Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Alphen aan den Rijn 2026

De raad van de gemeente Alphen aan den Rijn,

gelezen het voorstel van het college van ... (datum), nr. ..., inzake ...;

 

gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Alphen aan den Rijn 2026.

 

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

    begraafplaats(en): de gemeentelijke begraafplaatsen:

    • Oosterbegraafplaats aan de Verlengde Aarkade 22 in Alphen aan den Rijn;

    • begraafplaats Aarlanderveen aan Zuideinde 37 in Aarlanderveen;

    • begraafplaats Buitendorp aan Spoorlaan 14 in Zwammerdam;

    • begraafplaats Roemer aan Roemer 39 in Boskoop;

    • begraafplaats Reijerskoop aan Reijerskoop 83 in Boskoop;

    • begraafplaats Vrederust aan Dr. Albert Schweitzerlaan 43 in Benthuizen;

    • begraafplaats Hazerswoude-Dorp aan de Provincialeweg in Hazerswoude-Dorp;

    • begraafplaats Koudekerk aan den Rijn aan Hoogewaard 9 in Koudekerk aan den Rijn.

    En verder onder:

    • a.

      afdekplaat: een door de beheerder van de begraafplaats goedgekeurde plaat, welke door de beheerder wordt aangebracht ter afsluiting van een urnennis of graf(kelder);

    • b.

      afstandsverklaring: schriftelijke bevestiging dat afstand is gedaan van het grafrecht, waarmee het grafrecht is komen te vervallen;

    • c.

      algemeen graf: een grondgraf of keldergraf waarin het college bepaalt wie daarin wordt begraven of wiens asbus daarin wordt geplaatst;

    • d.

      asbus: een bus om de as van een overledene te bergen;

    • e.

      beheerder: de ambtenaar die namens het college belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;

    • f.

      belanghebbende: meerderjarig natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie het gebruik van een algemeen graf is verleend;

    • g.

      bijzetting: de begraving in een particulier graf waarin al een lichaam van een overledene is begraven;

    • h.

      Bewaarwaardige graven: graven waarvan het grafmonument, de ligging of de persoon die er begraven is, naar het oordeel van het college een bijzondere, historische, cultuurhistorische, artistieke, architectonische of maatschappelijke waarde vertegenwoordigt.

    • i.

      college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen aan den Rijn;

    • j.

      doodgeborene: een na een zwangerschapsduur van ten minste 24 weken levenloos geboren kind;

    • k.

      gedenkplaatje: een door de beheerder goedgekeurd naamplaatje om op de daarvoor bestemde zuil te plaatsen;

    • l.

      gedenkteken: een voorwerp dat op een graf is of kan worden geplaatst, hieronder mede begrepen een grafsteen of grafmonument;

    • m.

      graf: een grondgraf of keldergraf;

    • n.

      grafakte: een document, afgegeven door het college, met gegevens over het uitgegeven particuliere graf, de daarin begraven overledene(n), de rechthebbende en eventueel overige gegevens;

    • o.

      grafbedekking: gedenkteken of grafbeplanting;

    • p.

      grafbeplanting: beplanting op een graf;

    • q.

      grafrecht:

      • -

        het uitsluitend recht op het begraven en begraven houden van het lichaam van een overledene of een asbus in een particulier graf of een particulier kindergraf, of

      • -

        het uitsluitend recht tot het plaatsen en geplaatst houden van een asbus in een particulier urnengraf of particuliere urnennis;

    • r.

      grondgraf: graf waarin het lichaam van de overledene, met of zonder kist, is of kan worden begraven. De kist of het lichaam is direct omgeven door grond, eventueel met tijdelijke wandconstructie; ook wel zandgraf;

    • s.

      keldergraf: een betonnen of gemetselde constructie, in eigendom van de gemeente, waarin één of meerdere overledenen (kunnen) worden begraven of asbussen (kunnen) worden geplaatst;

    • t.

      kindergedeelte: een op de begraafplaats door het college aangewezen gedeelte waarop uitsluitend kindergraven (kunnen) worden uitgegeven;

    • u.

