Subsidieregeling Regio Deal Noordoost-Brabant II 2025-2029

Het college van burgemeester en wethouders,

In zijn vergadering van 25 november 2025,

Gezien het voorstel met reg.nr. 18653913

Besluit

Vast te stellen de subsidieregelingen gemeente ’s-Hertogenbosch

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch heeft op 25 november 2025 de subsidieregelingen voor het jaar 2026 vastgesteld. Deze treden op 1 januari 2026 in werking. De subsidieregelingen vinden hun grondslag in de Algemene subsidieverordening ’s-Hertogenbosch.

Subsidieregeling Regio Deal Noordoost-Brabant II 2025-2029

 

Artikel 1 Reikwijdte

Deze regeling is een maatregel die wordt uitgevoerd in het kader van de Regio Deal Noordoost-Brabant II en is bedoeld om een impuls te geven aan het versnellen van een circulaire economie met toekomstperspectief, het verstevigen van het blijf klimaat met ruimte voor alle talenten, het creëren van een gezonde balans tussen natuur, landbouw en wonen en het verstevigen van de samenwerking met en tussen regio en Rijk, zoals vermeld in de specifieke overwegingen en in de artikelen 1 en 2 van de Regio Deal Noordoost-Brabant II.

 

Artikel 2 Karakter regeling

  • 1.

    Deze regeling is een regeling (nadere regels) als bedoeld in artikel 2 lid 2 van de Algemene subsidieverordening gemeente ’s-Hertogenbosch 2021.

  • 2.

    De bepalingen uit de in lid 1 bedoelde verordening zijn van toepassing, voor zover daarvan in deze regeling niet wordt afgeweken.

  • 3.

    Artikel 10 lid 3 onder sub a en b van de in lid 1 bedoelde verordening is uitdrukkelijk niet van toepassing.

 

Artikel 3 Begripsomschrijvingen

In dit artikel leggen we een aantal begrippen uit:

  • a.

    Aanvrager: organisatie, zoals vermeld op het formulier van de regiokassier voor een aanvraag voor een subsidie voor een programma of een project. De aanvrager dient een rechtspersoon of een samenwerkingsverband te zijn.

  • b.

    Ambtelijk opdrachtgever: ambtelijk eindverantwoordelijke persoon voor de Regio Deal Noordoost-Brabant II, en voorzitter van het directeurenoverleg Regio Deal.

  • c.

    Besteding: de gemaakte kosten voor de geleverde prestatie. Bij een subsidie op grond van de onderhavige subsidieregeling wordt met prestatie gedoeld op de verrichte uitvoeringsactiviteiten.

  • d.

    Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ‘s-Hertogenbosch.

  • e.

    Programma: zoals opgenomen in de Regio Deal Noordoost-Brabant II. Een programma kan onderverdeeld zijn in projecten. Subsidieaanvragen kunnen op programma- en projectniveau worden ingediend.

  • f.

    Programmamanager: heeft tot taak te sturen op een voortvarende en samenhangende aanpak en uitvoering van de Regio Deal Noordoost-Brabant II en is adviseur van de ambtelijk opdrachtgever en de stuurgroep. De programmamanager wordt in de taak ondersteund door een secretaris en communicatieadviseur.

  • g.

    Programmaplan: uitwerking van Regio Deal Noordoost-Brabant II in een plan met doelen, programmatische aanpak, begroting en governance welke door de stuurgroep op 17 september jl. is vastgesteld.

  • h.

    Regio Deal Noordoost-Brabant II: de afspraken van het convenant – kortweg – het Rijk, RNOB (en de daarin samenwerkende 10 gemeenten, en 2 waterschappen), Agrifood Capital BV, Noordoost Brabant Werkt en de provincie Noord-Brabant en de gemeente ’s-Hertogenbosch als bestuursorganen - om een impuls te geven aan het versnellen van een circulaire economie met toekomstperspectief, het verstevigen van het blijfklimaat met ruimte voor alle talenten, het creëren van een gezonde balans tussen natuur, landbouw en wonen en het verstevigen van de samenwerking met en tussen regio en Rijk. Deze afspraken zijn vastgelegd in het convenant Regio Deal Noordoost-Brabant II (getekend op 10 november 2025) en het bijbehorend programmaplan (vastgesteld op 17 september 2025.

  • i.

