Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige en/of WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie 2026

Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch,

in zijn vergadering van 9 december 2025 met registratienummer 18671542;

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 253 van de gemeentewet en gelet op het bepaalde over de belastingplicht in de navolgende belastingverordeningen van de gemeente ’s-Hertogenbosch:

 

  • 1.

    De verordening onroerende-zaakbelastingen;

  • 2.

    De verordening belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten;

  • 3.

    De verordening hondenbelasting;

  • 4.

    De verordening rioolheffing;

  • 5.

    De verordening reinigingsheffingen;

  • 6.

    De verordeningen reclamebelasting.

 

Besluit vast te stellen:

Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige en/of WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie 2026

Algemeen

In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich dat meer personen belastingplichtig kunnen zijn voor één belastingobject (onroerende of roerende zaak, perceel of hond).

In de gevallen waarin dat voorkomt mag de gemeente de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen stellen. In deze gevallen hanteert de gemeente ’s-Hertogenbosch een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt.

Deze voorkeursvolgorde is gebaseerd op de doelmatige c.q. doeltreffende heffing en invordering en veronderstelde betaalcapaciteit en wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn. De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming. Zij moeten worden beschouwd als richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen.

 

A. Voorkeursvolgorde eigendom c.a.
  • 1.

    De aanslag voor de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt, als er met betrekking tot één roerende of onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, in onderstaande volgorde op naam gesteld van:

a. de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt:

1. de vruchtgebruiker c.q. de gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning;

2. de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft;

3. de erfpachter;

b. de eigenaar of de appartementsgerechtigde;

c. degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter.

 

  • 2.

    De aanslag voor de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt in onderstaande volgorde op naam gesteld van:

a. Als er binnen één categorie genothebbenden personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in de gemeente ‘s-Hertogenbosch wonen of gevestigd zijn:

1. degene die ook als gebruiker wordt aangemerkt;

2. degene die in de gemeente woont of is gevestigd;

3. degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

4. een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon;

5. bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd;

6. degene die bij de afdeling Belastingen van de Gemeente ’s-Hertogenbosch als genothebbende of gebruiker bekend is;

7. de eerstgerechtigde in de volgorde die de basisregistratie kadaster aanhoudt.

 

b. Als er binnen één categorie genothebbenden geen personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in de gemeente ‘s-Hertogenbosch wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die volgens de beschikbare gegevens elders in Nederland wonen of gevestigd zijn:

1. degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

2. een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon;

3. bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd;

4. degene die bij de afdeling Belastingen van de Gemeente ’s-Hertogenbosch als genothebbende of gebruiker bekend is;

5. de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt aangehouden;

 

c. Als er binnen één categorie genothebbenden geen personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in Nederland wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die volgens de beschikbare gegevens in het buitenland wonen of gevestigd zijn:

1. degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

2. degene die bij de afdeling Belastingen van de Gemeente ’s-Hertogenbosch als genothebbende of gebruiker bekend is;

3. de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt aangehouden.

 

B. Voorkeursvolgorde gebruik.
  • 3.

    De aanslag voor de onroerende-zaakbelastingen, de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten, de reclamebelasting en de rioolheffing die geheven worden van gebruikers van niet-woningen respectievelijk bedrijfsruimten, wordt in onderstaande volgorde op naam gesteld van:

a. degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van het belastingobject wordt aangemerkt;

b. degene die het huurcontract van het belastingobject op naam heeft;

c. degene die volgens het handelsregister het langst het adres van het belastingobject als vestigingsadres voert;

d. degene die een nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft;

e. degene die bij de afdeling Belastingen van de Gemeente ‘s-Hertogenbosch al als belastingplichtige in de administratie voorkomt;

f. degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt.

 

  • 4.

    De aanslag voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing van gebruikers van woningen wordt in onderstaande volgorde op naam gesteld van:

a. degene die de afdeling Belastingen van de Gemeente ’s-Hertogenbosch ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van het belastingobject aanmerkt;

b. degene die volgens de basisregistratie personen het langst staat ingeschreven op het adres van het belastingobject;

c. de oudste, in geval van gelijktijdige inschrijving op het adres;

d. degene die bij de afdeling Belastingen van de Gemeente ’s-Hertogenbosch al als belastingplichtige in de administratie voorkomt;

e. degene die een nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft;

f. degene die op andere wijze als gebruiker van het belastingobject naar voren komt.

 

  • 5.

    De aanslag voor de hondenbelasting wordt in onderstaande volgorde op naam gesteld van:

a. Degene die de afdeling Belastingen van de Gemeente ’s-Hertogenbosch als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van het object waar de hond wordt gehouden aanmerkt.

b. Degene die volgens de basisregistratie personen het langst staat ingeschreven op het adres van het object waar de hond wordt gehouden;

c. De oudste, in geval van gelijktijdige inschrijving op het adres;

d. Degene die bij de afdeling Belastingen van de Gemeente ‘s-Hertogenbosch al als belastingplichtige in de administratie voorkomt;

e. Degene die een nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft;

f. Degene die op andere wijze als houder van de hond naar voren komt.

 

  • 6.

