Nadere regel Verordening jeugdwet gemeente Utrecht 2026

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

  • gelet op artikel 156 derde lid Gemeentewet en artikel 16van Verordening jeugdwet gemeente Utrecht 2026 (hierna: Verordening);

Overwegende:

dat het noodzakelijk is nadere regels te stellen ter uitvoering van de Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2026 met betrekking tot:

 

  • de vormen van jeugdhulp;

  • het toegangsproces;

  • het proces van onderzoek en verslag

  • de beschikking;

  • individuele voorzieningen inkopen met een pgb;

Besluiten de volgende nadere regel vast te stellen:

Hoofdstuk 1 Jeugdhulp

Artikel 1 Vormen van specialistische jeugdhulp

  • 1.

    Ambulante specialistische jeugdhulp:

    • a.

      Ambulante begeleiding individueel: activiteiten die met een individu uitgevoerd worden en die zijn gericht op het bevorderen van het zelfstandig functioneren. Hierbij kan het gaan om jeugdigen met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem.

    • b.

      Ambulante begeleiding groep: zie begeleiding individueel; activiteiten vinden plaats in groepsverband.

    • c.

      Behandeling basis jeugd-ggz: de zorg voor jeugdigen met lichte tot matige psychische aandoeningen valt onder de basis jeugd-ggz. Een behandeling binnen de basis jeugd-ggz kan bestaan uit gesprekken met bijvoorbeeld een psycholoog of psychotherapeut. Behandeling kan ook gegeven worden bij opvoedondersteuning of een vorm van jeugdhulp en bestaat dan uit gesprekken met een orthopedagoog, psycholoog of psychotherapeut.

    • d.

      Behandeling specialistische jeugd-ggz: de gespecialiseerde jeugd-ggz is bedoeld voor jeugdigen met zware, ingewikkelde psychische aandoeningen. De behandeling wordt uitgevoerd door bijvoorbeeld een psychiater of een klinisch psycholoog.

    • e.

      Persoonlijke verzorging: Verzorgende handelingen bij jeugdigen gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL), behalve als de handelingen verband houden met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop.

    • f.

      Vervoer: als een jeugdige op grond van de Jeugdwet jeugdhulp ontvangt en in verband met een medische noodzaak of vanwege zijn gebrek aan zelfredzaamheid niet in staat is om zelfstandig van en naar de locatie te komen waar de jeugdhulp wordt gegeven, kan voorzien worden in groepsvervoer naar en van de locatie waar de jeugdhulp gegeven wordt. Dit kan worden geboden als redelijkerwijs het vervoer niet verwacht kan worden van anderen in de omgeving van de jeugdige. Individueel vervoer is alleen van toepassing als groepsvervoer niet mogelijk is.

  • 2.

    Niet-gezinsgericht logeren en wonen:

  • Kortdurend verblijf: het logeren van een jeugdige met een aandoening, beperking of een handicap in een instelling gedurende maximaal drie etmalen per week, als de zorg voor die jeugdige noodzakelijkerwijs gepaard gaat met permanent toezicht. Kortdurend verblijf draagt er dus aan bij dat de jeugdige met een aandoening, beperking of handicap thuis kan blijven wonen en niet in een instelling hoeft te worden opgenomen.

Artikel 2 Toegang tot jeugdhulp

  • 1.

    De jeugdige of ouder/vertegenwoordiger kan mondeling of schriftelijk contact opnemen met het buurtteam of de Lokale toegang.

  • 2.

    De datum van de aanvraag wordt in het gesprek door de jeugdige of ouder/vertegenwoordiger en de Medewerker of de Lokale toegang in het gezinsplan vastgelegd.

  • 3.

    De jeugdige of ouder/vertegenwoordiger kan een digitaal of papieren formulier indienen bij team Leerlingenvervoer voor een vervoersvoorziening.

  • 4.

    In afwijking van het tweede lid is de datum van de aanvraag van een vervoersvoorziening de datum van ontvangst van het volledig ingevulde en ondertekende digitale of papieren formulier.

  • 5.