      KNIL-graf: graf waarin een voormalige militair van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger van Molukse en Nederlands-Indische afkomst, en eventueel zijn destijds meegekomen partner, is begraven of waarvan de as is geplaatst;

    • v.

      natuurlijk graf: een grondgraf op een door het college aangewezen gedeelte op een begraafplaats waar uitsluitend natuurlijk is of wordt begraven of een asbus is of kan worden geplaatst;

    • w.

      overledene: een persoon bij wie de dood is ingetreden, met inbegrip van een doodgeborene; ook wel lichaam of lijk;

    • x.

      particulier graf: een graf waarvoor aan een rechthebbende het uitsluitend recht (grafrecht) is verleend tot:

      • 1.

        het begraven en begraven houden van een of meerdere overledenen;

      • 2.

        het plaatsen en geplaatst houden van een of meerdere asbus(sen) met of zonder urn(en).

    • y.

      particulier kindergraf: een particulier graf waarvoor aan een rechthebbende het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van het lichaam van een doodgeborene of een overleden kind tot 12 jaar, of om de as daarvan in een asbus met of zonder urn te plaatsen en geplaatst te houden;

    • z.

      particulier urnengraf: een particulier graf waarvoor aan een rechthebbende het uitsluitend recht (grafrecht) is verleend tot het boven- of ondergronds plaatsen en geplaatst houden van een of meerdere asbus(sen) met of zonder urn(en);

    • aa.

      particuliere urnennis: een nis in een urnenmuur waarvoor aan een rechthebbende het uitsluitend recht is verleend tot het doen plaatsen en geplaatst houden van een of meerdere asbus(sen) met of zonder urn(en);

    • bb.

      rechthebbende: meerderjarig natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, particulier kindergraf, particulier urnengraf, particuliere urnennis of gedenkplaatje;

    • cc.

      registratieformulier: formulier ter identificatie van de overledene, met de naam, geboortedatum en -plaats en overlijdensdatum en -plaats en een registratienummer. Het registratienummer correspondeert met het registratienummer op de kist of op een ander omhulsel van de overledene;

    • dd.

      ruimen: het uit het graf verwijderen van de overblijfselen;

    • ee.

      schudden: een vorm van ruimen, waarbij de overblijfselen uit het graf onder(in) hetzelfde graf bijeen worden gebracht;

    • ff.

      uitvoeringsbesluit: door het college vastgestelde uitwerking van de regelgeving op grond van onderhavige beheerverordening, ook wel: Nadere Regels;

    • gg.

      urn: een voorwerp van keramiek, hout of glas, dat dient om de as van een overleden persoon in te bewaren na crematie;

    • hh.

      urnenmuur: een bovengrondse constructie voor het geplaatst houden van asbussen, met of zonder urn(en), ook wel: columbarium;

    • ii.

      verlof tot begraven: document, afgegeven door het college, dat de namen, de data van geboorte en overlijden van de overledene en de bestemming bevat;

    • jj.

      verstrooiingsplaats: een op de begraafplaats door het college aangewezen gedeelte waarop as wordt verstrooid;

    • kk.

      werkdag: maandag t/m vrijdag, met uitzondering van de nationale feestdagen.

Artikel 2. Voorwaarden

  • 1.

    Aan krachtens deze verordening te verlenen toestemmingen, vergunningen of ontheffingen kunnen voorwaarden worden verbonden. Alle beschikkingen worden schriftelijk verleend.

  • 2.

    Indien de voorwaarden bedoeld in lid 1 van dit artikel niet worden nageleefd, dan kan het college besluiten de toestemming, vergunning of ontheffing in te trekken.

  • 3.

    De houder van de toestemming, vergunning of ontheffing is verplicht deze op eerste vordering te tonen aan hen die belast zijn met het opsporen van overtredingen van deze verordening. Bij weigering hiervan wordt de houder geacht zonder toestemming, vergunning of ontheffing te hebben gehandeld.