    Regiokassier: partij bedoeld in artikel 4 uit het convenant Regio Deal Noordoost-Brabant II, die in het kader van de doelen en afspraken van de Regio Deal Noordoost-Brabant II, de financiële bijdrage van het Rijk door middel van subsidie ontvangt en als subsidiënt, onder verantwoordelijkheid van de stuurgroep, in samenspraak met de programmamanager en de ambtelijk opdrachtgever, zorg draagt voor doorlegging van deelbedragen aan aanvragers voor uitvoeringsactiviteiten zoals opgenomen in het Programmaplan, hier de gemeente ’s-Hertogenbosch.

  • j.

    Regionale private financiering: voor de uitvoeringsactiviteiten van de Regio Deal Noordoost-Brabant II beschikbaar gestelde financiële bijdragen of bijdragen in natura van een private regiopartner.

  • k.

    Regionale publieke financiering: voor de uitvoeringsactiviteiten van de Regio Deal Noordoost-Brabant II beschikbaar gestelde financiële bijdragen of bijdragen in natura van een publieke regiopartner, niet zijnde een specifieke uitkering, opdracht of subsidie van het Rijk.

  • l.

    Stuurgroep: dagelijks bestuur (besluitvorming en advisering in de zin van artikel 3:7 van de Algemene wet bestuursrecht) Regio Deal Noordoost-Brabant II bestaande uit een bestuurder namens RNOB, de Stichting Agrifood Capital, Noordoost Brabant Werkt, de Provincie Noord-Brabant en twee leden op persoonlijke titel, uit het onderwijs en het bedrijfsleven.

  • m.

    Uitvoeringsactiviteiten: activiteiten in het kader van de ambitie, het doel en de beoogde resultaten zoals opgenomen in het Programmaplan waarvoor een of meerdere regiopartners financiële verplichtingen aangaan, middelen beschikbaar stellen of waarvoor een of meerdere regiopartners uitvoeringskosten maken.

  • n.

    VAT-kosten: kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht van de regiokassier en programmamanager.

 

Artikel 4 Subsidiebudget

  • 1.

    Voor de in artikel 1 genoemde activiteiten is een budget beschikbaar van maximaal € 25.000.000 (inclusief via het btw-compensatiefonds (BCF) verrekenbare btw en exclusief via de fiscus verrekenbare btw) als rijksbijdrage voor uitvoeringsactiviteiten volgens de in de onderstaande tabel opgenomen onderverdeling:

Uitvoeringsactiviteiten

Bedrag

Pijler Ondernemerskracht

€ 7.174.461

Pijler Menskracht

€ 7.334.877

Pijler Gebiedskracht

€ 8.983.412

Pijler Regiokracht

€ 757.250

Voorbereiding, administratie en toezicht (VAT)

€ 750.000

Rijksbijdrage totaal maximaal

€ 25.000.000

  • 2.

    Dit budget komt beschikbaar in twee tranches (waarop in mindering het bedrag per tranche, dat in het btw-compensatiefonds wordt gestort), zoals die door het Rijk ter beschikking worden gesteld uiterlijk 15 december 2025 respectievelijk 15 december 2026.

 

Artikel 5 Looptijd van de regeling

  • 1.

    De regeling eindigt op 31 december 2029.

  • 2.

    Deze looptijd kan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 18 van het convenant Regio Deal Noordoost-Brabant II worden aangepast, indien partijen zulks besluiten en dienovereenkomstig door het Rijk wordt beschikt.

 

Artikel 6 Subsidievoorwaarden

  • 1.

    Om voor de in artikel 4 genoemde subsidie in aanmerking te komen moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • 2.

    De voorwaarden als vastgelegd in de beschikking d.d. 26 november 2025 op basis van de Regio Deal Noordoost-Brabant II, d.d. 10 november 2025 van het Rijk en de voorwaarden als vastgelegd in de Regio Deal Noordoost-Brabant II;

  • 3.

    De aanvraag moet bijdragen aan de in de Regio Deal Noordoost-Brabant II genoemde ambitie en (sub)doelen. Per aanvraag worden deze gespecificeerd in de beschikking tot subsidieverlening;

  • 4.

    De begroting van een aanvraag moet, naast (een deel van) de in artikel 7 vermelde subsidiebedragen, bestaan uit een cofinanciering;

  • 5.

    Wat de cofinanciering betreft geldt voorts het volgende. Bij het indienen van de aanvraag dient een onherroepelijke en onvoorwaardelijke toezegging tot cofinanciering te worden gevoegd;

  • 6.

    Indien de cofinanciering bij de beschikking tot subsidieverlening nog niet definitief is toegezegd, kan de bevoorschotting worden verlaagd.

