekken tussen de klantmanager en cliënt komt naar voren waar de behoefte zich in bevindt en wat kan worden ingezet.
Lid 3: Een toekennings- of wijzigingsbeschikking betreft een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (artikel 1:3 lid 1 Awb) waartegen de mogelijkheid van bezwaar openstaat (zie voor de vereisten van bezwaar artikel 6:5 Awb).
Artikel 8 Kosten schuldhulpverlening
Er zijn enkele situaties denkbaar waarbij budgetbeheer tijdelijk een oplossing kan bieden als voorbereiding op een schuldregeling, aanvraag bewindvoering, dan wel in de vorm van nazorg. Omdat er geen sprake is van een schuldregeling, komen de kosten hiervan voor rekening van de cliënt zelf. Deze kan eenmalig voor maximaal 6 maanden bijzondere bijstand (Participatiewet) aanvragen voor deze kosten.
Budgetbeheer kan niet worden ingezet als vervanging voor bewindvoering, indien dat laatste als passend wordt geacht.
Artikel 9 Wacht- en doorlooptijden
Artikel 4, tweede lid, van de Wet, beschrijft welke situaties hebben te gelden als een ‘bedreigende situatie’.
Artikel 10 Rechten en plichten
Lid 1: in artikel 6 van de Wet staat de inlichtingenplicht genoemd.
Lid 2: in artikel 7 van de Wet staat de medewerkingsplicht genoemd. Om de schuldregeling te laten slagen, wordt van de cliënt verwacht dat deze zich inzet om zoveel als mogelijk van de schulden af te lossen. Nieuwe schulden brengen de regeling in gevaar, daar gemaakte afspraken mogelijkerwijs niet worden nagekomen.
Lid 1 aanhef onder b: hiermee worden bedoeld factoren die in de persoon zijn gelegen die belemmerend werken tijdens een schuldhulpverleningstraject. Dit kan bijvoorbeeld een (nog niet onder behandeling zijnde) verslaving zijn, of verkwisting.
Lid 1 aanhef onder c: het gaat om gedragingen waaruit blijkt dat cliënt niet wil meewerken aan het schuldhulpverleningstraject. Dit kunnen mondelinge dan wel schriftelijke uitingen zijn van weigering of uitingen waaruit ondubbelzinnig blijkt dat cliënt onvoldoende gemotiveerd is.
Ook kunnen er situaties bestaan waarin hij zijn beschikbare middelen niet wil gebruiken ter delging van zijn schulden. Dit betreft de situatie waarin cliënt niet noodzakelijke uitgaven doet of weigert zijn uitgavenpatroon aan te passen (door bijvoorbeeld een auto niet te verkopen. Indien de auto noodzakelijk is voor werk, dient er een afweging gemaakt te worden).
Een weigeringsbesluit betreft een besluit in de zin van de Awb (artikel 1:3 lid 1 Awb) waartegen de mogelijkheid van bezwaar open staat (zie voor de vereisten van bezwaar artikel 6:5 Awb).
Leden 1 en 2: De beëindigingsgronden onder voorgenoemde leden behoeven geen nadere toelichting.
Lid 3: In de onderdelen a tot en met g zijn situaties beschreven waarbij de reden van beëindiging te wijten is aan belanghebbende. Het gaat daarbij om het niet nakomen van de inlichtingen- of de medewerkingsplicht. Betreffende onderdeel f is er geen sprake van een verwijt, maar staan praktische bezwaren de verdere uitvoering van het schuldhulpverleningstraject in de weg.
Een beëindigingsbesluit betreft een besluit in de zin van de Awb (artikel 1:3 lid 1 Awb) waartegen de mogelijkheid van bezwaar open staat (zie voor de vereisten van bezwaar artikel 6:5 Awb).
Artikel 13 Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden
Dit artikel geeft ruimte aan het college om in bijzondere (lid 1) c.q. onvoorziene (lid 2) gevallen ten gunste van de cliënt af te wijken van de regels zoals neergelegd in deze regeling. Het gebruiken van de hardheidsclausule moet beschouwd worden als een uitzondering en niet als regel. In het besluit moet duidelijk worden aangegeven waarom in een bepaalde situatie wordt afgeweken van de geldende beleidsregel.
Dit artikel behoeft geen toelichting.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-543848.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.