Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Borger-Odoorn 2025
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borger-Odoorn,
-
gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
-
gelet op de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Borger-Odoorn 2025;
-
gelet op de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Borger-Odoorn 2025;
-
gelet op de Verordening jeugdhulp gemeente Borger-Odoorn 2025;
-
gelet op de Beleidsregels jeugdhulp gemeente Borger-Odoorn 2025;
b e s l u i t :
vast te stellen het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Borger-Odoorn 2025.
Inleiding
Dit besluit bevat onder andere de bedragen die verstrekt worden bij de toekenning van een voorziening en de regels ten aanzien van de bijdrage in de kosten van voorzieningen op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Borger-Odoorn 2025, de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Borger-Odoorn 2025, de Verordening jeugdhulp gemeente Borger-Odoorn 2025 en de Beleidsregels jeugdhulp gemeente Borger-Odoorn 2025.
Artikel1. Begripsbepalingen
Alle begrippen die in dit besluit worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de Algemene wet bestuursrecht en de van toepassing zijnde verordeningen en nadere gemeentelijke regelgeving.
Artikel2. Algemene bepalingen bij persoonsgebonden budget (pgb)
1.
Indien de economische levensduur van de voorziening waarvoor een pgb is verstrekt, nog niet is verstreken kan een (aanvullend) pgb worden verstrekt in de volgende situaties:
a.
er is sprake van een gewijzigde omstandigheid die aanpassing dan wel vervanging van de voorziening noodzakelijk maken en/of
b.
er is sprake van een calamiteit die de bewoner niet is te verwijten.
2.
Indien de bewoner een voorziening binnen de economische levensduur niet meer gebruikt, omdat deze niet meer adequaat is, worden de kosten voor een nieuw toe te kennen voorziening verrekend met de economische restwaarde van de bestaande voorziening.
3.
Indien de bewoner verhuist uit of naar de gemeente Borger-Odoorn, wordt de overnamewaarde vastgesteld op basis van de restwaarde van de voorziening.
De restwaarde van de voorziening wordt berekend volgens de formule in het landelijke convenant ‘meeverhuizen van individuele mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen’.
korting hulpmiddelen voor kinderen en voor douche- en toilethulpmiddelen = 30%
Formule:
4.
De economische levensduur (ofwel afschrijvingstermijn) is voor:
a.
een mobiliteitshulpmiddel of roerende woonvoorziening 7 jaar
b.
hulpmiddelen voor kinderen 5 jaar
c.
douche- en toiletvoorzieningen 5 jaar
d.
een keuken 15 jaar
e.
een toilet 15 jaar
f.
een badkamer 25 jaar
Artikel3. Verantwoording besteding pgb door bewoner
1.
Een gedeelte van de verantwoording van het pgb vindt vooraf plaats via de zorgovereenkomst die de bewoner met de zorgaanbieder afsluit. Deze wordt goedgekeurd door de SVB (arbeidsrechtelijk) en de gemeente (zorginhoudelijk). Eenmaal per jaar vindt verantwoording door de SVB achteraf plaats.
2.
Iedere pgb budgethouder dient alle documenten die betrekking hebben op het pgb en de aanschaf van de voorziening dan wel de inhuur van een zorgaanbieder te bewaren.
3.
De pgb budgethouder dient de in lid 2 betreffende documenten gedurende vijf jaar te bewaren en als daarom wordt gevraagd (een kopie van) de stukken aan de gemeente verstrekken.
4.
De gemeente kan de stukken opvragen bij een steekproefsgewijze controle op de kwaliteit en/of rechtmatigheid van het pgb of een controle naar aanleiding van signalen over onjuiste besteding van het pgb door de budgetbeheerder en/of de zorgaanbieder.
Artikel4. Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen maatschappelijke ondersteuning
1.
De bijdrage in de kosten is gelijk aan de bedragen zoals opgenomen in artikel 2.1.4a lid 4 Wmo 2015.
2.
De bedragen en percentages die niet onder de eigen bijdrage vallen worden bepaald aan de hand van de verordening.
Artikel5. Eigen bijdrage voor collectief vervoer
1.
De eigen bijdrage voor het collectief vervoer bestaat uit een instaptarief en een kilometertarief. Dit tarief wordt jaarlijks gepubliceerd op de site van Publiek Vervoer Groningen Drenthe (vanaf 01-01-2025 instaptarief € 1,16 en kilometertarief € 0,20). Deze gereduceerde tarieven gelden tot 25 kilometer per enkele reis. Boven 25 kilometer geldt het commerciële tarief.