  •  

Artikel 7 Programma’s die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Het in artikel 4 beschikbare bedrag wordt, mits voldaan aan de subsidievoorwaarden als bedoeld in artikel 6 van deze regeling, conform artikel 4:26 van de Algemene wet bestuursrecht, als volgt verdeeld onder de nagenoemde pijlers en programma’s:

Pijler Ondernemerskracht - € 7.174.461

  • 1.

    Innovaties in agri&food € 2.063.825

  • 2.

    Tegengaan voedselverspilling € 1.000.000

  • 3.

    Startup ecosysteem € 2.267.705

  • 4.

    Toekombestendig mkb € 823.000

  • 5.

    Boeren voor de toekomst € 261.576

  • 6.

    Energiehubs bedrijventerreinen € 758.355

Pijler Menskracht - € 7.334.877

  • 7.

    Aanpak arbeidskrapte € 1.221.300

  • 8.

    Hybride leren € 2.904.800

  • 9.

    Mentale gezondheid jeugdigen € 1.002.857

  • 10.

    Voedselwijs voortgezet onderwijs € 120.000

  • 11.

    Leefbaarheid € 1.345.920

  • 12.

    Sportcentrum Gelijkspel € 600.000

  • 13.

    Een (t)thuis voor iedereen € 140.000

Pijler Gebiedskracht - € 8.983.412

  • 14.

    Complexe gebiedsprocessen € 7.775.699

  • 15.

    Klimaatadaptief bebouwd gebied € 1.107.713

  • 16.

    Naoorlogse wijken € 100.000

Pijler Regiokracht - € 757.250

  • 17.

    Sterker samenwerken € 757.250

 

  • 2.

    Voor zover voorschotten niet worden uitbetaald of eenmaal betaalde (voorschotten op de verleende) subsidie wordt teruggevorderd, kan de stuurgroep op basis van een advies van de gemeente ’s-Hertogenbosch in haar rol als regiokassier, de programmamanager en ambtelijk opdrachtgever besluiten over de wijze waarop resterende middelen worden besteed, waarna het college dienovereenkomstig beschikt met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.5 van de beschikking van het Rijk d.d. 26 november 2025 op basis van de Regio Deal Noordoost-Brabant, d.d. 10 november 2025.

 

Artikel 8 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Kosten zijn alleen subsidiabel voor zover zij betrekking hebben op bestedingen in de periode 11 november 2025 tot en met 31 december 2029.

  • 2.

    De kosten kunnen op eigen risico van de aanvrager met terugwerkende kracht worden aangevraagd vanaf 11 november 2025.

  • 3.

    Subsidiabele kosten moeten direct verband houden met de betreffende pijler waarbinnen de aanvraag valt waaraan de subsidie wordt verleend.

  • 4.

    De subsidiabele kosten van een subsidieontvanger die een overheid is worden vastgesteld op basis van de volgens SiSa (Single Information Single Audit) afgelegde verantwoording als bedoeld in artikel 14 lid 1 sub c van de onderhavige subsidieregeling. Als de subsidieontvanger een niet-overheid is, worden de subsidiabele kosten vastgesteld op basis van de eindverantwoording als bedoeld in artikel 14.1.d van de onderhavige subsidieregeling.

  • 5.

    Als uitgangspunt geldt, dat de inzet van ambtenaren in loondienst van een overheidspartij, niet in aanmerking komt voor een bijdrage uit de Regio Deal Noordoost-Brabant II. Dit is anders als sprake is van kosten voor de inzet van ambtenaren die vrijgemaakt worden voor de uitvoering van enig programma of project van de Regio Deal Noordoost-Brabant II, en dit niet als regulier werk doen. De inzet van ambtenaren kan wel als cofinanciering (bijdrage in natura) ingebracht worden.

  • 6.

    Verrekenbare btw op grond van de Wet op de Omzetbelasting en/of op het btw-compensatiefonds zijn geen subsidiabele kosten.

 

Artikel 9 Eisen aan de aanvraag

  • 1.

    De aanvraag dient onderdeel te zijn van de afspraken zoals vastgelegd in artikel 1 en 2 van de Regio Deal Noordoost-Brabant II.

  • 2.

    De aanvraag dient uiterlijk op 31 december 2029 bij het college te zijn ingediend door de aanvrager(s) van één van de in artikel 7 genoemde programma’s volgens het hiervoor beschikbaar gestelde aanvraagformulier.

  • 3.

    Bij de aanvraag worden de verplichte bijlagen zoals vermeld op het aanvraagformulier, ingediend, waaronder een detailbegroting.

  • 4.

    Indien de aanvrager voor de eerste maal een subsidie aanvraagt bij het college, moeten de gegevens worden ingediend zoals beschreven in artikel 7 lid 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente ’s-Hertogenbosch 2021.

