Beleidsregels vrijstelling leges Land van Cuijk 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Land van Cuijk

 

gelet op:

 

  • -

    titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht (awb);

  • -

    artikel 4 van de Legesverordening Land van Cuijk 2026

besluit vast te stellen de Beleidsregels vrijstelling leges Land van Cuijk 2026.

 

  • 1.

    Er is sprake van een activiteit zonder winstoogmerk als bedoeld in artikel 4, lid 3 van de Legesverordening Land van Cuijk 2026 indien in ieder geval aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

    • a.

      De activiteit waarvoor de vergunning of ontheffing wordt aangevraagd, heeft niet tot doel financieel gewin te behalen, en

    • b.

      De activiteit mag inkomsten genereren, mits deze inkomsten aantoonbaar volledig worden aangewend voor de instandhouding van de activiteit of volledig worden bestemd voor een goed doel als bedoeld in artikel 4 van deze beleidsregels.

  • 2.

    Of het bepaalde onder 1 van deze beleidsregels van toepassing is, wordt beoordeeld door de heffingsambtenaar als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet.

  • 3.

    Onder een activiteit die uitsluitend tot doel heeft een bijdrage te leveren aan een wijk of gemeenschapsbelang, of die uitsluitend wordt georganiseerd ten behoeve van een goed doel, en waarbij de organisator geen winstoogmerk heeft wordt in ieder geval verstaan:

    • a.

      een activiteit georganiseerd door een straat-, buurt- of wijk- of dorpscomité, al dan niet georganiseerd als niet-natuurlijke rechtspersoon, en als zodanig ook bekend bij onze gemeente;

    • b.

      een activiteit georganiseerd door een stichting, vereniging of een natuurlijke rechtspersoon gericht op straat-, buurt-, wijk- of dorpsbelang, en als zodanig ook bekend bij onze gemeente.

  • 4.

    Onder een activiteit die uitsluitend wordt georganiseerd ten behoeve van een goed doel wordt in ieder geval verstaan:

    • a.

      een activiteit georganiseerd ten behoeve van een stichting, vereniging, fonds of een andere rechtspersoon als bedoeld in artikel 3, hiervoor.

    • b.

      een activiteit georganiseerd door een kerkgenootschap of maatschappelijke instelling ten behoeve van fondsenwerving voor doelen die passen binnen het werkveld van het betreffende kerkgenootschap of de betreffende instelling.

  • 5.

    Wanneer geen sprake is van een organisatie/instelling met vastgestelde statuten zal een vergunningaanvraag, respectievelijk een aanvraag ontheffing, die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld onder 3 en 4 van deze beleidsregels ten behoeve van de toepassing van de bepalingen van artikel 4 van de Legesverordening worden beoordeeld door de heffingsambtenaar als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet.

  • 6.

    De vereniging of stichting hanteert geen criteria, waarmee deelnemers op grond van ras, gender, godsdienst, levensbeschouwing, politieke overtuiging of andere gronden worden uitgesloten.

  • 7.

    De activiteit niet uitsluitend of niet in hoofdzaak is gericht op of ten dienste is van een godsdienstige of levensbeschouwelijke instelling, politieke partij of vakorganisatie.

  • 8.

    De vereniging of stichting tijdelijk alle wettelijk voorgeschreven dan wel door de gemeente gevraagde informatie verstrekt die naar het oordeel van de gemeente nodig is voor de beoordeling of de vrijstelling van toepassing is.

  • 9.

    Bij de aanvraag van de vergunning wordt door de aanvrager aangegeven dat deze aanspraak wil maken op de vrijstelling van artikel 4 van de legesverordening Land van Cuijk 2026.

  • 10.

    Deze beleidsregels gelden voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in hoofdstuk 2 paragraaf 2.3 (Activiteiten met betrekking tot bouwwerken) en voorts voor aanvragen voor een evenementenvergunning als bedoeld in paragraaf 3.3, artikel 3.5 van de tarieventabel en alle relevante bij het houden van het evenement aanhangende vergunningen/toestemmingen/ ontheffingen zoals opgenomen in de tarieventabel.