2.
De eenmalige bijdrage voor de afgifte van een collectief vervoerpas bedraagt € 33,10.
Artikel6. Hoogte pgb voor maatwerkvoorzieningen maatschappelijke ondersteuning
Voorziening
Tarief pgb professioneel
Tarief pgb informeel
Schoonmaakondersteuning
€ 0,36 per minuut
€ 0,35 per minuut
Hulp bij het huishouden
€ 0,36 per minuut
€ 0,35 per minuut
Zelfredzaamheid (licht)
€ 0,71 per minuut
€ 0,50 per minuut
Zelfredzaamheid (regulier)
€ 0,77 per minuut
n.v.t.
Zelfredzaamheid (zwaar)
€ 0,94 per minuut
n.v.t.
Participatie (licht)
€ 33,43 per dagdeel
€ 22,70 per dagdeel
Participatie (regulier)
€ 43,03 per dagdeel
n.v.t.
Participatie (zwaar)
€ 54,16 per dagdeel
n.v.t
Deze bedragen worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd.
Artikel7. Primaat van verhuizen
Het primaat van verhuizen geldt als de aanpassing van de huidige woning meer bedraagt dan €10.350,-.
Artikel8. Tegemoetkoming verhuiskosten
De eenmalige tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten is maximaal € 3.363,-.
Artikel9. Hoogte pgb woonvoorziening
Een pgb voor een woonvoorziening kan worden verstrekt na het doorlopen van onderstaande stappen:
1.
Een pgb wordt alleen verstrekt op basis van een Wmo-indicatie.
2.
Voorafgaand aan de verstrekking van een pgb wordt voor de gewenste woonvoorziening advies gevraagd aan een onafhankelijk bouwkundig adviesbureau.
3.
Het adviesbureau stelt een programma van eisen en een inkoopadvies op.
4.
Op basis van dit programma van eisen en inkoopadvies wordt door de aanbieder een offerte opgesteld.
5.
Deze offerte moet door de gemeente worden goedgekeurd.
6.
Na goedkeuring wordt de beschikking voor toekenning van de maatwerkvoorziening opgesteld.
7.
Het adviesbureau begeleidt het proces tot en met de oplevering (inclusief facturering). Ook controleert het adviesbureau of het verstrekte pgb besteed is aan de toegekende voorziening.
8.
Wanneer de wens van de cliënt afwijkt van het programma van eisen en/of het inkoopadvies, worden de meerkosten daarvan betaald door de cliënt.
Artikel10. Tegemoetkoming bezoekbaar maken van een woning
De eenmalige tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken van een woning wordt bepaald op de tegenwaarde van een door het college opgevraagde of goedgekeurde offerte met een maximum van € 2.803,-.
Artikel11. Onderhoud en verzekering vervoersvoorziening via pgb
De cliënt is verplicht om gedurende de gebruiksduur de via pgb aangeschafte zaak voldoende te laten onderhouden en te verzekeren. In geval van een scootmobiel of elektrische rolstoel is het daarnaast verplicht om minimaal een aansprakelijkheidsverzekering (WA) af te sluiten gedurende de gebruiksduur van het hulpmiddel.
De hoogte van het pgb voor aanschaf van een vervoersvoorziening is gelijk aan de kostprijs van de goedkoopst adequate voorziening bij de leverancier waar de gemeente een overeenkomst mee heeft afgesloten.
2.
Het pgb kan worden verhoogd met maximaal 30% van de onderhoudsprijs per maand per stuk inclusief BTW voor de goedkoopst adequate voorziening bij de leverancier waar de gemeente een overeenkomst mee heeft afgesloten. Hierbij wordt rekening gehouden met de afschrijvingstermijn van de toegekende voorziening.
Artikel13. Verantwoording pgb vervoersvoorziening
1.
De bewoner dient binnen zes maanden na de datum van de toekenningsbeschikking een kopie van het aanschafbewijs (kopie factuur) en een kopie van het verzekeringsbewijs in te leveren.
2.
Daarnaast dient hij jaarlijks opgave te doen van het onderhoud, door indiening van een kopie onderhoudsfactuur.
Artikel14. Tegemoetkoming autoaanpassing
De eenmalige tegemoetkoming voor een autoaanpassing is de tegenwaarde van de door het college opgevraagde of goedgekeurde offerte.