HOOFDSTUK 2. REGISTRATIE

Artikel 3. Register (begraafplaatsadministratie)

  • 1.

    Onder toezicht van het college wordt een register bijgehouden van de plaats van de begraven overledenen en de bezorgde as. Het college kan hiervoor nadere regels vaststellen.

  • 2.

    Het register bevat van elk graf de rechthebbende of belanghebbende met hun naam en adres. In dit register zijn tevens de naam, geboortedatum, overlijdensdatum, de grafaanduiding en de dag van de begraving of de bezorging van as vermeld.

  • 3.

    De rechthebbende of belanghebbende is verplicht de wijziging van zijn of haar naam of adres direct aan het college door te geven. Indien aanschrijvingen en andere ingevolge deze verordening vereiste mededelingen verzonden zijn aan het door de rechthebbende of belanghebbende laatstelijk opgegeven adres, kan deze zich nimmer op het niet ontvangen daarvan beroepen.

  • 4.

    Van het in het eerste lid bedoelde register kan uitsluitend de rechthebbende of belanghebbende van het betreffende graf, een schriftelijke kopie van de grafakte verkrijgen.

HOOFDSTUK 3. OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS

Artikel 4. Openstelling begraafplaatsen

  • 1.

    De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk gedurende door het college bij nadere regels vast te stellen tijden.

  • 2.

    Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kan de toegang tot de begraafplaats door de beheerder tijdelijk worden gesloten.

  • 3.

    Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn zich daarop te bevinden.

  • 4.

    Het in lid 3 van dit artikel genoemde verbod is niet van toepassing op medewerkers van of namens de gemeente.

  • 5.

    De beheerder kan, onder voorwaarden, toestemming verlenen de begraafplaats(en) buiten de in lid 1, lid 2 en lid 3 van dit artikel gestelde beperkingen te bezoeken.

Artikel 5. Ordemaatregelen

  • 1.

    Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen personen verboden om zonder toestemming van de beheerder werkzaamheden aan graven en grafbedekkingen te verrichten.

  • 2.

    Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van of namens de beheerder.

  • 3.

    De beheerder is bevoegd personen die zich niet aan het bepaalde in lid 1 en 2 van dit artikel houden van de begraafplaats te (laten) verwijderen.

Artikel 6. Verboden

  • 1.

    Het is verboden op de begraafplaatsen:

    • a.

      zelf as te verstrooien;

    • b.

      op enige wijze reclame te maken, goederen aan te bieden of bezoekers te overtuigen;

    • c.

      op graven te lopen;

    • d.

      verontreinigen aan te brengen;

    • e.

      graven, grafbedekking, beplanting, bomen, gebouwen en de paden te bekladden of te beschadigen;

    • f.

      dieren los te laten lopen;

    • g.

      dieren te begraven of de as ervan achter te laten;

    • h.

      zich toegang tot de begraafplaatsen te verschaffen anders dan via de daarvoor bestemde ingangen;

    • i.

      aanstootgevende afbeeldingen, foto’s of teksten op een graf te plaatsen;

    • j.

      iets te doen of na te laten dat in strijd is met de eerbied voor de overledene of de bezoekers van de begraafplaats;

    • k.

      zich op hinderlijke wijze te gedragen;

    • l.

      rij- of voertuigen, met uitzondering van invaliden-, kinder- en wandelwagens, mee te nemen dan wel te rijden anders dan ter gelegenheid van een begrafenis, ter bezorging van as of tot het vervoeren van materialen bestemd voor op de begraafplaats te verrichten werkzaamheden;

    • m.

      geluidsinstallaties of -dragers mee te voeren;

    • n.

      met motorrijtuigen sneller dan 5 km per uur te rijden.

  • 2.

    Het college kan ontheffing verlenen van de verboden zoals genoemd in het eerste lid van dit artikel.

  • 3.

    De beheerder is bevoegd personen die zich niet aan het bepaalde in lid 1 en 2 van dit artikel houden van de begraafplaats te (laten) verwijderen.

Artikel 7. Herdenkingen en plechtigheden

  • 1.