    Als de aanslagen van verschillende gemeentelijke belastingen worden verenigd op één aanslagbiljet, worden deze in onderstaande volgorde ten name gesteld van de belastingplichtige die:

a. ingevolge de onderdelen 1 en 2 kan worden aangewezen;

b. ingevolge onderdeel 3 kan worden aangewezen;

c. ingevolge onderdeel 4 kan worden aangewezen;

d. ingevolge onderdeel 5 kan worden aangewezen.

 

  • 7.

    De onderdelen 1 tot en met 6 vinden geen toepassing indien:

a. de aanslag kan worden opgelegd aan degene die over het voorgaande belastingtijdvak of kalenderjaar de aanslag heeft gekregen en diegene gezorgd heeft dat de aanslag betaald is en nog steeds belastingplichtig is;

b. bij de afdeling Belastingen van de Gemeente ’s-Hertogenbosch bekend is dat één van de belastingplichtigen de desbetreffende aanslag op zijn/haar naam wil hebben en dit er niet toe leidt dat de belasting niet kan worden betaald dan wel ingevorderd.

 

  • 8.

    Als de belasting wordt geheven over een belastingtijdvak, is bij de toepassing van de voorkeursvolgorde beslissend de situatie bij de aanvang van dat tijdvak of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 9.

    Omdat de voorkeursvolgorde erop is gericht de aanslag op te leggen aan een belastingplichtige die deze kan betalen, kan de afdeling Belastingen van de Gemeente ‘s-Hertogenbosch ook tot een andere keuze komen dan uit de voorkeursvolgorde zou volgen.

  • 10.

    Als al een aanslag aan een belastingplichtige is opgelegd, vindt een wijziging pas plaats met ingang van het eerstvolgende belastingtijdvak.

  • 11.

    Als een belasting op andere wijze wordt geheven, zijn de onderdelen 1 tot en met 10 van overeenkomstige toepassing.

 

C. Wet waardering onroerende zaken
  • 12.

    Met betrekking tot de tenaamstelling van een beschikking ingevolge hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is hetgeen in deze beleidsregels in de onderdelen 1 tot en met 11 is bepaald voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie, van overeenkomstige toepassing.

  • 13.

    Op WOZ-beschikkingen ten aanzien van gebruikers van woningen (huurders) is hetgeen in deze beleidsregels in de onderdelen 3 tot en met 11 is bepaald voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie, van overeenkomstige toepassing.

D. Kamerverhuur
  • 14.

    Bij gebruik van een pand dat in zijn geheel is bestemd voor kamerverhuur en van waaruit afvalwater wordt afgevoerd en/of huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan, wordt als belastingplichtige voor de rioolheffing en/of de afvalstoffenheffing aangewezen de eigenaar of verhuurder van het pand, ook als die niet zelf gebruiker is.

    Van kamerverhuur is sprake indien gedeelten van een pand voor meerdere personen - die geen huishouden vormen - ter bewoning zijn bestemd. Onder pand wordt in dit verband verstaan een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken, dan wel een roerende woonruimte als bedoeld in artikel 1 juncto 3 van de Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten.

     

E. Onzelfstandig deel van een perceel bij afvalstoffenheffing en rioolheffing

 

  • 15.1

    Indien een onzelfstandig deel van een perceel in gebruik wordt gegeven en vanuit dit onzelfstandig deel kunnen huishoudelijke afvalstoffen ontstaan, wordt als belastingplichtige voor de afvalstoffenheffing aangewezen degene die dat deel in gebruik heeft gegeven.

  • 15.2

    Indien een onzelfstandig deel van een perceel in gebruik wordt gegeven en vanuit dit onzelfstandig deel kan direct of indirect water op de gemeentelijke riolering worden afgevoerd, wordt als belastingplichtige voor de rioolheffing aangewezen degene die dat deel in gebruik heeft gegeven.

F. Volgtijdig gebruik van een pand bij afvalstoffenheffing en rioolheffing
  • 16.1

    Indien een pand volgtijdig in gebruik wordt gegeven en vanuit dit perceel kunnen huishoudelijke afvalstoffen ontstaan, wordt als belastingplichtige voor de afvalstoffenheffing aangewezen degene die dat perceel voor volgtijdig gebruik ter beschikking heeft gesteld.

  • 16.2

    Indien een pand volgtijdig in gebruik wordt gegeven en vanuit dit perceel kan direct of indirect water op de gemeentelijke riolering worden afgevoerd, wordt als belastingplichtige voor de rioolheffing aangewezen degene die dat perceel voor volgtijdig gebruik ter beschikking heeft gesteld.

    Onder pand in de onderdelen 13 en 15 wordt in dit verband verstaan een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken, dan wel een roerende woonruimte als bedoeld in artikel 1 juncto 3 van de Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten.

G. Slotbepaling:
  • 17.1

    De “Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige en/of WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie 2016”, vastgesteld bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch d.d. 7 december 2016, wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan;

  • 17.2

    Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking;

  • 17.3

    Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels aanwijzing belastingplichtige ’s-Hertogenbosch 2026”.

de secretaris, drs. B. van der Ploeg

de burgemeester, drs. J.M.L.N. Mikkers

Naar boven