    De jeugdige of ouder/vertegenwoordiger kan na overleg met school een schriftelijk verzoek indienen bij de Poortwachter door het leerlingdossier in te sturen. Dit verzoek wordt beschouwd als de aanvraag voor dyslexiezorg.

Artikel 3 Beschikking

  • 1.

    Als bij de toekenning van een individuele voorziening de jeugdige of ouder/vertegenwoordiger om een beschikking vraagt, dan wordt in de beschikking opgenomen:

    • a.

      of de voorziening wordt verstrekt in natura of als pgb

    • b.

      op welke hulpvragen, zoals in het gezinsplan staat, de individuele voorziening is gericht;

    • c.

      welke de te verstrekken voorziening is en het beoogde resultaat daarvan;

    • d.

      indien van toepassing, voor welke jeugdhulpvoorziening en voor welke vervoersbewegingen een vervoersvoorziening wordt ingezet; en

    • e.

      indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.

  • 2.

    Als een individuele voorziening in de vorm van een pgb wordt toegekend, dan wordt in de beschikking opgenomen aanvullend op artikel 3 eerste lid onder a t/m d:

    • a.

      wat de hoogte van het pgb (uren of dagdelen maal tarief) is en hoe hiertoe is gekomen, rekening houdend met de inzet tijdens vakantie, indien nodig, gedurende de looptijd van de indicatie;

    • b.

      welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn;

    • c.

      wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld; en

    • d.

      de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.

Hoofdstuk 2 Een persoonsgebonden budget (pgb)

Artikel 4 individuele voorzieningen inkopen met een pgb.

Als de jeugdige of ouder/vertegenwoordiger de individuele voorziening in de vorm van een pgb wil ontvangen, moet uit de aanvraag blijken dat:

  • a.

    de jeugdige ouder/vertegenwoordiger of de daartoe gemachtigde budgetbeheerder voldoet aan de 10-punten-pgb-vaardigheden.

  • b.

    wat het beoogde resultaat is en hoe dit bijdraagt aan de doelen in het gezinsplan;

  • c.

    hoe de jeugdige of ouder/vertegenwoordiger de taken die aan het pgb zijn verbonden op verantwoorde wijze uitvoert, of wie hiervoor is gemachtigd;

  • d.

    waarom de jeugdige of ouder/vertegenwoordiger de jeugdhulp “in natura” niet passend vindt;

  • e.

    hoe de kwaliteit van de zelf in te kopen jeugdhulp is gewaarborgd; en

  • f.

    dat er een onderbouwde begroting is.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 5 Intrekking

De Nadere regel Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2025 wordt ingetrokken.

Artikel 6 Overgangsbepalingen

  • 1.

    Aanvragen voor jeugdhulp die bij het college zijn ingediend voor 1 januari 2026 en waarop nog niet is beslist wanneer deze nadere regel in werking treedt, worden afgehandeld volgens de Nadere regel Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2025.

  • 2.

    Een recht op een lopende voorziening blijft gehandhaafd tot het einde van de looptijd van de voorziening of totdat het college een nieuw recht heeft vastgesteld.

Artikel 7 Inwerkingtreding

Deze nadere regel treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 8 Citeertitel

Deze nadere regel wordt aangehaald als Nadere regel Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2026.

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 9 december 2025

De burgemeester,

Sharon A.M. Dijksma

De secretaris,

Michiel Ruis

Informatieve toelichting bij Nadere regel Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2026

Algemeen

De vastgestelde Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2026 biedt in lijn met Jeugdwet de mogelijkheid om op specifieke onderdelen bevoegdheden te delegeren aan het college om nadere regels te stellen binnen de kaders van de Verordening. Met de Nadere regel Verordening Jeugdwet geeft het college invulling aan deze bevoegdheid.

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1

Lid 1 sub e

Dit zijn activiteiten zoals hulp bij het wassen, aankleden, het verplaatsen in zit- of lighouding, eten en drinken en naar het toilet gaan.

Artikel 4 Individuele voorzieningen inkopen met een pgb

Het gaat om: Infographic met toelichting - Checken 10 punten pgb-vaardigheid | Publicatie | Rijksoverheid.nl.

Naar boven