    Het is verboden zonder toestemming van het college herdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op een begraafplaats te organiseren.

  • 2.

    Het college kan de toestemming weigeren op grond van vrees voor verstoring van de openbare orde op de begraafplaats.

  • 3.

    Het uitvoeren van een plechtigheid zoals in lid 1 van dit artikel bedoeld, moet ten minste zes werkdagen van tevoren worden gemeld aan de beheerder, onder opgave van de datum en het tijdstip van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden.

  • 4.

    Deelnemers aan de plechtigheid, zoals bedoeld in dit artikel, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid, te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

HOOFDSTUK 4. VOORSCHRIFTEN VOOR BEGRAVEN EN ASBEZORGING

Artikel 8. Kennisgeving

  • 1.

    Degene die wil laten begraven, as wil laten bijzetten of as wil laten verstrooien, geeft daarvan uiterlijk twee werkdagen voorafgaand, schriftelijk kennis aan de beheerder.

  • 2.

    Indien de burgemeester na overeenstemming met de Officier van Justitie toestemming heeft gegeven om het lichaam van de overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven, dan moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

  • 3.

    Begraving mag slechts plaatsvinden indien van tevoren het verlof tot begraven en het registratieformulier is overhandigd aan de beheerder. De beheerder onderzoekt of de documenten toereikend zijn.

  • 4.

    Wanneer een ander dan de rechthebbende in de begraving of de bezorging van as in een particulier graf voorziet, overlegt aan de beheerder een door hem of haar, alsmede door de rechthebbende, ondertekende schriftelijke machtiging daartoe. Indien de rechthebbende is overleden, dan is de machtiging ook ondertekend door degene die hem of haar redelijkerwijs vervangt.

  • 5.

    De kist van de overledene dient bij aankomst op de begraafplaats te zijn voorzien van een registratienummer.

Artikel 9. Openen en sluiten van een graf

  • 1.

    Het openen en sluiten van een particulier graf mag uitsluitend in opdracht van de rechthebbende worden uitgevoerd. In geval de begraving betrekking heeft op de overleden rechthebbende, dan dient het grafrecht eerst te zijn overgeschreven op een opvolgende rechthebbende.

  • 2.

    Het openen en sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen ten behoeve van een begraving, mag uitsluitend worden uitgevoerd door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.

  • 3.

    In bijzondere gevallen kan het college van dit artikel ontheffing verlenen.

Artikel 10. Tijden van begraven en asbezorging

  • 1.

    De tijden van het begraven en het bezorgen van as worden door het college in het uitvoeringsbesluit bepaald.

  • 2.

    Het tijdstip van begraven of het bezorgen van as wordt telkens en voor elk geval afzonderlijk door de beheerder, in overleg met de betrokken nabestaande, of de persoon die namens de nabestaanden optreedt, vastgesteld.

  • 3.

    Er wordt op hetzelfde tijdstip niet meer dan één begraving of bezorging van as uitgevoerd op één van de begraafplaatsen.

  • 4.

    Het begraven of het bezorgen van as buiten de in lid 1 van dit artikel genoemde tijden is slechts mogelijk met ontheffing van de burgemeester. In dat geval wordt de tijd van begraven aangemerkt als een buitengewoon uur.

  • 5.

    De tijd bedoeld in lid 4 van dit artikel wordt, in overleg met de aanvrager, door de beheerder bepaald.

HOOFDSTUK 5. INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN

Artikel 11. Soorten graven

  • 1.

    Het college legt in het uitvoeringsbesluit vast op welke begraafplaatsen de volgende typen graven al dan niet kunnen worden uitgegeven:

    • a.

      algemene graven;

    • b.

      particuliere (kinder)graven;

    • c.

      particuliere keldergraven;

    • d.

      particuliere natuurlijke graven;

    en voor de bezorging van as:

    • a.

      particuliere urnengraven;

    • b.

      particuliere urnennissen;

    • c.

      verstrooiingsplaatsen;

    en waar gedenkplaatjes kunnen worden aangebracht.