  • 5.

    Indien het noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag, of voor het voldoen aan wettelijke verplichtingen na de uitbetaling van het subsidiebedrag, kan het college aanvullende informatie vragen.

  • 6.

    Indien bij de aanvraag de in lid 1 en 2 genoemde gegevens ontbreken, kan het college besluiten na het verlenen van een hersteltermijn de aanvraag niet in behandeling te nemen.

 

Artikel 10 Beoordeling aanvraag

  • 1.

    Het college beslist op de aanvragen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag dan wel nadat deze regeling is bekendgemaakt.

  • 2.

    Als datum van ontvangst geldt de datum waarop alle gegevens als bedoeld in artikel 9 zijn ontvangen door het college en de aanvraag volledig is.

  • 3.

    Het college beslist op de aanvragen met inachtneming van de adviezen van de stuurgroep en de in artikel 9 bedoelde gegevens, zoals die zijn aangeleverd door de aanvrager.

 

Artikel 11 Voorwaarden cofinanciering

  • 1.

    De cofinanciering moet direct verband houden met de betreffende uitvoeringsactiviteiten van het programma of project waarvoor de subsidie wordt verleend.

  • 2.

    Minimaal 60 % van de subsidiabele kosten is voldoende aantoonbaar gedekt met een bijdrage van de aanvrager, partners of derden, tenzij binnen de pijler andere afspraken zijn gemaakt. De cofinanciering mag niet afkomstig zijn vanuit een specifieke uitkering, opdracht of subsidie van het Rijk.

  • 3.

    De cofinanciering kan bestaan uit een ‘in cash’ bijdrage of een bijdrage in natura.

  • 4.

    Cofinanciering is niet vereist voor een programma uit de pijler Regiokracht.

 

Artikel 12 Subsidieverlening, voorschotten

  • 1.

    Het college verleent een eenmalige subsidie van in totaal maximaal het bedrag zoals in artikel 7 van deze regeling genoemd op basis van de door aanvrager ingediende bescheiden. Bij de subsidieverlening of de bevoorschotting wordt rekening gehouden met de door het Rijk gehanteerde tranches.

  • 2.

    Het college kan in de beschikking tot subsidieverlening bepalen dat het subsidiebedrag door middel van gedeeltelijke bevoorschotting wordt uitbetaald.

  • 3.

    Indien het subsidiebedrag door middel van gedeeltelijke bevoorschotting wordt uitbetaald, vindt uitbetaling plaats op basis van de verdeling 40 procent bij verlening, 40 procent een jaar na verlening en 20 procent een jaar voor de einddatum van de subsidieaanvraag. Van deze verdeling kan worden afgeweken als het college hiertoe besluit.

  • 4.

    Uitbetaling van het subsidiebedrag vindt plaats op basis van het in het bovengenoemde lid 1, tenzij het bepaalde in artikel 6 dan wel de tussentijdse verantwoording als bedoeld in artikel 14 aanleiding geeft de bevoorschotting aan te passen.

 

Artikel 13 Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden

  • 1.

    Een aanvraag kan geweigerd worden als deze geen onderdeel is van de afspraken zoals vastgelegd in artikel 1 en 2 van de Regio Deal Noordoost-Brabant II.

  • 2.

    Subsidieverlening/de uitkering van voorschotten kan, in aanvulling op artikel 4:25 en 4:35 AWB en artikel 10 van Algemene subsidieverordening gemeente ’s-Hertogenbosch 2021, ook geweigerd of ingetrokken worden/bedoelde voorschotten kunnen ook verlaagd worden indien:

  • 3.

    Subsidieverlening/bevoorschotting zou leiden tot strijd met artikel 107 van het Verdrag van de Werking van de Europese Unie (verbod op staatssteun) en deze steun niet vrijgesteld is op grond van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening van de Europese Commissie of een andere verordening, richtlijn of besluit van de Europese Commissie;

  • 4.

    Een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de bijdrage is aangevraagd;

  • 5.

    Een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de continuïteit van de activiteiten van de aanvrager niet voldoende is gewaarborgd;

  • 6.

    Subsidie/de uitkering van voorschotten kan tevens geweigerd worden/voorschotten kunnen ook verlaagd worden als aan een van de voorwaarden, zoals genoemd in deze regeling en/of in (de beschikking d.d. 26 november 2025 op basis van) de Regio Deal d.d. 10 november 2025 van het Rijk, niet is voldaan.

 

Artikel 14 Verplichtingen en verantwoording

  • 1.

    De aanvrager/ontvanger van de beschikking moet voldoen aan de volgende verplichtingen:

    • a.