Artikel15. Tegemoetkoming vervoer (eigen) auto
1.
Een vervoersvergoeding wordt alleen verstrekt indien de bewoner meerkosten heeft in het gebruik van een (eigen) auto ten opzichte van mensen zonder een beperking.
2.
De hoogte van een vervoersvergoeding voor het gebruik van een (eigen) auto is gelijk aan de landelijk vastgestelde belastingvrije reiskostenvergoeding en bedraagt in 2025 € 0,23 per kilometer.
3.
De totale hoogte van de vervoersvergoeding wordt mede gebaseerd op de omvang van het vervoer.
4.
De omvang (vervoersbundel) wordt op maat vastgesteld op basis van de aard van de beperking, de vervoersbehoefte en het gebruik van andere vervoersvoorzieningen, met een maximum omvang van 2000 kilometer per jaar.
5.
Voor bewoners die naast een vervoersvergoeding of een pgb collectief vervoer ook een scootmobiel in gebruik hebben, wordt de omvang beperkt tot maximaal 1000 kilometer per jaar;
6.
Voor zover echtgenoten beiden in aanmerking komen voor een vervoersvergoeding of een pgb collectief vervoer en de vervoersbehoefte vrijwel geheel samenvalt, wordt de omvang beperkt tot maximaal 2000 kilometer per jaar.
7.
Voor zover echtgenoten beiden in aanmerking komen voor een vervoersvergoeding of een pgb collectief vervoer en de vervoersbehoefte gedeeltelijk samenvalt, zal nader worden bepaald welk deel samenvalt en welk deel voor een pgb in aanmerking kan komen.
Artikel16. Pgb collectief vervoer
1.
De hoogte van een pgb collectief vervoer, in plaats van collectief vervoer via de door de gemeente gecontracteerde aanbieder (ZIN), wordt gebaseerd op de werkelijke netto kosten die de gemeente betaalt voor het collectief vervoer. Dit is in 2025 € 0,53 per rit en € 1,68 per kilometer.
2.
De totale hoogte van het pgb wordt mede gebaseerd op de omvang van het vervoer. De omvang (vervoersbundel) wordt op maat vastgesteld op basis van de aard van de beperking, de vervoersbehoefte en het gebruik van andere vervoersvoorzieningen, met een maximum omvang van 2000 kilometer per jaar. Dit wordt per kwartaal achteraf vergoed op basis van bewijs van het aantal ritten en gereisde kilometers.
3.
Het pgb collectief vervoer kan alleen gebruikt worden voor ritten van maximaal 25 kilometer per rit binnen de eigen leef- en woonomgeving.
4.
Voor bewoners die naast een vervoersvergoeding of een pgb collectief vervoer ook een scootmobiel in gebruik hebben, wordt de omvang beperkt tot maximaal 1000 kilometer per jaar.
5.
Voor zover echtgenoten beiden in aanmerking komen voor een vervoersvergoeding of een pgb collectief vervoer en de vervoersbehoefte vrijwel geheel samenvalt, wordt de omvang beperkt tot maximaal 2000 kilometer per jaar.
6.
Voor zover echtgenoten beiden in aanmerking komen voor een vervoersvergoeding of een pgb collectief vervoer en de vervoersbehoefte gedeeltelijk samenvalt, zal nader worden bepaald welk deel samenvalt en welk deel voor een pgb in aanmerking kan komen.
Artikel17. Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen
De tegemoetkoming is € 310,- per jaar per persoon met een beperking of chronische problemen.
De inhoud van de dienstverlening passend bij de in lid 1 genoemde pgb-bedragen is gelijk aan de dienstverlening beschreven in het inkoopdocument Jeugdhulp 2017 in Zuid-Drenthe.
3.
De in lid 1 genoemde pgb-bedragen worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd.
Artikel19. Zak- en kleedgeld
De hoogte van het zak- en kleedgeld wordt vastgesteld aan de hand van de richtlijnen van het Nibud. Deze bedragen zijn opgenomen in Bijlage 1a van Regeling Jeugdwet en worden periodiek gewijzigd.
Artikel20. Inwerkingtreding en citeertitel
1.
Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2025.
2.
Op de datum van inwerkingtreding van dit besluit wordt het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Borger-Odoorn 2017 ingetrokken.
3.
Dit besluit wordt aangehaald als: Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Borger-Odoorn 2025.
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.