  • 2.

    Het college legt in het uitvoeringsbesluit tevens vast:

    • a.

      het aantal lichamen dat in een graf begraven kan worden gehouden;

    • b.

      het aantal asbussen dat, met of zonder urnen, in of op een graf kan worden geplaatst;

    • c.

      de afmetingen van de particuliere en algemene (urnen)graven;

    • d.

      de voorwaarden waaronder een asbus in een particuliere urnennis kan worden geplaatst.

  • 3.

    Type graven en wijze van as bezorgingen, zoals genoemd in dit artikel, of diensten, kunnen naar het oordeel van het college niet, niet meer, nog niet of tijdelijk niet op een begraafplaats beschikbaar zijn. Er is geen recht op uitgifte, gebruik of levering hiervan.

Artikel 12. Categorieën

  • 1.

    Het college kan in het uitvoeringsbesluit de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en de ligging.

  • 2.

    Voor de particuliere KNIL-graven op de Oosterbegraafplaats gelden de volgende bepalingen:

    • a.

      De grafrechten voor bepaalde tijd zijn omgezet in grafrechten voor onbepaalde tijd;

    • b.

      Er worden geen leges of tarieven voor grafrecht en onderhoud in rekening gebracht;

    • c.

      De graven worden niet geruimd, voor zolang er een rechthebbende is en de begraafplaats niet is opgeheven;

    • d.

      Een bijzetting, in kist of urn, is alleen toegestaan voor de partner van de overledene en vindt alleen plaats indien daarvoor nog ruimte in het graf is, het graf daarvoor naar het oordeel van de beheerder machinaal goed is te bereiken en met schriftelijke toestemming van de rechthebbende. De kosten voor een bijzetting zijn conform de Verordening op de heffing en de invordering van grafrechten.

  • 3.

    Voor de algemene kindergraven die voor 1 januari 2014 zijn uitgegeven op de begraafplaatsen Roemer in Boskoop, Vrederust in Benthuizen, Hazerswoude-Dorp en Koudekerk aan den Rijn gelden de volgende bepalingen:

    • a.

      De graven worden niet geruimd, voor zolang er bij de gemeente een belanghebbende bekend is en deze zelf zorg draagt voor het onderhoud van het graf, en voor zolang de betreffende begraafplaats niet is opgeheven;

    • b.

      Er wordt in deze graven niet meer begraven;

    • c.

      Deze graven vallen onder bewaarwaardige graven zie hoofdstuk 8.

Artikel 13. Volgorde van uitgifte

  • 1.

    De algemene graven worden voor directe begraving en, onder aanwijzing van de beheerder, in volgorde van ligging uitgegeven.

  • 2.

    Particuliere (urnen)graven en urnen nissen worden, na overleg met de rechthebbende, door de beheerder uitgegeven.

Artikel 14. Opgraven

Een verzoek tot opgraven dient onder de volgende voorwaarden te worden ingediend:

  • a.

    Het verzoek dient om het lichaam van de overledene op eigen kosten te laten opgraven om het elders te laten herbegraven of om het te laten cremeren;

  • b.

    Het verzoek is schriftelijk en dient te zijn beargumenteerd;

  • c.

    In geval van een particulier graf, wordt het verzoek alleen in behandeling genomen met de schriftelijke toestemming van de rechthebbende;

  • d.

    Het verzoek is gericht aan de burgemeester;

  • e.

    De burgemeester kan het verzoek afwijzen.

Artikel 15. Overschrijving van het grafrecht en het gebruik

  • 1.

    Het grafrecht kan worden overgedragen aan een opvolgende rechthebbende, door overlegging aan het college van een door de rechthebbende en de opvolgende rechthebbende ondertekend schriftelijk verzoek tot overdracht.

  • 2.

    De belanghebbende kan het gebruik van een algemeen graf overdragen aan een andere belanghebbende, door overlegging aan het college van een door de belanghebbende en de opvolgende belanghebbende ondertekend schriftelijk verzoek tot overdracht.

  • 3.