      De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen blijken, alsmede de betalingen en ontvangsten inzake de gesubsidieerde activiteiten;

    • b.

      Jaarlijks in februari en augustus wordt een voortgangsrapportage verstrekt met informatie over de voorafgaande periode. Hierin wordt melding gemaakt van:

      • 1.

        De voortgang van de uitvoering van het programma zoals bedoeld in artikel 7 van deze subsidieregeling;

      • 2.

        De behaalde resultaten aan de hand van de in het Programmaplan genoemde (indicatoren voor de) beoogde resultaten zoals die voor het betreffende programma gespecificeerd zijn in de beschikking(en) tot subsidieverlening binnen het programma, alsmede de daarvoor ingezette middelen;

      • 3.

        De voortgang van de uitvoering aan de hand van de meerjarige planning. De voortgangsrapportage in februari omvat zowel een inhoudelijke als een financiële verantwoording. In augustus betreft het voornamelijk de inhoudelijke voortgang en wordt slechts op hoofdlijnen inzicht gegeven in het financiële verloop van het programma;

    • c.

      De subsidieontvanger die overheid is, dient jaarlijks binnen de eigen jaarcyclus de SiSa bijlage over het boekjaar in als bijlage bij de jaarrekening voorzien van een accountantsverklaring. De verantwoordingsvereisten als opgenomen in de beschikking van het Rijk aan gemeente ‘s-Hertogenbosch in haar hoedanigheid van regiokassier worden overgenomen. Een toelichting hierop volgt op basis van ‘Nota Verwachtingen Accountantscontrole SiSa’;

    • d.

      Overige subsidieontvangers (niet zijnde overheid) dienen een eindverantwoording in na afronding van de uitvoeringsactiviteiten. Voorwaarden voor de eindverantwoording zijn opgenomen in de Algemene subsidieverordening gemeente ’s-Hertogenbosch 2021;

    • e.

      Subsidieontvangers die geen overheid zijn leveren jaarlijks gegevens aan uit hun administratie ten behoeve van verantwoordingen aan het Rijk;

    • f.

      De aanvrager/ontvanger van de beschikking informeert het college zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet, niet volledig of gewijzigd zullen worden verricht;

    • g.

      Indien:

      • 1.

        De activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet geheel of gewijzigd plaats gaan vinden of hebben plaatsgevonden;

      • 2.

        De aanvrager niet heeft voldaan aan de subsidie verbonden verplichtingen als neergelegd in de beschikking tot subsidieverlening en/of de voorwaarden als gesteld in (de beschikking d.d. 26 november 2025 op basis van) de Regio Deal d.d. 10 november 2025 van het Rijk;

      • 3.

        De aanvrager niet de stukken zoals genoemd in de voorgaande leden van het onderhavige artikel heeft overgelegd en bevoorschotting wordt verlaagd, danwel eenmaal verleende (voorschotten op de) subsidie wordt teruggevorderd;

      • 4.

        is de aanvrager/ontvanger gehouden het teruggevorderde bedrag op eerste verzoek terug te betalen

        is de aanvrager/ontvanger gehouden het teruggevorderde bedrag op eerste verzoek terug te betalen;

    • h.

      Verantwoording van de inzet personeel geschiedt op basis van uren x tarief. Het tarief dient marktconform en bij aanvraag onderbouwd te zijn. Deze wordt bij subsidiebeschikking vastgesteld voor de hele looptijd van het programma of project. De realisatie van de uren dient onderbouwd te worden zodanig dat de accountant de geleverde prestatie kan vaststellen;

    • i.

      Programma’s en projecten die deel uitmaken van de uitvoering van de Regio Deal Noordoost-Brabant II dienen in de communicatie kenbaar te maken dat het programma of project mede mogelijk is gemaakt in het kader van de Regio Deal ’t Goeie leven (de naam die wordt gebruikt om in de regio over de Regio Deal Noordoost-Brabant II te communiceren).

  • 2.

    Bij verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de Algemene Wet Bestuursrecht worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

  • 3.

    Het college kan in voorkomende gevallen afwijken van het bepaalde in lid 1 sub b.

  •  

Artikel 15 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 11 november 2025.

  • 2.

    Deze regeling treedt uit werking op 31 december 2029.

 

Artikel 16 Citeertitel

Deze regeling kan aangehaald worden als "Subsidieregeling Regio Deal Noordoost-Brabant II”

Het college voornoemd,

De secretaris,

Drs. B. van der Ploeg

De burgemeester,

Drs. J.M.L.N. Mikkers

Naar boven