  • 11.

    De vrijstelling geldt niet voor:

    • a.

      Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) of organisaties die primair de belangen behartigen van eigenaren van individuele woonruimten;

    • b.

      Commerciële exploitatie of verhuur van onroerende zaken met winstoogmerk;

    • c.

      Activiteiten die uitsluitend gericht zijn op ledenvoordeel zonder maatschappelijke openbaarheid (bijvoorbeeld renovatie van private bestuurslokalen zonder publieke functie;

    • d.

      Verbouwen of uitbreiden van privéwoningen of in gebruik zijn als privé-eigendom; tenzij de vereniging gericht is op maatschappelijke functies en het gebruik open is voor meer dan alleen leden.

  • 12.

    Een verzoek om toepassing van de vrijstelling genoemd in artikel 4 van de legesverordening wordt met inachtneming van deze beleidsregels beoordeeld door de heffingsambtenaar als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, die bevoegd is voor de betreffende aanvraag leges te heffen.

Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels vrijstelling leges Land van Cuijk 2026’. Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na de bekendmaking.

Aldus vastgesteld op 28 oktober 2025.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Land van Cuijk,

Johan Postma

secretaris / algemeen directeur

Marieke Moorman

burgemeester

Toelichting  

In artikel 4 van de huidige Legesverordening zijn vrijstellingsbepalingen opgenomen waardoor bepaalde organisaties/instellingen voor bepaalde activiteiten geen leges zijn verschuldigd. Dit geldt echter alleen voor een organisatie/instelling die blijkens haar statuten de uitoefening ten doel stelt van activiteiten van maatschappelijke, sociale of culturele aard en waarbij de activiteiten in hoofdzaak worden verricht door vrijwilligers. Deze beperking leidt ertoe dat kleine activiteiten zoals bv. een loterij, buurt- of wijkmarkt, uitgevoerd door vrijwilligers vaak niet voldoen aan deze voorwaarde. Hierdoor worden zij geconfronteerd met hoge legeskosten die vaak niet in verhouding staan met de kleinschaligheid en het beoogde doel van de activiteit.

 

Het vaststellen van de beleidsregels is van belang omdat:

  • deze kleinschalige activiteiten van groot maatschappelijk nut zijn;

  • sociale betrokkenheid/sociale cohesie levert een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid binnen een buurt of wijk;

  • het geen gewenste situatie is als vrijwilligers worden ontmoedigd voor het organiseren van dergelijke initiatieven als blijkt dat hiervoor leges betaald moeten worden, die niet in verhouding staan met de kleinschaligheid van de activiteit;

  • een activiteit juist vaak wordt georganiseerd voor instandhouding van die activiteit.

met het vaststellen van beleidsregels kan vrijstelling worden verleend voor het betalen van leges bij kleinschalige activiteiten (straat, buurt- of wijkactiviteiten) zonder winstoogmerk, georganiseerd door vrijwilligers.

 

Deze beleidsregels gelden onder andere voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de volgende vergunningen/ontheffingen:

  • -

    Evenementenvergunning;

  • -

    Een vergunning tot het incidenteel/eenmalig innemen van een standplaats buiten de wekelijkse markt en collectevergunning;

  • -

    Loterijvergunning;

  • -

    Ontheffing voor geluidhinder;

  • -

    Een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet;

  • -

    Een objectvergunning als bedoeld in artikel 2:10 van de APV;

  • -

    Omgevingsvergunning strijdig gebruik.

Met ingang van 1 januari 2026 is deze vrijstellingsregeling uitgebreid met het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in hoofdstuk 2 paragraaf 2.3 (Activiteiten met betrekking tot bouwwerken) van de tarieventabel behorende bij de legesverordening. Het betreft dan met name aanvragen die worden gedaan door een vereniging of stichting.

Het niet heffen van deze leges bij maatschappelijke verenigingen en stichtingen verlaagt financiële drempels, stimuleert maatschappelijke initiatieven en draagt bij aan de leefbaarheid en samenwerking in de gemeenschap.

Naar boven