    Na het overlijden van de rechthebbende kan het grafrecht worden overgeschreven op naam van een opvolgende rechthebbende, mits de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.

  • 4.

    Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te zijn gedaan.

  • 5.

    Als het grafrecht van een particulier graf niet tijdig is verlengd of als er schriftelijk afstand van is gedaan, kan, zolang het graf nog bestaat, op verzoek van (een nieuwe) rechthebbende het grafrecht slechts worden verlengd met terugwerkende kracht vanaf het einde van de verlopen uitgiftetermijn of kan er een nieuwe graftermijn worden uitgegeven.

Artikel 16. Vervallen grafrecht

  • 1.

    Een grafrecht vervalt:

    • a.

      door het verlopen, en niet verlengen, van de termijn waarvoor het recht is verleend;

    • b.

      indien de rechthebbende afstand doet van het uitsluitend recht;

    • c.

      indien (het deel van) de begraafplaats waar het graf zich bevindt is opgeheven.

  • 2.

    Het college kan een grafrecht vervallen verklaren:

    • a.

      indien de betaling van de factuur (voor het (verlengen van het) grafrecht, onderhoudsrecht, alsmede andere diensten), na een eventuele aanmaning, niet binnen de op de factuur gestelde termijn door het college is ontvangen;

    • b.

      indien de rechthebbende - na een eventuele aanmaning - in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;

    • c.

      indien de rechthebbende is overleden en het grafrecht niet binnen de in artikel 15 gestelde termijn is overgeschreven.

  • 3.

    In de gevallen als bedoeld in dit artikel vindt geen terugbetaling plaats. Evenmin kan aanspraak worden gemaakt op enige vergoeding.

HOOFDSTUK 6. GEDENKTEKENS EN ONDERHOUD

Artikel 17. Vergunning gedenkteken

  • 1.

    Voor het hebben en/ of plaatsen van een gedenkteken op een graf of een plaat ter afsluiting van een urnennis, is een schriftelijke vergunning van het college nodig.

  • 2.

    De rechthebbende van een particulier graf en de belanghebbende van een algemeen graf vraagt de vergunning bedoeld in lid 1 van dit artikel aan.

  • 3.

    Het is verboden om zonder vergunning bedoeld in lid 1 van dit artikel een gedenkteken, een plaat ter afsluiting van een urnennis of een urn op een graf te doen plaatsen.

  • 4.

    Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning bedoeld in lid 1 van dit artikel, de aard en de afmetingen van het gedenkteken en de wijze van aanbrengen kan het college in het uitvoeringsbesluit nadere regels vaststellen.

  • 5.

    Het college kan de vergunning bedoeld in lid 1 van dit artikel intrekken indien niet is voldaan aan de nadere regels bedoeld in lid 4 van dit artikel.

  • 6.

    Het college kan ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde nadere regels in het uitvoeringsbesluit.

Artikel 18. Onderhoud door de gemeente

  • 1.

    Het college voorziet in het algemene onderhoud en het schoonhouden van de begraafplaatsen. Daaronder is onder meer inbegrepen het periodiek onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen, de inrichtingselementen, de planten, de bomen, de toegang, de omheining, de paden, de urnenmuren en de verstrooiingsplaatsen op de begraafplaatsen.

  • 2.

    De verschuldigde rechten voor de uitvoering van de werkzaamheden genoemd in lid 1 van dit artikel worden in de Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten vastgesteld. Deze rechten zijn een verplichte bijdrage voor rechthebbenden en belanghebbenden.

  • 3.

    Het onderhoud door de gemeente geschiedt uitsluitend wanneer dit door of op aanwijzing van de beheerder noodzakelijk wordt geacht.

Artikel 19. Onderhoud door rechthebbenden en belanghebbenden

  • 1.

    De rechthebbende en de belanghebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden en te herstellen.

  • 2.

    Wanneer een rechthebbende een grafrecht verkrijgt, dan wel overneemt, van een bestaand particulier graf, dan is deze gelijktijdig eigenaar en beheerverantwoordelijke geworden van de op dat graf aanwezige grafbedekking.

  • 3.

    Het (doen) plaatsen, onderhouden, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de belanghebbende.

  • 4.

    Al hetgeen wat op of bij het graf geplaatst is, wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of de belanghebbende te zijn aangebracht.

  • 5.

    Het college kan de rechthebbende of belanghebbende schriftelijk verplichten een beschadiging of verval aan de grafbedekking binnen een door het college gestelde redelijke termijn te herstellen, ook wanneer deze is aangebracht door toedoen of nalaten van derden, indien deze zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het aanzien van de begraafplaats (mogelijk) schaadt, een naastgelegen graf (mogelijk) schaadt, het algemeen onderhoud aan de begraafplaats (mogelijk) belemmert of (mogelijk) gevaar oplevert voor derden. Een oproep hiertoe geschiedt door mededeling bij het graf en/ of op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is bij de het college.

  • 6.

    Indien de rechthebbende, in navolging op lid 5 van dit artikel, nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, dan kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking (tijdelijk) verwijderen, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

  • 7.

    Indien door een ondeugdelijke (geworden) constructie naar het oordeel van het college een gevaarlijke situatie is ontstaan, kan het college direct maatregelen treffen.

Artikel 20. Grafbeplanting

  • 1.

    Het aanbrengen van beplantingen buiten de, door het college vast te stellen, afmetingen van het graf is niet toegestaan.

  • 2.

    Grafbeplanting die buiten het graf, zonder toestemming of anders dan aangewezen, is aangebracht of onvoldoende wordt onderhouden kan, indien geen gehoor is gegeven aan een oproep aan de rechthebbende of de belanghebbende tot onderhoud, door de beheerder worden verwijderd. Bij verwijdering van de beplanting is er geen recht op schadevergoeding.

  • 3.

    Grafbeplanting die in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder voorafgaande kennisgeving en zonder dat aanspraak kan worden gedaan op een schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijken kunnen, wanneer zij verwelkt of verwaarloosd zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, kaarten en dergelijke losse voorwerpen kunnen tevens door de beheerder worden verwijderd.

Artikel 21. Gedogen en aansprakelijkheid

  • 1.

    De beheerder kan besluiten om ten behoeve van de uitvoering van noodzakelijke werkzaamheden door de gemeente grafbedekkingen, op risico van de gemeente, tijdelijk te verplaatsen.

  • 2.

    De rechthebbende en de belanghebbende is verplicht te gedogen dat de grafbedekking en op of bij een graf aanwezige voorwerpen, door of namens de beheerder, tijdelijk geheel of gedeeltelijk worden verplaatst, indien dit voor een begraving of as bestemming in de nabijheid van het graf of naar het oordeel van de beheerder om een andere reden nodig is. Het terug planten van de tijdelijk verwijderde beplanting vindt door of namens de beheerder plaats voor zover dit mogelijk is.

  • 3.

    De rechthebbende en de belanghebbende is verplicht te gedogen dat bij het delven van een nabijgelegen graf tijdelijk grond op of bij zijn graf wordt geplaatst.

  • 4.

    De gemeente is niet verantwoordelijk voor de voorwerpen, welke zich op of bij een graf bevinden. Evenmin kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor schade aan deze voorwerpen, diefstal of het zoekraken daarvan, tenzij aan de zijde van de gemeente opzet of grove schuld aanwezig is.

  • 5.

    De beheerder kan voor de uitvoering van werkzaamheden (een deel van) de begraafplaats zo nodig tijdelijk geheel of gedeeltelijk sluiten.

HOOFDSTUK 7. RUIMEN EN OPGRAVEN

Artikel 22. Ruimen en opgraven, bezorging van overblijfselen en as

  • 1.

    De rechthebbende of de belanghebbende kan binnen de door het college schriftelijk gestelde termijn, na het vervallen van het grafrecht of na de termijn voor het gebruik van een algemeen graf en na de goedkeuring van de beheerder, de grafbedekking zelf van het graf (laten) verwijderen en afvoeren.

  • 2.

    De grafbedekking kan na afloop van de termijn volgens lid 1 van dit artikel door de beheerder worden verwijderd, zonder enige vergoeding aan de rechthebbende of de belanghebbende.

  • 3.

    De rechthebbende kan bij het college het beargumenteerde schriftelijke verzoek indienen om de overblijfselen van het lichaam van de overledene te schudden. Het verzoek kan door het college worden afgewezen.

  • 4.

     

  • 5.

    De rechthebbende van een urnengraf of een urnennis kan bij de beheerder een verzoek indienen om de asbus op te halen.

  • 6.

    De rechthebbende wordt niet gecompenseerd wanneer het verzoek zoals bedoeld in lid 3 van dit artikel wordt afgewezen.

  • 7.

    De kosten voor de werkzaamheden genoemd in dit artikel zijn voor rekening van de rechthebbende of de belanghebbende.

  • 8.

    Het ruimen van de overblijfselen is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast. De beheerder zal voor deze werkzaamheden de begraafplaats tijdelijk geheel of gedeeltelijk kunnen sluiten.

  • 9.

    Het college kan een verzamelgraf inrichten conform nader door hen te bepalen voorwaarden.

HOOFDSTUK 8. BEWAARWAARDIGE GRAVEN

Artikel 23. Criteria

Een graf kan als bewaarwaardig worden aangemerkt indien het voldoet aan één of meer van de volgende criteria:

  • a.

    In het graf is een persoon van lokaal of nationaal historisch belang begraven;

  • b.

    Het grafmonument heeft een bijzondere vormgeving, is vervaardigd door een bekende kunstenaar of vertegenwoordigt een bijzondere stijl of periode;

  • c.

    Het graf heeft betekenis voor het collectieve geheugen van de gemeenschap, bijvoorbeeld door zijn relatie tot een historische gebeurtenis, bevolkingsgroep of religieuze stroming;

  • d.

    Het graf maakt deel uit van een waardevol ensemble of draagt bij aan het landschappelijk of monumentaal karakter van de begraafplaats.

Artikel 24. Aanwijzing en registratie

De aanwijzing van een graf als bewaarwaardig geschiedt door het college, al dan niet op voordracht van een deskundige commissie of erfgoedorganisatie. De aangewezen graven worden opgenomen in een daartoe bestemd register en waar mogelijk voorzien van een fysieke aanduiding op de begraafplaats.

Artikel 25. Lijst

  • 1.

    Het college houdt een lijst bij van graven die, naar het oordeel van het college, van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

  • 2.

    Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel te worden bijgeschreven.

  • 3.

    Het college beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de lijst bedoeld in lid 1 van dit artikel staan.

Artikel 26. Beheer en behoud

Voor bewaarwaardige graven gelden aanvullende bepalingen met betrekking tot het behoud en het beheer. Het verwijderen of wijzigen van deze graven is uitsluitend toegestaan na toestemming van het college en met inachtneming van de erfgoedwaarden.

HOOFDSTUK 9. OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 27. Bevoegdheid college

Het college kan van de bepalingen in deze verordening afwijken, als er sprake is van een onrechtvaardig gevolg.

Artikel 28. Overgangsbepaling

Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de ’Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats(en) voor de gemeente Alphen aan den Rijn 2025’ is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, is deze verordening van toepassing.

Artikel 29. Strafbepaling

  • 1.

    Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde, voor zover dat niet reeds bij of krachtens enig wettelijk voorschrift strafbaar is gesteld, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie als bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

  • 2.

    Indien de overtreding wordt voortgezet na een door of namens het bevoegde gezag gegeven bevel tot beëindiging, wordt dit aangemerkt als een voortdurende overtreding en kan afzonderlijk worden beboet.

Artikel 30. Inwerkingtreding

  • 1.

    De verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats(en) voor de gemeente Alphen aan den Rijn 2015 is ingetrokken.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 31. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Alphen aan den Rijn 2026’.

nr …….

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [DATUM]

de voorzitter,

de griffier,

Naar boven